ZWAKKE PLEKKEN. De dag nadert al meer en meer, waarop we ter stembus zullen moeten gaan, om dooi middel van ons stembiljet uitte spreken, op welke wijze we ons gewest en straks ook onze burgerlijke gemeente wenschen bestuurd te zien. Onze Kiesvereenigingen hebben thans de taak, om de strijdkrachten te mobiliseeren, om er voor te zorgen, dat politiek misverstand wordt opgehelderd, dat onkundigen worden ingelicht, dat de beginselen worden gepropageerd en de invloed van misleidende leuzen en voorstellingen wordt geneutraliseerd. Waar politiek leven gevonden wordt en waar een krachtige organisatie is, is de zaak wel in goede handen. Daar overziet men het terrein van werkzaamheid en kan men door middel van gemeenschappelijke en persoonlijke voorlichting goed werk doen. We mogen dan ook zeker verwachten, dat onze plaatselijke organisaties haar plicht zullen doen. Laat men met den arbeid niet te laat beginnen 1 Wie thans nog beginnen moet, is reeds in achterstand en mag wel dubbel hard werken, om het verzuimde in te halen. Nog enkele dagen en de candidatenlijsten Worden ingediend. We hebben nu alle krachten in te spannen, opdat onder Gods zegen zoo Vele van onze candidaten worden gekozen, als slechts mogelijk is. Niet alleen echter onze plaatselijke Kiesverenigingen hebben een roeping. Ook de Centrale Kiesvereenigingen hebben een taak. Ze moeten toezien of er geen zwakke plekken zijn binnen den kring, waarin ze arbeiden. Nu is het wel zeker, dat ook in onze omgeving zulke zwakke plekken niet worden gemist. Er zijn plaatsen, waar alle organisatie ontweekt. Sommige Kiesvereenigingen lijden aan verval van krachten. Elders mist men voldoende en geschoolde leiding. Lrat het ons nu niet genoeg zijn, dit met 'eedv/ezen te constateeren, maar laat het er ons We mogen prikkelen, om nieuw leven te wekken, verzamelen te blazen en het gevaar af te benden, dat juist van de zijde van die zwakke Pakken ons bedreigt. Het zal wenschelijk zijn, dat onze Centrale Kiesvereenigingen vóór de verkiezingen nog bjdig samenkomen, om het terrein te overzien en, wanneer het noodig mocht zijn, zelf in te grijpen daar, waar men zijn politieke roeping verzaakt, of waar men onmachtig is, om iets van beteekenis in eigen kring te doen. Nu kan er nog iets worden gedaan. Over eenigen tijd is het te laat. Een .gewaarschuwd man geldt voor twee. Een ieder zij dus op zijn post. Geen enkel talent begraven, maar alle talen,en gebruikt, biddend gebruikt, opdat met vrijmoedigheid Gods zegen kan worden ingewacht ,p den arbeid, door ons op politiek terrein tot de komst van Gods Koninkrijk verricht! t f --- IN STEEDS BREEDER KRING. leder, die Gods Woord als richtsnoer des evens erkent, weet zich geroepen om in zijn persoonlijk leven telkens weer naar den gejpenbaarden wil Gods te vragen en zijn gan;che leven daarnaar te schikken en te richten. Onze Godsdienst is echter niet maar een zaak .oor eigen zieleleven of voor de binnenkamer alleen. In alles hebben we te luisteren naar den eisch des Hetzij dat gij eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het alles ter eere Gods 1 Wie God wil dienen, geeft daarvan blijk ook iii zijn huisgezin, straks ook, als hij uittrekt tot zijn arbeid. Hij vraagt naar Gods ordinantiën in zijn maatschappelijk leven, in zijn winkel, in zijn werkplaats, op zijn kantoor, op zijn akker, binnenshuis en buitenshuis. Hij buigt zich voor den Heere neer, als hij opgaat met Gods Gemeente, hij brengt zijn offers, als hij voor het onderwijs van zijn kinderen zorgt en er op uit is, om zulk onderwijs te verkrijgen, dat het Woord des Heeren als lamp voor den voet en als licht op het levenspad erkent. Hij steunt het werk der Christelijke barmhartigheid, roept de jeugd van ons volk onder de banier van het kruis, tracht afgewekenen terug te brengen op len rechten weg, kortom iaat overal het licht schijnen en vindt overal een ruim arbeidsveld. Nu