Een geschenk der Nederlandsche Katholieken aan den Paus. 20e LIJST. Vorig bedrag f 2360.51'/» Een lid der Aartsbroederschap der H. Familie op hoop van navolging. . . » 8.— » "10.— Uit B.... voor Paus Leo » 60.— Tot zekere intentie » 2.50 Door tusscbenkomst van den boekh.W. A. Hoogveld: N. N. Ter eere van Jesus, Marie en Joseph f 1.—, parochie St. Antonius te Delf'haven van eene huismoeder f1.— G. L. op hoop van zegen fl — » 3.— Door tusschenbomst van den boekh. J. M. \V. Waanders: F. F. Van G. vraagt den zegen » 2.50 Ta zamen. . . f 2446.51Vs --- PETRUS MATHIAS SNICKERS, door de genade Gods en de gunst van den Apostolisch en Stoel, bisschop van Haarlem, aan de Geestelijkheid en de Geloovigen van Ons Bisdom, Zaligheid in den Heer. Botterdam, 26 Februari 1879. Ik heb voor u gebeden, opdat uw geloof niet bezwijke. En gij u eens bekeerd hebbende versterk uwe broeders. 1) Wij kernen als Katholieken den zin van deze woorden, die de Verlosser eenmaal tot den eerste der Apostelen sprak, op wien Hy als op eena steanrots Zijne Kerk wilde bouwen. Petrus, bestemd om de opperherder van allen te weren, verkryet door het gebed van Jesus om de onfeilbare regel te zijn der Evangelische waarheid, h\j moet zijne broeders sterken, onze steun en vastheid zijn in het Geloof. En dat woord van haren Godd«*lyken Stichter heeft de H. Kerk in Petrus en in Zijne wettige opvolgers zien vervu'd worden door alle tijden heen. Wal werd zij bestreden van den beginne af, en stonden er meermalen ook uit de Christenen mannen op, die verkeerde dit gen leerden om de geloovigen tot hunre vo'geliogea te maken, grijpende wolven, zooals de Apostel Paulus ze noemt, die de kudde niet sparen. Maar, wanneer de geopenbaarde waarheden werden aangerand, en als er valsche leeringen poogden in te sluipen onder de geloovigen, of als wij meer dan anders behoefte er aan hadden te worden herinnerd, waartoe de Christen maatschappij geroepen is, dan verheft zich altijd eene waarschuwende stem, stem vol van liefde maar ook vol van gezag, de stem van den plaatsbekleeder van Christus, die zijne broeders versterkt in het geloof. Dat geschiedde in de eeuwen, die ons zijn voorafgegaan; dat geschiedt ook nu niet minder in onzen iyd. Zien wjj ons tegenwoordig misschien meer nog da i Vroeger aan gevaren blootgesteld, ontmoeten wij bijkas overal ocgelukkigen, die, zelf het slachtoffer der dwaling geworden, ook anderen wenschen mede te sleepen; maar de stem van den Opperherder der Kerk wordt dan ook door de gansche wereld des te luider gehoord ; nauwelijks vertoont zich eena dwaling, of zij is reeds aangewezen en veroordeeld door den Apostolischen Stoel En gelijk Pius IX van den aanvang zijner opperherder lyke regeering tot dat hij zijne glorievolle, beproef Ie loopbaan sloot, veroordeelde wat door zijne voorgangers was veroordeeld en ook zelf zijne stem verhief voor de belangen der H. Kerk en het zielenheil , eveczoo verkondigt Leo XIII thans wat zijn Voorganger heeft verkondigd; ook uit zijnen mond ontvangen wij de onveranderlijke leer der Kerk tegenover alle valsche leerstelling van den tegenwoordigen tijd. Walk een geluk voor ons, M. B., als kinderen der Kerk die stem te kennen van den oafeilbaren Leeraar, de stem van den Herder, tot wien eenmaal een woord £ esproken werd, dat niet voorbij gaat: weid mijne IBUÖe '«n, weid mijne schapen»##. 2) die u boort, hoort mij, en die u versmaadt, versmaadt mij. 3) Terwijl zij, die buiten de Kerk staan, in deze dagen van toenemend ongeloof, door iederen wind van leering en meenicgen geslingerd, zich angstig afvragen van waar zij komen en waar men toch henen gaat, kennen wij nog onrust noch onzekerheid: wat er ook gebeure, wij weten in Wien wij hebben geloofd, en wy zijn zeker, dat Hij machtig is ons pand te bewaren voor den grooten dag. Maar als wij ons verheugen over het groote voorrecht, dat ons door onze roeping is te baurt gevallen, niemand mag vergeten, welke verplichtingen daaraan verbonden zijn. Wien het door Gods genade gegeven werd de waarheid te kennon, hij moet haar waardeeren en beminnen, hem moet ook de uitbreiding van haar Rijk ter harte gaan. De waarheid beminnen , dat is alzoo onze eerste verplichting, over het al of niet vervullen waarvan wij ons zeiven meermalen bahooren te onderzoeken. Het i« waar, ons hart verzet zich tegen de gedachte, dat wij zouden willen te kort schieten in die liefde en waardaering; doch men is daarom niet gewaarborgd voor zelfbedrog. Was de waarheid altijd aangenaam en streelend voor den messch, zij zoude wel zeker aan allen welgevallig zijn ; doch in den toestand, waarin «ij ons op aarde bevinden, kan zij niet altijd vleiend