Caricatuur der Vrijheid door prof. dr. G. C. Berkouwer DE verkiezingsstrijd voor de gemeenteraadsverkiezingen ligt al weer enkele weken achter ons. Als we nog eens terugzien op alles wat we in die tijd te horen en te zien kregen in de propaganda, dan treffen ons verschillende elementen, die de aandacht blijven trekken, ook na de verkiezing. Onwillekeurig vraagt men zich na zulk een propaganda-periode af: is er eerlijk propaganda gedreven of treffen we ook dingen aan, waarop van toepassing is, wat een niet onvermaard schrijver van onze tijd tot titel koos van één van zn boeken: „Er klopt iets niet"? Ik denk nu niet aan de suggestieve uitroep: „hoger lonen, lager prijzen". Dat is blijkbaar velen toch t e simpel geweest, al heeft de leuze het toch nog bij duizenden en duizenden gedaan. Maar ik denk aan een verkiezingspamflet van de Partij van de Arbeid, dat kennelijk bedoeld was voor het Christel ij k deel van ons volk. Het was van de hand van ds. J. Diepersloot, die een beroep deed op de. Christenen door te besluiten: „Vanuit deze eenvoudigste Christelijke beginselen zijn wij lid van de Partij van de Arbeid, die o.i. de beste waarborgen geeft voor de omvorming van onze maatschappij tot een zoveel mogelijk Christelijke samenleving". Men kan deze woorden merkwaardig noemen, omdat hier met nadruk van de „Christelijke beginselen" en van een „Christelijke samenleving" wordt gesproken. Het is goed het even vast te leggen, dat zelfs de „Christelijke beginselen" door deze predikant in een verkiezingspamflet aan het volk kunnen worden voorgehouden, aan dat volk vooral, dat om zn uitgaan van „Christelijke beginselen" zo menigmaal fel werd aangevallen. Ook hier blijkt het al weer, dat het gaat om de vraag: welke beginselen? Maar men moet dan maar niet zo hoog van de toren blazen tegen de beginsel-Christenen, vooral niet als men even voor de verkiezing tot de kerkleden in Amsterdam zegt: ziehier de „Christelijke beginselen", van waar uit wij lid zijn van de Partij van de Arbeid! MAAR het meest frappeerde mij in dit pamflet de wijze van argumenteren. De vraag wordt behandeld of een Christen socialist kan zijn. Daartoe wordt eerst het socialisme getypeerd als het streven naar gemeenschap in de samenleving. Vanuit deze eenvoudige formulering is dan de brug naar het Christelijk geloof al spoedig gebouwd. Want „als er nu toch iets is; dat in het Christelijk geloof ligt opgesloten, dan is het dit, dat een Christen niet het recht heeft voor zichzelf te leven maar dat hij eigen leven en arbeki ingeschakeld moet zien in de dienst van het geheel, aan de naaste". Vanuit deze brug wordt dan verder gewandeld op de weg der volksvoorlichting. Want tegenover dit echte Christelijke beginsel staan nu voor ds. Diepersloot de Christelijke partijen, die zich hebben vastgelegd op begrippen als „vrije economie" en „particulier initiatief". En dan komt de zinsnede, waarop ik de aandacht vooral wil vestigen: „Wonderlijk! Want juist in de Kerk zijn we sinds jaar en dag gewaarschuwd tegen de revolutionnaire vrijheidsleuze; tegen een vrijheid, die . niet bestaat in gebondenheid en die vrucht van de Franse revolutie heet. Zo zijn we gewaarschuwd tegen de vrije liefde, het vrije huwelijk, de vrije moraal, de vrije wetenschap, de vrije kunst, de vrije economie? Neen, hier wordt halt gemaakt; de laatste consequentie wordt niet getrokken". Wanneer men deze vrijheidsbeschouwing leest, dan kan dat misschien op deze of gene wel even indruk maken. De redenering lijkt zo duidelijk en overtuigend. Maar ze is door en door misleidend. Want er worden hier een aantal vrijheidsbegrippen door elkaar geworpen! Dat moet ieder toch wel .n--zien, als ik er deze twee momenten even uitlicht. Ds. Diepersloot zegt: men is tegen de vrije liefde, maar men is vóór de