Dit nommer bestaat uit twee bladen Dit nommer bestaat uit twee bladen Agenten van dit blad zijn: te AIKlIiO: Joh». "Wilmes; SOB.Nl: J. c. Heise; DIDIMSVAABT: H. L. v. d. Veoht; DïLDlN: J. Bettman; DIVINTIK: Jao. van der Meer-, ILBURG: A. Hengeveld; INSCHIDI: J. ten Cate Bz.; I?I: J. L. Scholten; GINEMUIDIN: J. W. E. Jonkers; HASSILT: A. "Weinreich Jz.; HATTIM: W. v. d. Berg; HEEBDI: D. Proper; HENGILO: H. L. Smit; KAMPBS: G. Jurling; MEPPEL: H. ten Brink; OOTMABStTM: F. J. Schuiten; OLDISZAAL: F. Banning; OLST: B. Maten Gz.; OMMIN: G. Ekkel; &IJSSSN: de firma "Wed. J. B. ter Horst; ■TÏKNWIJK: H. Spanjaard; WIJH1: H. Arends; ZWABTSIUIS: H. J. Kuiper. --- BINNENLAND Officieele berichten. Bij Koninklijk besluit is bepaald, dat de commissie tot het afnemen van het eindexamen aan de aspirant-administrateurs der le afdeeling in dit jaar zal zijn samengesteld als volgt: voorzitter de hoofdinspecteur van administratie J. W. Groeneyk; leden: de inspreoteur van administratie F. H. M. Kant en de officieren van administratie le kl. I. Lombaard, W. Baerts en E. G. de Wijs; adviseerend lid: de officier van administratie le kl. J. F. de Hart; secretaris, uitsluitend met het secretariaat belast, de officier van administratie 2e kl. T. Akkerman; plaatsvervangend lid : de officier van administratie le kl. J. M. LaDgloii van den Bergh; persioen verleend: aan J. C. van Tussenbroek f 1606, J. E. Ritser f 476, J. B. Robert f 747 en T. E Kolk f 307. Blijkens bij het departement van marine ingekomen berichten zijn de pantserschepen Piet Hein en Eccrtsen , respectievelijk onder bevel van de kapiteins ter zee G. F. Tydeman en P C Swaan, naar zee vertrokken, ter aanvaarding van een gezamenlijken oefeningstocht in de Noordzee, op welken tocht de haven van Aarhuus zal worden bezocht. In de Stct. no. 130 is opgenomen het verslag van het vergelijkend examen voor de betrekking van surnumerair der registratie en domeinen, gehouden in Den Haag 2 Maart 1905 en volgende dagen, alsmede den uitslag van de in 1905 gehouden examens ter verkrijging van akten voor huis- en schoolonderwijs in de nuttige en in de fraaie handwerken voor meisjes. Dat van de commissie te Zwolle luidt aldus: • Met voldoening kan de commissie meer vooruitgang constateeren in bijna alle onderdeelen van het examen. De borduurwerken werden nu meerendeels op het raam uitgevoerd, waardoor het werk er veel beter uitzag. De meeste candidaten gaven echter blijk, nog geen juiste opvatting te hebben van Duitsch borduren op damast, ook al valt niet te ontkennen, dat de netheid der bewerking over het algemeen weinig te wenschen O verliet. Het aanbrengen van versieringen in breiwerk of het werken van een paar voor een bepaald doel geschikte steken moest nog altijd gebrekkig heeten. Toch kan de commissie ook in dezen van vooruitgang getuigen, die vooral bij haken en guipure zeer uitkwam. Bij kruissteek-borduursel wordt te weinig rekening gehouden met de netheid der achterzijde en met de juiste plaats van aanvang. De behandeling der theorie getuigde over het algemeen van betere opleiding en meerdore ontwikkeling der candidaten. Botermerken. In het voorloopig verslag der Eerste Kamer over het ontwerp van wet, houdende bepaling betreffende het merken van boter, afkomstig van aangeslotenen by een onder Rijkstoezicht staand botercontrole-station, werd van verschillende zijden hulde gebracht aan de Regeering en aan den Directeur-Generaal van den Landbouw voor dit resultaat van de samenwerking tusschen het particulier initiatief en de Regeering, waardoor thans maatregelen zullen tot stand komen, die