KUNST EN LETTEREN Opera Italiana. Nabuchodonosar. Verdi heeft een zeer groot aantal opera's geschreven, waarvan er een zevental repertoire houden op het wereldtooneel. Voor Italië komen er dan nog een paar bij De overige zijn vrijwel in het vergeetboek geraakt. Zoo ook de oude noviteit, die de Opera Italiana ons thans heeft gebracht. Zij dateert uit de eerste scheppingsperiode van den componist en is eigenlijk het eerste Yocaal -dramatische werk waarmee hij de volle aandacht op zich vestigde. In den tekst van Temistocle Solera, ontleend aan een bekend bijbelsch gegeven, zit spanning en actie. Verdi heeft dien tekst op voor zijn tijd geniale wijze in muziek omgezet, zonder dat hij daarbij de beginselen van muzikale dramatiek volgde, die hem eerst later hebben geleid. Scherpe, muzikale karaktgrteekening, psychologische typeering, logiek zoekt men hier te vergeefs, evenals sterke dramatische spanningen.. Aan ^ schoone melodieën, zoaals ook Kossini, Bellipi en Donizetti ze schreven, is deze partituur echter overrijk. De vorm is nog primitief, alle hoofdpersonen hebben hun recitatieven en stereotype aria's in belcantostij', waarbij het ,,guitaar"-orkest begeleidt. In enkele groote koorensembles voelt men den klauw van den leeuw. De lyriek viert hoogtij. De opvoering stond over de geheele linie op hoog peil. Wel kwamen hier en daar — bij een eerste opvoering van een werk, dat ook voor de meeste solisten en voor de vocale ensembles nieuw is, alleszins begrijpelijk — kleine schommelingen voor tusschen tooneel en orkest, de vaste hand van maestro de Vecchi greep dan echter zóó beleidvol in, dat een en ander bijna spoorloos aan het oor voorbijging. Voor zijn vaste, autoritaire en steeds waakzame leiding past hier slechts lof. Hetzelfde geldt voor de mise en scène, waarvan de verzorging in een werk als dit, waarin ook het oog zijn rechten doet gelden, zeker geen sinecure is. De namen van de regisseurs Augusto Cardi en Riccardo Moresco mogen in dit verband wel eens extra worden genoemd vanwege het vele uitstekende werk, dat zij hebben gepresteerd. Menig tooneel maakte een suggestieven indruk. Voor de vervulling van de titelpartij was de beroemde bariton Carlo Galeffi geëngageerd, dien wij reeds in Rigoletto als een kunstenaar van beteekenis leerden kennen. Thans heeft men hem nog eens in het bijzonder als bel-canto-artist kunnen bewonderen in de uitgebreide recitatieven en aria's, die Verdi hem in den mond gaf. Maar ook zijn uitbeelding was een prestatie van den eersten rang, hevig bewogen en doorvoeld, expressief spel, dat niet naliet de hoorders te boeien en te ontroeren. De toejuichingen waren dan ook herhaaldelijk zoo aanhoudend en geestdriftig, dat de zanger nauwelijks aan bisseering ontkwam. Al ida V a n e, aan wie de vrouwelijke hoofdrol (Abigail) was toevertrouwd, had wegens ziekte moeten afzeggen. Zij heeft echter tenslotte toch gezongen omdat anders de voorstelling niet zou hebben kunnen doorgaan. Voor haar werd clementie gepleit bij monde van de administratrice der opera. Het zal ongetwijfeld voor deze begaafde zangeres een hachelijke taak geweest zijn zich door haar zware partij heen te worstelen. De stem, die blijkbaar door een flinke keelaandoening was aangetast, herstelde zich echter in den loop van den avond nog merkwaardig goed. Een belangrijk fragment uit haar partij moest begrijpelijkerwijze gecoupeerd worden. Dat sommigen uit het publiek lachten om een paar mislukte hooge toonen, was zeer afkeurenswaardig en — belachelijk. M e 1 n i k als Zaccharias, opperpriester der Joden, had een mooie zangpartij voor zijn rekening. Met vocale waardigheid en expressieve actie heeft hij de figuur voorgesteld. De tenor V o y e r (Ismael) zong en acteerde zijn kleine partij zeer goed. Hij heeft een mooie, frissche, goed dragende stem, die het ook in een grootere rol wel zal doen. Rh ea Tonioli was een alleszins