Bij deze Courant behoort een Bijvoegsel. Bekendmaking. De Burgemeester der gemeente Arnhem brengt ter kennisse der belastingschuldigen, dat het Tan den hoer Controleur van 's Rijks belastingen ontvangen , door den heer Provincialen Inspecteur goedgekeurde en vastgestelde kohier der personele belasting (N°. 11) voor deze gemeente over de dienst van 1872/3, le kwartaal, op heden ter invordering is verzonden aan '.den heer Ontvanger der directe belastingen, en dat een ieder verpligt iB zijnen aanslag op den bij de wet bepaalden voet te voldoen. En zal deze door aanplakking ter plaatse hier gebruikelijk worden afgekondigd. Arnhem, 10 Augustus 1872. Be Burgemeester voornoemd, C. Visscheb, fd. B. --- EEN GROOT KEIZER. I. Multi Committurit eadem diterso crimina fato; Ille crucem , pretium sceleris tulit, hic diadema. Hetgeen, laeg vóór het begin onzer jaartelling, de romeinsche dichter opmerkte, is, achttien honderd jaren na de geboorte van Christus, nog evenzeer van toepassing. Hetzelfde wat den eenen aan de galg brengt vorschaft den ander eene kroon. Het is niet de daad op zich zelve, in haar wezen beschouwd, die het oordeel van het publiek bepaalt, maar de daad in hare uitkomsten en gevolgen , en in verband beschouwd met den persoon die haar pleegde. Wjj hebben zeer deugdzame definitien: wie een ander voorbedachtelijk ombrengt pleegt moord en is een moordenaar; wie zich arglastig andermans goed toeeigent pleegt diefstal en is een dief; wij wafhten ons echter wel zulke leelijke woorden en qualificatien op de hooggeplaatsten der, aarde toe te passen. Iemand die landen verovert en bij zijn Rijk inlijft, die groote veldslagen levert met bloedige slagvelden, en steden verwoest, is een groot man, een groot veldheer, een groot vorst. Wij klappen voor hem in de handen : wij juichen hem too ; wjj vereeren hem; wij buigen de knie voor hem, en wanneer hij gestorven is houden wij zijne nagedachtenis in eere ; wij bouwen een praalgraf om zjjn gebeente te bewaren en rigten een standbeeld voor hem op. Die het in het klein doet, crucem, pretium sceleris, tulit hij ontvangt de galg, als loon voor zijn bedrijf; terwijl de grossier, die de zaken alleen in het groot drijft, met den diadeem versierd wordt. Vreemd verschijnsel, inderdaad. Om de bewondering en geestdrift van het menschdotn op te wekken moet men er zooveel mogelijk van dooden en vernielen. Dit wordt als het verdienstelijkste werk geroemd. Alleen het buskruid maakt onsterfelijk. Deze gedachten kwamen bjj ons op toen wij de uitbundige loftuitingen lazen, eenige weken geleden door binnen- en buitenlandsche bladen ten beste gegeven aan Czaar Peter I, bijgenaamd den Grooten, den beweerden stichter van het russische Rijk, en welks ondersteld tweehonderdjarig bestaan in mei 11. te Petersburg en elders in Rusland met zooveel vertoon en ophef gevierd is. Dat zulks in Rusland geschied is, verwondert ons niet j niet alleen omdat daar de pers het orgaan is van den officielen wil en do officiele gedachten van het Gouvernement, hetwelk natuurlijk aan de overlevering van den Grooten Peter vasthoudt, maar ook omdat het voor een Eus, een inwoner van het 'groote russische riik, werkelijk mooijelijk kan wezen, na zooveel succes en zoovele resultaten door de diplomatie van Peter I verkregen, den persoon en 2l J n bedrijf met de juiste maat te meten. Den erfgenaam van een door onregtmatige middelen en op wederregtelijke wijze verkregen goed kan men net minder dan iemand anders ten kwade duiden, dat hij den erflater, aan wien hg zijn aanzienlijk vermogen te danken heeft, in een gunstig licht beschouwt en gunstig beoordeelt. °°h dit motief geldt niet voor de overige ~Reforming others, he failed to reform him■tself, but remaiied