De revolutie gaat aan Indonesië voorbij SOEHARTO MEESTER VAN DE CHAOS In het nieuwe boek klinkt een bijzonder pessimisme over heden en toekomst van Indonesië. Zijn er helemaal geen lichtpunten? Utrecht: Er zou een wonder moeten gebeuren. Stel je voor, dat Soeharto tijdens dit bezoek luistert naar de kritiek en zegt, ik laat de onschuldige mensen los, ik neem het risico dat het 'n beetje links wordt *i ik ga democratiseren waardoor de Produktieve krachten weer vrijgemaakt worden voor het produktie - Proces, ik stuur het leger naar de *azernes terug en schakel alle corrupte elementen uit . . . Als je hem daartoe kunt krijgen heb ik wel «oop. Dat alternatief heb ik. Maar Kloof jij er zelf in dat dat gebeurt? Met Soeharto's komst voor de deur fee/t het debat op over de vraag of "e PKI (Indonesische communisti*che partij) al dan niet betrokken is Veweest bij de voorbereiding en uitwerking van de coup van kolonel Qentoeng, lid van de PKI en leider "on, de actie. Ligt de waarheid in het bidden? Utrecht: Het initiatief Ing bij de Militairen. De PKI was er niet zeker van dat de coup zou slagen. Ze rede"eerde als volgt: meedoen en de coup Mislukt betekent totale vernietiging van de PKI. Niet meedoen en de coup lukt betekent een slechte beurt voor de PKI. Bovendien zou de PKI dan niet op rozen zitten want volgens de communisten kun je een leger nooit als bondgenoot beschouwen. De PKI besloot toen maar niet mee te doen en wèl het partijkader in gereedheid te brengen voor het geval de coup zou lukken, tevens de plannenmakers (Oentoeng es) morele steun te geven, want als het zou lukken kon men altijd achteraf zeggen dat de PKI die steun had gegeven. Bij de inbeslagneming van Nederlandse bedrijven in november 1957 ging het initiatief onder meer uit van de PKI. De PKI was daarmee het leger een slag voor. Utrecht: Ja, logisch, dat was een inbeslagneming van links. Het leger was er niet op voorbereid en ook Soekarno niet. Soekarno probeerde Nederland met dreigementen te intimideren in de hoop dat Nederland door de knieën zou gaan. Het was pure speculatie en Soekarno overzag de gevolgen niet, was niet voorbereid op de werkelijkheid van een overname der bedrijven. Soekarno verbood in augustus 1960 de Masjoemi (islamitische partij) en de PSI (socialististen van Sjahrir). Na de coup verbood Soe- harto de PKI. Wat is principieel liet verschil? Utrecht: Er is geen verschil. Beide verboden zijn ondemocratisch. Toen ik indertijd lid was van de Dewan Pertimbangan Agoeng (Hoge Adviesraad van Soekarno) heb ik Soekarno zelf gezegd dat ik niet akkoord ging met de ontbinding van Masjoemi en PSI. Ook vele andere politici waren het er niet mee eens. Zij vreesden een precedent want zij redeneerden: wat vandaag de Masjoemi en PSI overkomt kan ons later ook overkomen. En inderdaad is het de PKI overkomen, zij het niet onder Soekarno! De invoering van de landhervorming in 1962 wordt „Soekarno's enige werkelijke socialistische maatregel genoemd". Ook wordt vastgesteld dat de door Soekarno geleide regering verder „heel weinig aan socialistische wetgeving heeft gedaan." Wat is dan het verschil met het huidige regime? Utrecht: Veel verschil is er niet. Maar wat ik het huidige regime wèl kwalijk neem, is, dat het dat kleine beetje wat er tijdens Soekarno wèl was teniet heeft gedaan en dat het bovendien de machtspositie van de buitenlandse ondernemer versterkt heeft ten nadele va_n de bevolking. Stel dat Soeharto het oude plan van landhervorming nu consequent zou doorvoeren. Wat zou dan de reactie zijn als je nagaat, hoe heftig de reacties al waren óp het moment dat de PKI op een. hoogtepunt van macht en aanzien stond? Utrecht: De reacties zouden nu nog veel feller zijn. Vooral ook van militaire zijde, want er is veel land, dat destijds aan de communistische boeren was toegewezen, nu in handen gevallen van de militairen. Zou Soeharto zon reactie kunnen overleven? Utrecht: Volgens mij niet, We zouden dan een nog rechtser dictatuur voor Soeharto in de plaats krijgen? Utrecht: Ja, zeker. Zou het dan niet