zijn er echter altijd nog sommigen, die meenen, dat ze nu niet verder behoeven te gaan. Op staatkundig gebied, zoo zeggen ze, is het niet noodig, belijdenis des geloofs af te leggen 1 Alsof het een onverschillige zaakwas, hoe we als staatsburgers, als Christelijke staatsburgers leven 1 Alsof Godin Zijn Woord van ons vroeg, om alle krachten in Zijn dienst te besteden overal, illeen in ons volksleven niet ! Alsof de Heere niet reeds aan Israël Zijn Prdinantiën zoo duidelijk mogelijk had gegeen ook voor het publieke levensterrein 1 God kan nergens worden buiten gesloten. Maarde waarachtige dienst Gods legt ook op alles beslag. Vandaar, dat allen, die Christus voor eigen persoonlijk leven belijden als hun Koning en jjt een vermaak hebben inde Wet Gods naar jen inwendigen mensch, er naar moeten staan, om den kring, waarin God gediend wordt, hoe langer hoe grooter te maken en met allen, die evenals zij willen staan op den vasten bodem an Gods Woord, hebben te arbeiden ook op politiek en sociaal gebied, opdat het Soli Deo Gloria 1 d.i. aan God alleen de eere 1 hoe lan.;er hoe meer worde in praktijk gebracht in lken levenskring, zoowel bij Overheid als mderdaan 1 t t --- DE MALAISE. leder klaagt over de malaise ! De tijden zijn dan ook in velerlei opzicht niet gunstig. . Er is iets aan stukken gebroken in allerlei bedrijfsleven, zouden we zeggen. Is het gebouw der menschelijke verwachtingen, welke tamelijk hoog gespannen waren, vertoonen zich scheuren. De fundamenten worden geschud. God toont voor de zooveelste maal, dat wij zonder Zijnen zegen niets vermogen. In vele plaatsen in het Oosten van ons land wordt inde volgende week de jaarlijksche Biddag voor het Gewas gehouden. Dan zal er gelegenheid zijn, een bijzondere gelegenheid, om op bijzondere wijze onze . smeekingen om den zegen 'des Heeren op te zenden tot den Troon des Almachtigen l Die Biddag geldt niet den land- en tuinbouw alleen, maar is van belang voor allen arbeid, voor elk bedrijf, voor elk beroep, dat men uitoefent. De mensch is er op uit, om zijn eigen weg te banen. Men stelt zijn berekeningen op en maakt zijn plannen en verwacht in spanning de verwerkelijking van zijn idealen. Telkens echter worden we teleurgesteld en aan eigen dwaasheid en kortzichtigheid herinnerd. Richte zich ons oog meer en meer naar den Heere, en worde ook in dezen malaise-tijd de behoefte gevoeld, om God te erkennen, van Hem alleen alles te verwachten en tot Hem te gaan met al onze nooden en zorgen. Dan valt de vreeze weg, dan kunnen we onzen levensweg met blijdschap gaan. Dan weten we, dat we veilig, volkomen veilig zijn en doet de Heere in Zijn genade ook weer op Zijn tijd het licht uit de duisternis rijzen ! t t --- BUITENLAND. OVERZICHT. Accoord tusschen Italië en Frankrijk. Duitschland en Oostenrijk. Inde Fransche Kamer. Overweldigende meerderheid voor Briand. Overeenstemming in Britsch-Indië. Zou het er nu toch van komen, dat het I.ondensche vlootaccoord weldra tot een vijfmogendheden-overeenkomst zal worden uitgebóuwd. De besprekingen te Rome liepen althans ten einde. De teruggekeerde Engelsche ministers, Henderson en Aiexander, werden met vrij uitbundige vreugde te Londen begroet. Het onderhoud met de Italiaansche regeering bleek niet zonder succes te zijn geweest. Ook de pers geeft nogal hoog op van het resultaat, dat'Frankrijk en Italië langs dezen weg de gewenschte toenadering wat dichterbij mochten komen. Maarde waarschuwing tegen overdreven verwachtingen ontbreekt evenmin. In elk geval mag het verblijdend heeten, dat de gespannen verhoudingen tusschen beide genoemde landen voor betere, van meer vriendschappelijken aard, plaats ruimden. Men kan wel zeggen, dat deze niet zoo zeer als uit de lucht kwamen vallen. Geleidelijk was er inde laatste weken wel al eenige wijziging daarin ingetreden. Maarde bemiddeling van Engeland, die in persoonlijke ontmoetingen