Advertenties KUNST[__%M J___M KOPEN Inlichtingen over adverteren in deze ; rubriek, bel met Manke Hoogerdijk, ! tel.: 020-562.2845, fax: 020-562.6283, reserveringen: 020-562.6270 | ~"~&Xt_J_m____\ Hif _f- -_r_t W-i *$*% H ' W ■-•- ■■■ Jk_M w lm ■ au _J| ''JU Ik f». H ■Lil v% IH wVFFT --- MUSEUM _^*s^-B__^ " Fernand 'Léo: er 1911 -19.4 Le rythme de la vie moderne 2g mei - 14 augustus Kunstmuseum Wolfsburg Porschestrafie 53 D 3§440 Wolfsburg O Telefoon 0049-5361-2669 o Telefax 0049-5361-2669 11 OS Openingstijden: dagelijks van 10-18 uur dinsdag 10-21 uur maandags gesloten qq w o L F t/J 1 L 3 juli 13.00- 17.30 uur (•) VERF - INKT - AARDE verlengd tot 24 juli A RUSCHA LANGELAAN U MARIJKE VERHOEF VILMA HENKELMAN Q NANKY DE VREEZE _* Keizersgracht 22 Adam N open di/za 11-17.30 | tel 6233808 GALERIE LAIMBÖCK A F JUAN RIPOLLES BAILARINA CON TRES BRAZOSETS 134x101 CM.... FONS BEMELMANS FEDERICO CARASSO PIETER d'HONT WILLEM LENSSINCK GERHARD LENTINK JUAN RIPOLLES t/m 3 juli zo 13-20 uur en na telefonische afspraak Doornseweg 10, LANGBROEK(U) teL/fax 03436-1699 ■ lihiihlmlil _i_i_i_^_^_^f^_^_nmnH BÉ-U-B-i3-iB QiSHJlyim YiiHSTJ_UIHISL jgfflM KOPEN --- Advertentie Bekroond met de Multatuliprijs 1994 NELLEKE NOORDERVLIET De naam van de vader • Een roman waarin zon veelheid van stof door zoveel durf en talent in één grote greep gehouden wordt, dat is de laatste jaren in Nederland niet of nauwelijks meer vertoond. - uit het juryrapport voor de Multatuliprijs 1994 * Genomineerd voor de Europese literatuurprijs 1994 Vierde druk, 352 blz., f 39,90 / 790 fir ÜLIJLDE BOEKHANDEL --- Toen grote bomen koningen waren door Hans Bouman Joseph Conrad is in Nederland niet overdreven populair. Dat bleek vorig jaar weer eens toen uitgeverij De Arbeiderspers het voetsporen-reisboek In Search of Conrad van de Britse journalist Gavin Young uitbracht. Het kielzog luidde de Nederlandse titel, de naam Joseph Conrad was op het omslag in geen velden of wegen te bekennen. Klaarblijkelijk werd hij niet klinkend genoeg bevonden om de nieuwsgierigheid te prikkelen. Tegen die achtergrond is het opmerkelijk dat van Conrads bekendste werk, Heart of Darkness (Hart der duisternis), onlangs voor de derde maal een Nederlandse vertaling verscheen. Want Heart of Darkness lijkt eerder een bron waaruit men bij tijd en wijle een treffend citaat aanhaalt (altijd dezelfde twee), dan een boek dat in brede kring wordt gelezen, zoals ook vertaler Bas Heijne in zijn nawoord constateert. De meeste mensen danken hun notie van de inhoud aan de film Apocalypse Now, die vrij op Conrads plot en thematiek is geïnspireerd. Het zou mooi zijn als Heijne's vertaling hierin enige verandering bracht, want Heart of Darkness, dat in 1899 als feuilleton in een tijdschrift verscheen en in 1902 in boekvorm, blijft een van de hoogtepunten van de moderne Engelse literatuur. Heart of Darkness is gebaseerd op de persoonlijke ervaringen van Conrad, die in 1857 in Polen werd geboren als Teodor Jozef Konrad Nalecz Korzeniowski. Op zijn zeventiende reisde hij af naar Marseille om daar een loopbaan als zeeman te beginnen. In 1890, toen hij inmiddels de Britse nationaliteit had aangenomen en zijn naam had verengelst, kreeg hij een aanstelling op een stomer, waarmee hij van Kinshasa naar Stanley Falls in het diepe binnenland van Congo voer, om daar een zieke handelsagent op te halen, die overigens op de terugweg stierf. Het was een gruwelijke tocht, die een ernstige aanslag betekende op zijn gezondheid, en die zijn sombere kijk op het leven alleen maar zwarter maakte. Conrad verwerkte zijn ervaringen eerst in het verhaal An Outpost of Progress, waarna ze de basis werden voor Heart of Darkness. Conrad heeft de personages in Heart of Darkness