BUITENLAND. Politiek Overzicht. Tegen de wet — de maatregel is in zichzelf zoo onrechtvaardig, dat de Paus hem in geweten niet bindend heeft verklaard — waarbij de congregatiën in Frankrijk tot een successieabonnement worden gedwongen, zal zich een krachtig verzet openbaren. Er zijn slechts weinig orden of congregaties , welke zich zullen onderwerpen en den fiscus het geëischte betalen. De meeste hebben zich tot gezamenlijken tegenstand vereenigd en daartoe een leidend comité te Parijs gevestigd, waarvan een pater Capucijn voorzitter en een pater Augustijn secretaris is. Dit comité heeft allen kloosters eene circulaire gestuurd, in welke het den raad geeft niets op eigen hand tegenover den fiscus te doen maar het moederhuis te verwittigen; niet te protesteeren, ook geene verklaringen af te leggen, op geene waarschuwing of aanmaning te antwoorden, zich niet te storen aan bedreigingen , beleefd te zijn tegenover de ambtenaren doch niets op schrift te geven, niets te onderteekenen, geen antwoord te geven, niets, ook geen gedeelte, te betalen. Op deze wijze zullen de algemeene oversten den strijd leiden. En wat zal de fiscus tegenover dit lijdelijk verzet der kloosters moeten doen ? Alle met beslag beleggen en in openbare veiling brengen? Dat zal hij niet durven, want dan zouden het volk de oogen opengaan over de ware beteekenis dier wet. Elfhonderd-entwintig kloosters —- de vrouwenkloosters nog niet eens medegerekend — behoorende tot negen orden en zeventien congregatiën hebben zich tot dat verzet vereenigd. En wat de vrouwenkloosters betreft, hebben deze zich in 37 bisdommen zonder uitzondering, in 8 bisdommen met enkele uitzonderingen en in 11 bisdommen voor de helft bij het lijdelijk verzet aangesloten, zoodat zij slechts in vier diocesen zich zullen onderwerpen. In 24 andere diocesen hebben de vrouwenkloosters nog geene beslissing genomen. Zoodat bij de 18 of 20.000 ordesgeestelijken, die zich tegen de toepassing der wet zullen verzetten , meer dan 100.000 zusters voegen, die dezelfde houding aannemen. Het zal te bezien staan, wat de Fransche mafonnieke regeering den 16 dezer (alsdan is voor een deel der kloosters de betaaldag aangebroken) tegenover hunne weigering zal doen. Het is niet te verwonderen, dat bij het hatelijk karakter, dat het Belgische liberalisme evenals het Fransche draagt, geen sprake kan zijn van een politiek bondgenootschap tusschen liberalen en Katholieken. Daar is in België wel sprake van geweest in eenige Katholieke bladen, toen het socialisme zoo dreigend den kop opstak. Men vroeg zich af, of het geen zaak ware, nu de liberalen in den hoek zijn gezet en zeer handelbaar zouden zijn, met hen samen de overweldiging der socialisten t« keer te gaan. Bij het naderen der gemeenteraadsverkiezingen te Verviers is daarover dan ook tusschen de liberalen en Katholieken onderhandeld, maar de zaak is afgesprongen. De meeste Katholieken oordeelden, dat een open vijand beter is dan een valsche vriend, dat de liberalen, eenmaal met behulp der Katholieken gekozen, zich in den raad toch bij de rooden zouden aansluiten, en dat het beter was eerst het liberalisme geheel te laten wegsterven, opdat de Katholieken dan al hunne krachten tegen het socialisme in het veld kunnen voeren. Deze zienswijze heeft gezegepraald, en ziedaar waarom de stand der partijen onveranderd blijft. Het staat nu te bezien, uit welke stadhuizen de liberalen bij de naderende gemeenteverkiezingen