to the last an ignorant, tcoarse, Irutal savage, indulging in the lovest tvices, and gloating over scenes of cruel Buffering, *He icould sometimes put his victims to the torture tplay judge and executioner too, and, drunk icith >icine, strike off twenty heads in succession, proud ■tof his horrid dexterity," Een streng en hard oordeel en toch, wanneer men dit leven en dit karakter nagaat, niets te streng en te hard. Als mensch kan Peter I ons niet anders dan afkeer inboezemen; als vorst was, gelijk wij zullen aantoonen , zijn werk eene mislukking, en zjjno zoogenaamde sociale hervormingen in Rusland zjjn , wanneer men ze in haar wezen beschouwt, gelgk to stellen met de sociale hervormingen welke thans door de Internationalen beproefd worden en aan do parijsche communalisten mislukten. Peter I was Ruslands pètroleur . Hij hervormde door te ruïneren. --- STAATKUNDIG OVERZIGT. 7 September 1872. Thans is het gezelschap te Berlijn compleet: keizer Frans Jozef kwam gisteren in den vooravond met den kroonprins van Saksen in de duitsche hoofdstad aan, en bragt terstond een bezoek aan den gastheer en aan den keizer van Rusland, De ontvangst, die hem van de zijde van het publiek ten deel viel, was nog veel hartelijker, dan die waarmede de czaar werd begroet; de geestdrift is ton top gestegen. Onze lezers zullen ons wol veroorloven, dat wij de opsomming van alle »wandelridjes", familiemaaltijden, dejeuné's, gala-voorstellingen enz. enz. achterwege laten. Alles laat zich vermoeden en de opsomming wordt uiterst eentoonig voor Wie de feestelijkheden niet bijwoont. Slechts enkele bijzonderheden van politieke beteekenis worden nu en dan door den telegraaf overgeseind, zoo o. a. een bezoek door Bismarck aan graaf Berg, den stadhouder van Polen gebragt, en het telegram aan de Neue Freie Presse van Weenen, dat de britscho gezant te Berljjn zi h naar den keizer begeven heeft, ten einde hem opheldeï ingen over staatkundige aangelegenheden te vragen , en dat die audientie ïlanger dan een uur geduurd heeft. In de fransche pers maakt een canard de ronde, die door de Opinion Nationale is uitgebroed. Keizer Wilhelm, zoo meldt het blad onder reserve, wil afstand doen van den troon ten behoeve van den kroonprins; de keizer gevoelt namelijk, dat hif oud wordt, en wil nog bij zgn leven zorg dragen, dat zijn zoon zich niet onttrekt aan den invloed van Bismarck. Te Munchen volgt de eene verrassing op de andere; het langverwachte ministerie-Gasser is eene doodgeboren vrucht geweest, en de ministerpresident in spe heeft zgn mandaat nedergelegd, daar hij geen kans zag een stel ministers te vindend Opmerkelijk is het, dat de ultra-katholieke pers in Begeren het hare heeft bjjgebragt om deze uitkomst voor te bereiden ; op het laatste oogenblik heeft zij bedacht, dat de heer Gasser de ware broeder friet was, en dat het dan nog beter is in de oppositie te blijven tegen een nationaal-liberaal ministerie, dat de handen heeft gebonden, dan te regeren met een Kabinet , dat zich compromitteert. De touten van von Gasser zouden den ultramontanen worden nagehouden; toen deze zich terugtrokken viel de kunstmatige combinatie ineen , en volgens de laatste berigten uit Munchen is de heer von Pfretschuer, laatst minister van Finantien in het Kabin^-Hegnenberg, belast met de zamenstelling van een nationaal-liberaal ministerie. Of deze onder de gegeven omstandigheden zoodanige taak zal willen aanvaarden, valt te betwijfelen. De scheidslieden te Genève hebben gisteren hunne beraadslagingen geëindigd; enkele ondergeschikte punten worden in de volgende week vastgesfeld, en heden over eene week zal de arbitrale uitspraak worden geteekend. --- Binnenland. ARNHEM, 7 September. Omtrent de avondzitting