Het geweten van een spitsboej' ROMAN VAN D. C. MÜRRAÏ. 32. »Met vijftig kan ik 't niet opnemen," antwoordde Jobn, terwijl hy het zich in zjjn deken behagelijk maakte, zonder de pijp, die hem blykbaar zeer goed smaakte, uit den mond te nemen, zoodat hetgeen hij zeide slechts een gemompel was. »Ik ga alleen wanneer ik gedragen word." Da woordvoerder opsnde h?t raam en richtte het woord tot zijne kameraden op straat. «Deze Beech," zeide hij, «antwoordt op uwe bevelen slechts rondweg met een neen. Wat zegt gij daarvan ?" «Haalt hem naar buiten," beval de president van het comité doodbedaard, »gjj met u zessen zjjt daartoe mans genoeg." «Maak dus geen complimenten," zeide de woordvoerder. »Ik kan het met vijftig niet klaar spelen," herhaalde de onverstoorbare John, »en ik zal mg niet eens tegen een half dozijn verzetten. Hier br>n ik, wanneer gij mg wilt hebben. Ik weeg honderd kilo." De zes indringers grepen het ledikant, waarin John lag, en trokken het van den muur. Hierop greep elk van hen eene goede handvol van den dunnen streozak en trok, waarop JohD, stroozak, dekens en alles zacht op den vloer gleden. «Wilt gg nu komen ?" vroeg de woordvoerder. «Dat weet gjj beter dan ik," antwoordde Beech. «Brengt hem naar buiten!" riep de president weer van de straat en na deze herhaling van het oorspronkelijk bevel tilden de zes mannen hunnen last op en droegen dien onder bedenkelijke zwaaiingen de trap af en vervolgens een weinig minder onvast op de straat, waar zij hem voor jichtig in een door den regen ontstanen waterplas legden. John wikkelde zich vaster in zijn deken en rookte. «Gij moet meegaan," zeide de president. »Gij zijt de eenige, die opgehangen zal worden," antwoordde John, «de anderen krjjgen elk vijf jaar." »Dat is onze zaak, mr. Beech," antwoordde de president. Dat was de eenige pyl, dien John geslepen en den geheelen nacht in zijn koker bewaard had en daarna nog een stomperen af te vuren, kon niets helpen, waarom hij er de voorkeur aan gaf het stilzwijgen te bewaren. «Wilt gij ons dan den geheelen dag voor den gek houden ?" vroeg een man. «Hoor eens," zeide een ander, die zich naar voren drong en den op den grond liggenden John toesprak, «wij hebben tot dusver niets slechts met u in 't zin, maar gij moet ons geduld niet op eene te zware proef stellen." »Nu zal ik de zaak ter hand nemen," nam de president weer het woord. «Twee van u moeten een paard zien te krijgen. Gij kunt u aankleeden, mr. Beech, maar wanneer gjj daarmee niet wat haast maakt, moet gij gaan, zooals gij zijt." «Gij kunt doen, wat gij goedvindt," antwoordde John Beech. «De geheele geschiedenis is immers niets dan onzin en ik wil er niets mee te doen hebben." «Maar werkelijk, mijne heeren, werkelijk," riep James, die bij de goedmoedige stemming van de menigte een oogenblik weer hoop kreeg. «Gij zjjt toch zeker niet van plan geweld tegen mr. Beech te gebruiken, wijl hij eene onwettige handeling, welke tot zyn eigen voordeel zal ondernomen .worden, niet kan goedkeuren? Mr. Beech en ik zijn degenen, die onder de misdaad, welke gjj van plan zijt te straffeD, te lijden hebben, maar wij zijn volkomen tevreden, wanneer het gerecht de zaak ter hand neemt." «Houd je mond als 'tje blieft," riep eene stem uit de menigte. «Wg willen Daly niet daarom laten boemelen, wijl hij een speculant bedrogen heeft, is 't wel vrienden ?" Reeds het noemen van Daly's naam was voldoende om de stemming