vrije economie! Hij had het nog veel mooier kunnen maken en kunnen schrijven: men is tegen de vrije liefde, maar men is vóór ,Vrij Nederland"! We komen in dit pamflet in aanraking alleen maar met een dwaze redenering van een dominee, die verantwoordelijkheid op zich neemt voor het volk en voor Christelijke beginselen en dan meent verantwoord te zijn vanuit het verzet tegen de vrije liefde te redeneren, tegen de vrije, ongebonbonden, normloze liefde, die alle kanten op kan en tegen het vrije, normloze en elk ogenblik verbreekbare huwelijk. Hij noemt ook dat we tegen de vrije wetenschap zijn. Maar weet hij niet, dat we juist voor de vrije wetenschap zijn en is ds. Diepersloot óók niet voor een vrije wetenschap, als hij denkt aan de communistische ideologie, waardoor bepaalde resultaten van te voren moeten vaststaan? Staan die nu op één lijn: vrije liefde èn vrije wetenschap? Het gaat er toch maar om, wat men onder vrijheid verstaat! Vrijheid van wat? Vrijheid van elke norm en elke autoriteit? Of vrijheid van de staat of van een onaanvaardbare ideologie? Zo te opereren met het vrijheidsbegrip is zonder meer volksmisleiding. Ik zeg niet, dat dit bewust geschiedde, maar het is wel zo, dat men hier zien kan, wat Huizinga eens noemde als een van de kenmerken van onze tijd: de algemene verzwakking van het oordeel en de daling van de critisehe behoefte. Huizinga spreekt dan ook over de suggestibiliteit als het punt, waarop de reclame de moderne mens aangrijpt en hem in zijn zwak van verminderde oordeelskracht tast. Dat is het ook hier. Alle normaal denken over vrijheid wordt hier op zn kop gezet. En in dit beeld past dan, dat al het andere wordt toegespitst op de liberale geesteshouding en op het ongebonden individualisme. Die liberale vrijheid wordt — zo lezen we — dooide Christelijke partijen „tragischtrouw" verdedigd. Bij deze propaganda en reclame is dan natuurlijk noodzakelijk, dat volkomen " gezwegen wordt over alle Christelijk-sociale beweging, over het C.N.V..enz. Dat past •niet in het reclame-beeld! De enige redenering is: vrije liefde niet en vrije economie wel? Het is een arm volk dat 'zó wordt voorgelicht. Ik kan zulke reclame nog beter begrijpen van de communistische loudspeaker in de verkiezingsdagen, maar hij zegt er dan ook niet bij, wat ds. Diepersloot wèl doet: „voor ons, juist als Christenen". Ik denk nogmaals aan Huizinga, als hij over de reclame spreekt: „De advertentie roept door een pakkend beeld de gedachte aan de verwezenlijking van een wens op. Zij belaadt dat beeld .met zoveel mogelijk sentiment. Zij legt er een" stemming !h vast, en appelleert daarmee op een oordeelsvestiging, die zich slechts in een vluchtige blik voltrekt". . Maar hoe groot is de verantwoordelijkheid van „Christelijke" voorlichters van ons volk, 'die spelen met een vrijheidsbegrip en geladen met onzuiverheid de blik vertroebelen, dat wat niet past in het beeld, weglaten en dan aan hel. slot spreken over „Christelijke beginselen". Tegenover zulke reclame is maar één verweer: rustige en verantwoorde voorlichting. Want de strijd om het waarachtig „Christelijk beginsel" woedt voort van dag tot dag. Menselijkerwijs is die strijd beslissend voor de toekomst van ons volk. En als de vertroebeling van het critisch vermogen niet maar een massaverschijnsel is bij de kennis consumenten, maar ook een organisch gebrek bij de kennis producenten (Huizinga) dan wordt 't een triest geval. Vooral wanneer deze vertroebeling wordt aangediend als „specifiek-Christelijk". door wie eerst de Christelijke partijen om haar „Christelijkheid" hebben gehoond. --- Optimist EEN vliegtocht naar Batavia Met conferentiestadia En een verklarinkje daarna Dat men weer héél wat wist; Men gaat er veertien dagen heen Zoals minister Maarseveen, En vindt er