De Katholieke onderwijzers protesteeren. Scherp protest tegen de voorstellen der Regeering inzake herclassificatie der Gemeenten. Zondag, 21 Oct. vergaderde te Utrecht 111 „Noord-Brabant" het Verbondsbestuur (de Hoofdbesturen van de vijf diocesane bonden) van het Katholieke Onderwijzers Verbond (K.O.V.) in Nederland, welke vergadering voor een aanzienlijk deel werd bijgewoond door den Geestelijke Adviseur, den HoogEerw. Heer Mgr. J. C. van Schaik te Utrecht. De~Voorzitter, de Heer Willem Wiltschut te Arnhem, herdacht in zijn Openingswoord wijlen den Heer Van der Ligt, Voorzitter van de diocesane Bond in het Bisdom s-Bosch, die sinds de vorige vergadering is overleden. Hij schetste de verdiensten van den overledene voor de organisatie der Kath. Onderwijzers en het verlies, wat de Bossche Bond met zijn heengaan heeft geleden, de hoop uitsprekende dat hij reeds het eeuwig loon voor zijn werken mogen hebben ontvangen. Voor de zielerust van den overledene werd een gebed gestort. Verder memoreerde de Voorzitter het Veertigjarig Priesterfeest van den Geestelijke Adviseur, den HoogEerw. Heer Mgr. Van Schaik, bij welke gelegenheid het Verbond van zijn belangstelling heeft doen blijken. Daarna wees hij op het vele werk, dat door het Dag. Bestuur sinds de laatste verbondsbestuursvergadering is verricht, waarbij hij speciaal memoreerde de verzonden adressen inzake het ontwerp-Kweekschoolwet, het concept-ontwerp-Grondslagenwet en het ontwerp van wet tot ontslag aan de huwende onderwijzeres. Vooral in het laatste adres is onze onverkorte principieele belijdenis als Katholieken neergelegd, toen daarin is aangedrongen op ontslag niet alleen van de huwende maar ook van de gehuwde onderwijzeres, nietkostwinster. Dit adres heeft bij onze nietkatholieke collega's reeds eenige agitatie verwekt. Wij hopen evenwel, dat zij ons zullen begrijpen, dat wij als Katholieke Onderwijzers ons op geen ander standpunt kunnen stellen. Hoe snel wij leven blijkt wel, dat de afvloeiing van personeel, waaromtrent voorstellen op de agenda voor deze vergadering staan, reeds een dag of tien geleden in de Commissie voor georganiseerd overleg in Onder wijzerszaken is besproken en waar onze ver tegenwoordigers bij die besprekingen zeker zullen hebben rekening gehouden met de houding, welke het Dagelijks Bestuur hierover heeft ingenomen. Thans dreigen ons weer nieuwe onweerswolken. Hebben alle onderwijzers-organisaties zich voortdurend uitgesproken, dat alle middelen moeten worden aangewend om het werkloosheidvraagstuk voor de jonge onderwijzers op te lossen, thans komen er weer, dwars tegen deze pogingen in, maatregelen van de Regeering om die werkloosheid uit te breiden. Het schrijven van de Regeering aan de Ged Staten om te voorkomen, dat onderwijzers als kweekelingen met akte tegen belooning worden aangesteld, kan niet anders dan als een dergelijke maatregel worden beschouwd. Ze mogen werken in de school, de jonge onderwijzers maar.... voor niets. Dat kan niet anders dan verbittering wekken. Laat men toch bedenken, dat deze jongeren de mannen zullen zijn van de toekomst. Gaf de Troonrede en de Millioenennota een zekere gerustheid omtrent de salarissen, de plannen der Regeering betreffende de herclassificatie der gemeenten hebben gerustheid bitter verstoord. Die herclassificatie is een verkapte salarisverlaging voor duizenden in den lande. Tegen deze verkapte salarisverlaging dient een scherp protest. Het is een optreden, waardoor aan een deel van de ambtenaren en onderwijzers weer zwaardere las ten