zullen geworpen worden, en of de revolutionnairen er ook sommige zullen bemachtigen, welk laatste tot ernstige verwikkelingen in de toekomst aanleiding zou kunnen geven. Tusschen Oostenrijk en Italië is een merkwaardig geschil gerezen. Men weet, dat de Italiaansche regeering op den 20 September briefkaarten heeft uitgegeven, bedrukt met eene allegorie ter verheerlijking van de inneming van Rome. Oostenrijk weigerde nu, die briefkaarten over zijne grenzen te laten komen, en zond ze naar het kantoor van afzending terug. De Italiaansche regeering is daarover meer dan ontstemd. Zij heeft langs diplomatieken weg te Weenen een vertoog tegen die handelwijze ingediend, zich erop beroepende dat de briefkaarten beantwoordden aan den eisch, gesteld bij het internationaal tractaat, dat de grondslag der post-unie is. $nc}eCcm6. Londen en Rotterdam. Te Londen zijn vergaderingen gehouden van kooplui en reeders en van reeders der kleine vaart, die besloten hebben zich tot lord Salisbury te wenden met het verzoek om langs diplomatieken weg bij de Nederlandsche regeering aan te dringen op herstel van den lichttoren aan den Hoek van Holland, die in den Decemberstorm van verleden jaar werd vernield. Belanghebbenden achten het thans brandende lichtje volslagen onvoldoende en hopen, dat de Nederlandsche regeerir.g, nu de minister van marine, onder wien de verlichting van den Waterweg ressorteert , doof blijft voor den binneniandschen aandrang, door diplomatiek optreden van Engeland tot andere gedachten zal worden gebracht. puifed^emd. De socialistendag. De socialistische leiders Bebel en Liebknecht, wel inziende welk eenen slechten indruk de onvoorzichtige uitingen van Schippel over het opzettelijk laten verarmen van den boer, maken, hebben beiden beurtelings tegen Schippel uitgevaren. Bebel verloochende hem en zeide niets meer met hem te maken te willen hebben, en Liebknecht jammerde, dat, als de socialisten den boer niet opgingen, deze in de handen der antisemieten zou vallen. Bebel verweet den gedelegeerden hun onverstand : gisteren juichten zij Schippel toe, en op den partijdag te Frankfort, toen Vollmar precies het tegenovergestelde program ontvouwde, juichten zij dezen toe. (Wat schapen, die verlichte socialisten!) »Als wij ineens het zuivere socialistisch program wilden verwezenlijken," ging Bebel voort, «zouden wij meer dan de helft onzer anderhalf millioen kiezers verliezen, die wij moeten behouden en door overgangsmaatregelen aan het socialistisch ideaal moeten gewennen." In weerwil van zijne uitvallen tegen Schippel erkende Bebel dus toch met deze woorden, dat Schippel het zuivere socialisme voorstond, — maar... dat men dit niet ineens durft doorzetten. De anti-socialisten zullen dit debat onthouden. In het hoofdbestuur der partij zelve is over dit punt verdeeldheid ontstaan. Auer en Singer hebben zich van Bebel en Liebknecht afgescheiden en steunen Schippel. Een verward debat wordt over de kwestie gevoerd: 54 sprekers zijn ingeschreven! Eene zonderlinge. De beraadslagingen van den socialistischen partijdag te Breslau worden geregeld bijgewoond door eene slanke, blonde omstreeks 40 jarige dame, die eene vuurrood e zijden blouse, een zwarten rok en een donker jagershoedje draagt. Deze darne, een ijverige socialiste, is eene Wurttembergscbe prinses van den bloede, uit de Luthersche linie. Haar titel is Pauline Mathilda Ida, hertogin van Wurttemberg, doch zij heeft zich van de koninklijke