Geconserveerde Havana's INGEZONDEN MEDEDEELING. (f ËXPORT OPRUIMING! De groote 12 cents u < o «s < vu lil Ni van WASCANA tijdelijk 8 cent. Zoolang de voorraad strekt. Alléén bij: Fa. Wed. J.A. F. Ploegman Hoofdstraat hoek Deventerstraat. N m m H > r > a rn --- PLAATSELIJK NIEUWS. HET SPORTFONDSENBAD. Ook „Hét Sportfondsenbad", officieel orgaan van de N.V. „De Vereenigde Sportfondsenbaden" bevat een perspeetief-teekening van het overdekte bad, dat hier zal verrijzen. De redactie geeft er het volgend onderschrift bij: Het ontwerp van het Sportfondsenbad-Apeldoorn. .. Eindelijk kunnen we onzen Apeldoornschen Sportfonasenvrienden berichten, dat „er thans schot in de zaak zit", dat er thans teekenen zijn, die er op wijzen, dat we ook in Apeldoorn het beslissende moment mogen verwachten, waarop we kunnen zeggen: „En nu full speed met de daadwerkelijke uitvoering, den bouw van het Sportfondsenbad, voorwaarts!" Het heeft lang geduurd, eer we zoover waren; imet als gevolg het voor ons, Leiders van onze Sportfondsenbeweging in heel Nederland, bekende verschijnsel, dat de Spaarders ongeduldig werden, heel ongeduldig, omdat ze, wetend, dat het „grond-aantal' Spaarders bijeen was, maar niets zagen gebeuren. Want dat er achter de schermen doorgewerkt werd, dat er diverse conferenties, besprekingen, briefwisselingen met 6e betrokken Autoriteiten plaats vonden, dat konden onze spaarders niet zien. Evenals in andere gemeenten wilden ook onze Apeldoomsche vrienden het gebouw zien verrijzen, doch dat daarvóór allerlei formaliteiten, allerlei moeilijkheden overwonnen moesten worden, kan de buitenwereld niet weten, vooral niet, omdat het er over spreken of schrijven onzerzijds zelfs, we willen niet zeggen: gevaarlijk, maar dan toch wel: ontactvol zou zijn geweest. Een groote moeilijkheid was het terrein, de plaats, waar het Sportfondsenbad zou moeten verrijzen: 1'histoire en ce cas se répète toujours! Oorspronkelijk — en dit was zeer logisch — was gedacht aan een combinatie van de te bouwen overdekte met óe bestaande open inrichting der Gemeente aan den Badhuisweg. Het | geval werd aan alle kanten bekeken en een geslaagd ontwerp werd opgezet; een vlot verloop werd verwacht. Doch toen kwam de tegenslag: de Gemeente zou het aan de bestaande bassins grenzende terrein noodig hebben voor een ander doel: voor de zooveelste maal had ons Bouwbureau vergeefsch werk gedaan. De vraag was nu: waar dan? Onderwijl had het Gemeente-Bestuur een speciale Studie-Commissie benoemd, welke tot taak had het geheele Sportfondsenplan te onderzoeken en daaromtrent rapport uit te brengen. In Maart van dit jaar kreeg deze Commissie, bestaande uit den Directeur der Gemeentewerken, den Direteur dec Technische Bedrijven en den Inspecteur der Gemeentefinanciën haar opdracht, welke, laten we dit dadelijk erkennen, geen gemakkelijke was, omdat zij voor eene materie gezet werd, welke haar volkomen nieuw tyas. Natuurlijk ging er, waar zij haar taak serieus opvatte, met het bestudeeren van het vraagstuk een flinke tijd heen. Zijn we goed ingelicht, dan was deze Commissie begin September met haar werk gereed. Inzage van het rapport krijgen we natuurlijk niet, doch wel is ons bekend, dat het gunstig voor onze zaak was. Daarop volgden conferenties met het Gemeentebestuur, welke van zeer aangenamen aard waren en