worden opgelegd en wel voor een groot deel aan hen, die reeds het meest op de salarissen zijn gekort. Waar nagenoeg alle or ganisaties van ambtenaren en onderwijzers zich reeds jarenlang uitgesproken hebben tegen iedere classificatie, zal deze verscherping daarvan als een pertinente uitdaging worden beschouwd. Wanneer de Regeering geld noodig heeft, laat zij dan allen naar recht billijkheid gelijkmatig laten bijdragen; maar niet op deze manier. Het is niet te begrijpen, dat men dit waagt. Het zou slechts een kleine moeite kosten om onze leden tegen deze maatregel op te zwepen, maar wij hebben de plicht als Katholieken waardig te blijven en dat zullen wij ook, hoewel wij ons protest scherp zullen doen klinken. Wij hopen, dat de R. K. Kamerfractie de rechtmatige verbittering zal begrijpen en daarnaar zal weten te handelen. Moge God ons sterken om in deze zware strijd onze waardigheid te behouden. Nadat de notulen van de vergaderihg van het Verbondsbestuur op 27 Mei j.1. zijn vastgesteld, een tweetal vragen betreffende de notulen van de vergaderingen van het Dag. Bestuur zijn beantwoord en enkele mededeelingen zijn gedaan, worden vertegenwoordigers in de Partijraad van de R. K. Staatspartij en in de Commissie voor georganiseerd overleg in Onderwijzerszaken aangewezen. Tot gekwalificeerd-adviseerend lid in de Partijraad wordt benoemd de Heer Ch. W. J. Omloo te Lent. Indien het bestuur der R. K. Staats partij gunstig beschikt op het verzoek van het Verbond om twee adviseerende leden aan te wijzen, zal de Heer W. A. Blokker te Sittard de tweede zijn. Tot lid van de Commissie voor georganiseerd overleg wordt benoemd de heer J. J. v. d. Berg te Huiten, die plaatsvervan gend lid was, terwijl in diens plaats gekozen wordt de Heer Blokker. Naar aanleiding van de verhooging der examengelden werd betoogd, dat door deze verhooging door de Regeering een niet onaanzienlijke winst is gemaakt op de dit jaar afgelegde hoofdakte-examens (volgens betrouwbare berichten werd door één examencommissie ruim ƒ 10.000 aan examengelden ontvangen, terwijl de kosten van die commissie ongeveer ƒ 5000 hebben bedragen) en dat -iie examengelden voor het grootste gedeelte werden opgebracht door examinandi, die geen of slechts een gering bezoldigde betrekking hebben, werd besloten met kracht te ijveren voor verlaging der examengelden en wel meer speciaal voor de hoofdakte. Besloten werd er voor te ijveren, dat aan wachtgelders, die gedwongen worden een tijdelijke betrekking elders aan te nemen, vergoeding van reiskosten zal worden toegekend en een tegemoetkoming in de verblijfkosten aan gehuwden en ongehuwde kostwinners. Verder zal worden verzocht, dat voor hen, uie als wachtgelder verplicht worden een vaste betrekking elders te aanvaarden, eenzelfde regeling zal worden getroffen als is opgenomen in art. 10 van het K. B. van 3 Aug. 1922 (Stbl. no. 479) zooals dan laatstelijk is gewijzigd bij K. B. van 28 Dec. 1933 (Stbl. no. 748) houdende regeling van de toekenning van wachtgeld aan burgerlijke Rijksambtenaren. Besloten werd een studiecommissie te vormen ter voorbereiding van een mogelijk contact met alle takken van het Kath. Onderwijs tot het stichten van een Kath. Onderwijscorporatie. In deze commisie werden benoemd de Zeereerw. Hooggel. Heer Prof. Heskes te Warmond en de Heeren v. d. Berg te Hultem, Blokker te Sittard, Omloo te Lent en Sarneel te Eindhoven. Pogingen zullen worden aangewend om te verkrijgen, dat de akten M. O. Paedagogiek door de Regeering erkend zullen worden en derhalve gelijk