familie afgescheiden, den 1 Mei 1880 hare titels neergelegd en den naam aangenomen Von Kirbach. Zij is thans gehuwd met een zeer bemiddelden arts te Breslau, dr. Willim, en is moeder van drie zoontjes. Deze ex-prinses heeft eigenaardige grillen. In vroeger jaren was haar hartstocht het houden van geiten, konijnen en katten, en dikwijls zag men haar met eene geit door de straten van Breslau wandelen. Sinds eenige jaren heeft zij zich op de politiek geworpen en liefhebbert nu in de rangen der sociaal-democraten. Moderne huwelijken. De virtuoos Eugen d'Albert, die eerst dezer dagen voor de tweede maal werd gescheiden, moet voornemens zijn binnenkort met de Weimarsche zangeres fraulein Finck te huwen. Over het tijdstip der scheiding is nog niets bekend. Aldus de Börsenzeitung. Blijkbaar wordt er op eene derde scheiding en vierde ïhuwelijk" gedoeld. Ziedaar nu het burgerlijk huwelijk! Is het wonder als de socialisten daarmeê spotten en, ter vermijding van den omslag en de kosten der stadhuisformaliteiten, de vrije liefde aanpreeken? Feitelijk komt die op hetzelfde neer als het zoogezegd »burgerlijk huwelijk". Christenvervolging in China. Uit Han-Keoe werd van 27 Augustus aan de Missions Catholiques geschreven, dat een telegram uit NanTchan berichtte, dat aldaar de missie-gebouwen vernield, en vele Christenen gedood of gewond zijn. Het telegram riep de hulp van den consul in, die dan ook is opgetreden doch geen einde aan de onlusten kon maken. Een bericht van Mgr. Bausi, apostolisch vicaris van noordelijk Hoe-Pé, zegt, dat ook daar de oproeren voortduren, en de missie gevaar loopt. Daar de Muzelmannen in noordelijk Chan-Si in opstand zijn, worden ook daar ongeregeldheden verwacht. --- ROTTERDAM, 11 October. Het Protest des Pausen. Aan den heer kardinaal M. RAMPOLLA DEL TINDARO, Onzen Staatssecretaris. Mijnheer de kardinaal. De ongewone staatkundige betoogingen . waarde "laatste nagalmen nauwelijks zijn weglo r»en in de straten dezer stad, leiden Ons " toe over dit onderwerp eenige woorden ,j t u te richten, niet zoozeer om de droefenis , lt r ziel te uiten dan wel om te wijzen op ■ erns t van het feit en de bedoelingen, die ï bet aanzijn gaven. Voorwaar, het scheen Ons toe, dat Wij met jet oog op het gevoel van menschelijkheid en x betamelijkheid, dat zelfs in de door jiftstocht opgewonden gemoederen bestaat, ■inminste eenigen eerbied voor Onzen ouderdom ;adden mogen hopen. Integendeel, men heeft ruw-weg willen doorasten, in die mate zelfs, dat men Ons bijna at onmiddellijk getuige gemaakt heeft van de nrheerlijking der Italiaansche revolutie en van ie berooving van den H. Stoel, die er het jeiolg van is. Door Gods genade vertrouwd met het lijden :i de vergiffenis, vergeten Wij de beleediging, 'jis persoonlijk aangedaan, te meer daar Wij ie godsvrucht der Katholieke natiën zich uit eigen beweging hebben zieo ontvouwen om :ue huidige bitterheden te verzoeten , en onder liè volken Italië zich hebben zien onderscheiden i.'jr edelmoedige protesten en zeer kostbare betuigingen van liefde. Maar hetgeen Ons ontroert en Ons bedroeft, is de plechtigheid der beleediging van de rechten des Apostolischen Stoels en de klaarblijkelijke icJoeling om een conflict, welks verderfelijke ïitwerkselen door niemand kunnen gemeten worden, te doen voortduren in plaats van te stillen. De op zichzelf reeds uitschijnende ernst dier laad wordt nog in h$t licht gesteld door de bekentenissen harer bedrijvers