toegerust met een zeer rijk en beeldend taalgebruik. Vanaf de eer- ste bladzijde wordt de licht/duisternissymboliek gehanteerd, die het hele boek door zon belangrijke rol zal spelen: 'Boven Gravesend was de lucht betrokken en nog verder terug leek ze verdicht tot een sombere schemer, die stil en dreigend neerhing boven de grootste, en voornaamste, stad ter wereld.' Net als Conrad vaart Marlow, die optreedt als verteller, met een stomer de rivier de Congo op om er een handelsagent op te halen met wie, naar men vermoedt, 'iets aan de hand is. Het betreft Kurtz, die door zijn superieuren wordt geprezen als een bijzonder bekwame figuur, vanwege de uitzonderlijk grote hoeveelheden ivoor die hij naar het hoofdkantoor zendt. Anderen roemen hem om zijn superieure geest, zijn grote menselijkheid ten opzichte van de Afrikanen, zijn welbespraaktheid en zijn bijna goddelijke status. Conrads beschrijvingen van de langzame tocht richting het Congolese bin- Joseph Conrads 'Heart of Darkness' voor de derde keer vertaald nenland suggereren voortdurend een sfeer van dreiging. 'Het opvaren van de rivier was als een reis naar het vroegste begin van de wereld, toen planten de aarde overwoekerden en de grote bomen koningen waren. Een verlaten rivier, een immense stilte, een ondoordringbaar bos. De lucht was warm, dik, zwaar, loom. Er was niets vrolijks aan de schittering van het zonlicht. De lange waterweg sterkte zich verlaten uit in de sombere duisternis van overschaduwde verten.' Als de expeditie uiteindelijk bij de handelspost arriveert, ontdekt Marlow dat de houten bollen op staken voor Kurtz' huis, die hij vanaf het schip met een verrekijker heeft gezien, in werkelijkheid uitgedroogde mensenhoofden zijn. Kurtz blijkt zwaar ziek, maar meer nog dan door koortsen lijkt hij te worden geteisterd door een gapende wonde in zijn ziel. 'Hij worstelde ook met zichzelf. Ik zag het - ik hoorde het. Ik zag het onvoorstelbare raadsel van een ziel die geen enkele beteugeling kende, geen geloof, en geen angst, en die niettemin blind met zichzelf worstelde.' Zonder het met zoveel woorden te zeggen, presenteert Conrad Kurtz als het slachtoffer van een gebrek aan zelfbeheersing. Kurtz, de idealist, de semigodheid, die het beste met de Afrikanen voorhad, is gedesintegreerd, ten prooi gevallen aan de lagere emoties die vrij konden opborrelen uit de krochten van zijn ziel. Op zijn stervensbed spreekt hij ten slotte de woorden die in de loop der jaren te pas en te onpas zijn aangehaald: 'The horror! The horror!' Heart of Darkness heeft sinds zijn verschijnen de literaire critici in beweging gehouden. In zijn nawoord gaat Heijne nader in op de kritiek van de Nigeriaanse schrijver Chinua Achebe, in de jaren zeventig. Achebe verweet zowel de auteur als zijn personage Marlow een racistische kijk op Afrika: 'Ziet dan niemand de belachelijke en perverse arrogantie waarmee op deze manier Afrika wordt gereduceerd tot een decor voor de ondergang van één onbeduidende Europese geest?' Andere Afrikaanse schrijvers namen het vervolgens voor Conrad op en benadrukten dat Heart of Darkness hevige aanvallen op het kolonialisme bevat. Deze discussie gaat echter aan de essentie van Heart of Darkness voorbij. Het boek had wat zijn thematiek betreft ook uitstekend in een postkoloniale samenleving gesitueerd kunnen zijn. Voor zover Heart of Darkness kritiek verdient, kan die beter worden gericht op de schimmigheid van Kurtz. Want wat is het precies dat Kurtz met zoveel afgrijzen vervult? Niet de constatering dat in ieder mens een schurk schuilt, meent Heijne, dat zou een zelfgenoegzame dooddoener' zijn. Maar wat dan wel? 