Gemeenteraad Oldemarkt Vergadering van 4 Augustus Onderwijzeres Ossenzijl. — Adres L. Douraa, Wat wel en niet bij de rondvraag behoort ^ __ "TT ft -kt -I-VT71T-» TTTT'TT'"NT rjnn’f ^ r> -f «V nTN yP'-' Opening en goedkeuring notulen. De VOORZITTER opent de vergadering z waarna de notulen der vorige vergadering die ter visie hebben gelegen, zonder op- of t aanmerking worden vastgesteld. c De heer VAN DER VEEN zegt, dat hij tot zijn spijt de vorige vergadering heeft ( moeten missen. De wijziging van den da- 3 turn der vergadering op de agenda was z.i. , niet duidelijk, zoodat hij uit de oproeping ‘ heeft gelezen, dat de vergadering zou plaats hebben op 30 Juni in plaats van op 29 Juni j.1. Ingekomen stukken. Ingekomen zijn de navolgende stukken: Besluiten van Ged. Staten dezer provincie 1 d.d. 5 Juli 1938 en 19 Juli 1938, houdende goedkeuring van de raadsbesluiten van 29 Juni 1938, tot wijziging van de begrooting voor het dienstjaar 1937. ■ Een besluit van hetzelfde college d.d. 5 Juli 1938, houdende goedkeuring van het besluit van den raad van 29 Juni 1938, tot wijziging 'van de begrooting voor 1938. Een besluit van het zelfde college d.d, 5 Juli, houdende bericht van ontvangst van de door den raad in zijn vergadering van 29 Juni j.1. vastgestelde verordening op het kampeeren in deze gemeente. Een besluit van hetzelfde college d.d. 5 Juli 1938, houdende goedkeuring van het raadsbesluit van 29 Juni 1938, tot het aangaan van een kasgeldleening groot f 30.000 ten behoeve van de Commissie van Beheer over den kunstweg van Oldemarkt naar den Blankenhammer Zeedijk. Een besluit van Z.E. den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, d.d. 14 Juli 1938, waarbij krachtens art. 22 bis, derde en vierde lid, der Lager-Onderwijswet 1920, ontheffing wordt verleend van de bepaling, vervat in artikel 22 bis, eerste lid, van die wet, ten aanzien van de openbare lagere school te Ossenzijl. Deze stukken worden voor kennisgeving aangenomen. Rekening 1937. Aangeboden wordt de gemeenterekening over 1937 met bijbehoorende stukken. Deze rekening wordt gesteld in handen van een commissie van onderzoek, bestaande uit de heeren Van Buiten, Kraak, Van Elp, Bult en Van der Veen. Veldwachtersverordcning. De VOORZITTER deelt mede, dat de veldwachtersverordening dezer gemeente opnieuw moet worden vastgesteld, aangezien de termijn van goedkeuring dezer verordening binnenkort verstrijkt. Het advies van den betrokken vakbond is echter nog niet ingekomen, waarom hij voorstelt dit punt aan te houden tot een volgende vergadering. — Aldus besloten. Opening naweide Broeklanden. Aan de orde is de vaststelling van den datum, van opéning van de naweide op de Broeklanden. Burgemeester en Wethouders willen aan den raad overlaten of de opening op 10 Augustus dan wel op 17 Augustus a.s. moet plaats hebben. De heer VAN BUITEN zegt, dat in tegenstelling met vorige jaren, het gras dit jaar laat is gemaaid. In verband hiermede stelt hij voor, de opening te stellen op 17 Aug. De heer VAN DER VEEN zegt, dat bij de kleine boeren te Paasloo groote behoefte bestaat aan nagras voor hun vee. Hij acht daarom openstelling op 10 Augustus a.s. wenschelijk. De heer VAN BUITEN merkt op, dat er toch ook gras moet zijn. i De heer VAN DER VEEN zegt, dat er op tin iet Buitenbroek en Markerbroek stukken t,ej ijn, waarop al flink naweide staat. De heer KRAAK merkt op, dat de kleine de loeren uit Paasloo niet gerechtigd zijn om de) ip het Buitenbroek te weiden. ] Bij de hierna gehouden stemming blijkt, scl lat de heeren Van Buiten, Van