Dit nummer bestaat uit TWEE BLADEN. EERSTE BLAD. Reis-Abonnementen. Geabonneerden op de „Haagsche Courant" kunnen gedurende het reisseizoen de courant aan hun tijdelijk adres opgezonden krijgen, tegen vergoeding van porto en onkosten. Men kan zich gedurende het reisseizoen op een 2e exemplaar abonneeren, om zijne huisgenooten niet van de toezending te ontrieven. De onkosten bedragen alsdan: Binnenland . 15 Cts. per week. België ... 20 „ „ „ Buitenland . 80 „ ,, „ --- KENNISGEVINGEN. Rijkstuinbouwleeraar. B. en W. brengen ter kennis van de personen, die zich met tuinbouw bezig houden, dat de heer C. H. Claassen bij kon. besluit is benoemd tot Rijkstuinbouwleeraar. Zij dat deze ambtenaar zich metterwoon zal hebben te vestigen binnen de gemeente Naaldwijk, en noodigen hen, die den tuinbouw als beroep uitoefenen, uit, zich ter Secretarie, le afdeeling (kamer no. 2), aan te melden, ten einde aan den Commissaris der Koningin te kunnen opgeven, hoevele afdrukken van de voor dien ambtenaar op te stellen instructie, ter uitreiking aan belanghebbenden, verlangd worden. Aanbesteding. B. en W. zullen op 6 Augustus, om 2 uur, in het raadhuis aanbesteden: het bouwen van een muur met ijzeren hek langs het station van den Staatsspoorweg aan den Bchenkweg, het gedeeltelijk wijzigen, ophoogen en bestraten van dien weg, en daarmede in verband staande werken. Aanwijzing in loco 3 Augustus om 11 uur. De voorwaarden zijn tegen f 0.35 en de teekeningen tegen f0.80 verkrijgbaar ter Secretarie, Se afd. Gevonden goederen. Aanwezig aan het Hoofdcommissariaat van politie aan het Alexandersplein 15b en te zien op alle werkdagen tusschen 12>/» en 2 uur: schopjes; notitieboekjes; een sleutel; een handwagen ; twee scheermessen j koperen gewichten; een duimstok; een parapiuie; een knop van een wandelstok; een ezel. Aanwezig en te bevragen bij de volgende ingezetenen : een gouden dameshorloge met zilveren kettinkje bij Verbeek, Prins-Hendrikstraat 40; een witte hond met bruinen kop en halsband bij Gramstad, Tuinderslaan 447; een grijs met bruin gevlekte jachthond bij Dekker, Badhuisweg, hofje nabij Witte-Brug 53; een parasol bij van der Toorn, Drogersdijk; een portemonnaie bij Post, Slijkeinde 81; een bloedkoralen halsketting bij Landsman, Slijkeinde 18a; een groote bruine hond bij Pieno, Oog in 't Zeilstraatje 9a; twee kinderschorten bij Leene, Trekweg (wasscherij); een groote muiskieurige hond bij Remmerswaal, RembrandtBtraat 46; twee staande-boorden bij Landrok, Lage-Westeinde 333e; een fox-terrier bij de Koek, Hofsingel 61; een zilveren eetlepel aan de Openbare Reiniging, Varkenmarkt; een zilveren armband bij Ketman, Hofsingel 17v; een ring met Vier sleutels bij Privé, Brouwerstraat 41; een koralen halsketting bij Hinke, Atjehstraat59; een zwart poesje bij van de Velde, Laan-van-Meerdervoort 40; een gouden dameshorloge bij van der Meer, Trompstraat 130; een kleine broche (goud?), Oosteinde 254, Delft; een tijgerhondje bij le Noble, Koningstraat 473; een morphineBpuitje in étui bij van Toor, ICorte-Groenewegje 58; een portemonnaie met f 2.18 bij Snijders, Rembrandtstraat 290; een damesportemonnaie met f 0.41K bij vanHouweningen en IJsselstein, LangeHoutstraat 23a; een vischlijn bij de Jager, Vijzelstraat 3; een dameshorloge bij Vervoort, Celebesstraat 57; een gladde gouden ring bij Dee, adres baron van Haersolte, Paraniaribostraat 10; een rozenkrans bij van der Putten, de-Perponcher8traat 32. --- Atjeh. Bij het departement van Koloniën is het volgende, van heden gedagteekende, telegram van den Gouverneur-Generaal ontvangen : „Gister Lamnga omsingeld. Nja Makam gevangen en gefusilleerd. Geen verliezen onzerzijds. „Kolonel Stemfoort bezocht VI en IY Moekims. Toestand gunstig. „Terugkomen der bevolking is toenemende". 