Hebben regionale bisschoppelijke musea nog zin ? Concentratie in museum voor Religieuze Kunst te Utrecht Zoals wij reeds berichtten heeft het bisdom Haarlem om financiële redenen en daarbij steunend op kerkelijke kunsthistorische motieven, besloten zijn Bisschoppelijk Museum op te heffen en zijn museale collectie (uitgezonderd de belangrijke bibliotheek) voor tenminste vijftig jaar in bruikleen af te staan aan het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht, waar de gecombineerde iollecties samen het „Museum voor Religieuze Kunst” zullen vormen. Deze concentratie zal dan nationaal van zeer grote importantie zijn, daar zij drie-kwart van het nationaal kerkelijk museumbezit omvatten. Dat deze gang van zaken het Haarlems gemeentebestuur, dat zich overigens weinig gelegen liet liggen aan het Bisschoppelijk Museum, onaangenaam verrast heeft, daar een latere opvang daarvan in het stedelijk museum beoogd werd, is begrijpelijk. Belangrijker is, dat deze concentratie de drie overige Bisschoppelijke Musea (Maastricht, Den Bosch en Breda) onverwacht in het gedrang heeft gebracht en voor de vraag gesteld heeft of kleine en verspreide regionale bisschoppelijke musea nog voldoende bestaansrecht hebben. Of de samenvoeging van de regionale collecties in Utrecht een beter beeld geeft en dus de Nederlandse kunstgeschiedenis beter dient. HET Haarlems . Dagblad heeft dezer dagen (op 16.2) objectief en openhartig de zaak van de museale fusie behandeld, voorzien met uitspraken van verschillende belangheooende figuren uit de wereld van de bisschoppelijke musea. Wij willen graag aan deze onderscheiden visies op de kwestieuze fusie en haar gevolgen de aandacht vestigen, om ook in onze provincip een grotere communicatie daaromtrent mogelijk te maken. • WAT ZEGT UTRECHT? Dr. D. P, R A. Bouvy. directeur van het Aartsbisschoppelijk Museum, juicht deze centralisatie van harte toe, te mee1' waar hij eind 1967 of begin 1968 reeds over aanzienlijk meer ruimte in het voormalige St.-Catharijneconvent zal beschikken. „Ook als Roermond, Den Bosch en Breda niet meedoen, is de huidige concentratie nog zinvol, omdat zij driekwart van het kerkelijk museumbezit omvat". Zo oordeelt hij thans. Een vijftal jaren geleden schreef hij nog, dat „opheffing of aantasting van de zelfstandigheid der kerkelijke musea, zelfs bij de kleinste onder hen (zou) zowel onmiddellijk als op de lange duur een groot verlies aan cultuurgoed ten gevolge hebben”. Vanwaar die veranderde opvatting? Vooreerst moet vastgesteld worden, dat het initiatief tot fuseren niet van de Utrechtse directeur, maar van Haarlem is uitgegaan. Vervolgens mag erop worden gewezen, dat het Rijk deze fusie niet alleen toejuicht, doch zelfs stimuleert. En tenslotte is het een feit, dat de scheiding tussen de diocesen de laatste jaren sterk aan gelding heeft ingeboet. Er komt bijvoorbeeld een regeling van de gezamenlijke bisschoppen over de kerkelijke roerende goederen. De beheerders der bisschoppelijke musea zijn daar ten nauwste bij betrokken”. Nu het interdiocesaan overleg steeds nauwer wordt en de grenzen daartussen steeds meer verdwijnen, kan men, zo zegt dr. Bouvy, puur diocesane musea zien als blokken aan het been. „Hette zwaar laten wegen van plaatselijke belangen kan de kerke-Ujke culturele belangen schaden”. Bovendien vragen sommigen zich af of een bisschoppelijk museum nu een rooms instituut is, waar het bisdom voor moet zorgen of een (provpncieel of) stedelijk museum met een kenmerkende specialisatie. In De Tijd van 12.2 vond drs. Van Haaren een typisch roomse representatie op museaal