van donderdag van do Internationale, meldt het Vaderland het vol» gende: De voorzitter Ranvier houdt wederom appèl nominaal. Zeven en vijftig afgevaardigden zijn tegenwoordig. Afgevaardigde Sorges deelt mede, dat Dietsgen (?) genoodzaakt is geweest den Haag te verlaten. De spreker doet daarbij uitkomen dat, wanneer men voortgaat den tgd te verbeuzelen met niets te doen, meerdere afgevaardigden dat voorbeeld zullen volgen. Do voorzitter leest daarop in de fransche taal een manifest voor, door de parijsche arbeiders aan dit congres gezonden, waarin de redenen worden te kennen gegeven waarom door hen geen afgevaardigden naar het congres zijn gezonden. De tegenwoordige toestand in Frankrijk, de wetten tegen de Internationale, zgn daarvan de oorzaak. De arbeiders hopen echter dat mannen als Bakunine, Malon, Albert, Richard en Blanc uit de Internationale zullen worden geweerd, en dat met onverwinnelijke hardnekkigheid zal worden voortgegaan op den weg dien men tot de emancipatie van het proletariaat betreden heeft; zij verwachten dat hier de belangrijke quaestie zal worden uitgemaakt of er al dan niet zal zjjn één algemeene raad van de geheele Internationale of een algem eene raad voor elk land. De franscho arbeiders verklaren zich voor hot laatste. Daardoor zal het werk gemakkelijker worden gemaakt en het onderlinge verkeer tusschen de landen onderling beter worden bevorderd. De afgevaardigde Wilmot valt in de rede om te verzoeken dat do lezing van dit manifest niet worde voortgezet, omdat dit, met inbegrip der vertalingen, verscheidene uren zou duien; het ware beter dit in proces-verbaal op te nemen. Men kan toch niet alles vertalen ; dit zou te lang duren. De afgevaardigde Guillaume protesteert er tegen dat mannen van naam als Bakunine en Malon in één adem worden genoemd met die van ellendelingen en schurken als Albert Richard en Blanc; daartegen verzet hij zich. Longuet verzet zich tegen het voorstel Wilmot; bi) wenscht dat de vertaling van den brief in résumé geschiede. Door een ander wordt voorgesteld zonder vertaling tot de orde van den dag over te gaan. Daartoe wordt met groote meerderheid besloten. De Voorzitter doet mededeoling van een ingekomen voorstel, ingediend door de Communeloden die deel uitmaken van dit congres , om nl. op het eerstvolgende congres te bepalen dat iedereen die de zaak der revolutionaire partij verlaat, geen lid kan blijven der Internationale. Burger Dupont doet echter de motie dat over alle ingekomen brieven nu niet zal worden gesproken , doch dat die allen in handen eener commissie zullen jMjden gesteld , die dagelijks aan het bureel rajWrt zal uitbrengen. (Op de tribune fntstaat twist; een der aanwezigen verzoekt een ander niet te zeggen wat bij zegt, en niet te lagchen of te spotten. Het incident loopt met eene waarschuwing van den president af, die trouwens het rogt om te spotten erkent, dcch liever zag dat dit niet geschiedde ) Deze motie wordt na zeer te zijn ondersteund aangenomen , en tot leden der commissie worden benoemd Frankel, Lafargue, Dereure, Dupont en Hepner. Thans komt aan de orde: de quaestie van den algemeenen raad. Afgevaardigde Hermann zegt dat in vele landen de meening onder de arbeiders, leden der Internationale , wortel heeft geschoten, dat de algemeene raad moet ophouden te bestaan, doch dat m andere landon dit denkbeeld niet werd gehuldigd. Spreker , die Belgie vertegenwoordigt, meent dat de algemeene raad behouden moet blijven, en dat, evenals thans, ieder land daarheen zijn afgevaardigde moet zenden , zonder dat de raad het regt heeft zich leden toe te voegen. De Internationale wil strijd voeren tegen het kapitaal door alle middelen ; daartoe echter moet de algemeene raad blijven bestaan , doch de magt van dien raad zeer worden verminderd. Dit kan door wijziging der reglementen geschieden. De raad moet alleen een uitvoerend comité zijn en op administratief gebied arbeiden, Afgevaardigde Lafargue zegt dat vorige spreker zijn imperatief mandaat heeft toegelicht; dit komt niet te pas ; spreker gelooft daarom dat de eerste quaestie die hier moet worden gesteld en uitgemaakt , deze is : zal er een centrale raad bestaan of niet? Daarna kan over de regeling van dien raad, indien hij mogt behouden blijven, gesproken worden. Afgevaardigde Victor Dave verklaart zich tegen deze motie. Hermann heeft de quaestie zeer goed gesteld ; men behoeft het juist niet zoo te stellen als Lafargue wil. Afgevaardigde Longuet is het volkomen eens met Dave; er moet eerst eene algemeene discussie zijn en daarna dio over de bijzondere punten. Men kan echter, om te bekorten, enkel aan twee sprekers vóór en tweo spekers tegen het woord verleenen. Afgevaardigde Dupont zegt dat men onmogelijk kan doen wat Longuet wenscht; men moet in de dagorde blijven en kan het aantal redenaars niet beperken. Nadat herinnerd is dat ieder redenaar slechts tien minuten mag spreken en vijf minuten tijd8 om te antwoorden heeft, wordt de eigenlijke quaestie aan de orde gesteld. Lafargue spreekt van zjjn mandaat; zij, die hem afgevaardigd hebben, willen den algemeenen raad behouden, met dezelfde bevoegdheid als nu. Dezelfde redenen, die bij de vaststelling der statuten tot het instellen van dien raad hebben gegolden, gelden z. i. thans nog. Burger Lafargue heeft ook een mandaat uit Portugal, waar men er eveneens over denkt; men heeft een waarborg in de verantwoordelijkheid van den raad. Zonder algemeenen raad zou er geen bond zijn, maar slechts losso vereenigingen. De afgevaardigde Guillaume spreekt van twee groote ideën in de Internationale. Volgens de meening van sommigen is de algemeene raad het hoofd van de Internationale, zonder hetwelk niots kan tot stand komen. Volgens anderen, en dezen hebben zijns inziens Jgelrjk, mag de raad nooit iets anders zijn dan de uitdrukking van de gedachten der verschillende sectien. Het is nu alleen de vraag of een ligchaam als de algemeene raad wel de uitdrukking kan zijn van de verschillende ideën, en of niet die raad steeds een autoriteit wordt. De Zwitsers, die spreker hebben afgevaardigd, zien niet in dat een raad noodzakelijk is. Tot bereiking van hetgeen men op economisch en politiek terrein, zijns inziens twee niet te scheiden zaken, tracht te beroiken, is volgens de meening van den spreker een raad geheel overbodig. De politiek die men dient te volgen, i3 daarenboven zeer verschillend naar gelang van het land waarin men woont; hier is revolutie noodig, daar niet. Do raad kan verder zeer gevaarlijk worden , zegt spreker, en ons in aanraking brengen met barrikaden enz. In elk geval moet zijn3 inziens de raad niets meer zijn dan een middelaar voor correspondentie. Afgevaardigde Sorges is het volstrekt niet eens met Guillaume, dat de algemeene raad overbodig en gevaarlgk is. Hij is van meening, dat de raad een nog veel grooter magt moet hebben dan hij nu reeds heeft. Een groote centralisatie van magt is noodig; zonder dat zal de Internationale niets kunnen uitwerken. Afgevaardigde Moroado houdt een rede in het spaanscli. Uit de vertalingen die volgen blijkt, dat de spreker persoonlijk voor opheffing van den algemeenen raad is, maar dat zijne mandatarissen niet zoover wilden gaan. Ook dezen willen echter de volmagt van den raad hebben ingekort. In elk geval mag de autoriteit niet zoo groot blijven. Wil men geen verandering, dan zou Spanje zich moeten terugtrekken. Spreker zegt dat een Vereeniging , die zich zoo sterk verklaart tegen