meer dan alle Boterwetten zullen bijdragen tot herstel van den naam onzer nationale boter. Reeds nu blijkt, dat in het buitenland, in het bijzonder te Keulen en Berlijn, groote waarde wordt gehecht aan een contrölemerk. Toch werden ook bezwaren gehoord. In een afdeeling werd de meening uitgesproken, dat de Regeering zich op een verkeerden weg bevindt. Ook andere producenten kunnen om een Rijksstempel komen vragen voor hun fabricaat en zoo zou het Rijk zich als het ware voor de zuiverheid van allerlei uitvoerartikelen borg moeten gaan stellen, zonder in staat te zijn zich zelf daaromtrent voldoende zekerheid te verschaffen. Dergelijke controle toch zou een leger van ambtenaren voreischen om eenige werkelijke beteekenis te bezitten. A) vond deze meening geen ondersteuning, daar men meende hier met exceptioneel geval te doen te hebben, zoo achtten toch ook andere leden de gegrondheid van het bezwaar, dat het Rijk zijn stempel geeft aan een fabricaat dat het onmogelijk dagelijks kan beoordeelen, niet te ontkennen. Sommigen wezen speciaal op de zoogenaamde boerenboter en meenden dat de controle daarop niet anders dan zeer gebrekkig zou kunnen zijn. Misschien ware hieraan evenwel tegemoet te komen door oprichting van zoogenaamde knederijen, waar de boter van de omringende hofsteden tot een voldoende controleerbaar product verwerkt zou kunnen worden. Sommigen wezen er op, dat bij het stelsel der tegenwoordige verpakking, waarbij het merk alleen op de bovenzijde wordt aangebracht, na opening van de verpakking aan den niet gemerkten kant, een gedeelte der goede boter kan worden verwijderd en de ruimte met boter van minder kwaliteit aangevuld. Hierdoor zou ten nadeele van den Nederlandschen boterhandel, onder den naam van Nederlandsche gekeurde boter, en minderwaardig product op de botermarkt kunnen worden gebracht. Verschillende leden verklaarden reeds nu, dat een eventueel uitvoerverbod van ongecontroleerde boter te ingrijpend en daarom h. i niet aanbevelenswaardig zou zijn. Verschillen ter Rechterzijde. De verklaringen door de R. K. leden der Tweede Kamer, de hh. Vermeulen en Reekers, afgelegd bij de behandeling der hooger onderwijswetf dat zij nog liever zouden meewerken tot algeheele opheffing der theologische faculteit dan tot hervorming zooals de hh. Schokking en De Visser die wilden, heeft op een deel van de anti -revolutionaire en christeljjk-historische pers een onaangenamen indruk gemaakt. In het Friesche christ.-hist. blad, de Volksbode, schreef ds. "Wagenaar hat volgende: ,Nu willen wij toch vragen, waarom komt de R. K. partij hier nü mee aandragen? De heeren hadden wel zoo vriendelijk kunnen wezen dit een beetje eerder te zeggen. Doch wij zullen het ons voor gezegd houden. Op Rome is nooit te vertrouwen. Enfin, de R. K. moeten weten, wat zij doen. Willen ze de Chr. Hist. verbitteren, dan ligt dit voor hun rekening. Wjj zien thans „hoe bitter weinig waarde aan het votum der Tweede Kamer in zake het amendement-Schokking-De Visser te hechten valt. Het principieel herstel der theol. faculteit, waarop in verband met de toelichting het amendement doelde, beteekent in den mond van den heer Vermeulen volledige opheffing der faculteit. Voor Christus geen plaats aan de openbare instellingen. Er is toch ook een troostvolle kant aan het verbreken der coalitie met zulke „Christelijke" bondgenooten. De heer Vermeulen sprak nog de hoop uit, dat de christelijke partijen een ruim gebruik zullen maken van de vrijheid voor het stichten van vrije leerstoelen, waardoor een nieuwe, jonge stróoming in het universitair leven zal worden