De nucleaire honger van de ajatollahs HET AKKOORD tussen Iran en Rusland over de levering van kerncentrales en het verzet van Iran tegen onbeperkte verlenging van het verdrag tegen de verspreiding van kernwapens (het non-proliferatieverdrag, NPV) maken duidelijk dat Iran serieuze plannen koestert om zich tot een kernmogendheid te ontwikkelen en dat Rusland dat waarschijnlijk niet zal verhinderen. Het Iraans-Russische contract, dat in januari werd opgesteld en ondanks aanzienlijke Amerikaanse druk eind april werd bekrachtigd, voorziet in eerste instantie in de renovatie van een kernreactor die aan het eind van de jaren zeventig door een Duits bedrijf werd gebouwd. Het levert Rusland achthonderd miljoen dollar op. Uiteindelijk kan met het contract een bedrag van acht miljard dollar zijn gemoeid als Iran de Russen ook nog opdracht geeft voor de bouw van drie centrales bij de in het zuidwesten van Iran gelegen stad Büshehr, de bouw van een onderzoeksreactor en de bouw van andere, niet nader omschreven nucleaire installaties. Dat van Irans nucleaire plannen militaire dreiging uitgaat, is deels het gevolg van het type reactor dat in het geding is. Volgens de Republikeinse senator van Arizona John McCain, tegenstander van verspreiding van kernwapens, kan de lichtwaterreactor die in Iran wordt gebouwd 'in principe genoeg plutonium leveren voor de produktie van vijfendertig kernbommen per jaar. Om over plutonium te kunnen beschikken moet Iran afgewerkte reactorbrandstof kunnen opwerken op een wijze die ontsnapt aan de inspectie van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (lAEA) in Wenen, dat tot taak heeft civiele programma's voor nucleaire energie te controleren. Rusland laat zich tot nu toe niet duidelijk uit over wat er met de afgewerkte reactorbrandstof uit Büshehr gaat gebeuren. Maar Aleksej Jablokov, voorzitter van de Russische regeringscommissie voor milieu en veiligheid, heeft gezegd dat 'Iran dankzij Rusland over enkele jaren een kernbom zal kunnen produceren. "Als we deze nucleaire installatie bouwen, verplichten we ons ertoe de nucleaire brandstof weer op te werken en als plutonium naar Iran terug te sturen." De Verenigde Staten dringen erbij Rusland op aan de afgewerkte brandstof voor opwerking naar Rusland terug te halen, maar het vervolgens geproduceerde plutonium niet naar Iran te re tourneren. Vooralsnog heeft Rusland deze verzoeken naast zich neergelegd. De Russisch-Iraanse betrekkingen hebben zich sinds het bezoek dat de Iraanse president Rafsanjani in 1989 aan Rusland bracht, verder geconsolideerd. Bij die gelegenheid werd ook het eerste van een reeks contracten met het Russische leger gesloten voor levering van wapens en technologische kennis. Om de banden nog verder aan te halen, zal Boris Jeltsin nog dit voorjaar een bezoek aan Iran brengen. Iran ontwikkelt zich steeds meer tot een nucleaire natie. Dit tot groot ongenoegen van de Verenigde Staten, die vrezen dat Iran kernwapens wil fabriceren. De Amerikanen grijpen naar het wapen van het handelsembargo in een poging het tij te keren. Iran dreigt op zijn beurt de conferentie over de verlenging van het non-proliferatieverdrag deze maand te saboteren. door KENNETH R. TIMMERMAN We moeten op alles voorbereid zijn, ook op het offensieve gebruik van radiologische wapens.' foto abbas, abc / magnum --- Ambities Enkele jaren geleden spraken Iraanse leiders nog openlijk over hun nucleaire ambities. In een toespraak tot de Iraanse organisatie voor atoomenergie in 1987 zei president Khamenei: "We hebben nü kernenergie nodig. Ons land heeft altijd al te kampen gehad met dreigingen van buitenaf. Het minste dat we kunnen doen is dit gevaar af