'Net als Marlow weten we het niet [-]. Voor de gevoelens die Conrad bedoelt zijn waarschijnlijk geen woorden; juist dat maakt ze ongrijpbaar.' Helaas klinkt deze verklaring nauwelijks minder dooddoenerig. In de laatste alinea van zijn nawoord zet Heijne zich nogal af tegen S. Westerdijk, die tekende voor de buitensporig vrije' vertaling die in 1978 verscheen bij Het Spectrum. Inderdaad is het onmiskenbaar dat Heijne -wiens vertaling over het geheel goed loopt en prettig leest- zich veel consequenter houdt aan de interpunctie, alinea-indeling en zinsopbouw van Conrad. Westerdijk ziet er geen been in waar het uitkomt zinnen in stukken te hakken. Maar soms ziet de Spectrum-vertaler het zo slecht nog niet. Als van Marlow wordt gezegd: 'He was the only man of vs who still "foliowed the sea" is Heijne's 'Hij was de enige van ons die nog "naar zee ging'" een wel erg letterlijke vertaling. 'To follow the sea' betekent gewoon 'een (echte) zeeman zijn', zoals 'to follow the plough' boer zijn betekent. Westerdijk vertaalt: 'Van ons vijven was hij nog de enige echte zeeman.' Alleen: waar haalt hij dat 'van ons vijven' vandaan? Dat is inderdaad buitensporig vrij. Misschien is het daarom des te verrassender dat Heijne de tweede veelgeciteerde zin uit het boek, 'Mistah Kurtz - he dead', niet sober vertaalt als Meneer Kurtz -hij dood', zoals Westerdijk, maar met 'M'neer Kurtz - hij dood zijn', wat toch een tikje Sjors en Sjimmie-achtig klinkt. De ironie wil dat Heijne, juist wanneer hij zich iets meer vrijheid permitteert, dikwijls tot het mooiste resultaat komt. 'De verschrikking! De verschrikking!' (Westerdijk) is inderdaad een vrij letterlijke vertaling van 'The horror! The horror!'. Maar 'Afgrijselijk! Zo afgrijselijk!' snijdt scherper door de ziel. Joseph Conrad: Hart der duisternis. Uit het Engels vertaald en van een nawoord voorzien door Bas Heijne. L.J. Veen, ƒ 34,90. Joseph Conrad (met baard) aan boord van het zeilschip 'Torrens'. --- Bruine streepjes op de kuiten door Henk Pröpper Als de redactie van het Vergeetwoordenboek overweegt om binnenkort opnieuw een bijgewerkte versie uit te brengen van haar fascinerende lijst van bijna vergeten, bijna uitgestorven woorden, dan zou zij zich eens moeten buigen over Jean Rouauds jongste roman Illustere voorgangers, een kleine goudmijn waarin het goed sprokkelen is. Het Vergeetwoordenboek bezit een kracht die veel andere woordenboeken ontberen: het laat je de woorden proeven, op het goudschaaltje van je tong. Van die heerlijke woorden die in een flits een heel tijdperk terugbrengen, die bijvoorbeeld de schaarste van de jaren dertig tot vijftig typeren (melkkoker, fondsbril) of nostalgisch de vorige eeuw oproepen (gloeikousje, overgooier). Wie het Vergeetwoordenboek leest, belandt telkens weer in stukjes film, vaak zwart-wit, waarin bijna vergeten werelden verschijnen. Zon boek doornemen betekent meer dan lezen, het is het exploreren van het geheugen waarin, als vanzelf, tal van verbindingen komen bloot te liggen waarvan je het bestaan al lang was vergeten. Zon boek lezen is aankloppen bij je persoonlijke en toch in een mist verdwenen geschiedenis, zelfs bij je lectuur: boeken van vroeger gaan open alsof je ze nog de vorige dag hebt opgeslagen. Al lezend neem je de verschillende gedaanten aan die je eens hebt bezeten. Met je vingers aan het telraam, ooit, nog echt genietend van een glas ranja, op straat met je vriendjes druk met het edele putjesvoetbal, later op een foto tussen je dienstkameraden, dan in uitgaanstenue schuivelen in een danslokaal met een bakvis op een grijsgedraaide plaat, ten slotte een kinderkaartje kopend voor je eersteling aan de poort van het lunapark. De romans van Jean Rouaud hebben een identiek effect, zeker ook in de sensitieve vertaling van Marianne Kaas. De velden van eer (1990) vormde al de aankondiging van een belangrijk schrijverschap. Zijn tweede roman Illustere voorgangers heeft dezelfde zorgvuldige schriftuur en getuigt van een bijzonder observatievermogen. Rouaud schrijft zoals een cameraman inzoomt op een object in de verte: met een trage, bijna lome beweging ontsluiert hij het geheim van zijn activiteit. Rouaud schrijft bijna altijd lange zinnen, waardoor de korte, die hier en daar de tekst larderen, sterk opvallen. Een zin die mij bijvoorbeeld bijbleef is: 'De pijn maakt hem eenzaam.' Het gaat hier over de vader, de hoofdpersoon' van het boek, handelsreiziger, ook eigenaar van een gigantische winkel van sinkel, een reus van een man, zeer welbespraakt, held van het dorp vanwege zijn besluitvaardigheid, zijn eeuwig goede humeur, een man met brede armgebaren en ook een brede omhaal van woorden, een ironicus die bij iedereen respect afdwingt en op elke pleisterplaats op zijn tochten door Bretagne meer dan welkom is. Joseph staat bekend als organisator, uitvinder, toneelbewerker, timmerman, manus van alles en tegelijkertijd raadspensionaris van een gans departement. Met draadjes en spijkertjes in verschillende kleuren heeft hij al zijn routes door Bretagne op een landkaart vastgelegd, zijn web dat de verteller later sterk doet denken aan de kleurige draden van de Parijse metro. Dit routeplan van de metro vervult hem met een diep ontzag voor de vindingrijkheid en efficiëntie van zijn vader, want zoals de stations van de metro van alles verbeelden, zo staat elk spijkertje voor een afzet van zoveel pannen, voor een eenvoudige maaltijd genoten bij de hartelijke uitbaatster van een restaurant in bijvoorbeeld Quimper, voor een spelletje kaart in een godvergeten gehucht. Deze man, gadegeslagen door de ver- teller, die zijn relaas doet in de ongebruikelijke je-vorm, takelt in het eerste deel van de roman langzaam af. Hij wordt gesloopt door zijn zware werk en bezwijkt onder zijn wilskracht. Jarenlang sleepte hij zijn hutkoffers vol met potten en pannen, porselein en glaswerk, winkel in en winkel uit om vervolgens een minimale bestelling op te nemen. Als onaangedaan wist hij dat Jean Rouad schrijft zoals een cameraman inzoomt telkens opnieuw te accepteren, al weer op weg naar een volgend punt op zijn route. Maar uiteindelijk moet hij zich van binnen hebben opgevreten, al hebben de mensen in zijn omgeving nooit zijn teleurstelling gezien. Illustere voorgangers is het portret van deze vader en ook een portret van Bretagne, alsmede van de jaren veertig tot en met zestig. Ofschoon Rouaud zich naar mijn smaak soms verliest in sierlijke kronkels die al te zeer lijken op strict particuliere hersenspinsels, heeft zijn portretkunst iets meesterlijks. Bretagne komt onder zijn hand tot leven. Een land van wind en regen en van gesteenten en menhirs, waar de vader op zijn eenzame reizen meer dan eens bij stilstaat - die fraaie, elegante gestalte naast de auto. Terwijl het land in de jaren zestig onder zijn ogen herverkaveld wordt en zijn oorspronkelijke gedaante wordt gehavend door het geweld van de bulldozers dat achter elke heuvel opklinkt, verzamelt hij enorme stenen. In steeds andere auto's, waarvan de typen de voortgang van de tijd aangeven, laadt hij die stenen voor wat hij als zijn grootste project beschouwt: de bouw van een op (le villa van Hadrianus gelijkend monument in de achtertuin. Dit met behulp van stenen uit tal van ecu- wen, een vermenging van stijlen, met vijvers en zuilen, die in zijn verbeelding tegen de tijd bestand zou zijn en waarvan hij de grote architect was. Maar uiteindelijk komt er niets van dit project, want de vader sterft op 41-jarige leeftijd, nog voor hij zelfs maar een begin heeft kunnen maken met zijn