bevorderd. Natuurlijk, de Roomsche orden zullen daar wel voor zorgen. Terwijl de protestantsche theologie van de universiteit wordt verbannen en in een seminarie onder dak gebracht, zullen de heeren paters jezuïeten in de leege collegiezalen, in de wijsgeerige toga gehuld, al hun best doen, om de studeerende jongelingschap voor de Thomistische begrippen te winnen en voor de roomsche kerk op te voeden. Dat zal 't einde zijn van de „vrijmaking" onzer protestantsche universiteiten." De Nederlander is tegen deze beschouwing opgetrokken en spreekt, met het oog op de laatste opmerking over „een logica waarvan men duizelig wordt". „Bestaat dan, vraagt het blad, het instituut der bijzondere leerstoelen alleen voor de roomschen? Kunnen de protestanten daarvan niet evenzeer gebruik maken? En laat, wat de openbare theologische faculteit betreft, de oplossing welke ds. Wagenaar zich denkt, niet ook plaats voor R-K. openbare leerstoelen ter opleiding van hun geestelijken? Heeft hij dit niet meeimalen uitgesproken? Waarom dan dit staatsrechtelijk geschil opgeblazen tot een kerkelijk? Waartoe dan die ongemotiveerde Hetze, die zich in dit geval feitelijk evenzeer tegen prof. Valeton als tegen den heer Vermeulen zou richten?" Onbillijk acht het blad ook de opmerking, dat de R.-K. wel wat vroeger — n.1. in de Tweede Kamer — met deze uitlating hadden kunnen komen. De heer Vermeulen sprak blijkbaar uitsluitend namens zich zelf. De heeren Nolens, Kolkman e. a hopen, evenals de andere rechtsche leiders, dat het den minister zal gelukken een bevredigende en rechtvaardige reconstructie der openbare theologische faculteit tot stand te brengen. Het blad acht dit stukje van ds. Wagenaar niet door zijn gewone objectiviteit ingegeven. De woorden van ds. Wagenaar hebben het Vad. aanleiding gegeven tot de opmerking, dat eindelijk aan de Friesche Christelijk-historischen de oogen zjjn opengegaan. Na de besliste oorlogsverklaring van dr. Vermeulen e. a. aan de N. H. kerk begint men te begrijpen, dat men meteen kluitje in 't riet is gestuurd. Hiertegenover heeft de Ned. doen uitkomen, dat niet alleen dr. Vermeulen, maar ook de heer Mees en prof. Van der Vlugt in de Tweede Kamer de opleiding van de predikanten naar de seminarien wenBchten overgebracht te zien en dat het grootste deel der liberale partij het daarmede eens is. Badoelen die soms ook een oorlogsverklaring aan de Ned. Herv. kerk? vraagt het blad. Volgens het Vad. heeft dit met de oorlogsverklaring van dr. Vermeulen niets te maken. Een benauwde kat — dit bljjkt ook nu weder uit de houding der Nederlander — doet benauwde sprongen. „Is het een oorlogsverklaring, vraagt het Vad., wanneer de heeren Mees en Van der Vlugt tot de heeren De Visser en Schokking, die hun politieke tegenstanders, en met wie zjj dus reeds in politieken zin op voet van oorlog zijn, zeggen: voor de vervulling van uwe wenschen moet gij op ons in geen geval rekenen? Is dit op éen lijn te stellen met eenzelfde verklaring, afgelegd tusschen bondgenooten, als toch de verschillende fractien der rechterzijde geacht moeten worden te zjjn? Hier komt nog meer bij. Diegenen onder de liberalen, die voor de metamorfose der theologische faculteiten niet te vinden waren, hebben tegenover de hh. Schokking en De Visser van den beginne af open kaart gespeeld. Maar dit hebben de roomsch-katholieken niet gedaan. In de Tweede Kamer lieten zjj het amendement passeeren en pas in de Eerste klonk uit den mond des heeren Vermeulen hun non possumus." In de Volksbode van heden komt ds. W. niet op deze kwestie terug. Wèl handhaaft hij daarin het