NIEUWE UITGAVEN Kamp om de Matterhorn, roman door Carl Hansel, uit het Duitsch door Joh. Hepp, uitg Bosch en Keuning, Baarn, Libellen-serie. Als een roman ls dit boek geschreven, dat berusten moet op werkelijke feiten, zoo levensecht geeft het de dingen weer. Het vertelt van den strijd om den Matterhorn te bestijgen, strijd met de moeilijkheden, die berg en atmosfeer bieden en wedstrijd onder de menschen. Spannend is dit verhaal van den strijd dien de Engelschman Whymper voerde om den berg te overwinnen en van het tragische lot van eenige metgezellen. Met prachtige foto's van den berg en omgeving ls het smaakvol gebonden werkje verlucht. Kogels en kruisen, door Humphrey Cobb, vert. door Eva Raedt—de Canter, uitg. Em Querido, Amsterdam Nog eens een oorlogsroman na alle, die wij al gehad hebben; maar wel een heel bijzondere ditmaal. Hij vertelt van een kleine episode uit die lange reeks van gebeurtenissen. Een korta inleiding laat ons kennis maken met de hoofdpersonen, waarna het treurspel volgt. Een eerzuchtig generaal, die zijn overwinning wil hebben en daarvoor het ongeschikte oogenblik en de verkeerde plaats kiest, wil zijn teleurstelling wreken op de mannen. Ze zijn laf geweest tegenover den vijand. Van elke compagnie moet er een sterven.Een parodie van een krijgsraad doet de uitspraak en drie mannen sterven door de kogels van de eigen landgenooten. De Engelsche roman vertelt van dingen, die in het Fransche leger tijdens den wereldoorlog zijn gebeurd. Dergelijke dingen zijn werkelijk voorgekomen na het mislukte offensief van generaal Nivelle in 1917. Zelfs veel ergere. Er zijn massa-executies voorgekomen wegens „muiterij". Men denkt onder het lezen of misschien de auteur in de heel korte samenvatting van het lot van drie menschen heeft willen geven de tragedie van dat mislukte offensief en zijn gevolgen. Het ls maar één kant van den oorlog. Het is een gruwelijke kant na alles, wat deze soldaten al hebben beleefd, die eenvoudig moedig waren en vaak slecht geleld. Ook daarvan vertelt dit boek. Het is daarom toch geen „défaitistisch" boek, zooals de gemakkelijke scheldnaam er voor is. Gedeelten ervan zijn gepubliceerd in de „Daily Express", het blad, dat voor vrede werkt en de onzinnigheid van den oorlog propageert. Enkele jaren geleden zou het meer succes hebben gehad dan Remarque's boek. Nu zal het gelezen worden en slechts een episodischen indruk achterlaten. Daar voor ls het echter te goed. --- Handelsreiziger: „Het zal mij een genoegen Handelsreiziger: „Het zal mij een genoegen zijn, u mijn nieuw model stofzuiger te demonstreeren." Heer des huizes: „Best, maar laat mij u dan demonstreeren, dat het tijd verknoeien zou zijn!" (Humorist). --- THIJS IJS EN HET GEHEIM VAN DEN HOLLEN BOOM 15. — „Ik vraag mij af", zei Thijs, „wat dit nu wel voor iets kan zijn; het lijkt haast wel.... een kolenmijn! Doch hoe komen de menschen die hier aan het graven zijn toch zoo verschrikkelijk klein? Ik geloof nu heusch, dat je gelijk hebt, Paddekwist; dit schijnt mij wel een booze tooverlist!' Doch nauwelijks had hij dit gezegd, of een der kleine mannen legde het werk neer en tegelijk klonk er een schel geblaf ■— en plotseling stoof de hond op het kleino ventje af! Die twee leken allebei wel heel erg blij; zij snelden op elkaar af en hun vreugde was groot. Het ls zeker", zei Paddekwist, „dat de®a man de meester van den hond is. En zie; hij heeft een kroontje op het hoofd; het lijkt wel of hij door valsche list van zijn vrijheid is beroofd en klein is gemaakt". --- Hilversum II. 301 M. AVRO-uitzending. 