LAATSTE BERICHTEN. Commissie voor Kinderkleeding. Ontvangen giften: Bij J. Minkman, Driekon.dw.str. 28: N. Frot, Begrafenisfonds ƒ25; N.N. ƒ 3.$a. Bij mej. Haartsen, v. d. Hellasn a: M. H. ƒ2.50; A. H. ƒ2.50; A. H. ƒ1. Bij A. Hildesheim, Boulevard 101: L. R. ƒ 1; J. M. ƒ 1; E. H.—P. ƒ 1; L. R. ƒ 1; H. J. ƒ2,50; mevr. A. G. H. ƒ 1; opbrengst collecte op het vitesse-terrein 18 Oct. ƒ 32.03^ en 10 centimes; 25 Oct. f 12.70^/2 en 10 centimes; 8 Nov. ƒ 26.41 en 10 centimes; 15 Nov. ƒ2.55;-K. A. ƒ2.50; J. M. ƒ I; mevr. H. H. R. ƒ 10; F. A. R. ƒ5; door bemiddeling van mej. D. Roothaan ƒ 25. Bij dr. H. P. J. Stenfert Kroese, Emmastr. 47a: v. M. ƒ 10. Bij mej. D. E. P. Feele, Karei van Gelderstraat 19: H C. G. ƒ 1; mej. F. A. ƒ2.50. Bij mej. dr. C. Bader, Boulevard 125: juffr. S. ƒ 1; mevr. de B. ƒ 5; juffr. V. ƒ 5; dames M. ƒ7.50 en kleedingst.; mej. B. ƒ1; dames K. ƒ 3.50; dames de K. kleeding. Bij J. J. T. ■ Poederbach, Utr. weg 83: mevr. dr. E. V. ƒ 5. Totaal ƒ 199.70 en 30 centimes. Onder dankzegging voor de milde gevers, blijft de Commissie zich voor meerdere bijdragen bij hare stadgenooten dringend aanbevelen. Het vermoedelijke tekort bedraagt thans nog circa ƒ 800. Moge onze volgende lijst wederom een schitterend getuigenis afleggen van den weldadigheidszin onzer stadgenooten! Politienieuws. Gisterenavond heeft zich bij de politie alhier aangemeld zekere v. d. H„ gedomicilieerd te Nijmegen, die verklaarde eenige dagen geleden te Beekbergen onder Apeldoorn diefstal met braak in eene aldaar staande directiekeet te hebben gepleegd. Enkele voorwerpen, vermoedelijk van den diefstal afkomstig, had hij nog in zijn bezit. De man werd aangehouden er. heden voormiddag naar Apeldoorn gebracht om ter beschikking van de politie aldaar te worden gesteld. Een vrachtrijder die zijn wagen eenigen tijd op de J anspLats onbeheerd had laten staan kwam gistere namiddag, voor ho wegreed, tot de ervaring dat men van /ijn voertuig twee flesschen gevuld met brandewijn en twee fles schen gevuld met oranjebitter had ontvreemd Hij deed van zij e bevinding aangifte bij de politie, die een onderzoek naar het ontvreemde <:al instellen. l>e Duitschers In België. Men schrijft ons uit Turnhout: Met een specialen „Schein" van de commandatuur te dezer plaatse gelukt het nog per fiets een tocht te maken in zuidelijke richting, Etn reisje met hindernissen. Bij Vosselaer Thielen en Lichtaert zijn de Duitsche posten zwak Of het daarom is, dat zij den Macadamweg hebben opgebroken en slechts eenige meters aan het verkeer hebben gelaten : het schijnt zoo. De nachten zijn schraal de postende mannen oud. Ze houden allen je aan, vooral omdat ge een velo berijdt, wat een verboden tr nsport is, maar aan enkelen door de toege ven de commandatuur van Turnhout nog wordt toegestaan Het staat evenwel ook vast, dat sommigen van een valschen Schein gebruik maken, die ze voor een appel en een ei van een onderofficier weter te bemachtigen en met een handteekening, heel juist nagemaakt,• van den . . commandant. Sinds de vorige week is de toestand op de dorpen iets beter geworden. Via Tilburg zijn flinke hoeveelheden leven» mi delen aangebracht, dis hier worden gedistnbuteerd. Er zijn overal zeer vele gezinnen, die door de gemeente worden onderhouden; te Herenthals wel 300. De armen uit Tongerloo, Westerloo, Nylen, Lichtaert en kleinere gehuchten in den omtrek komen driemaal in de week naar Herenthals om er mondvoorraad te halen. Zij hebben briefjes van hunne respectievelijke gemeentebesturen, waarop een Duitsch stempel, zonder welke geen voedsel wordt uitgedeeld. Te Westmeeibeek, aan de groote Nethe is de brug over deze rivier nog niet heisteld. De Duitsche genietroepen, die hier wel