zelfstandig optreden van de Friesch Christelijk-historischen, waar daartoe is besloten en bljjft hij de houding van de Standaard, die alle critiek op de regeering en haar politiek doodzwijgt, streng afkeuren. Waar dat blad klaagt over één lastercampagne zonder eind, die bijna op elke pas een persoonlijk karakter aanneemt, daar moet ds. W. het woord van het hart dat da pot don ketel verwijt dat hij zwart ziet. — Bij zijn bezoek aan ons land zal de Sjah van Perzië vergezeld worden door den afgetreden gezant bij ons Hof sedert verplaatst naar Parijs, Mirza Samud Khan. Volgens het voorloopig reisplan zou de Sjah na zijn officieele bezoeken nog eenigen tijd incognito te Scheveningen wenschen door te brengen. — Op de audientie te Amsterdam heeft de voorzitter van het Nederl. Gymnastiekverbond, de heer Karei Muller, aan H. M. de Koningin en den Prins de uitnoodiging gericht, het 19e bondsfeest, dat op 28 en 29 Juli te Apeldoorn zal worden gehouden, met hun tegenwoordigheid te vereeren. H. M. antwoordde, dat het haar en - Z. K. H. zeer aangenaam was deze uitnoodiging te ontvangen en dat — indien het maar eenigszins mogelijk was — gaarne daarvan gebruik zal worden gemaakt. — Het 57e Nederlandsch Landhuishoudkundig congres zal dit jaar te Veendam worden gehouden en wel van 12 tot 15 Juli. De volgende vraagpunten zijn daarvoor vastgesteld. 1. Verdient het aanbeveling in Nederland over te gaan tot de benoeming van veeteeltleeraren, en zoo ja, hoe moet dan hun opleiding en hun werkkring zyn? Inleider: de heer A. W. Heidema, Groningen. 2. Wat heeft de ervaring in de veenkolonien geleerd betreffende de te gebruiken hoeveelheden kunstmeststoffen om de hoogste nettoopbrengsten te bekomen? Inleiders: de heeren A. G. Mulder, Sappemeer, en J. Kruit, Stadskanaal. 3. Op welke wijze kan het aardappelsap (afval product) van de aardappelmeelfabrieken ten nutte van den landbouw aangewend worden?Inleider: de heer dr. B. Sjollema, Groningen. 4. Is het wenschelijk dat in ons land voor het veredelen en verbeteren van het rundvee hoogere subsidien beschikbaar gesteld worden? Inleider: de heer S. Rooda, Middelstum. 5. Wat kan er gedaan worden teneinde te geraken tot een meer doelmatige en practische opvoeding en opleiding van de dochters van landbouwers en anderen voor hare toekomstige taak als vrouw in het huisgezin en in het bedrijf van den landbouwer? Inleider: de heer D. Montenberg, Nijmegen. 6. Door welke middelen kan de goede werking der botercontröle onder rijkstoezieht bevorderd worden ? Inleider: de heer F. E. Posthuma, Assen. 7. Wat kan hier te lande meer dan tot dusverre gedaan worden tot bescherming en instandhouding der nuttige vogels? Inleider: de heer C. van Dissel, Den Haag. 8. Wat kan in het algemeen gedaan worden ter bevordering van den handel in tuinbouwproducten en aan welke eischen moet inzonderheid een tuinbouwbeurs voldoen? Inleiders: de heeren J. Gerritsen, Andelst en K. Wiersma, Naaldwp. — A. S. C. Wallis, van wier hand in lang gaen werk verscheen, heeft thans een treurspel in 5 bedrijven geschreven: Een Hongaarsche samenzwering, 't Verscheen dezer dagen. — De heer C. D. Wesseling, redacteur van de Katholieke Onderwijzer , heeft op zijn verzoek eervol ontslag verkregen uit zijn betrekking bij het katholieke, bijzondere onderwijs te 's Gravenhage. Van dien datum af zal hjj vast verbonden zijn aan het dagblad de Tijd en de overzichten schrijven van het verhandelde in de beide Kamers der Staten-Generaal. — Zooals men weet hebben onderscheiden vertegenwoordigers van de Engelsche landbouwpers een bezoek gebracht aan ons land en