gesteld worden met andere M. O. akten. Ook zal getracht worden uitbreiding te verkrijgen van de cursussen M. O. van de R. K. Leergangen en verlaging van de studiekosten daarvoor. Na de pauze werden uitvoerige besprekingen gewijd aan het voornemen der Regeering tot herclassificatie. Door verschillende sprekers werd in allerlei toonaarden aangevulden aangedikt hetgeen door den Voorzitter over dit regeeringsplan was gezegd. Gewezen werd op de groote korting, welke sinds 1924 de onderwijzerssalarissen reeds hebben ondergaan, welke voor meerderen reeds 40 pet. en meer bedraagt. Algemeen was de vergadering van oordeel, dat tegen dit regeeringsvoorstel ten sterkste stelling genomen moet worden. Aan den Minister van Staat, Voorzitter van de Raad van Ministers en aan den Minister van Binnenlandsche Zaken werd het volgende telegram verzonden: „Het Katholieke Onderwijzers Verbond, vertegenwoordigend alle Katholiek georganiseerde onderwijzers in Nederland, ten getale van ruim 10.000, op 21 October te Utrecht in vergadering bijeen, spreekt zijn diepe teleurstelling en verontwaardiging uit over de plannen tot herclassificatie en verzoekt met de meeste aandrang het ingediende voorstel terug te nemen." In de volgende motie spreekt de vergadering zich tegen de herclassificatie uit: Motie. Het Katholieke Onderwijzers Verbond op 21 October 1934 te Utrecht in vergadering bijeen, met groote ontstemming kennis genomen hebbend van de plannen der Regeering tot herclassificatie der gemeenten inzake de ambtenaarssalarissen, geeft te kennen, dat het steeds op het standpunt gestaan heeft, dat elke classificatie onbillijk is; spreekt als zijn meening uit, dat deze onbillijkheid in hooge mate verscherpt wordt door de voorgenomen herclassificatie, waardoor juist de geringst gesalarieerden het meest getroffen worden, in het bijzonder het platteland op schrijnende wijze wordt achtergesteld; doet een beroep op alle bevoegde instanties om deze nieuwe aanslag op de toch reeds zoo zeer gekorte salarissen af te wenden. Ook het voornemen van de Regeering om door de gepensioneerden de premie voor gezinspensioen te doen betalen vond heftige bestrijding, omdat daardoor het onverkort recht op pensioen wordt aangetast en het meest getroffen worden zij, die het minst kunnen dragen. De vergadering droeg het bestuur op ook hiertegen ten krachtigste te ijveren. De nood, waarin de jeugdige werklooze onderwijzers verkeeren, werd met verschillende aangrijpende voorbeelden .scherp getèekend. Verschillende middelen werden getoetst, waar door vooral hun moreele verwording kan voorkomen worden. De middelen, welke door alle groote organisaties van onderwijzers in Nederland aan de Regeering zijn gewezen, worden nog steeds niet toegepast. Met klemmende aandrang zal het Verbond blijven werken om in deze nood uitkomst te brengen. Ais middelen werden aangewezen: beperking van de opleiding van onderwijzers (essen), verplichte pensioneering van ongehuwde leerkrachten op 60-jarige leeftijd; gelegenheid tot pensioneering van gehuwde en gehuwd geweest zijnde leerkrachten op 60-jarige leeftijd. Besloten werd te ijveren voor het vaststellen van bepaalde regelen, waarnaar de afvloeiing van leerkrachten bij opheffing van betrekkingen zal geschieden. Adhesie zal worden betuigd aan het adres door het Modoramen van de Schoolraad voor het Christelijk Onderwijs aan den Minister gezonden, waarin de aandacht gevestigd is op de noodpositie, waarin de vakonderwijzers bij het .bijzonder onderwijs verkeeren door het ontbreken van een