Kroncong, je moet erin geboren zijn KRONCONG is zowel de naam van de kleine vijfsnarige gitaar (ukelele), van het ensemble waarin dat instrument centraal staat als van de uit Indonesië afkomstige muziek die dit ensemble maakt. Kroncong is een onomatopee van jet geluid van de ukelele. De Indische Nederlanders associëren kroncong — of volgens de oude spelling krontjong — met tempoe doeloe. Vaak wordt het Portugese begrip saudade gebruikt om het gevoel dat kroncong oproept te beschrijven. De beste omschrijving van saudade is: heimwee naar datgene dat men nooit heeft gehad en evenmin ooit zal krijgen. De kroncong-muziek is ontstaan op het Indonesische eiland Tugu bij de havenplaats Tandung Priok. De muziek is, wordt aangenomen, een fusie van gamelan met de Portugese fado. Maar ook de Afrikaanse en Indiase slaven hebben de kroncong beïnvloed. De opkomst van de radio droeg bij aan de popularisering van kroncong op de archipel. Aanvankelijk beschouwden de blanken de muziek als minderwaardig, want zij was van de inlanders. De instrumenten zoals viool, bas en cello waren gekozen om daarmee de gamelan-sfeer na te bootsen. De medewerkers van de Surinaamse Radio Bangsa Jawa (het Javaanse volk) op de lokale Amsterdamse kabel, vinden dat kroncong ondanks zijn hoge leeftijd nog altijd springlevend is en organiseren daarom vandaag, voor het eerst, een festival in het Amsterdamse VOC-theater. Het Kroncong Orkest Amsterdam, het huis-ensemble van Radio Bangsa Jawa, zal de twaalf deelnemende vocalisten uit Nederland en Indonesië begeleiden tijdens het eerste Kroncong Song Festival. Vincent Karijowidjojo vertelt waarom gekozen is voor Orkest Amsterdam en niet gewoon voor Bangsa Jawa: „Met het oog op 1992 wil Radio Bangsa Jawa nu al beginnen met de promotie van Amsterdam. Daarom hebben wij het orkest niet naar de radio vernoemd. Amsterdam heeft meer te bieden dan velen denken, bijvoorbeeld Radio Bangsa Jawa en het Kroncong Orkest Amsterdam." De Indische Nederlanders introduceerden de kroncong in Nederland. Na een kortstondige populariteit dook de muziek onder bij de Indische feesten en de Pasar Malams. Slechts incidenteel is ze op de Nederlandse radio te horen. En volgens de Bangsa Jawamedewerkers meestal in een zodanige vorm dat zij zich afvragen of dat wel kroncong is. De muziek raakte, vinden zij, te veel aangepast aan de Nederlandse smaak. In tegenstelling tot de Indo-rock die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de Nederlandse popmuziek, is er van de kroncong weinig effect uitgegaan, vindt Karijowidjojo. De muziek van Jack Jersey beschouwt hij als aangepaste kroncong. Karijowidjojo: „In een gesprek zei Jack Jersey dat hij de muziek aanpaste om haar te verkopen. Als je platen maakt, wil je die immers ook verkopen. Dat zijn eenmaal concessies die je als artiest doet. Het is als met de nasi goreng. Die komt uit Indonesië. De rijst wordt in Nederland een bal. Kroncong leeft en leeft hier niet. Toen wij met de Radio Bangsa Jawa begonnen, vonden wij — maar dat doen wij nog steeds — dat behalve de pop-jawa en de gamelan, de kroncong in Nederland een ondergewaardeerde positie heeft. Het was hoog tijd op de radio eindelijk ook aandacht aan kroncong te besteden." Het kroncong-festival en de extra aandacht die de radio aan de muziek geeft, kan de stijl doen uitwaaieren naar Hilversum, menen de Bangsa Jawa-medewerkers. De organisatoren van het festival zijn verheugd dat niet alleen Surinamers het festival een warm hart toedragen. Vanuit de Indische gemeenschap zijn positieve reacties ontvangen. Het festival doet Indische mensen aan tempoe doeloe denken, meent Karijowidjojo. De titels van veel populaire liederen weerspiegelen dat gevoel: Schoon ver van jou of Lief Ambon. Voor anderen is het een manier