RECHTSZAKEN. hof te arnhem. 'Yalsche verklaring. Gisteren werden voor liet gerechtshof te Arnhem, onder praesidium vim mr. Cremers, achtereenvolgens drie crimineele zaken uit Zwolle behandeld. De beide eerste betroffen valsche getuigenis in een politiezaak, ten voordeele van de beklaagden afgelegd. De beschuldigde Derk van den Bos had voor het kantongerecht te Zwolle van 14 Jan. in de zaak van J. G. Hartdorff en Willem Mooi — beschuldigd van in den nacht van 5 op (i Dec. 1885, omstreeks half een, m de Diezerstraat te Zwolle, te zamen en in vereeniging zoo luidruchtig te hebben gezongen, dat daardoor de rust der inwoners kon worden verstoord — onder cede verklaard, dat Hartdorff met zong op het oogenblik der arrestatie en ook niet onmiddellijk daarvoor en zelfs niet gedurende de laatste twintig passen door Hartdorff vóór de arrestatie afgelegd. De agenten Cornelis Mulder en Pieter Koesink verklaarden juist het tegendeel. Zij bevonden zich dien nacht 0]) surveillance, en na herhaaldelijk eenige personen, die zeer luidruchtig waren, te hebben aangemaand zich kalm te houden, hebben zij Hartdorff en Mooi, die steeds doorgingen met zingen, gearresteerd. Beschuldigde bekende de feiten en gaf op dat hij wel wist een valsche verklaring te hebben afgelegd, maar dat hij uit koppigheid en omdat hij een borrel op had, daarbij is gebleven. De advocaat-generaal, jhr. mr. Sandberg, rcquireerde na toelichting een cellulaire gevangenisstraf van negen maanden. Zijn verdediger, mr. Bijleveld, bracht eenige verzachtende omstandigheden te berde, en verzocht een lichte straf. Vervolgens werd de zaak van Karei Kristoffel Ester behandeld. In den avond van 7 Nov. werd er onder een troep werklieden, die te 6 uur van hun arbeid huiswaarts keerden, gezongen, en de politie arresteerde een der daders, Hartdorff bovengenoemd. Deze stond 10 Dec. voor het kantongerecht terecht, wegens het maken van nachtelijk burengerucht. Als getuige a décharge had hij dezen beschuldigde meegebracht, die onder eede verklaarde, dat hij met andere werklieden in dien avond naar huis gaande, komende van den constructiewinkel, naast beklaagde had geloopen, en dat deze reeds van de viaduct af niet gezongen had, dat hij naast hem was blijven loopen, toen hij aangehouden werd, maar geen zingen gehoord hadDe inspecteur van politie Fundter en de hoofdagent Visscher verklaarden dat beklaagde voor en onder de arrestatie gezongen en geschreeuwd heeft. - Berouwvol beleed de beschuldigde de feiten. Hij had op het kantongerecht bezijden de waarheid verklaard, later had hij daar gewetenswroeging over gekregen en zich zelf bij de justitie aangegeven. Het O. M. achtte de feiten bewezen en hoewel Ester's vrijwillige bekentenis moest goedgekeurd worden, luidde ook dit requisitoir negen maanden cellulaire gevangenisstraf. Mr. Bijleveld bestreed in deze de qualificatie. De persoon, die door den kantonrechter wegens nachtelijk burengerucht werd veroordeeld, is door de rechtbank ontslagen van alle rechtsvervolging, om reden dat hot niet bewezen was dat het zingen rustverstorend was geweest. En nu zou beschuldigde een valschen eed hebben gedaan in een politiezaak, die volgens de rechtbank daarop niet als zoodanig mocht gelden. Pleiter geloofde dat dit streed met art. 362 van den C. P. Subsidiair verzocht pleiter een zeer lichte straf, en wees er vooral op dat Ester het misdrijf zelf had aangegeven. Na voorlezing van tal van verschillende bewijzen van goed en vlijtig gedrag ten gunste van zijn cliënt afgegeven, beval spreker hem aan in de clementie van den hove. Verduistering van gelden. In de derde zaak verscheen Arnold Bakker, 23 