en dergenen , die kren lof gezongen hebben. Door het gebeurde ! »n 1870 te verheerlijken, gelijk geschied is, Ribben zij bovenal ten doel gehad de vruchten ler verovering te verzekeren en Italië alsmede J! geheele wereld te doen verstaan, dat de voor zooverre dat van hen afhangt, voortaan moet berusten in eene gevangenschap ander hoop op bevrijding. Dat is niet alles. Zij hebben nog een schrede ' tr der willen doen naar een uiteraard antii'lsdienstig ideaal. Inderdaad, het hoogste W der bezetting van Rome — Wij zeggen Ile ' : v °lgens de bedoeling van allen, die eraan medewerkten, maar volgens het doelwit der ■«tarissen, die er de eerste drijvers van wa: in — is niet, of is ten minste niet volslagen akt door het totstandkomen der staatWnd'ge eenheid. Neen, die daad van geweld, weinig voorbeelden heeft in de geschie18 1 moest volgens de besluiten der sekte ' s Middel dienen en het voorspel zijn van eene ,® erder onderneming. Als men de hand uitom de muren der burgerlijke hoofdstad •Wr te werpen, geschiedde dat, om des te ln . priesterlijke stad bres te schieten; ^ oeinde van nabij het geestelijk gezag der jj , n te kunnen aantasten, begon men met etl aardschen schutswal van neer te halen. )# ji Or ' ona > toen zij zich aan het Romeinsche tot h Wamen opdringen, aan dat volk, dat Dut' aa *' ste °ogenblik trouw bleef aan zijn e n met kracht weerstand bood aan '•uiten > e ®n onophoudelijke aanzoeken van de ."'bedden zij het weigerij pte plan om '%id temm ing ^ er bevoorrechte stad te eren > haar te hervormen, haar weer heidensch te doen worden, hetgeen in hunne spreekwijze werd genoemd : het aanzijn schenken aan het derde Rome, waaruit, als uit een middelpunt, eene derde beschaving zou schitteren. Inderdaad, men heeft niets gespaard en spaart nog niets, meer nog dan buitenaf wel schijnt, om deze noodlottige bedoeling te verwezenlijken. Het duurt reeds vijf-en-twintig jaar, dat Rome, om zich heen schouwende, de tegenstanders der Christelijke instellingen en van het Christelijk geloof meester van het terrein ziet. Het ziet de meest bedorven leerstellingen verbreid, den persoon en het ambt van den Stedehouder Gods ongestraft veracht; de vrijdenkerij gesteld tegenover het Katholiek dogma, den maponnieken zetel tegenover den Stoel van Petrus. En juist aan dat noodlottig geheel van denkbeelden en feiten heeft men dezer dagen een schijn van recht en duurzaamheid trachten te geven, door er het zegel op te leggen van eene nieuwe wet en door ze te vieren met rumoerige betoogingen, die openlijk geleid werden door de aan God vijandige sekte. Is dat de triomf der Italiaansche zaak, of is het niet veeleer het aanbreken van den geloofsafval? De rechtvaardigheid is zeker van de eindoverwinning, evenzeer als Rome van de onwrikbaarheid zijner hooge bestemming. Maar inmiddels wordt gene onder den voet getrapt, en wordt deze tegengewerkt door de samenzwering der verdorven genootschappen en het onzinnig werk van hen, die ze begunstigen. En welk voordeel plukt het land ervan ? De verovering van Rome werd in de oogen der Italiaansche volken verheven als de dageraad des heils en een waarborg van toekomstigen voorspoed. Wij zullen niet nagaan, of de gegebeurtenissen de belofte bewaarheid hebben in wat betreft de stoffelijke goederen. Maar dit is zeker, dat deze voltrokken verovering Italië zedelijk verdeeld heeft in plaats van het te vereenigen. Het is een feit, dat sedert dien tijd de hebzucht van