te wenden door onze vijanden te laten weten dat we onszelf kunnen verdedigen." Eenjaar later zei Rafsanjani, toen voorzitter van het Iraanse parlement en opperbevelhebber van het leger, in een toespraak tot officieren van de Revolutionaire Garde dat de Iraans-Iraakse oorlog had geleerd dat 'we op alles voorbereid moeten zijn, zowel op het offensieve als defensieve gebruik van chemische, bacteriologische en radiologische wapens. In oktober 1991 zei ook een van de dr-ie vice-presidenten van Iran, ajatollah Mohajerani, in een interview met het dagblad Abrar dat de islamitische staten 'moeten streven naar de ontwikkeling van kernwapens. "Ik heb het niet over een islamitische staat in het bijzonder, maar over alle islamitische staten. Als Israël een kernmogendheid mag zijn, moet dat ook islamitische staten worden toegestaan." Als ondertekenaar van het non-proliferatieverdrag verplicht Iran zich zijn nucleaire installaties regelmatig te laten controleren door' internationale functionarissen. Die inspecties, die tot doel hebben militair gebruik tegen te gaan, zijn echter van twijfelachtige kwaliteit. In 1992 stuurde het lAEA een team deskundigen naar Teheran om geruchten over geheime installaties te, onderzoeken. Een verdachte locatie die zij bezochten - een installatie bij het in de bergen gelegen Qazvin waar uranium verrijkt zou worden - bleek echter in gebruik te zijn als recreatieeen' trum' voor de Iraanse organisatie voor atoomenergie. Ook andere verdachte installaties werden onschuldig bevonden. Teamleider Jon Jennekins verklaarde op een persconferentie op 12 februari 1992 in Teheran, dat 'er geen enkel bewijs was voor de eerder geuite verdenkingen. "Alles wat we hebben gezien dient voor de vreedzame toepassing van kernenergie." Later bleek echter dat deze conclusie op zn zachtst gezegd twijfelachtig was. Volgens Amerikaanse inlichtingendiensten en enkele leden van Jennekins eigen inspectieteam dienden twee van de zes installaties die de inspecteurs bezochten slechts om de aandacht af te leiden van in het geding zijnde nucleaire centra. Afgezien van de vraag hoe nauwgezet de desbetreffende inspectie werd uitgevoerd, hebben ervaringen van het lAEA tijdens inspecties in Irak en Noord-Korea geleerd dat het atoomagentschap een geheim kernwapenprogramma alleen maar effectief kan onderzoeken als het de volledige steun krijgt van de VN-Veiligheidsraad en het in detail wordt ingelicht door de vijf permanente leden. Als dit niet het geval is, is het agentschap overgeleverd aan de welwillendheid van de eigen lidstaten, waartoe ook Irak, Syrië en Noord-Korea behoren. Terwijl de meeste analisten geloven dat Irans kernwapenprogramma nog in de kinderschoenen staat, houden zij een slag om de arm bij hun schatting hoe ver Iran nog af is van de produktie van een bom. Hulp van Rusland - door overdracht van technologische kennis, het stelen van nucleair materiaal of zelfs door Russische geleerden die door Teheran worden ingehuurd - kan het Iraanse programma aanzienlijk versnellen. Iran lijkt in alle drie de richtingen verwoede pogingen te ondernemen. "De meeste zorg baart ons de hulp die Iran in staat stelt een nucleaire infrastructuur te ontwikkelen onder het mom van een vreedzaam programma," zei een inlichtingenagent die het Iraanse programma op de voet volgt. Dit is ook de reden waarom het Russische verdrag met Teheran Washington irriteert. "Hoe uitgebreider'de in Iran aanwezige nucleaire technologie," aldus de functionaris, "des te groter de kans dat in Iran uiteindelijk een sleutelfiguur opstaat die in staat blijkt een kernwapen te ontwikkelen." Aangenomen wordt dat Iran op het ogenblik over zon tweeduizend nucleaire