gebied zelfs niet stroken met de nieuwe verhouding Kerk en wereld. • WAT ZEGT HAARLEM? DE deken van Haarlem, drs Th. Zwartkruis, verklaarde tegenover het Haarlems Dagblad 0.m.: „Als ik persoonlijk mozt kiezen, maar daar komen misschien scntimentsovervoegingen bij, dan kies ik voor regionaal behoud.... Maar los van mijn persoonlijk moet kiezen, maar daar voor de andere opinie, dat de samenvoeging met de collectie in Utrecht een beter beeld geeft en dus de Nederlandse kunstgeschiedenis beter dient”. Wat het niet-meedoen aan Utrecht door de drie zuidelijke musea betreft, zei drs. Zwartkruis: „Ik had een centralisatie in Haarlem of Amsterdam reëler gevonden". ® DE ANDEREN >r. J Knippenberg. conservatoi / van de collectie van het bisdom Den Bosch fseminarie St.-Michielsgestel): De voorbereiding vaneen samengaan van onze collectie met het Provinciaal Genootschap is vergevorderd. „Wat we hebben, is waardevol genoeg om „geëxposeert. te worden althans hier Waar zo weinig is, We trekken toch wel meer mensen nu, dan wanneer onze collectie inde depots van Utrecht zou verdwijnen" Hij geeft echter toe. dat er ook in het Bossche bestuur versch” van mening heerst over al dan niet concentreren. Prof. dr. J. J. M. Timmers, directeur van het Bonnefantenmuseum te Maastricht, waar de collectie van het bisdom Roermond zich bevindt, naast dein het nauw gebrachte collectie va, het Prov. Geschied- en Oudheidkundig Genootschap plus een dubbele collectie (oude en eigentijds-Limburgse) schilderijen plus een collectie Maastrichts zilver, plus de op zolders opgeslagën oudheidkundigfolkloristische collectie, is veel positiever. Wij citeren letterlijk zijn woorden: „Aan een centralisatie in Utrecht zullen we nooit meedoen. Ik kan hier vele stukken wèl krijgen voor Maastricht, maar niét voor Utrecht. Bovendien zijn vele dingen natuurlijk historisch regionaal gebonden. Ook is er tegenwoordig juist een spreidingstendens, het Rijk bijvoorbeeld leent alle kanten uit, waarom zouden we die tendens nu gaan tegenwerken? Waarom een bakbeest vaneen museum, waar heel veel natuurlijk in depot moet en niet zo tot zijn recht kar komen als ineen klein museum? Als ik in Haarlem had gezeten, zou ik me met hand en tand hebben verzet. Ik ben principieel tegen concentratie”. Een wel zeer straffe verklaring, waar, zoals bekend, de Bonnefantenmisérie zo hoog gestegen is, dat het provinciaal bestuur, het probleem bestuderend, streeft naar de vorming vaneen nieuw bestuur ineen eventueel nieuwe museale opbouw. Persoonlijk zijn wij niet zonder meer vóór de huidige decentralisatie-tendens, die in zijn kwantiteits-streven de kwaliteit over het hoofd dreigt te zien. De talrijke facetten van het Maastrichtse museum (afgezien nog van de beperkte plaatsruimte) verhogen de belangrijkheid daarvan niet. • NOG BREDA OOK de conservator van het bisschoppelijk museum in Breda, de heer F. Kimmel, reageerde positief, maar weinig overtuigend: „Er zijn technische redenen voor concentratie. Maar het zuiden is nu eenmaal niet rijk gezegend met kerkelijke kunst en het sterk groeiende Brabant zou niet gebaat zijn met verlies van he+ weinige, dat er is. Bovendien is de situatie in Breda heel gunstig; de gemeente is zeer voorkomend. Als concentratie toch zou moeten, ; dan zou ik een binding met de Nijmeegse universiteit belangrijk achten. Onze collectie bevindt zich samen met de stedeiijke: in het gebouw aan de Grote Markt. Mij dunkt, dat de gemeente Haarlem zich van een droevige zijde heeft laten kennen. Een subsidie van f 2000 betekent: donder maar op. Maar het gemis is. in Haarlem misschien