om aan de Nederlandse samenleving te laten zien wat er gebeurt. „Onbedoeld krijgt ons festival de functie van tegemoetkomen aan nostalgische gevoelens", stelt Suwarto Moestadja, coördinator van Bangsa Jawa. „De zanger Guus Becker, bijvoorbeeld, is heel tevreden. De ouderen weten dat Becker met zijn orkest Lief Java een hit had met het liedje Stambul dua saudara." Guus Becker (1918), bekend als begeleider van Wieteke van Dort, zingt vandaag buiten mededinging twee liederen. Becker, die in 1951 uit „Nederlands-Indië" kwam, wordt beschouwd KNOOPPUNT als de enige echte kroncong-zanger in Europa. „Kroncong-muzikanten in Nederlands-Indië werden vroeger met de nek aangekeken; we waren paria's. Kroncong-muziek kun je alleen vertolken als je erin geboren bent. Ik heb er een klein beetje verstand van." De oude muziek klinkt eenvoudig, maar is moeilijk te spelen. Voor Becker is melancholie het belangrijkste deel van de kroncong-muziek. „Met de stem moet je iets brengen om het hart van de mensen te veroveren." De oude zanger van de orkesten Nachtsirenen en Lief Java heeft zo zijn bedenkingen tegen de hedendaagse groepen. „De orkesten hebben wel een traditionele bezetting (viool, fluit, twee gitaren, twee kroncong-ukeleles, cello, contrabas en rebana), maar de teksten lijken nergens op. Het zijn hele verhalen geworden in plaats van vierregelige pantuns over de liefde. De liedjes zijn tegenwoordig te lang, waardoor de mensen slaap krijgen." Hendrik Mento is tijdens het festival belast met de muzikale organisatie. Hij begeleidt de deelnemers en moet erop toezien dat de kroncong wordt uitgevoerd zoals in haar beste dagen. Mento: ,Je hebt nu verschillende varianten zoals: kroncong-as/i (oude), kroncong-Zanggam en popkroncong met slagwerk, synthesizers en computers. Maar de hawaï-gitaar hoort, wat ons betreft, niet in kroncong." Bij de vooral onder Molukkers populaire George de Fretes en Rudy Wairata overlapten hawaï-gitaar en kroncong elkaar. De instrumentatie van de kroncong is al langer in beweging. Tijdens de Indonesische vrijheidsoorlog en de periode erna werd de muziek niet meer alleen op de bekende instrumenten gespeeld. Het slagwerk en de saxofoon deden hun intrede in de muziek. Mento: „Wij willen op het festival de verschillende stadia die de kroncong heeft doorlopen, laten horen." In Indonesië is de kroncong altijd populair gebleven. Het was de Indonesische muziek bij uitstek, volgens het Bangsa Jawa-trio. Tijdens de vrijheidsstrijd was de kroncong de muziek voor protestliederen. Liederen van zangers uit die tijd als Gesang en Marzuki worden nog altijd beluisterd. Met de komst van de cassette-industrie wordt er geanticipeerd op de smaak van het publiek. De Bangsa Jawa-leden geloven niet dat populariteit van de kroncong ooit is bedreigd. Ook de popmuziek vormde geen bedreiging voor de kroncong. Soekarno had de westerse muziek verboden in het kader van het nationalisme. Met de komst van Suharto werd de pop pas toegelaten. De kroncong veranderde geleidelijk van karakter. De zangercomponist Marzuki was niet langer de ster. Karijowidjojo: „Mus Mulyadi en Hetty Koes Endhang werden de nieuwe idolen. Zij pasten de kroncong aan aan de smaak van het jonge publiek. Hun muziek zit in het schemergebied van pop-jawa en kroncong. Deze mvziek wordt nu computer-kroncong genoemd. Nederlandse jongeren luisteren ook niet meer naar Johnny Jordaan maar naar Gerard Joling. Moderne meisjes willen niet met oude kroncong-liederen worden verleid." In Nederland zijn er meer Molukkers en Indische Nederlanders dan Surinaamse Javanen. Het festival wordt echter door Javanen georganiseerd, hoewel ook Molukkers en creolen meedoen. Moestadja vindt het logisch dat zijn groep het doet. „Wij zijn Radio Bangsa Jawa, een Javaanse zender