Gemeenteraad van Oosterhesselen. Vergadering op Maandag 29 Januari, des nam. 3 uur. Aanwezig alle leden. Voorzitter, tevens secretaris, de heer J. G. Legro, Burgemeester. 1. De notulen der vorige vergadering worden na voorlezing onveranderd goedgekeurd. 2. De volgende ingekomen stukken worden voor kennisgeving aangenoméh: a. dankbetuiging van H. Thiel voor zijn overplaatsing als hoofd der school naar Oosterhesselen; b. idem van A. Broekman voor zijn benoeming tot gemeenteontvanger; c. resolutie van Ged. Staten, houdende verdaging van de goedkeuring van de gemeentebegrooting voor 1923; d. idem, houdende goedkeuring van de gemeenschappelijke regeling tusschen de gemeenten Hoogeveen, Coevorden en Oosterhesselen, omtrent het beheer en onderhoud van den kunstweg door het Zwinderscheveld; e. idem, houdende goedkeuring van de wijziging der gemeentebegrooting voor 1922; f. idem, houdende vernietiging van de aanslagen als forensen inde gemeentebelasting over 1921/1922 van: H. Zwiggelaar, H. Vos Jr., K. Vaartjes, A. Vaartjes en H. Thalen, allen Hoogeveen; g. idem, houdende vernietiging van de aanslagen als forensen inde gemeentebelasting van: H. A. Robaard, J. Rahder, J. Bruins Slot Jzn. Jr., Nic. Bosch, J. de Graai, C. Warmelts en A. Okken, allen te Hoogeveen; h. idem, houdende vaststelling van de jaarwedde en pensioensgrondslag van den nieuwbenoemden ontvanger; i. Kon. Besl. van 20 Januari 1923 no. 44 tot het verleenen vaneen voorschot groot f 1230 aan A. Profijt voor den bouw vaneen woning ingevolge de Landarbeiderswet; k. Missive van Ged. Staten, houdende mededeeling, dat de markten te Emmer-Compascuum en Roswinkel zijn afgeschaft. 3. De VOORZ. leest voor een schrijven van den secretaris van den Motorwielrijdersbond, waarin waarschuwingsborden v/orden aangeboden met verzoek om langzaam te rijden. Twee dezer waarschuwingsborden worden gratis verstrekt, terwijl meerdere borden kunnen worden aaitgeschaft voor f22 per stuk. De gemeente zal 10 borden noodig hebben, zoodat de kosten ongeveer f2OO zullen bedragen. Na eenige discussie wordt besloten met 6 tegen 1 stem geen waarschuwingsborden te plaatsen. 4. Het verzoek van J. Zeeman om aanwijzing vaneen rooilijn wordt toegestaan. De rooilijn wordt bepaald zooals die op het terrein is aangegeven, n.l. inde richting van het bestaande huis, bewoond door G. Grootóónk. 5. Het verzoek van J. Lammerts om aanwijzing van rooilijn wordt eveneens toegestaan. De rooilijn wordt vastgesteld overeenkomstig de uitzetting daarvan op het terrein. sa. Het verzoek van J. Anninga om aanwijs van rooilijn wordt toegestaan. De rooilijn wordt bepaald op 10 M. gemeten vanaf den slootkant. 6. Het verzoek van K. Deuten en J. Smit, gedaan namens de veenarbeiders in het Zwinderscheveld, tot het bouwen van enkele woningen voor veenarbeiders wordt overeenkomstig het advies van B. en W. afgewezen. 7. Besloten wordt tot het aangaan vaneen geldleening, groot f20009 voor den bouw eener bijz. lagere school te Gees, tegen een koers van 97 en een rente van 5 o/o, De storting zal plaats hebben als volgt: f 10000 op 1 April, f5OOO op 1 Mei en f5OOO op 1 Juli 1923. 8. De nieuw benoemde ontvanger, de heer A. Broekman, legt in handen van den voorzitter de vereischte eeden af. 9. Ter voldoening aan de bepalingen der nieuwe Veewet, wordt een verordening op het houden van veemarkten in deze gemeente vastgesteld. ■ Als marktterrein wordt aangewezen een terrein gelegen bij het café van Abels te Oosterhesselen. 10. Voorgelezen wordt een verzoek van de oudercommissie te Zwinderscheveld om bijbouw vaneen derde lokaal aan dé o. 1. school aldaar. De heer VEENSTRA verzoekt om aanhouding, aangezien de schoolbesturen van Geref. en Herv. zijde aldaar werken voor het verkrijgen van bijz. onderwijs. Na kennisname hiervan is de VOORZ. ook voor aanhouding. |j i Daartoe wordt dan ook besloten. 11, Een concept-besluit van B. en W. tot wijziging der gemeentebegrooting voor. 1922 wordt tot besluit verheven. i Aan den heer Koopman, veldwachter, wordt voor 1922 een bedrag van f 150 toegestaan voor uniformkleeding en f5O voor het gebruik van een rijwiel. I .MSI !2. Een tweetal aanvragen Ingevolge de Landarbeiderswet van A. Wassen te Zwinderscheveld en van W. Dunning te Geeserveld worden toegestaan, nadat deze aanvragen eerst in besloten zitting waren onderzocht. 13. De heer J. Kuipers, landbouwer te Oósterhesselerbrug, verzoekt om een bedrag van f4900 voor de stichting vaneen boerderij op woesten grond in deze gemeente. De door hem aangekochte grond is ruimi 7 H.A. groot en gelegen in deze gemeente. Besloten wordt het verlangde voorschot, onder borgstelling van de gemeente, aan te vragen bij het Rijk. 14. De Raad gaat over in besloten zitting tot bespreking van de sollicitanten voor hoofd der school te Zwinderen. Na heropening van de openbare vergadering blijkt, dat op de voordracht staan: 1. H. Pol te Leiden; 2. J. Bruins te Hilversum; 3. L. H. Nijenhuis te Hilligerberg; 4. M. W. Weide te Beilen. Bij de stemming worden uitgebracht 7 geldige stemmen en wel op H. Pol 6 stemmen en op L. H. Nijenhuis 1 stem. Benoemd alzoo de heer H. Pol te Leiden. De infunctietreding wordt aan B. en W. overgelaten. 15. Uitgeloot worden: Van de geldleening groot f 12500 aandeel no. 17 aflosbaar 1 Jan. 1923 en no. 4, aflosbaar 1 Jan. 1924. Van de geldleening groot f 16500 aandeel no. 20, aflosbaar 1 Jan. 1924. Van de geldleening groot f 9600 de aandeelen no. 4 en 6, aflosbaar 1 Jan. 1924. Van de geldleening groot f 15000 aandeel no. 17, aflosbaar 1 Mei 1523. Van de geldleening groot f12200 aandeel no. 21, aflosbaar 1 Sept. 1923. Van de geldleening groot f 11000 aandeel no. 17, aflosbaar 1 Juli. 1923. 16. Aangeboden worden het gemeenteverslag over 1922 en het verslag Volkshuisvesting over 1922. Deze verslagen worden ter visie van de leden gelegd. Niets meer aan de orde zijnde en niemand meer het woord verlangend wordt de openbare vergadering hierop gesloten. --- Publicatiën. Burgemeester en Wethouders van Emmen brengen ter kennis van belanghebbenden, dat het subsidie ten behoeve van particuliere ontginningen onder de geldende voorwaarden (30 o/o der arbeidsloonen tot een maximum van f240. per H.A.) ïs verlengd tot en met 3 Maart 1923. Emmen, 29 Januari 1923. Burgemeester en Wethouders voornoemd, G. KOOTSTRA, Burgemeester. E. VAN DER WAL, Loco-Secretaris. --- Als gevonden aangegeven een heerenrijwiel, Als gevonden aangegeven een heerenrijwiel, merk Fongers, en een zilveren roomlepel. Inlichtingen verstrekt de Chef-veldwachter te Emmen. De Burgemeester der gemeente Emmen: G. KOOTSTRA. --- Indiening verzoekschriften. Gedeputeerde Staten der provincie Drenthe noodigen belanghebbenden in hun eigen belang uit om, zoo zij aan de Staten dier provincie een verzoekschrift wenschen in te dienen, daarmede niet te wachten tot korten tijd voor het houden eener zitting dier Staten. Om vertraging inde afdoening te voorkomen en een behoorlijke voorbereiding mogelijk te maken van de te nemen beslissing, is het gewenscht adressen aan de Staten in te dienen vóór 1 April of 1 September, naarmate die adressen inde zomer- of najaarszitting der Staten zullen worden behandeld. Assen, 24 Januari 1923. --- Ver verwijderd. Wanneer men den moed bezit de veelheid van berichten omtrent het Roer-avontuur te lezen met de commentaren van de correspondenten der dagbladen, dan begint het een gewoon mensch al gauw te duizelen. Ook de vraag of de bezetting van het Roergebied al dan niet rechtmatig is, wordt van zooveel zijden belicht, dat ook hier diepgaande studie vereischt wordt om tot een zelfstandig oordeel te geraken. Toch zullen er slechts weinig Nederlanders zijn, die hun oordeel over deze verlenging van den