POLITIEK OVERZIGT. De week van 2 tot 9 Junij. De nieuwe Commissie van Dertig uit de fransehe Nationale "Vergadering heeft den goeden dunk, dien men van haar koesterde, niet beschaamd ; zij is niet alleen door hare samenstelling, maar ook door hare wijze van werken het tegenbeeld van de Dertigmannen, die wij tot nu toe hebben gekend. Het eerste en zeker niet minst belangrijke ontwerp, waarbij de verhouding der openbare magten onderling nader wordt geregeld, is reeds behandeld; de heer Laboulaye, de republikein, die dweept met het noord-amerikaansche staatsregt, zonder echter als lid der Kamer verder »geavaneeerd" te zjjn dan het linker-centrum, is tot rapporteur benoemd ; hij zal dus ook de amendementen moeten verdedigen die de Commissie in het regeringsontwerp wil brengen. Onder deze zijn er twee principiële, en omtrent een ol beide stelt de Regering zich zoozeer partij, dat hare officieuse organen de kabinetsquaestie reeds weder in het vooruitzigt stellen. Het ontwerp wil namelijk aan den President der Republiek, het hoofd van het Uitvoerend Gezag, dat wel in den regel conservatief zal zijn en in elk geval tot 1880 in den persoon van Mac-Mahon is vertegenwoordigd, zeer groote regten geven tegenover de Kamers, niettegenstaande bij deze dan toch het souvereine gezag althans niet minder dan bij den President berust; de Regering' wil van hem een soort ▼an constitutlonelen vorst maken met uitgebreide regten; geen wonder dat de republikeinsehe commissie en bovenal de heer Laboulaye, met het amerikaansche model voor oogen, deze bevoegheid een weinig wil besnoeijen. LT.it de President de Kamerzitting kan verdagen voor den tijd van eene maand, dat hij traktaten mag sluiten zonder voorkennis van dg Kamers, met uitzondering alleen van handelstraktaten en van die, waarbij grondgebied wordt verkregen of afgestaan, is voor de Commissie geen bezwaar; maar dat iiij feitelijk gedurende zeven maanden van het jaar zonder Parlement kan regeren, dat bij het regt heeft om de Kamer buitengewoon bijeen te roepen, doch alleen verpligt is dit te doen, wanneer de helft plus een van de leden -Ier beide Kamers zulks verlangt, en dat hij alleen het regt heeft om oorlog te verklaren , ziedaar punten, waarin de Commissie niet zonder grond met de Regering ten eenemale van zienswijze verschilt. De beide amendementen nu strekken: vooreerst om den President te verpligten tot het bijeenroepen van de Kamers, zoodra een derde van de leden der beide Kamers het verlangt. De heer Ricard, die dit amendement voorstelde, betoogde , dat op deze wijze eene bel.mgrijke minderheid in de Kamer zeker kon zijn van het bijeenroepen eener buitengewone zitting, tenzij ?/ g van de senatoren zich hiertegen verzette. Ten andere wil de Commissie bet regt van oorlog leggen in handen van den President en van de Kamers, iet3 wat in theorie volkomen juist schijnt, doch in praktijk tot zeer groote moeijelijkheden aanleiding kan geven. De Regering schijnt, echter niet geheel ongezind om op dit laatste punt toe te geven, al was het alleen om van hare vredelievende gezindheid te doen bljjken. Er is dus weder strijd in het vooruitzigt, maar het eigenlijke conflict tussehen Regering en Commissie zal eerst blijken bij de behandeling van de kieswet. Het toeval diende den heer de Broglie in zooverre, dat de groep-Lavergne, die voor een van de meest invloedrijke wordt gehouden, voor het oogenbljk verdeeld is over de beginselen der kieswet; hij hoopt nu rondom het scrutin d'arrondissement de oude coalitie van 24 mei te hereenigen ; men twijfelt echter of hem dit zal gelukken. De voorstanders van de conservative republiek hebben een groot verlies geleden door het overlijden van den heer de Rémusat. Ongelukkig voor Frankrijk zijn de mannen, die de politiek in handen hebben , meestal öf zeer oud öf nog wat jong, De Regering van de Nationale Verdediging, die de erfenis van het tweede keizerrijk overnam, was zamengesteld uit mannen, die allen 63 jaren of ouder waren, en toen deze heeren niet wisten hoe Frankrijk te regeren van uit het belegerde Parijs, verliet Gambetta, de man vol energie, vol levenskracht en eerzucht?, in eene luchtballon de hoofdstad, electriseerde voor een oogenblik de natie, maar zag ziine taak zoo deerlijk mislukken, dat de oude Thiers zich niet ontzag hem in het Parlement als fou furieux te qualinceren. Niet, dat Gambetta en de zijnen absoluut te jong zijn om invloed uit te oefenen op de p ilitiek, zoodanige invloed is niet gebonden aan een leeftijd , maar het jongere geslacht in Frankrijk heeft onder de 20jarige werking van het keizerlijke régime geene gelegenheid gehad om zich voor eene gewigtige politieke taak voor te bereiden. Wie eene staatkundige loopbaan verlangde, moest óf de napoleontische liverei aantrekken om prefect te worden, óf als journalist vrijmoedige artikelen schrijven, öf als advokaat optreden voor een of ander slagtoffer van caesaristische willekeur, met het vooruitzigt om een afgod van de parijsche democratie, misschien zelfs lid van het Wetgevend Ligchaam te worden, maar misschien o8k naar Brussel, Londen of Cayenne te verhuizen. Het jongere geslacht is eerst thans in de oefenschool voor staatsmanswijsheid en er is alle hoop voor de toekomst, want