verstandiger zijn dat het huidige bewind het oude landverdelingsplan langs evolutionaire weg verwezenlijkt? Er zijn thans al suggesties daartoe aan het adres van Soeharto. Utrecht: Ja, maar dan moet toch vooraf een structuurverandering moeten worden doorgevoerd en daar is Soeharto nog niet aan begonnen. Hoe kunnen enerzijds de communistische mantelorganisaties Gerwani (vrouwenbeweging) en Pemoeda Rakjat (Jeugdbeweging) aan de voorbereiding en daadwerkelijke medewerking aan de coup schuldig zijn en anderzijds de partij zelf zich achteraf ervan distantiëren en de coup een „interne aangelegenheid van het leger" noemen, als blijkt dat de coup mislukt is. Is dat niet al te doorzichtig voor een partij met zulk een partijdiscipline en straffe organisatie? Utrecht: De coup onder leiding van de legerman Oentoeng werd gesteund door individuele leden van de PKI. zoals Sjam, Pono, Tjoegito. De Djakartase afdelingen van de Gerwani en Pemoeda Rakjat wilden meedoen en hebben ook meegedaan. De topleiders van de PKI verklaarden later, dat genoemde organisaties op eigen verantwoordelijkheid handelden. De PKI-leiders beriepen zich daarbij op de organisatiestructuur, waarbij de PKI slechts één mantelorganisatie kende, de Pemoeda Rakjat. De andere (communistische) organisaties zoals de Gerwani, de SOBSI (arbeiders), BTI (boeren) waren zelfstandige organisaties die slechts geaffilieerd waren met de PKI. Met andere woorden, deze organisaties konden zelfstandig optreden zonder dat de PKI hier per se bij betrokken was. Is de verklaring van de PKI acceptabel? Utrecht: Ik heb niet kunnen nagaan of die scheiding werkelijk zo is, want vóór de coup was hierover heel weinig bekend buiten de PKI. Voor iedere buitenstaander waren BTI, Gerwani, SOBSI en Pemoeda Rakjat en de communistische partij één pot nat. De indruk wordt hier gewekt dat de communisten zonder meer en masse werden vermoord. Dat ze en masse werden vermoord lijdt geen twijfel maar het „zonder meer" is nog een vraag. U schrijft dat de communisten in verschillende delen van Midden- en Oost-Java en Bali het initiatief namen tot moorden op tegenstanders, nog in dezelfde maand oktober. Daarna kwam Sarwo Edhie met zijn commandotroepen met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Ik vraag me af, of de massamoorden die omvang en die afschuwelijke details zouden hebben gekregen als de communisten niet tot de aanval warren overgegaan en zich „gedekt" hadden gehouden. Utrecht: Volgens mij zou het inderdaad minder ernstig zijn geweest, zouden de acties wat meer geremd zijn geweest. President Soeharto heeft ter gelegenheid van de onafhankelijkheidsdag onlangs, op 16 augustus, optimistische verklaringen over de economie afgelegd. Was deze verklaring correct? Utrecht: Hij spreekt niet de waarheid. Om slechts één voorbeeld te noemen: hij zegt dat de opbrengst van de gepelde rijstoogst voor 1969--1970. 10,8 miljoen ton is. M.i mei — twee maanden daarvoor — zegt minister van landbouw professor Tojib, dat de oogst 10,5 miljoen ton is. En het goed geïnformeerde Bulletin of Indonesian Economie Studies (juli-uitgave van de Australian National University) noemt een getal van 10,2 miljoen ton. Volgens mij ligt dat dichter bij de waarheid omdat enkele Indonesische kranten in april schreven, dat verhoging van de rrjstproduktie niet is gelukt en dat nog geen tien miljoen ton was geoogst. Het streefcijfer in het eerste plan-jaar was elf miljoen ton! Uit het boek krijgt men de indruk dat het verzet tegen Soekarno pas na de coup is ontstaan. Maar in het voorjaar van 1964 constateerde ik persoonlijk op reis door Indonesië een groeiend en uitgesproken verzet tegen Soekarno. Vooral bij de jeugd. Men zag slechts verbetering als Soekarno er niet meer zou zijn en men sprak toen ook al van een op handen zijnde rode staatsgreep. Utrecht: Ja, er was al eerder verzet tegen Soekarno. Eigenlijk al vanaf het bestaan van de republiek, maar het verzet kreeg pas werkelijke consequenties na de coup omdat toen het leger zich tegen hem verzette. Dat was bovendien