LETTEREN en KUNST. Dezer dagen verscheen bij den uitgever F. H. J. Bekker te Amsterdam een Leven van den H. Bonifaciut een hoogst welkom pendant — indien wij ons van dezen term mogen bedienen — van de levensbeschryving des H. YVillibrordus door pastoor Van Etten. Ook hier was het wederom een lid onzer ijverige priesterschap, dat de pen opvatte, om in een op populair en toon geschreven werk het Katholieke Nederlandsche volk bekend te maken met het leven v»n een heilige, met de moeiten en offers, welke het gekost heeft, om onze voorvaderen den waren godsdieust te sehenken, welken wy immer in eere mogen houden. Professor De Kijk heeft eene voorrede geschreven ter inleiding van dit boek. Aan hem laten wij hier het woord; hij heeft in korte, kernachtige woorden de verdiensten van dit werk samengevat in de volgende zinsneden : „.... Zoekt men naar een populair, in edelen toon en over het algemeen vloeiende taal, in echt godsdienstigen, kerkelyken zin voor ons Katholiek volk geschreven Leven van den H. Uonifucius, dan zal men in dit boek zyne rechtmatige eischen voldaan zien. Men zal méér vinden: de vrucht van zeer nauwgezette studiën, bier en daar eene zielverheffende, niet op meeBierachtigen toon voorgedragen toepassing, die vruchtbaar medewerken kan tot den bloei des geestelijken levens in de harten der lezers, toms uitweidingen en opmerkingen, die van groot nut kunnen zijn voor de halve of kwart-geleerden, door de richting van onze eeuw gevormd em door haar anti-kerkdijken z.u in de war gebracht. Ons volk zal den H. Bonifacius zien, omschenen door het Katholieke licht, dat hem behoort. Wie juicht niet in deze vreugde?" Zóó oordeelt een man als professor De Byk over dit boekske. Men zai ons ten goede houden, dat wij ons niet zullen inspannen, om verdere loftuitingen aan te voeren, die overigens ten volle verdiend zouden zyn. Wy willen nog slechts wijzen op de Kerkelyke goedkeuring en op de onberispelyke wyze, zooals wy die trouwens van den heer Bekker gewoon zijn, waarop de uitgever deze pennevrucht het licht deed zien De Februari aflevering van de Katholieke Gids bevat als eerste artikel eene studie van P. M Bots Pr over de Iransjigurutie , naar eene copie naar Raphael, waarin vooral de opvatting der Icdiaansche school wordt besproken en ten slotte in vergelijking gebracht met het realisme der Hollandsche kunst. Mathilda eindigt in dit nummer hare schets Ken dag uit het leien van prins Willem III , waarin de karakteis van dezen Oranje en zijne gemalin op uitstekende wijze geteekend zijn. Mr. Tullingh, reeds eenige jaren als publicist werkzaam, legt den lezers de toestanden in Frankrijk bloot, zooals zy onder het algemeen stemrecht zich hebben gevormd, terwyl pastoor Scheiberling de onveranderlijkheid der Kerk en de veranderlijkheid der wereld in zijne studie tegenover elkander stelt Prof Ruijten heeft zich op het litteiair gebied begeven: Multatuli's populariteit en critici vormen het onderwerp van zijn artikel. Na een vervolg op de bespreking der voornaamste kunstvoorwerpen, we;ke zich in het bisschoppelijk museum te Haarlem bevinden , door F L Stracké Jz., voert Th A Koelman den lezer aan de hand van Éduard Dumont tot een d eper inzicht van ae verschrikkelijke rol, welke Israël en dr. Loge in Frankrijk hebben gespeeld Met een MaandeLjksch Overzicht van mr. E. Gompertz is deze aflevering besloten. Door den heer J. W. Van Leeuwen , uitg. en antiq boekhandelaar te Leiden, is uitgegeven No. 58, Catalogus van boeken die in z\jn magazijn voorhanden en voor de gestelde pryzen a contant