werd gevoerd, gaf nu eindelijk den stoot.tot een accoord, dat vooral van politieke beteekenis moet worden. geacht. Volgens Henderson zal hiermede de wedloop gestuit zijn, waarin de zeestaten tot op heden nog steeds volhardden. Met het oog op de komende Ontwapeningsconferentie zal dit feit moeielijk te onderschatten zijn. In volle vriendschap gaan nu Frankrijk, Italië en Engeland het volgende jaar te Genève de ontwapeningszaak bepleiten. Het moet nu nog blijken of de Vereenigde Staten en Japan zich ook ineen en ander zullen kunnen vinden. Ongewijzigd het Londensche accoord handhaven'en de overeenkomst tusschen Frankrijk en Italië daar te trachten in te voegen, zal vermoedelijk nog zóó wel niet gaan. Maar met eenigen goeden wil en wat geven en nemen zal daar zeker nog wel een mouw aan zijn te passen. Intusschen is echter aan de beide niet-Euro’ieesche staten, de Vereenigde Staten en Japan, reeds officieele mededeeling geschied van het verkregen resultaat. Zooveel moet overigens vast staan, dat Frankrijk over den brug is gekomen tegenover Italië, ook financieel en politiek. En wat de vlootsterkte betreft, hier spreken de cijfers. Bezat Frankrijk in 1914 tegen de vier honderd duizend ton meer aan scheepsruimte dan Italië. Dit is nu ingekrompen tot honderd vijf en twintig duizend ton. Voorts zal er tusschen de beide' staten gelijkheid zijn wat aangaat de kruisers van tien duizend ton. Berlijn" en Weenen toonden, reeds lang vóór den oorlog en tot nog toe, bijzonder op elkander aangewezen te zijn, Wat de buitenlandsche politiek der twee bedoelde volken aanbelangt, in dit opzicht trekken ze vrij wel dezelfde lijn. Overigens is het begrijpelijk, dat ze met hun gelijke economische belangen; op nog meerdere toenadering uit zijn. Het bezoek van dr. Curtius, met nog een Duitschen minister, dat hij dezer dagen aan Weenen aflegt, staat hiermede in verband. In het vorig jaar bracht dr. Schober een bezoek aan Berlijn. Wat de Duitsche ministers dan thans beantwoorden. De rijkskanselier, dr. Brüning, zeide met het oog op zijn drukke werkzaamheden niet mede te kunnen gaan naar Weenen. Inde Oostenrijksche hoofdstad zou men dit anders gaarne gezien hebben, temeer nu de bevolking er zich op voorbereidde, de Duitsche staatslieden met veel onderscheiding te ontvangen. Maar het bezoek van dr. Curtius geldt allerminst enkel een vriendelijke ontmoeting met de Oostenrijksche regeering. Niet minder heet er in gezien te moeten worden dan de poging, om tusschen beide landen tot economische samenwerking te geraken. Of dit nu een twee drie voor elkander zijn zal, valt min of meer te betwijfelen. Maar is er wat meerdere voeling gekomen tusschen de twee landen, licht dat zich dan ook een soliede grondslag vinden laat, waarop mogelijk samenwerking zal zijn op te trekken. Van Duitschland en van de economische en financieele aangelegenheden van dit rijk gesproken. Ineen onderhoud, dat de bekende dr. Schacht te Stockholm dezer dagen had met een persman, kwamen nog eens de moeielijkheden voor de Duitschers op dit gebied duidelijk naar voren. Wanneer zal Duitschland aan zijn verplichtingen eenigermate kunnen voldoen ? Als het in de gelegenheid gesteld wordt zaken te doen en geld te verdienen. De overwinnaars van 1918 zullen alleen door hun verstand te gebruiken, den Duitschen staat voor een faillissement kunnen behoeden. Ondanks een zekere samenwerking, die verkregen werd tusschen Duitschland en Frankrijk, betaalt eerstgenoemd land nog ieder jaar één rnilliard. Daarbij toeft nog steeds de voor Duitschland als levenskwestie geldende teruggave zijner koloniën. Dr. Schacht pleitte verder voor opvoering der productie, én door den landbouw én door de industrie, aflating van leeningen, in het buitenland op te nemen ; kapitaalvorming uit eigen kracht. Maar dan diende ook de werkloosheid nu toch eens een einde te nemen. Inden Rijksdag kwam bij de behandeling