zijn doorgetrokken, hebben er alleen een kijkje genomen en in plaats an er te herstellen hebben ze vele schroeven, moeren en kettingen er afgedaan en meegenomen. De communicatie tusschen deze plaats en Westerloo geschiedt met toestemming van de wacht door slecht vertrouwbare bootjes. Op twee plaatsen, is zoo'n overtocht mogelijk; de overige bootjes zijn weggenomen. Langs den weg bij Hersselt zijn de bewoners bezig met het ruimen van een tiental . bovenwoningen die gedurende het gevecht van Aerschot door de Belgen in asch zijn gelegd, om den Duitscher geen schuilplaatsen te geven. De boerenbevolkiug dezer dorpjes ziet er als wezenloos uit. De Duitsche vloedgolf heeft alles meegesleept en aan de boeren slechts weinig gelaten. Nog in het begin dezer week werd met paarden en wagens langs de deur rondgegaan en de laatste voorraden rogge en haver opgeëischt, De houding dezer jongere soldaten is onhebbelijk, vooral jegens de vrouwen en meisjes. Klachten zijn daan 1 ver reeds te Mechelen edaan. Vele boeren hebben geen paard en ucnen het noodzakelijke najaarswerk niet verrichten. De Duitsche commandant liet in de dorpen aflezen, dat de boeren onverwijld tot het zaaien van den akker moesten overgaan, maar dezelfde commandant geeft nog dagelijks last, de streken af te gaan en er alle eetbare voorraden op te eischen. Als regel betalen de soldaten — een onderofficier vergezelt de mindere — in bons die op de commandatuur inwisselbaar zijn. Soms worden d<* goederen direct betaald maar in duitsch geld, dat de bewoners niet mogen weigeren. k --- Avonduitgave. KUNST en WETENSCHAP. Stadsschouwburg. Katleen Parlow. Een op alle rangen mooi bezette zaal heeft Katleen Parlow het bewijs moeten geven hoezeer men haar komst ten onzent op prijs stelde, hoe verheugd men was de sympathieke kunstenares weer eens te mogen hooren. Aan die vreugde is uiting gegeven, óók door de Schouwburgcommissie, die bij den aanvang op het tooneel kwam en bij monde van haar voorzitter, den heer H. A. van Leeuwen, Kathleen een mooien bouquet aanbood. En het warme applaus na elk nummer van het programma, de herhaalde terugroepingen, die haar in den loop van den avond tot twee extra's noopten — zij hebben wel duidfelijk gezegd hoe men genoten heeft van dit prachtige vioolspel, van de voorname en rijpe kunst van de bescheiden en eenvoudige kunstenares. Wij hebben er al eens vaker op gewezen en wij doen het nu nog eens weer, hoe voortreffelijk het gezien is, de schouwburgzaal niet alleen open «te stellen voor comedievertooningen, maar haar ook te gebruiken voor concerten als dit. De ervaring van jaren heeft nu wel geleerd, dat slechts bij zeer, zeer hooge uitzondering kunstenaars, die op eigen risico hier concerteeren, bevredigende belangstelling vinden van de zijde van het publiek. Dat is niet te wijten aan het publiek, dat in normale winsten vooral, een teveel aan concerten wordt aangeboden, evenmin aan de kunstenaars of hun impressario's, die een toegangsprijs vragen, zoo goed mogelijk berekend naar dc waarde van het gebodene — al blijft ware kunst ten slotte altijd onbetaalbaar, zooals Hildebrand reeds opmerkte. Maar het niet tegen te spreken feit is nu eenmaal, dat bij de vele abonnements-concerten, de op zich zelf staapde audities slecht bezocht worden. En een niet te ontkennen reden daarvoor was, dat velen de toegangsprijs — nu ja, in verhouding van het gebodene niet te hoog was, maar vaak aarleiding werd om thuis te blijven. Dat bezwaar nu behoeft, dank zij het rangen-systeem in den schouwburg, voor bijna niemand te gelden: een blik op de toegangsprijzen voor een concert als dat van Kathleen bewijst dat afdoende. En wij verheugen ons daarin van ganscher harte: betere