waarbij — en dit is wel het belangrijkste — overeenstemming over de plaats bereikt werd, n.1. aan den Kerschotenscheweg, een terrein, dat gemakkelijk van alle deelen der Gemeente te bei-eiken is en daarom wat ligging betreft gunstig is, dok omdat we onze vleugelen goed kunnen uitslaan, ook als we gegroeid zijn en uitbreiding noodig is. Het project spreekt voor zichzelf: een serreinrichting volgens het nieuwe type met daarvóór voor het zomerverblijf een open bassin. Op het project zelve komen wij nog wel nader terug. Intusschen verwachten wij in den loop van November de beslissing in den Gemeenteraad. En dan zal het niet lang meer duren, of onze Apeldoomsche Spaarders kunnen iets van hunne inrichting zien. In hoofdzaak waren ons de bijzonderheden, in bovenstaande meóedeeling vervat, bekend. Ons was echter verzocht met de vermelding te wach ten, speciaal wat de plaats betreft. Nu „Het Sportfondsenbad" zelf er publiciteit aangeeft, kan er weinig bezwaar tegen zijn, 't over te nemen. „HET APELDOORNSCH TOONEEL". „Hanengevecht" in „De Poort van Kleef'. ,Het Apeldoornsch Tooneel" heeft voor het dilettanten-tooneel hier ter plaatse Zaterdagavond in ,.De Poort van Kleef" 't nieuwe seizoen geopend met de opvoering van „Hanengevecht" blijspel in drie bedrijven van D. H. Scheffer. Een aardig, frisch werkje, dat we, als we ons wel herinneren op de planken van Tivoli al eens eerder gezien hebben, door een andere liefhebberij-vereeniging, doch dat werkelijk de moeite waard is om het voor de tweede maal te „ondergaan". Scheffer heeft een vlot dingske geschreven, met veel leuke vondsten en wendingen een blijspel, dat 't best doet én voor de spelers én voor het publiek. En dat het Zaterdagavond ook uitnemend gedaan heeft, waarmede het succes voor „Het Apeldoornsch Tooneel" tevens is geconstateerd. De opgave was voor de vereeniging niet de gemakkelijkste. Tusschen ,,De tante van Calcutta" en dit blijspel ligt een groot verschil, in dien zin, dat „Hanengevecht" van de dames en heeren van ,,Het Apeldoornsch Tooneel" een fijner spel vraagt, een beter aanvoelen van de situaties dan in „De tante van Calcutta" dat wel wat lijden kon. Er is blijkbaar hard gewerkt, met een verheugend resultaat, want er ïs een verblijdende vooruitgang te constateeren geweest. De rollen zaten er, behoudens -een kleine inzinking in het laatste bedrijf — 't is trouwens niet ge makkelijk om een bepaald sterk aangezet tempo tot het einde vol te houden — behoorlijk in, en er is door de hoofdpersonen vlot gespeeld. Een succes voor den regisseur den heer A. Gorter, die, naar we mogen aannemen, het „pad ter ruste" heeft verlaten en zijn menschen 't noodige temperament in gebaar en zegging heeft bijgebracht. Dat geeft moed voor de toekomst. In den heer H. Klein Leugemors, die veeleischende rol van dr. Peter ^ Laporte speelde, had hij een uitnemende kracht, levendig, van top tot teen, soms wel wat al te uitbundig voor een veertigjarigen, zij 't ook ongetrouwden dokter, wien de ernst van zijn beroep zijn zin voor humor blijkbaar niet heeft kunnen aantasten. Soit, zijn vitaliteit was zoo verfrisschend tegenover de dorre voorzichtigheid van den rentenier van Dalsum. dat we zijn overmoed gaarne hebben aanvaard. De heer G. SpackIer was als Van Dalsum wel een heel sprekende ^ zocht en vond zijn kracht in cterlr ^ ppn ^„rinnsheiri een sterk opgevoerde soberte, een kleurloosheid in spel, die, naast Klein Leugemors, bijna weer in een ander uiterste oversloeg. Mw. W. Lammers-Barelds, Gonne, de schoonzuster van Van Dalsum, gaat goed vooruit, in het bijzonder haar stem, waaraan blijvend veel aandacht moet worden geschonken, heeft gewonnen. De heer H. Dragt had veel verdienstelijks als de bleue, weltfremde, maar fijngevoelige kunstschilder. Mej. G. Peeters, niet onwaarschijnlijk aangevuurd door de vroolijke vrijheid van den dokter, was al even uitbundig als deze, een aannemelijk type van de moderne bakvisch-vanonze-dagen. Voorts kwamen nog ten tooneele mw. D. Klein Leugemors-Barelds, als de Engelsche Trixy, die haar EngelschHollandsch werkelijk met te waardeeren vaardigheid radbraakte en mej. S. J o n k e r en de heer H. N e e s e n, die elk een bijrolletje hadden Zooals opgemerkt, de opvoering was een succes voor de vereeniging. maar niet minder voor den heer Gorter. Het stemt hoopvol, dat, nu 't zich laat aanzien, dat beproefde krachten in de Apeldoomsche dilettantentooneelwereld de planken voor goed hebben of zullen gaan verlaten, er weer nieuwe krachten komen om, onder goede leiding hun plaatsen in te nemen. The Jolly Band heeft gezorgd voor de muzikale afwisseling tijdens de pauzes en voor het bal. De heeren deden 't met een toewijding, die een extra aanteekening verdient. Een opmerking tot slot. De voorstelling begon om half negen, terwijl 8 uur als aanvang aangekondigd was. Laten andere vereenigingen dat minder goede voorbeeld niet gaan volgen. Het is immers niet noodig het publiek een half uur te laten wachten. „DE JONGE GARDE". Zaterdagavond werd in 't gebouw „Elim" het 18-jarig bestaan herdacht van „De Jonge Garde". De zaal van ,.Elïm" was geheel gevuld met vrienden en belangstellenden van „De Jonge Garde". Na opmarsch van deze vereeniging, werd de feestavond door den voorzitter op gebruikelijke wijze geopend, waarna deze in herinnering bracht wat alzoo „De Jonge Garde" in de voorbije 18 jaren in Apeldoorn geweest is. Hij kon vaststellen dat zij voor vele jongens ten zegen was en noemde het een zegen voor de ouders als zij in staat zijn hunne kinderen te zenden naar die gelegenheden waar dezen lichamelijke en geestelijke ontwikkeling kunnen bekomen en ook zooals in „De Jonge Garde", in hun Jeugd kunnen beluisteren de lessen, die gegeven worden inzake de verwoestende kracht van den alcohol en raadde aan hunne kinderen nimmer alcohol te verstrekken. Het verdere gedeelte van dezen avond werd gevuld met gymnastiek door de jongens, en de sinds kort geleden opgerichte afdeeling meisjes. De verschillende oefeningen en standen werden onder leiding van den heer Mienstra gned afgewerkt; de jongens, van de kleinste tot de grootste kunnen we een pluimpje niet onthouden, bijzonder viel in den smaak het dansnummertje van de groep meisjes; waarvan we gaarne een volgenden keer een grooter aantal zagen. Medewerking werd verleend door de zangclub van de N. C. G. O. V., onder leiding van den heer Osborn, en de Fluitclub van de federatie van de C. J. M. V. onder leiding van den heer H. M. Gerritsen Jr. Het was voor de feestvierende vereeniging een goede avond en haar bestuur kan, zooals wij vernamen, dankbaar zijn voor het goede resultaat, ook wat het financieele betreft. Na het zingen van Gezang 96 werd met dankgebed gesloten door den heer G. J. Wegerif en keerden allen voldaan huiswaarts. CORRESPONDENTIE. Den heer K. Ingezonden stukken, waarvan ons de schrijver niet bekend is, kunnen niet worden geplaatst. --- HONIG'S BOUILLONBLOKJES thans 6 voor 10ct. INGEZONDEN MEDEDEELING. HONIG'S BOUILLONBLOKJES tha ns 6 voor lOct --- FEUILLETON. De slapende Boeddha. door F, J. A. L. CORDENS. Nadruk verboden. 