wachtgeldregeling. Aan het Dag. Bestuur wordt opdracht gegeven op de volgende vergadering met definitieve voorstellen te komen ter regeling van de positie van den Verbondsambtenaar. De reiscommissie der beide vorige Federaties werd erkend als een instelling van het Verbond. Besloten werd dat het K. O. V. lid zal worden van de Nederlandsche Katholiekendag en van de R. K- Charitatieve Vereeniging voor de Geestelijke Volksgezondheid, terwijl het zich zal doen vertegenwoordigen in de Commissie van Advies inzake lager Onderwijs aan Schipperskinderen, ingesteld door het Onderwijsfonds voor de Scheepvaart. Een voorstel om aan te sluiten bij het „Welt verband katholischer Padagogen" werd aangehouden ten einde eerst naar de kosten te informeeren. Tenslotte werd besloten „Het Katholieke Schoolblad", het orgaan van het K. O. V., in het vervolg te doen verschijnen in de spellingMarchant. Nadat bij de rondvraag nog eens met nadruk er op gewezen werd, dat het nu maar eens uit moet zijn met allerlei bezuinigingen op het Lager Onderwijs, werd de vergadering gesloten. --- Sport en Spel. R. K. Gymnastiek- en Athletiekbond in het Bisdom Roermond. UITSLAG SELECTIE-WEDSTRIJD TE BLERICK. Zondag j.1. hield bovengenoemde bond de reeds lang aangekondigde selectie-wedstrijd, dienende tot samenstelling van een keurploeg van zes turners welke op 25 Nov. a.s. afgevaardigd zullen worden naar de Ned. kampioenschappen van de R. K. Gymn. Federatie te Rotterdam. De organiseerende vereeniging Olympia te Blerick, kan met groote voldoening terugzien op deze selectie-wedstrijd. Een talrijk publiek was opgekomen om getuige te zijn van deze zeer belangrijke ontmoeting. Om precies 6 uur opende de voorzitter van Olympia de heer Beunen de avond, waarna de heer Brouwers uit Heerlen, voorzitter der T. C. een korte uiteenzetting van den wedstrijd gaf. Onmiddellijk hierop werd begonnen met de vrije oefeningen. Er werd zeer varieerend werk geleverd. Na Haeffe, waren het vooral Römkens, Müller, Fanchams, Gittler en Crienen, die opvielen door hun mooi werk. Dit nummer stemde over het algemeen tot tevredenheid. Verschillende turners schenken echter nog te weinig aandacht aan het slot van hunne oefening. Meermalen zage wij een slot hetwelk geheel faalde, of hetwelk niet overeenkwam met de oefening zelf. Vooral een mislukt slot heeft groote invloed op het cijfer. Fusel van O.N.S. Heerlen, welke anders favoriet op dit nummer is bracht het slechts tot de 5e plaats. Het brugwerken viel ons werkelijk tegen. Het toestel waaraan anders het minst gefaald wordt, bracht nu veel mislukkingen, vooral de deelnemers van Blerick zelf waren aan dit toestel zeer ongelukkig, de achterstand, die zij hier kregen, was moeilijk in te halen. Na Haeffe, die aan dit toestel het maximum aantal punten n.1. 40 in de wacht sleepte, kwam Crienen met 35 pnt. Crienen gaf een zeer mooie oefening te zien, die hij schitterend afwerkte. Het paardwerken, waarin de Zuiderlingen toch reeds uitblinken, bracht verrassingen. Hauffe, die wel de beste paardwerker van Nederland genoemd mag worden, was hierin niet gelukkig, ofschoon hij toch nog met 32 1 /2pnt. op de eerste plaats eindigde. Na hem volgde Hotz uit Maastricht met 31. Ook hij gaf keurig werk te zien. Het rekwerk was goed, zeer mooie oefeningen werden gteoond door Hauffe O.N.S. Heerlen, die weer met 39/ 2 op de eerste plaats kwam. Na hem volgde Römkens van Wilhelmina Terwinselen met 34 pnt. en Schoenmakers van Olympia Blerick met 34^ pnt. Gittler van Olympia behaalde eveneens 35 pnt., waarmede