meer bijzonder aan Friesland. In het Nieuwblad voor Friesland worden eenige uitspraken en vragen vermeld, door vertegenwoordigers der Engelsche landbouwpers gedaan, toen zjj in Friesland waren. Over de botercontrole wordt o. m. gezegd: „U^e botercontrole is mooi — alleen jammer dat het noodig geworden is deze in toepassing te moeten brengen. — Wjj zullen er in alle bladen melding van maken en u daardoor behulpzaam zjjn, want wij zien, dat u deze zaak ernstig behandelt en gelooven, dat u er succes mee zal hebben. Zal het succes echter volkomen zijn, dan moet de uitvoer van ongecontroleerde boter verboden worden. Verplichte boter- en kaaskeuringen ter verbetering van de kwaliteit, kennen wij niet. Wjj gelooven gaarne, dat deze zeer nuttig zijn, maar het moet geen wedstrijd worden, wie voor de magerste kaas nog het meeste geld kan maken. Is in het algemeen uw boter niet een weinig overwerkt?" Van 't vee kregen de Engelschen een voortreffeiijken indruk: „Prachtig vee! zeiden zij, jammer dat wij zelfs niet een enkel dier van een fokvereeniging mogen invoeren. De controle over de melk- en boteropbrengst zal er toe medewerken, dat er buitengewone exemplaren worden gefokt voor boteren vleeschopbrengst beide. Is al het vee op tuberculose onderzocht?" Nog werd de volgende opmerking gemaakt: „Wij zien hier weinig hoenders en in het geheel geen kalkoenen; gevogelte verwijdert het mos uit de weiden en doodt de insecten. Zou het hier niet loonend zijn meer — en dan beter soort kippen te houden? Wij houden onze jaarlijksche tentoonstellingen van kippen in de wintermaanden. De eieren, die tijdens de tentoonstelling worden gelegd, worden geteld en gewogen en van de kippen die dan uitmunten, worden de broedeieren verkrijgbaar gesteld." Nederlandsche Heidemaatschappij. Bij het onlangs gehouden toelatings-examen voor de cursussen der Ned. Heidemaatschappij zijn de volgende leerlingen geslaagd: Voor afieeling A: J. van Wiericgen, Wilhelminadorp; G. Hendriks, Nunhem; G. van Ernst, Vierhouten; J. A. Bongers, Zwollerkerspel; H. Holterman, Holten; J. van der Eraats, Ede* J. van Beusekom, Utrecht; H. ten Have, Almen • J. Geurken, Eist bij Rhenen; J. R. Harmsen' Zutfen; M. de Vries, Uitgeest; Th. J. Moorman' Wehl; J. Wolters, Wilp bij Deventer; J. van Burken, Austerlitz en A. J. Wiendels, Didam. Voor afdeeling B: G. Overdqk Jr., ApeldoornW. F. H. Rottier, Den Haag; E. A. Knoote', Den Haag; A. W. Roerdink, Winterswijk; J. Reitsma, Oosterwolde (Fr.); C. Snijder, Houtrakpolder en Y. H. de Jong, Leeuwarden. Aangegeven hadden zich een 42tal candidaten. De toegelaten leerlingen zjjn reeds op de werken der Nederl. Heidemaatschappij en van het Staatsboschbeheer werkzaam gesteld. Voorloopig kunnen geen nieuwe leerlingen meer worden aangenomen. OOST-INDIB. CIVIEL DEPARTEMENT. Verleend: een jaar ver- i lof naar Europa aan F. H. Vodegel, boekhouder bij de fabriek der opiumregie; wegens laDgdurigen dienst een { jaar verlof naar Europa aan mevrouw E. C. Wiselius— } Van Holst Pellekaan, onderwijzeres le kl.; wegens ziekte een jaar verlof naar Europa aan L. van der ,j Tas, architect bij den Waterstraat; wegens langdurigen dienst een jaar verlof naar Europa aan T. Rinses, lid der Algemeens Rekenkamer; wegens ziekte twee jaren verlof naar Europa aan D. de Boer, onderwijzer le kl. Eervol ontslagen: De controleur bij het binnenlandsch bestuur op de buitenbezittingen F. Heaviside; wegens ziekte L. A. Jacobs, onderwijzer 2e kl.; de klerk van het post- en telegraafkantoor te "Weltevreden P. C. L. van Ossenbruggen. Benoemd: tot len substituut-griffier van den Raad