niet zo groot door het eigen culturele bezit en de nabijheid van Amsterdam. Dan denk je: vijf musea is wei wat veel voor het materiaal. Als Haar-1 lem, net als Breda, 95 pet van de inkomsten fourneerde, lag de zaak natuurlijk anders. Want als diocesane instantie is de taak van het inventariseren en controleren van kerkelijke bezittingen beter te behartigen. Hier.; is nu tien jaar geïnventariseerd,' we zijn al aan een : controkeronde toe”* Het verweer dér drié zuidelijke musea is, dunkt ons, lang niet zo overtuigend als mén had: mogen verwachten. Daarvoor is de vrees voor „opslag in depóts” te opvallend. Alles tezamen lijkt het ons echter goed, dat juist in deze dagen van beheerste en onbeheerste verschuivingen, decentralisaties en fusies, de kwestie van het Bisschoppelijk Museum met ernst en zonder al teveel sentimentsoverwegingen bekeken wordt. L. M. --- Advertentie (Advertentie) GEOPEND MAANDAG t/m VRIJDAG 9—12.30 u. 14—18 uur toonzaal GEMEENTEBEDRIJVEN maagdendries maastricht --- Bij herstructurering Mijnstreek géén verpaupering op sociaal gebied 'E'i' is reeds veel geschreven en *J nog meer gediscussieerd over de op handen zijnde veranderingen als gevolg van de herindustrialisatie van ons mijngebied. JDezer dagen nog stelde de voorzitter van de Kamer van Koophandel in Heerlen in zijn jaarrede een studie in het vooruitzicht inzake actuele vraagstukken van economische aard, welke verband houden met de herstructurering der mijnstreek. Op één aspect is echter niet of nauwelijks de aandacht gevestigd. En toch is dit een aspect, dat niet alleen niet uit het oog mag worden, verloren, doch dat ook tijdig aan de orde moest worden gesteld. We doelen op de sociale verworvenheden in ons kolenrevier. De inspanningen van Velen op sociaal gebied vakbonden, ondernemers, kerkelijke instanties zijn oorzaak geweest, dat ons gewest niet is vervallen inde toestanden, waaronder b.v. de oude Belgische mijngebieden (de Borinage en het Luiker Bekken) hebben gezucht. ■— Overleg vakbonden en ondernemers Wij denken bij hetgeen in onze streek op sociaal gebied is tot stand gebracht, op de eerste plaats aan de resultaten, die het overleg tussen vakbonden en ondernemers heeft opgeleverd. Aanvankelijk in de van 1917 – 1941 bestaande Contact-Commissie voc het Mijnbedrijf. Na de laatste wereldoorlog ■werden nog belangrijker resultaten bereikt inde organen der PBO-Mijnindustrieraad. Ondernemingsraden, Rinéen en Instituut, Eenheidsvertrouwensmannen. Op hetgeen dit overleg voor de orde en rust in ons gewest en voor de economie van ons land heeft betekent, komen we hieronder terug. Talrijke verstrekkende en ingrijpende verordeningen op, het gebied van loon- en arbeidsvoorwaarden zijn inde MIR tot stand gekomen. De verkregen resultaten zullen nog wel een tijd blijven doorwerken. Maar wat blijft er van deze verworvenheden over, wanneer over luttele jaren de mijnindustrie geleidelijk doodbloedt en over 10 a 15 jaar onvoorziene omstandigheden op het gebied van de kwetsbare olietoevoer en de aardgasvondsten voorbehouden aan deze industrie definitief een einde komt? De nieuwe industrieën, welke t.z.t. in ons Limburgse land zullen voorkomen, zullen mede vanwege de gedifferentieerdheid bezwaarlijk die homogeniteit kunnen opbrengen, als in het verleden inde mijnindustrie het geval was. De „schappen” die inde meeste andere bedrijfstakken toe1 al een kwijnend bestaan leiden en veelal alleen een overleg-orgaan waren en zijn, wil men bovendien volgens recente ministeriële uitlatingen, nog meer tanden uittrekken.... De paritair samengestelde ondernemingsraden, welke