der menigte te veranderen. De gezichten der mannen werden somber, een dreigend gemompel verhief zich en een bukte zich, schoof beide handen onder John's hoofd en tilde hem zoo omhoog. Twee of drie anderen hielpen hem en zoo werd John langzamerhand in zijne geheele lengte en stagf als eene plank opgenomen. Slechts zjjne onverstoorbare kalmte belette, dat er een gevaarlijke scène voorviel. «Wilt gij u nu aankleeden ?" vroeg de president nog eens. «Gij hebt er nog den tijd toe." «Op uw bevel doe ik in 't geheel niets," antwoordde Beech. «Want ik erken de macht, welke gij u aanmatigt, niet. Wanneer gij mij draagt, moet ik natuurlijk meegaan, maar ik doe het onder geene voorwaarde en ik moet u nog iets ronduit zeggen." «Oho 1" riep de man, die hem het eerst had opgetild, »en dat is?" «Ik erken de bevoegdheid van uwe macht nu niet, en ik zal die ook niet op het einde van onze reis erkennen. Ik zal elke verklaring weigeren." »D»" bij Satan !" riep de man, «zullen wjj u naast Daly ophangen." «Dat is uwo zaak," antwoordde John, «maar ik geloof het niet voordat het gebeurd is. Uw gerechtshof is maar schijn en dat weet gij zeer goed. Het is bovendien eene dwaze comedie, want wy leven onder de Engelsche vlag en kunnen hier even goed recht verkrijgen als in Londen." Na eenigen tijd keerde de man, die uitgezonden was om oen paard te balen, daarmede terug en nu werd John Beech, die steeds nog in zijn beddedeken was gehuld, op den rug daarvan getild. Een man greep de teugels, de anderen schaarden zich aan weerskanten van het dier en omgaven zoo de beide onvrijwillige deelnemers aan den stoet. «Staat gij mg toe, dat ik mr. Beech's kleeren haal?" vroeg James aan een van zijne buren in het gedrang. «Neen, maar ik zal die zelf halen," antwoordde de man, «ik ken de kamer." Met een luid hoera zette de stoet zich in beweging en trok de hobbelige straat over. Macquoid's Bank lag dicht in de buurt en door het ongewone leven aan haar raam gelokt, zag Mary haar geliefde te paard, in een wollen deken en een sprei gehuld, welke beide geheel met modder waren bespat. Toen John in het voorbijgaan naar boven keek, ontmoetten hunne blikken elkaar, ofschoon Mary zich achter de gordijnen trachtte te verbergen. John zag er bijzonder grimmig en eigenzinnig uit, waaruit zij opmaakte, dat hij als een gevangene werd behandeld. Ook Lascelles keek naar boven en maakte den indruk van iemand, die naar den galg wordt geleid. Een ijverig lid van het uitvoerend comité had hem bij den kraag gegrepen. De optocht, waarvan zij niets begreep, vervulde haar met angst en verbazing. Haastig en met bevende handen kleedde zij zich aan en liep de straat op. Deze was nu verlaten, maar de menigte had geene keuze tusschen verschillende wegen en Mary volgde den algemeenen weg. Achttiende Hoofdstuk. Op het eind van den stoet marcheerde een z ekere Mac Elvoy, een geschikte man, die bij de n oodzakelijke veranderingen, welke ia het huis, waarin Macquoid's Bank zich bevond, waren aangebracht, had meegeholpen. Mary en h\j kenden elkaar van aanzien en van naam. «Wat heeft dat te beteekenen ?" vroeg zij. «Waar gaan al die menschen heen?" Ongeveer een half dozijn deelnemers aan dezen optocht was gewapend en ook Mac Elvoy droeg een geweer en een tasch met patronen. Hij legde zijn geweer van den eenen schouder op den ander, krabde zich achter de ooren, maar gaf geen antwoord. Pas toen Mary bare vraag meer dan eens