der begrooting voor binnenlandsche zaken ook naar voren het dragen van wapenen, waarvan met name bij politieke betoogingen inden laatsten tijd nogal eens misbruik wordt gemaakt. Economisch en politiek verkeert het Duitsche volk ineen crisis, maarde regeering zal op haar hoede hebben te zijn, dat het niet ten prooi gaat worden aan Russische en Chineesche revolutionaire toestanden.. Slechts een eenheidsfront van mannen, die zich hun verantwoordelijkheid bewust zijn, kan Duitschland moreel en economisch staande houden en het vertrouwen waarborgen in het buitenland. Maar dit laatste zou schade lijden, als het geweld en de man van de straat gingen heerschen. Op deze wijze liet dr. Scheiber zich uit, een vooraanstaand lid van het Centrum. Hij laakte ook ten scherpste de vlucht der nationaal-socialisten uit den Rijksdag. Daarmede toch schroomden zij niet, het Duitsche volk in den steek te laten, nu het zijn moeielijkste en droefste periode heeft te doorworstelen. Dr. Scheiber eindigde met verzet aan te teeker.en tegen het woelen der Russische bolsjewisten en hun anti-religieuzen propaganda. Zoo lang Rusland op dezen heilloozen voortschrijdt, vvenschte hij van Duitschen kant geen stap ter toenadering gezet te zien. Het waren de communisten, die tegen deze ■uitlating hun heftig protest plaatsten. Inde Fransche Kamer trad Dinsdag Minister Briand in ’t krijt, om de begrooting van buitenlandsche zaken te verdedigen. De ovatie, die de Kamer hem bracht, mocht wel als voorteeken gelden, dat hem straks een meerderheid zou ten deel vallen. De minister liet vooral de bemoeienissen van Frankrijk uitkomen in verband met de komende ontwapeningsconferentie. Maar ook den geest van verzoening jegens Italië betoond; beide landen gaven blijk tot een offer bereid te zijn. Het verkregen accoord laat ten slotte geen enkel gevoel van onzekerheid achter. Aldus de Minister. Briand was ook vrij optimistisch in zijn beschouwingen, de verhouding tot Duitschland betreffend. Ook hier gewaagde hij van toenaderingspolitiek. Zelfs een teere kwestie, als de Duitsche betalingen volgens het Young-plan, zag de Minister in dit licht. Uit den mond van Duitsche ministers had hij het vernomen, hoe zij de onderteekening van genoemd plan zouden eerbiedigen. Aan het eind volgde de goedkeuring der begrooting met overweldigende meerderheid. Voor Briand zeker een verblijdend succes, als kroon op zijn moeizamen internationalen vredesarbeid. Uit Britsch-Indië kwam het prachtige bericht, dat tusschen den Onderkoning van Indië en Gandhi eindelijk overeenstemming werd verkregen. Van weerszijden heeft men iets toegegeven, maarde opstandige beweging behoort nu dan toch tot het verleden. j Arrestaties hadden er sinds het begin der beweging in Mei 1930 bij duizenden plaats. Het getal gewonden loopt inde duizenden ; j de gedooden inde honderden. Gandhi deed afstand van zijn eisch, dat onderzoek naar het optreden der politie zou worden gedaan. De burgerlijke ongehoorzaamheid zal nu niet langer worden gepropageerd. Ter opstelling vaneen nieuwe constitutie zullen de regeering en Gandhi met de zijnen samenwerken. Overigens wil de regeering het zoutmonopolie handhaven, ofschoon ze den kustbewoners tot het winnen en verkoopen van zout vrijheid zal verleenen. i De tweede ronde-tafel-conferentie, zoo con| cludeerde men, kon door dit alles nu overbodig geacht worden. De werkloosheid In Engeland. Opnieuw eenige afneming. Het aantal werkloozen in Engeland bedroeg 23 Febr. 2.617.658 of 13.554 minder dan in de voorafgaande vyeeh- Toch nog 1.078.393 meer dan inde overeenkomstige periode van het vorig jaar. Ontsnapte leeuwen. In het Oost-Vlaamsche dorp Watervliet, vlak bij de Nederlandsche grens, ontsnapten twee leeuwen van de menagerie Franco-Belge, op het oogenblik, dat de avondvoorstelling zou aanvangen. De dieren waren er in geslaagd een gat te maken inden bodem van hun kooi