Een klap voor de vrijmetselarij. Nadat de vrijmetselarij in Italië vernietigd is en in Spanje eveneens is opgeheven, heeft ze ook in Portugal als gevolg van de jongste bloedige gebeurtenissen en de onderdrukking der revolutie, een gevoeligen slag gekregen. --- Op de tijgerjacht. Te Allahabad, in Britsch-Indië, is Donderdagochtend de landsadvocaat G. W. Dillon overleden aan verwondingen, welke hij had opgeloopen op de tijgerjacht bij Manikpur. Dr. Dillon had zich met zijn vrouw naar het jachtterrein begeven en vaneen „verhoog” den tijger waarop hij al twee jaar gejaagd had, aangeschoten. Dillon stapte van het verhoog af, inde meening, dat hij den tijger gedood had. Hij had zijn geweer inde hand, dat in beide loopen geladen was. Plotseling en onverwacht greep de tijger den jager en deze kon nog slechts zijn geweer met de kolf inden bek van het beest steken. De tijger rukte het hout in stukken en in het gevecht tusschen man en tijger gingen beide loopen af. De kogels verbrijzelden Dillons dijbeen, hij werd naar Allahabad overgebracht, waarna hij na eenige uren overleed. De tijger was al gestorven, kort nadat beide schoten gevallen waren. --- Advertentie INGEZONDEN MEDEDEELING. Bij Scheren géén Pijn en naschrijnen of stukgaan der huid, indien men vóór het inzeepen de baardoppervlakte inwrijft met Doos 30, Tube 80 ct. PUROL --- BUITENLAND. Nog niet effen. Er ging sprake van, dat het geschil tusschen Italië en Servië zoo ongeveer was bijgelegd. Het laatste land had te kennen gegeven, dat de mogendheden vrij een onderzoek mochten instellen naar de beweerde mobilisatie, waarvan Italië met zooveel ophef had gewaagd. Servië heette toebereidselen te treffen nabij de Albaneesche grenzen. Zoo liet Mussolini weten. Doch Servië kwam er tegen op en beduidde de mogendheden, dat het omgekeerde weleens waar kon zijn. Niet Servië, maar Italië mobiliseerde. En dan binnen de grenzen van Abanië. Want dit kleine landje staat feitelijk onder het protectoraat van Italië. Zoo dat Servië ten slotte begon te retireeren. Het werd nu weigerachtig om de mogendheden tot een onderzoek zijner weermacht toe te laten. Of beter gezegd. Het was niet weigerachtig. Maar het huldigde het beginsel van „gelijke monniken, gelijke kappen”. Zoo tevens onderzocht werd, wat binnen de Albaneesche grenzen door Italië werd gedaan, zou Servië een gelijk onderzoek in eigen land toelaten. ’t Ligt voor de hand, dat dit de eer van Mussolini te na komt. Italië en Servië zouden gelijkwaardigen moeten zijn. Dat nimmer. En zoo rees uit Rome verzet tegen het onderzoek gelijk de Servische regeering dit wenscht. Het eenige wat Rome goed vindt is een onderzoek niet slechts aan de Servische grens van Albanië, het verlangt, dat dit tot het binnenland van Servië zal worden uitgebreid. ’t Is wel kras. Wat voert Mussolini in zijn schild. Wil hij weer eens voor de zooveelste maal illustreeren, dat macht recht is. Peinst hij er over, Servië inde engte te drijven. Natuurlijk kan dit laatste land in zulk een eenzijdig onderzoek onmogelijk toestemmen. --- Het aantal werkloozen. In Duitschland is van 15 Februari tot 15 Maart het aantal werkloozen gedaald van 1.954.000 tot 1.661.000, dat is dus in één maand een daling met 15 pet. --- Een vermoorde prinses. Eenigen tijd geleden verwekte het in Polen groot opzien, dat door den officier van justitie te Warschau de opgraving was gelast van het lijk der in 1923 overleden prinses Maria Loebomirska. Het gerucht ging namelijk, dat de zeer rijke en ongehuwde prinses geen natuurlijkendood zou zijn gestorven, doch uit den weg was geruimd door personen die bij haar nalatenschap belang hadden. Het gebalsemde lijk is intusschen aan een nauwgezet onderzoek onderworpen, waarbij thans is gebleken, dat zich inde maag der gestorven prinses gemalen glas bevond. Men neemt thans aan, dat de prinses inderdaad om het leven is gebracht. --- OM TE ONTHOUDEN OP DEN STEMDAG! 