in het algemeen De stemming optimist! Het nieuw gezag der republiek Vindt elk -in Djokja sympathiek, Past prachtig in de politiek Van ied're anarchist; Maar veertig duizend en nog wat Verlieten inderhaast de stad, Toch 'zijn ze juist of ondankg dat Gematigd optimist Een generaal gaat met pensioen En zoekt een bankje in 't plantsoen, Een kolonel wil 't ook al doen Maar 't wordt hem nog betwist; Een tikkeltje teleurgesteld Verlaten ze hun arbeidsveld, Maar blijven toch, wordt straks gemeld, Nog alijd optimist Dan hier dan daar een overval Met luid Merdska-krijgsgesehal, Maar dat betekent niemendal, We vorderen beslist! Dus optimistisch blijft Den Haag, Al is, na kleine nederlaag, De grootste optimist vandaag Opnieuw de extremist! JAAP MIJDER WIJK (Nadruk verboden.) --- ''■'■ -■■- . <—''J&,- •"-■• ' '■' I --- Advertentie. ~i:i-i:i:m*--)ji*i „■*.=*: i --- ANNA en de KONING van FIAM door margaret Landon — 72 — TWEEMAAL per week om middernacht hield hij een geheime bijeenkomst met de San Luang (de Koninklijke Inquisitie.) Anna kreeg nimmer een helder begrip van de duistere en verschrikkelijke samenkomsten van deze geheime inquisitie, daar zij er nooit bij was en ook niemand er met haar over praten wilde. Naarmate de tijd voortging, kwam zij echter toch wel bepaalde dingen te weten. De San Lüang werkte in stilte, was arglistig en gesloten. Het was een inquisitie, welke des nachts beraadslaagde, ongezien en alomtegenwoordig zoals in Spanje. Zij volbracht haar taak zonder getuigen of waarschuwing; door een onderdaan te ontvoeren, niet door hem te laten arresteren; en daarna hem in de gevangenis te werpen, te ketenen en te martelen ten einde hem een bekentenis of een aanklacht 'te ontwringen. De wetten van het land waren niet ondraaglijk, maar'niemand, die niet in de gunst stond bij de San Luang, kon zich op haar verlaten of op de geregelde gerechtshoven. De San Luang was zó gevreesd, dat niemand er in zou toestemmen voor haar tti verschijnen, zelfs als getuige, behalve voor een grote beloning. De verstandige burger zorgde ervoor een beschermer te vinden in de een of andere .geduchte vriend, die lid was van dit genootschap. Spionnen in dienst van de San Luang drongen binnen in elke familie, ei e rijk was en veel invloed had. ledere burger wantrouwde en vreesde zijn buurman en altijd zijn bedienden, soms zelfs zijn vrouw. Bij verschillende geiegvnheöen, wanneer Anna zich meer dan gewoonlijk ergerde aan de een of andere daad van de koning, gaf zij lucht aan haar gevoelens door een woord of een blik. Zij merkte spoedig op, dat indien dit gebeurde in tegenwoordigheid van bepaalde ambtenaren en hovelingen, zij op een eigenaardige heimelijke manier begonnen te tikken. Zij ontdekte, dat dit kloppen een van die geheime tekens was van hen, die in dienst waren van de San Luang. Het waarschuwingssein was tot haar gericht, omdat zij meenden, dat zij ook lid was van de Inquisitie. Zo groot, dachten zij, was haar invloed op de koning. Toen' dit gebeurde, was het zeer duidelijk, dat zij opgehouden had slechts een pior te zijn op 't uitgestrekte, voor voor haar nog duistere schaakbord. Zij speelde nu mee in het spel. Het werk op de school maakte snelle vorderingen en de koning was hierover verrukt. Reeds in het najaar van 1862 na siechts enige maanden onderwijs, waran de koninklijke leerlingen begonnen Engelse briefjes \a schrijven aan Avis, het dochtertje van hun onderwijzeres. Deze werden gericht aan het adres van de dames King, naar wier school in Pulham Avis was gezonden. Enige er van werden geschreven op papier, van het koninklijke zegel sommige op met kant omzoomde velletjes, cic er uitzagen als ouderwetse valentine-briefjes, en andere slechts op een blaadje uit een notitieboekje. Zij waren niet van diepe betekenis, maar