Elp en de Cooij zijn voor openstelling op 17 Augustus vr! ijs. en de heeren Bult en Van der Veen ni| roor openstelling op 10 Augustus a.s. wc De opening zal alzoo plaats hebben op tie L7 Augustus a.s. Ve Benoeming onderwijzeres Ossenzijl. za Aan de orde is de benoeming van een mi onderwijzeres aan de’o.1. school Ossenzijl. qj Alvorens tot deze benoeming over te br jaan gaat de raad over in gesloten zitting. ^ Na heropening der vergadering wordt m overgegaan tot stemming en wordt met ^ algemeene stemmen benoemd mejuffrouw ^ A. M. J. Aalpol, wachtgeldster te Utrecht. to Gemeentewoningen. Ingekomen is een adres van L. Douma, ‘ timmerman, wonende te Paasloo, gemeente ^ Oldemarkt, huurder van een aan de gemeente toebehoorende woning, waarbij wordt medegedeeld, dat bij de vaststelling van de huur voor deze woning door den _ raad geen rekening is gehouden met het door hem te betalen watergeld voor zijn vee, met verzoek dit watergeld thans voor rekening der gemeente te nemen. B. en W. stellen voor, het genomen be- i sluit te handhaven. De heer KRAAK gaat hiermede volkomen accoord. Deze zaak is afgehandeld. De heer BULT vraagt of Douma reeds water heeft. De VOORZITTER antwoordt, dat met de aansluiting gewacht is op de onderteekening van het huurcontract door Douma en zijn borgen. Dit contract is een paar dagen geleden geteekend terug ontvangen en toen is aan de waterleidingmaatschappij verzocht het perceel zoo, spoedig mogelijk aan te sluiten, zoodat spr. veronderstelt, dat die aansluiting thans reeds heeft plaats- ^ gehad. , ^ , .. s De heer VAN DER VEEN zegt, dat bij “ het nemen van het besluit niet is gesproken over de kosten van het water voor het _ vee. Verder is in het contract bepaald, dat c o.m. de arbeidsloonen voor onderhoud der j pomp voor rekening van Douma komen, } hoewel Douma, na aansluiting aan de wa- ( terleiding, geen belang meer bij die pomp ( heeft. ^ i De heer VAN ELP merkt op, dat Douma } in het adres naar voren brengt, dat hij , voor zijn vee water uit een put moet halen, ] omdat de pomp niet in orde ls. , De heer VAN BUITEN vraagt of in het aan den raad genoemde bedrag wegens te betalen watergeld het verschuldigde voor het vee niet was begrepen. De heer BULT vraagt of Douma de pomp nog moet onderhouden na aansluiting aan de waterleiding. . De VOORZITTER antwoordt, dat m het opgegeven bedrag voor verschuldigd watergeld de kosten voor het vee niet waren begrepen. Hierbij is toen niet stilgestaan. In aanmerking moet echter worden genomen, dat Douma voor het te betalen bedrag voor het vee, ook goed drinkwater voor zijn vee verkrijgt. Het ligt niet in de bedoeling om, na aansluiting aan de waterleiding, nog kosten voor onderhoud der pomp ten laste van Douma te brengen. Het voorstel van B. en W. wordt hierna met algemeene stemmen aangenomen. De heer VAN DER VEEN zegt, dat hij J reeds eerder de aandacht heeft gevestigd op de opslagplaats aan den Hoogeweg. Spr. vindt het eigenaardig, dat het zoo lang • moet duren voordat deze opslagplaats klaar komt. De VOORZITTER antwoordt, dat thans nog al veel werkloozen in het vrije bedrijf werk hebben gevonden en de overblijvende werkloozen zijn noodig bij de verbetering van den Lageweg. Zoodra mogelijk zal echter de opslagplaats worden klaargemaakt. Verder vraagt de heer VAN DER VEEN inlichtingen over de verbetering van arbeiderswoningen met rijkssteun. De VOORZITTER antwoordt, dat inlichtingen hieromtrent ter secretarie zijn te bekomen. Tenslotte vestigt de heer VAN DER VEEN de aandacht op het ontbreken van een deksel op een