te prijzen Fenena (dochter van den Assyrischen vorst) en ook de kleine partijen van den Baaispriester, van Abdallus en de zuster van Zaccharias werden door de zangers C a rmassi, Boscacci en sigra C h i o rb o 1 i naar behooren vertolks. De groote koorensembles hadden vocaal imposante momenten. Het werk is goed ontvangen door het talrijke publiek, dat op menig gedeelte met ware ovaties heeft gereageerd. Maestro d e Vecchi moest met de hoofdvertolkers, die bloemen ontvingen — Galeffi kreeg een krans — ten 'tooneele in het huldebetoon deelen. Dr. P. H. Ritter jr. over Gulbranssen's Trilogie. Onder auspiciën van de 's-Gravenhaagsche Boekhandelaars Vereeniginghoudt dr. P. H. Ritter jr. op Vrijdagavond 27 November e.k., een lezing over Trygve Gulbranssen's roman-trilogie. Deze lezing wordt gehouden in de groote zaal van het gebouw Excelsior, Zeestraat, alhier. De bekende pianist Theo van der Pas geeft zijn muzikale medewerking en zal o.m. werken van Ida Haendel. De 13-jarige violiste Ida Haendel, die een enkel recital geeft op Dinsdag 24 November a.s. in Diligentia. zal werken ten gehoore brengen van Mozart. Bacil, Bloch, Francoeur, Chausson, Debussy, Dvorak en Sarasate. t Theo i'. d. Pas zal deze jeugdige kunstenares begeleiden. Het Huwelijk der Prinses. In aansluiting op het in de eerste verlovingsdagen verschenen boekje „Hollands Bruidspaar'', geschreven door den heer D. Hans, zal binnenkort, eveneens bij de firma A. W. Sijthoff te Leiden uitkomen een nieuw werkje van denzelfden schrijver, onder den titel ,,Het Bruidspaar in de Gouden Koets". Verschillende autoriteiten hebben voor dit boekje een korte bijdrage van hun hand afgestaan. Amsterdamsche Tooneelvereeniging. André Ransan: De Heer en Mevrouw Séveiin. André Ransan heeft in een voorwoord, dat aan dit stuk voorafgaat, een interview met zijn eigen tooneelfiguur gehad. En, in den stijl van het spel, dat nu eens de klucht, dan weer de satyre benadert en eigenlijk tusschen beide doorzeilt als tusschen Scilla en Charibdis, in hardnekkige poging noch de een noch dé ander te veel te benaderen, laat hij meneeT Séverin aan het woord. Als je evenwichtig bent en een goed humeur hebt, dan is het niet zoo moeilijk om de wereld in de holte van je hand te houden. We moeten van het principe uitgaan, dat we van het leven niet meer moeten vragen, dan het ons kan geven. We mogen niet te veeleischend zijn. Dan schieten we al een heel eind in de goede richting Vervolgens moeten we ons goed bewust zijn, dat het leven een burleske fantasie is, een kostelijke grap, voor niemand van wezenlijk belang. Begrijpt u goed: niets, absoluut niets op. de wereld is ernstig. Wij zijn het, die het drama en de tragedie hebben uitgevonden, om onze' zenuwen en ons sentiment tevreden te stellen. Laten de bourgeois en de idioten zoo dwaas zijn om zich de haren uit het hoofd te trekken. Vertrouwen, optimisme, vroolijkheid, dat zijn de eenige intelligente en logische middelen om te reageeren op dien ietwat al te groenen appel, dien men ons in den schoot geworpen heeft. — Jawel, maar er zijn toch wel beroerde dingen ook. Er zijn geen beroerde dingen. — Zoo. Stelt u zich dan eens voor, dat u . . . het is natuurlijk maar een hypothese . . . Ga gerust uw gang. — Stelt u zich dan eens voor, dat u een bedrogen echtgenoot was. Jules Séverin keek me aan, overstelpt door vleezige verbazing en met een drogen knal barstte hij uit in een daverend, homerisch gelacht. Een bedrogen echtgenoot! Een bedrogen echtgenoot. En dat noemt u een ongeluk? Het krankzinnige idee. Een kostelijke grap. Bedrogen te worden. Wat nog meer? Denkt u soms, dat het iets bijzonders is om bedrogen te worden? Schei toch uit.U hecht aan die kleine menschelijke bokkesprongen veel meer waarde dan ze hebben, dat is alles. Heusch, geloof me, we moeten op 'het podium klimmen, onze grimassen maken en daarna weer in de coulissen