met dagelijks programma's in het Indonesisch. Onze omroep draagt bij tot het vergroten van de populariteit van de muziek uit Indonesië. Wij hebben zelfs een kroncong-hitparade. Wat wij willen is de eigentijdse kroncong de plaats geven, die zij verdient." Een van de componisten van eigentijdse kroncong-liedjes is de musicusmusicoloog Herman Dijo. Dijo heeft twee liedjes geschreven voor het festival, waaronder een in het Surinaams. „Het is niet alledaags: Surinaamse kroncong. Maar de melodie, het ritme en de opbouw volgen het vaste schema. Het lied bezingt de liefde voor het schone Suriname." De Surinaamse kroncong is net als de moderne Indonesische zwanger van melancholie. De deelnemers aan het festival zullen daarop worden beoordeeld. Een Surinaamse variant van kroncong is er, volgens de musicoloog Dijo, nooit geweest. Dijo: „Ik kan mij nog herinneren hoe de drums, elektrische gitaar en andere moderne instrumenten er bij kwamen. Maar kroncong en kaseko gaan niet samen. Wel kroncong en reggae." Dijo hoopt dat er in de jury personen zitten die Surinaams verstaan. „Ik wil dat mijn lied op zijn merites wordt beoordeeld. Ik ben Javaan, maar niet een uit Java. Ik ben Surinamer en geef de integratie van de kroncong in Suriname weer." Kroncong-orkest Amsterdam Foto Frans Schellekens --- MAN & SCHIER door Boudewijn Paans IK DOE HET kerkhof, met de kerkklok die me iedere ochtend zegt dat het pas tien over acht is. Ook een reden om het kerkhof midden in het dorp te bezoeken is om te zien waar ze het lijk van de boot hebben gelegd en hoe het lijk heet. Op een vers graf in de felle zon — daar moeten ze het vast hebben gelegd — ontbreekt nog de steen. Wanneer ik me niet zou laten verbranden, zou ik hier dolgraag willen liggen: heel dicht bij de mensen en heel dicht bij het hotel, dat vast en zeker ook op de opstandingsdag geopend is. Twee mevrouwen op de dodenakker doen net of die Grote Dag morgen al is: zie ze het aangegroeide groen eens va de zerken boenen. „Mij lukt het niet hoor", zegt de een tegen de ander en houdt boos een fles schoonmaakmiddel op zoals in de televisiereclame voor schoonmaakmiddelen. „Laat mij het nog eens proberen", zegt de andere vrouw fel of haar leven ervan afhangt. Raar gezicht, die dames in fleurige schorten tussen de doden. Als ze me zien, voel ik me betrapt. Ik verlaat de schoonmaaksters en vind het bij nader inzien toch niet zon prettig idee als ik straks iedere vrijdag boenende mevrouwen boven me heb. Schoon Schier is mooi, maar voor mij hoeft het niet tot in de dood. „Kom erbij", wenkt J. mij, als ik net op een rood plastic stoeltje heb plaatsgenomen — voor een man of dertig die in carré staan opgesteld bij een piano, waarachter de dirigent zijn accordeon aan het uitpakken is. Daar kan ik het goed zien, vind ik. In het zaaltje waar 's zondags een paar keer wordt gekerkt door de Vrijgemaakten, 's woensdags een spannende film wordt gedraaid en gisteren nog een spreker met dia's was te beluisteren, kijk ik naar de mannen. „Kom maar hier, als je daar zit worden ze zenuwachtig ... ", vindt J. Hij heeft een stoel voor me vrijgehouden bij de tenoren van het Shanty Koor op het eiland. De dirigent kijkt me even aan. Hij denkt toch niet dat ik ook maar één noot meezing? Ik ben de gast van J. Kom alleen maar luisteren, en dat mag bij hoge uitzondering, want het koor heeft liever geen pottekijkers bij zijn repetities. Dan is de verrassing van het repertoire af. „Attentie", doet de dirigent, „attentie, eerst maar even wat loszingen." Zon dertig man staan op en zingen: „Hoi, da liegt ein Schiff im Hafen." Het is Duits, hard en heel mooi uit de kelen van de mannen van het eiland; ze kennen de tekst van buiten, dat hebben ze vast meer gezongen. J. zingt mee of het een fluitje van