nooit gebeurd. U beschrijft hoe na de coup allerlei organisaties de straat opgaan om tegen Soekarno en de communisten te ageren, daarbij gesteund met geld en faciliteiten dóór belangengroepen achter de schermen. Maar is dit niet precies hetzelfde systeem, dat de PKI met veel succes hanteerde vanaf de vijftiger jaren. Ik heb persoonlijk meegemaakt hoe ze zomaar vervoermiddelen requireerden, arbeiders en publiek dwongen te gaan demonstreren en fondsen verstrekten voor martiële omlijsting van de zogenaamde „spontane" demonstraties. Kunnen we hier spreken van een goede communistische leerschool waarbij het systeem van massa-hetze is overgenomen door de tegenstanders? Utrecht: Ja. Het zijn dezelfde methodes. Op pagina 91 staat: „Het is reeds duidelijk gebleken, dat de nieuwe orde het probleem van de armoede niet heeft kunnen oplossen, wqardoor zelfs in de hoogste kringen mensen zeggen dat het in Soekarno's tijd ..nog zo gek niet was." Nu is Soekarno zon vijftien jaar bezig geweekt met die armoede, waarbij hij beschikte over draaiende bedrijven en èen vrij redelijk lopende infrastructuur in. de vijftiger jaren, ja zelfs eea begrotingsoverschot tijdens de „Koreabom." Soeharto werd erfgenaam von een onvoorstelbare economische chaos en is pas vijf jaar bezig. Aldus de voorstanders van de nieuwe orde. Wat is het commentaar? Utrecht: Ik vind Soeharto verstandiger dan Soekarno, omdat hij de nadruk legt op de economie. Maar waar ik bezwaar tegen heb is dat hij dit wil doen met buitenlandse hulp en investeringen, waardoor de positie van de buitenlandse ondernemer onevenredig versterkt wordt ten opzichte van die van de nationale ondernemer. De buitenlandse ondernemer blijft bovendien een samenwerking met militairen altijd als iets onzekers aanvoelen, met het gevolg dat hij niet geneigd is veel risico's te nemen en daardoor de huidige excessen zoals de grondstof fenroof, in de hand worden gewerkt. Mijns inziens lijkt mij de enige mogelijke opbouw dje volgens het model van de Chinese communes of de Israëlische kiboetsim. Is de rigoureuze actie van het leger tegen PKI en nu de druk tegen krachtige religieuze eisen, uitsluitend te verklaren vanuit het streven van het leger om eigen machtspositie te handhaven? Of spelen ook ideële factoren een rol, zoals handhaving van de eenheidsstaat, de Pantjasila-filosofie, neutrale buitenlandse politiek, een rol? Met andere woorden, kan men het leger niet rien als representant en handhaver van het „grote midden", dat tuars is van zowel links als rechts extremisme? Utrecht: Ja, jazeker. Het leger is een belangengroep, dus is op de eerste plaats uit op bescherming van het eigen belang. Maar kwesties zoals islam-staat of geen islam-staat, handhaving van de Pantjasila, zijn zeker motieven die mede bepalend zijn. En nu er in de buitengewesten sterke federalistische tendensen zijn opgekomen, vervult het leger een belangrijke bindende rol. Overigens is het economische belang van de buitengewesten in al die jaren ook door Soekarno grovelijk verwaarloosd, zodat ik momenteel geneigd ben het federalisme toch een kans te geven. Een gesprek tussen Soeharto en Manoesama op basis van federalisme — maar niet op basis van separatisme — lijkt mij toch wel nuttig. Terugkomend op de functie van het leger als middengroep, is dat ook de reden geweest voor Soekarno om het leger in het zadel te helpen en het die enorme macht te geven? Utrecht: Neen. Soekarno zag het leger niet als de middengroep maor puur als instrument ter verwezenlijking van zijn NASAKOM-principe (de combinatie van nationalisten, religieuse groepen en communisten). Maar de generaals liepen hem uit de hand. De Indonesiërs hebben daar een spreekwoord voor „Sendjata makan tuan" — het wapen verdelgt de meester. Ook nu wordt veelvuldig over gewapende revolutie tegen het regime Soeharto gesproken. Is volgens joü revolutie onafwendbaar, zo ja, wanneer en wat voor revolutie? Utrecht: Het volk zal nimmer tot een massale opstand kunnen komen. Een gewapende revolutie zal dus moeten komen van de verwaarloosde