verdwijnen. De beteekenis van den mensch hangt af van zijn bescheidenheid." Deze mentaliteit, — voor een goed deel de mentaliteit van het moderne Fransche théater, is die van het heele stuk. Meneer Séverin, onverstoorbaar in zijl} zelfvoldaan en rustig „vertrouwen", prikkelt zijn romantisch aangelegde en ongelukkige vrouw dermate, dat zij in de armen valt van een schuwen en ongelukkigen minnaar, hoewel zij in wezen van Séverin houdt. De zelfverzekerde raakt zijn rust kwijt, maar hervindt deze op een voor het publiek wel ze^r bittere wijze. Oscar Tourniaïre heeft van Séverin een juweel van een creatie gemaakt, die hij met alle vlotte tooneelspelersroutine en gebrek aan rolkennis speelde. De water-en-bloed transpireeTende souffleur was tot achter op de galerij te verstaan, de medespelers bloosden bij sommige situaties van schrik ... en toch was het meesterlijk wat Tourniaire deed. Hij vond echter en superbe tegenrol in de Monsieur Bidou van J. Sternheim, die hier een glansrol schiep. Een prachtig type, schichtig en spichtig als een vogel, met een plotselingen ommekeer in het begin van 3 die voortreffelijk was. Mien Duymaer van Twist had ook alle nuances van haar veelzijdige rol uitgebuit. Ook zij leverde een scherp en intelligent spel. Sara Heyblom en Peter van Hulzen als het echtpaar Bouvier waren sterk gechargeerd, wat overigens wel in den stijl van deze knappe opvoering (regie van A. Defresne) paste. Een zeer aardig décor van L. Richter. Grete Lorweg. De Oostenrijksche pianiste Grete Lorweg zal een recital in Pulchri Studio geven op Dinsdag 1 Dec. a.s. Sonatenavond Jo en Arnold Juda in Pulchri Studio. Wij vragen ons af hoe lang het nog zal duren, voordat het Nederlandsche concertpubliek beseft hoeveel goede en zeer verdienstelijke kunstenaars het in eigen kring heeft en hoe hard het dikwijls buitenlandsche kunstenaars naloopt, die maar al te vaak niet meer dan het predicaat: zeer middelmatig verdienen. Zoolang dit echter nog wel het geval is zal' men pijnlijke situaties als gisteravond in Pulchri iStudio houden. Twee veelbelovende artisten voor circa veertig mensohen in eein zaal waar schilderijen en leege stoelen het aantal luisteraars ver overtreft. Is het niet zeer begrijpelijk, dat de conoertgevers onder dergelijke weinig bezielende omstandigheden de moed in de schoenen zinkt? Doordat dit, vooral bij den violist, merkbaar was, is het niet goed mogelijk een zuiver oordeel te vormen over de prestaties van dit sonaten-duo, bestaande uit den eersten concertmeester van de Arnfaemsohe Orkestvereeniging, Jo Juda en den pianist Arnold Juda. Wel kan worden gezegd, dat het hier in ieder geval kunstenaars van zuiver en hoog gehalte betreft, die zich zeker niet zullen laten afschrikken door een minder geslaagden .avond. • Het programma opende met de sonate in g. gr. t. van Mozart. Technisch uitstekend, de violist vol van toon, beheerscht van streek, de pianist daaraan gelijkwaardig. En toch lag er een zekere matheid over de heele uitvoering. Vooral de violist kwam niet boven ziohzelf uit, hetgeen ongetwijfeld een gevolg was van de ongunstige omstandigheden. Mendelssohn's sonate in f. kl. t. klonk zelfbewuster, maar kwam toch nog niet in de regionen van het feu sacré. Als laatste nummer voor de pauze speelde Jo Juda een sonate, voor viool alleen gecomponeerd door zijn begeleider Arnold Juda. De compositie heeft goede klankvondsten en vond in de uitvoering van den violist een warm pleidooi. Toch hooren wij vooralsnog Arnold Juda liever als pianist dan als componist, daar de helderheid en doorzichtigheid, die zijn pianospel kenmerken in zijn compositie nog niet te vinden waren. Het bleef vaag, ponder veel lijn en stijl. Na de pauze volgden „Second Dialogue" van Gteorges Migot en de sonate in a. gr. t. van César Franck. Daar een ander concert ons naar Diligentia riep konden wij de weergave hier van niet hooren. Wij