zijn voor ons. Veeltijds zegt zij ons geheel iets anders dan wij meenden te mogen verwachten. En als dan ten dienste der waarheid eieren denkbeelden en hebbelijkheden , eigen beschouwingen en meeningen moeten worden ten offer gebracht, dan laat zich maar al te riikwüls eene eigenliefde gelden, die wij reeds langen tijd meecden te hebben overwonnen; ons hart gevoelt zich teleurgesteld, misschien wel ontstemd over de waarheid, die zich aan ons openbaart, en in plaats van te beminnen hetgeen waar is, wenschen wij als tot waarheid te maken, wat door ons bemind wordt, De waarheid inderdaad om haar üebe te beminnen is het voorrecht van hen alleen, die met een oprecht hart den goeden geest vragen van God, den geest namelijk van Christelijken ootmoed , den gee^t, die ons brengt tot de kennis van ons eigen behoeftig hart, die ons leert geen hooge gedachte te koesteren van ons zeiven, ma*r veel liever o-iza zwakheid te mistrouwen. E q gave God, dat wij allen dit wel ter harte namen in eenan tijd, waarin de vader der leugentaal zich, misschien meer dan ooit, de ijdelhaid van het menscbelijk hart ten nutte maakt, om ons te misleiden. Ha'aas, wat wordt ons niet beloofd, wat wordt ons niet voorgespiegeld, wat middelen worden er niet aa-ge wend, om ons te doen vergeten, waartoe wij geroepen zijn. Wie op zich zeiven vertrouwt en zorgeloos kennis maken wil met alles, wat op gewetenlooze wijze iederen dag varfpreid wordt, hij verliest, langzamerhand misschien, maar zeker den goeden geest; voor hem behoudt de waarheid niets aantrekkelijks. Derhalve, met voorzichtigheid wandelen; dat is voor ieder onzer noodzakelijk, die den schat der waarheid ongeschonden wil bewaren. Hebben wij nu het geluk de waarheid te beminnen en te waardearen, dan noopt en dringt ons die liefde om in de mate onzer krachten te ijveren voor haar belang. Da mensch toch, die uit innige overtuiging waardeert, kan niet onverschillig het voorwerp zijner waardeering aan minachting zien prijs geven; ook zo^kt hij niet te verbergen wat zijne overtuiging is ; vesl Haver maakt hij het bekend, en hij acht zich gelukkig die overtuiging ook bij anderen ingang te-zien vindea. Dit alle3 is zeer natuurlijk, het ligt in den aard van den mensch; men heeft in den re?al slechts minachting voor hem die den moed van zulke toewijding aan hetgeen hem dierbaar zijn rmet, niet bezit. Doch veel luider nog spreekt voor ons het woord van oczen gezegenden Verlosser, toen Hij Zijne leerlingen wees op het zichtbaar en openbaar getuigenis, dat Hg van de Zijnen hier beneden verwachtte: Gij zult getuigenis geven .... Gij zult mij getuigen z(jn te Jerusalem en in geheel Judea en Samarië en tot aan bet uiteinde der aarde. 4) Wie onzer twijfelt aan de uitgestrekte beteekenis van dat bevel! Hebben, wel is waar, niet allen de eerstelingen des Geestes ontvangen om, als dienaars van Christus en uitdeelers van Gods geheimeD, het Evangelie aan de volkeren te gaan verkondigen; maar toch al wie het geluk heeft om door den H. Doop leerling te zijn geworden van den Verlos er, hy moet door zijne belijdenis voor de heilige zaak van den Heer werken en volgens het woord van den H. Apostel Petrus medearbeider der waarheid, dat is ter uitbreiding der wae-heid zijn ; dit is de roeping der Christenen van den eersten tot den laats ten, hunne roaping door alle eeuwen heen. En dit bevel des Heeren volbrengen wij niet slechts zoo dikwijls we verklaren Zijne leerlingen te zijci, zoo dikwijls wij deelnemen aan de openbare aanbidding van den Verlosser; maar ook vooral, als wij voor het bahoud des geloofs ia onzen naaste zijn bezorgd. Niet allen zijn even volmaakt, tiet allen even goed tegen d# dwaling gewapend; sommige zjjn meer dan anderen aan gevaren bootgesteld; maar de sterke kan de steun van dan zwakke zijn, de minder geoefende door j den meer geoefende worden beveiligd, aan hem, dia wankelt, kan dikwijls de helpende hand worden toegareikt. Ia een woord, wij behooren daartoe bijzonder mede werkzaam te zijn, dat niemand onzer het slachtoffer worde van misleiding. Zij, die door den toestand, waarin zij ver kaar ei, door minder kennis, misschien door bahoefte van vele gevaren zyn omringd, de zwakken en kleinen, laten zij vooral hot voorwerp onzer belangstelling wazen, laten zij bij ons, in de bewijzen oozer liefde en in onze goede voorbeelden nieuwe krachten kunnen vinden voor den strijd. En zouden wij hier dan niet spreken van hetgeen wij aan da jeugd, aan de kinderen verschuldigd zijn, dié later onze plaats zullen innemen ? »Wij, die thans leven, gaan weldra heen om ons bij den Oppersten Rechter voor de eeuwigheid te verantwoorden; de Rechter zal niet