22) Ik nam mijn portefeuille en zocht naar mijn talisman. „Wou je in je spoorboekje kijken, om hoe laat we hier Weg kunnen?" vroeg Keening, die de spraak had teruggekregen. „Wat drommel, ga je nu doen?" vroeg Keening. Tijd om te antwoorden werd mij niet meer gegeven. Wat er nu volgde was zoo verwarrend en verbijsterend, dat ik het niet weer kan geven en er ook naderhand nooit een duidelijke visie van heb gehad'. Er klonk een oordoovend geschreeuw en gebrul, geweervuur ratelde van alle kanten, in en rondom den trein. Door hei tegenover liggend portierraam konden wij een aantal witten gedaanten met groote sprongen zien naderen. Maar ook aan onzen kant had de aanval plaats; het was of de witte duivels van onder clen trein te voorschijn kropen. Houtwerk werd versplinterd, raampjes werden ingeslagen, gekerm en gegil van gekwetsten klonk aan alle kanten. Daar vloog een grootere bruine Hindoe op de treeplank vlak bij ons en stak zijn leelijken kop door het open portierraam , ik zag een verwrongen gelaat met van bloed belocpen ocgen, een wreeden mond en een wanstaltigen breeden neus. Zijn linkerhand, waarin een flikkerend mes, had! hij nog 1 niet door het portier kunnen wringen, maar ik voelde, dat het einde nabij was. Ik was verstijfd van schrik, kon mij niet bewegen en geen geluid voortbrengen; ik had geen andere gedachte, dan dat aanstonds dat mes, dat vreeselijke mes zijn werk zou doen. Later heb ik nog vaak aan dit oogenblik teruggedacht en er ook met Keening over gesproken, die er toen niet veel beter aan toe was dan ik ; maar geen van beiden hebben we ooit weer de ontzettende sensatie van dit oogenblik doorvoeld. We keken er later tegenaan als een zonderling gebeuren, als iets, dat je lees; in een krant, een geweldig ongeluk, dat je niet eens hevig ontroert. — Kwam het door de menigte vraemde indrukken, die we sindsdien hebben ondergaan, de snel opeenvolgende gebeurtenissen, die zich rondom ons afspeelden ? Kwam het door de be.oovering van dit ondanks alles toch heerlijke land met zijn wuivende palmen, zijn donkere bosschen en woeste bergen, zijn vruchtbare vlakten en onafzienbare jungles ? De manier, waarop wij uit het gevaar in dien ongelukstrein verlost werden, was voor ons even onverwacht als hei gevaar zelve. De leelijke Hindoe had mij slechts even aangekeken en toen viel hij terug, alsof hij met geweld van de treeplank werd afgetrokken. Hij schreeuwde en gestilculeerle als een bezetene tegen paar kerels, die achter hem waren, en deze sprongen ook op de treeplank, keken mij aan en sprongen er even gauw weer af. Toen kwam er een vierde bij, een oudere, vurige kerel met een korten puntbaard. Hij droeg een prachtig pistool in zijn gordel en zwaaide een vervaarlijke kromsabel en was allesbehalve vriendelijk tegen het drietal. Maar dezen posteerden zich voor een coupé en praatten druk tegen hem. Van wat zij zeiden verstond ik geen