1. Vergeet niet, uw oproeping mede te nemen naar het stembureau. Die oproeping is de enveloppe, die ge hebt ontvangen. 2. Ga zoo vroeg mogelijk naar het stembureau. Ge zoudt later op den dag soms verhindering kunnen krijgen. 3. Waarschuw een bestuurslid van de kiesvereeniging, wanneer ge soms moeilijk kunt loopen. Dan wordt er wel voor gezorgd, dat ge gehaald en weer thuis gebracht wordt. 4. Hebt ge soms geen oproepingskaart ontvangen, vervoeg u dan zoo spoedig mogelijk op het gemeentehuis en vraag inlichtingen. 5. Denk er om, dat ge slechts één cirkeltje in één stemblokje rood maakt en dat ge verder geen aanwijzingen geeft. leder streepje of ander teeken maakt uw stem waardeloos. 6. Kunt ge u zelf niet redden op het stembureau, dan mag een kennis die tevens kiesgerechtigde is, u helpen. 7. Hebt ge u soms vergist met uw stem, scheur dan uw stembiljet niet stuk, maar lever het bij het stembureau in en vraag een ander en doe het dan goed. 8. Ge doet het goed, wanneer ge het eerste blokje rood maakt van LIJST 4, de Antirevolutionaire lijst. Voor den kieskring AALTEN dus het blokje, dat staat bij den naam RIJPSTRA J., « Voor de Kieskringen VOORST EN ZUTPHEN het blokje, dat staat bij den naam ROETERDINK C. 9. Wek uw vrienden en kennissen op, om hun plicht te doen en neem ze, zoo ze soms, wat lauw mochten zijn, mee naar ’t stembureau. 10. Vergeet het gebed niet, maar heilig den strijd en vraag om Gods zegen voor volk en vaderland. f f --- Een doodelijke sprong. Dein Hamburgsche zwemmerskringen goed bekende zwemmer Lamberg uit Altöna zou Zondag het bewijs leveren, dat hij een geoefend duiker was. Het vorige jaar had hij met succes een sprong vaneen 37 M. hoogen toren inde Elbe gedaan. Ditmaal sprong hij vaneen 54 M. hooge kraan inde rivier. Maar hij moest zijn waagstuk met den dood bekoopen. --- Een mijnramp in Japan. Uit Tokio wordt geseind, dat tengevolge vaneen brand ineen steenkolenmijn ruim honderd en dertig mijnwerkers om het leven zijn gekomen. Reeds zestig lijken waren teruggevonden. --- Een raaf op de vossenjacht. Terwijl de jachthonden bij Ullswater een vos vervolgden, zagen de jagers telkens een raaf op den vos neerstrijken en hem heftig aanvallen. De scherp vervolgde vos beet verwoed naar den vogel, maar deze zou er waarschijnlijk in geslaagd zijn, hem blind te maken en af te maken, indien hij niet plaats had moeten maken voor de jachthonden, die kort daarna den vos inhaalden en hem doodden. --- VARIA. Wat de kerk niet en wel moet zijn. Wat de kerk niet moet zijn : le. Een station waar men op het laatste oogenblik binnen stormt of te laat komt. 2e. Een gebouw voor nutslezingen, waar men inde pauze eens gelegenheid heeft goed fond te kijken en waar bij het uitgaan de critiek op des sprekers welsprekendheid, stem en gebaren enz. het hoogste woord heeft. 3e. Een modezaal, waar de laatste nouveauté’s worden geëtaleerd. 4e. Een concertzaal, waar het vooral om muziek en zang te doen is en waar de preek dienst doet als in- en uitleidend woord bij de uitvoering vaneen oratorium, liefst zoo kort mogelijk. se. Een gerechtszaal waar men zich zoo verlustigt in het hooren veroordeelen van de splinters en balken in anderer oog, dat men die in eigen oog vergeet. 6e. Een bewaarschool, waar onverschillige ouders de kinderen heen sturen, terwijl ze zelf thuisblijven. En als 7e. Een slaapvertrek waar men in de meest makkelijke houding gaat zitten om door Morpheus omarmd te worden. Wat de kerk wel moet zijn : le. Een Godshuis, toegewijd aan een heilig en genadig God en waar men heengaat om in bijzonderen zin dien God te ontmoeten. 2e. Een bedehuis, waar men, ver van het rumoer der wereld, met heel de gemeente zijn gebeden neerlegt aan den voet van Gods troon, voor Vaderland en Vorstin, voor kerk en huisgezin en eigen behoeften. 