te bekomen zijn. Deze catalogus bevat ruim 60ü nummers, en zooveel verscheidenheid, dat ieder er al licht iets voor zijne gading in vinden zal. --- ALLERLEI. De sluiswachter Jansen, die in hechtenis genomen werd als verdacht van poging tot moord op den opzichter der genie d. R. te Woudrichem, is weder op vrije voeten gesteld. De heeren E. en J. B. uit Valkenburg (L.), werden Zaterdag door den rechter-commissaris te Maaslricht in verhoor genomen, aangaande het zich wederrechtelijk toegang verschaffen tot de steengroeven. Te 's Heer-Arendskerke is Zaterdagavond op noodlottige wyze een huisgezin in rouw gedompeld. Uit onvoorzichtigheid waagde zich een persoon by overkomst van het Plaatje, een eilandje in het Sloe, dat bij laag water droogvoets kan bereikt worden, bij opkomend water te ver, meenende, nog bytyds de overzij te kunnen bereiken. Niettegenstaande dringende waarschuwing , gaat hy voort en... verdrinkt ten aanschouwe van hen, die niet in staat zyn hem te redden. De man laat vrouw en kinderen na. Te Rijpwetering heerschen tegenwoordig de mazelen dermate, dat de school aldaar voor onbepaalden tijd moet gesloten blyven. Een droevige gebeurtenis viel gisteren ter plaatse genaamd „ Bemelerberg " voor. De drie gebroeders Sleypen van het gehucht „Gasthuis" (Bamelen) waren geleiders eener kar, geladen met granen, welke te Maastricht door hen verkocht waren. Te gezegder plaatse brak de ketting, welke als remtoestel dienst deed; dientengevolge ging het voertuig in woeste vaart voort. Een der broeders bleef op de plaats dood, de tweede werd zesr gevaarlijk gekwetst en de derde bekwam lichte kneuzingen. De droefheid der ouders en familie is onbeschryfelyk. Onder de gemeente Heinkenszand werd Dinsdagavond door een arbeider, die, na zijn dagwerk verricht te hebben huiswaarts keerde, in een sloot in den Stellepolder een persoon gevonden. Hij bevrijdde dezen, zekeren D. B. uit Heinkenszand, uit zijn netelige positie en spoedde zich, toen hem bleek dat B. verstijfd was en niet loopen kon, naar een in de buurt wonend arbeider om hulp. Deze werd hem verleend en met vereende kracht B. onder dak gebracht, waar hy echter binnen het half uur overleed. De ongelukkige schijnt van Goes gekomen en door eene beroerte overvallen te zyn. Naar de Amst. Ct. uit betrouwbare bron verneemt, bestaat het plan om een maatschappij op te richten tot exploitatie van het Paleis voor Volksvlijt. Aan het hoofd van die Maatschappij zou komen te staan de heer Ton Sr., directeur der centrale markten te Dusseldorf. Het Paleis voor Volksvlijt zou alsdan tot een groote markt ingericht worden, waar bloemen , planten, groenten, vleesch, visch enz. zoudeu te koop aangeboden worden. Er zyn bereids onderhandelingen aangeknoopt met de aandeelhouders vaa het Paleis voor Volksvlijt, waarvan de meerderheid zich bereid verklaard heeft, zoodat de onderhandelingen spoedig tot een goed einde zullen ge bi acht woiden, terwyl men zich met een adres tot den gemeenteraad zal wenden ten einde een subsidie te ontvangen, daar, zoo het plan gelukt, de reeds lang beloofde en verwachte groentenmarkt van gemeentewege niet opgericht zou behoeven te worden. Ho! ho! riep gistermorgen een vrouwtje in Den Hang van buiten tegen den conducteur van een tram. Toen deze tot staan was gebracht, stapte het boerinnetje echter met in, maar vroeg: Wat kost een half onsje chocolade bij jou? Goedkooper dan ergens anders, antwoordde de conducteur. Eergistermiddag vier uur werd de Haarlemmerstraat te Amsterdam in rep en roer gebracht door het volgend voorval: Een beambte van het bagagekantoor van het centraal-station was door zijn superieur beboet met 50 centen. Schijnbaar zich kalm houdende, wachtte hij tot gistermiddag 4 uur totdat zyn chef huiswaarts keerde. Hij volgde hem echter en viel üem onverhoeds op de Haarlemmerstraat aan met een scheermes, waarmede hy hem ten wond aan den hals en aan den rechterarm toebracht, welke echter niet levensgevaarlijk geacht werden door een geneesheer , die in alleryl ontboden was De dader zag zich spoedig gegrepen en werd door de politie in arrest genomen. Hy staat bekend als een ijverig werkman, en maakte nooit misbruik van sterken drank. Wraak schynt de eenige drijfveer van zijn handelwijze te zyn geweest. Het is weder gebleken, niettegenstaande sommigen het tegendeel beweren, dat te Schiedam nog uitstekende gist gemaakt kan worden. Vanwege de Amsterdamsche-Bakkers-Vereeniging Gemeenschappelijk Belang zyn op het laboratorium van de heeren Kuijt & Farensbach 15 gistmonsters chemisch en microscopisch onderzocht, terwyl 10 leden der Vereeniging de gist practisch onderzocht hebben door ermede te bakken. Een zoodanig onderzoek kan dus aanspraak maken op volkomene betrouwbaarheid. Konden er uit het chemisch en microscopisch onderzoek geen directe gevolgtrekkingen gemaakt worden, het tegendeel was het geval met de proefbakking. Uit de bakproeven bleek, dat slechts vyf van de zestien monsters uitstekend werden bevonden, nl. alle drie monsters van de firma Roetman, Scheffers en Co., te Schiedam, ééu van de twee monsters van den heer J. C. Van Marken, te Delft, en één monster uit Frankrijk. Met genoegen kunnen wy dus constateeren, dat een der jongste gistvennootschappen te Schiedam met glans de concurrentie blijkt te kunnen doorstaan. Voor de nadere bijzonderheden omtrent deze zoo merkwaardige proefneming verwijzen we onze belangstellende lezers naar no. 402 van de Nederlandsche Bakkers-Courant, van den 15 Januari 1889. (Schied. Ct.) Onlangs deed in de dagbladen een bericht de rondte, waarin werd aangetoond, dat hier te lande afzenders van postwissels naar België in ongunstigen toestand verkeeren, tegenover afzenders van postwissels uit België naar Nederland. Door herziening van de tabel van herleiding is thans aan dit euvel te gemoet gekomen. Vroeger geschiedde de herleiding van guldens in francs volgens den maatstaf van „ één gulden is gelyk aan 2 lrancs 8 centimes," thans wordt één gulden gelyk gesteld aan 2 francs 9 Va centimes. Ook voor Duitschland en Eageland is de herleidingstabel gewijzigd. By verzending van postwissels naar Duitschland werd 1 gulden gelyk gesteld aan 1 mark 58 penningen, thans is dit 1 mark 69 penningen. Voor Engeland gold 1 pond sterling 12 gulden 16 cent, thans geschiedt de herleiding volgens den maatstaf van: 1 pond sterling is gelyk aan 12 gulden 10 cent. Zekere W. uit de gemeente Oostdongeradeel, die, met achterlating van schuldeischers, voor eenige jaren naar Amerika vertrok, is thans teruggekeerd om met zyn crediteuren af te rekenen van het geld, dat hij in de Nieuw» Wereld o ververdien 1 had. In den nacht van Vrijdag op Zaterdag jl. had op de Heldersche kust een zeer treurig drama plaats. Dien nacht strandde in de Noordgronden het Duitsche barkschip Theodor Behrend, kapitein Baptist, met steenkolen van Shields naar Porto Grande (Kaap Verdische eilanden) bestemd. Het was stormweder, en de branding kookte en beukte verschrikkelijk, zoodat de opvarenden niets anders dan een verschrikkelyken dood voor oogen hadden. Om aan de kust de opmerkzaamheid op te wekken, werden