oorlog niet weten te geven. Die oordeelvellingen zijn dan natuurlijk niet gefundeerd op wetenschappelijken grond, maar het is het hart, dat spreekt. Hebben zij die oordeelvellingen des te minder waarde? Och, wij zouden zoo zeggen, snuffelden de rpachthebbenden maar eens wat minder in tractaten om rechtsgronden op te sporen voor door hen te nemen daden en lieten zij eens wat meer hun hart spreken, dan zou het er inde wereld wel veel anders en beter uitzien. Een Fransch-gezinde zal ons tegenvoeren: „’t is juist de Fransche natie, die haar hart laat spreken. Verwoest Noord-Frankrijk heeft haar toorn ontwekt en roept om wraak.’” Dat is juist het fatale, Uai .no« meent mef wraakgierigheid de wereld te kunnen beheerschen. Als de menschheid niet gaat beseffen, dat wraak en weerwraak ons steeds gevangen houden in dien verderfelijken cirkel, dan is er nooit op uitkomst te hopen, ware het niet dat het geloof het laatste woord laat aan de liefde en tot zoo lang hoopt en veel verdraagt Wel laden de machthebbers een zware: verantwoordelijkheid op zich! Wat moet er ten slotte worden vaneen Europa, wanneer het «zich eindelijk, eindelijk heeft opgericht ’wij zullen het allermooiste eens veronderstellen maar in welks bodemde wraak tiert, ’gekweekt op een voedingsbodem, waarin het ‘gedijen zeker is ? Dan kan het niet anders of over enkele jaren zullen wij een herhaling zien van wat nu achter ons ligt. Maar dan nog heviger en intenser, wijl de techniek ook in het vervaardigen van oorlogstuig tot „hooger” trap is opgevoerd. Neen, wanneer daar niet komt een besef van saamhoorigheid, die geen grenzen kent, dan kan uit den chaos nooit iets goeds te voorschijn komen. Een mensch dorst wel eens naar roem en eer; hij ziet wel eens met welbehagen op naar het eergestoelte en in hem wordt wel eens de lust wakker ook te trachten daar te komen, waar hij gerechtigd zou zijn tot het oefenen van macht. Och, laat hij maar klein blijven; zijn taak kan daarom wel verheffend zijn. Macht leidt zoo dikwijls naar geweld, steunt zoo vaak op sabel en bajonet en de tranen, die daardoor komen te vloeien wegen Zwaarder dan de schitterende aureool, die een verdwaasde menigte misschien winden zal. Pestalozzi, de beroemde opvoedkundige, wist het zoo goed, toen hij op den Nieuwjaarsdag van 1808 tot zijne vrienden o.m. sprak: „Geniét dé tegenwoordige 'dagfefï, gè'niet dé eerder wereld, maar bedenkt, dat zij verdwijnt even ras als de bloem des velds.”' En voor die eer, die zoo spoedig vergaan kan, wordt bijna alles op het spel gezet O, wij gelooven het: niet met voorbedachten rade. Wij gelooven aan de echtheid en de waarheid van de gedragingen der machthebbers, maar daarom is hun werk tè fataler. Hün geloof inde zaak, die zij voorstaan, leidt tot daden, die in haar gevolgen ontzettend zijn. Zij zien slechts één ding: hün zaak en zij bekommeren zich niet om de zaak der anderen, die er toch ook is. Wanneer, ja wanneer, zal eindelijk eens de dag aanbreken, dat de broederliefde reikt ver over de grenzen heen? Het lijkt op het oogenblik wel, alsof wij daar verder dan ooit van verwijderd zijn. K. --- Advertentie Door het groot e succes met onze KEIZER’s cichorei (grijs vierkante verpakking) brengen wij thans ook onder dezen naam de blauw ronde verpakking (geel etiket) Inden handel. * Het is, door haar hoog extract-gehalte en groote zuiverheid, uw belang dit merk aan Uwen winkelier te vragen. Ze geeft tevens een belangrijke besparing. N.V. v.h. H. KEIZER GRONINGER --- Gemeenteraad van Emmen. Vergadering op Maandag 29 Januari, voorm. 11 uur. Afwezig de heer S. Veenstra. 1 vacature. Voorzitter de heer G. Kootstra, Burgemeester. Secretaris de heer E. v.d. Wal, plaatsvervangend. De VOORZ. opent de vergadering en stelt aan de orde: 1. Beëediging nieuw inkomend lid van den Raad J. Engelsman. De heer Engelsman legt in handen van den voorz. de bij de wet vereischte beloften af en neemt’ daarop plaats op den voor hem be-7Pfp] De VOORZ. houdt hierop dein het vorig nummer opgenomen Nieuwjaarsrede. De heer GORTER zegt den voorz. dank voor het uitgebreid overzicht over het jaar 1922. Het is niet de gewoonte dat de discussies, in den Raad gevoerd, worden opgenomen inde notulen, doch daarin worden alleen de genomen besluiten vermeld. Echter zou spr. graag zien, dat het door deu voorz. gegeven overzicht in zijn geheel inde notulen werd opgenomen. Dit toch zou vergemakkelijken om later eens iets van de geschiedenis der gemeente Emmen na te zien. De VOORZ. dankt den heer Gorter voor deze woorden en zegt geen bezwaar te hebben Kte rede inde notulen op te laten nemen. De heer ELLING vindt dit ook goed. Spr. vraagt echter of het ook mogelijk is, dat, zooals reeds vaker is gebeurd, ieder lid een exemplaar van de rede krijgt. De heer GORTER ondersteunt het verzoek van den heer Elling. De VOORZ. zegt toe, dat, zoo het eenigszins mogelijk is, aan het verzoek zal worden voldaan. Verder deelt spr. mee, dat de heer Veenstra heeft bericht, dat hij een andere vergadering moet bijwonen en zoodoende verhinderd is om hier tegenwoordig te zijn. Daarna komt aan 'de ordei 2. Onderzoek geloofsbrieven gekozen lid van den Raad E. ten Napel. De stukken worden ter onderzoek in handen fes te ld van de heeren Bosma, Wiersema en oling. Tijdens het onderzoek1 wordt de vergadering geschorst. Na heropening der openbare vergadering wordt bij monde van den heer WIERSEMA gerapporteerd, dat de commissie de geloofsbrieven in orde heeft bevonden en dat geadviseerd wordt tot toelating van den heer Ten Napel. De VOORZ. zegt de commissie dank en stelt voor overeenkomstig het advies te besluiten. Aldus wordt zonder hoofdelijke stemming besloten. 3. Vaststelling notulen. Dit punt wordt aangehouden tot de volgende vergadering. 4. Mededeelingen en ingekomen stukken. Besluiten van Ged. Staten tot goedkeuring van: a. het Raadsbesluit d.d. 27 November 1922 tot onderhandsche verhuring van een brugwachterswoning te Nieuw-Amsterdam aan D. Westera; b. alsvoren tot onderhandsche verhuring van een woning te Nieuw-Amsterdam aan II. de Wolde; c. alsvoren tot het overdragen aan de woningstichting „Emmer Centrale Woningbouw” van alle van de bouwinstellingen „Humosa”, „Nieuw-Weerdinger Woningbouw” en „Woningbouw voor Klazienaveen en Omgeving” genaaste bezittingen *met de daarop rustende lasten en verplichtingen en alle schulden; d. alsvoren tot wijziging der begrooting 1922; e. het Raadsbesluit d.d. 29 December 1922 tot wijziging der begrooting 1922; f. besluit van Ged. Staten, waarbij de ontvangst wordt bericht van de bij Raadsbesluit d.d. 29 December 1922 vastgestelde verordening tot sluiting van het verkeer met vrachtauto's op de wegen binnen de bebouwde kommen in de verschillende dorpen der gemeente. Besluiten van Ged. Staten tot verdaging der beslissing omtrent: g. het Raadsbesluit d.d. 29 December 1922 tot afschaffing der jaarmarkten te Emmer-Compascuum en te Roswinkel. Verder zijn ingekomen: h. de begrooting voor 1923; i. besluit van Ged. Staten, waarbij naar aanleiding van ingesteld hooger beroep tegen de afwijzende Raadsbesluiten op reclames de aanslagen in den hoofdelijken omslag dienst 1920 van C. Vos te Zwartemeer, S. van der Vlag te Emmer-Erfscheidenveen, H. Steenhuis te Barger-Compascuum, H. Nffeijer te Emmer-Erfscheidenveen, Wed. E. Heijes—Dijken te Barger-Compascuum, H. Witteveen te Emmer-Erfscheidenveen en E. Bos te Nieuw-Amsterdam worden verlaagd; j. besluit van Ged. Staten, waarbij afwijzend wordt beschikt op ingesteld hooger beroep dóór B. Heijnen te Emmer-Erfscheidenveen, Wed. J. Karperien te Barger-Oosterveen, KL Martens te Emmer-Compascuum, H. H. Langen te Munster* scheveld, J. Rolfes te Klazienaveen, G. Meijering te Erica, J. Davids te Roswinkel en J. Venema te Emmer-Compascuum tegen de Raadsbesluiten op reclames terzake aanslagen in den hoofdelijken omslag dienst 1920; k. besluit van Ged. Staten,- waarbij gunstig wordt beschikt op ingesteld hooger beroep door A. Rozema, weduwe H. de Groot te Munsterscheveld en van H. A. Hermsen te Emmer-Compascuum tegen de Raadsbesluiten op reclames terzake aanslagen in den hoofdelijken omslag dienst 1920; 1, besluiten van Ged. Staten, waarbij gunstig wordt beschikt op ingesteld hooger beroep door H. Koelman te Vroomshoóp, J. H. Hartgers te Den Ham (O.), W. J. Harders te ’s-Gravenhage, D. Vegter te Groningen, S. Tempel te Stadsknaaal, J. Tempel te Stadskanaal, J. R. Stuut te Nw.