woord, maar een paar keeren hoorde ik den naam Akbar. Toen wierp de man met de kromsabel de coupèdeur open en beval in zuiver Engelsch : „Stap uit." Wij aarzelden. „Stap uit," zei de man. tegen me, „als uw leven u lief is. We zullen u redden." Ik gaf Alfred een wenk en stapte uit den trein. Mijn vriend, wilde mij volgen, maar een Hindoe trachtte hem tegen te houden; doch het onverwachte van het geval gaf mij moed, ik reikte Alfred een hand en trok hem uit den coupé. Toen beval de man, die als Akbar was aangesproken : „Loopt rechtuit, zoo vlug als gij kunt en kijkt vooral niet om." De man met den platten neus greep mij bij den arm, een andere Hindoe pakte Alfred beet, de derde sloot den stoet, en met ons vijven liepen we op een draf het veld in. Bij het uitstappen had ik nog even kunnen waarnemen, hoe van alle kanten de Hindoes den trein binnendrongen ; achter ons klonk nog steeds schieten, gegil en gekerm. „Niet omzien," herhaalde de platneus in gebroken Engelsch, toen ik even het hoofd wilde, omwenden, en wij liepen, wat wij loopen konden. We holden een heel eind rech» vooruit, toen een vrij steile helling af en hielden stil aan den rand van een dicht struikgewas. Vermoeid lieten we ons in het gras neervallen en luisterden. Nog een paar schoten klonken en toen was alles stil, doodstil. Alfred zag mij aan met een vreemden blik ; ons beider gedachten gingen uit naar onze kameraden, die wij te midden van den strijd' verlateij hadden, en beiden wisten wü dat nu alles voorbij was. Wat zou er met ons beuren, nu wij in de macht van die bruine kerels waren ? Mijn vriend stond op en keek naar de helling, die wij waren afgekomen. De hoogte belette, iets van de daarachter gelegen spoorbaan te zien, maar scherp teekende de halfcirkelvormige kring van bergen zich af tegen de strakke lucht. „Zij hebben de plaats voor hun overval wonderlijk goed gekozen," merkte Keening op. „Ik durf wedden, dat het rumoer van den strijd alleen hoorbaar is geweest in de richting, waar wij nu staan, maar dat het aan alle andere zijden gedempt door de hooge bergen. Jammer van onze vrienden. Die Gwyn was een goede kerel, en dat fatje van een Spar.hing wist op een chique manier In den dood te gaan. En daar zitten we nu; God weet, wat ze met ons voor hebben. Had ik me maar niet door Gwyn laten bepraten. Had ik maar als Engelschman naast mijn landslieden gestaan !" Ik drukte hem de hand ; ik haid begrepen, dat, toen de majoor ons den raad gaf, ons niet in den strijd te mengen, Keening dien raad had opgevolgd, niet uit vrees voor eigen leven, maar met het oog op mij. „Het is beter zoo," sprak ik na een poos. „Wij konden in den s.rijd niet van nut zijn, en al heb je verplichtingen jegens je landslieden, je hebt op de eerste plaats verplichtingen jegens je vader. Ik zou toch ook niet heelemaal vrij uit kunnen gaan, indien ik alleen ontkomen was." Hij keek mij aan en beet zich op de lippen. „Ik heb je in een beroerd parket gebracht," was al Wat hij zeide. Onze drie Hindoes waren een eind van ons af gaan zitten aan den rand van het boschje, en een hunner plukte vreemd rose bloemen, die daar aan de struiken groeiden ; zij lieten ons geheel vrij, maar ik vermoedde toch wel, dat zij de wacht hielden De pla neus verdween in het kreupelhout en kwam na eenige minuten terug met een groot blad van een