5.30 VPRO. 6.30 R.V.U. 5.30 VPRO. Bijbelvertellingen. 6.00 Gramofoonplaten. 6.30 R.V.U. Psychologische causerie. 7.00 en nu naar bed! 7.05 RadioVolkszang. 7.30 Engelsche les. 8.00 Berichten. 8.10 Rud. Nelson's Ensemble. 8.40 „De roode Pimpernel", spel naar Orczy door C. Hermus. 9.50 Het Omroeporkest m.m.v. pianosollste, 10.20 Causerie. 10.30 Omroeporkest. (Om 10.45 Verslag schaakmatch). 11.00 Berichten. Hierna tot 12.00 Gramofoonplaten. Droitwich 1500 M. 6.20 Berchten. 6.50 Piano-recital. 7.15 Fransche les. 7.50 Causerie. 8.20 Planorecita. 8 j 50 Gevarieerd programma. 9.50 Berichten. 10.20 Lezing. 10.40 Het Parkington-kwintet mjn.v. tenor. 11.35—12.20 Dansmuziek. --- Kalundborg 1261 M. 7.20 Joodsehe Koorzang. 8.05 Hoorspel. 8.35 Hobo- en cimbalorecital. 9.40 Omroeporkest. 10.25—11.50 Dansmuziek. --- DE BLAUWE REIGER Een der mooiste bewoners van ons Nederlandsche watergebied wordt H nog te vaak als schadelijk gedood. Zijn nut en schade wegen ongeveer tegen elkaar op. Hij staat helaas nog op de zwarte lijst. Een foto op het omslag van het Duitsche tijdschrift over wetenschap en techniek „Die Umschau", die me trof. Dat wil zeggen, meer nog dan bij de foto, die den bij ons gelukkig nog zoo algemeenen blauwen reiger voorstelde, werd mijn aandacht bepaald bij het onderschrift, dat meedeelde: „Deze vogel komt aan de Main nog hier en daar voor, maar is het uitsterven nabij". En een artikeltje verder op in het blad vertelt dat hij het ook daar in het benedendal van de Main wegens de vervolging door de menschen om zijn vermeende schadelijkheid niet al te lang meer uithouden zal. Zijn dagen zijn geteld. Wij mogen ons gelukkig prijzen, dat het In ons land anders is dan in Duitschland. In zijn mooie nieuwe vogelboek „De blauwe Reiger" vertelt Jan P. Strijbos, de bekende vogelkenner, dat ons land waarschijnlijk het rijkst met blauwe reigers gezegende land van Europa is. Hij geeft een lijstje van het aantal nesten, dat voor ons land in 1925 een kleine acht duizend broedparen vermeldt. Andere omliggende landen staan daar ver bij ten achter. België en Frankrijk bij voorbeeld hebben er elk maar ongeveer drie honderd, Denemarken een twaalf honderd. De bodemgesteldheid van ons land, zijn ligging en klimaat stempelen Nederland tot een bij uitstek geschikt milieu voor den blauwen reiger. Een overvloed van voedselrijke polders, slikken, scharren, kwelders, wadden en uiterwaarden staat hier tot zijn beschikking. Zeer geschikte gelegenheden tot nestelen, boschjes, geboomte om boerderijen, eendenkooien, grootere bosschen zijn er ook genoeg. Wat hem ontbreekt jammer genoeg, is voldoende bescherming door de wet. Dat leidt hier en daar tot vervolging en gedeeltelijke uitroeiing. Hij staat nog altijd op de zwarte lijst, evenals de aalscholver, ook zoo'n prachtige, helaas vrij zeldzaam wordende vogel van ons HollandBche waterland, dat