brachten veel 'liefic'e over met hier en daar een Siamees woord, waar het Engels de schrijfster in de steek gelaten had. De koninklijke kinderen vonden het oneindig treurig, dat Avis zo ver van haar moeder weggezonden moest worden. Enigen van hen brachten kleine gegeschenken zoals ringen mee om opgestuundi te worden naar Avis. De kleine schenksters dachten, dat deze giften er toe zouden kunnen bijdragen haar in haar eenzaamheid te troosten. Terwijl het jaar ten einde liep, bleef prins Chulalongkorn opvallen boven de andere kinderen. Hij was methodisch in zijn werk en studeerde heel ernstig. Hij ging vooruit met kalme regelmatige vorderingen, wat zn onderwijzeres grote en zijn vader nog dubbel zoveel voldoening schonk. Hij had zichzelf meer in bedwang dan de andere kinderen en dikwijls hielp hij door zijn voorbeeld of een enkel woord om zijn kleine broers en zusters onder controle te houden. Andere kinderen, tot wie Anna zich bijzonder aangetrokken voelde, waren de twee zoontjes van Lady Talap. het gracieuze poppevrouwtje, aan wie de koning haar op haar eerste audiëntie voorgesteld had; prins Krita, de zoon van Son Klm, de oudste dochter van Lady Thiang, prinses Somawadi cm prins-es Chantriara Monthon of de Faying, zoals de-zuster van prins Chulalongkorn genoemd werd. Het was een buitengewoon lief kind en bovendien nog het favorietje van de koning onder al zijn zcstig-en-zoveel kinderen. Zij had zachte donkere ogen, waaruit een groot vertrouwen sprak en dit nam iedereen voor haar in. Haar huid had een heldere prachtige olijfkleur met een tere gloed, die de doorzichtigheid er van nog verhoogde Kort voor haar dood had de overleden gemalin van ac koning haar vier kinderen aan hem toevertrouwd mcl- aangrijpende tederheid en bezorgdheid. De koning was diep geroerd door haar smeken. Zoals hij de moeder had liefgehad, zo hield hij nu van de kinderen. En van de vier was Fa-ving hem het liefst. Aan de maaltijden was zij bijna altijd bij hem Gedurende statie-optochten door de stad met de drakenboot of in de draagstoel zat zij naast hem. Op een enigszins onhandige, manier betoonde hij haar zijn oneindige liefde, welke die van de moeder moest vervangen. Toen zij nauwelijks meer was dan een baby 'had hij haar de beste pouvernantonder de haremvrouwen toegewezer Op deze wijze was zij or-i5 op drie jarige leeftijd met de stirilo •■•■ - Siamee■en Sanskriet begonnen ***<•"' 'i op ha.aT zevende jaar hl-j Anna kw 'm was zij il verrassend bedreven in heide talen. ' (Wordt vervolgd.) --- Het grootste Europese kolensorteerstation Aan de foto, welke wij gisteren plaatsten, ontbrak het volgende onderschrift: Aan het havenbekken te Duisburg- Ruhrort bevindt zich het grootste kolensorteerbedrijf van Europa. Niet minder dan vier schepen kunnen hier gelijktijdig worden geladen met een capaciteit van 10.000 ton per dag. De steenkool, die met spoorwagons «wordt aangevoerd, wordt automatisch gesorteerd en via lopende banden in de schepen gestort --- Huisartsen zijn in conflict met de ziekenfondsen VERHOGING VAN HONORARIA GEVRAAGD (Van een onzer redacteuren). Sinds enige weken zijn onderhandelingen gaande f assen de Lanüclljke 'Vereniging van huisartsen en de vertegenwoordigers van de ziekenfondsen over een verhoging, van de honoraria, die de huisartsen wensen te ontvangen voor door hen verleende hulp aan ziekenfondspatiënten. Tot dusver ontvingen de huisartsen van de ziekenfondsen een vergoeding ' van f 4.68 per ziel en per jaar, welk bedrag zij op f 5.— per ziel en per jaar gebracht willen zien. De onderhandelingen hebben tot dusver niet tot overeen: stemming geleid en zijn de laatste dagen zelfs in een critiek stadium gekomen. Eind Juni heett de Huisartsen Vereniging het bestaande Genileman's 'Agreernent opgezegd met tegelijk de mededeling er bij, dat wanneer de ziekenfondsen vóór 15 Juli a.s. geen beslissing genomen hebben, de artsen na die datum per bezoek of afgegeven recept een bedrag van f I.