waterplant; zijn makker legde er eenige van zijn versch geplukte bloemen bovenop, en toen kwam hij met alle teekenen van onderdanigheid naar mij toe. Zwijgend vouwde hij het blad open, dat eenige vijgen, druiven en inlandsche vruchten bevatte, en bood het mü aan. s' Mans verbazing was niet gering, toen ik Alfred een wenk gaf, zich het eerst te bedienen. Beiden namen Wü wat we noodig hadden en omdat ik dien man liever niet om ons heen had, gaf ik hem een wenk,'dat hij heen kon gaan, wat hij onmiddellijk deed. Uit zijn eerbiedigen salaam maakte ik op, dat Alfred heel wat bij hem in aanzien gestegen was. „Ik begrijp er niets van," zei Alfred, terwijl wij met de irissche vruchten onzen dorst leschten. „In den trein was ik verbaasd, toen jij dat groene luitje op je jas spelde, maar rftl kom ik ot de overtuiging, dat we daaraan onze redding te danken hebben, als het tenminste redding is. Wat is dat voor een ding ?" In bijzonderheden vertelde ik mijn vriend, hoe ik dat lint van Moonah Singh had gekregen om het in in tijd Van nood te gebruiken, maar dat ik zelf de waarde en de beteekenis er van absoluut niet begreep. Onze aandacht werd plotseling afgeleid door een troep gewapende Hindoes, die een honderd meter verderop de helling afkwamen. Sommigen voerden paarden aan den teugel, blijkbaar de ca va Ie riep aard en van onze soldaten. Z-ocdra de eers en de helling afdaalden, stonden onze bewakers op en kwamen naar ons toe. De platneus wenkte ons hen te volgen. „Probeer eens, of wij vrij kunnen komen," fluisterde Alfred mij toe. (Wordt vervolgd). --- Nomotta-Wol Pingoun-Wol INGEZONDEN MEDEDEELING. Nomotta-Wol Piipiin-Wol EN DE BESTE NEDERLANDSCHE WOLLEN het geheele jaar door in HET HANDWERKHUIS. Nieuwstraat 85. Telefoon 3288. jes-Wol Swaantjes-Wol --- WRIGLEY INGEZONDEN MEDEDEELING. WRIGIEY'S KAUWGOM IN OE MOND IS LEKKER EN VIER STUKS G EZ ON 01 PER PAKJE WRIGLEY --- Advertentie INGEZONDEN MEDEDEELING. De nieuwe Civic Hall te Leeds wordt eerst wérkelijk als geopend beschouwd, als de Koning zelf de deur ontsloten heeft. Zoo kan alles wat als „Aspirin" verkocht wordt, slechts als wérkelijke, werkzame en onschadelijke pijnstiller beschouwd worden, als ieder tablet het Bayer kruis draagt. Verkrijgbaar bij: DROGISTERIJ GREVESTUK. HOOFDSTRAAT. NAAST DE DUIF. Verkrijgbaar bij: CENTRAAL-APOTHEEK RAADHUISPLEIN 1. TELEFOON 3191. --- NIEUWS UIT DE NAASTE OMGEVING. f 3870.— - 3494.— - 3425.— - 3416 — - 3116.— - 2693.50 - 2823.— - 2495.— - 2398.— - 2110.— - 2028.— LOENEN. Zaterdag werd in Hotel den Eikenboom, onder architectuur van den heer Schoolderman, aanbesteed: het bouwen van een woon- en winkelhuis met kolenschuur, aan den Voorsterweg. De inschrijving is als volgt: Metselwerk: H. J. Langkamp, Voorstonden W. H. Hafkamp, Loenen J. Hutlnk, Ellecom A. Haank, Eerbeek Wissink en Wassink, Spankeren - 3318.— E. J. Donderwlnkel, Brammen - 3225.— A. H. Pas, Voorst W. J. Nieuwkamp, Klarenbeek Timmerwerk:. J. Beltman en Zoon, Brummen Martens, Brummen A. Th. Bello, Huil A. M. Th. Boks, Loenen H. Pas, Voorst Smids-, loodgieters- en electrlclteitswerken: F. van Luttikhuizen, Loenen - 545.— F. W. de Ruiter, Loenen - 431.50 E. Eekhof, Loenen, k - 357.— L. J. Kroeze, Empê * - 304.50 Schilderwerk: J. M. C. Wansink, Loenen - 579.— J. Palm, Loenen - 544.— G. Rdligebrink, Brummen - 492.