van Justitie te Batavia mr. J. G. Milius; tot onderschout te Soerabaja J. H. Bosschart; tot schout te Djokjakarta "W. C. Nilant; tot onderwijzer 2e kl. J. H. Verduijn den Boer, J. K. Röhner on A, Priester; tot onderwijzer le kl. G. H. Prinsen Geeriings; tot algemeen ontvanger te Magelang (Kedoe) R. Ch. Burgemeestre, te Tegal (Pekalongan) L. C. Platt, te Bondowoso (Besoeki) W. A. H. M. de Ceuninck van Capslle; tot boekhouder bij de fabriek der opiumregie C. Ch. Nauta; tot substituut-officier van justitie bij den Raad van Justitie te Semarang mr. A. W. Hartman; tot controleur bij het binnenlandsch bestuur buiten Java en Madoera A. A. M. van Lierop. MILITAIR DEPARTEMENT. Eervol ontslagen met pensioen de kapt. der infanterie W. Kramers. MARINE DEPARTEMENT. Benoemd tot vicemachinesteller te Soerabaja D. A. la Gordt Dillier. --- FEUILLETON Het Huwelijk van William Ashe 67) door Mevr. Humphry Wabd. Waarom in 's hemels naam, was hjj in een dergelijken toestand van geprikkelde opwinding? Waarom kon hij dien vlegel, Cliffe, niet behandelen, zooals bij verdiende te worden behandeld? En wat kon toch de reden zjjn, dat oude vrienden als Lady M — stijf begonnen te doen en blijkbaar opzettelijk zijn conversatie vermeden? En zijn moeder! Hij bedacht, hoe er pas kort geleden een onaangename scene was geweest tusschen haar en Kitty. Kitty had toen heel duidelijk getoond een dergelijk optreden tegen haar niet te willen dulden, en sedert hadden beiden elkander, nu al eenige dagen, niet weer gezien. Ook Ashe had zijn moeder in deze dagen "nooit alleen getroffen. Was dit met opzet? Vermeed zjj een alleenzijn met hem, omdat zij er Toor terugschrikte tegen hem haar gevoelens va.n bezorgdheid en'boosheid over Kitty uit te spreken? „ Neen, dat was eenvoudig meer dan ongerijmd — een boel onrust om niets feitelijk, het kon alles toeval zijn of inbeelding, en toch zijn ergernis en zijn bekommering om deze dingen "werd inderdaad heel ernstig. Kitty had dan toch blijkbaar een heel groot en onberedeneerd gevoel van sympathie voor Geoffrey Cliffe — „Eu bij den hemel" — zei Ashe bijna hardop terwijl hij plotseling bleef stilstaan — „zij heeft gewaarschuwd." En in zijn herinnering dook op de wat stijve Wn van GrosnUe Park, het kleine figuurtje naast hem, en Kitty's openhartigheid — „Ik zal nu en dan dwaze sympathiën hebben voor enkele mensohen. Ik zal er niets tegen kunnen doen. Ik gevoel nu iets dergelijks voor Geoffrey Cliffe." Hij glimlachte. Daar zat juist de moeilijkheid. Als'de menschen, wier tongen nu steeds in beweging waren over Kitty — voor een deel omdat de menschen haar benijdden — Kitty maar eens konden zien, zooals zij werkelijk was Als zij maar eens konden begrijpen welk een afgrond er lag tusschen haar en de gewone fasi vrouwen — dan zou er wel gauw een eind komen aan deze kwaadaardige kletspraatjes. Andere menschen mochten steeds gebonden zijn aan de aarde, Kitty was iets meer geestelijks, met heel de onverantwoordelijkheid dezer onberekenbare wezens. Mannen en vrouwen — de laatste vooral — die over haar praatten, en afschuwelijke berichtjes zonden aan schandaalbladen — zooals hij er nu een in zijn zak had, hem in het Huis toegezonden door een anonymus — spraken naar hun eigen vulgaire ervaring, oordeelden naar hun eigen normen. Maar zijn moeder moest in elk geval — dacht hij trotsch — beter weten, dan over dit alles zich ook maar een oogenblik te ergeren. Toch moest er een of ander worden gedaan. Men kon niet ontkennen, dat Kitty zich gedroeg als een romantische bakvisch, en dat nog wel met dezen man, die geen scrupules kende, wiens