't „Nieuws v. d. D." ontving het volgende telegram uit Indië: Bij een gevecht te Lambada, ten oosten der stelling, is Nja Makam gesneuveld. Hij is het bendehoofd uit Tamiang, dat vroeger aldaar herhaaldelijk invallen deed. Kort na Oemar's afval trok hij als diens bondgenoot naar Groot-Atjeh met een troep volgelingen. Een telegram aan 't „Handelsbl." meldt: Gister rukten 3 bataljons uit naar Lamnga. Onze troepen verrasten het bekende bendehoofd Nja Makam. Deze sneuvelde en zijne vrouw en kinderen en 58 volgelingen vielen in onze handen. --- Indisch nieuws. De „Mak. Ct." van 17 Juni meldt: Maandag-avond keerde de gouverneur, vergezeld van den controleur ter beschikking B. Erkelens, van zijn dienstreis naar Noord-Celebes terug. Deze had hoofdzakelijk ten doel, de grens tusschen de rijken Tontoli en Bwool vast te stellen, waarover reeds lang geschil bestond. In overeenstemming met den res. van Menado en de vorsten van beide rijken, is nu als grens aangenomen de Lakoang-rivier. Verder bezocht ZHEG. Tontoli, Donggala, Dampal en Dampélas, ter afdoening van verschillende zaken, alsmede het petroleumonderzoekingsterrein in de landstreek Saroedoe, aan de Westkust gelegen. De werkzaamheden bestaan in het onderzoek naar de formatie van den bodem en het doen van een reeks boringen naar petroleum, daar waar de gesteldheid van den grond doet veronderstellen, dat petroleum aanwezig is. Te oordeelen naar de resultaten, die de boringen tot nu toe opgeleverd hebben, belooft de onderneming wel te zullen slagen. Dit is ook te hopen voor den heer Borgman, die aan het hoofd staat en met den meesten ijver aldaar werkzaam is. De bevolking dezer landstreek is Alfoersch. Het dagelijksche wapen der mannen is een lang kapmes. De kleederdracht verschilt overigens niet met die der Boegineezen, wel echter die der vrouwen. Dezen dragen de sarongs dubbel geslagen, met een band om het middel vastgebonden en om het bovenlijf een nauwsluitend jakje. De gezindheid der bevolking is goed. — Er zullen te Seroeway en te Kwala-S impang (Tamiang) overzetvlotten geplaatst worden, bestaande uit drie aaneengeschakelde ijzeren cylindervormige drijvers (systeem-Ermeling) gedekt met houten brugdek, over te trekken langs staaldraadkabels met katrol en met ean windas om den draad te laten vieren voor andere vaartuigen die passeeren. Ook zal een reserve drijvervlot te Kwala-Simpang opgelegd worden, voor het geval van reparatie. De draagkracht der vlotten moet 4000 kilogrammen wezen. --- Ziekenverpleging. „Een verpleger" schrijft ons naar aanleiding van het artikel in ons No. van 20 dezer: Zeer veel, bijna alles in dat artikel, vindt sympathie bjj mij eu mijne collegas. Een zaak echter, en m. i. een gewichtige, kon ons niet bevredigen. De deskundige steller van het stuk zegt o. a.: „Hierop kan kritiek geen vat hebben". Maar de kritiek, — geen bedilzucht, doch de kritiek die opbouwt, die in 't belang van het algemeen is, kan op alles vat hebben, en in deze is 't dan niet op de inrichting der hedendaagsche ziekenhuizen, maar op personeele zaken. Ik heb een ondervinding van ongeveer 30 jaren in verschillende ziekenhuizen. Het langst heb ik gewerkt bij