— aan de ziekenfondspatiënten in rekening zullen brengen. Deze laatste maatregel zouden de artsen per 1 Juli j.l. met terugwerkende kracht laten ingaan. In een circulaire aan al haar leden deed de Huisartsen-vereniging van [een en ander mededeling en het gevolg is geweest, dat verscheidene artsen, met name in de hoofdstad, waar alleen al meer dan 650.000 verzekerden in een ziekenfonds zijn, hiervan in de spreekkamer mededeling deden aan de patiënten. Dit heeft onder de verzekerden grote ongerustheid doen ontstaan té meer omdat wel vaststaat, dat de ziekenfondsen ér niet aan zullen denken de extra-gulden aan hun verzekerden te vergoeden. De ziekenfondsen werken ook na de jongste premieverhoging nog steeds met verlies en bovendien zijn zi.usinds 1941 met handen en voeten geßonden aan de ziekenfondsraad (het vroeger staatstoezicht op de ziekenfondsen), welke alle wijzigingen in premies en tarieven etc. moet goedkeuren, terwijl bovendien ook de prijsbeheersing hier nog wel wat in de melk te brokken heeft. In de kringen van het ziekenfondswezen is men dan ook naar ons bij informatie gebleken is, allerminst gesticht over de wijze waarop een aantal artsen gemeend heeft de patiënten te moeten inlichten, waardoor alleen maar verwarring en ongerustheid onder het publiek kunnen ontstaan. Bovendien worden de nog aan de gang zijnde onderhandelingen er door bemoeilijkt. Wij vernemen dat in het begin van deze week het Centrale Overleg van Ziekenfondsen, waarin de diverse organisaties in' het ziekenfondswezen van Nederland vertegenwoordigd zijn, te Den Haag is bijeen geweest. In deze vergadering is besloten aan de huisartsen voor te stellen de zaak door een arbitragecommissie te doen regelen. Beide partijen zouden zich bij de uitspraak van deze commissie onvoorwaardelijk moéten neerleggen. De te vormen commissie zou moeten bestaan uit drie personen, van wie twee aan te wijzen resp. door het Centraal Overleg van Ziekenfondsen en de Vereniging van Huisartsen. - Overigens menen wij te weten dat de ziekenfondsen niet ongenegen zijn een herziening te overwegen van de honoraria van die huisartsen, welke in dunbevolkte gebieden werkzaam zijn en dus minder gemakkelijk komen aan een totaal van 3000 zielen per practijk, zoals in de grote steden gebruikelijk is. --- Het geschenk van prinses Wilhelmina aan koningin Julia/na en prins Bernhard bij hun koperen huwelijksfeest. Oeze klok die uren, dagen maanden, mr en zon maan enz. aanwijst., werd vervaardigd door de heer Van Maarle ' te Warnsveld. --- Het eeuwfeest van net Museum Boymans EEN UNIEKE TENTOONSTELLING ( ROTER dan ooit zal deze zomer ongetwijfeld de belangstelling zijn voor de tentoonstelling, waarmee het eeuwfeest van het Museum Boymans wordt gevierd. Het is dan ook een gebeurtenis van de grootste betekenis, deze gisteravond geopende tentoonstelling van meesterwerken uit de unieke verzameling van de heer D. G. van Beuningen, aan wiens initiatief en toewijding het jubilerende museum reeds zo ontzaggelijk veel te danken heeft. Met deze tentoonstelling levert de heer Van Beuningen opnieuw een bewijs van zijn warme belangstelling voor het Rotterdamse museum. Niet minder dan 208 nummers omvat deze selectie uit zijn particuliere verzameling, een verzameling die men gerust een wereld-collectie kan noemen, zo rijk gevarieerd is haar samenstelling. Alleen reeds de groep van schilderijen van Noord- en Zuid-Nederlandse meesters uit de 15e en 16e eeuw, waaronder zowel de enige Van Eyck als de enige Bruegel in ons land, maakt deze verzameling tot een collectie van uitzonderlijke betekenis. Doch bovendien vindt men