-Pekela, J. E. Smid te Winschoten, H. Rigterink te Oosterhesselen, J. Rahder te Nieuweroord, G. J. Neiszen te 's-Gravenhage, J. A. Minke te Dedemsvaart, B. M. MinketeDedemsvaart, H. Middel te Ter-Apel, E. van Mesdag te Assen, H. Loman te Drouwenermond, P, A. Kuipers te Stadskanaal, R. Groenewold te Bonnerveen, J. Bossema te Musselkanaal, P. Boon te Hoogezand, M K. Boon te Hoogezand en J. Berg te Winschoten tegen dc Raadsbesluiten op reclames terzake aanslag als forens in den hoofdelijken omslag dienst 1919; m. proces-verbaal van kasopneming bij den gemeente-ontvanger. B. en W. stellen voor deze stukken voor kennisgeving aan te nemen. Aldus wordt besloten, n. Verslag van den gemeente-veearts over 1922. B. en W. stellen voor dit verslag ter visie te leggen voor de leden. Aldus wordt besloten, o. Adressen der ouderoommissies voor de scholen I en II te Barger-Compascuum, strekkende tot een zoo spoedig mogelijke wederinvoering van schoolvoeding en kleeding. B. en W. stellen voor deze adressen te' behandelen bij de begrooting 1923. Aldus wordt besloten. p. Adres van mevr. De Vicq—Pabst, houdende verzoek haar zoo spoedig mogelijk in kennis te stellen met de beslissing omtrent haar adres betreffende krotwoningen. De VOORZ. deelt mee, dat adressante door een abuis ter secretarie geen bericht had gekregen van de beslissing op ,haar adres. Deze zaak is thans echter In orde gebracht. q. Adres van bestuursleden der ouder-comjmissies te Veenoord en Nieuw-Amsterdam, strekkende tot verbetering van den Schooldijk te Nieuw-Amsterdam. B. en W. stellen voor dit adres te stellen in handen van hun college om advies. Aldus wordt besloten. r. Adres van ouders van leerlingen vau school II te Nieuw-Weerdinge, houdende verzoek den heer S. Maneschijn als hoofd naac die school over te plaatsen. B. en W. stellen voor dit adres te beharM delen bij punt 23 der agenda. Aldus wordt besloten. s. Besluit van Ged. Staten, waarbij ondec vernietiging van het Raadsbesluit d.d. 8 Augustus 1922 No. Bc, tot het verleenen vaneen voorschot ingevolge de Landarbeiderswet van f 2880 aan Larnbert Weerman te Zuid-Barge, is bepaald, dat aan dezen een voorschot van ten, hoogste f2600 zal moeten worden toegestaan. B. en W. stellen voor dit besluit voor kennisgeving aan te nemen. Aldus wordt besloten. 5. Voorstel van B. en W. tot vaststelling eener verordening tot wijziging der verordening regelende o.m. de aanwijzing der stemlokalen. B. en W, stellen voor om voor zittingen van de hoofdstembureaux, die niet toegankelijk zijn voor de kiezers, eenige lokalen aan te wijzen in het gemeentehuis. Aldus wordt zonder hoofdelijke stemming besloten. 6. Voorstel van B. en W. tot benoeming leden hoofdstembureaux voor de verkiezing van leden van den Raad. Met algemeene stemmen worden de dooc B. en W. op de voordracht geplaatste personen benoemd. 7. Voorstel van B. en W. tot benoeming! van leden van stembureaux voor de verkiezing van leden der Provinciale Staten en van den Raad. De heer SIBON stelt voorkom ook te Barger-Oosterveld een stembureau te vestigen- _ De VOORZ. merkt op, dat dit voorafMUÏ*. verkiezingen niet meer mogelijk is. Ook is spr. er niet voor om te Barger-Oosterveld een bureau te vestigen, èn omdat er reeds zooveel inde gemeente zijn en de kosten; groot zijn èn omdat er plaatsen zijn waar. de menschen nog verder moeten loopen dan die; te Barger-Oosterveld. Wanneer men dus in genoemde plaats een bureau vestigde, zouden er weldra meer verzoeken komen. Bij dit alles komt nog, dat het spr. gebleken is, bij da laatste verkiezing, dat Aie stembureaux het werk genoeg af kunnen. De heer SIBON merkt verder op, dat hem uit de voordracht, door B. en W. opgemaakt, voor leden van de stembureaux, blijkt, dat voor het bureau te Nieuw-Dordrecht alle voorgedragenen van êéne richting zijn. Het schijnt, zegt spr., dat in die streken geen rechtschu kiezer bestaat Spr. hoopt, dat men uit zijn woorden geen verkeerde conclusie zal trekken. Hij heeft geen enkele aanmerking op de personen die op de voordracht staan, doch hij wijst alleen op de eenzijdige samenstelling. Nadat over deze zaak nog even is gesproken, zegt de heer SIBON, dat hij voor dezen keer zidi zal vereenigen met de voordrachten. Later kan dan een wijziging worden aangebracht Hierop worden de door B. en W. op de voordracht geplaatste personen niet afgemecne stemmen benoemd. 8. Voorstel van B. en W. tot toekenning van presentiegeld aan de leden der stembureaux. B. en W. deelen mee, dat hun gebleken is uit de nota’s van kosten van stembureaux, voor dein 1922 gehouden verkiezing van leden der Tweede Kamer, dat niet aan alle tmreaux de noodige zuinigheid is betracht en het hun daarom wenschelijk voorkomt in het vervolg een presentiegeld te bepalen en de consumptie aan de stembureaux niet meer voor rekening der gemeente te nemen. In verband hiermee stellen zij voor om aan de leden der stembureaux een presentiegeld toe te kennen ad f3 per lid en per zittingsdag. De heer ELLING vraagt wat ieder lid aan de ge meent* heeft gekost. De VOORZ. zegt, dat de kosten van de verschillende bureaux ontzettend uiteenloopen en B. en W. meenen, dat er een regeling moet bestaan. Er is een bureau geweest waar de kosten ruim f 30 waren, dus f 10 per lid. Ook waren er bureaux waar de kosten f5 tot ruim f2O waren. Precies weet spr. het echter zoo niet. Een bureau heeft niets in rekening gebracht. De heer ELLING merkt op, dat de verkiezingen gewoonlijk inden drukken tijd worden gehouden. De arbeiders, die lid zijn, moeten voor den dag der verkiezing uit hun werk en voor deze menschen vindt spr. een vergoeding van f3 niet hoog. De heer HAASKEN stemt toe, dat de kosten van de stembureaux hoog zijn, doch dat ligt niet alleen aan hetgeen verbruikt wordt, maar ook aan hetgeen voor de bediening gerekend wordt. De heer E. HADDERS vraagt hoe men het toekennen van het presentiegeld wil regelen, wanneer b.v. een plaatsvervangend lid een uur voor een ander invalt. De VOORZ. zou zeggen, dat dergelijke gevallen wel onderling geregeld kunnen worden. De heer VAN OS vindt een vergoeding van f3 voor arbeiders niet genoeg en hij stelt voor het presentiegeld te bepalen op f4. De VOORZ. zegt, dat, wanneer men dit voorstel aanneemt, de door B. en W. beoogde bezuiniging vrijwel teniet wordt gedaan. De heer GORTER gevoelt wel iets voor het voorstel van den heer Van Os. Nadat nog eenigen tijd over deze zaak is gesproken, wordt besloten tot aanhouding tot na de pauze, om de lijst van onkosten op te halen. 9. Verzoek van het bestuur der vereeniging tot stichting en instandhouding van Ned. Herv. Chr. Scholen te Nieuw-Weerdinge om beschikbaarstelling van grond voor den bouw van 2 bijzondere lagere scholen aldaar (zoo mogelijk). Dit punt wordt van de agenda afgevoerd, omdat het onderzoek naar deze aangelegenheid nog niet is afgeloopen. 