Legerproblemen TN enkele artikelen hebben we ons beziggehouden met de vraag, hoe bet tvu met ons leger ataat. Daart>U hebfoen we niet geaarzeld de wamtoe- *'ie er zijn, in het volle licht te stellen. Niet uit aucht tot goedkoope oritieik Maar omdat verb-Oeimng van ito'uiten niet die weg is, welke tot verbetering leidt. IntU-Beben, alleen fouten aanwijzen, waar men die ziet. is niet voldoende. Het gaat niet maar oim enkele imcidenijnselen. De vraag is. of er een oorzaaik is aan tle w_j»en, een kernfou*. waa-ruii alle wantoc symptomen voortkomen. ÏFICT komt on_s voor, dat de opzet al dadelijk verkeerd geweest is. Voor 't oude leger, dal van ]ft 10. had men geen goed woord over. Het moest raiiiicaal andere Ken nieuw leger zou men opbouwen. Ken volkomen nieuwe moest er komen. Het middel daartoe w.r,i gezocht in een verandering van personen. Andere menschen zouden het antóiens, zouden het beter doen. Met een schoone lei moest men beginnen. Men vergat, dat die ntieuwe menschen niet beter zouden blijken dan de oude Integendeel — de ontstellende achteruitgang van de moraliteit van ons volk was dien nieuwen menschen niet voorbijgegaan. Onzedelijkheid en oneerlijkbeid, egoïsme en gemis aan verantwoordelijkheidsbesef, alles de winange vruchten van vijif jaar bezetting. Ook het nieuwe leger heeft aaozijn deel van meegekregen. Was dus deze verandering geen verbetering, m.t deze disQualtficatte van het oude leger beroofde men ons vo*k tegelijk van een belangrijk stuik ervaring en on gan isaüetalent. Hier raken we het ca___nai_e punt. De organisatie deugt niet. Men moest wiel door een heele reetos bliksempromoties de plaatsen, die vacant waren gekomen, opvullen. In het v__d, im oorlogstijd kunnen snelle bevorderingen geiechuaardigd zijn. Daar komen bijzondere cjuaditeiten gemakkelijk aan het Kcht. Maar otis leger werd opgebouwd op bureaux, toen óe oorlog feitelijk voorbij was Als daar snelle promoties algemeen worden krijgt men naast een enkelen goe oen grom aantal vergissingen Er was vooi net nieuwe leger enthousiasme genoeg. Maar men wist dat niet op te vangen en kl een goede bedding te leiden. Want dit staat voor ons vast: Geen kameraadschap zonder tucht, geen <.u-urza