rioolputje in de Kruisstraat. De VOORZITTER zal hieraan aandacht schenken. Hij is echter van meening, dat dergelijke opmerkingen niet bij de rond; vraag thuis hooren. Indien dergelijke kleinigheden even ter kennis van B. en W. worden gebracht kan herstel direct plaats > hebben. Hij hoopt, dat de heer Van der Veen hiermede in de toekomst rekening . za lhouden. De heer KRAAK is het volkomen eens 1 met de opmerkingen van den Voorzitter. ; Onlangs werd hem medegedeeld, dat een - brug in den Hoogeweg stuk was. Daar de ' burgemeester afwezig was heeft hij deze ? mededeeling onmiddellijk ter kennis van " de secretarie gebracht ter doorgeving aan ? den loco-burgemeester. Herstelling heeft " toen direct plaats gehad, i De heer VAN DER VEEN is van meening, dat hij volkomen gerechtigd is, deze aangelegenheid in den Raad ter sprake te 6 brengen. , . . T De VOORZITTER ontkent dit recht met, tJ doch de raad kan de rondvraag beperken. ® Hierna sluiting. --- BUITENLAND Ds. Niemöller binnenkort in vrijheid? Gematigder houding tegenover de Belijdeniskerk verwacht. Er zijn in den laatsten tijd, volgens den Berlijnschen corr. van de N.R.C., onderscheidene aanwijzingen geweest, die er op duiden, dat zich langzamerhand politieke instanties voor het lot van ds Niemöller zijn gaan interesseeren. Men spreekt sedert eenigen tijd in dit verband van het kerkelijke ministerie, van het ministerie van buitenlandsche zaken, ja, zelfs van de rijkskanselarij. Ofschoon officieel van een aanstaand ontslag uit de „Schutzhaft’, waarin zich ds Niemöller bevindt, niets of nog niets bekend is, houdt men nochtans vrij algemeen voor waarschijnlijk, dat hij binnen niet al te langen tijd op vrije voeten zal worden gesteld en wel op voor hem aannemelijke voorwaarden. Daaronder moet worden verstaan, dat hij niet zal worden gedwongen om „vrijwillig” zijn werkzaamheden als zielverzorger en zijn functie van predikant prijs te geven. Ongetwijfeld zal hij een verklaring moeten onderteekenen, waarin hij belooft zich voortaan van alle staatsvijandelijke en staatsgevaarlijke activiteit te onthouden. Hiertegen zal ds Niemöller wel nauwelijks bezwaar kunnen hebben, want hij heeft zich steeds op het standpunt gesteld, dat zijn activiteit noch aan den staat vijandig noch voor den staat gevaarlijk was, terwijl van andere zijde het standpunt werd ingenomen, dat zij mogelijk niet naar de bedoeling, doch wel in het effect staatsgevaarlijk was. Ofschoon het nog niet zoo ver is en al zullen er mogelijk nog belemmeringen in d ■ den weg komen, toch houdt men het er g dus vrij algemeen voor, dat de invrij heids- s stelling van ds Niemöller en zijn herstel i r in zijn predikantenambt in allen gevalle s , een onderwerp van beraadslaging tusschen \ ; bepaalde instanties in het bijzonder het z ’ kerkelijk ministerie en de geheime staats- x politie kan worden. Deze veronderstelling ^ j vindt voedsel in de omstandigheid, dat reeds sedert maanden de houding van het kerkelijk ministerie tegenover de predikanten van de Belijdeniskerk, die tot dusP verre nog bezwaar bleven maken om de bekende eed af te leggen, conciliant is en a men deze predikanten niet aan tuchtmaatn regelen onderwierp, doch integendeel hun J ? steeds nieuw uitstel voor het afleggen van J f den eed verleende. Men heeft zelfs ten\ slotte in de kwestie hoe de eed moest worden uitgelegd, niet star aan het aanvan’ kelijke ministerieele standpunt vastgehout den maar het standpunt van de Belijdenis„ predikanten laten gelden. De regeering wiï tr dus blijkbaar den strijd met de Belijdems' kerk