had herhaald, verwaardigde hij zich, iets te antwoorden. «Dat is niets voor een jonge dame," zeide hg, «en ik zou u raden naar huis te gaan, miss." «Wat hebt gij dan met mr. Baech voor ?" vroeg zij verder. «Wanneer ik in uwe plaats was, miss," antwoordde Mac Elooy, «zou ik liever naar huis gaan." «Ik ga niet, voordat ik het weet," antwoordde zij. «Nu, goed dan miss," antwoordde de man, «wij zijn een uitvoerend comité en hebben een marsch van vijf dagen voor ons, om een kerel, Daly genaamd, op te haDgen." De geschiedenis van dezen Daly kende Mary natuurlijk en plotseling ging haar, omtrent John Beech's raadselachtigen optocht, een licht op. «Heeft mr. Beech geweigerd met u lieden te gaan ?" vroeg zij. «Ja, zoo is 't, miss," antwoordde Mac Elvoy, «maar hg moet toch mee." «Waarom dwingt gij hem dan, mee te gaan?" «Ja, ziet gij, miss, hij heeft geweigerd, de bevoegdheid van dit gerechtshof re erkennen en hij is buitendien ook noodig, want hij moet getuigenis afleggen." (Wordt vervolgd.) --- AFSLUITING PASSAGE. De GEDEPUTEERDE STATEN der provincie Drenthe brengen ter kennis van belanghebbenden, dat door hen aan burgemeester en wethouders der gemeente Anlo machtiging is verleend tot tijdelijke afsluiting bij gedeelten van de wegen langs Oud-Annerveen, Nieuw-Annerveen en Eexterveen, waarop door die gemeente klinkerbestratingen worden aangelegd, onder voorwaarde, dat de totale lengte van de gedeelten van de wegen, die tegelijkertijd aan het verkeer onttrokken worden, voor elk dier wegen niet langer mag zijn dan 400 meter. Assen, 14 Juli 1899. De Gedeputeerde Staten voornoemd: VAN SWINDEREN, Voorzitter. G. W. VAN DER FELTZ, Griffier. --- BEKENDMAKING. De COMMISSARIS der KONINGIN in de provincie Drenthe brengt ter kennis van belanghebbenden het volgende: BERICHT AAN ZEEVARENDEN. Afdeeling hydrographie van het Ministerie van Marine. 's Qravenliage, 11 Juli 1899. No. 139. 883. Schietoefeningen nabij Diemerdani. Zuiderzee. 3de District. Volgens mededeeling van den Minister van Oorlog zullen op 7, 8, 9 en 10 Augustus 1899 en zoo noodig op 11, 12 en 14 Augustus, schietoefeningen plaats hebben van eene opstelling naast de kustbatterij nabij Diemerdam, naar het punt, liggende op ongeveer 1300 M. Z. van het fort Pampus. De schietoefeningen zullen plaats hebben tusschen 10 uur des morgens en 4 uur des namiddags, terwijl op de dagen van de schietoefeningen roode vlaggen zullen worden getoond op het fort Pampus, op de W.-batterij te Muiden en op de kustbatterij nabij Diemerdam. De driehoek, gevormd door de kustbatterij nabij Diemerdam, het fort Pampus en het N.-gedeelte van den havendam van Muideu, wordt als onveilig beschouwd. Gedurende het vuren zal een stoomboot in de nabijheid van den onveiligen driehoek beschik-* baar zijn, teneinde zoo noodig kleine zeilvaartuigen behulpzaam te zijn om uit dien driehoek te kernen. (Zie »Ned. krt." Nos. 211fc, 212.) Assen, 14 Juli 1899. De Commissaris der Koningin vnd., VAN SWINDEREN. --- BUITENLAND. Frankrijk. De oud-Minister André Lebon heeft een langen brief aan de Temps geschreven, om de maatregelen te verklaren, door hem tegen Dreyfus genomen. Had Louis Havet hem verweten, de verschillende wreedheden bedreven te hebben om eenige kranten tevreden te stellen, hij verzekert zich nooit iets om de pers te hebben bekommerd. Weshalve, waarschijnlijk, hij nu zijn langen brief heeft geschreven aan de Temps. Erg bang is hij geweest