het oude systeem: mannen bij zieke mannen, vrouwen bij zieke vrouwen en kinderen. Na den stoot, dien dr. van Deventer ten goede aan de verpleging gaf, hebben andere directeuren van ziekenhuizen, onze geachte dr. Roessingh niet 't minst, diens voorbeeld gevolgd. Er werd gezuiverd; de onnutte dienstknechten maakten plaats voor beschaafde meisjes. De zieken hebben daarbij veel gewonnen, en de directiën evenzeer. Men heeft een zelf geoefend personeel verkregen; de verpleging heeft leeren begrijpen zonder veel uitlegging van den dokter, en aan het ziekbed vooral geldt de spreuk: „a bon entendeur demi mot". Maar ... en nu komt datgene, waarop ik wilde wijzen: na gedurende een bepaalden tijd zoowel praktisch als theoretisch ontwikkeld te zijn, krijgt de verpleger, na examen, een diploma. En wat gebeurt er dan ? De geoefenden gaan heen, hetzij naar het „Roode Kruis" of naar de particuliere verpleging, en leerlingen nemen weer de plaats in; de cursusgevende medicus heeft van voren af aan te beginnen. Als nu de stelling van den schrijver van bedoeld artikel opging, „dat alle zieken in een ziekenhuis behooren", waar moesten dan ai die gediplomeerden plaats vinden ? Dan zou immers die opleiding in de groote ziekenhuizen doelloos zijn. Mijn bescheiden meening is dan ook: alle gefortuneerden, die verpleging noodig hebben, voorzien zich van gediplomeerde verpleging in hun eigen huis, en alle overige zieken komen in het ziekenhuis, waar de voornaamste tak der geneeskunde, de hygiëne, een eerste plaats inneemt. Beide categorieën zijn dan gebaat. --- BINNENLAND. DEN HAAG, 23 Juli. De Oostenrijksche kanselier, graaf von Goluchowski, en zijn Duitsche collega von Hohenlohe hebben te Alt-Aussee een langdurig onderhoud gehad. Men vermoedt, dat er gewichtige politieke zaken zijn besproken. Op Kreta hebben nieuwe ongeregeldheden plaats gehad. De Spanjaarden moeten op Cuba danig aan 't overwinnen zijn. — De wet, houdende wijzigingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (voorstel-Hartogh) is thans in de„St.-Ct." verschenen. — In de „Limb. Koerier" betoogt de 2e-luitenant L. Coenegracht, dat het nieuwe Nederlandsche Mannlicher geweer een deugdelijk wapen is, bovenaan staande in de rij van alle bekende oorlogswapenen, en dat het in Oostenrijk afgekeurde geweer niets met het onze gemeen heeft dan den naam. Hij, die de beide wapens gelijkstelt, heeft ze nooit gezien, zegt hij. De „Koerier" verklaart, later op deze beschouwing te zullen antwoorden, die daarom vooral zeer vreemd is, omdat men inderdaad onmogelijk kan aannemen, dat het Kamerlid de Ras, ex-kapitein van het leger, zulk een bok zou hebben geschoten in een zaak, waarvan hij een bijzondere studie heeft gemaakt. Niet onmogelijk schijnt 't dus, dat de 2e-luitenant eerlang op zijne beurt zal moeten worden terechtgewezen. — De Staten van Groningen hebben, na uitvoerig debat, het voorstel om aan de Regeering de invoering van protectionistische graanrechten te verzoeken, met 22 tegen 20 stemmen verworpen. — B. en W. van Amsterdam hebben aan den gemeenteraad voorgesteld, overeenkomstig de voordracht van curatoren der universiteit, als opvolger van dr. Hertz, dr. C. Winkler, oud-hoogleeraar aan de universiteit te Utrecht, te benoemen tot gewoon hoogleeraar in de klinische neuropathologie en psychiatrie. — Te Wageningen is in den ouderdom van 48 jaar overleden de heer H. J. A. van Blommestein, oud-assistent-resident van Djoewana. — Voor het le gedeelte van het