inde mijnindustrie tamelijk verstrekkende bevoegdheden hebben, zullen inde nieuwe industrieën vallen onder de wet op de Ondernemersraden en derhalve nauwelijks meer betekenis hebben ook qua samenstel – ling dan dein de mijnindustrie bestaande Ringen. Nieuwe loonsystemen met in vergelijking tot de ondergrondse lonen lagere loonnormen en met andere secondaire arbeidsvoorwaarden, zullen hun intrede doen. Dit zal heel wat aanpassing vergen niet alleen van de zijde van het vroegere mijnpersoneel. dat naar andere industrieën overgaat, maar ook van de zijde van de middenstand en de grootwinkelbedrijven, die zich nu veelal instellen op de hoge éindbetalingen, de betalingen aan belangrijke extra-uitkeringen, de diensttijdtoeslagen, aanblijfpremies, jaar- en kerstgratificaties e.d. betalingen, die het mijnpersoneel vlot als het was grotendeels te gelde maakte. Dezer dagen liet de jonge vice-president van de DAF, de heer Martin van Doorne, een veelbetekenend doch ook hoopvol gelui-* in deze richting horen. Hij zeide o.a. „Voor de nieuwe autofabriek in Limburg, zal de Metaal-CAO, gelden, net als in Eindhoven. Deze ligt, vergeleken met de mijnwerkerslonen, grotendeels gelijk voor de bovengronders èn lager voor de ondergronders. Zij krijgen een afloopregeling. Het zal voor die mensen soms pijnlijke veranderingen meebrengen, maar ik denk niet dat er moeilijkheden zullen komen, ook niet met de vakbonden. Wij zijn er van overtuigd, dat de Limburgers hart hebben voor hun werk en trouw zijn aan hun onderneming. Dat zullen ze ook bij ons hebben en zijn. Wij hebben het grootste respect voor het werkklimaat dat de mijnen voor de ondergronders hebben geschapen, maar ik geloof, dat de auto-industrie een nog prettiger en gezonder klimaat bieden kan”. Hetgeen we met de heer Van Doorne hopen! MijnstreekfoniWn De sociale verworvenheden, welke een uitvloeisel zijn van de grote mijnstreekfondsen als het Algemeen Mijnwerkersfonds en het Beambtenfonds Mijnindustrie, blijven natuurlijk, dank zij ook de recente regeringstoezeggingen, de ontstane rechtmatige aanspraken waarborgen. Zij zullen echter evenals de mijnen, geleidelijk aan verdere „afbouw” onderhevig zijn (ook voor het grote administratief personeel dezer instellingen zal dit tot consequenties leiden!). Men kan zich afvragen, wat zullen en kunnen nieuwe industrieën op dit gebied presteren? Enkel toepassing van wettelijke regelingen? De meeste, vooral de kleinere, zullen waarschijnlijk geen eigen bedrijfspensioenfondsen hebben! I ƒ }at de nieuwe ontwikkeling i J in onze mijngebieden ook \ sterk gewijzigde omstandiglie, den op het sociale vlak zal brengen is vorige week in de 'Tweede Kamer nog eens met J veel nadruk betoogd. De hele .sociale structuur en de levensi gewoonten van de bevolking is 1 zozeer verweven met de mijn| industrie, dat de . industriële .overschakeling hier grote gevoli gen moet hebben. In twee arti-1 kelen, waarvan het eerste hier] naast, geeft de heer A. H. Steen.aert uit Heerlen enkele gedachi ten over deze sociale problemen. --- Advertentie (Advertentie) •% 1&*~ Speciaal VERPLEEGSTERSKLEDING en BEROEPSKLEDING *iU™fkHjatx4 s®®®*Ssssssgs«!Saai9x-lx-xvsx-x-xt Spilstraat 8 Maastricht Concordiastraat 4 Heer --- Mgr. Beel diende liet vormsel toe EYSDEN Maandag heeft de hulpbisschop van Roermond, Mgr. E. Beel, tijdens een plechtige avondmis inde kerk van de H. Martinus het H. Vormsel toegediend aan 135 jongens en meisjes van de parochie Breust-Eijsden. In zijn toespraak tot de ouders van de vormelingen wees Mgr. Beel op het bijzondere belang en de betekenis van