deskundigen beschikt, van wie er slechts 220 een wetenschappelijke opleiding hebben genoten. --- Huiverig De Verenigde Staten hebben nu een handelsembargo tegen Iran ingesteld. Hoewel de Iraanse verkoop van olie op de wereldmarkt er niet direct door zou worden getroffen, zou een embargo Iran verder isoleren en bedrijven en landen die toch al huiverig staan tegenover handel met Iran, nog meer afschrikken. En dat zou grote gevolgen hebben voor de toch al noodlijdende economie van Iran. Zijn olie-inkomsten moeten op hetzelfde peil blijven of zelfs toenemen om zich Russische reactors (en andere nucleaire wensen) te kunnen veroorloven. Het afkondigen van een handelsembargo kan echter risico's met zich meebrengen. In reactie op .Amerikaanse pogingen de Iraanse nucleaire ambities te blokkeren, heeft het regime gedreigd de conferentie over het non-proliferatieverdrag, die nu in New Vork aan de gang is, te zullen saboteren. Daarnaast is Iran bezig een coalitie te vormen van Derde-Wereldlanden die ontstemd zijn over Israëls weigering het verdrag te ondertekenen en over het - volgens hen - 'selectieve' gebruik van non-proliferatie door het Westen. De Amerikaanse afgevaardigde naar de conferentie, Thomas Gray van het Acda (Amerikaans agentschap voor wapenbeheersing en ontwapening) doet al het mogelijke de Iraanse plannen te dwarsbomen. Vorig jaar september noemde de Iraanse minister van buitenlandse zaken Ali Akbar Velyati het NPV een 'verouderd verdrag. Iran schijnt er tegenover Rusland op te hebben gezinspeeld te overwegen uit het NPV te stappen als de Verenigde Staten zich blijven verzetten tegen de overeenkomst tussen Iran en Rusland. De Iranezen hopen zo dezelfde toezeggingen op het gebied van handel en financiële hulp te krijgen als de regering-Clinton aan Noord-Korea heeft gedaan. De Verenigde Staten zullen nog eens betreuren dat zij Kim Il Sung en zijn opvolgers zo genereus bejegend hebben. © The New Republic / Het Parool --- Olie Als Iran een energietekort had, zou het Iraanse streven naar kernenergie begrijpelijk zijn - hoewel het veel goedkoper zou zijn op gas gestookte energiecentrales te bouwen of de uitgebreide mogelijkheden te benutten om waterkracht op te wekken. Maar Iran beschikt over de op twee na grootste olieen gasvoorraad in de wereld. (Alleen Saoedi-Arabië en Irak hebben grotere voorraden.) Iran heeft geen behoefte aan nucleaire energie voor vreedzame doeleinden. Bovendien zit het land zo krap bij kas, dat het zich een zo grote investering niet kan veroorloven. Ondanks zijn natuurlijke rijkdommen ontbreekt het Iran de laatste jaren aan financiële middelen voor de broodnodige investeringen in de infrastructuur van de olieindustrie, de primaire bron van inkomsten van het land. Waar zijn de mullahs op uit? De Iraanse belangstelling voor nucleaire zaken is niet van de ene op de andere dag ontstaan. Waarschijnlijk dateert Iraans eerste kennismaking met kernenergie uit de jaren zestig, begin jaren zeventig Toen zou sjah Mohammed Riza Pahlevi het initiatief hebben genomen voor een geheim programma om de mogelijkheden voor de produktie van nucleaire wapens te onderzoeken. De sjah kocht een onderzoeksreactor in de Verenigde Staten en stuurde honderden jonge wetenschappers naar de Verenigde Staten en Frankrijk om te worden opgeleid in de kernfysica. In 1976 sloot het Iraanse bureau voor atoomenergie met een dochter van het Duitse bedrijf Siemens een contract voor de bouw van een energiecentrale bij Büshehr - de centrale die de Russen nu weer helpen opbouwen. Daarnaast sloot de sjah een verdrag met de Franse regering voor de bouw van twee kerncentrales in Ahwaz en kocht hij bovendien een belang van tien