hij zijn achterstand bij de brug verkregen, schitterend op wist te halen. Het ringenwerk en paardspringen, hetwelk reeds in den namiddag verwerkt was, stemde tot tevredenheid. Het ringenwerk stond veel hooger dan* verleden jaar. Alles beschouwd kan de Limburgsche bond met een gerust hart naar Rotterdam gaan. De ploeg is zeer goed en wij verwachten dan ook, dat zij met goed succes van de kampioenschappen zullen terugkeeren. De uitslag van de wedstrijd is als volgt: Naam vereeniging ai £ ai C O 1. W. Hauffe, O.N.S. Heerlen 36 2. Römkens, Wilhelmina Terwinselen .... 33 3. Fanchanips, V. T. V. Vaals 27'/ 2 4. Crienen, Olymoia Blerick 25i/ 2 5. Gittler 24'/ 2 6. Müller, Wilhelmina Terwinselen 32'/2 > 35 34 16 14/2 13% 30'/ 2 30'/ 2 31 34'/2 30 27 A 28 14'/ 2 14% 14 '4 13 '/2 iv 'A 12 «4 12/2 12 <4 11 'A 29'A 7. Bucholtz, Oranje Limmel 30 8. Leckebusch, O. N. S 23 9. Hotz, St. Servatius Maastricht 26 10. Fusel, O. N. S. Heerlen 24 11. Patelski 21 12. Schoenmakers, Olympia Blerick 26 13. Savelkouls 26'/ 2 14'4 14. Hendrikx 25 13 15. Geneigen, Ophoven 32'/ 2 9 16. Ktieger, O. N. S. Heerlen 22'/ 2 10 17. Roeters, Swent. Sittard 27 12'4 18. Ryshy, Wilhelmina Terwinselen 19 8 19. Engels * 10 12% De zes hogstgeplaatsten worden afgevaardigd naar Rotterdam. Wij wenschen deze ploeg op 25 November veel succes. CTJ a a 32*2 29 Vi 27'/ 2 23 26 y 2 24 28 22 31 30 A 27! Yi 27 A 28 21 27 24 2314 30 17 I6/2 14 '/2 26/2 25 25 24!4 21'/ 2 30 A 24 .n 40 21 31A 35 25/ 2 25/2 26'/ 2 31 16 19 3 39/2 35 " 34 32'/» 35 " 23/2 27'/ 2 33 22 27 321/ 2 34'/2 231/2 31 26 22'/ 2 23 14 A 22'A 199 167 164% 161 15714 156% 156 150 149% 149 A 148% 1481/2 1343/; 141i/ 2 141 y 2 136 131% 1041/2 102% --- ROOMSCH BEHOORT RADICAAL TE ZIJN. PATER HENRICUS VULT ZIJN REDE AAN. Een hartig woordje tot de R. K. Staatspartij. Pater Henricus gaat in het thans verschenen nummer van het onder zijn leiding staande tijdschrift „Christus Koning" nog wat dieper in op zijn behaamde rede, welke naar zijn meening „niet heeft vergiftigd, maar een gevoel van bevrijding en opluchting gebracht". Na zijn rede in extenso te hebben gepubliceerd, schrijft de geestelijke: „Wat ik neerpen is geen bevlieging of nurksheid, is al evenmin halsoverkop werk. De hemel maakte me priester. En als geestelijke sta je telkens weer verbijsterd over en om duizenden verschrikkelijkheden in de trieste wereld van innerlijke crisis. Na de geestelijke verwording geschetst te hebben, zegt pater Henricus: „Doch 'k voel me mensch ook, geslagen en gebeukt bij de stoffelijke ontberingen van élke dag weer opnieuw. Niet, dat ik zelf tekort kom; van wat ik redelijkerwijze in m'n armelijke Orde verlangen kan, ontbrak me tot nu toe nog vrijwel niets; O. L. Heer en goeie menschen zorgen ervoor. Maar.... waar anderen schreien, knippert onwillekeurig ook eigen oog. En is „liefde" niet Christus' hartegebod? Zegt het geloof me niet, dat Neerlands grootste sjappie 'n broer van me is, en de grootste sl... . m'n volle zus? Aan wie „radicalist" roe schelden, antwoordde ik in m'n lezing: „Socialisme doem ik — z'n leer is antinatuurlijk, is anti-christelijk; maar waar (naief of moedwillig) geavanceerd voor socialistisich wordt gescholden, wil ik wel zeggen: schrijf later gerust op 't kruisje va* m'n graf: vrij rood geweest!" „Roomsch" heeft, speciaal in de dagen van thans, wat „radicaal" te wezen, of.... 