verzuimen oas te vragen, wie wij na ons achterlaten om het Katholiek geloot in onsvaierland waardig te vertegenwoordigen. — Hij zal ons vragen, wat er geworden is van de Katholieke jeugd en jongelingschap, hoe wij hebben getracht te verhinderen, dat zij ia godsdienst en zeden van den ouden stam ontaardden; hos wij bazorgd z\jn geweest om «en echt geloovig, godsdienstig, deugdzaam geslacht van Katholieken in Naderlacd op te kweeken." Dit ernstig woord, nu tien jaar geleden, door den Aartbisschop en de Bisschoppen van Nedarlaad in gezamenlijk schrijven tot da galoovigaa gericht, hat blijft daar altijd als eena waarschuwing voor allan, aan wie hat gegeven is voor het behoud der kinderen op eeniga wijze te kunnen medewerken. Iedereen weat thans, dat het ongeloof openlijk bij voorkeur het opkomend geslacht den schat des gelooft tracht ts ontneman. Daartoe misbruikt men altijd maer en meer den invloed van hat ondarwy*. Ea zouden wij dan, die voor iedere goede zaak een offer brengan, zoo dikwijls het gevraagd wordt, zouden wij dan onzen ijvar niet verdubbelen om de zielen te helpen behouden, die aan dan Verlosser zoo dierbaar zijri? Vergaten wij nooit, dat van ean godsdienstig onderwijs der jaugd de ware Christelijke geest der maatschappij af iaugt. Dien geest bevorderen, dat is voorzeker getuige zijn van dan Verlosser: dat is Hem belijden voor de manschen, dat is aanspraak verwerven op Zijne belijdenis in dea grooten dag. Óxtdertusschen verliezen wij niet uit het oog, dat dit alles behoort gasteuod te worden door eena bijzondere getuigenis, dia wij da getuigenis wiilsn noemen van het huisgezin. Het gezag, aan da ouiers eigen, om hat eerst tot het verstasd der kinderen woorden te spreken, die het kind met vertrouwen aanneemt, dat gezag ward hun door den Verlosser geschonken, teneinde in het kind, dat behoefte heeft om te gelooven en te beminnen, van den beginne af vaste en goede grondslagen te leggen, waarop later moet worden voortgebouwd; en er is alles aan gslegen dat door de ouders van dat onwaardeerbaar voorrecht wordt gebruik gemaakt. Gemis van ouderlijk onderricht is gawoonljjk de voorname oorzaak van vroagtydiga afwijking; terwijl daarentegen de goede woorden der ouders, diep ingrijpend in da ziel, ook op het volgeed leven heilzamaa invloed blijven uitoefenen des te zekerder, hoe meer aan het kind hat geluk te beurt viel, in den huiselyken kring het goede beoefend te zien. En ziedaar waarom da Opperherders der Kerk altijd met nadruk ijveren zullen voor da huiselijke maatschappij van hat Christen huwelijk. Wij strijden op verschillende wijzen voor het werk van God, wxj vareenigen oas gaarne tot verdadigiag der Katholieke zaak, en het is alsof wij in krachten toenemen , naargelang de strijd algemeeaer ea moeiislyker wordt. Doch bij dit alles zullen wij hat komend geslacht alleen dan beveiligen tegen dwaling en kwaad, wanneer tevens dcor onze samenwerking de banden van hat huisgezin nauw blijven aangehaald. Wijmogea het niet verzwijgen, dat hetgeen elders readszoo noodlottig gewerkt hesft, ookotza huisgezinnen bedreigt, misschijn b\j sommige reeds is ingeslopen. Wat zouden da gevolgen zijn, wanneer ook bij ons die uithuizigheid van vader en moeder mocht toenemen, die de liefde voor liet ouderlijke huis by de kinderen doodt, die de kinderen vreemd maakt aan de ouders, die hen van jongs afaan naar vermaak buiten de eigen woning leert verlangen I Maar neen, uwe belangstelling in uwe kinderen waarbrogt oes tegen zulke rampen. Voor u, wier hart zeker dikwijls van bazorgdheid klopt, wanneer gij bedenkt aan hoeveel gevaren de jeugd wordt blootgesteld; voor u zal het, duakt My, eene behoefte wazen om zooveel mogelijk, in bet heiligdom vasi den huiselyken kring met uwe kinderen te zijn vereaaigd, tan einde hen te beveiligen voor het kwaad en al wat goed i3 in hen te versterken. Geve God, dat wy gedurende den H. Vastentijd, by gebed en versterving er dikwijls aan dei ken, wat wy den Verlosser verschuldigd, waartoe wy geroepen zijn. Toonen wy aan de wereld, dat wy d» waarheid, die wy kennen, boven alleB waardeeien «n iaat, met ons strijden voor bet gelooi, ook de beoefening daarvan altijd gepaard gaan, opdat zij, die nu nog strijden tegen de Kerk, door hat zien van onzen onberispelyken wandel, er toe komen mogen om God te verheerlijken ten dage der bazoaking. Het goede voorbeeld toch der geloovigen heeft altijd dwalenden verlicht en tot de kennis en belijdenis dar waarheid teruggebracht. Wy achten ons ook gelukkig reeds voorloopig ter uwer kennis te mogen brengen, dat onze H. Vader Leo XIII heeft vastgesteld om voor het sluiten van hat eerste jaar van zijn