dat Dreyfus ontsnappen zou. Twee diensttelegrammea bleken tot zijn schrik verklapt aan de pers, een ander telegram bereikte zijn bestemming niet, en iemand die met den gevangenisdienst in verband stond, verklaarde dat Dreyfus best kon ontsnappen. En op dat oogenblik, inde eerste dagen van September, kwamen Engelsche couranten met de tijding dat een Amerikaansch schip Dreyfus had ontvoerd. Toen eerst, toen voor het eerst, heeft de Minister zich een voorstelling doen geven van de inrichting op het Duivelseiland, en gemakkelijk kwam hij tot de erkenning dat een ontvoering materieel uitvoerbaar was. Weshalve hij seinde: 'snachts dubbele boeien, maak palissade om de hut. Doch het was een geheel tij lelijke maatregel. Ongelukkig ging het karwei der palissade erg langzaam. Lebon loochent overigens alleen dat hij brieven van den banneling zou hebben achtergehouden. De beschouwingen in de pers over den brief van Lebon zijn samen te vatten in deze inleiding van de Figaro: «Ongelukkigerwijze bevestigt hij de onthullingen van Havet". Naar _ aanleiding der klaarblijkelijk gunstige conclusies van generaal Duchesne in de zaak Pellieux, heeft Guyot in de Siècle onder het opschrift: »De misdaad, van Pellieux" een artikel, waaraan het volgende is ontleend: Duchesne zal de eer van het leger niet verhoogd hebben door zich in deze loensche zaak te compromitteeren, en te bewijzen, dat voor sommige officieren er wet, gerechtigheid noch waarheid bestaat. Maar welke ook zijn conclusies zijn, wij tarten generaal Pellieux, ons te verhinderen de beschuldiging te herhalen : De Pellieux, belast met een instructie tegen een man, beschuldigd van spionneering, heeft plicht en gerechtigheid verraden, door zich tot medeplichtige te maken van Esterhazy. Quesnay de Beaurpairo heeft bij generaal Lucas te Rsnnes, bij den Minister van Oorlog en bij den Minister-president een aanklacht tegen Dreyfus ingediend, inhoudende dat Dreyfus, terwijl hij in actieven dienst was, gedurende tien jaren aan buitenlandsche Mogendheden stukken heeft geleverd, die de veiligheid van den Staat raken, een nieuwe beschuldiging van verraad dus. Hij biedt aan zijn aanklacht te bewijzen »met feiten en ernstige vermoedens", die een onderwerp van onderzoek zouden kunnen uitmaken. Hij verzoekt den genoemden autoriteiten den regeeringscommissaris bij den Krijgsraad te Rennes te bevelen hem als getuige te dagvaarden, op grond dat er connexiteit bestaat tusschen de nieuwe aanklacht en de zaak van het borderel. De Fransche Regeering heeft het jaargeld van pastoor Voirnot van Villiers-Sous-Preny in het bisdom Nancy ingetrokken, omdat deze priester in een lofrede op Jeanne d'Arc, den 14den Mei uitgesproken, joden, protestanten en vrijmetselaars had uitgemaakt voor vijanden van het volk. Bovendien had deze voorganger de bekende dagorder van kolonel de Saxcé, waarvoor die officier met overplaatsing is gestraft, van den kansel voorgelezen, onder toevoeging van een verklaring, die blijken geeft van even weinig eerbied voor den kansel als chistelijken zin. België, De commissie van den Liberalen Bond te Brussel nam met algemeene stemmen een orde van den dag aan, waarbij de liberale groepen worden uitgeaoodigd, met het oog op de houding van de Regeering in de kiesrecht-quaestie en ^vooral met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen, tot de overige oppositie-partijen te naderen. Duitscbland. Het aanbrengen van