grootambtenaarsexamen voor den Indischen dienst, van 1 tot 23 dezer alhier gehouden, zijn, naar orde der eindranglijst, de volgende heeren geslaagd: A. A. J. Sweep, J. H. Riem, J. van der Marei, J. G. van Heyst, C. L. Sanders, H. I. Bussemaker, J. D. A. Lindhout, E. E. W. G. Schröder, G. D. P. A. Renardel de Lavalette, A. J. G. Schmitt, L. Scheltema, G. Ouwerling, J. J. Bergsma, H. van Eek, J. M. Klinkhamer, J. de Jongh, J. W. Folkersma, H. F. van Hengel, H. K. A. Bakker, F. L. Pannekoek, A. H. K. Milo, J. K. Feylbrief, W. J. P. C. Schmidt, J. P. Baljon, W. C. E. G. Halverhout, E. van der Meulen, J. S. Scholten, S. Schaggers, H. M. Lublink Weddik, Tj. J. Oosterlo, E. R. Haighton, C. W. Schoorel, S. Meihuizen, P. J. van Gulik, L. van Kesteren, J. R. F. Verschoor van Nisse, G. van Lissa, A. J. Huisman, W. V. Smeets, P. F. Laging Tobias, A. Ligtenberg, R. C. Bowles, M. Wijzenbeek, H. van Doornum, D. G. Hooijer, J. W. Middelburg, F. F. Borel, M. R. D. Merens, W. D. H. Bock, F. H. Greve, S. Stieler en M. I. W. J. Bijleveld. Van de 92 candidaten zijn er 52 geslaagd ; 11 trokken zich vóór of tijdens het examen terug, en 29 werden atgewezen. — De heer van Boeschoten, onder-staatssecretaris der Zuidafrikaansche Republiek, die met zijne familie aan de Steeg, bij Arnhem, verblijf houdt, zal op 15 Augustus naar Pretoria terugkeeren. — Mr. L. A. Bybau zal wegens drukke bezigheden zijn betrekking van arrond.schoolopziener te Schiedam neerleggen. — De betrekking van leeraar in de Fransche taal aan de Rijkslandbouwschool is vacant. Jaarwedde f 1500. Aangifte vóór 1 Augustus, bij den inspecteur van M. O., F. B. Löhnis, tijdelijk te Wageningen. — Op verzoek is met ingang van 1 Augustus eervol ontslagen de rijksveldwachter J. Daleboudt, te IJmuiden. Verplaatst worden de rijksveldwachters : P. Slikkema, van Amsterdam naar IJmuiden; J. Doon (brigadier-tit.), van Utrecht naar Vlieland, in de plaats van W. Adema, ontslagen; L. Sanders (brigadier-tit.) van Vollenhoven naar Pannerden; W. Jongepier, van de-Cocksdorp (Texel) naar NoordScharrewoude, en P. J. Deijs, van NoordScharrewoude naar de-Cocksdorp. H. Menger, veldwachter der gemeente Barradeel, C. van der Lee, nachtwaker te Bloemendaal, en J. Tesebeld, sergeant bij het 8e reg. inf. te Arnhem, zijn aangesteld tot rijksveldwachter resp. te Amsterdam, Utrecht en Amsterdam. — Het „comité-directeur" van het centraalbureau van den „internationalen bond der pers 5 heeft in zijne vergadering, dezer dagen te Zurich gehouden, tot voorzitter benoemd den heer Singer, te Weenen, tot penningmeester den heer Canler, te Brussel, en tot voorzitter der commissie van toelating den heer Boissevain, te Amsterdam. Het comité heeft reeds over de agenda voor het aanstaande congres te Stockholm beraadslaagd en zal in Februari weder bijeenkomen. — Ter herdenking van het 50jarig bestaan der „Vereeniging van den H. Vincentius van Paulo" in ons land, werd gister-avond in de concertzaal van den Dierentuin een plechtige algemeene vergadering gehouden, onder voorzitting van den aartsbisschop van Utrecht en bijgewoond door mgr. Lorenzelli, internuntius, en van de bisschoppen van Nederland. Ook de president van den hoofdraad te Munchen was aanwezig. De ruime zaal was stampvol; geen plaatsje was onbezet gebleven; men spreekt van ongeveer 1800 personen. De ingang aau den Benoordenhoutschen weg was fraai met groen versierd en het tooneel geheel in het groen verborgen, waartusschen de bustes van