INGEZONDEN. Hooggeachte Redactie, Nu het oude jaar 1929 voorbij is, wilt U ons wel een klein plaatsje in Uw veelgelezen blad afstaan, omdat wij zoo gaarne overal willen laten weten, hoe dankbaar wij zijn voor wat de Zendingsweek 1929 heeft opgebracht. Wie had dit, in dien tijd van financieele malaise, gedacht ? Wij zijn beschaamd door de trouwe hulp en liefde van zooveel predikanten, evangelisten, onderwijskrachten, particulieren, die zich voor het Zendingswerk in deze actie gegeven hebben. Zie, Hooggeachte Redactie, dat geeft moed om verder te gaan en ook in 1930 en in deze eerste maand reeds te mogen rekenen op,aller medewerking en steun. De arbeid staat niet stil, dezelfde behoeften blijven, ja vermeerderen. De Samenwerkende Zendings-Corporaties rekenen dan ook vol vertrouwen op alle zendingsvrienden, die haar werk steunen. En allen, die helpen, zullen ervaren de waarheid van het gezegde : Anderen gelukkig maken is zelf gelukkig zijn. U dankend voor de verleende plaatsruimte, Namens de Hoofdbesturen der Samenwerkende Zendings-Corporaties : B. J. C. RIJNDERS, t Zendingsdirector. Oegstgeest, Januari 1930. Drempt, 4 Januari 1930. Geachte Redactie ! Verzoeke beleefd opname van de volgende bijdrage. Bij voorbaat dank. lets over „Christus langs den Indischen heirweg” van Stanley Jones. Het is wel een onomstootelijk bewijs van de halfheid en slapheid van den tegenwoordigen tijd ten opzichte van de Christélijke levens- en wereldbeschouwing, dat bovengenoemd werk zoo algemeen is toegejuicht. Terwille echter van de talrijke moderne ideeën die er in voorkomen, kan het niet ondienstig zijn om er ook nog even het licht der kritiek op te laten vallen. En dan moét geconstateerd worden dat de Christus die in dit boek wordt voorgesteld niet de Christus der Heilige Schrift is. Gesproken wordt dan vaneen God die de Vader van alle menschen is, en Wiens eigenschappen worden beperkt tot de enkele eigenschap der liefde. Christus wofdt niet voorgesteld als God geopenbaard in het vleesch, als de tweede persoon der Goddelijke Drieënheid, als het Woord dat bij God en zelf God was, als Degene die sprak: Eer dat Abraham werd, ben Ik! als het Lam dat geslacht werd voor de zonde der wereld, maar als de Goddelijke leeraar, het hemelsche voorbeeld, de groote en machtige Persoonlijkheid, met wondere aantrekkingskracht, die straks een leven van zelfverloochening bezegelde met den marteldood aan het -kruis, waardoor Hij de onvergelijkbare is geworden. De schrijver toont voortdurend miskenning en geringschatting van de Heilige Schrift. Zijn gronddwaling is dan ook, dat hij meent dat Christus van de Schrift is los te maken. Hij wenscht zich niet vol eerbied, en met kinderlijk geloof te buigen voor het Goddelijk gezag van die Schrift. Daardoor is zijn Christusbeeld dan ook een beeld van zijn eigen fantasie geworden. En zoo komt Mj vaneen denkbeeldigen Christus tot een denkbeeldig Christendom, dat te vergelijken is met de heidensche afgodendiensten. Immers, waar alleen het Christelijk geloof aanspraak mag maken op de naam van Godsdienst, is dit wel een onvergeeflijke dwaling. De Christus Dien de schrijver predikt zal zich dan ook aan de denkbeelden der Hindoes aanpassen. Wat het eigenlijke doel van Christus’ komst op aarde was wordt door den schrijver blijkbaar niet erkend. Begrijpelijkerwijze spreekt hij dan ook niet vaneen dood zijn in zonden