een gedenksteen op den Sparrenberg — den historischen burcht bij Bielefeld, waar de Groote Keurvorst dikwijls vertoefde — is voor Keizer Wilhelm de onschuldige aanleiding geweest om weer eens een opzienbarend telegram in de wereld te zenden. Geheimraad Hinzpeter, die den Keizer mededeeling had gedaan van het plaatsen van den gedenksteen, ontving van Z. M. het volgend telegram: »Van het uitstekend geslaagde standbeeld van den Groooten Keurvorst voor de Siegesallee (de laan in den Thiergarten te Berlijn, waar op last des Keizers een galerij van marmeren standbeelden van zijn voorvaderen wordt opgericht) ben ik voornemens, een reproductie in brons aan de stad Bielefeld te schenken en op den Sparrenberg in den tuin van den burcht te plaatsen. Het zal een teeken zijn van dankbare herinnering voor de ontvangst, mij door de stad bereid, en een waarschuwend teeken blijven, dat evenals in dezen voorvader ook in mij een onbuigzame wil is, om op den eenmaal als juist erkenden weg, trots allen tegenstand, ponder mij in de war te laten brengeu, voort te gasn. Wilhelm I. R." Da Frankfurter Ztg., een van de weinige bladen in Duitschland die onbeschroomd voor hunne meening durven uitkomen, waar het den allerhoogste van het land geldt, maakt bij dit telegram de droge opmerking: »Als de Keizer met deze woorden den tegenstand van de wetgevende lichamen tegen de uitspraken van zijn wil (ten aanzien van strengere bestraffing van misdrijven, tijdens werkstakingen begaan) mocht hebben bedoeld, dan vergeet hij, dat hij niet, evenals zijn voorvader, zijn wil kan verheffen tot de hoogste wet, maar rekening heeft te houden met de besluiten van de volksvertegenwoordigingen. Een voortgaan trots allen tegenstand zou reeds wegens de door de grondwet gestelde perken geen practisch gevolg hebben." Volgens een te Berlijn loopend gerucht zal bij den terugkeer van den Keizer van zijn reis naar het Noorden in Kiel «toevallig" een Fransch oorlogsschip liggen, om hem daar te verwelkomen. De Spaansche Regentes heeft aan den Duitschen Staatssecretaris van Buitenlandsche Zaken, graaf von Bülow, het grootkruis der orde van Karei III verleend als belooning voor de spoedige doorvoering van het verdrag over den aankoop der Spaansche Zuidzee-eilanden. Rusland. De Generaal-Gouverneur van Finland, generaal Bobrikow verklaarde aan een Deensch journalist, dat de internationale deputatie door den Czaar was afgewezen, wijl de Czaar niet in zijn eigen huis de les er over wil gelezen worden, hoe hij Rusland moet regeeren. Zoo de Finnen zich tegen den wil van den Czaar verzetten, zullen hunne privileges vernietigd worden. De Finsche pers zal, zoo zij voortgaat met de tegenwoordige agitatie, nog strengere maatregelen uitlokken en daarmede het land dus een slechten dienst bewijzen. Zweden en Noorwegen. Volgens het Svenska Dagblad heeft Koning Oskar, zoodra het bekend geworden was dat Keizer Wilhelm te Bergen een bezoek gebracht had aan het Fransche opleidingsschip »Iphigénie", en er vriendschappelijke telegrammen gewisseld waren tusschen den Keizer en President Loubet, een brief aan den Keizer geschreven, om zijn ingenomenheid te betuigen met het feit, dat de eerste stap tot een vriendschappelijke toenadering tusschen de belangrijkste beschaafde Staten van Europa op het grondgebied van zijn rijk gedaan was. De Koning uitte voorts den wensch dat deze stap zou leiden tot een volkomen toenadering tusschen