3e Een klaaghuis, waar men onder den indruk eener ernstige prediking, zich diep nederbuigt onder den last van eigen zonde en ellende, en ernst maakt met de tollenaarsklacht : „o God wees mij zonder genadig !” (Overgenomen.) --- Niet vaneen leien dakje. Te Genéve vergadert de commissie ter voorbereiding van de ontwapeningsconferentie. Overeen bepaald punt werden de h.h. het reeds eens. Dat schiet dan wel op, zult ge zeggen, ’t Zal het beste zijn, nog maar niet te hard te roepen 1 Op zeker voorbehoud van Frankrijks zijde moet nog worden gerekend. Beperking van het aantal manschappen in legerdienst of van militair georganiseerde formaties zou er komen. Doch de Fransche gedelegeerden willen dan tevens die der effectieven ter zee r en inde lucht. j Een andere moeielijkheid was hoe te doen met de geoefende reservetroepen. De I Fransche gedelegeerde Paul Boncour achtte I indirecte beperking wel goed. De uitgaven voor het materiaal kwamen dan bijv. in aanmerking. Maar van het getal manschappen, wilde hij zeggen, moest men afblijven. Lord Ce, vil pleitte voor het Engelsche standpunt, I dat ook het aantal onder de controle en de beperking moeten vallen. Van Duitsche, ! Amerikaansche, Zweedsche en Nederlandi sche zijde ondervond Lord Cecil levendige | bijval. De heer Rutgers, Nederlandsch gej delegeerde, betoogde dat de beperking niet ! slechts de vredessterkte moet gelden. Maar ook de reserves en het materiaal, de sterkj te, die voor den oorlog voorbereidt. Hij ' zette uiteen, dat „de beperking van de opleidingsorganisatie van tal van legers, welj ker opgeleide reserves een van de belangi rijkste elementen inde weermacht vormen, | het doeltreffendste middel is om de aan! valskracht te beperken.” j De Duitsche gedelegeerde ging zoo ver, | even vast te stellen, dat „Duitschland tot ' geen enkele conventie kan toetreden, die geen beperking van de geoefende reserves inhoudt.” | Dit punt, waarover de commissie niet i eenstemmig was, komt voorts nog weer | aan de orde. De arbeid moest voortgang ; hebben. Doch, gelijk gezegd, hier zal uitstel geen afstel zijn. Het is al mooi, dat de h.h. elkander begrijpen. Aanknoopingspun| ten ontbreken gelukkig niet. ’t Is nog slechts de vraag hoe Amerika en Italië zich zullen houden. Het laatste land vond beperking op den bestaanden grondslag onbillijk. Naast een ontwapend Duitschland j staan andere landen tot de tanden toe ge-I wapend. Inderdaad is hier niet veel tegen te zeggen. | Vaneen leien dakje, dit is wel te zien, ’ zal het nog wel niet gaan. We hebben ook te rekenen met de verschillen tusschen Parijs en Londen. j In elk geval doet de commissie voorbe-1 reidend werk. De ontwapeningsconferentie, die imrhers nog komt, zal er zich bij kunnen aansluiten. En er op voortbouwen. ; Maar wat zal Rusland doen. Wil de coni ferentie niet mislukken, dan zal de Sofjet ! er zich ook moeten laten vertegenwoordigen. Doch eer men zoo ver is. Want Rusland heeft er op tegen, dat Genève weer jis uitgekozen. Met Zwitserland heeft het I immers van voor lang nog een appeltje te j schillen. Het laatste land toonde nu eens, ,groot” te willen zijn. Om Rusland tegemoet te komen wil het gerust toestaan, dat een an-I dere plaats voor de conferentie wordt aangewezen. Voor de sofjet is dan alle bezwaar vervallen. Zij moet aan de conferentie deelnemen, anders verkeert Europa ten haren opzichte in onzekerheid. Polen en de Randstaten zouden daarvan allereerst de dupe kunnen worden. Hoe zal de Volkenbond beslissen. Genève is nu eenmaal d e stad der conferenties. Zij is bij uitstek er voor ingericht ! Mogelijk is er tusschen de moeielijkheden nog door te zeilen. Dr. Stresemann bood zich toch aan als bemiddelaar tusschen de oneenigen op te treden. Zoo beide landen er hem althans toe aanzoeken ! --- Napoleon de kleine. De groote Napoleon kon soms erg klein wezen en zooals Mad. Junot vermeldt, die hem van zijn jeugd af kende, kon hij volstrekt geen grapje dulden. Eens, toen hij nog cadet aan de militaire school te Brienne was, werd hij bij een familie genoodigd en hij kwam in groot tenue gekleed ; de groote laarzen, die om de magere beenen waggelden, wekten den lachlust der vroolijke meisjes op, en reeds toen hij binnenkwam, schaterden zij het uit. Napoleon werd woedend toen hij begreep, dat hij oorzaak van de pret was ; hij greep de zuster van Mad. Junot bij den arm en verlangde, dat er een eind aan die ongepaste vroolijkheid komen zou. Spottend gaf het jonge meisje ten antwoord : „Je draagt een groote sabel en kunt niet eens tegen ’n grapje !” „Dom schoolkind !” beet de verwoede Napoleon haar toe. Natuurlijk nam de jonge dame, veertien jaar oud, deze uitdrukking vreeselijk kwalijk. „Ben ik een schoolkind !” riep zij uit, „dan zijt gij een gelaarsde kat !” De gramschap van den toekomstigen keizerwas grenzenloos. Toen Mad. Junot vele jaren later inde Tuilerieën verscheen, zag zij aan het plotseling schitteren van de oogen van den monarch dat hij de historie niet vergeten en ook niet vergeven had. (Overgenomen.) --- Uit de Graafschap. DINXPERLO. Vrijdagavond trad voor de I afd. Dinxperlo van de S. D. A. P. alhier op ! de heer van Dam uit Winterswijk tot het geven eener uiteenzetting van de beteekenis der verkiezing voor de Prov. Staten. Het is niet ons doel de spr. in zijn rede van het begin tot het einde te volgen. Al- j leen willen we een enkele uitlating toetsen j aan de beginselen of deze vergelijken met de werkelijkheid. Spr. schetste eerst de algemeene politieke toestand voor ongeveer 30 jaren en behandelde vervolgens de beteekenis der Prov. Staten met het oog op de verkiezing van j de leden der le Kamer en het college van Ged Staten, om daarna de taak van'Ged. i Staten te behandelen. De geringe belangstelling van de zijde; der jongeren verklaart spr., omdat zij den strijd der ouderen niet kennen. Ten deele waar, maar zou de sportverdwazing en andere vermakelijkheden niet.de hoofdoorzaken zijn dat het jongere geslacht geen belang meer stelt inde ernstige vragen van den dag ? Spr. deed het voorkomen, als zouden de sociale toestanden in hoofdzaak het werk zijn der S. D. A. P. Alsof Dr. Kuyper de man der kleine luiden reeds niet in 1874 en voordien, vóór de kopstukken der andere partijen er zich over hadden uitgesproken, toen de zweep der arbeiders-beweging zich nog niet deed gevoelen, aandrong op sociale verbeteringen. En dan vergete men niet, dat inden strijd, die de Chr. partijen tezamen bracht, het allereerst ging om de geestelijke goederen, maar dat ook de stoffelijke dingen niet werden veronachtzaamd. En dan de sociale maatregelen zouden in 1918 door de S. D. A. P. de Regeering in de bekende Novemberdagen zijn afgedwongen. Ze zouden daarvan de vruchten zijn. Neen, de ware toedracht der zaak is deze, dat inde Troonrede van September, toen’ men nog midden inden oorlogstoestand zat en er nog niet overeen wapenstilstandsverdrag gedacht werd, de te volgen sociale politiek in duidelijke bewoordingen werd aangekondigd. Zoo schreef Mr. Bonger, eender Soc.-Democraten : „Niets is onjuister dan de meening, dat de hervormingen, die inde afgeloopen periode bereikt zijn, te danken zijn aan de vergissing.” (Troelstra.) Spreker had het ook over het medezeggenschap, een onderwerp, tegenwoordig nogal aan de orde van den dag. Laten we even zeggen dat voor een medezeggenschap, dat leidt tot de socialiseering of de vermaatschappelijking van de productie de Christen-arbeider niet is te vinden. Als het beslissingsrecht uit handen van den leider wordt genomen, wordt hierbij het gezag aangetast dat bij ons gelukkig nog hoog wordt gehouden. Daarenboven is het practisch niet uitvoerbaar. De veiligheidsstelling van den gulden had voor spr. met veel waarde. We herinneren in dit verband aan een driestar uit De Standaard, waarin deze in Nov. 1921 eene aanhaling deed uit een artikel van Het Volk, waarin de verdiensten van Colijn terzake het op peil houden van den gulden, erkend werden. „Om te onthouden”, teekende de Standaard daarbij aan. Colijn’s voorstel