het opgroeien van de kinderen inde liefdevolle sfeer vaneen goed, christelijk gezin. Ook tot de kinderen richtte Monseigneur een vriendelijk en vaderlijk woord. Eerder op de dag had Beel het vormsel toegediend in Oost-Maarland en het rectoraat Maria ten Hemelopneming. Dinsdag was de hulpbisschop voor hetzelfde doel op bezoek in Mesch. Na de hoofdparochie van Brunssum, waaraan Mgr. Beel vele jaren was verbonden, zijnde Eijsdense parochies de eerste die de nieuwe hulpbisschop mochten ontvangen. --- Voorstel in Luxemburg Europese premie voor mijnwerkers? (Van onze mijnstreek-redactie) HEERLEN. Tijdens een bespreking met de Hoge Autoriteit hebben afgevaardigden van de vrije en <'iristelijke mijnwerkersverbonden inde EGKS ’t hoge gezagsorgaan voorgesteld te komen tot een EGKS-premie voor alle mijnwerkers. die de mijnindustrie trouw blijven. De premie moet dan ook het karakter dragen vaneen aanblijfpremie, zoals men die ook in het Limburgse mijnbekken reeds kent en door de werkgevers wordt gefinancierd. De mijnwerkersverbonden zijn van oordeel, dat een dergelijke premie een positieve bijdrage zou kunnen leveren tegen het verloop bij de mijnen. Ze zou belastingvrij moeten worden en ook niet in aanmerking worden gebracht voor de sociale verzekering. Voorgesteld is te beginnen met een premie van DM 3 per schicht voor alk mijnwerkers, welke valuta dan vooi elk mijnbekken in eigen, nationale valuta zou moeten worden herleid. Di helft van de premie moet met hei week- of maandloon worden uitgekeerd, terwijl de andere helft ter beschikking blijft tot er 400 schichter zijn gemaakt. Jaarlijks zou, volgen.' het voorstel, de premie met 10 per cent moeten worden verhoogd om na tien jaar dienst bij een mijnonderneming op te lopen tot DM r per scbich' Ten einde de premie te financieren is door de mijnwerkersverbonden voorgesteld een gemeenschapskar in hc' leven te roepen. Deze zou dan gevoed moeten worden uit de subventies dei lid-staten ten gunste van hun mijnindustrieën. --- Mutaties Sociale School NKV Geleen (Van onze rechtbankverslaggever.) GELEEN In verband met zijn benoeming tot pastoor te Bocholtz zal Aalmoezenier Delissen. geen lessen meer geven aan de leerlingen van de Sociale School N.K.V. te Geleen. Totdat een nieuwe aalmoezenier benoemd is. zal de funktie van aalmoezenier Delissen waargenomen worden door kapelaan M. J. G Schlijpei. --- Advertentie (Ingezonden mededeling) Zekerheid met een OLVEH Perfecte Groeipolis --- Herinneringswimpels uitgereikt ]. Geelen nam afscheid verkennersbeweging (Van onze correspondent) MAASTRICHT Zaterdag jl. namen tijdens een feestavond inde Redoutezaal der stadsschouwburg, de leidsters en leiders der verkennersbeweging in het district Maastricht, afscheid van hun districts-commissaris, de heer Jo Geelen. Onder de vele genodigden, die van deze gelegenheid tot afscheid nemen gebruik maakten, zagen wij: de heer G. Gijbels, loco-burgemeester, de heer W. Ruyten, hoofdkwartiers-commissaris voor Zeeverkennen, afgevaardigden van de stedelijke jeugdraad, Nederlandse gidsenbeweging, Nederlandse padvinders, enz. Nadat het orkest van de avond „The New Rising Stars”, reeds voor een prettig welkom had zorggedragen, werd te ongeveer 9 uur, dit feestprogramma onderbroken voor het ofüiciële afscheid van de heer Geelen. Daartoe uitgenodigd door de assistent districtscommissaris Jan Joosten, betraden achtereenvolgens hef podium, teneinde de vertrekkende toe te spreken: de heer P, Lardinois, wnd. districts-commissaris, welke namens het hele district de heer Geelen dank bracht voor diens vele werk aan district