de twee landen, waarvan de wereldvrede hoofdzakelijk afhangt. Een telegram in denzelfden geest heeft Koning Oskar door zijn gezant te Parijs aan President Loubet laten overhandigen. Servië. Milan houdt zich na het in staat vau beleg verklaren van Belgrado voor gerechtigd, alles alleen te beschikken. Men meldt, dat hij alle gearresteerden in ketenen heeft laten slaan. Niet tevreden met den staat van beleg en de summiere rechtspleging, welke laatste ook op de zoogenaamde medeplichtigen van Knetevitch zal worden toegepast, heeft Milan Obrenovitch nu de preventieve dagbladcensuur in eere hersteld. Het schijnt dat tegen één van de gevangenen werkelijk gegronde verdenking bestaat. Maar toevallig is het juist géén radicaal. Het is kolonel Wladimir Nikolitch, dien Milan verleden jaar liet straffen, omdat hij met den rdicalen aanvoerder Patchich, dien hij van vroeger kende, had gesproken, toen zij elkander ontmoetten op het schip dat Patchich naar de gevangenis vervoerde. Nikolitch behoort tot de velen in het Servische leger, die gebelgd en verontwaardigd zijn over de benoeming van Obrenovitch tot legerbevelhebber en over de rol die do weggejaagde vader van den Koning tegenwoordig weer speelt. De burgerij van Belgrado heeft aan Milan en aan zijn zoon, deu thans regeerenden Koning, een serenade gebracht, waarbij het, volgens het bericht dat een officieuso telegraaf-agentuur er van brengt, zeer hartelijk is toegegaan. Koning Alexander antwoordde op de toespraak van den woordvoerder der manifesteerende burgers, dat hij deze betooging beschouwde als een vernieuwd blijk van den dikwijls beproefden onderdanentrouw; hij dankte God, dat het voor Servië en zijn Koning zoo kostbare leven van Milan gespaard gebleven was. Milan zelf merkte bescheiden op, dat zijn dood de toekomst van de natie niet zou schaden, want andere generaals zouden zijn taak onder do hoede vau den Koning hebben voortgezet. De Pester Lloyd , het orgaan der Hongaarsche Regeering, schrijft: »De Servische dynastie heeft uit den mislukten aanslag nieuwe sympathieën geput. Maar zij zal van die aanwinst op den duur het meeste genoegen hebben, als zij de actie tegen den misdadiger en diens medeplichtigen inleidt in den geest eener onpartijdige rechtspraak en niet als een wraakneming tegen politieke tegenstanders." En hoe de Russische Regeering denkt, blijkt uit deze woorden van de Petersb. Wjedomosti: «Gewoonlijk plegen zulke slagen van het lot de menschen zachter te stemmen; en Koning Milan, die zoo luid zijn dankbaarheid aan God voor zijn gelukkige redding uitsprak, zou meer sympathie verwerven bij de beschaafde wereld, als hij thans aan zijn tegenstanders de hand der verzoening bood. Doch in plaats dat te doen, beveelt hij, op hetzelfde oogenblik dat hij den Hemel dankt voor zijn redding, een door blinde haat ingegeven vervolging tegen allen, die hij vermoedt dat vriendschappelijk jegens Rusland gezind zijn. Deze poging echter om den waan op te wekken, dat de aanslag met de wenschen van Rusland overeenstemt, zal de sympathie, die de commmandant van het Servische leger in Europa nog geniet, zeker niet verhoogen." Rnmenië. De Minister van Binnenlandsche Zaken scherpte den prefecten door een rondschrijven in, om zich door-opnemingsreizen op de hoogte te stellen van de behoeften en de stemming der landbevolking en om den boerenstand opmerkzaam te maken op de gevaren, waaraan men zich blootstelt, door