hopen echter, dat Jo en Arnold Juda hun optreden, dat ?".eszins gerechtvaardigd is, spoedig komen herhalen en dat zij dan de belangstelling en bewondering vinden, die zij kracshtens hun capaciteiten verdienen. Gezelschap Jan 3Iusch. Op Woensdag 25 November zal het gezelschap Jan Musch in den Koninklijken Schouwburg een voorstelling geven van het succes-blijspel „Baron Tip", van Cecil Hohn en George Abbott, in de vertaling van J. C. van der Horst. Dit stuk, in het genre van „Elias weet het beter", gaat reeds eenige jaren te Londen en NewYork met groot succes. De komische hoofdrol wordt vervuld door den heer Jan Musch, de overige rollen door de dames Jeanne van Rijn, Lize van der Poll-Hamakers, Mieke Flink-Verstraete en door de heeren Jaap van der Poll, Adolphe Hamburger, Emile van Stilwe. van Staalduynen, Valk van Spiegel en Marbel Berckmans. De regie van dit blijspel is In handen van Jaap van der Poll, de décors zijn vervaardigd door W. A. de Maare. Dr. Valentin van Marle t De Nederlandsche kunsthistoricus dr. Valentin Raimond Silvain van Marle is op 49-jarigen leeftijd in zijn woning te Perugia overleden. •Dr. van Marle is op 28 Juni 1887 hier ter stede geboren. Het grootste deel van zijn leven heeft hij in het buitenland doorgebracht. Hij studeerde aan de Sorbonne, en was vervolgens ais schrijver werkzaam, tot 1918 te Parijs, daarna te Perugia. Van zijn publicaties noemen wij: ,,De mystieke leer van meester Eckehart" (1916). „Simone Martin et les peintres de son écoie" (1920), „Reciherches sur 1'iconographie de Giotto et de Duccio" (1920), „La peinture rornaine au moyen age" (1921), „The develcmment of the Italian schools of painting", „Ieonographie de 1'art profane au moyen- age et a la Renaissance" (1931-1932). Maandblad voor „Hedendaagsche Muziek". Het eerste nummer der zesde jaargang, dat van November 1936, opent met een artikel door Alexander Jemmitz, „Muziek en praehistorisch onderzoek". Er worden opmerkingen in verband met dit hachelijke onderwerp gemaakt, welke der overdenking waard zijn, niet in 't minst, waar het over h,et \ olkslied gaat. Het vorschen naar de beteekenis der oude muzieken, minder nog uit praehistorische tijdperken, dan naar die welke samengegaan moeten zijn met de nog steeds bewonderenswaardige voortbrengselen op ander kunstgebied, is een aesthetische verklaarbare neiging, al kunnen daarbij de gevolgtrekkingen evenzooveel dwalingen zijn. Toe te juichen blijft echter iedere poging om klaarheid te brengen op dit nog betrekkelijk weinig geëxploreerde gebied. Belangwekkend is ook wat dr. Deutsch in „Was ist Musik und wie ist sie zu erreichen", zegt over „muziek hooren". Ook hier alle gelegenheid om ongemerkt tot verkeerde hypothesen of paradoxale uitspraken te geraken. Verder „Zuiaafrikaansche correspondentie" van José Rodriguez Lopez, welke bewijst, dat de toestanden voor de musici daarginds ook nog verre van ideaal zijn, meer door primitiviteit van het muziekleven dan door een teveel aan goede krachten, wat echter in de praktijk in materieel opzicht voor den musicus op hetzelfde neerkomt. Tenslotte verschillende mededeelingen en een bespreking door drs. Flothuis van Wouter Paap's „Anton firuckner, zijn land, zijn leven en zijn kunst". Als muzikale bijdrage een lied „Verloren" van Adama van Scheltema, getoonzet door Siem Pliüster met toepassing van het atonale systeem, dat een bepaald oordeel voor het oogenblik nog uitsluit. Tegen artisten-dilettantisme. Onder auspiciën van de Koninklijke goedgekeurde Nederlandsche artisten-organtiisatie,. is een groote protestvergadeTi 'ng gehouden in gebouw „Musis Sacru'm" te Amsterdam. Deze vergadering, die bijzonder druk bezocht was, nam met algemeene stemmen de volgende motie aan: ,,De proitestvergadering, gehouden op Donderdag 19 November 1936 in het gebouw „Musiis Sacrum", zich richtende tegen het broodroovende dilettantisme in het