HII. MM. en van Paus Leo XIII waren geplaatst. Nadat bij het binnentreden van de bisschoppen en den hoofdraad door de broederzang vereeniging een hulde was gezongen aan het episcopaat: „Ecce sacerdos", werd de vergadering geopend door mr. Th. Borret, president van den hoofdraad der vereeniging, die een welkomstgroet uitsprak, in de eerste plaats tot mgr. Lorenzelli. Het Dagelijksch Bestuur der gemeente bedankte hij voor de welwillende gezindheid, die het altijd jegens de vereeniging heeft getoond, en voorts allen, die de vereeniging door weldadigheid gesteund hadden, inet erkentelijkheid herinnerende dat de vereeniging, dank zij de medewerking die zij overal ondervond, thans in grooten bloei verkeert. Als bewijs daarvan voerde de heer Borret aan, dat de vereeniging meer dan f 600.000 aan de armen kon verstrekken. Daarna bracht mr. J. G. S. Bevers, secretaris van den hoofdraad, verslag uit over de werkzaamheden der vereeniging gedurende de afgeloopen vijftig jaren. Zij kon met trots terugzien op haar verleden, al had zij in de eerste tien jaren veel met moeilijkheden te kampen gehad, zeide de verslaggever, die daarna verhaalde, hoe de Vincentius-vereeniging in Nederland in 1846 door Guillemont was gesticht, waarna zij zich geleidelijk uitbreidde over de verschillende steden. In de laatste 25 jaren had zij meer dan 14 '/i millioen ontvangen, heeft thans 23 plaatsen waar den armen warm voedsel wordt verstrekt, en 63 bibliotheken, en heeft aan 255.652 jongens onderwijs kunnen geven, 8000 personen in betrekkingen geplaatst en over bijna 250.000 arme gezinnen haar stoffelijke en zedelijke zorgen uitgestrekt. De heer Bevers voegde daarbij een woord van hulde aan de nagedachtenis van eenige overleden broeders, waaronder de heer Lux, die twee-en-dertig jaren president der vereeniging was geweest, en aan diens opvolger, mr. Leesberg, die tot 1885 het voorzitterschap had bekleed. De historieschrij­ --- FEUILLETON. HUWELIJKSREKENINGEN. DOOR CLAVERIKG GIETER. 16) — Zulk een contract, jij ondankbaar nest! schreeuwde de tante. — Wat bedoel je daarmee? Haal jij je neus op voor iets, datje nog niet liebt gezien ? Ik zal je laten zien, óf het contract goed is of niet. En wat u betreft, Abner, arme, zwakke speculant in lords, ik zal je bevrijden van alle financieele Verantwoordelijkheid. — Hoe? vroeg mr. Bulger. '— Ik neem hem zelf! — Groote God! — Lieve hemel! gilde Evic. — Het contract spreekt van miss Bulger, vervolgde Seraphia. — Ik beu feitelijk de miss Bulger; ik ben niet bang voor zijn zedelijk karakter; ik ben lid geweest van de «Vereeniging tot zedelijke verbetering van echtgenooten." Ik kan eiken man verbeteren. Bij Connecticut en Missouri, ik zie niet in, waarom Bar-Sinister zich niet i>: zijn huwelijk zou beteren. Ik heb hem nu al half lief. Over twee minuten zal ik hem aanbidden. Ik heb hem nu al lief. Ik neem hem! Ik neem hem! — betaal je de twintig duizend pond terug, Abner. Dit contract het mijne. Ik heb hem. — Aangenomen! riep mr. Bulger. — Bravo! juichte Evie. llaar, zei Seraphia ernstig, — ikeisch, at mijn aanstaande.echtgenoot — waag het met te lachen, miss — nooitzalweten.dat dit contract eigenlijk voor de jongste miss Bulger was bestemd. Stelt gij er geen prijs op om lady Bar-Sinister en op een goeden dag markiezin te zijn, ik wel. Mijn George is zulk een mooie jongen als er ooit een in Piccadilly heeft gewandeld. Terwijl zij sprak over haar George, dacht Evie aan haar George. Zij omhelsde