't zal zich aldoor meer uitgeschakeld zien; wat beteekenen zou: de maatschappij geestelijk en ten slotte ook materieel bankroet! „Roomsch" mag geen oogen dichtknijpen, mag niet meezeulen, nog minder goedpraten; „Roomsch heeft den moed op te brengen, het voor 'n nieuw heidendom taaie Evangelie te beleven, — wat practisch zeggen wil: 'n „Roomsche Revolutie" bewerken! Geen nood: daar komt onzerzijds geen bloederig optreden bij te pas; wel bloederige ernst!.... Was ook O. L. Heer niet herhaaldelijk radicaal? Hanteerde Hij geen woorden als: „witgepleisterde graven" en „adderen gebroed"? Heeft Hij mammonisten niet doen beven, en sukkels gestreeld? Heeft Hij zelfs niet geargumenteerd met een zweep? En wat zou de Meester te zeggen hebben als Hij nu 'ns spreken kwam voor de huidige (ook ooit katholieke) Pharizeeën?" „KREUPEL KATHOLICISME". Pater Henricus beëindigt zijn „verantwoording" met de volgende vermaning aan de katholieke Kamerfractie: „Natuurlijk kan „Roomsch" alléén niet alles dwingen — al kan ontegenzeggelijk, in 'n college van honderd, door 'n dertig voortvarende knappe koppen, één van geest en één van hart, aardig veel bereikt. In alle geval kan bij elke geschikte gelegenheid door ons in de Kamers 'n duidelijk-gedurfd geluid doen worden gehoord, uitgesproken met 'n overtuiging die imponeert, en met 'n overreding die aldoor meerderen meesleept. En.... zou er, wat de hemel verhoede, in de R. K. Staatspartij-zélf zoo'n blok en brok conservatisme zitten, dat met zoo'n fractie bij huidig noodweer beslist niet zpu kunnen gemanoeuvreerd, dan zou, helaas, de R. K. Partij zich hebben overleefd, zou ze dienen uiteen te vallen! De Partij is middel, geen doel. Iets dergelijks dient van elke regeering gezegd: gruwelijk tegen 'n regeer ing sputteren, maar haar nooit naar huis durven sturen, om de gevolgen die men er door oproept, zou sterk veel kunnen gaan krijgen van 'n vrijbrief de regeering ter hand stellen: „doe en laat wat je wil!" „Roomsch" vergete ten slotte niet, vergete nooit: Katholicisme wat alléén kerkelijk bloeit, is 'n kreupel katholicisme". Met deze woorden besluit de Helmondsche Capucijn zijn artikel. --- Veeteelt De nieuwe regeerings-adviseur der Veehouderij-Centrale. Naar wij vernemen, heeft de dezer dagen gepubliceerde benoeming van prof. dr. H. C. L. E. Berger tot regeerings-adviseur der Veehouderij-Centrale alleen betrekking op vraagstukken van hygiënische strekking. Kuiken-scheiders uit Japan. KOMEN NAAR EUROPA EN AMERIKA. Met de „Hakusan Maru" van de NipponYoesi-Kaisa-lijn zijn uit Kobe vijf Japansche deskundigen vertrokken, die in staat zijn, om per dag 10.000 jonge kuikens te sorteeren in hennen en hanen, waarvoor twee hunner ln Frankrijk en drie in Engeland in dienst zijn genomen tegen salarissen van 6000 yer. (pl.m. ƒ 2500.—) per maand. Binnenkort zullen 20 naar Canada, 10 naar Australië en nog 3 anderen naar Engeland vertrekken. Boter en margarine. EN DE OMZETBELASTING. Het Kon. Nederlandsch Landbouw-comité, de R. K. Nederlandsche Boerenbond en de Christelijke Boeren- en Tuindersbond in Nederland hebben gezamenlijk een adres aan den minister van financiën gericht, waarin wordt opgemerkt, dat de margarine is vrijgesteld van omzetbelasting, en de boter, die buiten de crisisheffing een zeer lagen 'prijs opbrengt, wel belast wordt. „Naar onze meening", zoo schrijven de drie centrale landbouworganisaties, „schulit hierin een onbillijkheid. Boter moet concurreeren met de margarine en onder de tegenwoordige omstandigheden is het laatste artikel reeds belangrijk in het voordeel, als gevolg van de tusschen boter en margarine bestaande prijsverhouding, hetgeen door de omzetbelasting nog wordt geaccentueerd". Smokkelen