een cent is. Hij lijkt nu nog het meest op Lanza, Mario Lanza, die had ook altijd veel knoopjes van zijn overhemd niet dicht. Het koor is gespecialiseerd in zeemansliederen, of beter: werk- en drankliederen. Zang verbroedert. Horeca-uitbaters staan vriendschappelijk naast elkaar, zo ook de plaatselijke kruideniers. De film Fanfare in een nieuwe versie. Daar gaat ie weer met dat schip in de haven, hoi! Dan is het uit met de pret, vindt de dirigent, want er moet een nieuw stuk gezongen: nummer 33 in de ringband. Het koor —eigenlijk vijftig man, maar twintig zijn afwezig, vakantie enzo — wacht op nadere instructies. Het is een bekend nummer, voorspelt de dirigent, die de melodie speelt op de piano. Sloop John B. klinkt. , „Het is een soortement calypso, " ren", zegt de leider in een mooi Gr nings accent. . Heel bekend, maar tja, de maat n vier tellen, en na de derde tel is er # rust, een zogenaamde afterbeaU ik nog wel uit mijn jazztijd. ,{ De keurig gepoetste schoenen van ° tenoren voor me op de eerste «j — „dat zijn echte kapiteins", fluist*V J. — trappen de maat moeizaam rt>* Steeds is er weer een hapering bij ® derde tel. ,Je moet ook dirigeren, Siets", roe™ een heel brutale bas door de zaal- De dirigent kijkt ongelukkig ° „Maar als ik dirigeer, kan ik niet sF len." De has heeft daar geen boodschap *&< de bas wil geleid worden en heel h koor staat achter hem. En daar gaan de handen van de difj gent en hij trekt steeds weer een ptiD lijk gezicht bij de vierde tel. Even doet hij me heel veel denken &» Van Oekel in zijn beste jaren. Weer stokt de repetitie. . „Die tel is de moeilijkheid hè, ko* van een zuidelijk eiland hè, en het e", eiland is het andere niet hè", verd"1 delijkt de dirigent. . „Dat ligt aan de tekst; als we er bv ". eerste regel van het derde couplet o tussen zingen, gaat het beter", W& iemand in mijn rij beter. Discussie: of met dubbel f of niet? Uiteindelijk gaat het woordje of in " tekst en het gaat zowaar beter. Na de pauze — „even wat zangwat6 halen", vindt iedereen— worde eerst enkele huishoudelijke zake doorgenomen: iedereen die zo m*3* wegblijft krijgt een brief. „Nog meer papier", zuchtJ., die secF taris van het koor is. „En dan nog eens wat", hoor ik & stem roepen, weer de brutale bas, staan er bij als een stelletje ouwe ken." De beer is los in Ons Gebouw. De zelfkritiek kan niet op. Het koor moet veel meer swingen' vindt het koor. En zo kan het niet langer: de concUi_ renten van de andere eilanden mak* er veel meer een show van. Joop van den Ende heeft het zelf ÏF zegd toen ze eens bij Hennie mochten optreden: het Shanthy Ko° heeft pit. „Dat vind ik ook", zegt de dinge»1' „dat heb ik ook altijd gezegd." De mannen spreken met elkaar af d* ze er werk van zullen maken. Het mooiste stuk is misschien wel da voor koperen scheepsbel en koor. Het glimmende attribuut gaat door d rijen: wie mag tikken? „Ik?", vindt mijn buurman ter linker zijde, „dat kan ik niet." „Niks an, joh", zegt de man voor fl)e' die kapitein is geweest, „na 'Ring tb bell' geef je een paar tikken." In de handen van de buurman wil be niet lukken. , ,Je lijkt wel de melkboer", zegt «« andere kapitein en neemt de bel ove» • Prachtig gaat het nu. Buiten slaat het voor de laatste kee> die dag twaalf uur. Het koor is in de zaal uitgezongen maar doet de sterke nummers uit be repertoire nog even over aan de bar- Weer wordt er gezongen over da schip dat in de haven ligt. En weer doen ze „Ring the bell"- Dan verlaat de voorzitter van he koor Gim Sec To Heigh dansend he pand. Terug naar het hotel. Ik probeer met mijn fietsbel de mo<>1 koperen bel van het koor te imiteren Dat klinkt voor geen meter in <• smalle straatjes van het eiland, waa* alleen bij Meneer Jan nog het lic»1 brandt. (slot) Foto Marcel M 0 ---