Aansprakelijkheid voor Onrechtvaardige Overheidsdaden. Een uitbreiding van vérstrekkende beteekenis. Aan de burgerrechtelijke aansprakelijkheid ! van de overheid voor de schade, voortvloeiende ’ uit door liaar organen begane onrechtmatige daden, is bij arrest van den Hoogen Raad een uit- i brei1C;II?-i gegeven, die de verschillende publiek- 1 rechtelijke colleges en ambtenaren voortaan zal dwingen, zich van hun wettelijke bevoegdheden en verplichtingen op de meest nauwgezette wijze rekenschap te geven. i Voordat het aangehaalde arrest gegeven werd, ' huldigde de Hooge Raad nog de opvatting dat van 1 een onrechtmatige daad inde zin van het burgerlijk 1 wetboek (art. 1401 vlg.) slechts dan sprake kon zijn, indien door de daad een burgerlijk recht • van den benadeelde, niet wanneer daardoor het publiek rechc of geen recht van dezen geschonden was. M.a.w. de Ilooge Raad beperkte de burger- 1 rechtelijke aansprakelijkheid van de overheid voor haar onrechtmatige, d.i. haar niet in eene wet of wettige verordening grondslag vindende, 1 daad naar twee zijden. I. Naar die van de overheid, in dezen zin, dat de schadevergoeding-eischende partij moest weten aan te wijzen een overheidsdaad, eene handeling, die hem schade veroorzaakt had, en niet kon volstaan met te verwijzen naar een niethandelen, een verzuim van de overheid inde nakoming van haar publiekrechtelijken plicht. 11. Naarden kant van de benadeeld' oartij. Deze had te bewijzen, dat door de overheidsdaad een haar toekomend privaat recht was. geschonden. De klemtoon valt hierbij op de beide gespatieerde woorden. Was door de overheidsdaad een publiek recht van den eischer geschonden, dan onthield de H. R. hem de burgerrechteliike actie. En evenzeer was dit het geval indien de eischer zich slechts kon beroepen op een door de overheidsdaad benadeeld belang. Op dit standpunt plaatsen zich ook weder de rechtbank en het gerechtshof te ’s Gravenliage, toen de Staat wérd aangesproken voor de schade, geleden doordat rijksambtenaren in 1916, zonder resp. van het nalaten, alleen en op zich zelve is voldoende, om het publiekrechtelijk lichaam burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de gevolgen. Of een (privaat of publiek) r echt van de benadeelde partij is geschonden, doet niet ter zake. Al wat deze te bewijzen heeft om schadevergoeding te erlangen, is een „door de gedraging veroorzaakt vermogensnadeel’’. Ook het op geld waardeerbaar belang dat door de onrechtmatige overheidsdaad of door het nalaten vaneen aan den dader opgelegden rechtsplicht geschonden werd, zal dus voor schadevergoeding krachtens art. 1401 vlg. B.W. in aanmerking komen. Deze uitspraak van ons hoogste rechtscollege is van zoo buitengewone beteekenis en neemt zoo zonder eenige reserve de aansprakelijkheid van de publiekrechtelijke lichamen, wat betreft den olicht tot eerbiediging van wettelijke voorschriften, hier met den minsten burger gelijk gesteld worden en tot vergoeding vanuit de verzaking van die verplichting voortvloeiende schade aangesproken zullen kunnen worden. • Men mag dan ook dit arrest begroeten als een belangrijke schrede op den weg die nog afgelegd moet worden, om Nederland tot een rechtsstaat te maken. Blijkbaar duurde den Hoogen Raad het wachten op het oogenblik, dat de Nederlandsche Staat het met zich zelf eens geworden zou zijn, of met zijn souvereiniteit een eigen gebondenheid aan de door hem zelf uitgevaardigde rechtsvoorschriften wel strookte te lang en ons hoogste rechtscollege heeft den knoop nu maar voor den al trager en trager aan de rechtsvorming deelaemenden Staat doorgehakt. Wij willen ons hier niet verdiepen inde vraag, ;n hoeverre de thans door den Hoogen Raad aanvaarde leer de invoering vaneen volledig geregelde administratieve rechtspraak weder verder uit het gezicht dreigt te brengen, dan wel juist een aansporing zal vormen, om aan die invoering nu eens met kracht de hand te slaan. P* Het is hier ook niet de plaats, om stil te staan bij de verschillende stadia, die de opvattingen omtrent de aansprakelijkheid voor onrechtmatige overheidsdaden doorloopen hebben, noch ook om critiek te leveren op 's Hoogen Raacls jongste beslissing. Maar waar nog wel eens met nadnik op gewezen mocht worden is, dat dit jongste arrest in het algemeen elke handeling en elke nalatigheid van elk overheidscollege en van elk overheidsambtenaar, zij hij minister dan wel de laagste politiedienaar inde gemeente indien die handeling in strijd is met een publiekrechteüike plicht, brengt