wil zeggen hij behoort tot- de schadelijk geachte vogels, waarvoor men een vergunning krijgen kan om ze weg te schieten. Die zwarte lijst zal menig reiger het leven hebben gekost, wat ontzaglijk jammer ls, want deze vogel behoort tot de schoonste sieraden van ons Nederlandsche landschap en met de schade, die hij heet aan te richten, valt het genoeg mee. De visschers hebben 't niet op hem begrepen, sommigen zouden alle reigers liefst willen uitroeien, maar menschen met in dit opzicht wat ruimer blik, zegt dr. Jac. P. Thijsse in de Inleiding tot het hierboven genoemde boek, nemen het voor den prachtigen vogel op en betoogen dat hij door het eten van kikkers en muizen en groote waterinsecten toch ook weer nuttig werk verricht, zelfs voor het visschersbedrijf, terwijl hij hoogst waarschijnlijk ook veel zieke visch vangt, die hij het beste ziet, omdat die zich niet meer gemakkelijk loodrecht in het water kan houden en daardoor de uitwerking van zijn beschermende kleuren te niet doet. Door een uitgebreide commissie van deskundigen, geleerden en mannen van de practijk is indertijd over den reiger een rapport uitgebracht, dat tot de conclusie kwam, wat de trouwens zeer betrekkelijke begrippen van nut en schade aangaat, dat deze hier zoowat tegen elkaar opwegen. Alle reden dus, zou men zeggen, om den mooien vogel nu afdoende te beschermen. Maar even goed is hij op de zwarte lijst geplaatst en hij staat er nog op! Hopelijk om er zoo gauw mogelijk van verwijderd te worden, want hij hoort er niet. Hij hoort in ons landschap en hoe meer we er daar zien, hoe liever het ons is. Sr kunnen er nog best eenige duizenden bij en dat zal ook zeker zoo komen, wanneer ze overal de bescherming vinden die ze in hooge mate verdienen. Ook zonder deze hebben ze zich flink weten te handhaven, maar betreurenswaardig blijft het, dat het hun hier en daar nog flink lastig wordt gemaakt. Strijbos heeft ze in een kolonie in de buurt van Amsterdam in den loop van vijf seizoenen van uit een hooge schuiltent bestudeerd en wie zijn boek leest zal slechts kunnen worden versterkt in zijn bewondering voor deze mooie vogels, die bij onze Hollandsche polders en waterkanten behooren, zooals het riet en de wilgen, de leeuwerikken en de libellen, de molens en de hooge wolkenluchten. A. L. B. --- IE HOUTEN KLAAS Naar het Engelsch van CHARLOTTE M. YONGE door J. J. en E. A. H. 25) > HOOFDSTUK XXVI. Ida's waarschuwing. Botzen bleek heel warm en benauwd te zijn en mrs. Morton voelde niet veel voor de eigenaardige middeleeuwsche huizen. Ida begon bijna den moed op te geven, toen ze zoo nabij de crisis kwam. Op het oogenblik, dat ze het vreemdelingenboek inkeek, uitte ze een kreet van verrassing. „O, hadden we dat maar geweten! Nu is het allemaal voor niets geweest!" „Hoe bedoel je dat?" „Die verschrikkelijke mrs. Bury!" „Is die daar?" . „Ja, natuurlijk zal ze er wezen. Een week geleden was ze hier. Als ze in Ratzes is, kunnen wij niets beginnen!" „En ae weg is gewoon afschuwelijk!" zei Mademoiselle. „Ik heb er onderzoek naar gedaan. Het is niet anders te bereiken dan op muilezels. Een heelen dag reizen! En het hotel daar is haast ongenietbaar!" „Als Ida er dan heen wil, moet ze maar gaan zonder