procent in Eurodif, het opwerkingsconglomeraat Waarin Frankrijk, België, Spanje en Italië gezamenlijk deelnemen. Tenslotte leende hij een miljard dollar aan de Franse commissie voor atoomenergie voor de bouw van een fabriek voor verrijking van uranium in het Zuidfranse Tricastin. Het verdrag uit 1974 gaf Iran 'volledig toegang' tot de verrijkingstechnologie van Eurodif- Bovendien beloofde Iran een bepaald percentage af te nemen van het uranium dat in Tricastin wordt geproduceerd. Deze vier verdragen werden onmiddellijk na de islamitische revolutie in 1979 opgezegd: ajatollah Khomeini wees elke wetenschappelijke en technologische samenwerking met het Westen af. Maar de oorlog met Irak, die in september 1980 uitbrak, en het Israëlische bombardement op de Iraakse fabriek voor de produktie van nucleai.re wapens in Osirak, brachten de Iraanse leiders ertoe hun beleid te herzien. In 1986 nam Rafsanjani, toen voorzitter van het Iraanse parlement, het initiatief voor een jaarlijks congres over kernenergie dat ten doel had Iraanse atoomgeleerden die het land waren ontvlucht naar de Islamitische Republiek terug te lokken. Ook begon Iran dat jaar nauw samen te werken met Pakistan. Dr Abel Qader Khanm, de vader van de Pakistaanse kernbom, kwam als adviseur naar Iran en de twee landen sloten een geheime overeenkomst, die voorzag in de opleiding van Iraanse kernfysici aan aucleaire instellingen in Pakistan. In 1992 nam de bezorgdheid dat Iran kernwapens wilde gaan produceren hand over hand toe. Iran heeft de afgelopen maanden verscheidene malen ontkend dat het van plan is een nucleair wapenarsenaal op te bouwen. Toch heeft het de afgelopen tien jaar herhaaldelijk getracht materiaal voor de produktie van kernwapens te verwerven in Europa, China en de voormalige Sovjet-republieken. In 1985 kocht Iran een experimentele reactor in China, zonder de aankoop te melden bij het lAEA. In juli 1987 volgde de aankoop van Chinese apparatuur voor de verrijking van uranium. En op 21 januari 1990 ondertekenden Chinese en Iraanse regeringsfunctionarissen een contract voor de bouw van een reactor in Isfahan, die plutonium kan produceren. Amerikaanse satellietfoto's van september 1991 toonden de omvangrijke bouwactiviteiten en de aanwezigheid van grote aantallen Chinese technici bij de reactor. Ook probeerde Iran in 1991 een onderzoeksreactor in India aan te kopen en een fabriek voor de produktie van nucleaire brandstof in Argentinië. Maar beide aankopen werden verijdeld door tussenkomst van Washington. Na deze ingreep door Amerika nam Iran zijn toevlucht tot de zwarte markt. In de loop van 1991 zou het technologie voor het smelten van uranium in Pakistan hebben aangekocht. Tevens zond het tientallen delegaties naar nucleaire installaties in Kazachstan en andere oorden in de vroegere Soyj et-Unie met de opdracht nucleair materiaal aan te kopen dat niet langer onder de zeggenschap van Moskou viel. De activiteiten van deze Iraanse delegaties en het gebrek aan veiligheidsvoorzieningen rond de nucleaire installaties in de vroegere Soyj et-Unie waren voor de Verenigde Staten aanleiding om, eind 1994, zeshonderd kilo materiaal voor de produktie van kernwapens uit een kerncentrale in Kazachstan naar de Verenigde Staten over te brengen, hoewel deze installatie voordien nooit in verband was gebracht met de produktie van kernwapens. Verder kocht Iran nucleaire apparatuur met zowel een vreedzame als een militaire toepassing bij bedrijven in België,' Duitsland en Italië. Deze apparatuur is geschikt voor de verrijking van uranium voor militaire programma's. Deze aankopen hebben het wantrouwen over Irans nucleaire plannen nog verder aangewakkerd. ---