en misdaden, yan bekeering en wedergeboorte, van verlossing en heiligmaking inden Schriftuurlijken zin. Wij lezen niets van verloren zondaren, en vaneen zalig worden door genade alleen. Wat de schrijver bedoelt, is het christianiseeren van heidensche volken. Hij weet dan ook geen onderscheid tusschen levend Christendom en naam-Christendom, dat eigenlijk modern paganisme is. Daarbij erkent de schrijver ook niet den persoon en de werking van den Heiligen Geest inde apostelen. Dit bewijst zijn minderwaardige kritiek op de prediking van Paulus te Athene. Tot welke dwaasheden zijn oppervlakkige opvatting van het Christendom hem voert, diene het volgende : Dat in West-Europa nog altijd oorlog gevoerd wordt, heeft zijn oorzaak niet inde verdorvenheid van het menschelijke hart, maar in het feit, dat toen Karei de Groote eenmaal de Saksers noodzaakte het Christendom aan te nemen en zich te laten doopen, zij bij het nederdalen in het water, hun arm. waarmede zij het zwaard hadden gevoerd, er buiten hielden. Zoo spreekt de schrijver ook nog van Christus ais Gods Zoon, maar inde beteekenis van op God gelijkend, en van Zijn één zijn met den Vader, maar dan als een één zijn van willen en bedoelen. Volgens hem heeft het Evangelie inden loop der eeuwen den invloed ondergaan van de Grieksche wijsbegeerte en van het Romeinsche recht. Maar dat is een rechtstreeksche leugen. Het Evangelie der Heilige Schrift is nog altijd hetzelfde. Het is de blijde boodschap dat God alzoo lief de wereld heeft gehad, dat Hij Zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe. Het is de blijde boodschap dat Jezus Christus inde wereld is gekomen om zondaren zalig te maken, maar dan ook alleen zondaren. De verlossing komt alleen door Zijn plaatsvervangend en verzoenend sterven, zij is gegrond in Zijn vergoten bloed, en niet ineen Persoonlijkheid. Dat Evangelie is niet naar den mensch, zooals dat van den schrijver, want de mensch, ook de mensch van Engelsch-Indië is van nature geneigd om God en den naaste te haten. Het ware Christendom zal altijd den smaad der wereld dragen, ook der wereld van Engelsch-Indië, trots het oppervlakkig optimisme van den schrijver. Maar Soli Deo Gloria, toch worden er dagelijks toegedaan tot de gemeente die zalig worden. Christus, haar Hoofd, is gisteren en heden en tot in alle eeuwigheid Dezelfde. Hem is gegeven alle macht m hemel en op aarde. Verwachten ook wij van Hem alleen onze kracht. Daartoe is noodig dat wij in Hem blijven gelijk de rank inden wijnstok, en vrucht voortbrengen. Alle rank die geen vrucht draagt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. De Heilige Schrift kent geen geschipper. Laten wij waken en bidden dat wij niet van haar vastigheid worden losgewrikt door schoonschijnende redeneeringen, zooals ook in dit boek gegeven worden. Alles wat den bodem der Heilige Schrift verlaat, hetzij dan rechtstreeks of zijdelings, hebben wij onverbiddelijk als dwaling te verwerpen. Hier mag geen enkele concessie worden gedaan. leder geloovige zij daarom een strijder die de volle wapenrusting Gods heeft aangedaan. Strijden is heilige plicht, en het is nog nooit meer noodig geweest dan in dezen tijd. M. TJOOITINK. --- Boekbeoordeeling. „A. M. de Jongs Merijntje Gijzen-Cyclus”, door dr. C. Tazelaar. Amsterdam, Uitg. Maatschappij Holland. Bij desJitg. Mij. Holland verscheen een serie kleinere