niet op de spits drijven, maar zij 'ê streeft naar een compromis en een vrijlating van ds Niemöller zou dus geheel in „ de lijn van dat streven liggen. I j” LAATSTE PROTESTANTSCIIE KERK. 3e In Moskou gesloten. •n De nieuwe golf van kerkvervolging in de in Sovjet-Unie heeft thans ook de laatste ft protestantsche kerk te Moskou «— de Duitsche Petrus en Pauluskerk — getroffen. ■g> Nadat, nu bijna twee jaar geleden, de laatste evangelische predikant dominee Strick, te gearresteerd was, waren de geloovigen toch nog iederen Zondag in de kerk bijeengekoït, men. zondagmorgen vonden de kerkgann. gers het gebouw eensklaps gesloten. Voor de kerk stonden vrachtauto’s van de Ge“ peoe gereed om den inventaris van het bedehuis weg te halen. Het sluiten van de kerk is, naar het D. \ n.B. bericht, geschied zonder wettelijke \ motiveering, daar de evangelische geil meente de belasting, welke zij voor het i/J kerkgebouw verschuldigd was, steeds heeft ]/ opgebracht. {/ Enkele dagen geleden is trouwens ook de y laatste Poolsche katholieke kerk te Moskou _ gesloten; ook een der laatste groote Russische kerken — de Hemelvaartskerk is onlangs gesloten. DE STRIJD IN CHINA. Ilankou gebombardeerd. Hankou heeft opnieuw blootgestaan aan een Japanschen luchtaanval. Aan dezen aanval namen 26 bombardementsvliegtui* gen en 27 jachtvliegtuigen deel. Doel van den aanval was het vliegveld van Hankou. ilp,. In een naburig dorp ontstond op verschei‘;p den plaatsen brand. Men vreest, dat er zeer fan vele slachtoffers zijn. Er stegen geen einde. neesche vliegtuigen op ter bestrijding van ran de aanvallers. Ook was het vuur van het iran anti-luchtvaartgeschut zwak. tft> Naar ten aanzien van den luchtaanval ; of op Hankou van Japansche zijde wordt geans meld, is daarbij een Chineesch vliegtuig hii neergeschoten. Zeven of acht toestellen ten zijn bij het bombardement op de viiegtuigan- loodsen vernield. 10et Naar het Chineesche telegraaf-agentden schap meldt is een Japansch bombardeim. mentstoestel neergeschoten bij den Japanvan schen luchtaanval. Nader bericht men uit Sjanghai: ioe- Uit Hankou wordt gemeld, dat honderd zich burgers en tien soldaten op het vliegveld en van Hankou gedood zijn tijdens een Zaden. terdagmorgen op dit vliegveld ondernomen Lijks bombardement. De gewaarschuwde Chineeeeft sche vliegtuigen stegen op, vóórdat de Jadat pansche bommenwerpers arriveerden er ndig daalden na het bombardement weer neer -wijl De landing was uiterst moeilijk, aangezier ige- het vliegveld door bommen omgewoeld was Een Japansche terugtocht van het Pojangmeer? Reuter meldde gisteravond uit Hankau» dat daar zeer veel opschudding was teweeg gebracht door een bericht van het Chineesche hoofdkwartier te Kieoekiang, volgens; hetwelk de Japansche troepen en oorlogsschepen onder den westelijken oever van het Pojangmeer een algemeenen terugtocht zijn begonnen, voor welken men aan Chineesche zijde geen enkele verklaring kan vinden. NAAR GELOOFSEENHEID IN v j DUITSCHLAND. \. Zonder bindend kerkelijk gezag. De landsbisschop van Bremen, Weidemann, ontplooit, naar het A.N.P. verneemt den laatsten tijd een groote actie, welke blijkbaar door de staatsautoriteiten wordt gesteund en die er op gericht is, alle Christelijke belijdenissen in een gemeenschappelijk front van een algemeene „belijdeniszonder dogma’s samen te brengen. Parallel met deze actie ontwikkelt zich een strel ven van „katholieke” zijde, uiteraard in, strijd met de kerkelijke hiërarchie der kai tholieke kerk, dat er op gericht is een „bond van Duitsche geloofseenheid” te