DE SMALLE MARGE Zal alles anders worden als de PvdA na de verkiezingen in de regering komt? Of gaat het roer om en wil het schip niet? Popelende politici en het wekken van hoge verwachtingen zijn geen garantie voor een grote na 6 september. Maar e hoofdrolspelers van nu lijken de realiteit begrepen te hebben. De PvdA en de les van het verleden, ofte wel: de grote gevolgen van Joop den Uyl. van Venetië en John Wanders 1 ****** S ER eigenlijk wel echte beleidsruimte? Is elk kabinet, hoe ook samengesteld, niet min of meer gedwongen in hoofdzaak hetzelfde te doen? Hebben de thuisblijvers dan toch niet meer gelijk dan de bedrijvers van het politieke handwerk hen willen geven? Het is mijn opvatting dat we in een situatie zijn beland waarin de uitkomst van de verkiezingen wel degelijk van grote invloed kan zijn op de ontwikkeling van ons maatschappelijk stelsel en op de bestaansmogelijkheden van grote groepen in onze samenleving. (. ■■) Binnen de smalle marge van democratische politiek hebben kleine koersverleggingen soms grote gevolgen. Ze kunnen beslissend zijn voor oorlog of vrede, voor een spiraal omhoog of omlaag, voor het verschil tussen hoop en wanhoop. Welnu dat is op dit ogenblik volop aan de orde." Qoop den Uyl, Smalle marges grote gevolgen, 1982) „Tijd voor een ander beleid", roept de Partij van de Arbeid gedurfd in het zicht van 6 september. De sociaal-democraten hebben het rijmpje verheven tot hun verkiezingsslogan. Maar is het voor een oppositiepartij niet altijd tijd voor een ander beleid? „Volgens de Eerste Hoofdwet van de Democratie zal het na de verkiezingen beter gaan in Nederland", schrijft PvdA-econoom Jan Pen deze week met veel realiteitszin in het economenblad ESB. De PvdA-leuze geeft — zoals wel vaker met leuzen het geval is — een wat versimpeld beeld van de werkelijkheid. De slagzin wekt verwachtingen. Hoge verwachtingen, waarvan het nog de vraag is of ze kunnen worden ingelost. De kiezer krijgt in vijf woorden de suggestie opgediend dat na zeven jaar CDA/VVD-beleid het roer omgaat. Maar hoe anders kan het beleid met de PvdA in de regering zijn? Het al wat stoffige beeld van de mammoettanker doemt op. ,Ja, het roer kan wel omgaan, maar het schip wil niet", lacht mr Jan Glastra van Loon. Hij was voor D 66 staatssecretaris van Justitie in het kabinet-Den Uyl (1973-1977) en spreekt uit ervaring. Met veel anderen had hij hoge verwachtingen van dat roomsrode kabinet. „Nu gaat het beginnen", dachten de nieuwbakken bewindslieden van PvdA, D 66 en PPR, popelend van ongeduld na zoveel jaren van oppositie. Ze hadden met zijn allen het gevoel dat het regenteske, het hooghartige karakter van de politiek in Den Haag, nu eindelijk eens zou moeten wijken. „De verwachtingen waren toen veel groter dan nu", zegt Glastra van Loon. ,Je snoof dat er iets aan het broeien was in de wereld." Het kabinet-Den Uyl legde een aantal ambitieuze hervormingsvoorstellen op tafel: het onderwijs moest toegankelijker worden; de ondernemingsraden moesten meer macht krijgen in de bedrijven; de winsten moesten verdeeld over de werknemers; de bedrijfsvestiging en -uitbreidingen vanuit Den Haag gestuurd. Glastra van Loon is inmiddels wijzer geworden. En pessimistischer. In het kabinet-Den Uyl ging het volgens hem uiteindelijk niet meer om de zo vurig gewenste verandering van het systeem: „Het was een voortdurend geknok om de posities. Het bleef veel bij cosmetische veranderingen. En waarom zou je ook verandering van het systeem nastreven als je eindelijk macht hebt." Mismoedig constateert de D66-senator dat het ook nu weer „een beetje droevig" is om te zien hoe hervormingsgezinde politici en hun achterban veel energie aanwenden voor de