Advertentie PROEF OF ABONNEMENT? Met onderstaande bon kunt u uw voorkeur kenbaar maken Een vrijblijvend proefabonnement voor vier weken, waarvan u slechts twee weken betaalt. Of meteen een gewoon abonnement op NRC Handelsblad. I . □ Bezorg mij NRC Handelsblad vier weken ter kennismaking. VrijblijI vend, en voor de halve prijs: f 12,85 i.p.v. f 25,70. I □ Noteer mij voor een kwartaalabonnement a f 83,45. Voor het ingaat | ontvang ik de krant twee weken gratis. Adres: I Ik betaal nog niet, maar wacht uw bericht af. | Naam: I I 310 Postcode:. . Plaats: Tëlefoonnr.: (Voor controle op de bezorging.) Bon in open envelop zonder postzegel naar NRC Handelsblad, ^ | Antwoordnummer 1168, 3000 VB Rotterdam. Of bel 010-146666 (tot | | 20.30 uur). ■ NRC* HANDELSBLAD --- BOEK ONMISBARE VREEMDEN Maarten Muller Tegenwoordig is de gemiddelde krantelezer gewend bij het begrip 'allochtonen' te denken aan kwetsbare vreemdelingen van wie verwacht wordt dat ze zich koest houden tegenover de gevestigde autochtone orde. Als deze associatie al enige geldigheid heeft, dan zijn er toch veel uitzonderingen op de regel. Zoveel zelfs dat de Duitse economisch-historicus Sombart omstreeks 1920 meende dat de belangrijkste initiatieven tot industriële en commerciële vernieuwing van vreemdelingen afkomstig waren: de allochtone ondernemers en arbeiders waren in elk geval onmisbare elementen in de Europese industriële revolutie. De Tilburgse historicus Van Puijenbroek is deze stelling gaan toetsen en het boek Beginnen in Eindhoven is er het resultaat van. Daarin probeert hij aan te tonen welke betekenis, zowel in aantal als kwalitatief, de niet uit Eindhoven en onmiddellijke omgeving afkomstige ondernemers hebben gehad bij de ontwikkeling van Eindhoven als industrieel centrum zo tussen 1840 en 1910. De plaats had al enig belang als handelsknooppunt en door de vestiging van regionale bestuursinstellingen, zoals bijvoorbeeld de tot 1877 fungerende rechtbank. Eventuele nieuwe ondernemers konden dus aanknopen bij een bestaande traditie. Die was er in de eerste plaats in de textielnijverheid. Honderden boeren en landarbeiders en hun gezinsleden in Eindhoven zelf en in de omliggende dorpen Stratum, Gestel, Strijp, Woensel en Tongelre werkten van oudsher voor Einhovense 'entrepreneurs'. Die leverden de ruwe wol, linnen of katoen aan de spinners en spinsters. Vervolgens kochten zij of anderen het garen op en lieten daarmee de wevers hun karig stukloon verdienen. Deze proto-industrie was vooral in handen van autochtone entrepreneurs. Nieuwe ondernemers Van een uitbreiding van de afzetmogelijkheden dankzij groeiende markten in de koloniën en in Europa werd niet zozeer door de bestaande ondernemingen gebruik gemaakt, maar wel door een aantal nieuwelingen. In totaal vestigden zich ongeveer 15 nieuwe, allochtone textielondernemers vanaf circa 1850 in Eindhoven (fusies en splitsingen maken precieze getallen niet mogelijk). Zij onderscheidden zich van de oude garde doordat ze echte fabrikanten werden. In hun bedrijven was de mechanisatie het verst doorgevoerd, eerst in het spinnen, later in het weven. Bij hen ook vinden we de eerste. stoommachines (1879) en gasmotoren en werden de thuiswerkers het eerst een marginale groep. Die ontwikkeling laat Van Puijenbroek duidelijk zien, bedrijf na bedrijf onderzoekend, met zeer gebrekkig archiefmateriaal overigens, maar met oog voor saillante details. Hoe bijvoorbeeld de thuiswerkers nog lange tijd belangrijk bleven, blijkt uit cijfergegevens uit 1890 van de Firma De Heer & Zn. Die werkte toen met 22 fabrieksarbeiders en met 180 