Opperharderlijk bastuur, dehemelsche schatten, dia aan zyne zorgen rijn toevertrouwd, voor da geloovigen te opanen en aan de Katholieke wareld ean algemeen Jubilé aan te kondigen. De Apostolische brieven, die den tijd bapalen en voorschrijven, wat er vsreischt wordt om dien Aflaat te kunnen verdienen, zullen aarstdaags aan da geloovigen worden medegedeeld. En zoo zal de H. Vastentijd voor ons alien ean tijd zijn van bijzondere genade. Veel zullen wy vragen van God voor da Kerk, die ons zoo dierbaar is, en die nog altyd door zoo vale rampen wordt getroffen. Wij zullen veel vragen voor onzen H. Vadar, die, als Hoofd der Kerk vaal meer nog dan wij, dealt in haar lijden. O, moge God hem geven nog eenmaal te deelen in da vreugd van hara zegepraal. Laten wij ook bidden voor oszen geëerbiedigdaa Koning ea Hoog3tdeszelfs Huis en voor allen, die al3 geestelijke of wareldlyka overheid zyn gesteld. Wij eindigen dit herderlijk schrijven met U, krachtens de Ons door dan Apostolischen Stoel verstrekte volmachten, dezelfde dispensatiën in de Kerkelijke wetten van onthouding te verleenen, welke verleden jaar verleend zyn en ondar dezelfde voorwaarden; zullende de eerwaarde haeren pastoors bedoelde dispsasatiën afkondigen. Ea zal daze in alle tot ons Bisdom bahoorenda kerken , alsmade in da kapellen waarover Rectors zya aangesteld, op den Zandag Quinquagesima op de gebruikelijke wyza vaa den predikstoel worden voorgelezen. Gegeven te Haarlem den 13 Februari 1879. f PETRUS MATHIAS, • BISSCHOP VAN HAARLEM. Op last van Z. D. Hoogwaardigheid. J. J. GRAAF, Secr. 1) Lucia XXII, 32. — 2) Joan. XXI, 15. — 3) Lucas X, 16 — 4) Hand. I, 8. --- BUITENLAND. Italie. Z. H. de Pau3 heeft tot het collage van kardinalen, die hem geluk kwaman wenschen, de volgende rede gehouden: Da gelukwenschen en betuigingen, die gy tot Ons richt uit naam vaa het H. College op dezen verjaardag van Onze verhefiQag tot het Pausschap, zyn Ons hoogst aangenaam, mijnheer de kardinaal. Terwijl wy die mat de lsvendigste erkentelijkheid ontvangen, is het Oas aangenaam aan het H. Colleg« waderkeerig Ouze voldoening te kannen te geven voor de talrijke bewyzea van gehechtheid en eerbied, die het Ons in dan loop van dat jaar gegeven beeft en voor den bijstaad, dien het Ons verlaead heeft in d« vervulling vaa da plichten vaa het bestuur der Kerk, Van het oogeablik af, waarop het den Haer bahaagd heeft Ons op dan verhevan Stoel van dan H. Petrus te verheffen, toen Onza geest, getruffan en doordrongen van de gedachte aan den zwaren last, die Onze zwakfceid werd opgelegd, zich als het ware verschrikt ge voelde, vonden Wij Onzen grootsten troost in de zekerheid, dat Wy in het H. Collega een hechten staun zouden vinden, en in da hoop, dat de Voorzienigheid, die Ons in zoo veel belogen tydan riep tot het be3tuui der Kerk, Ons Hare uu'p niet zou onthouden. Door zulk een vertrouwen behield, de kwalan dei hedendaagsche maatschappij volkomen kennende er innig overtuigd vaa de sterke en gene^enda kracht der Kerk, giag Ons niets maer ter harte dan aaa dt wereld den weldoenden aard en dan heilzamen invloac di«r Kerk te doen zien, om de vorsten en de volkei met haar te verzoenen, alsook om haar da vrijheid tf verschaffen, dia haar, volgens eene goddelijke be schikking, toekomt. Indien Ons woord, dat met eerbied ea onderwerping door de geloovigen der gaasche wereld is ontvangen gediend heeft om bij eeuigen de liefde jegens de Kerk weder op te wekken ea om anderen minder vijandig jegens haar te maken, is zulks alleen te danken aat Hem, die de volkeren geneesbaar gemaakt heeft, aai Hem, die Onze stem kracut gegeven heeft; het is t danken aan da onwaardeerbare schatten van licht waarheid en schoonheid, waarmede de Kerk verryk is. Maar terwyl God danken, weten Wy hoe on effen en uoeielyk de weg is, dien wjj mosten door loopen, 'Want de steeds grootere neiging tot het kwaad, die de maatschappij kwelt, de wreede plannen van vele mannen, wier vermetelheid toeneemt naarmate van onverwachte zegepralen, de oneerlijks strijd te?an de Kark en het Pausschap, die vaa alle kanten in de wereld voortduurt, kondigen nog noodlottiger en droeviger tijden aan. Toch zullen met de hulp van God, noch de gebeurtenissen, noch de bedreigingen of vleierijen Orszer vijanden Ons nooit van Onzen plicht verwijderen, en W\j zullen Ons beijveren om de glorierijke voetstappan Onzer voorgangers te volgen. Altijd bereid om eene vriendelijke hand te reiken aan allen, die vrijwillig en berouwhebbend in den schoot der Kerk terugkeeren en ophouden haar te vervolgen, zullen Wij voortgaan diegenen te bestrijden, die haar den oorlog aandoen, en Wij zullen bestendig