Van de Kamers. EERSTE KAMER. De Staats begrooting. Vergadering van Donderdag 4 Mei. De Eerste Kamer heeft de Algemeene Beschouwingen over de Staatsbegrooting moeten stoppen, omdat Minister Ruys aan den overkant van het Binnenhof moest zijn oir d|a Grondwetsherzieningsvoordstellen i( welke de Senaat reeds vandaag (in de afdeelingen zou onderzoeken) te helpen afdoen. Zij behandelde Idaarom alvast wat hoofdfstukken der Staatsbegrooting. Hoofdstuk II (Hooge Collegea) vroeg noch discussie, noch stemming, hoofdstuk VII B (Financien) werd zonder stemming aangenomen, nadat Minister de Geer nog eens had verklaard, dat van de afschaffing der veilingrechten op groenten yn visch, waarop werd aangedrongen, met het oog op den financieelen toestand niets kan komen. Bij Hoofdstuk IV ;(Justitie) kwam de gebruikelijke aandrang naar allerlei wettelijke regelingen, waarvan MJ(nister Heemskerk zich op de ge bruikerli jke beminnelijke wijze met het gebrui-t kelijke Jantje van Leiden afmaakte. Het Hoofdstuk werd zonder hoofdelijke stem r ming aangenomen. In Waterstaat bleeef de Kamer steken. TWEEDE KAMER. De Grondwet. Vergadering van Donderdag 4 |Mel. De Boschwet, die nog aan de eindstemW mingsproef moest worden onderworpen^ werd aangenomen met 76 tegen 11 stemmen. De Vrijheidsbond en de heer Teenfstra vonden haar te duur. En dan een allermalste regeling van werkzaamheden, waardoor het aanzien der Kamer alweer niet is gestegen: Duys wil zijn ontwerp inzake afschaffing der veilihgrechten in het afdeelingsonderzoek van heden betrekken zien. Fleskens idem zijn ontwerp inzake in,jvoerverboden. , <■* Visser van IJzendoorn idem het entwerp.-jAbraham Staalman inzake nog niet invoeren van de Tabakswet. ■ Duys doet formeel een voorstel. ; Dresselhuys stelt voor alle drie de initiafiefontwerpen te onderzoeken. De Kamer is nog verstandig, begrijpt dat er van openbare behandeling toch geen sprake meer kan zijn en verwerpt het» voorstel met 54 tegen 31 stemmen. De Kamer wordt plotseling veel minder verstandig en verwerpt het voorstel-Duys met slechts 43 tegen 41 stemmen. De heer Visser van IJzendoorn wil misbruik maken van de verstandsverduistering en vraagt stemming over zijn verzoek. De voorzitter probeert de verdwazing te bezweren, wijst er op dat de Kamer een week geleden reeds besloot het ont>werpl-Staalman miet in de afdeelingen te onderzoeken en stelt voor over het voorstel Visser van IJzendoorn niet te stemmen. Het verstand der Kamer is nog meer afgebrokkeld. Het voorstel des Voorzitters wordt verworpen met 43 te pen 42 stemmen. Als de heeren van Vuuren, Akkerman en van der Voort van Zijpl, die de presentielijst teekenden, maar reeds verdwenen, er waren geweest zou het anders zijn uitgevallen. Het voorstel-Visser van IJzendoorn komt in stemming. Er komt spanning. De heer Wijk, die straks voor het voorzitterlijk voorstel stemde, stemt nu voor het voorstel^Visser van IJzendoorn. De heer van der Molen komt. de heer van Vuuren komj terug. De griffiers zijn het over den uitslag niet eens. . » Na eenigen tijd blijkt het voorstel-tVisser aangenomen met 44 tegen 43 stemmen. Het onverstand heeft gewonnen. De vergadering was verder bestemd ivoor de behandeling der nieuwe Regeeringsvoorstellen tot wijziging der Hoofdstukken III en IV en der Additioneele artikelen van de Grondwet, ingediend nadat de eerste Kamer het aanvankelijk voorgestelde en door de Tweede Kamer 1 aangenomen Hoofdstuk II had verworpen en de Regeering in verband daarmedfif Hoofdstuk IV en cfe Additioneele artikelen, zocf als zij die had ontworpen en zooals zij cfoor de Tweede Kamer waren goedgejkeurd, had teruggenomen. De nieuwe voorstellen bevatten niet meer de ontbindbaarheid der Provinciale Staten en de terugwerkende kracht der pensioenregeling voor de Tweede-Kamerleden, laten de regeling van de evenredige samenstelling der Eerste Kamer over aan den gewonen wetgever met dien verstande, dat de regeling vóór den 3den Dinsdag van September 1923 moet zijn tot stand gekomen en bepalen den zittingsduur der Eerste Kamer op 6 jaar met aftreding van de helft om de 3 jaar. Gelijktijdig werd behandeld het voorstelTroelstra tot afschaffing der Eerste Kamer. De beraadslagingen hadden heel weinig om het lijf. De eenige vraag was feitelijk of men al of niet zou toegeven aan de Eerste Kamer en dienaangaande was reeds genoeg gevochten bij; de interpellatie?troelstra. De heer Kolthek wilde niet bukken voor den Senaat en zou stemmen voor het voorsteï-Troelstra, ook al ontbrak daarvan het referendum, de heer Visser van IJzendoorn is echter een dergenen voor wie de afschaffing der Eerste Kamer onvecbrekelijk vastzit aan het referendum, zoodat hij Troelstra niet kon bijvallen. De heer Marchant weigerde mede te werken aan een toegeven aan de Eerste Kamer en zal afschaffing der