10. Wijziging bègrooting dienst 1922. De voorgestelde wijzigingen worden zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd. 11. Voorstel van B. en W. tot het verleenen vaneen voorschot ingevolge de Landarbeiderswet. B. en W. stellen voor afwijzend te beschikken op een aanvraag van H. Brink te Erica om een voorschot ingevolge de Landarbeiderswet. Aldus wordt zonder hoofdelijke stemming besloten. Thans wordt eerst aan de orde gesteld: '2l. Voorstel van B. en W. tot het voeren vaneen rechtsgeding. Het desbetreffende voorstel wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd. Nu wordt een half uur pauze gehouden. Na heropening der vergadering komt eerst punt 8, betreffende toekenning van presentiegeld aan de leden der stembureaux, aan de orde. De VOORZ. geeft thans de cijfers van de kosten der verschillende stembureaux. De hoogste is f32. In totaal hebben de kosten f638.45 bedragen. De heer GORTER deelt mee, dat de kosten bij de laatste verkiezing, per stembureaux gemiddeld f 17.24 zijn geweest. Wanneer het voorstel van den heer Van Os wordt aangenomen zullen de kosten f 12 per bureau zijn, hetgeen dus een aanmerkelijke bezuiniging inhoudt. Spr. is dan ook voor het voorstel. Na nog eenige discussie wordt het voorstel van den heer Van Os zonder-hoof delijke stem(ming aangenomens^— 12 Voorster van B. en W. tot het verleen-êeïer subsidie ten behoeve van particuliere ontginningen, ten bedrage van 5 pet. der loonen. B. en W. meenen, hoewel het weliswaar een vereischte is de gemeente-uitgaven zooveel mogelijk te beperken, dat bedoelde bijdrage alleszins gewettigd is, daar, werd zij niet verleend, de gelegenheid tot werkverruiming een ongewenschte vermindering zou ondergaan. Waar in andere gemeenten door den Minister ten minste 10 pet. inde loonen voor particuliere ontginningen wordt geëischt, is de gevraagde subsidie van deze gemeente niet onbillijk te achten. B. en W. stellen dan ook voor om voor het tijdvak van 1 Januari tot en met 3 Maart 1923 5 pet. bij te dragen inde loonen, te betalen aan urerklooze arbeiders, geplaatst op particuliere ontginningen. Dit voorstel wordt zonder hoofdelijke stemming aangenomen. 13. Voorstel van B. en W. tot wijziging van het besluit tot aanvaarding bij schenking van grond voor aanleg van den weg Emmer-Compascuum—Zwartemeer, met zijtak naar sluis 11. Het desbetreffende voorstel van B. en W. wordt zonder hoofdelijke stemming aangenomen. 14. Voorstel van B. en W. inzake het adres van ouders en verzorgers van leerlingen der o. 1. school te Oranjedorp betreffende verbetering van den weg vanaf de brugover de Oosterwijk tot de school aldaar. Hoewel het waar is, dat inden toestand van den weg verbetering moet worden gebracht, stellen B. en W. toch voor om afwijzend op het verzoek te beschikken, omdat voor verbetering van bedoelden weg de gemeente niet is aangewezen, wijl deze aan particulieren behoort. De heer GORTER zegt, dat hij, nadat deze Zaak inde Wethouders vergadering is besproken, iemand bij zich heeft gehad, die hem meedeelde dat de boeren te Oranjedorp genegen zijn om de steenen, die de gemeente nog heeft staan aan den weg naar Nieuw-Dordrecht, gratis op te halen. Als de gemeente Blthans toestaat dat men die steenen voor dat doel gebruikt. Ook wil men trachten de aardebaan in orde te krijgen, zonder kosten voor de gemeente. De gemeente heeft dus niets anders te doen als het leggen der steenen. Spr. had In verband met vorenvermelde graag, dat de zaak werd aangehouden teneinde nog een nader onderzoek in te stellen. ' De VOORZ. heeft hiertegen geen bezwaar en stelt voor de zaak nog eens in handen van bet college van B. en W. te stellen. De heer ENGELSMAN vraagt, wat het rapport van 'den gemeente-architect over deze zaak inhoudt. De SECRETARIS leest bedoeld rapport voor. Hieruit blijkt, dat de toestand van den wég treurig is. Veel kosten zal de* gemeente niet met een evt ntueele verbetering hebben, omdat de steenen gratis zullen worden vervoerd. De. architect schat de kosten op f75. De heer ENGELSMAN meent, naar aanleiding van het voorgelezen rapport, dat er wel direct een besluit kan worden genomen. Gezien de geringe kosten, stelt spr. voor om een subsidie toe te staan van f75 en de steenen beschikbaar te stellen, onder voorwaarde dat de kosten van onderhoud voor de aangelanden zijn. De heer J. HADDERS merkt op, dat deze zaak maar niet zoo is aan te pakken. De grond is het eigendom van particulieren en kan dus maar niet zoo door de gemeente onder handen worden genomen. De heer HAASKEN is het hiermee eens. Na nog eenige discussie trekt de heer Engelsman zijn voorstel in en wordt tot aanhouding besloten. 15. Voorstel van B. en W. tot intrekking van het Raadsbesluit d.d. 22 Januari 1920, gewijzigd bij besluit van 16 December 1920 tot het verleenen vaneen subsidie aan werkloozenkassen wegens uitkeering aan 60-jarigen en ouder. Gezien de missive van Ged. Staten, d.d. 29 December j.1., waaruit blijkt, dat de Raadsbesluiten van 22 Januari en 16 December 1920, betreffende het verleenen vaneen toelage uit de gemeentekas aan besturen van werkloozenkassen ten behoeve, van uitkeering aan personen, die wegens leeftijd boven de zestig jaar geen lid vaneen werkloozenkas kunnen zijn, in strijd zijn met het beginsel der armenwet en ais zoodanig voor vernietiging vatbaar zijn, meenen B. en W. dat het geraden is bedoelde Raadsbesluiten in te trekken en zij stellen dan ook voor daartoe over te gaan. De VOORZ. merkt op, dat over deze zaak in vroegere vergaderingen al heel wat is gesproken. Toen kwam men al tot de conclusie, dat de Raadsbesluiten in strijd waren met de wet, doch men heeft ze toen nog niet vernietigd. Thans zal men hiertoe wel moeten besluiten, omdat, doet men het niet, Ged. Staten de besluiten ter vernietiging aan de Kroon zullen voordragen. De heer BOSMA meent, dat indertijd door B. en W. is toegezegd om met voorstellen te komen, waardoor deze zaak op een andere wijze bevredigend zou worden opgelost. De .VOORZ. kan zich een dergelijke toezegging niet herinneren. Wel, dat hij gewaarschuwd heeft om de besluiten te nemen, omdat ze in strijd met de wet zijn. Eveneens dat is gezegd dat deze zaak wel weer aan de orde gesteld kan worden bij behandeling van de bègrooting voor 1923. Omdat inde notulen de discussies niet worden opgenomen, betwijfelt spr. het of men daarin zal kunnen nazien of B. en W. dc door den heer Bosma bedoelde toezegging hebben gedaan. Het gaat, zegt spr., geheel verkeerd met de geschiedenis dezer gemeente. Spr. denkt er sterk over om een voorstel in te dienen tot wederinvoering vaneen officieel Raadsverslag. Wat echter door den heer Bosma naar voren is gebracht, staat eigenlijk buiten het voorstel van B. en W. Bij de behandeling der begrooting kan men nog altijd op de zaak terugkomen. Inmiddels belooft spr. om zoo mogelijk na te zien of door B. en W. een toezegging is gedaan. De heer BOSMA vraagt, of het niet mogelijk is dat het voorstel van B. en W. wordt aangehouden tot behandeling der bègrooting voor 1923. De VOORZ. merkt op, dat dit niets zou geven. Den heer ENGELSMAN komt het voor, dat Ged. Staten eigenlijk zelf niet zeker zijn of de Raadsbesluiten omtrent de aanhangige zaak in strijd zijn met de wet, omdat zij zich niet absoluut uitspreken. Spr. zou daarom een uitspraak in hoogste instantie willen uitlokken. De VOORZ. merkt op, dat er reeds zulk een uitspraak is gedaan in Utrecht. De heer BOSMA zou graag zien, indien de Raadsbesluiten worden ingetrokken, dat B. en W. met voorstellen komen ten einde inde bezwaren te voorzien. De VOORZ. zep-ï. aaf ai, voor B. en W. geen goraakke ijke mak is. Laat men vanuit den Raad met voorstellen komen. Veel liever zou spr. de zaak door ’n Raadscommissie zien onderzocht, die dan met eventueele voorstellen kan komen. De heer SIBON voelt veel voor het idee van den heer Bosma. Spr. wil de oude menschen den steun niet ontnemen. De heer GORTER zegt, dat men met omlijnde voorstellen moet komen, B. en W. zullen die dan wel (jj behandeling nemen. De heer HAASKEN, is het hiermee eens. Laat men bij de bègrooting met voorstellen konten. Spr. wil echter wel zeggen, dat het moeilijk zal gaan een oplossing te vinden. De heer JOLING gelooft, dat het inde gegeven omstandigheden beter is het voorstel van 8. en W. aan te nemen. Laat de commissie, belast met het nazien der bègrooting, de zaak dan eens onderzoeken cm zoo mogelijk met voorstellen te komen. Na nog eenige discussie wordt het voorstel van B. en W. zonder hoofdelijke stemming aangenomen. 