en kuste en feliciteerde Seraphia en fluisterde: — Gij zijt het beste oude vrouwtje ter wereld — neen, neen, niet oud, want de tante zag er bij de gedachte aan haar aanstaand huwelijk jonger en aardiger uit dan de meeste vrouwen, die reeds reeds de vijftig gepasseerd zijn. Een kwartier later kwam de phaeton weer voor; Evie ging naar beneden, na op haar kamer gedineerd te hebben. Zij waagde zich niet in de nabijheid van de eetzaal, vanwaar het gegons van het gesprek, het klinken van glazen, het geluid van Seraphia's scherpen lach en van Mirie's bekende stem tot haar doordrong; ja, zij hoorde duidelijk haar stem. Achter Punch en Judy vloog zij door de stad, waar zij een heerlijk uurtje doorbracht; zij reed rondom het Casino, hield stil bij een paar hotels, waar zij eenige der dames kaade, hopende den man zien, wiens gelaat weer in haar hart was teruggekeerd ; maar zij ontdekte noch George, noch Maddox. — Morgenvroeg — morgenvroeg zal hij zekei weer op de badplaats zijn, dacht zij; dan zal ik hem weer zien, en de droom van Florida zal worden voortgezet. Zij i-eed terug, ging door de vestibule naar de trap, om hare kamers op te zoeken. Van uit de schitterend verlichte eetzaal klonk Mirie's stern: —Waarom komt Evie toch niet beneden ? Dit zal haar vreugde geven! Zij heeft den pas aangekomen bruidegom nog niet eens gezien! Evie werd nieuwsgierig; zij wilde Seraphia's toekomstigen heer en meester toch graag eens zien. Op hare teenen sloop zij naar de porte-brisée, welker deuren misschien slechts een halven duim open stonden. Daar hoorde zij een stem, die haar verpletterde, en die stem zei: — Op mijn woord, mr. Bulger, wanneer ik geweten had, dat ik nog eens belanghebbende bij uw Galverdrijver zou zijn, had ik u de quinine tot lager prijs verkocht, begrepen ? De lichten begonnen te dansen; Evie duizelde, want daar, in het licht der versierde tafel, aangestaard door Seraphia en antwoordende op de felicitaties der gasten, stond ... O, gerechte Hemel! Het was om gek te worden! — Het geïmporteerde wezen was — haar George. Hoe zij op haar kamer was gekomen, wist zij niet, doch niemand had, meende zij, haar gezien. Wanhopig wierp zij zich op bed; daar kwam iets de kamer binnen en likte haar gelaat. Het was Mirie's leelijke poedel. Het arme beest had medelijden met haar! Abelard had medelijden met miss Evie. ACHTSTE HOOFDSTUK. De oude markies van Fitzminster, de grootvader van George Cranmere, was overleden; de oude Bar-Sinister, die zijn tijd had doorgebracht met schulden maken, zoodat de markies eindelijk geen cent meer voor hem wilde betalen — en waardoor Bar -Sinister zich genoopt gevoelde, het vermogen van George's moeder te doen verdwijnen — volgde hem op, en George Cranmere kreeg den titel, dien tot nog toe zijn vader had gedragen. Zoodra George na het overlijden van den markies in zijn oude vaderland was teruggekeerd, werd hij onmiddellijk achtervolgd door zijne schuldeischers, die hem het leven zeer lastig maakten. Het was juist in die dagen, dat de kleine Mirie en haar moeder te Londen kwamen. Hoe zij met den markies in kennis kwam, was een raadsel; maar zeker is het, dat de oude markies haar, zoodra hij haar zag, met de meeste oplettendheid behandelde, en nauwelijks wist de kleine Mirie, dat George's vader markies van Fitzminster, burggraaf Bar-Sinister, pair van Engeland en baron van Donny-brook, pair van Ierland was, of zij deed alles om den ouden verkwister te vangen. Het zou haar in der daad