van het geteisterde schip vuurpijlen en flambouwen ontstoken, die door de kustwacht gezien en gerapporteerd werden. Wat vermocht men echter in den stikdonkeren nacht tegen de woedende branding? Men was wel genoodzaakt, tot den morgenstond te wachten. Helaas! zoolang had het schip het niet kunnen uithouden , liet was reeds verbrijzeld, de drijvende wrakstukken langs de kust gaven daarvan de treurige zekerheid. En , 't is jammerlijk 't hier te moeten neerschrijven, 7 van de 14 man equipage, benevens de vrouw van den kapiiein en 2 zijner kinderen, vonden een ellendigen dood; de gapende afgrond had ze opeens verslonden. De overige 7 opvarenden hadden nog het geluk zich aan een der drijvende masten vast te klampen. Hiermede werden zij geruimen tijd door de felle branding heen en weder geslingerd, totdat een der scheepsbooten tegen den mast aandreef, en waarin alle 7 wisten over te springen. Deze boot bracht hen gelukkig op de zandplaat Onrust, waar zij, hetgeen later blijken zal, volstrekt niet in veiligheid waren. Toen men des morgens de schipbreukelingen op de zandplaat gewaar werd, was de reddingboot, onder commando van den moedigen Rijkers en gesleept door de Hercules spoedig in zee om hen uit hunne benauwde positie te redden. Dit ging echter met zeer veel gevaar en moeielijkheden gepaard. Wegens den diepgang kon de reddingboot niet zoo nab\j komen om de arme zeelieden terstond op te nemen. Op een wenk van Rijkers en de overige bootslieden, om in zekere richt ng het water te doorwaden, ten einde de boot te bereiken , schenen 3 van de 7 dit sein verkeerd begrepen te hebben, althans zij liepen moer en meer naar diep water, totdat de inmiddels snel wassende vloed hen verzwolg. Dit tooneel moet wel een hardverscheurenden indruk hebben achtergelaten bij de redders, die zoo nabij waren en hunne 6venmenschen voor hunne oogen in den afgrond moesten zien verzinken. Nadat een drietal mannen uit de reddingboot zich met lijnen om het lichaam in zee hadden begeven, mocht het mot boveninenschelijke krachteinspanning gelukken, de overige 4 geheel uitgeput en meer dood dan levend in de boot op te nemen en op de Hercules over te brengen. Te Den Helder aangekomen, werden zij in 's Rijks Marine-hospitaal opgenomen en verpleegd. Hun toestand is thans van dien aard, dat er alle hoop op geheel herstel bestaat. Al is het don ledders niet mogen gelukken allen te redden, hun pogingen daartoe getuigden van zooveel menschenliefde en zelfopoffering, dat huune namen met eere zullen geboekstaafd worden. Zij zijn: Th. Rijkers, schipper; J. Ham, R. Veen, J. Snijder, J. Mens, J. Rieken, Jb. Snyder, J. Botter, P. Lastdrager, C. Bsneker en M. Schoonbergen. De namen der geredden zijn: de matrozen H. Slinger en S. B. Datema, beiden Nederlanders; hofmeester F. Lippke en kok C. Schanz. Slinger diende vroeger als matioos 2e kl. bij de marine De Theodor Behrend praaide Vrijdagmorgen een visschersbom om een der visschers aan boord over te zetten, teneinde het schip, dat lek en in gevaar was van zinken in veilige haven te brengen. Wegens storm en hooge zee kon daaraan niet worden voldaan. De bomschuit zelve, schipper Arie Dijkhuizen, kwam hier Zaterdag behouden binnen. (Held. Ct.) Men schrijft uit Neede aan de Zutph. Ct.: Een aardig geval dat dezer dagen hier plaats had, deed ons onwillekeurig aan De Schilderjas, novelle van A. A. Beekman, denken. Toen de dienstmaagd van den heer A. W. 