mij," zei mrs. Morton. „Ik heb genoeg van het rijden op die nare dieren! Die nonsens zal me nog den dood aandoen!" „Ik zie ook niet veel heil er in, om er heen te gaan, terwijl die vrouw er is," meende Ida somber. „Ze zou zeker alle navraag onmogelijk maken." „En dat Is maar goed ook," mompelde mrs. Morton. Ida keek net zoover terug in het vreemdelingenboek, tot zij de namen vond van lord en lady Northmoor; en, terwijl ze steeds meer verlangde, haar doel te bereiken, naarmate dit meer moeilijkheden in den weg gelegd werd, opperde ze tegenover miss Gattoni, dat vragen konden gedaan worden betreffende hun bezoek. Het Tyroolsche dialect verstond zij in het geheel niet en haar vriendin maar zeer matig, maar er was een kellner, die Fransch kon spreken en het Duitsch van de hotelhoudster was ook wel verstaanbaar. Men herinnerde zich toch heel goed den milord en de milady en ook hoe lang zij er opgehouden werden, maar ze waren teruggekeerd over Italië; dus hadden ze Botzen niet weer bezocht, dat volgend voorjaar met hun kind. „Maar", voegde de hotelhoudster er bij, „er woont een jonge vrouw, hier een straat verder, die er u meer van zal kunnen vertellen. Ze bood zich aan als bonne." Dit persoontje werd nu geroepen. Het was dezelfde, waarvan mrs. Bury ook had gesproken, maar ze had de boerenuracht afgelegd, die misschien alleen was aangenomen om meer in den smaak te vallen bij de Engelschen; ze was nu gekleed volgens de Fransche mode, dte haar eenigszins plompe schoonheid geen goed deed. Het Italiaansch was de taal, die hoofdzakelijk gebruikt werd tusschen haar en miss Gattoni. Mrs. Morton en Ida deden vragen, die miss Gattoni zoo goed mogelijk vertolkte, terwijl ze ook de antwoorden weer overbracht. Het bleek, dat ze de Engelsche müady niet had mogen zien. Alles was afgehandeld door de signora, die jaarlijks kwam, en na al haar moeiten hadden ze haar nog afgescheept; de dokter had haar aanbevolen en, ofschoon haar kind juist zoo oud zou zijn geweest, werd toch die vrouw van den gids gekozen, terwijl haar kind veel ouder was!" „O," zei Ida, „dat dacht ik wel!" „Vraag haar eens, hóéveel ouder?" zei mrs. Morton. De antwoorden varieerden tusschen: un semestre en: tre settimane. „Waar was het voedsterkind?" De vrouw maakte een gebaar, om te kennen te geven, dat zij er geen notie van had: wat was het kind h&ar? Zij kon niet zeggen, of het levend of dood was, maar (dit laatste naar aanleiding van een vraag) het was niet meer gezien sinds het vertrek van Hedwige en ook niet sinds haar terugkeer. Of het een jongen of een meisje was? Na eenige aarzeling werd er verklaard, dat het een maschio was. Er werd nog meer gezegd, dat niemand recht verstond, maar dat beleedigend klonk voor de betrokken partijen en ze waren blij, dat ze van haar afkwamen met een paar thalers. „Nu?" vroeg Ida triomfantelijk. „Nu?" herhaalde haar moeder op een anderen toon. „Ik weet niet, wat jullie allemaal zei, maar ik ben zeker, dat die vrouw je geheel naar den mond praatte! Ik zag den listigen blik in haar oogen en lk zou niets geen waarde hechten aan haar woorden." „Maar, ma, u hebt haar niet verstaan! Het was zoo duidelijk als wat! De dokter heeft haar aanbevolen en die heeft haar te