thuiswevers. Vermoedelijk vormden zij daar en elders een soort reserve die bij hausses ingeschakeld waren en bij afnemende vraag het eerst zonder werk kwamen. De betekenis van de oorspronkelijk allochtone textielfabrieken mag ten slotte blijken uit het feit dat in 1894 er ruim 300 mensen werkten, meer dan drie keer zo veel als in de autochtone bedrijven. Veel belangrijker als industrietak was inmiddels de sigaren- en tabaksindustrie geworden. Daar werkten in 1894 al 1648 arbeiders en arbeidsters, en 72 procent daarvan in fabrieken van allochtone ondernemers. De sigarenindustrie was gegroeid op een oude basis van snuif- en tabaksproduktie die uiteraard voornamelijk als huisnijverheid bestond. De ontdekking door het grote publiek van de sigaar als genotmiddel creëerde een groeimarkt zoals men die niet vaak tegenkomt. Ruw geschat probeerden zo'n 30 allochtone sigarenfabrikanten hun geluk in Eindhoven tussen 1860 en 1910. En de meesten deden het goed. Zelfs de kleinste fabriekjes produceerden met 25 werknemers al 1 miljoen sigaren per jaar. Echte reuzen waren er al in 1869, zoals Mignot en De Block waar 234 werknemers 12 miljoen sigaren vervaardigden. En inderdaad is 'vervaardigen' een juiste term want het handwerk was aioverheersend. Vooral het inwikkelen van de tabak in het tere dekblad liet zich slecht mechaniseren. Dit fijne werk lieten veel ondernemers graag door vrouwen doen die dan ook in veel fabrieken de meerderheid van het 'werkvolk' vormden. Bovendien, zo luidde een veel gehoorde mening, gedroegen vrouwen zich veel fatsoenlijker, ze rookten niet, dronken nauwelijks en ze „werkten geregeld door", met als resultaat een hogere produktiviteit dan van veel mannen. Hun lonen waren praktisch even hoog, en stegen soms nog sneller zoals bij bovengenoemd bedrijf, waar de lonen voor mannelijke sigarenmakers tussen 1867 en 1885 stegen van ƒ 6,50 naar ƒ 13,50 per week, ,en die van vrouwen van ƒ 6,— naar f 13,50. Daar stond waarschijnlijk tegenover dat in tijden van werkloosheid vrouwen eerder ontslagen zouden moeten worden volgens de heersende normen dan mannen. Of werkgevers aan die morele druk ook hebben toegegeven is uit dit boek niet af te leiden. Voor het arbeidsloon konden de mannen overigens aardig wat sigaren verstoken. De prijzen van een gangbaar assortiment varieerden tussen de 2 cents voor volkssigaren als de 'Jan Breydel' (eenVlaamse volksheld) en de 'General Lee' (populair generaal van de Zuidelijke Staten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog) en 10 cents voor klassesigaren die 'Mundi Victor Augustus' of 'Sin Rival' waren getiteld. Zelfs de gerenommeerde Amsterdamse Van Abbe-sigarenfabrieken, producenten van Karei I, vestigden zich rond 1900 in Eindhoven. Zo bleef de sigarenindustrie met bijna 3000 arbeiders, waarvan meer dan 800 vrouwen, de grootste werkgever van Eindhoven omstreeks 1910. Zelfs een toeleveringsindustrie van sigarenkistjes — de firma Brüning, van Duitse herkomst — van sieretiketten en sigarènbandjes kwam van de grond. Minder belangrijk, maar wel typerend voor Oost-Brabant, ook toen al, waren een veehandel en een grote exportslachterij in Eindhoven, opgezet door Joodse ondernemers. Loonniveau De vraag waarom al deze ondernemers juist Eindhoven en omgeving opgezocht hebben, behandelt Van Puijenbroek natuurlijk ook. Vooropgesteld dat er al een traditionele industrie was, komt eerst het loonniveau in aanmerking. Dat was laag, maar niet lager dan elders in agrarisch Nederland, waar het totale inkomen zelden uit industrieloon alleen bestond. Meestal zorgde werk op andermans land of in de eigen moestuin voor