algemeen en het „cabaret dier onbekenden"' in het bijzonder, protesteert tegen allen, die op onoirbare wijze het bedrijf benadeelen; spreekt zich uit, voor het bestrijden van het dilettantisme in zijn vollen omvang en voor hei nemen van maatregelen in den kortst mogelijken tijd en met alle middelen om een wettelijke beroepspermissie van de regeering te krijgen. Besluit met alle middelen stelling te nemen tegen alle unfaire praktijken door z.g. exploitanten van „Cabarets der Onbekenden" en andere instanties, die het amusementsbedrijf schaden; verbiedt alle beroepsartisiten het optreden in deze cabarets der onbekenden, en gaat over tot de orde van den dag". De Ballade-componist Carl Loewe. Hofkapelineester van Züllohow. Oarl Loewe, de vermaairde Duitsche balladenconnponist, zal, ter gelegenheid van den 140sten «verjaardag van zijn geboorte, op 28 November worden herdacht te Züllchow bij Stettin en op 29 November in deze laatste stad zelf. Behalve werken van Carl Loewe zal dan een melodrama „Het hart in het orgel" van Karla Konig, met muziek van Max Anton, worden uitgevoerd. In het hart van de oude Hanzestad Stettin verheft zuil, indrukwekkend, de geweldige Gothische Dom van St. Jacob. Niet ver van den ingang van deze kerk staat het standbeeld van Carl Loewe, een werk van den beeldhouwer Gltimer. Wanneer een vreemdeling door het hooge portaal de kerk binnenstapt, om ook een blik te werpen in het •mooie in Barok-stijl ontworpen intérieur van het gebouw, dan zal de koster zieker zijn aandacht vestigen op den geheel links, naast het orgel, staanden pijler. Want hier, in dezen pijler, wordt, in een zilveren urn, het hart van Carl Loewe bewaard. De koster zal den bezoeker dan ook helpen de Latijnsche inscriptie op den pijler te ontcijferen. Zij luidt: „Carl Loewe, uit Lobejün, doktor der muziek, vermaard componist van ■liederen en oratoriën, bekwaam leeraar en onberispelijk menscili, beschikte, dat zijn hart na zijn dood op 20 Aipril 1869 zou worden bewaard in deze kerk van St. Jacob, welker orgel hij 43 jaar lang heeft bespeeld. De zeldzaam mooie legende van de liefde van een kunstenaar voor zijn instrument en van het hart, hetwelk naast het orgel moest worden bewaard, wordt eigenlijk nog indrukwekkender, wanneer men weet, dat Loewe eens, op lioogen leeftijd, afscheid moest nemen van de stad, waarin hij zich als 24-jarige had gevestigd en welke hem, volgen? zijn eigen woorden, alles had gegeven, wat hij noodig iiad. Carl Loewe, die heden door eiken kenner wordt geschat als de iDuitsche balladen-componist bij uitnemendheid, was echter reeds een vermaarde persoonlijkheid, toen hij naar Stettin kwam. Hij had reeds zijn groote ballade „Edward" gecomponeerd. Dit werk was «oo in den smaak van Richard Wagner gevallen, dat deze uitriep: „Loewe is een genie!" Loewe had toen echter ook ireeds zijn ..Elwershöh" en zijn „Erl'könig" gecomponeerd. Goethe iliad hem te Jena met hartelijke vriendschap ontvangen. Vijftien jaar later genoot Loewe, die bovendien een van de grootste zangers van zijn tijd was, reeds Europeesche vermaardheid. Onder zijn invloed had het muziekleven te Stettin zich zoo sterk ontwikkeld, dat Carl August Do hm. een bekend muziekkenner, beweerde, dat men aldaar op het gebied van de muziek den besten smaak van geheel Eurqpa bezat. Dit oordeel was zeker sterk overdreven met feet noodige locaalchauvinisme. Zeker is echter, dat koning Frederik Willem IV, van Berlijn naar Stettin reisde om er een aantal concerten bij te wonen. iDe koning vertoefde bij zijn bezoeken aan Stettin gaarne in het huis van bisschop Ritschl, die eveneens een geestdriftig aanhanger der muziek was. Loewe zelf was vaak de. gast va.n den koning te Potsdam. In zijn ..Herinneringen" schrijft hij: ..Wanneer ik voor hem zong, nam hij gewoonlijk vlak bij den vleugel aan mijn rechterzijde plaats en wel zoo, dat hij mij steeds in het geziriht