's avonds omstreeks zes uur van het dorp, waar zij boodschappen gedaan had, tot dicht bij de huisdeur harer woning gekomen was, bemerkte zij tot hare niet geringe ontsteltenis, dat daar in het portaal eene lange, zwarte gedaante stond. Dadelijk snelde zij naar het dorp terug en wist zekeren H. over te halen met haar mede te gaaD en te zien, wie de onbekende was en, indien het noodig mocht zijn, handelend op te treden. Beiden bloven eindelijk op een eerbiedigen afstand van de deur staan, waarop H. met eene aan angst trillende stem riep : „Goo'n aovond!".... Daar er geen antwoord kwam, riep hij nogmaals: „Ik zegge oe goo'n aovond!.... „Woorumme sprek ie neet ? ".... Weer geen antwoord. Beiden durfden niet nader te komen, daar «ij maar al te zeer voor het heerschap beducht waren en besloten daarom terug te keeren, om een in de nabijheid wonenden kennis mede te nemen en dan er op los te gaan. Het drietal toog opnieuw naar de plaats van het dreigend gevaar. Veiligheidshalve had men een knuppel medegenomen , om zich daarmede te kunnen verdedigen indien zulks noodig was. Onderweg had men besloten , de mannen n. 1., dat ieder hunner aan een kant der deur post zoude vatten en dan den vreemden indringer nogmaals aan te spreken. Gaf hij dan geen antwoord, dan zouden zij op hem aanvallen. En zoo geschiedde het. Nadat H. weer geroepen bad: „ Goo'n aovond !.... Ik zegge oe goo'n aovond !... vroeg hij: Verstoai mie neet?... Sprekke dan veur de...! Nu begon het beiden te vervelen en vreezende, dat er zeker eene vreeselijke worsteling zoude plaats hebben, vlogen zij hals over kop op den stuurschen vent aan en... hadden eene pool (lange jas) te pakken. Het geval had zich aldus toegedragen. Een werkman had de gevreesde jas voor zijnen heer uit de buurtschap H. naar diens woning moeten brengen. Toen de arbeider voor eene gesloten deur kwam, besloot hij het kleedingstuk maar aan den schelknop te hangen, dan zou men het wel vinden. Een ondernemend restauratie-houder te Londen is op het eigenaardige denkbeeld gekomen, zoogenaamde Luncheon wagens door de drukste straten van de hoofdstad te laten rijden. In eiken dezer wagens zal zich een kok bevinden , met een kookkachel en een voldoenden voorraad levensmiddelen, zoodat men den bezoekers steeds pas toebereide gerechten zal kunnen voorzetten. Om geen storing van het verkeer te veroorzaken , moeten de bezoekers van deze restauraties den wagen bestijgen en kunnen dos, terwijl zij hun lunch gebruiken , tevens hun weg vervolgen , een groot voorrecht in een land, waar het spreekwoord Time is money geboren is. --- BINNENLAND. Wy ontvingen voor de missie van kardinaal Lavigerie, tot vrijkoop van negersla ven: Van J. M. / 5 Bij Kon. besl. ia benoemd tot rechter in de arr.-rechtbank te Amterdam, mr. J. J A. L Beuns, thans reehter-plaatsv. in gemeld college en adv. aldaar; is P. M Van der Mundere, te Go s, met 16 Febr benoemd tot schoolopz in het arr Goes; zyn benoemd bij den staf der art-, tot majoor-magazynm de kapt-mag. J G. J Paravicini di Capelli, te Amsterdam ; tot kapt.-mag. de le luits.-mag J H Vau Aanholt, H. L Horstmann en N S Slnyters, resp. te Geertruidenberg, te Woudrichem en te Willemstad; 2o zij , in rang en betr. verplaatst: naar ' b Hage (magazijn Pantserforten), de kapt-mag der art Sluyters, voornoemd; naar Willemstad, de ie luit-mag. der art. H. W. Van Bijleveldt, thans te Heusden. Het program der anti-revolutionairen. De Tijd trachtte in da vorige week aan te toonen, dat de anti-revolutionnairen in weerwil van hun program zich tegen den persoonlijken dienstplicht kunnen verklaren. Sedert verscheen het artikel van dr. Schaepman, en nu verbreekt ook de Standaard zyn