en daar door de straat te bereiken. Op het dorpsplein ontstond een geweldige paniek en alle zich daar bevindende personen vluchtten hals over kop de huizen binnen. De leeuwen waren inmiddels in "een weide terecht gekomen en hadden zich achter een paar stroomijten verscholen. Een dierentemster trachtte vruchteloos de dieren te vangen ; eender leeuwen beet haar inde wang en rukte haar een oor af. Ten slotte moesten gendarmen ontboden worden, die de leeuwen met geweerschoten afmaakten. --- Advertentie INGEZONDEN MEDEDEELING. Uw Zenuwen daarbij tevens gesterkt door het gebruik van Mijnhardt’s Zenuwtabletten Glazen Buisje 75 ct. Bij Apoth. en Drogisten --- Advertentie Voorhanden Boeken L. LOOR-GOEDHART : Penseelstreekjes. Gebonden ƒ 2.50 C. RIJNSDORP : Koningskinderen. Gebonden ƒ 3.90 J. C. RULLMAN: De Vrije Universiteit, Geb. ƒ 2.50 Ds. J. KNAP : Geplukte Aren (Bijbelsch Dagboek). Geb. ƒ 2.25. Ds. J. KNAP : Da Lendenen omgord (Bijbelsch Dagboek). Geb. ƒ 9.75. F. VOORHOEVE-VAN OORDT : Morgenlicht (Voor meisjes en jonge vrouwen). Geb. ƒ 3.90. C. MARTENS : Onder het Kruis. (Herinneringen uit het oude en nieuwe Rusland). Geb. ƒ 2.90. REV. A, HERBERT GRAY : Man en Vrouw vóór en in het Huwelijk. Geb. ƒ 2.50. G. MEIMA : De Haardvuren brandende. (Schetsen over de opvoeding in huis). Geb. ƒ 2.90. J. VOORHOEVE : Homoeopathie inde Praktijk. Gebonden ƒ 6.90. Boekh. „T?e Graafschap”. --- HET PERSVRAAGSTUK Algemeen bekend is, dat een- onzer Achterhoeksche Kiesvereenigingen, n.l. die te Doetinchem, een motie heeft opgesteld, waaraan van verschillende zijden adhaesie wordt betuigd en waarin gevraagd wordt om een hechteren band tusschen Pers en Partij. Reeds in het vorige jaar werd op onzen Provincialen landdag dezelfde kwestie aan de orde gesteld en verscheen er een rapport, dat aan alle kiesvereenigingen werd toegezonden. Ook daarin werd meerder contact tusschen Partij en Pers bepleit. Inde eerste plaats wees bedoeld rapport op de groote fout, dat de kleine Christelijke pers nog veel te weinig gesteund werd en de beteekenis van den arbeid, door onze kleinere bladen verricht, door velen niet naar waarde geschat werd, maar toch werd ook toen reeds uitgesproken, dat men den dag zegenen zoude, waarop de groote Antirevolutionaire bladen tot één sterk, invloedrijk blad zouden worden saamgesmolten, waardoor de concurrentie met de pers der tegenpartijen gemakkelijker zou worden gemaakt en de lezers ontegenzeggelijk zouden worden gebaat. De Doetinchemsche motie stelt deze zaak opnieuw aan de orde. Naar we vernemen, zal de Kiesvereeniging te Doetinchem worden uitgenoodigd, om haaf motie, de strekking en de bedoeling daarvan, nog nader uiteen te zetten en te motiveeren op een vergadering van het Provinciaal Comité van A.-R. Kiesvereenigingen, welke nog vóór de Deputatenvergadering zal worden gehouden. We verblijden er ons over, dat de aandacht op deze belangrijke zaak wordt gevestigd. Pers en Partij zijn op elkander aangewezen en dienen elkander te steunen. Tegenover de groote kracht, welke door de »roode”, „neutrale” en vrijzinnige pers wordt ontwikkeld, moet, zoo het eenigszins mogelijk is, eendrachtig front worden gemaakt en alles in het werk worden gesteld, om niet slechts te behouden wat men heeft, maar ook om de invloedssfeer te verruimen. De Pers moet, zal het goed zijn, zich zeil onmisbaar maken. Maar meer dan ooit is ook ons Christenvolk geroepen in dezen tijd, om met kracht den arbeid der Christelijke Pers te steunen, opdat niet slechts naar het ideaal kan worden gegrepen, maar dat ideaal ook kan worden bereikt. Dat geldt zoowel onze groote als onze kleine bladen. Dat roept ons, om ook in eigen omgeving onze plicht te doen. t t --- BINNENLAND. Van onze adverteerders. Van de fa. Wed. J. van Nelle ontvingen we het derde deeltje van „De wonderlijke avonturen van Bartje Kokliko”, waarvan de beide eerste deelen reeds zijn aangekondigd