aan opruiers gehoor te geven. Een oproer zou ten strengste worden gestraft. Cuba. De Amerikanen hebben Santiago de Cuba wegens de pest ontruimd. Da epidemie deed pas veertien dagen geleden van zich blijken, maar nam weldra zulk eene uitbreiding, dat de commandeerende generaals en het geheele garnizoen 7 Juli de stad uittrokken e ï op de heuvels bleven. Daags te voren overleed majoor Heathwole, oppercommissaris van de Vereenigde Staten in Santiago, binnen drie uren aan de ziekte. Ook onder de troepen in Manzanillo is de pest uitgebroken; deze stad werd eveneens onmiddellijk ontruimd. China. De Chineesche gezant te Berlijn heeft op de werven-Vulkan te Stettin voor zijn Regeering twee kruisers van 8000 tons en zes gepantserde kruisers van 3500 tons besteld. Da levering moet zijn afgeloopen binnen 90 maanden tegen den prijs van tien millioen tael. Verder heeft de gezant bij Krupp vijftig snelvuurkanonnen besteld. Engeland en Transvaal. Chamberlain, toegevend aan het drijven der Johannesburger3, schijnt tot den oorlog besloten. Voortdurend worden troepen naar Zuid-Afrika gezonden. Terwijl Chamberlain in het Lagerhuis voortdurend spreekt over de mogelijkheid van een vredelievende oplossing, bereidt hij zich met alle middelen tot den strijd voor. Een vredelievende oplossing veronderstelt de mogelijkheid van toenadering en van toegeven. Dat wil Chamberlain niet; want het verschil is thans zoo gering, dat het van zijn zijde op vasthoudendheid gelijkt. En Kruger heeft thans zooveel toegegeven, dat hij niet verder kan gaan. Dat blijkt vooral uit hetgeen gezegd weid op de meeting te Paardekraal. Die plaats is den Boeren heilig. In 1884 werd op deze plaats besloten tot den bevrijdingsoorlog tegen Engeland, dat Transvaal in 1877 had geannexeerd. Bij de thans gehouden groote meeting waren 6000 personen aanwezig, waaronder de hoofdrechters Kook, de procureur-generaal Krause, de commandant-generaal Joubert, commandant Cronié, die Jameson gevangen nam, en andere bekende figuren. Do toespraken getuigden van den ouden geest en van de warme liefde voor den vaderlandschen grond en voor de onafhankelijkheid. De voorstellen van den President werden over het algemeen te vérgaand geacht, maar om des lieven vredes wille werden ze goedgekeurd. Doch alle sprekers waren het eens, geen jota meer toe te staan. Liever strijden voor de onafhankelijkheid dan toegeven. Kalm en zakelijk waren de toespraken; vastbesloten en energiek waren de sprekers. En iemand die verwachten zou dat de Boeren uit angst voor de groote macht der Engelschen alle eischen van Chamberlain zouden inwilligen, die kent hen slecht. Een roemrijken dood verkiezen zij allen, boven het afstaan van de onafhankelijkheid des lands. En toch zijn zij overtuigd, dat er geen oorlog komen zal. Want zij staan vast in het geloof, dat Engeland geen onrechtvaardigheid zal begaan. En dat zou de strijd met de Republiek thans zijn. Aan de Times wordt uit Kaapstad gemeld dat een besloten vergadering der afdeeling Kaapstad van den Afrikaander Bond motiën heeft aangenomen, waarbij de jongste kiesrecütvoorstellen van de Regeering der Z. A. Republiek goedgekeurd en afdoende veklaard werden. Motiën werden nog aangenomen ten gunste van een scheidsrechterlijke beslissing der punten van geschil in de Londessche Conventie, en om Hofmeyr, Herholdt en Fischer te bedanken. Hofmeyr zeide, dat Transvaal onverwachts nog tot groote tegenmoetkoming