volharden in de verdediging harer rechten, onafhankelijkheid en vrijheid. Wij stellen ons vertrouwen op Hem, van wien Wij, ofschoon onwaardig, 0::s ambt op aarde hebben; op Hem, die den strijdenden de kracht en da ovsrwinning geelt en gezegd heeft: Vertrouwt op Mij, ik heb de wereld overwonnen, en die haar overwornen heeft, door schijnbaar geringe en nietige middelen, en met eene wijsheid, die in da oogen der wereld dwaasheid geleek. Wij hebben ook vertrouwen, het is mij aangenaam bet te herbalen, op de wijze en verlichte medewerking van het H. Collage, zeker zijnde, dat het Ons niet verlaten zal, zoolang het den Heer behagen zal Ons in het leven te laten. Met die gevoelens en in antwoord op de geluWenschen, die gij tot Ons gericht hebt, en de wee schen, die gij, mijnheer de kardinaal, voor Onzen voorspoed geuit hebt, en als een onderpand van Onze vaderlijke Kenegecheid geven wij van gacscher harte aan het H. Collega den Apostolischen zegen. — Z. H. de Paus be?ft de volgende toespraak gehouden tot de vertegenwoordigers der Katholieke Pers: «Mat groote vreugde en een zoet welbehagen zijn Wij waarlijk heden vervuld, u hier tegenwoordig te zien, geliefde zonen, u, die gehoor gevende aan de wen schen en verlangens van Oazea wakkeren huisprelaat, uit alle deelen der wereld hier bijeengekomen zijt, om in uw eigen naam en in dien van alle Katholieke journalisten Ons de trouw en liefde, welke gij in het hart draagt, openlijk te betuigeD. Want de volle gehoorzaamheid uwar harten, welke gij plechtig door woord en schrift en daad beleden hebt, de volkomen onderwerping aan den Stoel van Petrus, de gloeiende ijver voor den godsdienst en de edele moed, waarmede gij de bescherming van de eeuwige rechten der waarheid en der gerechtigheid hebt op u genomen — deze eigenschappen toonen u Oas als een uitgelezen schare van in den oorlog beproefde strijders, bereid om op het bevel en den wenk van dan Kodng ook in de dichtste gelederen vaa den vijand door te dringen en uw leven ten beste te geven. Thans echter verheugen Wij Oas des te meer, wijl Wij gevoelen, dat de tijd zulke hulptroepen en zulke gespierds voorvechters noodig heeft. Want nadat die teugellooze vrijheid of liever bandeloosheid om alles, wat men wil, onder het volk te brengen, eenmaal verkragen was, hebben alle bestrijders der bestaande orda van zaken zich onmiddellijk beijverd, het zich ten taak te stellen om een nauwelijks afcienbare menigte bladen te verspreiden , ten eiade de eeuwige grondbeginselen van het ware en rechtvaardige te bestrijden «n in twijfel te trekken, de Kerk van Christus te balasteren en gehaat te maken en de gemoederen met verderfelijke leeringen te doordringen. Want vroegtijdig zagen zjj in, welk groot voordeel voor de vervulling hunner vijandelijke plannen uit d® dagelij ksehe uitgifte vaa bladen zou te trekken wezeia, om de zielen der volken langzaam en allangskens met hst gif der dwaling te varvullen , om door begunstiging der kwade begeerlijkheden en door zinnelijke verlokkingen de harten te bederven. Dat alles ging echter zoo volkomen naar hun wenschen, dat diegenen juist schijnen te oordeelen , welke da zoo treurige tijdsomtasdigheden, waarin Wij Ons bevinden, en dan stroom der kwalen voor eaa groot deel op rekening der slechte pers schrijven. »Dewyl dus tegenwoordig, ingevolge hot algemeen verspreid gebruik, het verschijnen vaa couranten byaa een noodzakelijkheid geworden is, moeten de Katholieke schrijvers zich uit al hun vermogen beijveren, om tot bescherming der Kerk de wapenen aan te wenden, waarvan de tegenstanders zich tot baider verderf messter maken. En cfochoon de Katholieke schrijvers zich niet van die kunstgrepen en verleidingsmiddelen kunnen bedienen, welke de tegenstanders gewoonlijk gebruiken, kunnen zij hen toch gemakkelijk door hun geoefendheid en sieriijkheid van woord en schrift en door zorgvaldige verzameling der berichten van den dög evenaren; ja,overtreffen kunnen zy de tegenstanders door het op teek enen van nuttige dingen en vóór alles door de waarheid, waarnaar de geest van nature bageert en welker kracht, voortreffelijkheid en schoonheid zoo groot is, dat zij, zich voordoende aan den geest, zelfs den onwillige instemmicg afdwingt. Tot hst gewenschte doel zou echter bijzonder veel kunnen bijdragen een ernstige en gematigde schrijfwijze, welke noch door al te groote en ontijdige bitterheid der redaneering stuitend is voor de gemoederen der lezers, noch het partybelang of het private voordeel diept met achterstelling van het algemeens welzijn. Geheel in bet bijzonder, meenon Wjj, moet gij echter zorg dragen, dat gij volgens de leer des Apostels allen