werkjes, waarvan het bovengenoemde dezer dagen in het licht kwam. De schrijver publiceerde de behandeling van hier bedoelden Cyclus indertijd reeds in „Stemmen des Tijds” en gaf er eenige uitbreiding aan. Zoo ontstond het boekje, thans voor ons liggend. De uitgeefster wist haar goeden naam op te houden en verzorgde het uiterlijk van dit werkje als naar gewoonte. M.a.w. op dezelfde aantrekkelijke wijze. De schrijver deed een goed werk, dat hij een veelgelezen boek als de Jongs Merijntje Gijzen aan grondige critiek wilde onderwerpen. Aan de hand van zulk een gids, die zelf het Christelijk beginsel als toetssteen aanlegde, moet wie zelf minder weg-wijs is, zich wel veilig gevoelen. : ' Dr. Tazelaar weet, dit moet gezegd, al het goede inde Jongs roman gul te waardeeren. Aan talent ontbreekt het hier bedoelden romancier allerminst. Velerlei uitnemende qualiteiten maken de aantrekkelijkheid uit van den Merijntje Gijzen-cyclus. Bovenal is het als „problemen-roman”, dat hij de harten wist te veroveren. Merijntje, de Kruik, meneerde Pastoor, Flierefluiter, later Van Tol, ze komen allen in hun persoonlijkheid prachtig geteekend uit. Maar het slot waartoe Dr. Tazelaar komt is vernietigend. Hij spreekt dan van tendentieus en gevaarlijk. De Jong ontleedt een kinderziel, terwijl hij er kennelijk op uit is wel-gefundeerde overtuigingen aan te vreten. Bij den lezer gaat het er in, als deze roman de kerk en wat er mede samenhangt in haar quasi sociale ongevoeligheid aan de kaak tracht te stellen. Merijntje, in zijn eenvoudigheid, zoekt de oplossing der levensvragen. Volgens den schrijver schieten de kerk en de geestelijkheid schromelijk tekort om het kind daarin te hulp te komen. Zoo tracht de Jong dan tot het Socialisme te leiden. Heeft Merijntje bij dit alles gewonnen. Of was hij, toen piëteit voor de kerk en voor heer Pastoor nog in hem was, dichter bij de oplossing, dan nu hij de kerk den rug heeft toegekeerd. Inderdaad voor Merijntje was het er geestelijk veel slechter op geworden. Dr. Tazelaar toont het duidelijk aan hoe het louter verlies voor hem was geworden. Het Socialisme na alles te hebben ontnomen wist niets te geven. In afbreken een virtuoos, biedt de Jong in zijn boek niets positiefs. Merijntje blijft ten slotte met leege handen staan. Tendentieus is „Merijntje Gijzen” als roman, zóó dat de meest argelooze lezer de bedoeling kan vatten. Gevaarlijk, wijl het redding belooft, die ligt inde Socialistische idee, uit allen socialen en geestelijken nood. En aan ’t eind stelt het bitter teleur. Een keurig boekje. „Wetenschap en Praktijk”. Ouwehands maandblad voor den pluimveehouder. Uitgave : Ouwehands Pluimveevoederfabriek te Rhenen. Voor ons ligt het eerste nummer van dit tijdschrift, dat niet alleen bedoelt de artikelen vaneen bepaalde fabriek te propageeren, doch zijn taak veel breeder opvat. Ineen „ter inleiding” wijst de redactie er op, dat, nadat de wetenschap zich met het kippenbedrijf ging bemoeien, de eierproductie met reuzenstappen vooruitging. Vroeger verwonderde men zich over 100 eieren per kip en per jaar, maar nu worden de gevallen dat men de 300 nadert, veelvuldiger. Waar nu de wetenschap doorgaat, zal ook aan de practijk een plaats moeten worden ingeruimd : zij gaan hand in hand en zijn nauw aan elkaar verbonden. Dien band wil het blad nauwer aanhalen, daarbij het belang van den pluimveehouder in het