allerlei aard hoe langer hoe stoutmoediger werd; het zedenbederf en de verzwakking van het godsdienstig geloof breidden zich uit onder de schaduw van het publiek recht; de verkrachtingen der menschelijke en goddelijke wetten vermenigvuldigden zich; men zag de uiterste partijen en de opgewonden massa's in aantal en kracht toenemen, saamgezworen om de burgerlijke en zedelijke orde tot in hare grondslagen omver te werpen. Te midden dier altijd wassende rampen ziet men den oorlog tegen die goddelijke instelling, waarop men zijne hoop moest bouwen als op het grootste en zekerste redmiddel, niet verminderen maar steeds heviger worden. Wij bedoelen den strijd tegen de Kerk en bijzonder tegen haar zichtbaar opperhoofd, wien tegelijkertijd met de wereldlijke macht de zelfstandigheid ontrukt werd, welke evenzeer de Pauselijks waardigheid toekomt, als zij noodzakelijk is voor de vrijheid van het apostolisch ambt. En tevergeefs neemt men zijne toevlucht tot wettelijke hulpmiddelen. Geene rechtsbeschikking zal ooit de ware onafhankelijkheid kunnen toekennen zonder een wereldlijk machtsgebied. De toestand, dien zij zeggen Ons te hebben gewaarborgd, is niet die, welke Ons verschuldigd en noodzakelijk is; het is niet eene wezenlijke maar schijnbare en hersenschimmige onafhankelijkheid, wijl zij afhangt van de willekeur van anderen. Dezen vorm van onafhankelijkheid kan immers degene, die hem gegeven heeft, weer ontnemen; gisteren heeft men hem voorgeschreven, morgen kan men hem opheffen. Hebben wij niet in de pas verstreken dagen de afschaffing der zoogezegde Pauselijke waarborgen eenerzijds hooren vragen en andererzij ds op dreigende wijze in het uitzicht zien stellen? Maar noch de bedreigingen, noch de sofismen, noch de ongepaste beschuldigingen van j I ! 1 ■ ; ' persoonlijke eerzucht zullen er in slagi.i in Ons de stem van den plicht tot zwijgen te brengen. Welke de ware waarborg van de Pauselijke onafhankelijkheid is, welke hij wezen moest, heeft men bij voorbaat kunnen zien van het oogen blik af, waarop de eerste Christelijke keizer besloot den zetel des Rijks naari^SyBantium te verplaatsen. Sedert dien tijd tot dien , welke Ons het meest nabij ligt, heeft niemand van hen, die optraden in de Italiaansche zaken, zijn zetel meer te Rome gevestigd. Zoo werd de Kerkelijke Staat geboren en kreeg hij leven, niet door middel van het fanatisme, maar door de beschikking der Voorzienigheid, welke in dien Staat de beste titels vereenigde, welke het bezit eener souvereiniteit wettig kunnen maken, nl. de dankbare liefde der volken, met weldaden overladen, het volkenrecht, de vrijwillige toestemming der burgerlijke maatschappij, de erkenning der eeuwen. In de hand der Pausen was de schepter nooit een hinderpaal voor den herdersstaf. Inderdaad, die Pausen, Onze voorgangers , die door de heiligheid des levens en de uitmuntendheid van hun ijver schitterden, droegen dien staf. Dikwerf werden zij geroepen om de moeilijkste geschillen te beëindigen ; hun onverzettelijken wil plaatsten zij zegepralend tegenover de buitensporige grillen der machtigen; zij redden in gevaarlijke omstandigheden in Italië den schat des geloofs en verspreidden van het Oosten naar het Westen het licht der Christelijke beschaving en der Verlossing. En zoo thans, in weerwil van de moeielijke en harde toestanden, het Pausschap zijn weg vervolgt te midden van den eerbied der natiën, zoo hebbe men dat niet toe te schrijven aan het gebrek