verkiezingscampagne. „We moeten niet gaan denken dat nu de grote klap gaat komen. Want er verandert inderdaad geen biet. Gegeven de smalle marges, is het mijn overtuiging dat politici bij voorkeur kwaaie dingen vermijden, in plaats van goeie dingen uitvoeren. Mijn belangrijkste les uit de periode van het kabinet-Den Uyl is dat je binnen dit parlementaire systeem geen wezenlijk ander beleid kunt voeren, tenzij het CDA daar rijp voor is." De toenmalige minister van Sociale Zaken en oud-ARP'er drs Jaap Boersma, is iets milder over de resultaten van het kabinet-Den Uyl. Hij onderstreept de invloed die de oliecrisis had op het beleid van de PvdA/CDA-coalitie. „De oliecrisis heeft een zeer zwaar stempel gedrukt op de hele gang van zaken. Desondanks is er toch wel wat veranderd. Het programma van de PvdA was natuurlijk erg overdadig. Dan is de werkelijkheid wat ontnuchterend." De PvdA had de drang na jaren van rechts beleid een inhaaloperatie uit te voeren. Boersma verhaalt hoe de toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk („een van de jonge honden in het kabinet") voortdurend met het partijprogram Keerpunt '72 („het rode boekje") zwaaide. „Nou, dat was na een jaar wel over. Je voedt elkaar op in zon kabinet." De oliecrisis zette een geweldige domper op het kabinet. De stijgende werkloosheid versterkte dat effect. „Dat heeft een grote invloed gehad op het meer filosofische debat in het kabinet", vertelt Boersma, die sinds januari 1989 lid is van de PvdA. Sommigen in het kabinet dachten dat de tegenvallers van tijdelijke aard waren. Dat de overheid het wel even zou bijsturen. De werkelijkheid bleek ontnuchterend. Boersma weet dat het risico van te hoge verwachtingen per definitie verbonden is aan hervormingsgezinde politiek. „En bedenk wel, acht jaar oppositie gaat je niet in de kouwe kleren zitten." Achteraf bezien is de belangrijkste doelstelling van toen „spreiding van macht, kennis en inkomen" slechts voor een klein deel gerealiseerd, constateert hij. DE PvdA, in de laatste 25 jaar slechts vijf jaar aan de bak, heeft niet de gelegenheid gekregen voldoende CDA'ers op sleutelposten in gemeenten en organisaties te vervangen door partijgenoten. Die minderheidspositie „in het land" maakt de marge van de democratische politiek nog smaller dan zij al is. De christen-democratie heeft van oudsher een sterke positie in het maatschappelijk middenveld. Dit geldt met name voor katholieken, die tot aan de naoorlogse periode niet echt aan de bak kwamen in de politiek. De toenmalige KVP had traditioneel een sterke positie in nijverheid en bankwezen. En het CDA profiteert daar nu nog van. De PvdA kent een volkomen andere cultuur die veel meer politiek gericht is. In de jaren zeventig werden de gevolgen daarvan zichtbaar. Boersma: „De PvdA was in die jaren erg eigengereid. De rest was een stel klungels die je nodig had voor de meerderheid. Dan ontstaat het risico van overvragen." Kok zegt nu de de macht van het CDA te willen breken. Maar ook indien de PvdA het CDA in aantal kamerzetels overtreft, is de overpowering van de christen-democratie nog lang niet van de baan. Een moloch trekt zich niets aan van een paar zeteltjes meer of minder. Er zit voor de PvdA dan ook niets anders op dan in deze campagneweken te handelen in illusies, meent Glastra van Loon. „De PvdA moet nu verwachtingen wekken over een ander beleid na de verkiezingen, anders hebben ze geen werfkracht. Maar na de verkiezingen komt de partij weer in de oude vicieuze cirkel terecht. De verwachtingen zijn gewekt, de mensen zijn opgewarmd en na de verkiezingen wacht hen de koude douche." Wanneer hem naar de oplossing voor dit dilemma wordt gevraagd, komt in Glastra