op' deze tentoonstelling vrijwel alle scholen en perioden der West-Europese kunst vertegenwoordigd, te veel om in een enkele beschouwing te vermelden. Bepalen we ons ditmaal tot de eerste drie zalen, tot dë collectie 15e en 16e eeuwse schilderijen en tekeningen uit de Nederlanden, Frankrijk en Buitsland. Een collectie, aan de hand waarvan men uitstekend de ontwikkeling kan volgen der schilderkunst in die periode. De meeste belangstelling zal hier ongetwijfeld uitgaan naar „De drie Maria's aan het geopende graf", het paneel van Jan van Eyck, in 1940, een week voor het uitbreken van de oorlog, door de heer verworven, en nog niet eerder in Nederland geëxposeerd. Het oudste werk is dit echter niet, want er is nog' 'een Triptyehon, vermoedelijk afkomstig uit Maastricht, van omstreeks het jaar 1410. Zowel op het middenstuk als op de zijvleugels ziet men kleine taferelen. Op het middenstuk o.a. van het lijden van Christus, de Christus bij het open graf en Christus op de hemelse troon gezeten onder een laat-gotisch baldakijn. Op de zijvleugels zijn o.a. afgebeeld de apostelen en vier kerkvaders. Een, nog geheel gaaf werk, deze prachtige triptiek. Vooral als een der weinig bekende, voorbeelden der schilderkunst in Nederland vóór Jan van Eyck bijzonder interessant. Het grote paneel van Jan van Eyck biedt een voorstelling van het geopende graf, op de rand waarvan een met zonnestralen belichte engel gezeten is, die de drie vrouwen van Jezus' verrijzenis verhaalt. Drie soldaten, groteske figuren, zich van niets bewust, slapen rustig. ÓoS in dit werk treft het weer, hoe nuchter eenvoudig Van-Eyck zulk een toch zeer verheven tafereel weer gaf. Duidelijk blijkt dit uit een klein detail, uit de manier n.l. waarop hij een der slapende soldaten geschilderd heeft: een gehelmde krijgsman, slapend met de duim in de mond. Od de achtergrond ziet men de stad Jeruzalem met haar vele torens, gelegen in een rotsachtig landschap. Een tweede werk. dat eveneens in het bijzonder de aandacht zal trekken, is een paneel: De profeet Jesaja. Het wordt toegeschreven a,an een onbekende Bourgondische meester, in de eerste helft der vijftiende in de Provence werkzaam. Meester van Aix wordt hij genoemd naar het werk van hem in een kerk te Aix-en-Provence. Tezamen met een stilleven van boeken en een spanen doos, in het bezit van het Rijksmuseum te Amsterdam, dat oorspronkelijk boven de profeet Jesaja moet hebben gezeten, vormt dit paneel de linkervleugel van een triptiek, waarvan dat werk in die kerk te Aix-en-Provence, een verkondiging, het middenstuk vormde. De rech- tcrvleugel, een Jeremiasfiguur, bevindt zich thans in het Museum te Brussel. Op de achterkant van het hier aanwezige paneel ziet men nog een knielende Magdalena. De rijke verscheidenheid van deze collectie moge blijken uit een overigens nog zeer onvolledige opsomming. Er. bevinden zich heel wat kleine paneeltjes in de verzameling, stuk voor stuk echter werken 'die voor het verkrijgen -van een inzicht in de glorietijd der Zuid-Nederlandse schilderkunst van de grootste betekenis zijn. Om er maar eens enkele te noemen: vier reeds eerder ten toon gestelde werken van Jeroen Bosch: Christus voor Pilatus, Vrouwekop, De Aanbidding der Koningen en De verzoeking van de heilige Antonius. Van Dirk Bouls is er „Het gelaat van Christus"., Van de Meester der Virgo inter Virgines (een Noord-Nederlands meester) een Verkondiging. Behalve een klein paneeltje van Memlinc: Twee drinkende paarden, vermoedelijk uit een, voorstelling van het Paradijs of een Aanbidding der Koningen, kan men van deze Vlaamse schilder een „Bewening" bewonderen. Uit de late tiid van Quinten Metsys is er het prachtige werk: Madonna in een landschap. Zo zouden we voort kunnen gaan. Op drie werken in het bijzonder willen we