en beweging gegeven. Ook mevrouw Geelen werd in deze dank betrokken. Een boeket bloemen en een tweetal leren, koffers onderstreepten deze dank op stoffelijke wijze. Daarna sprak de heer W. Ruyten voor het laatst zoals hij zei namens de Diocesane staf. Deze liet zijn woorden van dank vergezeld gaan vaneen officiële bekendmaking namens de hoofd-commissaris, dat de scheidende funktionaris benoemd was tot ere-districtscommissaris. waardoor hij toch ' nog inde beweging betrokken zal blijven. Het uiterlijke kenteken, hieraan verbonden werd hem uitgereikt terwijl mevrouw Geelen wederom met ruiker verrast werd. Namens het college van b. en w. sprak hierna de heer G. Gijbels. Hij benadrukte dé waarde van deze beweging, waarin men ook wel eens nee durft te zeggen tegen de jeugd, eisen durft te stellen, hogere waarden durft te onderstrepen. Hij vroeg alle leiders en leidsters zich ten volle in te blijven spannen voor de Maastrichtse jeugd en wenste het district spoedig een waardige opvolger voor de heer Geelen. Nadat nog de heer Aerts. namens de stedelijke jeugdraad het woord had gevoerd, bedankte tot slot de heer Geelen voor de lovende woorden en voor de geschenken. Dat de hoofd-commissaris hem had willen benoemen tot ere-districtscommissaris vond hij bovenal prettig, daar hij zodanig toch lid bleef van deze beweging eri dus niet na 26 jaren lidmaatschap geruisloos hoefde te verdwijnen. Dank bracht hij aan al degenen van in en buiten de beweging, die het hem hadden mogelijk gemaakt deze, niet altijd even prettige, taak te vervullen. Dat men op nationaal niveau thans de hulp inroept van deskundigen op paedagogisch en psychologisch terrein ter oplossing van vele moeilijkheden juichte hij toe. doch waarschuwde wel hiermede niet de leidsters en leiders te belasten, aldus dreigende van het verkennen een instituut en géén spel meer te maken. Tot slot reikte hij aan een aantal groepen, die inde afgelopen jaren hun zilveren jubileum gevierd hadden, een herinneringswimpel uit. Na dit officiële gedeelte werd de feestavond voortgezet. --- MUSICUS J. HAUTVAST IN BUN DE OVERLEDEN Als dirigent leidde hij tal van korpsen naar „de top” BUNDE Zondagavond, 27 februari is in Builde plotseling op 76-jarige leeftijd overleden de heer J. 11. A. Hautvast. De heer Hautvast was een bekend persoon inde muziekwereld. Wegens zijn bijzondere verdiensten op dit gebied wTerd hij hij in 1960 begiftigd met een gouden ere-medaille verbonden aan de orde van Oranje Nassau. De heer Hautvast was oud-directeur en bestuurslid van de harmonie „St.-Agnes” van Bunde. Op 16-jarige leeftijd was hij reeds lid van ’t stedelijk orkest te Maastricht. . Tot zijn 21e jaar bleef hij dit, ondertussen zich verder bekwamend op trompet en cello. Als beroepsmusicus trok hij op meerderjarige leeftijd naar Duitsland om daar zijn muzikale kennis te verrijken. Achtereenvolgens was hij orkestlid te Heringsdorf, Berlijn en Straatsburg. Na Duitsland trok hij naar Zwitserland waar hij in Lausanne en Zürich verbleef om vervolgens in Parijs zijn buitenlandse reis overhaast te beëindigen, wegens het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In Den Haag en later in Utrecht was hij na de oorlog lid van de plaatselijke orkesten. Inde dertiger jaren werd hij wederom lid van het Maastrichts stedelijk orkest, daarnaast zijn belangstelling richtend op de amateur muziekwereld. Vol energie bestudeerde hij de techniek en toonvorming van de diverse houten en koperen blaasinstrumenten om als gedegen kenner vraagbaak en richtlijn te kunnen zijn voor zijn amateur muzikanten. In Caberg deed hij. onder primitieve omstandigheden, met veel goede wil, doch weinig middelen, zijn intrede als dirigent van amateur muziekverenigingen. Al spoedig werd hij benoemd tot dirigent van de fanfare St.