van Loon de ware D66'er naar boven. Het politieke systeem laat een continu machtsoverwicht van een middenpartij toe. Nederland kent geen districtenstelsel zoals bijvoorbeeld Groot-Brittannië. Nederland kent geen gekozen ministerpresident. „Ons systeem kent geen ingebouwde pendel die leidt tot steeds wisselende kabinetten." De economische groei is nu een stuk lager dan in het begin van de jaren zeventig, waardoor de PvdA wordt verhinderd veel nieuwe leuke dingen voor de mensen te doen. De tegenstelling tussen Oost en West is aanzienlijk kleiner, waardoor op het punt van defensie ook de verschillen tussen CDA en PvdA zijn verkleind. Toch meent Boersma dat een slogan als „Tijd voor een ander beleid" is waar te maken. Al zal één kabinetsperiode met de PvdA in de regering daarvoor onvoldoende zijn. „Stel een kabinet met de PvdA erin beslist om de defensie-uitgaven jaarlijks met een kwart procent te verlagen. Als ze dat een paar jaar weten vol te houden, scheelt dat honderden miljoenen." De smalle marges en de grote gevolgen van Joop den Uyl. Den Uyls opvolger, Wim Kok, verkiest een redelijke opstelling. Profileren zonder polariseren. In zijn jaren als oppositieleider heeft hij CDA-premier Lubbers niet echt hard aangepakt. De tijd van de spijkerharde garanties is ook voorbij. Wim Kok belooft de uitkeringsgerechtigden niet dat de PvdA hun inkomensachterstand van 15 procent, opgelopen in de afgelopen zeven jaar, wel even zal goedmaken. Het door de PvdA van luchtfietserij beschuldigde Groen Links doet die belofte wel. De PvdA spreekt niet langer over reductie van de defensie-uitgaven met 5 procent. Groen Links daarentegen wil bijna 20 procent korten op defensie. Die gematigde opstelling van de PvdA kan zich uiteindelijk tegen haar leider Kok keren, meent Boersma: „Stel de PvdA verliest een paar zetels en Groen Links wint er een paar. Nou, dan kan ik je nu al voorspellen hoe de PvdA-achterban reageert. Tijdens de formatie zal het congres de harde lijn weer oppakken. Dan zullen ze zeggen: niks gematigdheid. We dreigen weer onder het juk van het CDA te komen. Dan krijgt Kok het om zijn oren." Boersma verwondert zich er over dat de PvdA in al haar redelijkheid het deels terugdraaien van de belastingvoorstellen-Oort zo hoog opspeelt. „Praat voor mijn part over 'latere correcties', of voeg er een vierde tarief aan toe. Maar ga je niet verzetten tegen iets dat al door beide kamers van de Staten-Generaal is aanvaard. Dit is een hele grote blunder. Ik weet, je moet als PvdA een paar items hebben, maar op dit punt zit de teleurstelling er al levensgroot ingebouwd." Lubbers zal volgens Boersma nooit akkoord gaan met het gedeeltelijk ongedaan maken van de belastingverlagingen per 1 januari. „Als Lubbers dat zou doen, zou hij geen knip voor de neus waard zijn." Acht hij het dan waarschijnlijk dat een CDA/PvdA-coalitie in de komende formatie op dit punt afketst? „Als het daar op breekt, is het ook maar beter dat die coalitie er niet komt." PvdA-econoom prof. drs Victor Halberstadt is het op dit punt in hoge mate oneens met Boersma. Ontspannen leunt de Leidse hoogleraar in de openbare financiën achterover in zijn kantelbare bureaustoel. De rugleuning van de stoel veert mee en brengt hem bijna in horizontale positie. „Draai het om. Ik vind het nogal moedig van de PvdA om kort voor de verkiezingen te laten zien dat de burgers met de PvdA in de regering meer belasting moeten betalen." Halberstadt vindt het onzinnig om te stellen dat de belastingoperatie- Oort reeds „een gepasseerd station" is. „Als ze in verkiezingscampagnes alleen maar zouden mogen beloven wat van tevoren door de meerderheid van de volksvertegenwoordiging is goedgekeurd, dan