en verarmende lagere rangen in het leger. Het politieke bureau van het centraal comité van de PKI heeft ergens vanuit Java op 17 augustus 1966 de bekende verklaring uitgegeven: „Zelfkritiek van de PKI". Ik lees hier in onder meer: „De bevrijding van het Indonesische volk van imperialistische en feodale uitbuiting en onderdrukking kan alleen door een nieuwe revolutie, die in ieder geval komen zal, bereikt worden." De voornaamste taak van die revolutie zal zijn, „het opruimen van de macht van de binnenlandse contrarevolutie, vertegenwoordigd door de militaire dictatuur van de rechtse generaals Soeharto en Nasoetion en hun handlangers, door gewapende strijd." Die strijd zal alleen succes hebben „als de boeren naar de wapenen grijpen" om de agrarische revolutie door te voeren. Alle tegenstand zal „met geweld gebroken" worden. Utrecht: Zon revolutie is in Indonesië niet mogelijk. Nogmaals, het volk moet wachten op de lagere rangen in het leger. En als we aannemen dat die gewapende revolte lukt, dan krijgen we voorlopig toch weer een militair bewind, dat waarschijnlijk wat zal democratiseren. Of het zal niet gaan democratiseren en dan volgt weer een toestand die een basis schept voor een volgende socialistische staat — niet zoals die laten we hopen —- uiteindelijk toch nog Indonesië naar een werkelijke socialistische staat — niet zoals jouw aanhaling uit de PKI-verklaring — voeren. Tenslotte nog dit: de vreemde hulp blijft uiteraard de voor de militairen gunstige situatie verlengen. Buitenlandse kapitalistische hulp vertraagt de revolutie en vertraagt impliciet daarmee de bevrijding van het volk. resident Soeharto Professor Utrecht --- Professor Utrecht over de toekomst van Indonesië „Indonesië's nieuwe orde" is de titel van een nieuw boek over de ontwikkelingen in Indonesië, waarin nog eens duidelijk de gebeurtenissen op een rij worden gezet voor en na de staatsgreep van september 1965. De auteur, Ernst Utrecht, staat er borg voor dal het geen droge opsomming is geworden van feiten maar meer nog een politicologische studie, die een groot inzicht biedt in de machtsverhoudingen en een gedetailleerde kennis van dit land en zijn politieke figuren tonen. Prof. Utrecht die In Leiden studeerde en hoogleraar (internationaal recht) in Indonesië was, heeft als Indonesiër de ontwikkelingen achter de politieke schermen van zeer dichtbij kunnen meemaken als lid van het voorlopige Volkscongres en van de Hoge Adviesraad. Hij heeft door persoonlijke contacten als hoogleraar ook kennis kunnen nemen van hetgeen de jonge generatie in Indonesië beroert. Professor Utrecht kwam vorig jaar via Australië naar Nederland en is hier eigenlijk gestrand nadat gebleken was, dat zijn kritische publicaties over de toestand in Indonesië de wrevel van Djakarta hebben gewekt en dat daarom zijn paspoort werd ingehouden. Een groot deel van het boek van professor Utrecht richt de schijnwerpers ook op de economische toestand, waarvan zo veel afhangt voor de toekomst van Indonesië. Het is geen rooskleurig beeld geworden, in scherpe tegenstelling tot de voorstelling van zaken die door officiële instanties met economische belangen in Indonesië wordt gegeven. Een soms wat hinderlijke schoonheidsfout is dat het overlijden van ex-president Soekarno niet meer kon worden verwerkt in hef boek, dat daardoor overigens niets aan actualiteit inboet. Professor Utrecht wordt hier over de in zijn boek verwerkte opvattingen een aantal vragen gesteld door de redacteur buitenland H. C. Beynon die voor de Volkskrant in 1964, in 1967 en voor een kort bezoek nog dit jaar in Indonesië is geweest „Indonesië's nieuwe orde" wordt uitgegeven door de Kritiese Biblioteek Van Gennep, Nes 128 te Amsterdam. Prijs f 9,90. --- Hel dilemma van Israëls weifelende duiven (2) P*'ah, een nieuwe linkse groep, ju . niet deel aan de adverteni 'Oorlog. Zij is betrokken bij duchtige betogingen en regelig terugkerende botsingen t de politie. De leden van de °eP hebben de terminologie en ele taktieken van nieuw links Amerika overgenomen. We- J zijn opdringerige acties J*t men Si'ah van anti-Israël beschuldigd en genesteld met de Matzpen, de pro-Fatha en anti-zionis- groep. Toch is de opvatting Si'ah zionistisch. De groep is aHeen niet eens met het regefebeleid. &i'_u k.