16. Voorstel van B. en W. tot wijziging van het Raadsbesluit d.d. 27 November 1922 tot verkoop der voormalige onderwijzerswoning te Barger-Oosterveen. Het desbetreffende voorstel van B. en W. wordt zonder hoofdelijke stemming aangenomen. 17. Benoeming lid commissie IV tot wering van schoolverzuim. De opvolger van den heer Wi H. Bus wordt met algemeene stemmen benoemd. 18. Voorstel van B. en W; tot uitbreiding commissie VII tot wering van schoolverzuim. Deze commissie wordt, overeenkomstig het voorstel van B. en W., met 1 lid uitgebreid. 19. Voorstel van B. en W. inzake het plegen van overleg met de Handelsvereeniging „Emmen” inzake middenstandsaangelegenheden. De Handelsvereeniging te Emmen heeft bij adres van 17 Jan. j.l. verzocht bij eventueele behandeling van middenstandsaangelegenheden overleg te plegen met dein deze gemeente bestaande middenstandsorganisaties. Waar door den Raad indertijd ook is besloten omtrent zaken op onderwijsgebied de onderwïjs-organisaties te hooren en de consequentie eischt, dat vóór de beslissing over onderwerpen, de middenstandsbelangen rakende, de Handelsvereeniging wordt gehoord, doch het B. en W. niet gewenscht voorkomt om de toezegging te doen dat over alle, dus ook weinig beteekenende zaken in verband staande met den Middenstand, overleg te plegen, stellen B e.n W. voor, voor zoover zulks naar hunne meening noodig is, vóór de beslissing over onderwerpen, de middenstandsbelangen rakende, het gevoelen van de Handelsvereeniging te Emmen te vragen. De heer ENGELSMAN kan zich niet met dit voorstel vereenigen en hij dient een amendement hierop in, Inde toelichting hiervan zegt spr., dat hij bezwaar heeft tegen' den zin om alleen aan de Handelsverejuiging te Emmen advies te vragen. Ook met de andere middenstandsorganisaties, die er inde gemeente zijn of nog zullen komen, wil spr. rekening houden. Dit zou zeer gemakkelijk zijn, wanneer alle middenstandsorganisaties tezamen één centrale commissie benoemden en daarin hun afgevaardigden hadden. Dit zal ook wel spoedig gebeuren. Verder wil spr. over alle middenstand szaken het advies inwinnen. Het voorstel van B. en W. is zoo rekbaar en het ligt daarin alleen aan den wil van B. en W. of ze al of niet advies willen vragen. De heer HAASKEN merkt op, dat men een commissie, die niet bestaat, niet kan raadplegen en met een centrale commissie, door den heer Engelsman genoemd, kan men dus nu geen rekening houden. De heer WIERSEMA zegt, dat in deze gemeente 6 chr. mic'd nstandsorganisati:s Ie ia n Elke maand wordt een vergadering gehouden van den chr. middenstandsraad, zoodat men deze dus gemakkelijk om advies kan vragen. De heer GORTER merkt op, dat het begrip „Middenstanasbelang” zoo ongelimiteerd is. Wie zal altijd uitmaken, wat al of niet een middenstandsbelang is. Spr. gaat niet met het idee van den heer Engelsman mee. De heer BOSMA vindt, dat het voorstel van den heer Engelsman onduidelijk is. Spr. is er voor om de zaak aan te houden om er nog eens over te kunnen nadenken. De heer GORTER vraagt nogmaals om hem duidelijk te maken wat precies onder middenstandsbelangen wordt verstaan. De heer ENGELSMAN stelt zich voor, dat de eventueel op te richten centrale organisatie haar advies over nietige dingen niet zal opdringen. De heer STEENHUIS merkt op, dat in het voorstel van B. en W. wordt gezegd dat over onderwijszaken advies wordt gevraagd en het daarom billijk is dit ook te doen over middenstandsbelangen. Hiermee kan spr. zich niet vereenigen. Hij acht het onderwijs een volksbelang. Als het voorstel van B. en W. wordt aangenomen, stelt spr. zich voor, dat er weldra veel meer verzoeken zuilen komen. De heer E. HADDERS zegt dat men nu eenmaal op dit paardje rijdt. Spr. gelooft, dat het weldra zoover zal zijn, dat B. en W. niets anders hebben te doen dan maar voorlichting te vragen. Spr. is het volkomen eens met het voorstel, dat men B. en W. de bevoegdheid moet laten te beslissen of ze al dan niet advies noodig achten. Waar zou men blijven, vraagt spr., als ,B. en W. overal advies voor moeten vragen? De heer GORTER merkt op, dat B. en W. voorstellen om over mj/idenstandsbelangen advies te vragen. De Middenstand heeft inden Raad toch wel zijn vertegenwoordigers. Als dan eens overeen of andere zaak geen advies is gevraagd, kan men daar toch altijd aanmerkingen op maken. De heer ENGELSMAN zegt, dat decentrale commissie, zooals hij die zich heefi gedacht, nog niet bestaat. Spr. vraagt den heer Gorter of deze als chr. middenstander er zich mee kan vereenigen, dat alleen aan de Handelsvereeniging te Emmen advies gevraagd zal worden. De VOORZ. had een anderen klank inde discussies verwacht. Spr. moet weerstand bieden aan hetgeen hij eigenlijk wel zou willen zeggen. Misschien is het geen geheim, dat er al langen tijd een beetje tegen B. en W. is opgetrokken alsof het college vijandig staat tegenover de middenstandsbe:angen. B. en W. zijn spoedig na het verzoek van de Handelsvereemging met hunne voorstellen gekomen. In het voorsteif’wo&H alleen van de Handelsvereeniging te Emmen gesproken. Dit is een abuis geweest, want B. en W. hadden besloten om advies te vragen aan dein de gemeente bestaande middenstandsorganisaties, in verband waarmee spr. het ingediende voorstel in dien geest wijzigt. De heer Engelsman zal spr. moeten toegeven, dat, als zijn voorstel wordt aangenomen, om n.l. over alle zaken advies te vragen, het voor B. en W. vrijwel onmogelijk is om on den ingeslagen weg door te gaan. Hot gevolg zou zijn, dat niet alleen zger veel kwesties aan de orde zouden konten en er ontzettend veel tijd verloren zou gaan, doch de autonomie van B. en W. zo,u men geheel den bodem intrappen. Spr. gelooft, dat het dan maar beter is om het college onder curateele te zetten. Wat belet den leden bij eventueele zaken waarover B. en W. geen advies hebben gevraagd om het college te vragen dat advies alsnog in te winnen? Waar zal het naar toe om over alles te raadplegen? Ook op onderwijsgebied zijn uitzonderingen gemaakt. Spr. raadt ten sterkste af om B. en W. in dezen geheel aan banden te leggen. Misschien komen straks de landbouwvereenigingen ook nog wel met het verzoek om advies te vragen over landbouwaangelegenheden. Wanneer de heer Engelsman in het college van B. en W. zat, zou hij het onmogelijke van zijn voorstel inzien. Spr. had verwacht, dat men het voorstel van B. en W. had toegejuicht. Op grond vaneen en ander houdt ppr. vast aan het voorstel van B. en W. Hij kan evenwel goed vinden, dat men deze zaak aanhoudt totdat een centrale commissie uit den middenstand zal zijn tot stand gebracht. Als antwoord aan den heer Steenhuis, merkt spr. op, dat de middenstandsbelangen toch ook zeer zeker als volksbelangen zijn aan te merken. De heer ENGELSMAN kan zich er wel mee vereenigen om de zaak voorloopig aan te houden; Zeer zeker stelt de Handelsvereeniging te Emmen het op prijs; dat B. en W. zoo spoedig na het adres met voorstellen zijn gekomen. Spr. werpt het ver van de schouders der middenstanders als zouden ze B. en W. tegenwerken. Tennrnste de Handelsvereeniging te Emmen is niet tegen het college gekant. De VOORZ. zegt dank voor deze woorden. Spr. kon tot geen andere conclusie komen dan die hij zooeven uitsprak, gezien de uitlatingen die de Middenstand zou nebben gedaan, blijkens hetgeen hieromtrent inde bladen voorkwam. De heer WIERSEMA zegt, dat de chr. middenstandsraad graag zou zien, dat B. en W. zijn adviezen accepteerden. De VOORZ. zegt al hij voorbaat, dat dien niet moet verwachten, dat B. en W. de adviezen altijd zullen aceepteeren. Wel wil het college gezonde adviezen in studie nemen. Spr. stelt voor het adres terug te zenden aan het college van B. en W. en opnieuw ter tafel te brengen wanneer de bedoelde centrale commissie zal zijn samengesteld. Na nog eenige discussie' wordt hiertoe besloten. 