spoedig gelukt zijn, wanneer niet op dat oogenblik Seraphia den Oceaan was overgestoken, zoekende een titel voor haar nicht. Seraphia, als vrouw van zaken, kwam rond uit voor haar zending; zij bood meer dan de moeder van miss Armitage, en hij stond op het punt, zich per contract aan de familie Bulger te verbinden, toen alles George ter oore kwam. Dit geschiedde door het volgende briefje dat hij, kort na de komst van tante Seraphia, ontving: Mijn beste Bar-Sinister! Waarom hebt ge mij geen bezoek gebracht, sedert ik te Londen ben ? Ik heb u iets te vertellen omtrent eene jonge dame, die gij in Florida hebt ontmoet', dat zal ik doen op de garden-party van lady Southwood, vandaag. Gij weet, dat gij kunt komen, en ik weet, dat gij eene uitnoodiging hebt, al houdt gij u ook, alsof ge niets van gezelschappen wilt weten. Mirabelle Aurelia Armitage. George ging naar lady Southwood's garden-party en keerde zeer opgewonden terug. — Mijn lieveling, fluisterde hij, — jaloerseh op die miss Webster! ha ! ha! ha! Heeft haar tante overgestuurd om het huwelijk met mij te regelen — wat een bewijs harer liefde! En die idioot van een tante begaat een domheid en onderhandelt met mijn vader! Vervloekt! Hij zou in staat zijn, mijn Evelyn te trouwen ! Maar ik zal het beletten, bij den Hemel, dat zal ik! George nam een Machiavelli-dosis quinine, zooals hij dat noemde, twee-en-twintig en een halve grein, stormde naar zijn vader en het gevolg was een heftig tooneel. George dreigde, dat hij zijn vader zou aanklagen bij het Hoogerhuis, wegens het verkwisten van het vermogen zijner moeder, en het onderhoud eindigde met het opmaken van een contract, waarbij de markies beloofde, af te zien van een huwelijk met miss Bulger en de rijke bruid aau hem afstond. Zoo geschiedde het dan, dat de oude Fitzminster eene overeenkomst regelde uit naam van burggraaf Bar-Sinister. George teekende die zonder haar te hebben gelezen; hij was gelukkig en genoot in zijn geluk gedurende de gansche reia over den Oceaan. (Wordt vervolgd.) ▼er eindigde met den wensch, dat na weder vijftig jaren de vereeniging een noggroo* teren omvang zal hebben gekregen, waardoor zij nog meer liefde en heil zou kunnen stichten. De zangvereeniging zong nu een hymne op het jubileum der vereeniging, muziek van P. Kallenbach. De solo's werden met schoone stem voorgedragen door de heeren van Leeuwen en Emons, terwijl de jongeheer Oostdam met een heldere stem de sopraansolo vervulde. Daarna betrad dr. Schaepman het spreekgestoelte, voor 't houden van de feestrede. Hij ving aan met een woord in het Fransch tot den internuntius, vertolkende de gehechtheid en trouw aan den H. Vader der katholieke bevolking van een klein land, dat trotsch is op zijne vrijheid cn onafhankelijkheid. Daarna tot zijne moedertaal terugkeerend, ontwierp de redenaar een beeld en een karakterschets van Vincentius a Paulo in zijn heiligen en herderlijken arbeid tot bestrijding der ellende in de wereld; tot het scheppen van werken van barmhartigheid; tot herschepping der wereld door zijn barmhartigheid en liefde, van den Vincentius, den eere-hersteller van het woord: „de liefde vergaat nimmermeer", wiens arbeid vereeuwigd werd in de conferentiën van St.