stenensymfonie die sieraad en essentie van Bretagne moest worden. Rouaud hanteert in een aantal opzichten dezelfde techniek als Marcel Proust. Met zijn lange, meanderende zinnen vertelt hij niet zozeer een verhaal, hij wekt eerder tot leven. Rouaud verbeeldt. Hij blaast adem in zijn zorgvuldige boetseersels. Op heel treffende wijze weet hij de tijd soms stil te zetten, vervolgens weer te laten stromen. De namen van de steden en dorpen in Bretagne zijn als de namen van Proust: mythische ruimten waarin een geheel van associaties en herinneringen is opgesloten. Van die ruimten is de vader koning, keizer en admiraal. In het perspectief van de zoon (de verteller) is de geschiedenis van Bretagne sterk verbonden met de bijna klassieke tochten van de vader, begonnen in de jaren veertig toen hij op de vlucht voor de Arbeitseinsatz zich voor de Duitsers moest verschuilen. Dit verhaal wordt in het tweede deel van de roman verteld, met als onvergetelijke apotheose het bombardement op Nantes," te midden waarvan de vader als door een vingerwijzing van boven attent wordt gemaakt op zijn toekomstige vrouw. Dit ranke meisje is de latere moeder van de verteller. Illustere voorgangers heeft iets heel nostalgisch zonder ooit week of sentimenteel te worden. Graag lees ik over de met thee gemaakte, bruine streepjes op de kuiten van de vrouwen, bij wijze van kousen. Heel sensueel en ook bijzonder goed waargenomen. Het is maar één van de vele observaties - naast de al genoemde speciale woordkeus - die het lezen van deze roman tot een gebeurtenis maken, een evenement waarvoor men alle zintuigen op scherpte moet brengen. Het verhaal over een vader is ook juist door die afgewogen precisie liefdevol. Het zijn niet de grote verhaallijnen die dit bouwwerk structureren. De tragiek zit niet in de gebeurtenissen, maar in de details die met een minutieuze aandacht worden genoteerd. De vader blijft altijd een onbekende voor de verteller, hoe goed hij ook kijkt. Een onafzienbare afstand scheidt de zoon van de beroemde volwassene die, weliswaar bijna almachtig, toch sterft. Maar voor de lezer heeft Rouaud zinnen geweven tussen zoon en vader, inzoomend op zijn object. Zinnen die, hoe kronkelig ook, een rechte lijn vormen, begrip kweken en overzicht scheppen. Een oude film, glanzende woorden die het leven rijk maken. Jean Rouaud: Illustere voorgangers. Uit het Frans vertaald door Marianne Kaas. Van Oorschot, ƒ 34,90, ƒ 49,90 (geb.). --- Het regent bommen in Berlijn door W. Hansen zijn slechtste dagen heeft meegemaakt en daar achteraf een levendig verslag van geeft. Ursula von Kardorff kwam uit een goedburgerlijk, liberaal gezin in Berlijn, waar intellectuelen als Rathenau, Ernst Cassirer, Samuel Fischer en Max Liebermann over de vloer kwamen. In de eerste nazi-jaren zijn de gezinsleden bij tijd en wijle meelopers, 'behalve mijn vader, die een onomkoopbaar tegenstander van het eerste uur was. Ursula begint zich pas na de Kristallnacht in 1938 voor politiek te interesse- In Das Echolot, het vorig jaar verschenen monumentale boek van Walter Kempowski, dat met behulp van dagboeken en brieven een beeld geeft van de maanden januari en februari 1943, komt een aantal citaten voor uit de dagboeken van Ursula von Kardorff, een journaliste die in de oorlog werkzaam was bij de Deutsche Allgemeine Zeitung in Berlijn. Dat dagboek is niet geheel onproblematisch: het is niet in de oorlog, maar pas erna geschreven. Kardorff heeft haar dagen in Berlijn achteraf gereconstrueerd met behulp van aantekeningen in agenda's, brieven en onschuldige journaals - in de oorlog een onverbloemd dagboek schrijven was in haar situatie te gevaarlijk omdat ze een tegenstandster van Hitler was. Zon verlaat dagboek is natuurlijk