20. Voorstel van B. en W. inzake wijziging der verordening op de winkelsluiting. B. en W. stellen, naar aanleiding vaneen desbetreffend verzoek van de Handelsvereeniging te Emmen, voor om toe te staan, dat de winkels zeven werkdagen vóór en op den dag waarop 5 December valt, alsmede op den tweeden Paaschdag, den Hemelvaartsdag, den tweeden Pinksterdag, den tweeden Kerstdag en op zeven werkdagen vóór de genoemde chr. feestdagen open worden gehouden tot des avonds 11 uur. Verder om B. en W. te machtigen om in bijzondere gevallen, ter hunner beoordeeling, op schriftelijke aanvraag van belanghebbenden vergunning te verleenen de. winkels tot een later uur dan hierbdveff Is vermeld open te houden. De heer ENGELSMAN kan zich volkomen met dit voorstel vereenigen en zegt nogmaals, dat de Handelsvereeniging zeer zeker erkentelijk zal zijn, dat zoo spoedig haar verzoek wordt ingewilligd. Het voorstel van B. en W. wordt hierop zonder hoofdelijke stemming aangenomen. 22. Benoeming en ontslag onderwijzend personeel. Aan den heer J. Hummel wordt op verzoek eervol ontslag verleend als hoofd der school te Nieuw-Weerdinge en aan den heer I. 1. Frank als onderwijzer te Emmen. De heer STEENHUIS vraagt of het ontslag van den heer Frank op verzoek word (-'gegeven. De VOORZ. antwoordt toestemmend. De voordracht voor de benoeming vaneen onderwijzer aan de o. 1. school Ite Emmer-Compascuum luidt: 1. T. Dokter te Utrecht; 2. A. H. Kinds te Leerdam: 3. G. H. Drese te Den Haag. De heer Dokter wordt met algemeene stemmen benoemd. Eveneens wordt met algemeene stemmen benoemd mej. A. Voorwinde te Emmer -E r f scheidenveen, als onderwijzeres aan de school te Barger-Compascuum I, eenige sollicitante. Hierop komt aan de orde: 24. Vaststelling nieuwe verordening op de heffing eener plaatselijke inkomstenbelasting. De heer GORTER zegt, dat de verordening is goedgekeurd tot 1 Januari 1923. De benoemde Raadscommissie heeft de zaak van aftrek voor noodzakelijk levensonderhodd voor bloedof aanverwanten, tezamen met elkaar één gezin vormende, op alle mogelijke wijze bezien. Het is echter niet doenlijk, om alle bezwaren te voorkomen. De commissie is tot het resultaat gekomen om voor te stellen den aftrek voor bedoelde personen te bepalen op f450. De VOORZ. zegt, dat de commissie z.i. zeer ver gaat met het begrip van bloed- of aanverwantschap. Spr. zou niet verder willen gaan dan tot den eersten of tweeden graad. De heer GORTER ziet niet in, dat het voorstel schadelijk is voor de gemeente. De VOORZ. merkt op, dat men in dit geval niet alleen de belangen .der gemeente moet vooropstellen, doch ook de individueele. Spr." geeft eerst in behandeling den aftrek van f 800 plus f25 voor ieder kind beneden 16 jaar en den aftrek voor ongehuwden van f 700. Deze verhouding vindt spr. niet goed. De heer ENGELSMAN stemt den voorz, toe dat het verschil van aftrek voor gehuwden en ongehuwden niet groot genoeg is. Spr. meent, dat indertijd door den Raad besloten is om den aftrek voor gehuwden te bepalen op f 1000, doch dat dit van hcogernand is verworpen. De VOORZ. weet dit niet zeker. Wel meent hij zich te herinneren dat besloten was tot een aftrek van f 800 plus f5O voor ieder' kind beneden 16 jaar en dat dit verworpen is. De heer ENGELSMAN stelt voor om den aftrek voor ongehuwden te laten op f7OO en die voor gehuwden te brengen van fBOO op f 900 plus f5O voor ieder kind beneden 16 jaar. Nog liever zou spr. den aftrek bepaald zien op f 1000. De VOORZ. geeft in ernstige overweging om niet op dit voorstel in te gaan. Indertijd is krachtig geprobeerd om een aftrek bepaald te zien van fBOO en f5O. De Minister heeft nadrukkelijk gezegd, dat hij er niet aan denkt om dat goed te keuren. Als men dus het voorstel aanneemt zal men niets anders bereiken dan tijdverlies. De heer ENGELSMAN merkt op, dat de Minister z.i. dan niet alle gemeenten gelijk behandelt, dat er gemeten wordt met twee maten, want spr. meent, dat v.oor Groningen een aftrek van f 750 pius f 100 voor ieder kind is toegestaan en het is geen houdbaar standpunt als men zou zeggen dat dit billijk is omdat men hier niet ineen stad woont. Spr. zou graag zien dat de Raad uitsprak zich niet te kunnen vereenigen met het standpunt van den Minister. De VOORZ. zegt, vJi de Mildste? korf geleden heelt bericht, dat deze gemeente uit jaar geen subsidie krijgt voor de kosten in het gewoon lager onderwijs. Gaat men nu het percentage van .den hooldelijken omslag omhoog drijven, dan zal, zegt spr., men ons dit zeer zeker van hooger hand bij eventueels aanvrage om steun inde schoenen, schuiven. Het linantieel beheer der gemeente Emmen is op ’t oögenblik zeer moeilijk en men is te veel aangewezen op steun van het Rijk. De heer GORTER merkt op, dat de Raad indertijd voor de keuze is gesteld dm een aftrek van f 800 en f 25 of f 650 en f 100 te bepalen en de Raad heeft toen het eerste gekozen. Spr. vindt het monnikenwerk om daarin nu verandering te brengen. Wel voelt ook spr. de onbillijkheid van het kleine verschil inden aftrek voor ongehuwden en gehuwden en hij is er daarom voor om den aftrek voor óngehuwden te brengen op f6OO. De heer JOUNG is er tegen om den aftrek voor de ongehuwden te verlagen, waar men het er algemeen over eens is dat de aftrek) niets te hoog is. Als men het gaat verlagen, schept men een nieuwe onbillijkheid. De VOORZ. is var. meening, dat men de onbillijkheid wegneemt door het verschil in aftrek te vergrooten. De aftrek voor de ongehuwden is in verhouding tot dien van de gehuwden te hoog. De heer ENGELSMAN merkt op, dat toegestemd wordt, dat de aftrek voor de gehuwden onbillijk is te achten en hij zou daarom zeggen, laat men er toch geen nieuwe onbillijkheid bij scheppen. Spr. zou van twee kwaden het minst erge willen kiezen. Spr. meent, dat men beste resultaten heeft gehad met de invordering van den hoofdelijken omslag. Het komt den VOORZ. voor, dat men wat te optimistisch is gestemd. Van het bedrag ad f 1.046.000 voor het dienstjaar 1921/1922 is nog maar binnengekomen een bedrag van f525.000, dus ruim 50«/ o. Van de andere 50 °/o moet men nog afwachten wat daarvan binnenkomt. Voor het dienstjaar ’22/’23 heeft de Inspecteur slechts een bedrag van f465.000 op het kohier. Het gaat dus hard achteruit met het belasfbaar inkomen. Als wij, zegt spr., ons crediet niet terug krijgen, weet spr, niet hoe de zaken voor elkaar zullen worden gehouden. De heer BOSMA merkt op, dat de commissie, benoemd voor onderzoek van de verordening, gemeend heeft, dat niet aan den aftrek voor ongehuwden moest worden getornd, ook al omdat de kosthuizen inde gemeente duur zijn. Spr. geeft in overweging om te besluiten overeenkomstig het voorstel van de commissie. De VOORZ. merkt op, dat toen indertijd de aftrek voor gehuwden werd bepaald op fBOO en f 25 Ide levensmiddelen beduidend duurder waren dan op ’t oogenblik. Welk een indruk zou het dus maken, als men nu voorc stelde om den aftrek hooger te bepalen. De