algemeen, maar van de afnemers van Ouwehands voederfabriek in het bijzonder, in het oog houdend. Naast artikelen op pluimveegebied geeft het wat voor den land- en tuinbouwer en tracht ten slotte ook eenige gepaste ontspanning te geven. Het eerste nummer voldoet aan dit ideaal. Het is keurig uitgevoerd in gemakkelijke indeeling en lettertype, terwijl de inhoud, door ter zake kundigen geschreven, veel geeft op het terrein dat men zich als arbeidsveld koos. Wij wenschen den ondernemer succes met zijn uitgave. Laat het gelezen en beoefend worden, en het doel dat de fa. Ouwehand beoogt is bereikt. --- HAARLO. Het jaarfeest. Donderdag 16 Jan.; ’sav. 6 uur inde Kapel hopen de Chr. Jong. en Jongedochtersvereen. haar jaarfeest te vieren. Begunstigers en belangstellenden, door het rijke programma staat ongetwijfeld een genoeglijke avond te wachten. De werkzaamheden ter verharding van den weg langs het kerkhof, hebben na een periode van rust, nu weer een aanvang genomen. Dat de voltooiing nu niet meer ver af mag zijn. --- Kerk, School en Zending. Nieuws van het Zendingsveld. Het Zendingsbureau te Oegstgeest meldt ons : Merkwaardige berichten komen nog steeds in van het Oosten van Nieuw-Guinea. Daar is in het jaar 1928 een groote beweging naar het Christendom ontstaan onder de Papoea’s aan het Sentanimeer tengevolge van de prediking vaneen hunner volksgenooten. Deze beweging heeft stand gehouden en in alle veertien dorpen om het meer heeft de Zending aanraking gekregen. Nu heeft er zich ongeveer vier maanden geleden in het grootste dorp Ifar een merkwaardig voorval afgespeeld. De bewoners bleken, toen Zendeling Schneider er op bezoek kwam een groote menigte heidensche voorwerpen, vooral zulke, die bij hun heidensche dansen gebruikt worden, te hebben verzameld, om zich daarvan te ontdoen. Hoewel zij door den Zendeling gewezen werden op de moeilijkheden, waarin hen dat kon brengen en op het onverplichte van deze daad, bleven zij bij hun plan en de heele hoeveelheid, met uitzondering van een paar voorwerpen-, die bijzondere ethnologische beteekenis hadden, is verbrand. En nu bij zijn laatsjte tournee is hetzelfde ook in twee andere -dorpen Asee en Dojo gebeurd. Een van de meest beteekenisvolle bijomstandigheden is, dat hierbij de oude mannen de drijvende kracht vormden in tegenstelling met wat gewoonlijk bij dergelijke gebeurtenissen gezien wordt. Oeze uitbreiding van het werk maakt dringend de vestiging vaneen eigen Zendeling voor dat gebied noodzakelijk. En vooral zijn er ook voor de verschillende dorpen goeroes noodig. Er is dus arbeidsgelegenheid in overvloed. --- BARLO. De Chr. Muziekvereeniging „Excelsior” te Barlo is voornemens Paaschmaandag te Aalten een uitvoering te geven. Andere vereenigingen worden verzocht hiermede rekening te houden. --- IJZERLO. Vrijdag 17 Januari zal naar het voornemen is, Ds. Dippel spreken in het nieuwe gebouw. --- ZELHEM Landbouwlezing. Naar wij vernemen hoopt voor de Vereen, van Oudleerl. en verdere belangstellenden, waarvoor de toegang vrij is, de Rijkslandbouwconsuleni Ir. N. van Vliet uit Zutphen 20 Jan. bij Praastink een lezing te houden over: „Meer verbouw van groenvoeder op eigen bedrijf”. Verder is bovengenoemde vereen, voornemens nog een cursus te doen houden in varkensvoeding. Als leider treed dan op de dierenarts Grashuis ; in verband met de proefmesterij wel de aangewezen