stilzwijgen. In zyn nommer van gisteren schreef het blad het volgende: „ In enkele persorganen wordt naar aanleiding van art. 17 van ons program de vraag besproken , of voorstanders van dat program toch niet zeer goed als bestrijders konden optreden van een wetsvoordracht, die de „plaatsvervanging" afschaft. „ Zy het ons gegund, duidelijk te verklaren , dat, al zochten we naar een brug om van art. 17 naar de „plaatsvervanging" terug te keeren, de noodbrug waarover men ons heen wil lokken, ons toch te licht van makelij voorkomt, om er ons op te wagen. „Maar vooris, en dit snydt alles af, dat we, al lag er ook een brug van graniet, er nog geen voet op zetten zouden. „In het afgetrokkene is plaatsbekleeding van den één voor den ander, waar ze uit toewijding en liefde door den meerdere voor den zwakkere geschiedt, een heerlyk Christelijk denkbeeld. En mocht het geval zich voordoen, dat een leegloopend aanzienlijk jongman ooit door deernis bewogen wierd, om voor een armer zoon, die moeilijk uit huis gemist kan, diens dienst over te nemen, dan zouden we van harte elke wet toejuichen die dit toes ond. „ Maar verba valent usu. Bij ods beteekent „plaatsvervanging" kort en goed, dat eik vader dce geen geld heeft, zijn zoon zelf moet missen, en dat wie geld heeft, den zoon van een ander voor zyn eigen zoon inkoopt. „ Dit stelsel nu werkt fataal en onzedelijk. Daar zyn we beslist tegenstanders van, en dat hopen we te blyven. „Even beslist als we tegenstanders zouden zyn van elke wet, die uit militairistischen overmoed er ooit toe overging, om in dienst te roepen wie er niet in hoort, en daaronder moeten o. i. gerekend alle personen, wier gemis het huis waaruit ze gaan broodeloos maakt; alle personen wier toekomst het finaal bederft; en zeer zeker ook allen, wier positie met den dienst strydt, waaronder we met name de dienaren van den godsdienst en da ondsrwijzers rekenen. „Onze eisch, dat de kazerneering niet langer den jongen man bederve, geldt met en zonder plaatsvervanging. „ Het bederven van een eenvoudigen boerenjongen dunkt ons even goddeloos als het bederven van een rijker heer. „Voor de wet bestaat hier geen onderscheid." Heden plaatst de Standaard het program van actie der anti-revolutionnairen naast dat der „ Katholieke staatspartij" en voegt er by , dat het eerste zeer beslist en duidelijk eischt: „Afschaffing van plaatsvervanging, mits onder behoud van de noodige vrijstellingen, en dat het laatste er over zwijgt en zich noch voor noch tegen verklaart." In het eerste luidt art. 7 als volgt: „Verbetering van het leven in de kazerne, zoo in Nederland als in de koloniën; afschaffing van plaatsvervanging, mits onder behoud van de noodige vrijstellingen; en betere regeling van da militaire rechtsverhoudingen." In het laatste heeft art. 5 den volgenden inhoud: „Beperking van de kosten en lasten der defensie, met dien verstande, dat de verdedigbaarheid des lands ten voile blijve verzekerd." Voor heden bepalen wy ons tot deze mededeeling maar hopen er eerlang eenige beschouwingen aan te wyden. De Haagsche correspondent der Zutph. Ct. kondigt een gewijzigd wetontwerp op den kinder- en vrouwenarbeid aan, waarin o. a. de instelling van fabrieksinpecteurs zou worden opgenomen. Vrydagavond zal de Katholieke Vereeniging de Gronduiet te Schiedam eene vergadering houden tot het stellen van candidaten voor de herstemming en ler bespreking van de houding der vereeniging tegenover het vraagstuk van den persoonlijken dienstplicht. De heer mr. W. H. Jansen zal de discussie over dit vraagstuk inleiden. Aan