j vormen, welke alle christelijke belijdenissen, los van het gezag van Rome, in één , Duitsch kerkelijk front onder te brengen, zonder een bindend kerkelijk gezag. Van die zijde streeft men naar het bijeenroepen van een algemeene Duitsche kerkvere gadering, waar de problemen kerk en staat e zouden worden besproken en waartoe ook de rijksautoriteiten zouden worden uitgei noodigd. Op deze „kerkvergadering” zou - men dan trachten een compromis te vinc, den met het rijk, in het bijzonder wat beh treft de ontwikkeling der opvoeding van de jeugd, welke volgens de initiatiefnei- mers zich in „Spartaanschen” geest en in >r het zuiver houden van het ras zou moeten !- ontwikkelen. Kerkelijk zou er geen enkele 3t noodzakelijkheid bestaan de jeugd in kerkelijke bonden onder te brengen. Vooral 3. aan katholieke en evangelische zijde (voor:e al van den kant der aanhangers van ds ;- Niemöller) wordt de ontwikkeling van deze 3t acties met bezorgdheid gevolgd. Algemeen ft wordt verwacht, dat de toestand op kei kelijk gebied nog gecompliceerder zal worle den dan thans reeds het geval is. Uiteraard >u staan de practiseerende katholieken ges- heel en al buiten deze acties, welke door is de katholieke kerk veroordeeld worden. HEIDEBRAND IN DRENTHE. Militairen als blusschers. Militairen uit Groningen zijn Zondagmiddag te hulp geroepen in verband met een heidebrand, welke was uitgebroken onder Donderen (gem. Vries), op de grens van Norg (prov. Drenthe). Het fotaatsboschbeheer bezit hier groote complexen heidegrond, welke de Nederlandsche Heide Maatschappij op het oogenblik bezig is te ontginnen. Daartoe wordt iederen dag ee strook heide afgebrand en ook Zaterdag is dat het geval geweest. Vermoedelijk is het vuur toen blijven smeulen, met het gevolg, dat Zondagmiddas een groote oppervlakte in brand is ge raakt. Het vuur plantte zich door de zeer droge heide snel voort. Met de hulp dei militairen uit Groningen en een aantal burgers is men er, onder leiding van den luitenant-kolonel Thierens, eerst aanwezend ingenieur der genie, na hard werken vrii spoedig in geslaagd het vuur te bedwingen. Een oppervlakte van ongeveer 5 hectare is af gebrand. Veiligheidshalve is een detachement militairen uit Groningen ter bewaking van ’t terrein achtergebleven. --- Advertentie Hebt ge U doorgezeten op de nets. Uw huid of voeten stukgeloopen? Purol verzacht en geneest. Tube 45 ct. Doos 60 en 30 eb --- BRIEV’N VAN ENDERUK (JUT ’T LEEGELAAND : ■ jir • Zoaterdag 6 Augustïïs"l938. Een gezegde as „Gescheiden van toafel en bedde” kö’j nog wel ies vaake euren of miskien zelf wel gebruuk’n, zonder dat de warkeleke beteekenisse d’r van derekt tut oe deurdringt. Wus ie die goed, stund ze oe altied elder veur oogen, ik gleuve vaste dat er niet veule waren, die zon uutdrukkege nog zollen gebruuk’n. Want, warkelek jonges, dat lik niet best eur. ’t Is ekoom’n deur een brief, mu j weet’n. Mit brieven en zuk spul wör ik ier aanders in ’t Leegelaand, um zoo te zèg n niet verwend. ^ . . . , Tweemoal ’s weeks de kraante dat is ai wat de bode zeins veur mi’j ef. En dat is meer dan genog. Al dat aandere spul mag i’j best olden. Veural de anmaanegen van de belastege, die smerege dingen. Al mit al ménsen, ku’j reekenen dat et een eele opskuddege bi’j oons gaf toen wi’j vleeden weeke Dinksedag zoo mar opies een brief kreeg’n. In de grootste spannege, de vrouwe beefden et oaste uut, emm’n wi’j dat dink toen lös emaakt en eleez’n. En nou ménsen, nou geef ik oe te road’n wat veur een allemachtegen onzin er in dat briefien stund. Loak