bereid gebleken was; daarom zou een oorlog een vloekwaardigen schande zijn, geenszins gemotiveerd door het verschil van Kruger's voorstellen met die van Milner. Ten aanzien van de arbitragekwestie zeide Hofmeyr, niet over Engeland's suprematie te willen spreken, maar Milner had hem eens gezegd dat de bedoelde geschilpunten door een scheidsrechterlijke beslissing uitgemaakt moesten worden. De correspondent van de Daily Chroniole voegt er bij dat Da Waal de motiën krachtig steunde. Faure, lid van Gorden Sprigg's Kabinet, heeft geweigerd deel te nemen aan de meeting ten gunsta vau Milner, en ook het verzoekschift aan de Koningin niet willen teekenen. De burgemeester van Worcester weigerde, de vergadering ter verheerlijking van Milner aldaar te presideeren. De bekende katholieke Zuid - Afrikaansche schrijver Kolbe heeft een open brief verspreid, waarin hij op de strengste wijze de houding van Chamberlain en Milner laakt. De ongeloofelijke depêche, in Mei door Milner verzonden. bewijst, zegt Kolbe, dat de samenkomst te Bloemfontein een door de Engelschen vooraf klaargemaakte schijnvertooning was. Had Kruger toen toegegeven, het zou niets geholpen habben. Wij hebben, zoo denken de Engelschen, de diamantvelden van den Oranje-Vrijstaat gestolen, nu wilden wij de Transvaalsche goudvelden inpalmen. Breekt de oorlog uit, schrijft Kolbe, dan. wensch ik het Engelsche leger geen succes toe want een onrechtvaardige zaak verdient te mislukken. In het Lagerhuis deelde Minister Chamberlain gister mede, dat de diplomatieke stukken betreffende de conferentie te Bloemfontein dezer dagen zullen worden openbaar gemaakt, maar omtrent de stukken betreffende de onderhandelingen met de Regeeringen van Natal en dj Kaapkolonie moet de Minister nog overwegen en misschien met die Regeeringen afspreken welke stukken hij kan overleggen. De Gouverneur van Queensland heeft, op zijn aanbod troepen te zenden, om in Transvaal zoo noodig in Engelsehen dienst te treden, een telegram ontvangen, luidende: »Harer Majesteits Regeering waardeert het loyale, patriotische aanbod van Queensland ten zeerste. Zij hoopt dat de gelegenheid zich niet zal voordoen, doch, mocht het noodig zijn, dan zal zij gaarne van het aanbud gebruik maken." Sir Horace Tazer, Generaal-agent voor Queensland, deelde aan den correspondent van 't Gentral News mede, dat de mannen, die Queensland aan Engeland aanbood, uitstekende schutters zijn, welgeoefend en gedrild en in 't bezit van prachtige paarden. Zij zouden juist geschikt zijn voor de bijzondere wijze van oorlogvoeren der Boeren in Transvaal. Verspreids Berichten. D@ behandeling van broeder Flamidien, te Rijssel, 152 dagen gevangen gehouden onder de beschuldiging een knaap van de school te hebben vermoord, zal, naar de Temps werd medegedeeld, wellicht aanleiding geven tot een interpellatie in het Parlement. Men beschuldigt den rechter van instructie willens en wetens zich te hebben gehouden aan een «spoor", dat door alles bleek niet het juiste te zijn. Te Rijssel blijft het intusschen onrustig. Eergisterenavond moest de politie charges uitvoeren om de betoogers te verdrijven, die in de kerken de glazen inwierpen (naar aanleiding van de zaak Flamidien), en gister heeft »een groep patriotten" biljetten aangeplakt, waarbij de bevolking wordt opgewekt tot verzet tegen de Dreyfusards, die vanavond een vergadering houden, waarin de PressenBé zal optreden. ---