-Michael te Heugem. Onder invloed van de jaarlijks terugkerende stadsconcoursen was daar de muzikale ijver wel levendig maar nog piet tot. ontwikkeling gebracht. Van een onbetekenend korps wist hij deze fanfare op te werken tot op de hoogste sport op de muzikale ladder, . tot de beste der Maastrichtse verenigingen. Omdat de mogelijkheden voor een harmonie groter waren. besloot hij de fanfare om te zetten in harmonie. SUCCESSEN MET ST.-AGNES Rond 1937 werd hij dirigent van de toen nog fanfare St.-Agnes van Bunde. In haar achtjarig bestaan was deze vereniging de kinderschoenen nog niet ontgroeid. ~Van de grond af” bouwde hij deze fanfare op, als voorbeeld voor de andere korpsen onder zijn directie, zoals de harmonie van Gronsveld. Houthems fanfare en de fanfare St.-Martinus te Geulle. Reeds in 1939 werd St.-Agnes van Bunde al inde afdeling uitmuntendheid met succes bekroond. Na de gedwongen rustperiode tijdens de oorlog, wist hij met deze vereniging in juni 1946 inde ere-afdeling op het muziekconcours te Putten een eerste prijs te behalen. Voor fanfare St.- Agnes voorzag hij echter vele moeilijkheden om zich op dit peil te handhaven en dus besloot hij ook deze fanfare in harmonie om te zetten. Om de hoge kosten voor een geheel nieuwe bezetting te voorkomen, stelde hij voor om met behulp vaneen instrumentmaker de koperblaasinstrumenten van hoge naar lage stemming om te bouwen. Intussen leidde hij nieuwe leerlingen tot clarinettisten op. Deze bereikten een dergelijk peil, dat hij binnen drie jaren het met een gerust gemoed aandurfde om de nu harmonie St.-Agnes aan de muziekwereld te tonen en wel op een te Sittard in 1950 gehouden concours inde afdeling uitmuntendheid. Vele vakmusici stonden versteld over dit resultaat. Twee jaren later, in vijf jaren tijds dus, stond St.-Agnes op de hoogste sport (superieur afdeling Montfort 1952). Het wereldmuziekconcours in 1954 te Kerkrade bevestigde dit „superieur” zijn. Zijn verdiensten waren voornamelijk gelegen in het feit, dat hij korpsen, die niet over top-muzikanten beschikten, géén ideale bezetting hadden en niet reeds vóór zijn komst een muzikale hoogte bereikt hadden naar de top wist te brengen. JURYLID EN INSTRUCTEUR Dat zijn kennis alom bewondering wekte, blijkt uit het feit, dat op 'n leeftijd, waarop mén eigenlijk aan rust toe is, hij dringend verzocht werd de leiding van de harmonie van Meerssen en de harmonie St.- Caecilia van Maastricht-Oost op zich te nemen. Ook als jurylid trachtte hij steeds zijn beoordelingen in die geest te stellen, dat ze voor de betrokkenen waardevolle adviezen bevatten. Naast zijn functie als dirigent trad hij ook op als instructeur bij korpsen, die zich op concoursen voorbereidden. In deze functie stond hij o.a. collega-dirigenten terzijde om hen van advies te dienen. Als zodanig trad hij op tot buiten de grenzen van de provincie. Verder trad hij diverse malen met zijn korpsen op voor de radio, terwijl hij ook nog bekendheid heeft verworven als componist van o.a. de suite „Kasen”. De muzikaliteit van de heer Hautvast leeft voort in zijn gezin. Zijn zoon Guus is als beroepsmusicus verbonden aan diverse radio-orkesten als hoboïst. Zijn zoon Hen, onderwijzer, is dirigent van de fanfare te Itteren. de harmonie te Echt en 2e dirigent van de harmonie St.