hetzelfde dankt, en dat geen verdeeldheden onder u heerschea, maar dat gij allen van gelijken zin en gelijke meenktg ïyt, terwyl gjj de leerirgen en voorf-cöritt»n der Katholieke Kerk in volledige gehoorzaamheid des geestes aanhangt. Da onvoorwaardelijke noodzakelijkheid dezer eendracht komt des te duidelijker aan den dag, wanneer het zelfs onder de mannen, die tot de Katholieken gerekend worden, niet aan zoodanigen ontbreekt, walke, met minachting der positie van den apostolische» Stoel, zich veroorloven openbare quaestiën vaa zwaarwichtige ba teekenis naar eigen willeKeur op te lossen en uit te maken, en welke anders schijnen te deoken dan de waardigheid en vrijheid van den Roomschen Paus veroorloven. »Om dus geen gelegenheid tot twyfsl over te laten, is het van groot balaag, den Kathoheken nogmaals in herinnering te brengen, dat ds hoogste kerkelijke macht, welke aan den H. Petrus en diens opvolgers is overgedragen, om het gezamenlijke huisgezin van Christus in het geloof te bewaren en het tot de eeuwige zaligheid t» voeren, voor zich de meest volkomen vrjjheid vordert. »Tot volledige uitoefening dezer vrijheid en dezer hoogste macht op den ganschea aardbol is het door Gods voorziende raadsbesluiten geschied, dat na d« gevaarlijke crisissen van den eersten tijd ds Roomsche Kerk da wereldlijke macht verkreeg en deze in den langen loop der eeuwen onder tallooza wisselingen en bij de ineanstorting der Rijken bewaarde. Om deza waarlijk hoogst gewichtige reden, niet echter uit hebzucht of heerschzucht, gelijk Wij bij herhaling zeidan, hebben da Roomscha Pausen het voor een plicht van het apostolische ambt gehoudan, zoo vaak zij meenden, dat deze werelilijke heerschappij bedreigd of geschonden werd, de rechten der Roomsche Kerk ongeschonden te bewaren en naar krachten te beschermen. »üa voorbeelden Onzer voorgangers volgende, hebben Wij niet verzuimd en zullen Wij nimmer verzuimen, juist op dfza rechten meermaals met nadruk te wijüen on ze te vorderen, en zullen ook in het vervolg zulks nimmer nalaten. «Gij du3, die, in trouwe onderwerping aan den Stoel vaa Petrus, u geheel en al bereid toont om ds Kerk te verdedigen, strijdt eensgezind en moadig met Oas door woord en schrift voor deze zalfde rechten, en toont aan dit het burgerlijk bestuur der Roomsche Kerk zich met het geluk dar Italianen en met de welvaart der koninkrijken niet laat vsreeoigen, antwoordt daa : van Roomsche Pausen, wanneer zij aan de heerschappij komen, en van de Katholiek» Kerk, waaneer zjj de vrijheid geniet, is niets voor de welvaart ea het heil der volkan te vriezen. Want do Kerk veroorzaakt geen opstanden ea verwarringen, maar zij houdt za vseleer tegsn ea legt ae bij; sg voedt geen twist ea haat, maar doet da liefde have plaats hernemen; zij is haerschzuchtig noch trotfeh, maar treedt bemiddelend op tegenover de gestrengheid van het katste gericht en bij dan eeuwigen Koning; zij grijpt niet in de rechten der burgerlijke maatschappij, maar bevestigt die; zij streeft niet naar de heerschappij over de koninkrijken, maar het ambt van den haar door God opgedragen apostolischen dificst nauwlettend vervullende, houdt zij de grondslagen ongeschonden, waarop elke orde steunt., en waaruit vreda, voegzaamheid en alle burgerlijke welvaart voortspruiten. Wat evenwel de Italianen betreft, da monumenten van vervlogen tijden bawjjsen, dat de opperherders der Roomsche Kerk zich jegens deza heerlijke stad en het welzijn van Italië in de hoogste mate verdienstelijk gemaakt, hebben, en openlijk getuigen zij, dat de edele en voortreffelijke luister, waarin R^me glanst, van den Katholieken godsdienst is uitgegean. Want Rome, dat volgens de woorden van den H Leo den Groote door dan Stoel van dan H. Petrus de hoofdstad van den aardbol werd, heerscht in wijder kring door den godsdienst dan door aardscbe heerschappij. Voegt er bij, dat alle Roomsche Pausen steeds de grootste zorgvuldigheid besteedden aan het kweeken van de letteren en de wetenschappen, dat zij de schooae kunsten in hun bescherming naman en door een billijk en vaderlek bestuur da hun toevertrouwde volken gelukkig maakten. Zast eindelijk, dat de openbare aangelegenheden van Italië noch bloeien noch zich in een duurzame rust verblijden kunnen, wanneer niet voor de waardigheid der Roomsche Kork ea da vrijheid van den Roomschen Paus gezorgd is. «Geeft u moeite om dit en mear dergelijks, wat tot heil vaa den godsdienst en van de burgerlijke maatschappij sou bijdragen, onder hat volk te brengen en mat redenen ts omkleeden. Weest ééa in liefde en gemdheid om de zaak der Kerk te verdedigen en op te treden voor de rechters van den Roomschen