zou het een wel heel saaie campagne worden." In het najaar van 1981 verscheen Halberstadt samen met zijn partijgenoot-econoom De Galan plotseling op het Haagse podium. Het tweede kabinet-Van Agt, met Den Uyl als tweede man, was nog maar net aan de gang of de eerste crisis deed zich al voor. Voor de overlevingskans van een coalitie zijn de verhoudingen in het persoonlijke vlak veelal van groter belang dan de plussen en minnen in de partijprogramma's. Het tweede kabinet-Van Agt (1981-1982) liep vooral vast op de volmaakt tegengestelde karakters van premier Van Agt en vicepremier Den Uyl. Halberstadt bewaart slechts sombere herinneringen aan zijn periode als informateur. „Het was duidelijk dat het CDA in de persoon van Van Agt niet streefde naar deze coalitie. Van Agt werd binnen de PvdA onderschat en het CDA hield niet van Den Uyl. Het was een wrevelige sfeer." De Galan en Halberstadt droegen een technische oplossing aan voor een probleem dat in feite veel dieper lag. „De mensen hielden niet van elkaar. Kwamen uit verschillende werelden." De hoofrolspelers uit die tijd zijn overleden of anderszins uit beeld verdwenen — Lubbers, destijds fractievoorzitter van het CDA, even buiten beschouwing gelaten. Met de hoofdrolspelers lijkt ook de animositeit verdwenen. De bestaande relatie tussen Lubbers en Kok belooft op het oog veel moois voor een samenwerking tussen CDA en PvdA. Boersma heeft als minister beide politieke leiders veelvuldig meegemaakt. Lubbers was Boersma's collega-minister van Economische Zaken en Kok was leider van de grootste vakcentrale van het land. Met beiden had Boersma als minister van Sociale Zaken regelmatig contact. Hij zag de twee samen opereren in de Stichting van de Arbeid. „Ik herinner me dat Lubbers toen zeer onder de indruk was van Kok", zegt Boersma. „We hadden altijd veel respect voor Kok omdat hij de zaken helder onder woorden bracht. En als ik Kok nu op de televisie zie, dan is hij niets veranderd. Hij is nog de Kok van toen. Tja, het blijft natuurlijk koffiedik kijken, maar mijn vingertoppen zeggen mij, dat ze het in een kabinet voortreffelijk met elkaar zullen kunnen vinden. Zij hebben een totaal andere relatie dan die er was tussen Joop den Uyl en dat onderkruipsel Van Agt." De politiek is volgens velen saaier geworden, omdat de grote partijen op elkaar beginnen te lijken. Ze houden stuk voor stuk de grenzen van hun mogelijkheden scherp in het oog. Kok propageert niet meer de rigoureuze verkorting van de werkweek, zoals VVD-lijsttrekker Voorhoeve niet meer staat voor drastische verlaging van de belastingen. Den Uyl had de gewoonte om op zondagavond met een groepje geestverwanten te filosoferen over de dingen van het leven en de politiek in het bijzonder. Na urenlang bomen over de grote politieke lijnen, zette de PvdAvoorman de resultaten van zon avond op papier. Daarna volgde publikatie. Victor Halberstadt was een van de getrouwen van Den Uyl die aan de basis stonden van het artikel met de legendarische titel „De smalle marge van democratische politiek". Het stuk heeft na twintig jaar nog niets van zijn actualiteitswaarde verloren. Halberstadt: „De politici laten zich leiden door het inzicht in de feiten, niet langer door hun ideologie. Eindelijk hebben ze ontdekt hoe smal de marge werkelijk is." „De vernieuwers worden pas aanvaard als zij bewezen hebben ook het bestaande behoorlijk te kunnen onderhouden. Daarom is een goed bestuurder een enorme propagandist voor zijn partij en een slechte bestuurder wordt ook als hervormer niet geloofd." Ooop den Uyl, De smalle marge van democratische politiek, 1970) ERIK VAN VENETIË JOHN WANDERS Illustratie Jos Collignon HALBERSTADT BOERSMA ---