o. m. tot verlaging der Successiebelasting werd eveneens over de hekel gehaald. De melk moet worden ontroomd. Het kapitaal dus verminderd. Men bedenke, dat mede door zware successie het kapitaal wordt vernietigd, terwijl men vergeet, dat allereerste voorwaarde voor toeneming der arbeidsgelegenheid is vermeerdering van het beschikbare kapitaal. De spr. had het voorts met zekere minachting over ons Nederlandsche leger. Ontwapening is de bekende leuze. De pas gehouden besprekingen inde 2e Kamer liggen nog versch in het geheugen. We denken voorts aan de boven reeds aangehaalde Novemberdagen van 1918, toen de minderheid haar wil met wapengeweld aan de meerderheid wilde opleggen. Ook het buitenland geeft ons te zien, hoeveel de S. D. A. P. van deze leuze inde practijk meent. De heer Jalink uit Apeldoorn gaf ons daarvan voor eenige dagen in eene lezing nog een helder beeld. Men leze het uitvoerig verslag dat ons blad daarvan gaf nog maar eens nauwkeurig na. En hierbij willen we het laten. Voor deze vergadering was geringe publieke belangstelling. Er was geen debat. De heer de Rooij, die de vergadering leidde dankte spreker voor zijne rede. De jaarlijksche vergadering van de leden der Coöperatieve Stoomzuivelfabriek te de Heurne werd Dinsdag, 29 Maart j.l. in het Feestgebouw alhier gehouden. De belangstelling was gering. Er waren slechts 32 leden aanwezig. Namens het bestuur werd door den Directeur, den heer D. de Jong, het jaarverslag uitgebracht. Hieruit bleek, dat het jaar 1926 voor de fabriek gunstig is geweest, wat betreft de melkaanvóer, daar in geen enkel jaar zooveel geleverd is als in 1926. Ontvangen werd 4.782.619 K.G. melk, waarvan zoet verkocht werd 91282 K.G. Voor verwerking bleef dus over 4.691.337 K.G. Geproduceerd werd 165048 K.G. boter, welke netto gemiddeld ƒ 1.99 opbracht. Het gem. vetgehalte was 3,116 pet. Het onkostencijfer was over 1926 ƒ 0,88 per 100 K.G. Voor 100 K.G. melk werd gem. ƒ 6.33 betaald. De rekening en verantwoording welke daarna gehouden werd, leverde niets bijzonders op en werd zonder aanmerkingen vastgesteld. Aan eenige leden werd wegens vertrek of opheffing van het bedrijf, ingevolge voorschrift der Coöperatiewet, uittreding verleend. Tot lid der commissie tot het nazien der boeken werd benoemd de heer G. H. Veerbeek. De bestuursverkiezing had tot resultaat, dat het aftr. lid, de heer G. H. te Grotenhuis met bijna algem. stemmen werd herkozen, terwijl inde plaats van den heer J. W. Ormel, die niet meer in aanmerking wenschte te komen, gekozen werd de heer J. W. Groot Nibbelink. Van de rondvraag werd door eenige leden gebruik gemaakt. De gestelde vragen werden door het bestuur op bevredigende wijze beantwoord. De Voorz. de heer E. te Beest sloot hierna de vergadering, om direct daarop te openen eene buitengewone vergadering om de statuten en het huishoudelijk reglement in overeenstemming te brengen met de gewijzigde Coöperatiewet. Daar het vereischte getal leden niet aanwezig was, kon hieraan geen gevolg worden gegeven, zoodat spoedig een nieuwe vergadering zal worden gehouden. De vergadering wordt hierna gesloten. De militaire politie zette de afgeloopen week twee vreemdelingen over de grenzen. De varkensprijs bleef de laatste week op dezelfde hoogte. Evenals de vorige week werd er 30 cents per pond betaald. Een ingezetene uit deze gemeente, die eenige inkoopen moest doen, kwam bij het verlaten van den winkel tot de ontdekking, dat in dien tusschentijd haar het rijwielplaatje ontvreemd was. De door Burgemeester en Wethouders vastgestelde Kiezerslijst bevat 1558 kiezers voor de Tweede Kamer, 1548 voor de Provinciale Staten en 1522 voor de Gemeenteraad. Zij geldt voor het tijdvak 1, Mei 1927 15 Mei 1928. Belanghebbenden worden er aan herinnerd, dat ingevolge art. 11 der Kieswet tot en met den 15den April een ieder bevoegd is bij het gemeentebestuur verbetering van de doordat bestuur vastgestelde kiezerslijst