van pluimvee. VERVOER VAN FRAUDULEUS INGEVOERD PLUIMVEE VERBODEN. Op 21 October is in werking getreden het Crisis-Pluimveebesluit 1934 I. Dit besluit bevat in de eerste plaats een bepaling, waarbij de besluiten van 19 Juli 1934, welke een regeling inhielden voor het grensvervoer van pluimvee, worden ingetrokken. Het nieuwe besluit en de daarop rustende Crisis-Pluimvee-Beschikking 1934 I geven thans een algemeene regeling voor pluimvee, welke hierop neerkomt, dat slechts het vervoeren en het in voorraad hebben van pluimvee, dat hetzij in Nederland is geboren, hetzij op rechtmatige wijze is ingevoerd, is toegestaan. Het vervoeren van frauduleus ingevoerd pluimvee is derhalve thans ook buiten het grensgebied verboden. Teneinde het smokkelen van pluimvee zooveel mogelijk tegen te gaan, is voorts de bepaling, dat in het grensgebied het vervoer van pluimvee gedurende den nacht slechts toegestaan is, indien het geschiedt per spoortrein of per vaartuig, hetwelk onder douaneverband vaart, gehandhaafd. --- Kritiek op Regeeringsbeleid. Constructieve arbeid in Kabinet gemist. Bezwaren tegen aanpassingspolitiek. FOUTEN BIJ ONDERHANDELINGEN OVER CLEARING MET DUITSCHLAND. Waarom Gouden Standaard? Verschenen is het Voorloopig Verslag der Tweede Kamer betreffende het eerste hoofdstuk der Rijksbegrooting 1935 (algemeene beschouwingen). Wij ontleenen aan dit stuk 't volgende: Wat een belangrijk aantal leden in het beleid van het kabinet vooral hadden gemist, is constructieve arbeid, die juist thans zoo bitter noodig is. Het ontbreken van dat element leidt tot de afwezigheid van elk bemoedigend perspectief. „AANPASSING" BESTREDEN. Verscheidene leden gevoelden een groeiend bezwaar tegen de aanpassingspolitiek, zooals het kabinet die voorstaat en tot uitvoering brengt. Waaraan wil de regeering aanpassen? Aan een lager levenspeil. Hoe laag dat peil zal moeten zijn, wordt echter niet gezegd. Deze aanpassingspolitiek opent geen enkel punstig perspectief. Hoe meer men aanpast, hoe lager het levenspeil daalt, aldus deze leden. Geen economische opbouw. De leden die meenden, dat het economisch beleid thans niet in aanpassing aan een lager loonpeil, doch in een positieve bevordering van de welvaart behoort te bestaan, beschouwden het als een tekortkoming der regeering, dat zij zich zoogoed als in het geheel niet met economischen opbouw bezighoudt. In menig geval bestaat de gevolgde politiek practisch in niet veel anders dan in het afwachten van het herstel. Ook op het gebied van de industrie achtten verscheidene leden een meer constructieve politiek noodig, terwijl zij roede aan de bevordering van den export groote zorg zouden willen zien gewijd. Voor de uitbreiding van den industrieelen export bestaan, naar eenige leden betoogden, meer kansen dan men soms aanneemt en ook meer dan hel aas in d en landbouw. Verlaging crisisheffingen. Verscheidene leden wezen er op, dat de zinsnede in de Troonrede, dat de aandacht der regeering onophoudelijk gevestigd blijft op verlaging van heffingen, uit de crisisregelingen voortgekomen, groote ongerustheid in landbouwkringen heeft gewekt. In de laatste maanden is een zekere agitatie gevoerd tegen de steunverleening aan den landbouw. Naar oordeel dezer leden is die agitatie misplaatst, wijl de genomen maatregelen immers slechts de strekking hebben den land- en tuinbouw voor zooveel mogelijk op het vooroorlogsche peil te handhaven. De clearing met Duitschland. Het beeid der regeering met betrekking tot de clearing-overeenkomst met Duitschland achtten