niet zonder risico's: de herinnering vervalst, Hineininterpretierung ligt op de loer en zelfverfraaiing lokt. Maar zelfs als je daar als lezer vanaf het begin terdege rekening mee houdt en je scepsis mee laat lezen, maakt haar tekst een authentieke indruk. Hier is iemand aan het woord die Berlijn in ren. Als het dagboek begint (op 28 oktober 1942), is ze al lang tegenstandster van het regime, al leidt dat bij haar niet tot actieve deelname aan het verzet. Als journaliste bij de Deutsche Allgemeine Zeitung hoopt ze 'dat ik nooit iets heb geschreven dat rechtstreeks strijdig was met mijn overtuiging. Ze verkeerde onder andere in kringen die op 20 juli 1944 betrokken waren bij de aanslag op Hitler: ze was vooral goed bevriend met graaf Hardenberg en Schulenburg. Stauffenberg kende ze ook, zij het niet zo goed. Vanwege deze contacten werd ze na de aanslag zelf ook een paar keer verhoord, maar miraculeus genoeg ontsprong ze de dans. Vriendschap met leden van de kring rond Stauffenberg was al voldoende om terechtgesteld te worden. Het is duidelijk dat de nazi's, mede door de zware verliezen die ze aan diverse fronten leden, uit wanhoop en als bezwering iedereen oppakten die maar enigszins in verband met de aanslag kon worden gebracht. Nog op 26 ókto- Verlate oorlogsherinneringen van Ursula von Kardorff ber 1944 noteert Kardorff: 'Overigens zijn de dossiers van de 20ste juli nog niet gesloten. Elke dag zijn er nieuwe arrestaties, elke dag nieuwe terechtstellingen.' Die zijdelingse maar zeer persoonlijke betrokkenheid bij het verzet tegen Hitler is een van de aantrekkelijkste aspecten van dit dagboek. Een tweede boeiende kant, zij het dat die moeilijk 'aangenaam' genoemd kan worden, is de beschrijving van de bombardementen van Berlijn. Het hele boek door regent het bommen, er komt geen einde aan. Vanaf eind 1943 tot april 1945 wordt Berlijn bijna elke dag en soms meermalen op een dag gebombardeerd. Langzaam valt de hele stad in puin, een normale nacht is er niet meer bij, de schuilkelder wordt een permanente verblijfplaats. Zelfs degenen die tegen Hitler zijn, zien de zin van die vele bombardementen niet meer: 'Dat is weer een van die onbegrijpelijkheden van het noodlot. Die mensen [een man en een vrouw die in een schuilkelder zijn verbrand] hadden het als halfjoden bijzonder moeilijk - en nu worden ze juist door de Engelsen, die toch tegen de barbaren en vóór het recht willen strijden, om het leven gebracht. En op zon gruwelijke manier.' tic van wanhoop: 'We dansten als bezetenen. Alsof er iemand met een zweep achter ons stond, alsof het de laatste keer was. "Ondergang van het Avondland", zo hebben we dit feest genoemd.' Drie dagen later is haar huis weggebombardeerd. Het bombardement van Dresden slaat haar met verbijstering: Tienduizenden doden, aangezien de stad vol zat met vluchtelingen uit het Oosten. De levenden zijn alleen nog maar bezig lijken uit de puinhopen te bergen. De Engelsen waren er vooral zo trots op dat ze zoveel vluchtelingen hadden geraakt. Barbarisme dat niet meer zó anders is dan het onze. Vluchtelingen, bejaarden, moeders en kinderen bekogelen met brisantbommen en fosforregen, ze verbranden, verminken en verstikken - dat is onmenselijk.' De toenemende vreugde om het verval van het naziregime doet haar niet de ogen sluiten voor wat er aan gruwelijks aan de kant van de overwinnaars (voor haar: de bevrijders) gebeurt. Ursula von Kardorff: Gebombardeerd dagboek 1942-1945. Uit het Duits vertaald door Tinke Davids. De Arbeiderspers, ƒ 59,90. Karsdorff, die in het begin nog meldt dat ze niet kan bidden, wordt onder de druk der omstandigheden steeds geloviger (en bijgeloviger). Een feest is geen uiting van vreugde maar een manifesta- ---