kon zien . . Een verder centrum der Schoone Kunsten was in dien tijd het prachtige huis van mevrouw Geheimrat Tilebein te Züllchow nabij Stettin. iDeze dame was innig bevriend met Loewe en noemde dezen vaak haar „Züllchower Hofkapelmeester". Loeiwe, die, aldus het oordeel zijner tijdgenooten, zelf een vorstelijke verschijning was en ook een meester in de omgangsvormen, verkeerde niet alleen aan de hoven der vorsten. Hij ging ook om met de grootste intellectueelen van zijn tijd. Op verzoek van den koning organiseerde hij groote concerten te Berlijn, welke hij ook persoonlijk leidde. Vriendschap verbond hem met Carl Maria von Weber, Spontini, die toen een beslissenden invloed op de Duitsche opera uitoefende. Prins Radziwill, Handel en Schütz, wiens heerlijke brieven gedeeltelijk in de autobiographie van Loewe zijn opgenomen. Hij was voorts zeer bevriend met Ottilie, de schoondochter van Goethe. Aan haar kinderen heeft hij les gegeven. Walter von Goethe was in het bijzonder *er aan hem geheqht. Vele jaren later heeft hij zijn ouden leeraar nog ontroerende brieven geschreven. Te Londen, waar hij eerst erg onder het nevel-klimaat te lijden had. heeft Loewe voor koningin Victoria gespeeld en gezongen. De Prins-gemaal sloeg bij deze gelegenheid zelf de bladzijden van de muziek om. De meest bekende compositie van Loewe is wel het veelgezongen lied „Die TJhr" — maar het aantal zijner werken is zeer groot. In de eerste plaats dienen zijn heerlijke balladen, liederen en oratoriën te worden vermeld. Hij componeerde ook een aantal opera's: Zijn „Drei Wiinsohe" is in de Opera te Berlijn opgevoerd. Voorts verschenen van zijn hand kwartetten voor strijkorkest, piano-sonates enz. De groote uitgave van zijn werken, welke men aan dr. Max Runge, den biograaf van Loewe te danken heeft, omvat niet minder dan vijftien deelen! Op den ..Klosterhof" te Stettin tooit een gedenkteeken het kleine huis met zijn smalle trapjes, waarin Loewe heeft gewoond en gewerkt. 's Zomers componeerde hij hier in een prieel in zijn tuin. Voorts herinnert nog aan den kunstenaar, het Tilebein-huis te Züllchow met zijn heerlijke bibliotheek. Toegezonden boeken. ■ - • - „Tarakanner tegen wil en dank", door Dick Laan. — Uitgave van Holkema en 'Warendorf N.V. te Amsterdam. De titel van dit jongensboek belooft meer dan het werk geeft. Immers men zou mogen verwachten, dat het hier in de allereerste plaats zou gaan over de prachtige kampeerreizen, welke de Maatschappij Nederland twee achtereenvolgende malen met de Tarakan voor de Nederlandsche jeugd iieeft georganiseerd en dat het tegen wil em dank mefegaan van een der knapen slechts een ondergeschikte rol 'Zou vervullen om er een nog wat romantischer tintje aan te verbinden. Het is hier echter juist andersom. Dick Laan verhaalt van een jongen, die op school ten onrechte wordt verdacht van een of andere frauduleuze handeling. Dientengevolge beslissen oom en tante, bij wie hij in huis is, omdat zijn ouders in de West wonen, dat l}ij voor straf niet mee mag met de Tarakan. Twee van zijn vrienden probeeren den waren dader te vinden, doch dat gaat niet gemakkelijk. De jongen kan niet verdragen, dat men èiem niet meer vertrouwt en wil nu als verstekeling mee naar de West, om naar zijn ouders terug te keeren. Hij belandt evenwel abusievelijk op de Tarakan en maakt de reis toch mee, zij net onder minder gunstige omstandigheden. Wanneer de reis bijna ten einde is, ontdekken de twee vrienden, wie do werkelijke bedrijver van de wandaad op school is en de verstekeling wordt nu gerehabiliteerd. Op zichzelf is dit verhaal heel goed bruikbaar, maar de auteur had de Tarakan er niet bij moeten halen, want hij is er niet in geslaagd een goed beeld van de werkelijke reis te geven en de jinsta sfeer aan boord te schilderen. We hebben de leis zelf als gast vaji de Maatschappij meegemaakt en kunnen dus uit ervaring spreken. Dick