binnen de werkingsfeer van art. 1401 vlg. B.W. Zulk een overheidsdaad, zulk een verzuim kan dus voortaan het publiekrechtelijk lichaam tot schadevergoeding aan de benadeelde partij verplicht maken. ■, daartoe aan de Algemeene wet van 1822 bevoegdheid te ontleenen, den uitvoer van oliën en vetten onmogelijk gemaakt hadden. De Hooge Raad heeft nu echter bij de aangeliaalde uitspraak het arrest van het hof op de volgende gronden vernietigd : ~dat, voor zooveel voor dit geding van belang, onder ohrechtinatige daad is te verstaan niet slechts eenig handelen of nalaten, dat inbreuk maakt op eens anders recht, maar ook een handelen of nalaten, dat in strijd is met des daders eigen rechtsplicht ; dat derhalve hij, die een wettelijk voorschrift ] overtreedt, een onrechtmatige daad pleegt, j onverschillig of dat voorschrift een privaatrechtelijk dan wel een publiekrechtelijk karakter ' draagt; gelijk de burger, die de strafwet 1 overtreedt onrechtmatig handelt; dat de vraag, of daarbij eenig subjectief recht van den benadeelde, hetzij van burgerlijken of publieken aard, geschonden is, niets afdoet, omdat bij handelen of nalaten onrechtmatig is door de enkele overtreding vaneen wettelijk voorschrift en' daarin alléén de verplichting tot vergoeding van het door de gedraging veroorzaakt vermogensuadeel is gegrond ; dat ook liet publiekrechtelijk zedelijk lichaan, bij de vervulling van zijn overheidstaak, handelend door zijn organen, zijn rechtsplicht behoort 11a te komen, en, daarbij wettelijke voorschriften, van welken aard ook, niet eerbiedigend, zonder meer een onrechtmatige daad pleegt en tot vergoeding van de daardoor veroorzaakte schade gehouden is.” De „N.R.Ct.”, dit arrest nader beschouwend. Vervolgt haar artikel aldus : Toetst men deze uitspraak nu aan de zooev en door ons aaugeduide beperkingen van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de onrechtmatige overheidsdaad, dan ontwaart men dat zij alle vervallen zijn. Onrechtmatig is, volgens het jongste arrest, elke daad, waardoor een wettelijk voorschrift overtreden wórdt. Onrechtmatig is niet slechts zulk een daad, maar ok het verzuim, een „nalaten, dat in strijd is met des daders • eigen • reclitplicht”. Rn de onrechtmatigheid van de daad. --- Advertentie 'ÜT $ P Je üiLhafittUJ:. ï® SL u-cLating fiêLLt! ! .Mnll I , I e'crËm £p u d dIN G * y **» Mknf.»■ . --- Rectificatie P.W B. Het tekort op de rentabiliteitsrekening van het P.W.B. (zie slotartikel in ~De Zaanlarder” van 14 Pehr. 1.1., 4e kolom, 13e regel van boven) is niet 17% millioen, zooals abusievelijk staat vermeld, doch begroot op 1 y2 millioen. Redactie ~De Zaanlandcr”. --- Advertentie OORSUIZEN en doofheidsgenezing. Kosteloos advies. S. Wijnberg, Palelsstraat 43, Amsterdam. --- Advertentie ljkw3i Wanneer de zeeman „zijn oorlam” laat staan voor een kop thee, dan moet daarvoor wel een bijzondere reden zijn. Die bijzondere reden is te zoeben inden geurlgen smaak van KEG’s THEE, de fijnste theemelange, gebaseerd op een honderdjarige ervaring. --- DE SCHERMER MOLENS. De vergadering van bestuür en hoofdingelanden van den polder „Schermer” besloot met slechts één stem tegen, den geheelen Schermer eleetrisch te bemalen. Door dit besluit zullen cle molens, die aan het landschap zoon typische bekoring geven, binnen afzienbaren tijd ver- i d wijnen. Dit besluit is zeer te betreuren, vooral omdat de Schermerpolder, op één na, de eenige groote polder in ons land is, die nog door windkracht wordt bemaald door middel vaneen aantal molens, die met elkander een schoon en werkelijk ! typisch Hollandsch landschapsbeeld vormen, welke I wedergade nergens meer te vinden is, Het heeft niet mogen baten, dat de vereeniging ~De Hollandsche Molen” op het onverantwoordelijke heeft gewezen, dat gedoogd zou worden, dat een eenig en onvervangbaar karakteristiek landschapssckoon vernietigd is, nadat niet gebleken •was, dat de electrificatie voordeel zou opleveren. l (Uit de Kampioen) t Bo\en-moleubuurt inde Molenbuurt van West-Graftdijk (Schermerpolder). Onder- of midden-moleu ia de Molenbuurt te West-Graftdijk (Schermerpolder). --- Advertentie BS INCASSO BUREAU na Bureau voor Rechtskundige Adviezen „Recht voor Allen" Bloemgracht 40 Telefoon 44022 Amsterdam Billijke behandeling van Strafzaken, Faillissementen, Accoorden, Echtscheidingen op conditiën, Requesten voor Ministeries, Bezwaarschriften voor Belasting. Zitting te Zaandam iederen Donderdagmiddag van 2 tot 5 uur bij den heer Out, Czaar Peterstraat 64 ---