— J. B. Gabriël, Loenen - 469.— G. Lukes, Voorst - 430.— G. J. A. Hissink, Klarenbeek - 396.— Massa, zonder schilderwerk: D. Grootherder, Voorst - 6829.— A. M. Th. Boks, Loenen - 6585.— E. J. Donderwinkel, Brammen - 6520.— Martens, Brummen - 6265.— G. W. Havesman, Spankeren - 6080.—• W. L. Nieuwkamp, Klarenbeek • 5450.— Geheele massa: Martens, Brummen - 7176.— G. W. Havesman, Spankeren - 6860.— A. F. Bello, Hall - 6645.— LOENEN, — Zaterdagavond had het laatste concert van de muziekvereeniglng Olto, aangeboden aan de Loenensche ingezetenen, plaats in het Stationskoffiehuis. Ook dezen avond is evenals de andere drie uitstekend geslaagd. Zooals bekend, werden deze concerten aangeboden bij gelegenheid van het 20-jarig jubileum van Olto. En dat eiken avond de zalen zoo goed bezet waren, bewijst wel hoezeer de ingezetenen het gebodene apprecieerden. Het bestuur van Olto, dat dit alles zoo goed heeft voorbereid, kan met genoegen op deze avonden terugzien. Gelijk met dit concert in het stationskoffiehuis zou in de zaal van café „Modern" een een avond van vroolijke kunst worden gegeven door een gezelschap dames en heeren uit Apeldoorn. Toen wij om 7 uur aan de zaal kwamen, waren slechts 2 toeschouwers aanwezig, terwijl de Pers geen toegang werd verleend. Wij hebben het begin dan ook maar niet afgewacht. Loenen heeft pas 4 goede uitvoeringen achter den rug en verlangt niet direct weer naar geïmporteerde „Vroolijke Kunst". Wij denken dat de dames en heeren zonder hun kunst te . hebben vertoond, maar weer naar Apeldoorn zijn vertrokken. 25 November geeft de tooneelvereeniging „Kunst en Genot" een uitvoering in de zaal van café „Modern". SPORT. LOENEN. — Loenermark speelde Zondag tegen Albatros 2 gelijk met 4—4. Beide ploegen waren geheel tegen elkaar opgewassen. Er werd een fraai en open spel gespeeld. Ruststand 2—1 voor Loenermark. Na de rust wist Loenermark de voorsprong te vergrooten tot 4—2. Ongeveer 10 minuten voor het einde dacht Loenermark zeker te zijn van de overwinning dat echter duur kwam te staan. Een kleine inzinking volgde, waarvan Albatros dankbaar gebruik maakte en de 4—2 achterstand in een gelijk spel 4—4 omzette. Het was gelukkig voor Loenermark dat de scheidsrechter direat hierop hiet eindie aantkondigde, anders zou het nog op een nederlaag ultgeloopen zijn. Loenrmark 2 won in Apeldoorn van V. V. A. S. met 6—3. HOENDERLOO. — Zaterdagavond gaf de tooneelvereeniging .Samenstreven doet herleven" in het Dorpshuis een gezelligen avond. De zaal was overvol met belangstellenden, die zich uitstekend amuseerden. In de pauze was er een grabbelton tot dekking der kosten. --- EEN TIJDSCHRIFT VOOR WINKELBEDIENDEN „DE VERKOOPER". Bij de N.V. Pallas Uitg. Mij. N.Z. Voorburgwal 326—328 te Amsterdam verscheen een nieuwe uitgave, het geillustreerde tijdschrift „De Verkooper"_ Dit tijdschrift wijdt zich geheel aan de belangen van den verkooper, behandelt op populair-wetenschappelijke wijze vele interessante mogelijkheden en moeilijkheden van het beroep. Het geheel ziet er uitstekend verzorgd uit, een vlot geschreven tekst, talrijke mooie illustraties in koperdiepdruk geven het blad een aantrekkelijk aanzien. Wi1 gelooven, dat dit blad zeker zijn weg zal vinden, temeer daar het voor een groot aantal arbeidende Nederlanders in een behoefte voorziet. Verschijnt maandelijks. ---