juister tijd gezonden, maar ze heeft nooit iemand anders gesproken dan mrs. Bury, die ongetwijfeld al haar schikkingen getroffen had. Dat kind van die andere vrouw was ouder — niemand weet hoeveel — maar we waren het er altijd over eens, dat het niet te gelooven was hoe Mite — zooals zij hem dan noemen — zoo jong is, als ze wel zeiden. Dat andere kind was een jongen en hij is verdwenen." „Ik geloof niet, dat ze het wist." „Neen, dat geloof ik ook niet,-' viel miss Gattoni in. „Zij is er juist de soort vrouw naar om alles te zeggen, wat haar het voordeeligst lijkt." „Ik geloof haar," hield Ida koppig vol. „Haar getuigenis komt geheel overeen met mijn gevolgtrekkingen." De andere dames hadden een sterk vermoeden, dat de gevolgtrekkingen de getuigenis hadden te voorschijn geroepen en mrs. Morton, al had ze dan ook geluisterd naar de theorie van Ida, was ontzet bij de gedachte var zulk een belachelijke beschuldiging tegen haar zwager, over wien ze zich dan wel eens beklagen mocht, maar die ze toch kende als waarheidlievend en zelfverloochenend. Zij trachtte dan ook onder Ida's aandacht te brengen, dat het onmogelijk was, met deze verklaring te voorschijn te komen, zoolang niet met zekerheid kon gezegd worden, dat het kind Grantzen leefde, of dood en begraven was in Ratzes, en dat de hotelhoudster in deze beter getuigenis had kunnen afleggen. Maar het naijverig dochtertje was zeker, dat zij allen in Ratzes omgekocht waren en dat niemand iets -zou durven zeggen, zoolang mrs. Bury daar de wacht hield. Zoo dreef zij toch door, dat ze den dokter eens gingen ondervragen; maar die wist al j even weinig af van het geval als de teleur- j gestelde balia. Zijn hulp was ingeroepen, 1 toen Mary uit den draagstoel was gevallen, maar mrs. Bury had nu niet zoo heel veel vertrouwen gesteld in zijn bekwaam - 'heid; vandaar dat zij z'n bezoeken daarnè. niet had aangemoedigd. Er was geen tijd geweest, hem nog te roepen, toen de geboorte had plaats gevonden en mrs. Bury had haar eigen ervaring van meer nut geacht, dan zijn behandeling zou wezen. Dus voelde hij zich beleedigd en zijn getuigenis, in goed Duitsch meegedeeld, sprak van de terughoudendheid, de zelfvoldaanheid en de koppigheid van de „Englander". Toch zou Ida haar opvatting niet prijs geven. HOOFDSTUK XXVII. De jeugdige Pretendent. De beschuldiging van onechtheid van den jeugdigen pretendent was niet makkelijk; zelfs in de oogen van Ida. Het was nog heel iets anders om een troetel-grief te hebben en om zich tot heldin bevorderd te zien; om haar broer in zijn rechten hersteld te krijgen en om een paar van de kalmste, bezadigste menschen ter wereld te beschuldigen van het afschuwelijkste bedrog, waartoe ooit een slechte baronet in staat was. Het speet haar niet, dat de terugkeer naar Engeland uitgesteld werd, omdat de huurders van het huis in Westhaven nog wilden blijven; en toen er eindelijk een Kerstbezoek werd gebracht in Northmoor was Mite een aardig, levendig kereltje van drie jaar en drie maanden en behalve dat hij geen „k" kon zeggen, sprak hij overigens heel duidelijk en precies. Zijn bijnaam Mite was enkel voor zeer intiem gebruik; tegenover ieder ander dan zijn naaste familie heette hij altijd: Michael. Mrs. Morton was dol met hem ingenomen en zou haar bekendheid niet de vermoedens van Ida wel weer hebben willen goedmaken door een extra liefkoozing en door gelijkenissen te ontdekken met alle familieportretten, zoowel als met zijn ouders, — die niemand anders opmerkte! .