te vragen, op grond, dat hij zelf of een ander, in strijd met de wet, daar op voorkomt, niet voorkomt of niet behoorlijk voorkomt. Wat het laatste betreft, en wat vooral voor de komende gemeenteraadsverkiezing van belang is. B. en W. zouden het verzuim kunnen hebben begaan iemand die bevoegd is tot deze verkiezing mede te' w’erken, alleen daarop te plaatsen als kiezer voor Kamer en Staten. Het is zeer wel mogelijk, dat men dezer dagen gerechtigd is voor de Staten te kiezen, terwijl men toch voor de komende periode na 15 Mei niet kan stemmen voor den gemeenteraad, omdat het kan voorkomen, dat men hoewel in onze provincie wonen-I de, toch geen ingezetene der gemeente is. D. w. z. dat men op het tijdstip van 1 Februari van dit jaar gedurende de laatste twaalf maanden niet zijn woonplaats binnen de gemeente had. Men doet dus wel door vóór 16 April a.s. zich vaneen en ander te overtuigen. Men voorkomt daar- --- Gemengd Nieuws. Een algemeene wapenschouw. De Stahlhelm, de bekende rechtsradicale organisatie, is van plan 8 Mei te Berlijn een algemeene wapenschouw harer leden te houden. Niet minder dan een half millioen aanhangers van de Stahlhelm zouden dien dag te Berlijn worden geconcentreerd. Zij zouden met extratreinen en vooral met vrachtauto’s uit alle deelen van het rijk naar de hoofdstad worden gebrachtr De leiders van de organisatie schijnen tegendemonstraties van de linksradicalen te vreezen, want zij moeten tot den Pruisischen minister van binnenlandsche zaken het zonderlinge verzoek hebben gericht, het verbod van het dragen van wapenen en stokken voor dien dag op te heffen. Het zou voorts inde bedoeling van de leiders liggen, in optocht door de arbeiderswijken van Berlijn te trekken. Men was zelfs van plan, dit reeds op 1 Mei te doen, en had zelfs reeds de lokalen, waarin de arbeiders gewoonlijk het Meifeest vieren, willen huren om de feestelijkheden van de sociaaldemocraten en communisten onmogelijk te maken. Dit plan schijnt echter mislukt te zijn, omdat de autoriteiten geweigerd hebben, goedkeuring te verleenen voor het houden vaneen Stahlhelmbetooging op 1 Mei. --- Mussolini’s boodschap. Zondag is met de gebruikelijke festiviteiten de achtste verjaardag van het fascisme gevierd. Bij die gelegenheid heeft Mussolini de eveneens gebruikelijke proclamatie tot zijn zwartgehemde volgelingen gericht, waarin de duce o. m. zegt : „Acht jaren zijn verloopen sinds de dag, waarop de Italiaansche fascistische strijdgroepen, onder hun symbolischen naam, werden geformeerd. In Maart 1919 keerde een kleine groep mannen zich tegen de vijandigheid der regeering en die der bedrogen massa. In October 1922 was het een veelvuldige overwinning langs bloedige offers ; thans is het een oneindig leger, dat met de geheele natie is samengesmolten. De idee heeft de noodige bajonetten gevonden en is het door het gansche Italiaansche volk aanvaarde en gesteunde regiem geworden. Op dezen glorieuzen verjaardag, bij déze indrukwekkende en plechtige viering schenk ik u een charter en een geweer. De eerste is het symbool van ons vertrouwen, het tweede werktuig onzer kracht. Beschouwt het als de grootste eer om het zwarte hemd te dragen en als het grootste voorrecht om inde gelederen der militie te treden.” --- Een kist met Dynamiet. Arbeiders, die inde nabijheid van Moncalieri met graafwerken bezig waren, hebben een metalen kist gevonden, die bijna 40 K.G. dynamiet bevatte een voldoende hoeveelheid om heel het stadje inde lucht te doen vliegen. Men gelooft, dat de kist in het communistisch tijdperk daar gedeponeerd is, in afwachting van de toen beraamde revolutie, want inde kist lag een communistisch blad van het jaar 1921. Dank zij de voorzichtigheid van de werklieden, die, toen ze op een deel der kist stuitten, er van afzagen, van hun houweelen gebruik te maken, is een groot onheil dat het kleine bevallige Piemonteesche stadje zou hebben doen verdwijnen, voorkomen. ---