Laan faeeft bovendien de fout gemaakt, dat lnj den leeftijd van den gemiddelden Tarakanner een paar jaar te jong heelt aangeslagen. Het is jammer van het boek, dat er goed verzorgd uitziet en dat tal van mooie foto s van net schitterende Noorsche land bevat. „Neutraliteit", een woord over onze levenshouding, door prof. dr. W. J. Aalders. -— Uitg. Bosch en Keunmg, Baarn. In een overzichtelijk, helder geschreven boekje, in de bekende Libellen-serie, schrijft de bekende Groningsche hoogleeraar Aalders over .,neueenige , . , kennend. Aangezien ieder mensch behoort tot een bepaald levensverband, gezin, maatschappij, school kerk. staat, kan hij niet neutraal zijn. Met Kierkegaard wijst prol. Aalders de neutrale, contemplatieve houding af. En tegenover de uitersten van dezen tijd valt het moeilijk neutraal te zijn. Iseutraliteit is grijs, vrijwel kleurloos, zonder kracht en daarom ook onvruchtbaar. Ook principieel is neutraliteit uit den booze. Het leven moet een daad zijn, tenminste worden. Men kan niet neutraal zijn tegenover den „naaste", dengene die vlak naast ons staat, die recht heeft op hulp. Er zijn ook dingen, waarmede wij niets te maken hebben, omdat zij uitsluitend anderen aangaan. Daarbij hebben wij te letten op het zeer dichtbij of ver' af ligt. Kon men vroeger tegenover den Staat min of meer onverschillig staan, tegenwoordig gaat dat niet meer, nu de Staat op velerlei levensgebied treedt. En tenslotte: wat het meest weegt, in onze betrekkingen tot God is neutraliteit onmogelijk. God moet het middelpunt zijn, zoodat alles afhangt van de betrekking, waarin wij tot Hem staan. „Patria's luchtvaartalbum , dooaHenri Hegener. — Uitgave N. V. Biscuitfabriek „Patria" te A'dam. Het zal al weer meer dan een jaar geleden zijn, dat de N .V. biscuitfabriek „Patria" den Nederlandschen luchtvaartvrienden een belangrijken dienst dieeft bewezen door het doen verschijnen van het plakfotoboek „De Vliegende Hollander", dat gewijd was aan de luchtverbinding tusschen Nederland en Indië. Dat boek sloeg in, want geen van de jongere garde wilde het missen. De jacht op foto's was een ware rage en dat was te begrijpen, omdat het boek iets heel bijzonders bood. Het was een prachtige fotografische verzameling met daarnevens een interessanten tekst over de ontwikkeling van den zoo gewichtigen Zfederlandschen luchtweg. En nu, aangemoedigd door het succes met „De Vliegende Hollander", is „Patria" weer een stap verder gegaan en heeft opnieuw een plakfotoboek uitgegeven, dat niet minder de belangstelling van de Nederlandsche jeugd zal trekken. Misschien zelfs nog meer, omdat de inhoud meer algemeen van strekking is geworden. Het gaat nu niet speciaal over een Hollandsche luchtverbinding of over vaderlandsche machines, neen, dit boek vat de internationale luchtvaart op breede basis bij de horens. Men vindt er het noodige over luchtballons, over bestuurbare luchtschepen, .valschermen, racevliegtuigen, autogiro's zweefvliegtuigen, over luchtacrobatie, oatapults en vliegtuigmoederschepen. Dat alles worcft in beeld gebracht en de bekende luchtvaart journalist Henri Hegener heeft er een passend verhaal bij geschreven ter toelichting. Een apart hoofdstuk vraagt de aandacht voor allerhande experimenten, welke in den loop der jaren gedaan zijn door constructeurs uit onderscheidene landen. Het is een merkwaardige verzameling van vreemde vogels, waarbij we echter het jongste product van Hollandsche makelij missen. In tegenstelling met het vorige boek, waarin uitsluitend zwart en wit werd gebezigd, zijn de foto's in dit nieuwe werk in kleuren uitgevoerd, waardoor de aantrekkelijkheid van het boek zoo mogelijk nog wordt vergroot. Zoo is dit luciitvaartalbum een belangrijk en uniek werk geworden, dat de jongeren stellig zullen weten te waardeeren. Tijdschriften. Ir. C. Th. F. van der Wijck schrijft in ,.P. T. T. nieuws" een belangwekkend