Paus. Wanneer gij strijdt voor de gerechtigheid, voor den godsdienst, voor da vrijheid der Kerk, wacht u alleszins een rijk veld van bezwaren en moailijkh«dan en veel bitterheid. Wacht u echter, daa moed te laten zinken; ïich moeite te geven en ta lijden bataanat dan Christen. God en de rijke hulp der hemslsche gaven zullen de stryders bijstaan, ea opiat deza gaven u dagelijks in ruimere mata ten deal worden, schenken Wy, als teaken onzer welwillendheid, u en allen Katholieken journalisten van ganschar harte den apostolischen zagen." Frankrijk De buraux van den Senaat hebben de commissie gekozen voor hst amnestie-ontwerp; alle leden op ééa na behooren tot de linkerzijde ea keuren het regeeringsontwerp goad. Da rechterzijde onthield zich van deelneming aan het debat; ia het 5i bureau verklaarde de minister La Rover, dat de rageering gaen verdere concessies zou doen. De commissie koos Ribière tot rapporteur. Het rapport zal heden in behandeling komea. — Het Journal Ofjficiel bevat de besluiten, waarbij benoemd worden: Ges;eraal Chanzy tot ambassadeur te Peterburg in de plaats van generaal Lsflo; Pothuaute Londen in de plaats van d'Harcourt; Teissersnc De Bort ie Weecen in de plaats van De Vogué, — Generaal La Fiö heeft aaa dea minister zijn ontslag gevraagd met den volgenden brief: Petersburg, 4 Februari 1879. Aaa Z. Exc. dea heer Waddiagton, minister vaa buitenlandsche zaken te Parijs. Mgnheer de minister, Na het ongeluk, dat mij verladen jaar getroffen heeft, had ik, zoo ais gij weet, er alleen in toegestemd mijn post van ambassadeur te Petersburg te gaan hervatten op welwillend aandringen van den maarschalk MacMahon ea Uwe Excellentie zelve. Ik meen dat thans het oogenbiik gekomen is om die hooge functiëa neder te leggen. Mijne huiselijke omstandigheden zouden voldoende geweest zijn om m\j dit tot een plicht te maken, maar ik stel er eene eer in, ook op zya aftocht den roemrijken soldaat te volgen, die gisteren nog president was van de Republiek. Even als hij ban ik innig overtuigd , dat het leger evenmin als de diplomatie onderworpen kan zijo aan de zwenkingen eener publieke opinie, dia altyd zoo veranderlijk is, zonder gevaar voor de gouvernementen, die haar ondergaan, ea voor het vaderland zelf. Dientengevolge heb ik da eer u mijn ontslag te tragen en u te verzoeken dat door dan President der Republiek te doen goedkeuren. Ontvang enz. Le Fló. — Zaterdag nscat omsingelden op ««n gegeven oogsabük zestig politic-dienaren een onbewoonds plek gronds, nabij de Place de 1'Europe te Parijs, waar een bande rondzwervers, van zwaar verdacht allooi, in goederenwagens zich te slapen hadden gelegd Zij werden allen, ten getale van 12, in verzekerde bewaring genomen. Hua tegenstand moet wanhopig geweest zijn. — Alfred Naquet van de uiterste linkerzijde hield eergisteren te Parys in het circus Mayers voor een talrijk publiek een pleidooi ten gunste van de echtscheiding. Tot de aanwezigen bahoorde ook Alexandre Dumas, die, toen de conferentie was afgeloopen, Naquet hartelijk da hand drukte. — Victor Hugo viert heden zijn 78sten verjaardag. — Dti hertog van Pozzo Borgo is op 87jar?gen leeftijd overleden; hij Iaat een vermogen na, waarvan da rente jaarlijks 500000 frs. bedraagt. Louis Blanc, zijn neet, erft niets. — Saint-Ratsé Taiilandier, lid der Fransche academie en professor in de letteren aaa de universiteit van Parijs, is plotseling op 62 jarigen leeftijd overleden. Taiilandier was ean der ijverigste medewerkers van de Revue des Deux-Mondes. Duitsehland De Rijksdag heeft hüt handelstractaat met Oostenrijk bjj derde lezing aangenomen, met eene door den minister Hofmaan aangetiomea resolutie, voorgesteld door Stauffanberg, waarin da regeering wordt verzacht, bij het sluiten van een nieuw tractaat de balangen ta behartigen der Duitsche houders vaa Oostenrijksche prioriteitsspoorwegaandeelen. — Graaf Von Roon. wiens overladen wij gemeld hebban, werd ia 1803 geboren ta Pleushagen (b;j Koibere) ; op 18-jarigen leeftijd trad hij al^ officier in dianst by het Pruisische leger on werd in 1852 mnjoor van dea generalen staf van het 7e legerkorps. Hij wa3 da onderwijzer van prirs Friedrich Karl ia aardrijkskunde en tactiek. Ia 1848 werd Von Roon chef van dea geaeralan staf van het 8) legerkorps, en hij tam ia h»t daarop volgende jaar deel aan den Badeascheu veldtocht. Ii 1859 tot luitenant-generaal bevorderd, werd hem in datzelfde jaar de portefeuille van oorloggen tevens die van mariGe opgedragen. Als zoodanig wist hij, ten spijt van een sterke oppositie, zijn plannen tot reorgaaisatia vaa het leger door te zetten. Von Roon werd in 1871 tot graaf verheven en ia 1873 