*11 heeft geen normaal georgamt~* aanhang. Ongeveer 500 mensen |. 'ftee aan zijn activiteiten en een L,al anderen worden als supporters Ze komen uit drie secto- L^an het politieke leven. Het zijn *. . van de linkse (Mapam) Kib\ "h, die teleurgesteld zijn omdat in de coalitie-regering zit, die het van de partij- niet nemen dat zij braaf in de fc aöskooi is teruggekeerd en arties- zich hij nieuw links hebben ■j^oten. (t toonaangevende leden zijn twee van de universiteit van p, iv- Ran Cohen, 31 jaar (econo- K, üd van de kibboets ,Gan " en reserve-officier in het hl. van parachutisten en Yossi k ,' 33 jaar (orientalistiek) lid Kj6 kibboets „Gevoelot". Ran Cofii eBt over de Si'ah: „We beschouteoriszelf als zionisten en radicalen. °Pvattingen zijn op zelfbeschikking voor Arabieren en Joden binnen Palestina gebaseerd. We beschouwen de zesdaagse oorlog als een gerechtvaardige defensieve oorlog, maar we zijn (juist vanwege dit defensieve) tegen elke annexatie en de vestiging van joodse nederzettingen in bezette gebieden. We geloven in de mogelijkheid van een vreedzame regeling, die de Palestijnen hun natuurlijke recht van zelfbeschikking zal verzekeren. Wij voelen ons eveneens verbonden met radicaal links, niet in de Russische ontaarding maar in zijn ware betekenis. Toch verschillen we met nieuw links in het westen. Ten eerste moeten zij niet zoals wij een nationaal bestaan zeker stellen. Ten tweede zijn onze achtergrond en samenleving totaal verschillend van die van hen. Maar we hebben ook dingen gemeen: Een geloof in directe actie, een verwerping van het dogmatische links en een brandende behoefte de huidige werkelijkheid te veranderen." --- BELANGRIJKE ROL Si'ah heeft, hoewel het een kleine groep is. een belangrijke 'rol in de nieuwe stroming gespeeld. Het heeft in bepaald opzicht de radicale traditie in Israël gered. Met de traditionele linkse pantijen in de regering en de geaccepteerde en gerespecteerde (joodse) communistische partij blijft Si'ah de drager van het Israëlische radicalisme. Door de aanvaarding van de principiële zionistische dogma's heeft Si'ah aangetoond dat de ideeën van nieuw links niet noodzakelijkerwijze leiden tot een verwerping van Israël als joodse staat. Het feit dat bijna alle leden van Si'ah uit de jongere generatie worden gerecruteerd en dat zijn leiders hun deel in de verdediging van het land inbrengen heeft haar invloed beduidend gemaakt. In tegenstelling tot de Matzpen heeft Si'ah het klaar gespeeld heftig tegen het parlement te ageren zonder zichzelf met de Arabische zaak te vereenzelvigen. Integendeel Si'ah kritiseert Arabisch links omdat dit het recht van zelfbeschikking aan het joodse volk ontzegt. Dat de nieuwe tegenstroming zich toch zo sterk kan laten gelden komt omdat zij af en toe appeleert aan een breder deel van de openbare mening. Dit grotere deel omvat mensen van de meeste politieke partijen. Ze zijn niet door een duidelijk afgebakende ideologie verenigd maar op elkaar afge- ———— door m-m-m^-m-A-. Ammon Rubinstein hoofd van de faculteit der rechten van de Universiteit van Tel Aviv stemd door een bijna instinctmatige verwerping van nationalistische mythen en drang naar annexatie- Zij houden het ervoor dat de één of andere compromis-oplossing gevonden moet worden om een einde te maken aan het tragische conflict tussen Palestijnen en joden. De wrede commando-aanvallen op burgers en de venijnige anti-joodse propaganda van de Arabische radio-stations en de pers stellen dagelijks echter deze instelling op de proef. --- „EIN BREIRA” Toch houdt men er aan vast. Haar motto is :„Als de Arabieren bereid zijn echt vrede te sluiten dan zijn wij bereid veel op te geven." Het is dit verschijnsel en niet het lawaai van kleine radicale groepen, dat bepalend is voor de kracht van de vredesbeweging in Israël. De grote