Eerste Kamer en invoering van het referendum blijven propageeren. De heer Albarda verdedigde voor den heer Troelstra diens voorstel en bleek nog niet goed te weten of hij al of niet voor de Regeeringsvoorstellen zal sternmen; als de Regeering aannemelijk zou maken dat de evenredige vertegenwoordiging voor de Eerste Kamer inderdaad zal worden ingevoerd, neigde hij tot maar aannemen. De heer van Schaik gaf de Regeering zeer duidelijk te verstaan dat de verediging der aanvankelijke voorstellen in de Eerste Kamer wel wat krachtiger had kunnen zijn. Allicht zou de Eerste Kamer dan een andere houding hebben aangenomen Zeer betreurde spr. de afstemming van Hoofdstuk III door den Senaat, omdat een versterking van den invloed op de Eerste Kamer dringend noodzakelijk is. En liever had hij gezien dat de Eerste Kamer nu maar geheel buiten de herziening ware gelaten. Doch nu de voorstellen eenmaal zijn gedaan, zou hij rnaar voorstemmen. Er wordt althans iets bereikt. ' De heer Rutgers, die indertijd met alle anti-revolutionnairen op den heer Smecnk na tegen de hoofdstukken III en IV stemde, verklaarde dat zijn bezwaren zoozeer waren verminderd dat hij nu kon voorstemmen. Desgelijks deed de heer Schokking: de leider der Christelijk-Historischen. Minister Ruys bleef erbij dat practisch het noodzakelijk maakt te beproeven met de Eersste Kamer tot overeenstemming te komen. En hij vertrouwde vast dat de Eerste Kamer wel zal begrijpen^ dat haar eigen belang meebrengt zich niet te verzetten tegen een regeling harer jvenrfêdigé samenstelling De stemmingen brachten geen verrassingen. Het voorstiel-Troelstra tot afschaffing der Eerste Kamer werd verworpen met, 60 tegen 29 stemmen. Voor waren de S. D. A. P., de Communisten, de V. D. en de heeren A. P. Staalman, Teenstra, van Beresteijn en van de Laar. Tegen Hoofdstuk III verklaarde zich slechts 15 leden Jde V. D., de Communisten, 6 A. R., de Katholieke heer Swane en de heeren Kolthek, Braat en vanrie Laar) Hoofdstuk IV werd aangenomen niet 83 tegen 7 stemmen. Tegenstemmers waren de communisten, de V. D. en de heeren Kolthek en van de Laar. Bij de Additioneele artikelen kwamen op het tapijt een amendementt^Rinkj bedoelende toch maar reeds nu een regeling der evenredige samenstelling van de Kamer op te nemen en wel de aanvankelijk door de Regeering voorgestelde. Minister Ruys ontraadde de aanneming ten sterkste met het oog ,op het gevaar dat de Eerste Kamer zich niet zou willen laten binden aan een bepaald stelsel voor haar evenredige samenstelling en daarom ook de nieuwe voorstellen zou kunnen afwijzen. De Kamer gaf ZExc. gelijk. Het amerv dement werd verworpen met 47 tegen 39 stemmen. Tegen was de Rechterzijde cp den heer van de Laar na. De Additioneele artikelen werden aangenomen met 58 tegen 27 stemmen, die van de Vrijheidsbonders behalve de heeren van Rappard en Rink, de V. D., de Communisten, 5 A. R., de heeren Kolthek, Teenstra, van Beresteijn, van de Laar en Swane. --- Kerk en School. Z. D. H. de Bisschop van Breda, zal geen audiëntie verkenen op Dinsdag, Woensdag en Donderdag der volgende week. MGR. L. SCHRIJNEN. Z. D. H. Mgr. L. Schrijnen, bisschop van Roermond, hoopt einde dezer week uit Rome te Roermond terug te keeren. EXAMENS L. O. BREDA. Oeslaagd de dames: P. Th. Braakman, W. J. v. Hoogstraten, E. v. Iersel, A. A. A. v. Hest, O. L. E. M. v. d. Zanden, allen te Tilburg, C. M. M. Wagenaar, L. M. Lörse, beiden te 's Bosch. BREDA. Geslaagd de dames: M, J. Vingerhoed, G, A. M. Hendrix beiden te Dongen; M. A. J. Weyters, A. L. van Wijk, beiden te Tilburg; Chr. H. M. A. Seelen, M. M. Lutman, beiden te Moerdijk; M. M. A. Wagenaar te Hoogerheide. --- Land- en Tuinbouw. RAADGEVINGEN VOOR IEDEREEN. Nadruk verboden. Eerste helft van Mei. In deze maand zaait men boekweit, ongeveer half Mei. Men noemt verschillende rasseql, Bralbantsche, Amerfoortsche, Drentsche, Friesche enz., maar men heeft vermoedelijk als inlandsche variëteiten slechts zan^d- en veenboekweit. Van de veenlboekweit zijn de vruchtjes klein, deze zijn bruin gekleurd, bij de zandboekweit meer grijs. Dan wordt hier nog de zilvergrijze of Schotsche boekweit verbouwd, een uitmuntende variëteit, die echter ook vruchtbaarder grond verlangt. Zij heeft Izilvengrijze vruchten met hotte in plaats van platte wanden met weinig bast pn veel meel. Veenboekweit zaait men ook wel voor half Mei of later, naar gelang van het weer. De boekweitteelt is achteruit gegaan, 't is een wisselvallig gewas en misschien was de achteruitgang ook toe te schrijven aan de vermindering der beienteelt (de bijen bevorderen de bevruchting) 1 . Wie boekweit verbouwen wil. bedenke: dat boekweit in paardenvleesch wil groeien of anders uitgedrukt: „dat het zweet der paarden de beste mest voor boekweit is". Diep bouwen dus. Voor Mei-