verscheidene leden in het algemeen juist. Zij hadden echter den indruk, dat in dit opzicht toch ook wel ernstige vergissingen 7/ijn begaan. Zij dachten in het bijzonde aan de artikelen van 16 en 23 Augustus 1934 in het weekblad „Handelsberichten", het officieele orgaan van het Departement van Economische Zaken, waarin de voorstelling werd gegeven, dat uitvoer naar Duitschland, gezien de wederkeerig getroffen maatregelen, geen abnormaal risico medebracht, en dat het risico, aan zoodanigen uitvoer verbonden, na 15 Augustus zelfs geringer was geworden. Het zestig-millioenenplan. Van verschillende zijden sprak men zijn teleurstelling uit over den tragen gang van zaken met het zoogenaamde 60 millioenenplan. Een aantal leden betoogden, dat ook door het treffen van maatregelen ten aanzien van het overheidspersoneel veel tot vermindering van de werkloosheid kan worden gedaan. Ten eerste zou naar hun meening de arbeidstijd dienen te worden verkort voor die groepen van overheidspersoneel, die nog langer dan 48 uren per week werken.. Verscheidene leden kwamen- in het bijzonder op voor de steuntrekkendén met groot gezinnen. Zij hadden zich in Juli j.1. bij de verlaging van de steunnormen neergelegd, omdat de regeering verklaard had. dat vooral de groote gezinnen er op zouden vooruitgaan. In de praktijk is dit slechts daar het geval gebleken, waar de loonen buitensporig laag waren. Handhaving Gouden Standaard. Verscheidene leden, die er de aandacht op vestigden, dat de regeering in de Millioenennota opnieuw verzekert, dat zij niet denkt aan het loslaten van den gouden standaard, zouden gaarne zien, dat de regeering eens duidelijk en uitvoerig de motieven voor het in dezen door haar ingenomen standpunt zou aangeven. Nederlandsche belangen in Duitschland. Bond van Ned. Schuldeischers en Huiseigenaren in het Buitenland opgericht. Te Den Haag is opgericht de „Bond van Nederlandsche Schuldeischers en Huiseigenaren in het Buitenland", zich tot doel stellende de belangen van de categorieën bij de Nederlandsche regeering naar voren te brengen waartoe reeds stappen zijn ondernomen. Het voorloopig bestuur is samengesteld uit de heeren ir. F. James, L. P. Maartens, S. A. Compels, M. Oppenheim en G. Rijckenberg. De Bond is opgericht met medewerking van den Kon. Ned. Middenstandsbond, terwijl met den Ned. R. K. Middenstandsbond en de Vereeniging van en Chr. Handeldr. en Industrieelen Middenstand in Nederland bereids contact is gezocht. Om des te spoediger onze regeering in staat te stellen zich een overzicht te kunnen vormen, worden belanghebbenden verzocht zoo snel mogelijk hun adres op te geven aan het voorloopig secretariaat, Hasseltschestraat 26 te Den Haag. Voor waardevast geld. DE VEREENIGING OPGERICHT. Dezer dagen is te Amsterdam de oprichtersvergadering van devereeniging voor Waardevast geld gehouden, waar prof. dr. N. J. Polak, mr. dr. G. M. Verrijn Stuart, prof. G. Gonggrijp, prof. ir. D. Dresden, het Tweede Kamerlid M. P. v. d. Weijden en prof. dr. ir. J. Goudriaan Jr. een pleidooi hielden voor een valuta met stabiele koopkracht. Laatstgenoemde spr. merkte o.m. op, dat er tenslotte maar één, zeer kleine groep is, namelijk de Amsterdamsche geldhandel, welke een zeker belang bij de handhaving van den gouden standaard kan hebben. Dit belang zinkt geheel in het niet tegenover de welvaart van het geheele Nederlandsche volk, die thans op het spel wordt gezet. De belangstelling voor de vergadering was groot. En zijn reeds eenige honderden leden tot de Vereeniging toegetreden. ---