nog de aandacht vestigen, niet echter dan nadat we eerst melding hebben gemaakt van de tekeningen uit deze periode. De beide kleine tekeningetjes in zilverstift van Jan van Eyck waren nog pas te zien op de Kersttentoonstelling in Boy mans. Van Dürer zijn er nu drie tekeningen. Een linde op een bastion en een Krab, beide op perkament als aquarel met dekverf gedaan. De derde „Voetzolen" is een pentekening met wit gehoogd op groen geprepareerd papier. Een studie voor de voeten van een knielende, op de rug geziene apostel op het Helleraltaar. En om er nog een te noemen, een tekening van Matthias Grünewald, de enige\tekening van hem in Nederlands bezit, een Madonna mei kind, een prachtig exemplaar in zwart krijt, hier en daar met v/at gele aquarelverf. Van de drie zoeven bedoelde werken, zijn er twee portretten. Dat van Jan Gossaert van Mabuse is een portret van een jonge man. Het is een der beste portretten van deze vermoedelijk in Utrecht geboren schilder, een portret vooral van belang omdat men er reeds veel in vindt van de meerdere bewustwording, waardoor vooral de portretkunst der 16e eeuw, ondanks de Italiaanse invloeden, zich kenmerkt. Het andere een vrouweportret, is het enige bekende van Lucas van Leyden, een der weinige 16e eeuwse schilders die, nog zonder Italiaanse beïnvloeding, bewust zijn eigen weg ging in de geest der Renaissance. Het laatste werk, waarop we thans nog willen wijzen, is reeds eerder in Boymans te zien geweest, n.l. op de tentoonstelling van meesterwerken uit particulier bezit. Men zal dit paneel Van Bruegel — het enige in Nederlands bezit — echter graag terugzien, want deze Toren van Babel, een kleinere versie van het grotere paneel uit Wenen, is een bijzonder fascinerend schilderij, waarnaar men niet moe wordt te kijken. Niet in het minst om de rijkdom aan details in dit boeiende werk met zijn talloze figuurtjes op de ommegangen van de toren. v. R. Jan Gossaert van Mabuse, Mansportret. „De toren van Babel" van Pieter Bruegel de Oude, het enige paneel van deze schilder in Nederlands bezit. Detail van ~De drie Maria's aan het geopende", het paneel van Jan van Eyck, een der hoogtepunten van de tentoonstelling in Boymans. --- Film van „L.0.-L K.P.” In 1945 nam het bestuur van de stichting „LO—LKP" („Landelijke organisat y°,or Hulp aan Onderduikers" en „Landelijke knokploegen") het initiatief tot het doen vervaardigen van een verzetsfilm, die, naast het gedenkboek van de stichting, met betrouwbare historische gegevens ons volk dient in te lichten over deze onderdelen van het verzet. Omstreeks 400.000 onderduikers werden door -de Landelijke Organisatie verzorgd, en daartoe „kraakte" de L.K.P. ongeveer 250 distributiekantoren en verschafte in de zomer 1944 per maand ruim 100.000 bonkaarten. De film is thans gereed gekomen, onder leiding van de Nederlandse cineast Max de Haas. Cameraman' was Peter Staugaart. De muziek is gecomponeerd door Cor Lemaire, die zelf het orkest, bestaande uit musici van de K.R.O. en de N.C.R.V., leidde. - De film zal hedenavond te Scheveningen in het kader van hét Holland Festival voor het eerst worden vertoond. --- De ontspannen boog En indien zij aan dat (vaderland) gedacht hadden, van hetwelk zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om. weder te keren. Hebreeën 11 : IS. Als Lot met zijn gezin bevolen wordt Sodom te verlaten wordt hem gezegd niet om te zien. Wanneer Abraham met Sara het geboorteland verlaat wordt hun dat niet bevolen. Maar er is een omzien, dat wel zo hachelijk is als de overtreding van Lots huisvrouw — het blijven omzien in het rozenland der herinnering. Of het aartsvaderlijk echtpaar daar geheel en al aan ontkomen is? De tekst geeft een tip, die ons het tegendeel vermoeden doet. Zo staat het hier letterlijk: ,,en indien zij