jaar, postbode van Zwolle op Zalk. Hij is bij resolutie van den minister van watei staat, handel en nijverheid van 20 September '82 als zoodanig aangesteld en beeedigd. In die betrekking was hij o. a. belast met het bezorgen van postwissels aan de geadresseerden in zijn ressort, welke stukken hem aan het postkantoor te Zwolle met de daarop vermelde bedragen worden ter hand gesteld, om die aan de geadresseerden, na voldaan-teekening, ter hand te stellen, waarna hij die aldus gequiteerde postwissels weder aan het kantoor te Zwolle moest inleveren. Met een aantal postwissels heeft hij zulks niet gedaan, en om zelf, wat zijn handteekening betrof, niet er in te loopen, had hij een jongetje, Westenberg, gevraagd, verschillende door hem opgegeven namen, als bewijs van kwijting, op de postwissels te plaatsen, waaraan hij, zooals getuige verklaarde, voldaan had. Zoo had hij de gelden van zes postwissels, respectievelijk groot f 31.50, f 30, f 29.35, f 25.50, f 12.50 en f 28, verduisterd en de gelden ten eigen bate aangewend, hetgeen de landbouwers Van der Kolk, Van der Hoek en Rankenberg, allen woonachtig te Zalk, kwamen verklaren. Deze laatste gaf nog op, dat een familielid van beschuldigde 's middags voor zijn arrestatie het hem toekomende kwam uitbetalen. De getuigen De Jong, hoofdbesteller, en J. S. Parker, commies, beiden werkzaam ten postkantore te Zwolle, verklaarden, eerstgenoemde dat de voormelde postwissels met de daarop uitgedrukte sommen in geld aan beschuldigde door hem ter hand gesteld waren, om die gelden aan de geadresseerden uit te reiken, en laatstgenoemde, dat alle commiezen bij de posterijen te Zwolle, ieder op hun beurt en naarmate de dienst aangaat, voorschreven voldaan-geteekende postwissels van beschuldigde in ontvangst genomen en hem daarvoor op zijn boekje gequiteerd hadden. Beschuldigde bekende alles volmondig. Hij was tot die verduisteringen gekomen, daar hij vroeger 40 gulden, ter bezorging gekregen, verloren had; ook misbruik van sterken drank was de rede. Het 0. M. de feiten nagaande, geloofde dat zoowel het wettig als overtuigend bewijs geleverd was. Aangaande de straf kon hij niet anders dan tuchthuis vragen, daar eenigon tijd geleden het hof voor dezelfde feiten den postbode van Zwolle op Wijhe ook had veroordeeld. De eisch was 7 jaren tuchthuis. Mr. Bijleveld meende dat tegen het bewijs niets viel te zeggen, maar kon het O. M. niet toegeven dat hier art. 145 C. P. van toepassing is. Dat artikel vereischte „dans 1'exercice", en in casu was gehandeld „pendant 1'exercice". Dit helderde pleiter met voorbeelden op en was van oordeel dat 147 C. P. van toepassing was. Na don hoogen eisch van het O. M. bestreden te hebben verzocht hij een lichtere straf. Het hof bepaalde de uitspraak over acht dagen. --- Aanbestedingen. — Heden Vrijdag 12 Maart is in een der lokalen van het provinciaal bestuur te Zwolle bij enkele inschrijving herverpacht, de tollen nos. 1, 2, 3,4 en 5 op den weg langs de Dedemsvaart van de Lichtmis tot Heemse, voor den tijd van een jaar, ingaande I Mei 1886, en voor den tijd van drie jaren, tol no. II op den weg van Zwolle over Almelo naar Hengelo; de hoogste bieders waren: voor tol nos. 1, 2, 3 en 4, L. Troost, te Nieuwleusen, voor f 636, f 492, f 712 en f772, voor tol no. 5, H. Klement, te Heemse, Ambt Hardenberg, voor f 155, en voor tol no. 11, H. van Rijssen, te Wilp bij Deventer, voor f 1325.30 per jaar. --- TELEGRAFISCH WEERBERICHT. Vrijdag 12 Maart voorm. 8 uur. Medegedeeld door de Filiaal-Inrichting te Amsterdam van het Koninkl. Nederl. Meteorologisch Instituut. Plaatsen. ■ë s S'ïïJ p & £ 1 Windr Toestand dor lucht. ö ^ s .j