popularisatie van kunst, in den goeden zin van het woord, is niet denkbaar, dan dat men een zoo breed mogelijken kring van menschen in de gelegenheid stelt haar te hooren. De ontvankelijkheid voor de kunst die een Parlow geeft, wordt toch inderdaad niet afgemeten naar de financieele draagkracht: de talrijke aanwezigen op de goedkoopere rangen waren er alweer het bewijs voor. En zeker is daar in de hoogere regionen niet minder genoten dan beneden, want Kathleen's kunst is voor ieder, die vatbaar is voor het waarlijk schoone. Haar vioolspel 'is van een schier vlekkelooze volmaaktheid, haar toongeving in alle liggingen van een prachtige gaafheid en uiterste sensibiliteit, haar „Bogentechnik" van een volkomen beheersching, haar linkerhand-techniek opgevoerd tot een hoogte, die slechts zelden geëvenaard wordt. Maar slechts een enkele maal, en dan nog in muziek, waarbij techniekmanifestatie eisch is, zooals bij Wieniawsky's „Carnaval Russe" wordt die beheersching van alle moeilijkheden iets anders dan middel: Kathleen's kunst is ook als artistieke uiting, te voornaam en te nobel-muzikaal om de feilloossheid van haar greep, de gemakkelijkheid waarmede zij alle voetangels en klemmen ontgaat, als doel naar den voorgrond te schuiven. Wie als zij, in een zoo absoluut-duidelijke ontleding van het weefsel, zonder eenige uiterlijkheid, een '„Chaconne" van Vitali speelt, staat als denkende en zuiver voelende kunstenares een heel eind boven de virtuozen. Was — wanneer bij zooveel moois vergeleken mag worden — die „Chaconne" het hoogtepunt van haar spel, omdat zij daar ingetogenheid en beheersching paarde aan sentiment, ook in de andere nummers van haar programma heeft zij bewezen wat zij als kunstenares en als violiste waard is. Want het d-moll-concert van Max Bruch, waarmee zij haar programma opende, heeft zij evenzeer gespeeld in den stijl, die deze, niet altijd geïnspireerde, maar goed geschreven muziek, eischt: met breedheid van toon en streek in de recitatieven, met charmeerende souplesse van klank in het adagio, met kracht en brio in het wat lange finale. Wie na deze beide nummers nog niet overtuigd mocht wezen van haar grootheid, kon het na de pauze worden, toen zij in een aantal kleinere -nummers, meerendeels arrangementen, de welluidendheid hoogtij deed vieren: in het delicaatfijn gespeelde „Vogel als Prophet", in het geestig, pittig voorgedragen „Rondo" van Mozart, het „allegro" uit de Haffner-Serenade, in het in de eerste strophe donker van kleur, in det weede met lichtheid en sereen gezongen „Afq Maria" van Sohubert, in het met verbluffende zekerheid gespeelde Wieniawski-nummer. Behalve met applaus is zij gehuldigd met bloemen: drie bouquetten zijn haar aangeboden e n elke bloemenhulde had de volkomen instemming van de aanwezigen. Hoe zou het anders kunnen, waar zooveel geboden werd, waaraan de herinnering dankbaar bewaard zal worden 'n een zoo beminnelijken vorm door een zoo sympathieke persoonlijkheid? Met verlangen mag er aaar worden uitgezien dat een onzer concertbesturen Kathleen eens uitnoodigt met orkest te spelen: hoe verdienstelijk Charlton Keith haar ook begeleidde, er zijn nu eenmaal op zoo'ji programma nummers, die om een orkestbegeleiding vragen, en Kathleen's kunst staat zóó hoog, dat zij recht heeft op de allerbeste omlijsting. Kr. Natuurhistorische Vereeniglng. Donderdagavond hield de heer van Lonkhuijzen, directeur der Heidemaatschappij, een voordracht over zaaizaad, een onderwerp, dat zoo uitgebreid is, dat spr. zich in zijn verhandeling daarover zeker moest beperken en hoofdzakelijk zou bespreken de eischen, die men aan goed zaaizaad moest stellen. Vroeger nam men maar eenig zaad en was tevreden, wanneer er maar iets, al