in ons blad. Wat we toen uitvoeriger melden, kan ook nu gelden, n.l. dat deze reclame ongetwijfeld bij de jeugd inden smaak zal vallen. De uitvoering van het werk is perfect, wie zou dit van de fa. v. Nelle trouwens ook anders verwachten. De leuze van onze jeugd moet nu blijven om deze deeltjes te bemachtigen : „koffiebons sparen”, want elke 60 half-ponds achteretiketten geven recht op een deel. Muziek op School. Naar wij vernemen, zal namens den „Ned. Bond van Piano- en Orgelhandelaren en Fabrikanten” een audiëntie bij den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen worden aangevraagd om te bepleiten het muzieki onderwijs op school officieel in te voeren, als eender middelen die de verslapping van muzikale energie bij de tegenwoordige jeugd kan tegengaan. Er is een groote campagne van die zijde in voorbereiding om het oude beschavingsmiddel, de muziek, inde opvoeding der jeugd weer in eere te herstellen. De verschillende berichten omtrent deze campagne zullen regelmatig aan de pers worden medegedeeld. De „Tribune-quaestie. Motiveering van het weringsbesluit uit de openbare leeszalen. Het bestuur van de „Centrale Vereeniging voor openbare leeszalen en bibliotheken” heeft van zijn besluit tot wering van „De Tribune” uit de openbare leeszalen een advies aan den Minister van Onderwijs, K. en W. uitgebracht. De motiveering daarvan is nu gepubliceerd, waarvan- wij ontleenen, dat het bestuur niet inziet, dat door niet-terlezinglegging vaneen of ander dagblad, eventueel door verwijdering op deugdelijke gronden, de onpartijdigheid der O. L. geschonden zou worden. „Het Hilversumsche Leeszaalbestuur, dat in naam der onpartijdigheid de noodzakelijkheid van de ter-lezinglegging van „De Tribune” poneerde, ziet één ding voorbij, n.l. dat de Rijkssubsidie-voorwaarden óók verlangen, dat alle moreel-schadelijke lectuur worde geweerd. „Nu heeft niet onwaarschijnlijk indertijd, naar aanleiding van de debatten inde Tweede Kamer, minister Heemskerk, van wien deze eisch en formuleering afkomstig is, hier uitsluitend gedoeld op moreel-schadelijke lectuur van sexueelen aard. Dit is begrijpelijk, omdat toentertijd nooit aan de mogelijkheid is gedacht, dat organen van eenige politieke partij, die dus voor de groote openbaarheid schrijven, zich leenen zouden tot uitingen, in woord en in. beeld, die opzettelijk en bij herhaling bedoelen te krenken de godsdienstige idiologie van eenig mensch. Een primair gevoel van fatsoen 'ên„ betamelijkheid verbiedt ieder beschaafd inenten 'e%n ander daarin opzettelijk te krenken. „Dit nu heeft „De Tribune” op ondubbelzinnigel en .voor geen misverstand wijzfc gedaan ih verscheidene nummers van dc laatste ïfiaanden”. Vaste brug te Doesburg. Het comité van actie voor een vaste brug te Doesburg,'' is titans definitief samengesteld : eere-voorzitter is Jhr. Mr. S. van Citters; voorzitter: .„V/. P. Duval Slothouwer, burgemeester Van Doetinch'èm ; secretaris : Ir. H. W. Sebbeleft directeur der G.T.M. Doetinchem. Achter het stutir doodgebleven. Toen Dinsdagmiddag dé garagehouder D. B. uit /ftnhern met zijn’ auto uit de richting Enschedé naderde, bleef hij op den weg Goor-Diepenheiny nabij de rentmeesterswoning plotseling dood achter het stuur zitten.. Zijn echtgenoéte had nog de tegenwoordigheid van geest de temmen aan te halen en daardoor erger' te voorkomen. Een geneesheer uit Diepenheim constateerde hartverlamming. Na voorloopig naar het wijkgebouw te Goor te zijn getransporteerd, ;jverd het lijk later naar de woning ov*fg4>rscht. Oude man van tramwagen gesprongen. Dinsdagmiddag is de 71-jarige J. M. Klinkenberg, v.an den Oppert, inde Oranjeboomstraat te Rottëélam, van 'een rijdenden tramwagen gesprongen. Hij is gevallen en met een gebroken'reclterknié "en een hoofdwonde overgébracht imar het ziekenhuis Coolsingel, waar hij korten tijtf later aan de bekomen verwondingen is Overleden. ---