letterlijke toepassing van het artikel, waarin de aftrek door de comm. voorgesteld wordt óp f450, n.I. voor de bloed- of aanverwanten, te zamen één gezin vormende, hangt geheel af van het inzicht van den Inspecteur. De heer ENGELSMAN gaat mee met het voorstel van de commissie, omdat hem ook bekend is, dat de bepalingen van de oude verordening tot ongewenschte dingen aanleiding hebben gegevpu. Liever nog zoü spr.zien, dat de aftrek' werd bepaald op f 50(7. v, Nadat nog geruimen tijd over deze aangelegenheid is gesproken, waarbij blijkt, dat niemand een regeling weet, waardoor alle moeilijkheden worden weggenomen, wordt overeenkomstig het voorstel van de commissie den aftrek voor bloed- of aanverwanten, tezamen één gezin vormende, bepaald op f450 per, persoon Uit rep komt in behandeling een voors'.el van B. en Vv om den aftrek van f7OO voor, ongehuwden te bepalen op f6OO. De heer BOSMA vindt dit onbillijk. De heer HAASKEN zegt, dat men toch moet toestemmen dai het verschil tusschen den aftrek \ oor gezinshoofden en ongehuwden niet billijk is. De heer ENGELSMAN zou die onbillijkheid voor rekening van den Minister willen laten. De heer BOSMA acht een aftrek van f7OO niets te hoog, gezien de hooge kostgelden die rnen moet betalen. De heer HAASKEN merkt op, dat men dan ook ma.- ' niet zulke hooge eischen aan een kosthuis moet stellen. De heer BOSMA zegt, dat het daar niet van komt dat het kostgeld zoo hoog is. Met moeite kan men een kosthuis vinden. Het voorstei van B. en W., hierop in stemming gebracht, wordt aangenomen met 12 tegen 6 stemmen. Tegen stemmen de heeren Van Wieren, Joling, Steenhuis, Engelsman, Bosma en Brokstra. De heer ENGELSMAN heeft de bestaande tabel inde heffingsverordening eens nagezien en is tot de conclusie gekomen, dat de progressie op de hoogere inkomens niet sterk genoeg is. Thans gaat men met de progressie tot 6.20 %, terwijl men gaan mag tot 8.35 °/o. Spr. vindt dat hierin een groote onbillijkheid schuilt, want de hoogere inkomens worden thans niet zoo zwaar belast als de lagere. Spr. stelt dan ook voor om de progressie vóór de hoogere inkomens op te voeren. Een lijstje van de regeling zooals spr. zich die heeft voorgesteid, wordt den voorz. overhandigd. De VOORZ. stelt voor om de vaststelling van de verordening, waar de voorstellen van den heer Engelsman van zoo'n diepingrijpenden aard zijn, aan te houden, hoewel men dan de kans beloopt, dat het kohier niet op tijd zal klaar komen. De heer SIBON vraagt of het voorstel van den heer Engelsman niet direct in behandeling kan worden genomen. De VOORZ. heeft hiertegen ernstig bezwaar. Spr. wil de zaak eerst eens grondig onder de oogen zien en behandelen inde Wethouders* vergadering. Met de opvoering der progressie zegt spr., zijn wij indertijd zoo ver gegaan als wij meenden dat gegaan kon worden. Spr. weet niet wat de gevolgen zullen zijn ais de progressie hooger opgevoerd wordt. De heer E. HADDERS is het met den voorz. volkomen eens. Spr. wil nu wel al verklaren, dat hij vierkant tegen het voorstel van den heer Engelsman is. Als die voorstellen werden aangenomen, zou men den Middenstand neelemaal dooddrukken. Vele kapitaalkrachtigen zijn hier ai weggegaan en er zouden dan nog meer volgen. Spr. geeft ernstig in overweging om hiermee rekening te houden. Hij waagt het er op om zich te laten uitschelden voor verdediger van het kapitaal, wetende dat hij door deze woorden en daden handelt in het belang van de arbeiders en de middenstanders. De VOORZ. stemt toe, dat, werd het voorstel van den heer Engelsman aangenomen, de Middenstand duchtig werd aangepakt. De heer ENGELSMAN kan in zijn voorstel niet anders zien, dan dat de Middenstand er door ontlast wordt. Hij heeft zijn voorstel dan ook alleen in het belang van den Middenstand gedaan. De heer JOLING geeft den heer Engelsman in overweging om zijn voorstel nu in te trekken, omdat het kohier anders misschien niet op tijd zal gereed komen. De heer SIBON stelt voor om het voorstel van den heer Engelsman direct in stemming te brengen. Hiertoe wordt besloten en het voorstel verworpen met 13 tegen 6 stem*» _ : Voor stemmen- dceren Van Wifjèri, Steenhuis, Engelsman, Bosma en Brokstra. Hierop wordt de openbare vergadering gesloten en eerst na ruim 2i/a uur heropend! Thans komt aan de orde: 23. Adressen van J. Syderius en S. Maneschijn om overplaatsing als hoofd der school naar Nieuw-Weerdinge 11, met prae-advies van B. en W. B. en W. stellen voor afwijzend op, de adressen te beschikken. Aldus wordt zonder hoofdelijke stemming bèsioten. In geheime vergadering zijn behandeld: 25. Behandeling reclames hoofdelijken omslag, dienst 1919, 1920 en 1921. 26. Behandeling schoolgelden dienst 1921, 27. Behandeling hondenbelasting, dienst 1921/1922. 23. Vaststelling suppletoir kohier hondenbelasting, dienst 1922/1923. Rondvraag. De heer ABELN zegt, dat een arbeider bij hem is geweest, die een dochter heeft, die niet goed bij haar verstand is. Deze arbeider is ook al bi] den voorz. geweest om over opzending naar een gesticht te spreken. Spn vraagt wat of B. en W. met deze zaak willen doen. De VOORZ. zegt, dat deze zaak voor onderzoek in zijne handen is gesteld en het resultaat hiervan zal inde e.v. Wethoudersvergaderingl worden meegedeeld. Spr. deelt mee, dat B. en VV. hoogst zuinig zijn met het opzenden naar krankzinnigengestichten, in verband met de zeer hooge kosten. Alleen inde uiterste! gevallen wordt er toe overgegaan. De heer E. HADDERS heeft dezer dagen: iemand gesproken, die hem meedeelde, dat dd levering van schoolbehoeften altijd gegeven werd aan een firma buiten de gemeente, zonder, dat aan dein deze gemeente gevestigde zaken gelegenheid wordt gegeven om in te schrijven. De VOORZ. zegt, dat het vroeger de gewoonte was om de levering van school behoeften aan te besteden. Thans belast de afd. Drenthe van den Bond van Ned. Gem., waarvan ook de gemeente Emmen lid is, zich met coöperatieven aankoop, waarvan men reeds veel voordeel heeft gehad. Wij zoeken, zegt spr., den goedkoopsten weg en als de. afd. Drenthe van den Bond van Ned. Gem. kan aantoonen dat hij het goedkoopste kan aankoópen, moet men daar toch van betrekken. De heer E. HADDERS merkt op, dat zijn zegsman durfde beweren, dat ze inde eerste plaats absoluut geen kans hebben om in te. schrijven en inde tweede plaats dat hij de schoolbehoeften goedkooper kan leveren. Zouden wij, vraagt spr., misschien thans ookl duurder inplaats van goedkooper koopen? De VOORZ. zegt, dat men wel kan zeggen', dat men goedkooper kan leveren. Als men, dit beweert moet men echter weten wat fcte gemeente er nu voor betaalt De heer BOSMA zou graag zien, omdat de meeste Raadsleden nog al een grooten afstand! moeten afleggen om het gemeenteh’uis te bereiken, dat de Raadsstukken aan de leden; thuis werden gezonden. De VOORZ. zal op dit verzoek! bij de ,bt* handeling van de bègrooting terugkomen, „j** De heer E. HADDERS zegt, dat inde vbrige vergadering, toen hij al was vertrokken, gesproken is over het navorderen van belasting. Spr. vraagt, wat over deze aangelegenheid is besloten. De VOORZ. zegt, dat B. en W. opgedragen is om te onderzoeken, door vergelijking der kohieren, of navordering plaats dient e hebben. Een eventueel navorderingskohier komt wel ter behandeling inden Raad. De heer WESTERA zegt, dat de weg langs de Kloostermanswijk allertreurigst is. Waar men bij de verbreeding van het kanaal verlegen zit met het zand, geeft spr. B. en W. in overweging om den weg met dat zand verbeterd te krijgen. De VOORZ. meent, dat bQdoelde weg niet het eigendom van de gemeente is. Men zal zich dus tot de eigenaren moeten wenden. Evenwel spr. zal deze zaak laten onderzoeken. Daar hierop niemand meer het woord