het ontbrak niet aan scherpzinnigheid en energie, maar wel aan taktiek en zelfbeheersching, die eveneens onmisbare vereischten zijn indien staatsman. De«e omstandigheden waren oorzaak, dat sedert de rampen van 1870 en 1871 de oude mannen van de julijregering weder op den voorgrond traden: Thiers aan het hoofd, en naast hem de Périers, de Dufaures, de Goulards, de Rémusats, mannen, wier verdiensten gedurende het laatste vierjarige tijdperk van spanning eerst in latere jaren naar waarde zullen worden geschat. Het is zeker niet hunne geringste verdienste, dat zij op een leeftijd, waarin dit zoo moejjebjk is , de traditiën van een gansch staatkundig leven ondergeschikt hebben gemaakt aan de belangen van bet vaderland; zij leefden en werkten als orleanisten , en sterven als republikeinen, maar met het bewustzijn, dat het niet is eene verloochening van beginselen ter bevrediging van persoonlijke & rzucht, maar wel het rekenschap houden met gewijzigde toestanden , het voortwerken in gelijke rigting naar hetzelfde einddoel [en overeenkomstig de eischen van het oogenblik. De heelde Rémusat was 78 iaren oud, toen de dood een einde maakte aan zijn werkzaam leven. Hij heeft Napoleon en diens omgeving, waartoe ook zijn vader behoorde , slechts als knaap gekend ; zijn maatschappelijke loopbaan begon eerst tijdens de Restauratie, bijkans gelijktijdig met de terreur blanche ; ook zijn huwelijk met eene Lafayette werkte niet mede om bij hem sympathie te wekken voor de beginselen, waarnaar Karei X regeerde. De julijdagen van 1830 vonden hem dan ook in de voorste gelederen , niet op de barricaden wel te verstaan , maar onder de protesterende journalisten , en straks naast Lafayette en Casimir Périer in de Kamer van Afgevaardigden. Gedurende de 18 jaren van Louis Philippes regering was de Rémusat onafgebroken werkzaam als lid der Kamer, een oogenblik ook als minister van Binnenlandsche Zaken in het kortstondige ministerie. Thiers (1840). Met Tiiiers voortdurend in oppositie tegen Guizot, trachtte hij den val der julij-monarchie zoolang mogelijk te voorkomen, doch toen zij in februarij '48 op de Tuilerien werden ontboden om den storm te bezweren, had Lamartine reeds » Trop tard !" gezegd. In de constituerende en wetgevende vergaderingen van '48 tot '51 stemde de Rémusat met de regterzijde; hij werd na den coup d'état verbannen, sedert geamnestieerd, doch met het keizerrijk heeft hij zich nooit verzoend. Gedurende de regering van Napoleon III was de republiek der letteren het terrein van zijn arbeid; de lezers van de Revue des Deux Mondes vooral zullen den degelijken medewerker niet vergeten hebben. Eerst in 1871 kwam hij weder op het staatkundig tooneel; Thiers, die reeds in 1840 tot de Rémusat had gezegd : sik zal nooit iets van beteekenis ondernemen zonder u," koos hem tot minister van Buitenlandsche Zaken en bragt met hem en de Goulard de ontruiming van het franscne grondgebied tot stand, die de bewondering van eiken onpartijdigen toeschouwer heeft gewekt. De Rémusat was zeer gezien in regeringskringen en bij de vertegenwoordigers der buitenlandsche mogendheden; geen wonder, dat hij niet de man was van de parijsche democratie. Het Seine-departement weigerde hem een mandaat als afgevaardigde te geven en koos Barodet, wiens verkiezing tot voorwendsel werd gebezigd om Thiers en de zijnen van het kussen te dringen. Het reactietijdperk, dat op 24 mei volgde , vond de Rémusat als afgevaardigde voor Haute-Garonne (Toulouse) op de banken, waar de groep-Périer plaats had genome^; sedert 24 mei echter was hij op den achtergrond geraakt, jammer genoeg voor Frankrijk, dat aan zulke mannen behoeft heeft. De oorlogsgeruchten zijn eindelijk voor goed uit de lucht; de diplomatieke onthullingen van iemand die zich Verax noemt, en zijn geheim aan de Times heeft verraden, waren niet meer in staat de aandacht van het groote publiek te trekken ; de nieuwe interpellatien in het engelsche Lagerhuis al evenmin, en de geruchten van eene nieuwe nota van de duitsche aan de belgsiche Regering vonden ter naauwernood geloof. De reis _van koning Oscar naar Berlijn en naar Dresden wordt door de engelsche en oostenrijksehe pers beschouwd als eene vingerwijzing aan Denemarken, dat het geheel geïsoleerd staat, en ook wel alle spretentien" op de naleving van het in naam der Heilige Drieëenheid gesloten traktaat van Praag kan laten varen. Keizer Frans Jozef heet te vermoeid van zijne dalmatische reis om voor dit jaar zijne keizerlijke bondgeiiooten te bezoeken, maar hij zendt aartshertog Albrecht naar de russische en duitsche souvereinen, juist dezelfde comedie als door Duitschland tegenover Italië werd gespeeld. En in Engeland vleit men zich met den zoeten waan, dat de aangelegenheden van het vasteland voortaan weder in Downing-street zullen worden behandeld als voorheen. v. C. --- 16) GEHEIME GEDENKSCHRIFTEN UIT DE NEGENTIENDE EEUW. De geheimzinnige bezoeker, zijn kalmte hernemende, ging voort. »Er is altijd ge neen volk ip znlk een menigte. Verscheiden verbondenen kwamen op het denkbeeld om hun sabels en hel.nen in het bloed te doopen. Er was een ongelukkige die het schavot beklom, zijn handen in het bloed doopte en er allen, die er onder "stonden, mede bespatte. Ik vsil