er bi’j zèg’n dat i’j van een getrouwde dochter van „oonze Roelf” was, ie weet n, d’appel vaalt niet veere van de boom, dus oalt er mit oen roaderi’je een beetien reekenugge mee. Mar loak et oe oek mar vertellen, want ie roaden ’t in der iewigheid niet. Annegien van oonze Roelf, die mit eur man een kieppefokkeri’je ef in de buurte van Apeldoorn, kwamp in een eel lief briefien vroag’n of tante „Femmigje” miskien oek zin adde um een paar daag’n te komen loozjeeren ? . As ze ’t Blukzieleger kenon op mij of eskeut’n adden, ak niet raarder können kieken as toen ak dat las. En Femmegien ? Die liet eur opies achterover op een stoel vaal’n, sluug d’aanden in menare en ef een alf uure achter menare niks aanders edoan dan lachen en nog ies lachen. En toen eindelek konk ies euren hoe ze d’r wel over dacht. Dat völ gelukkeg nog al mit. „Ikke uut loozjeeren ? Ei ’t nou ooit zoo op’ de vioele euren speulen ? Nee, mar doar kump niks van in eur. Ik eb ier mien boerderi’je en mien wark en doar eur ik en niet bi’j zon kieppefemielie in Apeldoorn !” Nou ku’j proat’n wat a’j willen ménsen, mar doar gunk Femmegien van een mooi standpunt uut. Dat was, zoo as gezegd, een Dinksedagmarn. Mar ’s middus was de vrouwe wat in eur zellef, ze zee gien woord meer as neudeg was en dat stund mi’j, um oe de woarheid te zèg’n, al niet al te best an. En jawel eur, een Woonsedagmarn, doar begun ze nog ies weer effen over ’t gevallegien. , , , „As ze oons beid’n nou ies eneugt aaden ; Enderuk, de grootste drokte mit ’t wark is nou toch achter de rugge, dan was ’t feitelek nog niet ies zoo gek ewest as wi’j i d’r ies een paar daag’n tusschen uut ëtroki ken waarn !” „As ze oons beiden eneugt adden ? Ja och ...” Afijn ik pruut er nogal gauw weei 3 over en en doarmee was veur die dag ’t gevoar weer bezweuren. 5 Mar, ze bleef stilleg, een' teek’n veur mi’, dak nog op mien oede mos weez’n, dat ei nog wat bruuide. En jawel eur, ’k ad eer t Donderdagmarn d’ eerste biet brood noi niet in de mond of doar a’j ’t. „As ik nou ies veur een paar daag n eet n in ’t veuren kookte ” „Ja”. „En oe precies opskreef wat de varkens zoo al emm’n mutten ... „Ja, mar ... re ...” „En a’j dan oek nog iets een paar daag’n arrens aanders de kost opskarrelden „Ja mar mènse, woar wi’j toch in vredesnaame op an ?” „Zol ik dan nog niet best een weekien uut loozjeeren können goan ?” As ze mi’j op dat moment een klap mit een moker op de kop egeev’n ad, ménsen, ak niet raarder können kiek’n as toen ze dcit zei Mar doar trok ze zich gien spier van an. D’eele veerdere dag kon’k er an spandeeren um eur reisveerdig te krieg’n. ’t Ef mi’j eel wat zwietdruppels ekost veur dak alles wat ze mit mos emm’n goed en wel in een olde koekedeuze ad zitten. En toen as ’t oavend was konk nog de tuun in goan um een moaltien boonen bi’j menare te zuuk’n want zie wol doarginder niet mit leege aanden ankomen. Onder al dizze bedriev’n ak d’oop nog niet eelemoalent opegeev’n dat et eur miskien nog wel weer over kon goan. Mar, o eerekies, toen as ik mit mien moaltien boonen uut de tuun kwamp was zie op de pompstroate an ’t bienen wassen. Toen wus ik genog. En nou is ze foetsie. Gek aanders dat een mènse in zon kleine twintig joar zooveule vergeet’n kan. Ja, want toen wi’j trouwden ef ze veur d’eele ■ wereld beloofd, dat ze mi’j ik weet wel niet oe trouw zol weezen. En nou löp ze mit een doodnuchtern gezichte zoo mar bi’j • mi’j van doan. Ei’j nou ooit zuk zolt ; evreet’n ? Mar, tussen twee oakies, dit is nou toch zeker „Gescheiden van toafel en i bedde” è ?” En zuks