dwingelandij . ook geen dwingelandij moet toelaten in den boezem der Vereeniging zelve. Daarna wordt de publieke zitting geschorst tot vrijdag avond 6 uren. Er zijn reeds een 20 -tal sprekers ingeschreven. De geheime zitting, daarna geopend, werd tot een laat uur voortgezet. Zijn wij wèl ingelicht, dan, is daarin over de statuten gesproken, zoodat de quaestie van den algemeenen raad denkelijk de eenige zal zijn, die in het openbaar wordt behandeld. De Herinneringen aan Mr. J. R. Thorbecke, door mr. W. C. D. Olivier, die dezer dagen bij den uitgever D. A. Thieme alhier het licht zagen, zullen ongetwijfeld door het publiek met groote belangstelling worden ontvangen, en wij zijn er zeker van , dat de gespannen verwachting, waarmede deze brochure werd te gemoet gezien , niet zal worden teleurgesteld. De ticel zelf toont aan, dat hier geen politiek geschrift wordt geleverd : de apolitieke Thorbecke' 1 wordt slechts even aangeroerd op de laatste bladzijden van het geschrift, en dan nog alleen in verband met Thorbeckes persoonlgke opvattingen en beschouwingen , met name omtrent de gebeurtenissen van de laatste jaren. Voor het overige is de brochure bostemd om den grooten vaderlander te doen kennen als mensch, om aan te toonen, dat de stroeve , stugge, gevoellooze Thorbecke, dien de legende heeft gevormd, een man was met een gevoelvol hart, vatbaar voor alle zachtere indrukken, een bewonderaar van de natuur , een kenner en liefhebber der kunst, een gulle gastheer, een voorbeeldig echtgenoot en yader en een trouw vriend. Of het den schrijver gelukt is dit beeld te schetsen en den Thorbecke der werkelijkheid te doen herleven voor het nageslacht ? Wij laten den lezer zelf antwoorden op deze vraag. Gaat het hem , gelijk ons , dan zullen deze photografien uit Thorbeckes huiselijk leven een diepen en blijvenden indruk maken, en hij zal met ons den schrijver danken dat deze den veel miskenden man, die in dit opzigt zelfs door zijne vereerders werd miskend , dit monument van vriendschap , eerbied en achting heeft gesticht. Het is de regtvaardigicg van het woord, dat op Thorbeckes graf werd gfesproken : »Nergens was de overledene grooter dan in zijn huisgezin." — Met aandoenlijken eenvoud en bijkans kinderlijken eerbied heeft de schrijver zijne persoonlijke herinneringen te boek gesteld , die ons Thorbecke doen kennen als leermeester, op het college , het examen , bij de promotie , in al deze phasen van het akademieleven, waarin de hoogleeraar , die tact bezit, eene school vormt, die zjjne beginselen voortplant in de groote maatschappij. Zijne voortreffelijke methode wordt hier geanalyseerd, en de bladzijden aan den akademischen meester gewijd, verklaren den magtigen indruk, dien deze magtige figuur op zijne leerlingen hoeft gemaakt. Veel wat den oningewijde een raadsel was in het karakter van den staatsman , wordt ons door deze herinneringen duidelijk gemaakt. De staatsman wordt eerst dan regt gekend en gewaardeerd , wanneer men tevens den mensch heeft leereu kennen en waarderen ; hoofd en hart zijn elkander noodzakelijke complementen, — Nooit is het ons duidelijker geworden, waarom Thorbeckes vrienden en leerlingen zoo innig aan hem waren gehecht. , en tevens waarom hij zoovele vijanden had. »Er waren er, die hem als student een levenslangen haat zwoeren en hun eed nooit vergeten hebben.'' Voor iederen Nederlander, die de nagedachtenis zijner groote landgenooten vereert en levendig wil houden , maar bovenal voor de breede schaar van Thorbeckes geestverwanten en vereerders, is dit werk een kostbaar kleinood, dat met een dankbaar hart wordt ontvangen en bewaard; inhoud en vorm zijn bestemd om het bovendien een blijvend sieraad onzer letterkunde te doen zijn. ---