(Wordt vervolgd). --- Radio-Paris 1648 M. 6.50 Kamermuziek.. 9.05 Zang. 11.05—12.85 Dansmuziek. --- Jstizin Ingezonden Mededeelinj. 3&tgadëe] aangename laxeermiddel tt&ticUnj verwekt geen kramps 3ij epojheken en drogisten In verpakkingen ■van 10, 39 en 60 tabletten» --- CHAMBERLAIN GEWROKEN OP BISMARCK Sir Austen Chamberlain, Engelands oudminister van buitenlandsche zaken, heeft, naar het Vaderland vertelt, memoires geschreven „Down the years". Hij vertelt er in van zijn verblijf in Berlijn in 1887, toen hij er een jaar vertoefde om goed Duitsch te leeren en op de hoogte te komen van de Duitsche politiek en levensvormen — sedert is hij er niet meer geweest in de welhaast verloopen halve eeuw. Doordat zijn vader, de bekende Sir Joseph met Herbert Blsmarek bevriend was, werd hij door den rijkskanselier ten eten gevraagd tot groote verwondering en afgunst van de leden van 't Britsche gezantschap, wien deze eer nooit was overkomen. Chamberlain heeft iets van het verloop van den maaltijd aangeteekend, maar veel was het niet. Bismarck was opgewekt, zegt die aanteekening, sprak niet over politiek. Duitsche noch buitenlandsche, maar vertelde voorvallen uit zijn studententijd en klaagde over de generatie van dezen tijd. Vooral ontstelde hem de gedachte, dat Engelsche studenten koffie dronken; maar hij klaagde, dat de studenten in Duitschland net zoo slecht waren, enz. We waren midden in den maaltijd, zoo vertelt Chamberlain nu, en ik werd wat angstig, daar ik vlijtig eerst met den eenen wijn en dan met den anderen werd toegedronken, tot ten slotte een groote rij glazen voor me stond. Ik was in die dagen weinig aan wijn gewoon en vreesde, dat dit Bismarckiaansch drinkgelag te veel voor me zou kunnen zijn. Plotseling riep Herbert Bismarck: U houdt zeker wel van champagne, mr. Chamberlain! Ik haastte me te zeggen dat ik alles had wat ik maar wenschte, maar de oude plaagde me: Sla den champagne niet af, als Herbert hem aanbiedt, of u maakt hem voor eeuwig tot uw vijand. Hij zoekt altijd een verontschuldiging om champagne te kunnen laten aanrukken. Schweninger (de dokter, die een behandelingsmethode voor Bismarck's kwalen gevonden had en daarvoor beloond was met een professoraat aan de Berlijnsche universiteit, tot verontwaardiging van de faculteit), vroeg me nu: Wat drinken de studenten in Cambridge! Ik bekende vol schaamte, dat we een zwak geslacht waren; bijeenkomsten met wijn waren zeldzaam, we verzochten onze vrienden meest op een kopje koffie. Precies als hier, riep Bismarck uit. De meeste jonge menschen verstaan het drinken tegenwoordig niet meer. Met een knipoogje voegde hij er aan toe: Ik kan me niet beklagen over Herbert en zijn vrienden, maar de jongelui van tegenwoordig, die kunnen niet meer drinken. Toen ik een jonge kerel was, plachten we te vechten en te drinken — we waren weken met elkaar dronken. Maar de jongelui van tegenwoordig — nou, die zullen nooit de mannen zijn, die