was het ook een zeer klein procent van opkwam. Nu tracht men een zoo hoog mogelijk procent te krijgen. Wat men uitzaait, is gewoonlijk het zaad eener plant, maar soms zaait men de vrucht of de knel uit. De eisdien voor deze plantendeeka zijn echter de* zelfde als die voor het zaad. In het kort zijn deze eischen de volgende: ie. het zaad moet zoo zuiver mogelijk zijn; 2e. het moet echt wezen, d.w.z. de verlangde soort opleveren; 3e. het inoet den gewenschten oorsprong hebben; 4e. het moet uit goed ontwikkelde korrels bestaan; Se. het moet frisch zijn, d.i. niet muf of bedorven; 6e. het moet voldoende kiemkrachtig zijn. Vooral bij de drie eerste punten stond spreker langer stil. Hij wees er op, hoeveel schade de zaaier lijdt, wanneer het zaad niet zuiver is, maar veel onkruidzaden bevat, want ten eerste heeft men onmiddellijk geldelijk nadeel, maar bovendien komt onkruid spoediger op en benadeelt nog het gewas, dat uit de goede zaden rpkwam. Onkruidzaden zijn meestal klein, en tnen heeft dus op hetzelfde gewicht nog meer onkruidzaden dan goede zaden. Bestaat de onzuiverheid in andere onreinheden, als steentjes of zand, dan is de schade minder groot. Bij de behandeling van punt 2 vertoonde spreker eenige voorbeelden van zaden, die z- oveel gelijkheid vertoonden, dat men ze bij ontvangst niet kan onderscheiden, b.v. zaad van den Oostenrijkschen den en den Corsikaanschen den, en zaden van verschillende grassoorten. Het derde punt, de gewenschte oorsprong, is een zeer belangrijke eisch, want men heeft opgemerkt, dat, wanneer het zaad afkomstig is uit streken, waar klimaat en andere omstandigheden te sterk verschillen van de plaats, waar gezaaid wordt, de opkomende planten veel meer aan ziekte onderhevig zijn. Met fotografieën van eenige dennenaanplantingen maakte spreker dit nog duidelijker. De punten 4 en 5 spreken tamelijk wel voor zichzelf. De eisch van kiemkrachtig zaad werd vroeger voor de belangrijkste gehouden en is zeker nog altijd van groot gewicht. Men kan tegenwoordig wel dennenzaad hebben van 90 % en meer kiemkracht. Naar aanleiding van dit punt behandelde spreker ook het begrip kiemènergie en eenige middelen, om de zaden beter en gemakkelijker tot ontkiemen te brengen. Aan het einde der voordracht werd den spreker nog een enkele vraag gedaan. Later vertoonde de heer Warnsinck nog de vrucht van een gemshoorn of martinia en een aantal prachtige photo's uit de eerste aflevering van dier- en plantenwereld uit de Noordzee. --- RECHTZAKEN. Bulletin der te behandelen rechtszaken, voor het Gerechtshof te Arnhem. Zitting van Dinsdag 24 November 1914. (Civiele zaken.) Pleidooi in zake K. J. K veehouder te Idskenshuizen appellant, procureur Mr. R. van Maare te Arnhem, tegen Dr. J. G. D„ arts eri grondeigenaar te Nijmegen, geïntimeerde vertegenwoordigd door den procureur Mr. M. van Gelein Vitringa te Arnhem. Appèl van een vonnis der rechtbank te Arnhem d.d. 25 Juni 1914, waarbij aan appellant een getuigenbewijs is opgelegd. Zitting van Woensdag 25 November 1914. sj (Civiele zitting.) Pleidooi in zake D. J. J., koopman te Hengelo, appellant, procureur Mr. M. yan Gelein Vitringa te Arnhem, tegen de weduwe Baronesse van W. te Henglo geïntimeerde, procureur Mr. C. de Kempenaer te Arnhem. Appèl van een vonnis der rechtbank te Zuiphen d.d. 5 Maart 1914, waarbij aan appellant werd ontzegd een eisch tot ontruiming van een perceel wegens wanbetaling. Zitting van Donderdag 26 November (Strafzaken). B. van der P. te Nederhemert en M. B. te Aalst gemeente Poederoyen, beiden van „vak" arbeider, Appel van een vonnis der rechtbank te Tiel, d.d. 22 October 1914, waarbij zij van het ten laste gelegd misdrijf zijn vrijgesproken. 