meerderheid van de Israëli's is bereid gebieden op te geven, diplomatieke rompslomp te laten voor wat die is en een stap terug doen om een einde aan de oorlog te maken. Tegelijkertijd zijn ze bereid om te vechten met de moed en dapperheid, die men van hen kent op voorwaarde dat er geen „ein breira" is, dat er geen „alternatief" is en dat oorlog en dood hun worden opgedrongen. Mevrouw Meir en haar nieuwe regering zijn van het nieuwe protest onder de indruk gekomen, niet\ omdat het krachtig is maar omdat het de massieve rots van „ein breira" waarop het nationale gevoel van eenheid werd gebouwd, blijkt te ondermijnen. Mevrouw Meir heeft aangevoeld dat in dit geval het gevoel van onbehagen bij de jongeren en de vraagtekens in de pers krachtig moesten worden ontzenuwd en een onmiddellijk antwoord vereisten. Het is geen geheim dat mevrouw Meir en enkele van haar collega's vooral door de luide protesten tegen de halsstarrigheid van de regering zijn geschokt. Deze gevoeligheid voor onderstromingen in de publieke opinie behoort niet tot de aard van de Israëlische politiek. Integendeel. Vanwege het evenredige kiesstelsel waarbij leden voor het Knesset worden aangewezen door partijcommissies, is er een tendens om minderheidsgroepen te negeren. Deze nieuwe reactie op de publieke stemming leidt echter niet tot een nieuw politiek klimaat. Zij bewijst wel de belangrijkheid van de kwestie waar het om gaat. Inzake de kwestie van „ein bneira", van „geen keuze" is een maar kleine minderheid van neezeggers erin geslaagd de bestaande politieke orde te schokken. --- GEMATIGDEN Hoe sterk zijn de gematigden? In een publieke opinie-peiling die in mei werd gehouden betitelde 22 percent van de Israëli's zich als „duif" en 31 percent als „havik". Opmerkelijk is, dat 32 percent verklaarde, nog geen keuze te hebben gemaakt en dat 15 percent een „weet niet" antwoord gaf. Deze peiling verklaart het dilemma waarvoor de liberale gematigde Israëli zich geplaatst ziet. De meeste Israëli's zouden bijna al de bezette gebieden willen ruilen voor vreedzame betrekkingen met naburige landen. Maar niemand biedt Israël zon vrede aan. Zelfs de vriendelijke bemiddelaars spreken niet over een dergelijke vrede die Israël zou toestaan zijn bewapening te verminderen en in veiligheid te leven. Niemand biedt het soort vrede aan waar de Israëli's naar streven; een „Beneluxvrede", zoals minister van buitenlandse zaken Abba Eban die noemt: diplomatieke betrekkingen en handelsovereenkomsten met buurlanden en bovenal grenzen zonder douane. In de utopische voorstelling van een vreedzaam Nabije Oosten waar de Israëli's naar haken zien zij zich als toeristen in Caïro en Beiroet. Deze voorstelling, die nog in populaire liedjes wordt gehoord, is heden ten dage verder van de werkelijkheid dan ooit tevoren. Alle Amerikaanse vredesplannen sinds de zesdaagse oorlog sluiten diplomatieke betrekkingen uit en verzekeren geen open grenzen tussen Israël en de omliggende landen. De „contractuele vrede" waar minister Rokers' formule in voorziet probeert van de Arabieren nauwelijks meer dan een erkenning van Israël en zijn grenzen te verkrijgen. Onder de huidige omstandigheden zou een ontruiming door Israël van de westelijke Jordaanoever een herstel betekenen van de benauwde grenzen van voor juni 1967 en de guerrillastrijders zouden van de Jordaanvallei tot aan de buitenwijken van Tel Aviv worden vooruitgeschoven. Het is deze realiteit, die verklaart waarom zoveel Israëli's niet weten of zij zich „duiven" of „haviken" moeten noemen. Niet omdat ze besluiteloos zijn, maar meer omdat ze niet over feiten beschikken, die hen in staat stellen een besluit te vormen. Het wordt algemeen aangenomen dat deze zwijgende meerderheid — zwijgend niet uit apathie maar door de verbijsterende werkelijkheid — grotendeels bestaat uit „weifelende duiven", die bijna alles zouden willen geven in ruil voor hetgeen dat op het ogenblik onbereikbaar schijnt, (wordt vervolgd) Copyright: DE VOLKSKRANT - NYT Eerste aflevering zaterdag 22 augustus, Mevrouw Meir ---