vaalt um de drommel niet mit l D’eerste nacht kon ik oast niet in de r sloap koom’n, ’k mos altied mar an Femmegien dénken en allerlei raare dingen aaide ik mi’j deur de kop. r ü-eue uugen blik zaag ik eur van de lookemetief buitelen en ’t aandere zaag ik eur achter m een groote auto zitten mit een stellegien roovers, die eur ontvoeren wollen. Ik gleuve, dat ’t wel alf twaalm was veurdak echt goed de sloap te pakken adde. i En dan de volgende dag mit ’t eet n kooken. ’k Zol toen gauw effen d’eerpels opbakken op ’t pietereuliestel. Mar umdat dat niet zoo arg ard gunk, dacht ik, „Weet ie wat, ie kön in tied mooi effen de varkens geev’n.” Zoo gezegd, zoo gedoan. Mar oek dat gunk niet zoo ard. Dat mos mu j reekenen allemoalent gebeuren zoo as Femmegien dat op ’t band uien van de krante schreev’n adde en dat namp oardig tied En och ménsen, toen ak noa een kwetiertien in nuus trugge kwamp zok mi j een beruurte skrukken emm’n. D’eele keuk’n was één en al walm, ’k zol er oastE in estikt emm’n en alles, alles zat er we. een doemdikke onder. De gedienen, ’t toafellaken, ’t bord dak al kloar e’zet ad, 1 was alles één en al walm. An d’eerpelpanne öngen de kloeten an en d eerpel: zellef.... waren in de gauwegheid finaa verbraand. Afijn, „een goed begun ....” ’k Eb er veeder mar niet veule heibe mee emaakt. Wat ak zon beetien skoom kon krieg’n ek skoone maakt en t aanden wacht op de behouden thuuskomst vai Femmegien. An ni’je eerpels opbakken ei mi’j niet ewoagd. ’k Eb mi’j mar tevreed i esteld mit wat er nog in de broodtromm zat. Zukke grappies as doarboov’n ek e nog een paar beleefd en dat alles mak da verskrikkelijk verlange noar ’t oogenbli dat de vrouwe weer thuuskomp. Dat w zèg’n, niet noar dat oogenblik zellef, da oop ik ofwezeg te weez’n. As ze de ska goed en wel op eneum’n ef en weer wat tc bedaarn ekoom’n is zak wel ies te veur skiën koom’n. Lange zal ze ’t doar in Apeldoorn w( niet meer uutolden. Te oordeelen noar ee briefien, dak vanmarn van eur kreeg, is mm—W—P doar oek al niet allemoalent rozengeur en moaneskien. ,. ,. Ik zal ’t oe effen opzuuk’n, dan ko j t zelf ies leez’n. Ier is ’t. Appeldoorn, de vierden Augs. Beste Enderuk. Ik bin eel over ekoom’n. ’t Eeten giet ier wel zon beetien, mar t sloap’n is niks gedoan. Zie emm’n ier wel veer onderd kiep’n. En wel vuuftrg anen. Die smerege dingen krei’jen mi’j ’s nachens um drie uure al wakker. Voer ie aanders d’enten wel op tied Enderuk ? En vergeet ie niet d’eiers uut te aaien ? En ie vergeet’n mi’j toch zeker oek niet de bloemen te gieten wel ? (O, eerekies) ^ Ken ie wel kom-kom-kommers ? Ik eb : er een biet van eneumen, mar nooit weer eur. Oek nog veur gien koe. Gut, Enderuk, ie vergeet’n toch zeker niet um ’s oavens ’t theelochien uut te bloaz’n, wel ? 5 Ik sloape ier in een Leedekant. 1 Dat is ene groote varkensbak op pooties. Et tocht er verskrikkelek in. ^ Dénk ie d’r umme da’j mi’j de laampe 3 niet loat’n walmen. (O, o.) 3 En vergeet mi’j de varkens niet eur. 1 Enderuk van dat sloap’n in die bak ek c ’t wat in de skolderblaad’n ekreeg’n. Ie f konden wel ies wat van dat spul veui de 5 rimmetiek aaien. - ik bin oek wat verkolden ewörden. s Toch muk nog mar een paar daag’n :ï: bliev’n, want aanders is ’t zunde van de 1 reiskosten. a Nou, daaaag, ^ Oen liefebbende Femmegien. Nou, jonges, wat dunkt oe, zol die wel gauw weer uut lozjeeren goah ? d " Ik gleufe van niet, en verder veur vann daage ’t beste mar weer. Groetend, c ENDERUK. --- Advertentie I K L E E R M A K E R IJ I I N AAR M A AT I I J G OK K ES (VI AR KT 3 Q I ---