artikel over Televisie. Voorts zijn er o.a. in opgenomen „De monetaire gebeurtenissen", „Decentralisatie van de briefpostbestelling te 's-Gravenhage" en „de telefoontentoonstelling te Amsterdam". Het nieuwe nummer van „De 8 en Opb o u w" is gewijd aan het Woningvraagstuk. Met foto's wordt aangetoond hoe onhygiënisch de inrichting van verschillende woningen in Amsterdam nog is. A. Komter geeft in het slot van het nummer nog een vertaling van een artikel van den Japanner Tetsuro Yoshida „Das japanische Wohnhaus". In „Maandblad Groningen" worden voortgezet de artikelen over ; „De toestand van Noordeliik Groningen in de 10e eeuw" door 1. door J. Kuiper en „Volksverhalen" rdoo K. ter liaan. In het dialect van West-Grunnen zond Nihl. Griep een gedicht in, „Haarstwiend" Zeer lezenswaardige bijdragen bevat het nummer voorts nog. ,,N at uur en Techniek" bevat o.m. do volgende artikelen: De beroemde „Wilde Paarden" van Lippe Detmold door de Josselin de Jong, Neerlands boomenpracht op haar fraaist, door R. Tepe; De zegetocht van het lichtmetaal, door prof. dr. D. H. Wester; Zal een reis naar Mars ooit verwezenlijkt worden? door dr. W. J. A. Schouten ; Van Rome haar Tripoli per vliegboot, door Berthold Stokvis, arts; Goudzoekers in den jare 1936; Hoe een televisie-raster tot stand komt, door M. Leeuwin; Nieuw Guinea wordt in kaart gebracht, door mr. E. Rusman. Nieuwe Uitgaven. De bekende gids op boekengebied. uitgave van den' Neclerlandschen Uitgevershond te Amsterdam „Het Nederlandsche boek voor 1936" is verschenen. Aan dez^ dertiende uitgave is een prijsvraag verbonden, de voorwaarden hiervoor, vindt men voorin vermeld. J. Riemers—Reurslag schrijft over oude kinderboeken. Dit artikel is bijzonder fraai geïllustreerd. Verder bevat de catalogus de gebruikelijke lijst der in 1936 verschenen uitgaven. Bij de firma W. J. Thieme en Cie. te Zutphen is verschenen: „Vr eemdelinge n". een woordenboek bewerkt door prof. dr. P. Fijn van Draat, oud-hoogleeraar aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Het bevat volgens de aankondiging vreemde woorden en gezegden bij beschaafde Nederlanders in gebruik met nieuwe Engelsche equivalenten. Ignaz Friedman. De groote Poolsche pianist Ignaz Friedman zal Zondagmiddag in Diligentia een Chopin-recital geven. --- FILM EN BIOSCOOP. „Een Lied van de aarde" in het City-theater. De directie van het City-theater maakt bekend, dat zij Zondagmorgen a.s. om 12 uur nog een voorstelling zal geven met Svend Noldan's wonderfilm „Een Lied van de Aarde", daar de voorstelling van Zondagmorgen j.1. geheel was uitverkocht en velen teleurgesteld moesten worden. Chopin-film. Zondagochtend 12 uur, zal in het Triauon-theater alhier wederom een vertooning gegeven worden van de Chopin-film. Onze stadgenoot, de bekende pianist Theo van der Pas. die o.a. te Warschau een bijzondere onderscheiding ontving voor zijn Chopin-vertolkingen, zal bij de film muziek van den grooten Poolschen componist ten gehoore brengen. --- Dominichino's „Heilige Familie" Een schilderij van Dominichino „Madonna" bleek na restauratie de Heilige Familie met Johannes den Dooper te zijn. Dit zeer oude doek stond op' den catalogus der kunstveiling in het kasteel te Well (Limburg) vermeld als een „Madonna" van Dominichino. Na gedeeltelijke verwijdering der bovenste verflaag en deskundige restauratie bleek het een complete „Sacra Famiglia" te zijn, waarbij ook afbeelding van Johannes den Dooper. Dominichino (1581—1641) was de meest bekende leerling uit de schildersschool van Annibale Caracci te Bologna. De gewichtige opdrachten, welke hem gegeven werden voor het hof en de domkerk te Napels, wekten zoozeer den naijver op van sommige andere kunstenaars, dat Dominichino tijdens zijn verblijf aldaar onder zijn kunstarbeid steeds den degen terzijde moest dragen. Het schilderij is thans het eigendom van de pastorie te Hintham. ---