tot veldmaarschalk en president-minister. Kort daarna trok hij zich uit het openbare levea terug en woonde stil by Koburg. Hy laat Benige geschriften over geograpliia en krijgswetenschap na, waarvan één de »Anfaags giüada", een 12a editie beleefde. Bulgarye. Zaterdag 11. is de eerste vergadering der vertegenwoordiging van Bulgarye gehouden. Prins Dorendoukoff Korsakoff, die het nieuwe Rijk tot heden bestuurd heeft, las eene rede voor tot opaning der vergadering. Het was haar taak, zeide hij o. a., aan het land definitieve instellingen te geven. Na de zitting werd een feestmaal gegeven, waarop verschillende toa-tea werden ingesteld. De Engelsche commissaris, een toast baantwoordande, zeide, dat hij Bulgarye welkom heatte als da joaggeborene onder de Staten van Europa, althans voor het oogenbiik, voegda hij er bij. Daie toespeling werd door da gedelegeerden van Rumenië toegejuicht. Zoodra de vergadering hare afdeelingen samengesteld heeft, zal de prins rekening ea verantwoording doen van zya beheer. In de vergaiericg, walke uit 231 leden, waaronder 42 Mahomedanen, bestaat, hebben zich twee partijen gevormd; de eece wil blijven binnen de perken van het Barlyascbe verdrag; de andere wil verder gaan. Er is besloten, om de afgevaardigden van Rumenië niet toe te laten; deze quaestie zou aan de Europeegche Mogendheden onderworpen worden. Afrika. De N. Brab. bsvat da volgende opgaaf omtrent de tegenwoordige kerkelyke verdeeliog van Afrika. Daaruit blykt dat de Kerk thans in schier alle streken van dat groote werelddeel het Evangelie verkondigt. 1. Het vicariaat vaa Tunis, bediend door de paters Capucijnen. Bisschop mgr. Suttar. 2. De apost. prefectuur van Tripoli, bediend door de hervormde Miadarbroadars. 3. Het apost. vicariaat Egypte, bediead door de Franciscanen; sommige missiea worden daar waargenomen door Capucijnan en Lazaristen, die er eaa groot college bezittea. Ook zya er de broeders der Christelijke scholen en de liefdezusters, ea ledan van het genootschap der Afrikaajache missiea gevestigd. Het getal priesters bedraagt 190. Bisschop Mgr. Ciurcia. 4. Het apost. vicariaat vaa Midden-Afrika, bediend door priesters van Verona en leden der orde van dea H. Camillus benevens eenige aadere. Bisschop mgr C>mboni. 5. Het apost. vicariaat van Abyssinië, bediead door de paters Lazaristen en een zeker aantal inlaadsche priasters ®a monniken. Bisschop mgr. Touvier. 6. Hat apost. vicariaat der Gallas, badiead door de paters Capucyaep. Bisschop mgr. Massaja. 7. De apostolische prefectuur van Zaozibar, badiead door da missioaarissea der coogregatie van den H. Geest. 8. Da apost. prefectuur der Scyceiles, bediend door de paters Capucycen. 9. Da apost. prefectuur van Madagascar, bediend door da sociëteit van Jesus, met 34 missionararissen, verdeeld over 15 staties. 10. Da apost. prefectuur der Malgaches of van Madagaskar, bediend door de Societeit vaa Jesus. Er bevinden zich ook susters vaa dea H. Joseph vaa Ciuny. 11. Het apost. vicariaat van Natal, bediend door paters Oblaten van O. L. Vr. Onbevlekt Ontvangen. Bisschop mgr. Jovilet. 12 Het apost. vicariaat der Kaap de Goede Hoop, Ooster district, bediend door 12 seculiere geestelijken. Er bestaat een college onder leiding der Jesuïsten. Bisschop mgr. Dr. Ricards. 13. De apo3t. prefectuur der Kaap de G. H. middendistrict, bediend door het genootschap der Afrikaansche missiën. 12 missionarissen. 14. Het apost. vicariaat der Kaap d. G. H. Westerdistrict, bediend door seculiere geestelijken. Bisschop mgr. Dr. Lsonard. 15. Da apost. prefectuur van Congo, zich verder uitstrekkende over Damargualand, bediend door de congregatie vaa den H, Geest. 16. Het apost. vicariaat der beide Guinea's bediend door de congregatie van den H. Geert. Bisschop mgr. L. Barre. 17. Het apost. vicariaat der kust van Benin, alsm^ het koninkrijk Dahomey, bediend door het genootsch»' der Afrikaanscha missiën. Dit genootschap veati! thans een collega in Ierland. 18. Het apost. vicariaat van Siërra Lsone, bediend door de congregatie van den H. Geest. 19. Het apost. vicariaat van Senegambië, bediend door da congregatie van den H. Geest. Hier is ook e«! college en zwarte priesters en zusters. Bisschop mj Derbun. 20. De apost. prefectuur van Senegal, badiead doo de congregatie van den H. Geest. 21. De apost. prefectuur van Marokko, bediend door 30 Spaanscha Franciscanen, verdeeld over 5 of 6 statiën 22. Algiers. Dit is verdeeld in een aartsbisdom en 2 bisdommen, bediend door 402 priesters voor eoca Katholieke bevolking van 890,000 zielen. De aartsbis. schop van Algiers, Mgr. Lavigerie, voert thans deö titel van apostolisch delegaat der Sahara. ---