aan menschelijke hulp maar wel en inderdaad aan den bijstand der hemelsche genade, welke het Souvereine Pausschap nooit ontbreekt. Zou men kunnen zeggen, dat de wonderbare groei der jeugdige Kerk ook het werk was van de vervolgingen der Heidensche keizers? Wij zouden wenschen, dat deze waarbeden beter door den practischen zin der Italianen begrepen werden. Niet van hen spreken Wij , die door valsche leerstellingen zijn afgedwaald of met de ketenen der sekte gebonden zijn, maar van hen, die, hoewel vrij van die banden en geen blinde aanhangers dier leerstellingen willende zijn, den geest verduisterd hebben door den politieken hartstocht. Mogen zij begrijpen, hoe verderfelijk en zinneloos het is, de ware plannen der Voorzienigheid tegen te streven, te verharden in een tweespalt, die slechts ten goede komt aan de handelingen van zeer vermetele partijen en nog meer aan de vijanden van den Christelijken naam! 't Was voor ons schiereiland een zeer bijzonder voorrecht en een groot geluk, onder duizenden uitgekozen te zijn om den Apostolischen zetel te bewaren; en alle bladzijden zijner geschiedenis getuigen van den overvloed van heil en van de vermeerdering van glorie, waarvan de onmiddellijke zorg van het Roomsche Pausschap altijd de bron was. Zou het karakter van dit Pausschap verouderd of de vruchtbaarheid zijner werking verzwakt zijn? De menschelijke dingen veranderen, maar de weldoende kracht van het opperste ambt der Kerk komt van boven en bliilt altijd dezelfde. Voeg daarbij, dat het, gevestigd om zoo lang te duren als de eeuwen, met liefdevolle waakzaamheid den loop des menschdoms volgt en niet weigert, zooals zijne vijanden valschelijk beweren, zich in de mate van het mogelijke te schikken naar de redelijke behoeften van den tijd. Leenden de Italianen Ons een gewillig oor, ; putten zij uit de traditiën der voorvaderen en uit de kennis hunner ware belangen den moed, om het juk der vrijmetselaars af te schudden, Onze ziel zou met betrekking tot dezen Italiaanschen grond, zoo teederlijk bemind, zich voor de zoetste hoop openen. Maar geschiedde het tegendeel — smartelijk is het te moeten zeggen — dan zouden Wij slechts nieuwe gevaren en nog grootere verwoestingen kunnen voorspellen. Met de volheid eener bijzondere genegenheid geven Wij u, mijnheer den kardinaal, den Apostolischen zegen. LEO PP. XIII. Uit het Vaticaan, 8 October. W" ■ --- FEUILLETON. DE CABECILLA. it dag, waarop het transport kwinn, waren tr; »od I v 6n z 'j n j a S er verdwenen, zonder dat hen "' ,ei de ti"! S '°* ^ z ' en ver ' a t ell > de kapitein herNit z ° et Zlcl1 nu duidelijk; maar in denzelfden 'Ir ee n ^ ac hildwacht dicht bij de plaats, van ;it slot ï0 ° u , raar dsehe gang in de kelderruimte van ^ schild ' ^ ee 3C haduwen voortglijden en toen hij ■'■itia Ca ^ft in (J en ]j 0 f opstelde, bestormde hem Mt ^ 011 . me ^ allerlei vragen om dien schild"tet 0v Terwi Ó deren, en donna Maria wilde er nog "taeu 8pi , eken - bekommerden zich de dames d»idert Üdwacht ® "^ e 3am enbang was hem nu "ö markies di Castillo speelde tegen'"Sltas ' j Z0 °, juist der Franschen-vriend toch |ï Hm Q en " ew °uderaar der groote natie en lokte d etl jjj allerlei wijze mededeelingen uit, die hij vu nabijheid zwervenden benden deed toeaa Bsló 0 '| Uee , r k'J z ' c h zelfs niet als strijder bij ï^te. w ', ^°® n Valliers den onderaardsehen gang r verbleekt; doeh zij herstelde dat kon lietn onmogelijk ernst zijn. Nuaa Tkl' Zeid