-Vincentius a Paulo, de wonderbaarlijkste openbaring van de christenliefde en van het gemeenschapsleven, en wiens werk zich heeft voortgeplant over geheel de wereld, ook over ons klein heerlijk vaderland, waar het redding heeft gebracht in den nood. Hierbij sloot zich aan een eerbiedige hulde aan hen, die hier te lande het werk van den apostel hebben geleid en bestierd, waarna de redenaar in verheven taal deed uitkomen, hoe groot in de toekomst is het arbeidsveld voor liefde en gerechtigheid en dat bestemd is om door de broeders van Vincentius te worden beploegd. Onder oorverdoovend gejuich hernam dr. Schaepman zijne plaats op het podium. Met even groote sympathie werd vernomen de voorlezing van een telegram, waarin kardinaal Rampolla namens den Paus de vereeniging geluk wenschte met haar gouden feest, met den wensch, dat zij op den goeden weg moge voortgaan en onder verleening van den pauselijken zegen. Daverend was ook 't applaus, toen dr. Schaepman voorts aan de vergadering mededeelde, dat de heer Borret tot ridder van den Ned. Leeuw was benoemd. De aartsbisschop van Utrecht bedankte den heer Schaepman voor diens rede en wenschte den heer Borret geluk met zijne benoeming, waarna tot slot een „Te Deum" door het broederkoor werd gezongen. Heden-morgen om 12 uur werd de tentoonstelling der vereeniging in het Westeinde geopend, waarbij de aartsbisschop en de bisschoppen eveneens tegenwoordig waren. De ingang wordt gevormd door een fraaie eerepoort, en een laan van wimpels wapens en groen leidt naar de zalen der tentoonstelling, waar meer dan 2000 fraaie voorwerpen zijn uitgestald, waaronder vele door kloosterzusters en weeshuizen geschonken. Men vindt er o. a. een kerk van suikerwerk, ingezonden door de stoomsuikerfabriek van Jamin te Rotterdam, die de nieuwe kerk aan het Bezuidenhout voorstelt op l jt o van de ware grootte, — een fraai geschenk van den internuntius, — eenige prachtvoorwerpen, aangekocht voor de gift van HH. MM., prinses von Wied, de groothertogin van Saksen enz. Een der voorwerpen, die het meest de aandacht trekken, is een kruis van aluin, met bloemen van Indische vischschubben, vervaardigd door mevrouw Bröcker, en verder een mooie collectie handwerken van het R.-K. weeshuis en andere R.-K. inrichtingen hier ter stede, waaronder eenige voorwerpen, door blinden vervaardigd. De tuin van het gebouw is tot „promenade" ingericht, met een ruime muziektent en net ingericht tuinhuisje, waar de bisschoppen ontvangen werden. Door eenige leden der vereeniging is een der benedenlokalen voor vermakelijkheden ingericht: tombolas enz. — Tot 3e onderwijzeres in de kookkunst en aanverwante vakken aan de Kook- en huishoudschool alhier is benoemd mej. S. Salomons, van Rotterdam. — Naar aanleiding van het eervol ontslag van den heer J. van der Hoeven als heelmeester van het ziekenhuis te Rotterdam, hebben B. en W. dier gemeente voorgesteld, aan die betrekking een zoodanige jaarwedde te verbinden, dat de opvolger van dr. v. d. H. zich uitsluitend aan het ziekenhuis zal kunnen wijden. Zij zal nl. van f 2500 op f 4000 gebracht worden, met twee verhoogingen van f 1000, telkens na vijf jaren. Dr. van der Hoeven kon tevens gewone praktijk uitoefenen; maar zijn opvolger zal nu, en alleen voor zoover zijn dienst in het ziekenhuis 't toelaat, uitsluitend consultatie-praktijk binnen de gemeente mogen uitoefenen. — Naar de „N. R. Ct." verneemt, zal de „Nederlandsch-Indische Gasmaatschappij" over 1895 een dividend uitkeeren van 7 pCt. Over 1894 heeft de uitkeering 9 pCt. bedragen. — Door de Utrechtsche coöperatieve bouwvereeniging „Concordia" zal tot het bouwen van 43 burgerwoningen op een terrein aan den Auisterdamschen straatweg worden overgegaan. ---