-Agnes van Bunde. Zijn zoon Willy is als beroeps-musicus verbonden aan de kapel van de koninklijke luchtmacht te Nijmegen. --- Advertentie (Advertentie) PAS HIERVOOR OP! Eerst komt r005... dan volgt haaruitval... daarna verhoornt de hoofdhuid... en kaalheid is het eind. Dit kunt u verwachten, als u niet bijtijds zorgt voor „bijvoeding” van de hoofdhuid. NEEM N EO-SILVIKRIN! Siivikrin bevat inde juiste verhouding alle 18 natuurlijke opbouwstoffen, die ook uw haar nodig heeft. Vandaar dat niets zo heipt tegen roos en haaruitval als Neo-Silvikrin! Neo-Sllvlkrln de biologische haarvoeding Vóór dagelijkse haarverzorging is er Silvikrin Lotion (met of zonder vet). Houdt het haar gezond en laat het g gemakkelijk kappen. --- Advertentie (Advertentie) Méér persoonlijkheid met een moderne bril i Wij staan U gaarne met ons advies terzijde. PANS-OPTIEK Gevestigd sedert 1936 Wijker Brugstraat 6 Maastricht --- Advertentie (Advertentie) zuidelijke zonnewarmte CARAVAN RAI 166 Honderden kampeer- en vouwwagens en toebehoren uit Nederland en ver daarbuiten. 24 FEBR.T M 6 MRT. opién yarllo-i7 uur én van 19-22 uur zondagen 10-17 uur toegang t 2.50 incl. bezoek TWEEWIELER RAI ra I AMSTERDAM De Nederlandse Spoorwegen geven op ruim 130 stations voordelige gecombineerde vctvoer/toegangsbewijien uit. --- Maastricht maakt van 10 maart grote feestdag MAASTRICHT De Oranjevereniging afdeling Maastricht, heeft dinsdagavond haar programma bekendgemaakt. Vele bekende en beroemde artiesten zullen op 10 maart a.s. naar Maastricht reizen, om daar aan een aantrekkelijk programma voor de bevolking mee te werken. De Nederlandse Radio Unie en Radio Luxemburg zullen direkte opnamen maken. Het dagelijks bestuur van de Oranjevereniging heeft maanden nodig gehad voor de voorbereidingen. PROGRAMMA : ’s Middags : Inde stadsschouwburg spelen leden van het „Limburgs Jeugdtoneel” het toneelstuk „De prinses en de zilveren sleutel”. Aanvang: half drie. Op het grote plein voor de St.-Christoffelkerk zullen twee draaimolens staan, die de kinderpret voor Maastricht-West zullen verhogen. Om vier uur geeft de Harmonie Wilhelmina op het Vrijthof een concert. De fanfare Juliana geeft een uur later een concert. Intussen paraderen de harmonie St.-Caecilia en „De Gele Rijders” door de stad. •’s Avonds : Om zeven uur wordt het nationale programma hervat. De harmonie en drumband „Ons Verlangen” uit Beverst (België) geeft een taptoe en concert inde Grote Staat en op het Vrijthof. Dirigent is de Maastrichtenaar Schröders. Radio Luxemburg zal enkele direkte opnamen maken. Om acht uur ’s avonds zullen op drie plaatsen de feestelijkheden worden voortgezet. In het Staargebouw is er een feestelijk concert door het Promenade Orkest en de Koninklijke Mastreechter Staar, met solistische medewerking van o.a. Mizzie van der Lans (sopraan) en Willy Caron (tenor). Dirigenten zijn: Gijsbert Nieuwland en Martin Koekelkoren. Dit programmapunt bestaat uit twee delen. Het eerste deel bestaat uit volksliederen uit verschillende landen. Het tweede deel bestaat uit fragmenten uit enkele operettes, die worden uitgevoerd door orkest, Staar en solisten. Van dit tweede deel, omstreeks half tien, zal de Nederlandse Radio Unie één uur uitzenden, ineen radio-programma dat wordt gevuld met uitzendingen uit Groningen, Vlaardingen en Maastricht. Na afloop van het concert is er tijd voor een gezellig dansje met „The Starlight Combo”. Inde stadsschouwburg treden op de Koninklijke Harmonie, Zuidnederlandse Opera en het Ballet Stadttheater Aachen. Ook hier is naar afloop dansen en wel met het orkest „The Skyscrapers”. Inde Dominicanerkerk zal een beatpartij worden gehouden met het orkest „The Twillights”. ---