handelwijze ten opzichte van vrouwen haar waarschijnlijk geheel en al onbekend was — hoe dwaas ze dan ook de liaison, waarop zijn gedichten doelden mocht idealiseeren. Wat had Kitty nu toch eigenlijk wel met zichzelf uitgevoerd de laatste weken? Ashe probeerde zich alles in bijzonderheden te herinneren. De partij in Ascot — bij den Lord — het onnoemelijk aantal feesten en feestjes in de stad of op de landhuizen, waarheen hij haar niet had kunnen vergezellen, verhinderd door zjjn arbeid aan 't ministerie en in 't parlement. Grosville Park bijvoorbeeld — hij zou zijn meegegaan, maar kreeg op 't laatste oogenblik verhindering doordat er belangrijk nieuws kwam, dat hem, als ondersecretaris van buitenlandsche zaken feitelijk verbood weg te loopen uit zjjn werk, en Kitty was alleen gegaan. Zij was teruggekomen 's Maandags, bleek en furieus, en zei, dat zij een scène had gehad met haar tante, en dat zjj Dooit weer naar de Gros villes toeging, zoomin in de stad als op Grosville Park. Uit zichzelf had zij geen verdere uitlegging gegeven en Ashe vond het afschuwelijk verder na te vragen. Er was in hem een gevoel van afkeer en verachting voor sommige dingen, die een gevolg was van zijn epicureischen aard, en zelfs niet door zijn liefde voor Kitty konden worden overwonnen. Een er van was een souvereine minachting voor kibbelarjjtjes tusschen vrouwen. Hij vermoedde, dat die onvermijdelijk waren. Hij zag bijvoorbeeld, dat Kitty en Lady Parham weer eens op voet van heftigen strijd waren en Kitty scheen het prettig te vinden. Nu dat was haar eigen zaak, maar zoolang er een Grieksch treurspel of een sonnet van Shakespeare of zelfs een Blauwboek te lezen was, wie kon van hem verwachten, dat hjj op iets anders, zoo gering geschat, zou letten? Waarover was Lady Grosville boos geweest? Hij begreep, dat Cliffe er bij was geweest. En Kitty moest het een of ander hebben bedreven om het onweer van den toorn der Puriteinsche dame over haar hoofd te doen losbarsten. Wat kon hij er aan doen? Het was nu half Juli. De zitting zou duren zeker tot half Aug., en hoewel de Amerikaansche aangelegenheid nu weldra tot een goed eind zou z\jn gebracht, er waren weer nieuwe onaangenaamheden gerezen op den Balkan, en de toestand in Egypte vereischte nauwlettend toezien. Het was onmogelijk, dat hjj er zelfs maar aan kon denken op dit oogenblik zijn post te verlaten. En wat de situatie der regeering betreft, die was nu heel wat zekerder en sterker dan ze voor Paschen was geweest — Jammer genoeg. Natuurlijk hij moest zorgen, dat Kitty uit de stad wegkwam naar buiten. Maar behalve als hn zijn ambt neerlei, hoe kon dat gebeuren. En wat zou het gevolg zijn van het verlaten'van zijn post, gesteld per impostibile, dat daaraan gedacht kon worden — immers niets dan dat meer voedsel gegeven werd aan de praatjes en misschien Kitty geheel en al tot rebellie werd gebracht! Maar hoe van haar gedaan te krijgen dat zjj met iemand anders naar buiten gine' Lady Tranmore bleef nu buiten beschouwing Margaret French misschien? Dan ineens bemerkte Ashe, dat hjj hardop liep te lachen, een nare lach van een cynicus Het zag er toch wel heel erg uit, als hjj er zelfs aan denken kon om afstand te doen van zija post, omdat een man dien hij verachtte tón huiselijken vrede verstoorde en hem 't gezelschan van zjjn vrouw ontnam; als hij bovendien niet denken kon wat de remedie tegen dezen p-an»» van zaken zjjn zou, zonder te stuiten tegen de zekerheid, dat er niets zou aan te vangen zijn met da Kitty van deze dagen, de Kitty met een boos humeur en onberekenbare grillen. Wordt vmxolgi. ---