wij waren. (In een noot zegt Chamberlain nog, dat Sir Charles Dilke, de gezant, later vertelde, dat Bismarck hem had gezegd: Een geschikte jongen, die jonge Chamberlain. Jammer, dat hij zoo'n kleine drinker is). Bijna veertig jaren later zat de kleinzoon van Bismark in Londen bij mij aan tafel (Otto prins Bismarck, gezantschapsraad in Londen). Toen lk me herinnerde aan welken stam hij ontsproten was, vreesde ik, dat mijn kleine kelder zijn wenschen niet zou kunnen bevredigen. Angstig overlegde ik met mijn butler en zei ten slotte vertwijfeld: Het beste ls maar, dat je een flesch brengt van elke soort die voorradig is. Tot mijn verbazing vroeg de vorst na een enkel glas wijn om water. Wat, zei ik, u, een Bismarck, u vraagt water? Wat zouden uw vader en uw grootvader daar wel van zeggen? Hij antwoordde met de eigen woorden van den kanselier: Nou, wij zullen nooit de mannen zijn, die zij waren. Zoo was ik gewroken. --- RADIO-PROGRAMMA'S PROGRAMMA VOOR HEDENAVOND Hilversum I. 1875 M. KRO-uitzending. 5.50 Orkestconoert. 6.40 Lezingen. 7.35 Gramofoonplaten. (Om 8.00 Berichten). 8.30 Orkestconcert m.m.v. tenor. In de pauze: Lezing. 10.00 Gramofoonplaten. 10.30 Berichten. Populair concert. 11.10—12.00 Gramofoonplaten. --- HULST KAMP Ingezonden Mededeeling. --- Keulen 456 M 7.30 Omroepklelnorkest. 8.20 „Le Toréador", opera van Adam. --- Brussel 322 en 484 M. 322 M: 6.35 en 7.35 Gramofoonplaten. 8.20 Salonorkest en Mannenkwartet. 10.30 —11.20 Gramofoonplaten. 484 M.: 6.50 Kwartetconcert. 8.20 Gewijde muziek. 9.35 Omroeporkest. 10.30—11.20 Gramofoonplaten. --- Deutschlandsender 1571 M. 7.30 Dansmuziek m.m.v. orkest en solisten. 9.20 Berichten. 9.50 Plano-recital. 10.05 Weerbericht. 10.20—11.20 Kamermuziek. --- PROGRAMMA VOOR WOENSDAG 13 NOVEMBER. NCRV-Uitzending. : ^ Hilversum 1. 1875 M. 8.00 Schriftlezing en meditatie. 8.15—9.30 Gramofoonplaten. 10.30 Morgendienst. 11.00 —12.00 en 12.15 Ensemble v. d. Horst en Gramofoonplaten. 1.15 Gramofoonplaten. 2.00 Zang door M. Ligthart (sopraan) 3.15 Chr. Lectuur. 3.45 Gramofoonplaten. 4.15 Pianorecital M. C. Salomons. 5.00 Kinderuurtje. 6.00 Landbouwcauserie. 6.30 Onbekend. 7.00 Berichten. Reportage. 7.30 Causerie. 7.45 Gramofoonplaten. Berichten. 8.05 D. Lüschen (fluit) en M. E. Bouwmeester (orgel). 9.00 Voor jonge menschen. 9.30 Gitaarduetten, O. Schindler en H. Schwanda. Om 10.00 Berichten. 10.30—11.30 Gramofoonplaten. --- Hilversum II. 301 M. VARA-uitzending. 8.00 Gramofoonplaten. 9.00 Orgelspel C. Steyn. 9.30 Kookpraatje. 10.00 Morgenwijding VPRO. 10.15 Voor arbeiders in de Continubedrijven: Lezing; de Flierefluiters m.m.v. solltsen en declamatie. 12.00 Gramofoonmuzlek. 12.15 Bet VARA-orkest. l.CO Gramofoonplaten. 1.15—1.45 Vervolg Concert. 2.00 Voor de vrouw. 2.15 J. Jong (orgel) en B. v. Dongen (zang. 3.00 Voor kinderen. 5.30 Het VARA-orkest. 6.15 Sportpraatje. 6.30 Vervolg Concert. 7.00 „De Lachhoek". 7.30 Paedagoglsche causerie. 8.00 Berichten. 8.15 Gramofoonplaten. 8.30 C. Steyn'a accordeon-orkest. 8.50 „Achter de schermen", spel van Kesser. 9.30 Residentieorkest o.l.v. Tlggers. 10.10 Declamatie. Berichten. 10.20 Vervolg concert, m.m.v. Th. Versteeg (zang). 11.00 Lezing. 11.20—12.00 Gramofoonplaten. ---