een flink percentage van het gezinsinkomen. Een factor was de plaatselijke overheid. Hinderwetvergunningen werden door de gemeentebesturen kennelijk als routinehandelingen beschouwd. Ook al zag het riviertje de Dommel zwart van de verfstof en al zag de buurt rondom de exportslachterij zwart van de vliegen die in de open vleesafvalputten een bestaan hadden gevonden, de gemeentelijke overheid dorst niet op te treden. Daarin was ze overigens evenmin uniek. De mentaliteit van de arbeiders in de regio is volgens Van Puijenbroek waarschijnlijk de belangrijkste aantrekkingsfactor geweest in combinatie met de zojuist genoemde twee. Hij spreekt van een 'aangeboren industriële werkinstelling', maar bedoelt waarschijnlijk een 'traditionele werklust' die door nieuwkomers van buiten de streek overgenomen is. Daarin paste een grote afkeer van socialisme en andere vormen van arbeidersverzet. Door onvriendelijke Westnederlandse critici die er aan gewend zijn dat de sigarenmakers tot de v vroegst georganiseerde (1873) en roerigste weerkérs van het land horen, is deze Brabantse mentaliteit (die overigens ook weer niet uniek is!) als „dom en argeloos" getypeerd. Philips Geen Eindhovense geschiedenis natuurlijk zonder Philips. Zoals gezegd, was er niets wat hem daar zou kunnen tegenhouden omstreeks 1890, maar het was toch toeval dat de allochtoon Gerard Philips juist in Eindhoven voor een zacht prijsje van ƒ 12.000 — f 6.000 onder de taxatiewaarde — een leegstaand, bijna nieuw fabrieksgebouw kon kopen. Daar begon in 1892 de produktie van gloeilampen met de nieuwste apparatuur die op dat moment op de markt was. •' Een kritische noot nog betreft de presentatie van de talrijke kwantitatieve gegevens. Die had de schrijver toch veel meer in grafieken en diagrammen overzichtelijk kunnen onderbrengen, uiteraard zonder pretentie van volledigheid. Nu zijn de meeste cijfers in de tekst verwerkt, en na de twintigste sigarenfabriek begon het mij toch wat te duizelen. Ook een kaartje van de plaats en haar omgeving zou niet misstaan hebben. Gelukkig houden de foto's van de prachtige advertenties en briefhoofden van de betrokken ondernemingen de geest levend. Dr. F. J. M. van Puijenbroek, Beginnen in Eindhoven. Allochtoon ondernemersinitiatief in de negentiende eeuw. Bura Boeken Eindhoven. Prijs: f 45,—. Een werkruimte van Stoomzeepfabriek De Lelie, firma Redelé, omstreeks 1905 Het eerste bedrijfspand van Philips & Co, 1891 --- Advertentie Steun =orm aTIE ' GIRO 625.000 MEER KANSEN VOOR GEHANDICAPTEN Een handicap betekent: extra afgekeurd. Daarom vragen wij méér kansen op sociaal contact, werk, studie, vorming, wonen, vervoer, recreatie, enz. AVO ■ DOET jA Tel. 033-63 5214. wat écht nodig is a W Antwoordnr. 201, 3800 VB Amersfoort --- Advertentie BELLEN OF SCHRDVEN? ,, , "1 Als u nevenstaande □ Bezorg mij NRC Handelsblad vier . , weken ter kennismaking. Vrijblijvend, en I bon invult, Ontvangt u N KC^ voor de halve pnjs: f 12 85 up.v f25,70. i Handelsblad voortaan elke □ Noteer mij voor een kwartaalabonne- 1 ment a f 83,45. Voor het ingaat ontvang | dag. Zo u wilt vier weken ik de krant twee weken gratis De betaal 0 p proef. Voldoende tijd om nog niet, maar wacht uw benent at. I r r 3 Postcode:. Plaats:. Telefoonnr.: (Voor controle op de bezorging.) Bon in open envelop zonder postzegel naar NRC Handelsblad, Antwoordnummer 1168, 3000 VB Rotterdam. 312 tot de conclusie te komen dat een krant die niet zwartwit denkt allesbehalve grijs is. Tot 20.30 uur kunt u zich ook telefonisch opgeven: 010-146666. . NRC ^HANDELSBLAD I ONONTKOOMBAAR VOOR WIE ] DE NUANCE ZOEKT. ---