aan dat waren blijven denken van hetgeen zij uitgegaan waren". Ze hebben er dus stellig aan gedacht. En dat vindt de Schrift blijkbaar heel vanzelfsprekend. Heel normaal en heel natuurlijk. Geloofsgehoorzaamheid verkracht de natuur niet. Geloofsgehoorzaamheid heiligt haar wel. En dat nog niet eens op commando. God heeft de tijd. God laat altijd Zijn werk rijpen. Abrahams uittocht was werkelijk geen hoera-aangelegenheid. Het is een gewoon menselijke,' verdrietelijke aftocht geweest met tranen, bedrukte aangezichten' en loodzware gedachten. Het geloofswonder is alleen maar dit: dat het zo niet geBleven is. De aartsvader en zijn vrouw zijn zo niet blij-; ■ ven denken. De geloofsdaad van het loslaten der herinnering is ook gekomen. En anders? Wel dan hadden Abraham en Sara tijd genoeig gehad om terug te keren. Ze zijn nog jong beiden. Ze kunnen nog terug. Niemand behoeft God onvrijwillig te dienen. Zelfs geen aartsvader. God geeft het geloof altijd tijd om door te werken. Op de grote geloofsdaad van volstrekte gehoorzaamheid volgt meestal de zeer menselijke inzinking. De boog staat nu eenmaal niet altijd strak gespannen. Maar wel ziet God toe, dat hij niet ontspannen b 1 ij f t. Want het gaat om de spankracht van het geloof. En wat tijdens een leven lang wordt bereikt is van meer gewicht dan de getoofsspanning van één groot, beslissend ogenblik. Er daarom zijn geloofsinzinkingen h-et ergste niet. Het gaat maar om deze vraag: Blijft het zo of "blijft het niet zo? U hebt misschien ook met een „we. reld" moeten breken — om Gods . wil. Waarom houdt u haar innerlijk nog zo lang vast? Begrijpt u nü het dorre land, waarin gij door eigen schuld vertoeft? Leer van de aartsvader, dat alleen het geloof de wildernis doet bloeien als een roos. Bid er dati om en u z a 1 gegeven worden. --- D.G. van Beuningen. ontvangt de Van Oldenbarnevelt-penning \7"OOR de opening der jubileumtentoonstelling in het Boymansmuseum bestond gisteravond, zoals te verwachten was, grote belangstelling. Vele vrienden van het museum hadden gevolg gegeven aan de uitnodiging om deze voor het museum zo belangrijke gebeurtenis bij te wonen. Van de zijde der regering bestond eveneens belangstelling voor deze tentoonstelling. De minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, prof. dr. F. J. Th. Rutten was aanwezig, evenals de Commissaris der Koningin, mr. L. A. Kesper. Verder waren aanwezig mr. K. P. van der Mandele, wethouders en gemeenteraadsleden, de burgemeester van Delft, mr. G. E. van Walsurn, de leden van de gemeentelijke Commissie voor het museum en de leden van de Stichting Museum Boymans. De mededeling, aan het slot van de openingsrede van de burgemeester van Rotterdam, mr. P. J. Oud, dat het College van B. en W. besloten had de heer D. G. van Beuningen te onderscheiden met de uitreiking van de "Vjan Oldenbarneveltpenning, werd -*net luid applaus begroet. De burgemeester sprak er zijn bijzondere vreugde over uit, dat de belangstelling voor deze tentoonstelling' zo groot was, zo 'wel om de betekenis van de tentoonstelling als om de herdenking van het eeuwfeest van het museum. Uitvoerig verhaalde spr. over de ontwikkeling gedurende de honderd jaren van het bestaan van dit zo bescheiden begonnen museum. Thans is het museum uitgegroeid tot een museum met wereldfaam. Vooral de verwaarloosde kansen in de vorige eeuw werden gereleveerdook herinnerde spr. aan de brand van 1864, toen vele kunstschatten verloren gingen. Hoezeer die gemiste kansen ook te betreuren zijn, men 'moet niet vergeten dat het museumwezen in die tijd pas in de kinderschoenen stond. Bovendien had men toen weinig gevoel voor het grote verleden en alles moest nu eenmaal op een koopje gebeuren. Men zal er dus goed aan doen de overheid uit die dagen niet zwarter te ma