verlangt, wordt de vergadering door den voorz. gesloten. --- Uit het leven. ADIEU WILLEM ! * (Een afscheidslied vflüß Willem Broekhuys). Zoo g'a je nu dus rentenieren Van je zoo zuur verdiende geld En trek je naar het zoele Zuiden, Waar je een villa hebt besteld. Zeg, Wim, je bent dus maar het heertje. Al scheldt de wereld je O. W., Jij lacht om heel het wriem’lend zoodje In Nice aan de blauwe zee!! Jij' wist het kaaskop-ras te plukken, De boertjes van het continent, De uitgeslapen handelslieden, Heel de valuta-sjacher-bent! En nu je alles hebt gegrepen, Wat er voor jou te grijpen was, Nu trek je er bedaard van tusschen, Met heel je vetgespekte kas!! Zeg, Wim, je moet geen villa koopen, Die heb je zelf in overvloed, Da’s goed voor obligatie-schorem, Bij jouw stand hoort een riddergoed! Een adellijk familiewapen Met de symbolen half om .half, Aan d’eene kant een gouden tientje, Aan d’and’re kant een gouden kalf!! Je hoeft je niet bepaald te schamen Voor wat je moeizaam heht bereikt. Hoewel het soms, in zeek’re mate, Op een bescheiden gokje lijkt! Ga jij maar mijmeren en droomen, Jij hebt je landje niets misdaan, Jij knikkerde, niet onverdienst’lijk, De heele rechtbank van de baan! Voor jou is nu de rust gekomen, Ga ’s middags kalm een dutje doen En zoek geen omgang met families Met minder dan een zes millioen. Blijf trots je eigen stand bewaren, Dring je niet bij den adel in, Want met het oog op je verleden, Is al dat plebs voor jou te min!! "f Tabee dan Willem, wees tevreden. Voordat je weer gesjochten bent, Blijf ook als eerzaam renteniertje, Dezelfde onverschrokken vent! Laat Frankrijk voelen, wat je waard bent, Trek met liefdadigheid van leer, Dan krijg je voor het front der troepen. Misschien nog ’t Legioen van EerlH Februari 1923. „ ' |Krs, (Nadruk verboden.) --- Feuilleton. De Ijzeren Ridder door L. VON WINTERFELD—PLATEN. 2) Nadruk verboden. Tegen den nacht werd de storm: steeds heviger. i Het had nu opgehouden te sneeuwen. Over de losse krakende ïjsschollen deed e,en man een tocht op leven en dood. Al zijn kracht van spieren en denken had hij gericht op dit ééne doel, de overzijde te bereiken. Het geheele lichaam gereed tot een sprong speurden zijn oogen zoekend, naar een schol, die sterk genoeg zou zijn, om hem te dragen. Maarde oever was nog ver. En de lichten van Rathen weken steeds verder weg inde duisternis, want de stroom sleepte hem meed oogen loos mee, zijn doel niet achtend. Als met haalden stak de scherpe Noordenwind, en had de donkere pij van den worstelenden man opengerukt, zoodat de sterke borst geheel bloot iwas gekomen. Zoo stond hij daar, telkens even ipoozend, wanneer 'hij een steunpunt had gevonden, iedere spier gespannen, scherp luisterend naar ieder, waarschuwend kraken, onder hem, het koord, dat hij van het middel pad losgemaakt inde half bevroren handen. Nu waagde hij weer een sprong en weer een. Een groote schol had hem nu zoo dicht bij den oever gebracht, dat hij dien bijna grijpen kon. Hij boog het lichaam een weinig) terug en toet een behendigen zwaai wierp hij de lus van het koord om een kleinen paal aan den oever, die als een donkere silhouette uit de sneeuw oprees. i Er was hier een hek(, dat de weide afsloot en de man moest wel goed bekend zijin in deze omgeving, want een vreemde zou dit zeker niet hebben opgemerkt inde: duisternis. Met een krachtigen ruk trok hij! zich naar den oever. Hier was de bodem rotshard en giaci van de vorst. i- ; l ■. De man wierp zich op de knieën neer en kuste den grond, die hem veilig droeg. O! heilige bodem! Dierbare geboortegrond! Lang heb ik rondgezworven inden vreemde. Maar steeds rusteloos. Want alles in mij riep; om fnijn geboorteland, om1 Iden burcht van mijn vaderen, dien zij mij hebben ontnomen. O! geboorteland’! Vervreemd en veracht ben ikv maar deern gij mij pp! Neem mij op. Ik ben toch uw kind —. f Zijn smeekende, hartstochtelijke Stameling) eindigde ineen snik. Hij duwde het hoofd tegen den harden, ijskouden grond* zijd leden trilden* '< < < ' •< ’ ' " \ Alles om hei» heen was duisternis en jijs en geen gastvrij dak wachtte den vreemden reiziger. Hij richtte zich op. Toen voelde hij een scherpe pijn inden schouder. Hij ‘tastte met de hand naar (de pijnlijke plek’, en bemerkte toen, dat zijn kleed geheel doorweekt was van bloed. Een pijl van de Bohemers moest hem getroffen hebben, zonder dat hij’ dit bemerkt had. Hij strekte de hand, die nat was van bloed, voor zich uit, zoodat de roode druppels jn de sneeuw vielen. Bij dit bloed uit mijn wonde, fluisterde hij hartstochtelijk en ontroerd, zweer ik, dat ik mij u weer zal veroveren, heilige geboortegrond! Zoo waar ik Ra timer von Rathen ben. Toen begon hij langzaam langs den oever terug te loopen, doch zonder aarzelen, want hier kende hij1 iedere kromming, iedere oneffenheid van den weg totdat de lichten van Rathen weer vóór nem uit de duisternis opdoken. De stroom had hem toch een flink eind afgevoerd. Maar nu stond hij voor het donker rotsgevaarte, dat toenmaals nog zoo dicht aan Ide Elbe stond, dat het water de muren van Iden burcht wel haast kon beroeren. Als lichtende oogen schenen de lichten van den burcht iden donkeren nacht in. Woest beukr te de wind tegen den zwaren wachttoren. Twee drie maal sloop, de monnik om den burcht heen. In zijn oogen lag iets van de uitdrukking vaneen verwoed dier, dat gereed is tot een sprong. Zijn tanden gingen knarsend over elkander, maar angst kende hij niet, want ineen plotseling besluit liep hij op de met ijzer beslagen poort toe en hief den zwaren klopper op, om dien met kracht weer te doen neervallen. De torenwachter deed mopperend open, maar toen hij den monnik voor zich zag staan, verhelderde zijn gelaat. Gij komt ter rechter tijd voor het heilig Kerstfeest, vrome broeder, wij wachten u reeds. En hij wees met den duim over den schouder achter zich, waar achter de ophaalbrug net slot als een onbestemde donkere massa in Üe duisternis" lag. > De monnik maakte als groet het teeken des Kruises en trad zwijgend de poort binnen. Wat had die man hem gezegd? Kerstmis? Heilige Kerstmis? Hij streek zich met de hand langs het voorhoofd. Daar had hij in net geheel niet meer aan gedacht. Langzaam trad hij verder met een gejaagden, onderzoekenden blik iederen muur en ieder bolwerk opnemend. Wel, bij den dood van koning Wenzel! Daar hadden ze den stal verbouwd! En boven inden wachttoren het luik weer aangebracht, dat toen in dien nacht der verschrikking door den brand was weggenomen in dien nacht, toen men hem van Rathen had Weggejaagd ais een, dollen, houd == een daklooze, beroofde arme zwerver. Hij drukte de tanden ia hetj vleesch. Zijn scherpe blik was overal, had iit een oogwenk alles overzien en opgenomen. Als roofvogels, die met hun scherpe klauwen: zich vastklampen aan een steden rotswand om: toevlucht en houvast te zoeken, zoo klampten! zijn brandende oogen zich vast aan steen naj steen, balk na balk, wild en rusteloos. Was hij er dan als kleine "jongen niet bij geweest* toen zijn grootvader den burcht liet bouwen? Had zijn vader hem niet op zijn sterfbed tot heer van Rathen en Hockstein gemaakt? En nu regeerden hier de mannen van Hens burchtgraaf van Königstein. En wie hem, den’ rechtmatigen heer van Rathen vond, kon hem doodslaan, want hij was vogelvrij. Hij richtte zich hoog op onder zijn donkere pij. Zij mochten komen! Hier kende niemand hem meen. De jaren, die hij inden vreemde had doorgemaakt, hadden hem daarvoor te veel veranderd. f Voor deze, allen hier was Ratimer von1 , Rathen reeds lang dood. Vóór hen stond hier buiten inde sneeui'wf slechts een verkleumde, vermoeide monnik. I En dwars over den hof liep. hij pp de», keukeningang toe. Wordt vervolgd! ---