ieder, die het wenscht, zal daarna gelegenheid gegeven worden, om zijne meening uit te drukken. Aan alle Katholieke kiezers van Schiedam wordt vrye toegang verleend. Wij sporen de Katholieke kiezers van Schiedam krachtig aan, deze vergadering bij te wonen. De Amsterdamsche rechtbank veroordeelde heden den tramconducteur Van Horn, die een controleur doodschoot, tot 10 jaren gevangenisstraf. De Arrondissements-Rechtbank te Maastricht heeft J. R., bierbrouwersknecht te Bunde, die in de vorige week terechtstond ter zake vau doodslag door schuld (het snel afrijden met een kar van de Maasbrug, waardoor een persoon gedood werd), veroordeeld tot éene maand hechtenis. ^■^jciag teaa u n « Bleiswijk , 6 Febr. Naar men verneemt, zal de postcorrespondentie van af 1 Maart aanstaande hier ook 's avonds aankomen met de omnibus, die dan te acht uren 's avonds uit Rotterdam zal vei trekken. Dordrecht, 6 Febr. Bij de herstemming voor een lid van den Gemeenteraad is gekozen de heer A. Verhoeven Wzn. (anti-rev.) met 592 stemmen. De heer F. C. Deking Dura, Jr. (lib.) had 542 stemmen. Gorinciiein, 5 Febr. Zooals reeds vroeger is gemeld, heeft de herdenking der bevrijding van Gorinchem van de Franschen den 20n Febr. e. k. alhier plaats. Hoofdzakelijk wordt die dag besteed aan bedoelingen, het zingen van feestcantaten enz. Eene commissie van 12 leden is daartoe door de burgerij benoemd, die al het mogelijke doet om de armen dien dag te laten genieten. Door de stadgenooten is voor ongeveer ƒ 1000 ingeteekend. De heeren Van Houten & Zn. te Weesp maken zich by dezi gelegenheid zeer verdienstelijk, doordien zy voor ongeveer 2000 kinderen chocolade cadeau doen.... de beste en goedkoopste. 's-iiertogenboscil, 7 Febr. Door de arrondissements-rechtbank alhier is, ter vervulling eener opengevallen rechterplaats in dat college, opgemaakt de navolgende alphabetische lijst van aanbeveling: mr. J. R. H. Van Schaik, kantonrechter te Druien; mr. A. J. J. baron Van Styrum, rechter in de arrondissementsrechtbank te Zierikzee, en ntr. D. Wesseling, kantonrechter te Heusden. Baarloo, (L.y , 5 Febr. De heer baron De Boasart alhier heeft aan het dierkundig instituut der universiteit te Luik ten geschenke gegeven eene lijke verzameling schelpen en po■ypen-woningen, grootendeels afkomstig uit den Oust-Indischen Oceaan en de Nederlandsche koloniën. Deze werd indertyd aangelegd door wylen mevrouw Verduchène, geboren De Bossart. St.-Geertruid, 4 Febr. Tot gemeenteontvanger alhier is benoemd de heer N. J. Prompers te Moerslag—St.-Geertruid; zulks ter vervanging van den heer J. H. Hartmans , aan wien op zijn verzoek eervol ontslag verleend is. Vaals, 5 Febr. Er is hier druk sprake van de oprichting van een bad-hótel met aanverwante speelzalen, welke door den kapitein Jovès in den naburigen vrijstaat Moresnet zouden worden gebouwd. Men nuemt bereids de spelen : trente, quarante en voornamelijk de roulette , die Spa tot het „ rendez-vous" der speelnoblesse maakten, en daar weder in zwang zuilen worden gebracht. Wy gelooven echter, dat de Duitsche en Belgische regeering tegen het plan van kapitein Jovès in verzet zullen komen. Maastricht , 6 Febr. Voor de verkiezing van een lid van den gemeente; aad zyn uitgebracht 721 geldige stemmen. Gekozen werd de heer J. W. H. Bauduin, provinciaal ingenieur, candidaat van den „ Sint Servatiusbond met 459 stemmen. Op den heer Charles Godet, waren er 250 uitgebracht. --- INGEZONDEN. Mijnheer de Redacteur 1 Onder de verschillende argumenten, welke worden aangevoerd om het g-wenschte, het