persoon. Reeds nu kan men zich bij den secretaris B. Reusink Jr., dorp, opgeven. Gevonden een zilveren broche. Inl. G. J. Teerink, Halle. De 17e jaarvergadering van de Vereen, van Oudleerl. alhier wordt Woensdag 17 Jan. ’s avonds 7 uur inde oude O. L. school gehouden. Agenda: opening en notulen ; ingekomen stukken en mededeelingen ; rekening en verantwoording ; jaarverslag ; bestuursverkiezing, aftr. herk. J. Oosterink, (H. Leusink, W. Toonk) ; G. W. Starink, niet herk., (Joh. Buunk, H. Luimes). Proefveldcommissie verkiezing, aftr. D. J. Ooyman en W. Bel, niet herkiesbaar ; proefplan 1930; bespreking en opgave cursus varkensvoeding; inleiding landbouwonderwerp ; rondvraag en sluiting. Loop der bevolking der gemeente Zelhetn over December 1929. Gevestigden : J. J. Schutte, zonder beroep, A 120a van Zwolle; Wed. J. Schutte, zonder beroep, A 102a van Zwolle ; Wed. B. Kroneman, zonder beroep, A 160 van Hengelo (G.) ; H. H. Besselink, dienstbode, E 123 van Amsterdam ; F. W. Greven, dienstbode, B 73 van Doetinchem ; H. Jansen, landbouwer, G 25 van Aalten ; H. W. Scholten, landbouwer, G 25 van Wisch ; A. A. Sileon, landbouwer, C 20 van Apeldoorn ; D. J. te Brake, molenaar, E 168 van Hengelo (G.) ; A. D. Geurkink, dienstbode, G 1 Ijs| van Enschede ; D. J. Lebbink, dienstbode, E22 van Hummelo en Keppel; H. vna Arragon, landbouwer, C 58 van Laren (G.) ; G. F. Knaake, landbouwer, A 7 van Utrecht; H. Gijzen, landbouwer, D 22c van Vries ; C. de Planque, verpleegster, A 52 van ’s Gravenzande ; W. Alfers, poelier, D 22a van Doetinchem ; B. Alfers, poelier, D 22a van Cloppenburg (D.). Vertrokken : W. R. M. Nijenhuis, E 154 naar Hengelo (G.) ; J. Peppelman, B 30 naar Doetinchem ; E. Radstake, G 4 naar Doetinchem ; Wed. K. de Vries, F 58 naar Ezinge; J. J. Evers, E 137 naar Vorden ; G. Eenink, D 37 naar Doetinchem ; A. J. te Kiefte, G 60 naar Ruurlo; H. Hendriksen, G 14 naar Wisch ; J. W. Wissink, E 168 naar Doetinchem ; J. Zwolle en gezin, A 85 naar Lonneker ; A. B. Maandag, A 183a naar Wisch ; J. H. Koster, F 70c naar Hengelo (G.) ; K. Klom, G 9 naar Opsterland; J. Ringnalda, G 9 naar Opsterland ; J. W. Lankwarden, A 121 naar Hengelo (G-). --- HALLE A.s. Zondag wordt inde Herv. Kerk des namiddags dienst gehouden. (Zie predikbeurten). De Gem. Zangvereeniging „O. B. K." zal in ’t laatst dezer maand weder een jiitvoering geven. Binnenkort zal de heer Clevermga voor den Bond van Oud-leerlingen alhier een lezing houden. Het onderwerp is nog niet bekend. --- WESTENDORP Nieuw Telefoontarief. Vanuit Westendorp : » 10 cent per 3 minuten met Doetinchem, Etten, Gendringen, Halle, Harreveld, Heelweg, Nw-Gaanderen, Silvolde, Sinderen, Terborg, Ulft, Varsseveld, Wijnbergen, Zelhem ; 15 cent met Aalten, Bredevoort, Bredenbroek, Dinxperlo, Groot-Azewijn, ’s-Heerenberg, Hengelo (G.), de Heurne bij Dinxperlo, Hummelo, IJzerlo, Keijenborg, Kilder, Laag-Keppel, Lichtenvoorde, Megchelen, Netterden, Ruurlo, Wehl, Zeddam ; 35 cent met Almen, Angeren, Angerlo, Arnhem, Baak, Babberich, Barchem, Bathmen, Beek bij Didam, Beltrum, Borculo, Brummen, Didam, Diepenheim, Dieren, Doesburg, Doornenburg, Drempt, Duiven, Eefde, Eerbeek, Eibergen, Ellecom, Erlecom, Geesteren, Gelselaar, Gent (Geld.), Giesbeek, Goor, Gorssel, Groenlo, Groessen, Haaksbergen, Haalderen, Haarlo, Hengevelde, Herwen, Huisen, Hupsel, Joppe, Kekerdom, Klarenbeek, Kotten, Laag-Soeren, Laren (Geld.), Lathum, Leuth (Geld.), Lochern, Lobith (dorp), Lobith (tolkamer), Loo bij Duiven, Markelo, Meddo, Millingen (G.), AAiste, Neede, Noordijk (G.), Olburgen, Pannerden, Rekken, Rheden (G.), Rietmole, Schaarsbergen, Spijk (G.), De Steeg, Steenderen, Velp, Voor-Beltrum, Voorst, Vorden, Westervoort, Wichmond, Wilp, Winterswijk, Zevenaar, Zutphen. --- BORCULO In plaats van den heer Borger is als kommies alhier geplaatst de heer J. F. Buisman van Culemborg. --- GEESTEREN. Donderdagavond vergaderde alhier in café Meilink de Fietspadenvereeniging. De heer Boenk, voorzitter, bracht verslag uit vaneen vergadering te Groenlo overeen Centrale vereeniging. voor Fietspaden in Geldersch Achterhoek en Twente. Indien de statuten en het reglement voldoen werd besloten zich aan te sluiten bij deze Centrale. --- GELSELAAR De melkcontrolevereeniging „Ons Belang” is 1 Jan. haar werk begonnen. 125 koeien worden gecontroleerd op productie en vetgehalte. Men hoopt nog op grootere deelname, al is het begin moedgevend. --- EIBERGEN. – Evangelisatie-samenkomsten worden gehouden 14 en 15 Januari in gebouw Elim, aanvangende 7 uur, en 16 en 17 Januari in Rekken. De Chr. Zangvereen. „O. N. O.” verleent hare welwillende medewerking. --- Uit de Pers. Principieele tegenstelling. Onlangs werd op het congres van den Modernen Schildersgezellenbond dooreen der hoofdbestuurders gezegd: „Menschen, die in vrij huwelijk leven, moeten niet steeds als ongehuwd beschouwd worden”. In onderscheiden Roomsch-Kath. bladen werd direct de aandacht gevestigd op deze bedenkelijke uitlating, welke zoo treffend de tegenstelling tusschen moderne en Christelijke vakorganisatie demonstreert. Maar „Het Volk” deed een prachtige vondst. Het blad herinnerde namelijk aan een circulaire, welke Minister Aalberse in April 1923 aan de gemeentebesturen zond en waarin te lezen stond, „dat er gevallen denkbaar zijn, waarin ongehuwd samenwonenden als gehuwden mogen worden beschouwd, n.l. als er wettelijke redenen waren, welke een huwelijk verhinderen”. Dat is, zoo juichte „Het Volk” toch zoo ongeveer hetzelfde als wat de hoofdbestuurder van de Moderne Schildersbond betoogde. ledereen, die wars is van demagogie begreep direct, dat dit natuurlijk niet hetzelfde kón zijn. De opvattingen over huwelijksmoraal van Mr. Aalberse en de sociaal-democraten loopen zoo ver uiteen, dat er van „vrijwel hetzelfde” geen sprake kan zijn. Hoewel wij slechts flauwe herinnering hadden aan de circulaire en wel in verband met de werkloosheidsverzekering, voelden we onmiddellijk het onderscheid. We herinneren ons n.l. gevallen als deze, dat een weduwnaar met zijn huishoudster wenschte te trouwen, doch dat wettelijke redenen voorshands het huwelijk onmogelijk maakten. Zoo was het geval met zeeoorlogsweduwen, wier man omgekomen was, doch die moesten wachten op de rechterlijke verklaring van het vermoedelijk overlijden. In zoo’n geval meende de Minister dat voor het geval er kinderen waren werkloozenuitkeering verstrekt moest worden. Thans geeft „De Maasbode” een omstandig verhaal van de geheele historie, waaruit blijkt, dat het Kon. Nat. Steuncomité en later de Minister van Binnenlandsche Zaken een zelfde beslissing namen ten aanzien van steunverlening. Nadrukkelijk werd vastgesteld : ■ le. Ongehuwd samenwonenden worden niet als 'gehuwden beschouwd ; • 2e. Wanneer zij echter kinderen hebben ---