noodzakelijke van den persoonlijken dienstplicht te bepleiten, neemt de bewering „dat het zedelijk gehalte van het leger door de invoering van den persoonleken dienstplicht beter worden zal," eene niet geringe piaats in. Hoewel reeds van verschillende en gezaghebbende zyden deze bewerirg op de nadrukkelijkste wijze is wederlegd, wil ik voor een oogenblik die bewering gedeeltelijk voor waar aannemen. Ik wil aannemen, dat door de invoering van den persoonlijken dienstplicht bij de inlijving der miliciens het gehalte beter zal worden; ik wil bovendien aannemen, dat door de militaire overheden zal beproefd worden dit boogere zedelijke peil te behouden. Maar zal de militaire overheid daarin naar wensch slagen? Ik durf vlakweg die vraag ontkennend te beantwoorden, ten ware er een geheele ommekeer plaats greep in onze maatschappelijke toestanden. Hoe toch wordt een soldaat in de garnizoensplaatsen door de burgerij behandeld? Het antwoerd is: als een paria I Ik overdrijf niet, M. de R. Het is volkomen waar. In de garnizoensplaatsen wordt hem de toegang ontzegd tot elke openbare plaats, b. v. koffiehuizen, waar het fatsoenlijke pub.iek byeenkomt, zoolang bij niet de sergeantsstrepen heeft verworven. Ik wil een paar staaltjes aanhalen om te doen zien op welke minachtende wijze hem die toegang wordt geweigerd. Ik ken een café in een garnizoensplaats, waar bij len ingang daarvan twee bordjes zijn geplaatst; op het een leest men: „ Militairen beneden dm rang van onderofficier hebben geen toegang," op het andere: „Honden in andere dieren worden geweerd." In een ander café in diezelfde stad is een bordje, waarop te lezen staat: „ Militairen beneden den rang van onderofficier hebben geen toegang. H H. bezoekers worden iUeefd verzocht honden bij zich te houden " l)e soldaat wordt alzoo veroordeeld, de minste herbergen, — „soldatenkroegen" is de geijkte term, waarmede men die huizen aandu.dt — te bezoeken. De bewering, dat de soldaat geen herbergen of cafés mag bezoeken , z»l wel niemand durven wraken, want als ieder Nederlander recht heeft op twee borrels daags, dan heeft de soldaat daar zeker wel de meeste aanspraak op ; m»ar waarom mag hij die dan niet gaan koopen in een fatsjenlijk koffiehuis? Zal hem dit vergund wo.den, wanneer de persoonlijke d.enstplicht is ingevoerd? Ik geloof het niet, en niemand , geloof ik , zal een tegenovergesteld gevoelen toegedaan zijn ! Maar dan komt ook de vraag van zelf op de lippen , hoe zaï het der militaire overheid mogelijk zijn om het betere zedelijk gehalte te bewaren, wanneer de soldaat veroordeeld blijft die ellendige soldatenkroegen te bezoeken ? Als het hem niet vergund is , in de kringen, waarin hij voor z\jne inlijving by het leger verkeerde, te blijven verkeeren, maar uaarentegen zich aau lagere kringen moet gewennen, dan zal hij nooit het hoogere zedelijke peil, dat hij by zijne indiensttreding bezat, behouden. Men wijst op de militaire vereenigingen lk erken gaarne ten voile bet nut daarvan, maar zijn die niet opgelicht om den armen, door de maatschappij zoo wreedaardig verschopten soldaat op te nemen ? Thans nu de zonen uit het volk bet le b er uitmaken, gevoelen /ij het zelf niet, dat de hoogere standen hen uitwerpen, maar zal de zoon, uit de hoogere klassen geboortig dit niet gevoelen ? Zal hij het zich een geluk rekenen, dat voor hem, die door geboorte aanspraak kan maken op onderscheiding, een toevluchtsoord wordt opengesteld, omdat de maatschappij hem uitwerpt ? Hij zal dit dubbel gevoelen. Onder dankzegging voor de verleende ruimte, Eoo. ---