1. H. L. M., slager en caféhouder te Winterswijk, 2. C A. S„ paardenslager te Winterswijk, en 3. R. H. J. Klinker te Winterswijk. Appel van een vonnis der rechtbank te Arnhem, d.d. 13 October 1914, waarbij No. 1 wegens verboden uitvoer van paarden gedurende een tijd dat er oorlogsgevaar was, werd veroordeeld tot eene gevangenisstraf van vier maanden, en de beide andere beklaagden werden vrijgesproken. Verdediger Mr. Dr. H. P. de Wilde te Arnhem. H. G. W., hoofdcommies der directe belastingen te Zutphen. Appel van een vonnis der rechtbank te Zutphen, d.d, 17 October 1914 waarbij hij werd vrijgesproken van de ten -ijnen laste gelegde overtreding der hondenbelasting. B. A. A. smid te Doesburg, appei vna ecu vonnis der rechtbank te Arnhem waarbij hij wegens mishandeling werd veroordeeld tot eene gevangenisstraf van twee maanden. Verdediger Mr. R. van Haare te Arnhem. Zitting van Maandag 23 November 1914. (Civiele zaken ) Pleidooi in zake firma van E. en Co. gas» motorenfabrieken te Mainz eischeresse procureur Mr. Jhr. van Nispen tot Pannerden te Arnhem, tegen N. V. L. te Teiborg gedaagde procureur Mr. C. de Kempenaer te Velp. Eisch tot betaling van f 2359.84, Zitting van Dinsdag 24 November 1914. (Strafzaken.) J. W. stalknecht te Bennekom thans gede tineerd in het huis van bewaring te Arnhem wegens konijnendiefstal, Verdediger Mr. B H> Everts te Arnhem. F. W. M. grondwerker te 's-Gravenhage thans gedetineerd wegens diefstal van een rijwiel gepleegd te Nijmegen. Verdediger mr. J. A. M. O. van Embden te Nijmegen. J. J. S., koloniaal soldaat en Ja. Ca. V., dienstbode te Nijmegen wegens openbare schennis der eerbaarheid. J. H. A, loopjongen te Nijmegen wegens verduistering. Verdediger mr. F. J. Frowein advocaat te Arnhem. G. T. arbeider te Renswoude, wegens huisvredebreuk en mishandeling. Verdediger Mr. D. Spanjaard te Arnhem; J. W. arbeider te Nijmegen, wegens verduistering; J. W. te Nijmegen, wegens verduistering; H. A. L. veekoopman te Kleef, wegens Uli>OCC VaU p«leudca liju'-Jlln U' 'l' ' igUV-ia . Verdedigd i>Ir. J. SdiH'iun is Nijm<->u; Th. M. T. arbeider te Overasselt, wegen» idem. Verdediger Mi. J. Santman te Nijmegen ; B. VV W. landbouwer te Weurt, gemeente Beuningen, en G. P. van den B., koetsier te Berg en Dal, wegens idem. Verdediger M. J. Santman te Nijmegen, Zitting van Donderdag 26 Nov. 1914. (Civiele Zaken). Pleidooi in zake: R.J., fabrikant te Nijmegen, eischer proc. Mr. J. Santman te Nijmegen tegen N. V. Nederlands-.he Kunstzijdefabriek te Arnhem, gedaagde procureur Mr. I. Cohen te Arnhem. Eis h tot betaling van f 524.46 1 /» als restant aannemingssom. Wekelijksch Overzicht der faillissementen in |het Arr. Arnhem. Opgeheven op 19 Nov 1914 het faillissement van C. de Koning, rijwielhandelaar te Veenendaal. Curator Mr. Dr. G L. van Oosten Slingeland, Advocaat te Arnhem. Vergadering van schuldeischers in de navolgende ♦ faillissementen, op Woensdag 25 Nov. 1914 in het Paleis van Justitie te Arnhem. 10 uur. N. C. VerhoefF, kassier te Veenendaal Curator Mr. M. van Gelein Vitringa te Arnhem io*/ 4 uur, W. van Wessem, eierhandelaar te Rhenen. Curator Mr. D. L. Leccius de Ridder te Wageningen. io 1 4 uur. H. W. H. J. M. Krijgsmin, slager te Nijmegen. Curator Mr. J. Santman te Nijmegen ioV< uur. J. W. Doornink, smid te Halle. Curator Mr. J. P. Coops te Doetinchem.' Oe Betuwsche Stoomtram. Gisteren is door de Rechtbank alhier uitspraak gedaan in een zaak die ongetwijfeld voor de Over-Betuwe van groot belang is. Het betrof namelijk de quaestie van de door de verschillende gemeenten gegarandeerde ren e-uitkeering 00 het kapitaal der Betuwsche StoomtramMaatschappij. In het kort kwam de zaak hierop neer dat door genoemde Maatschappij een eisch tot betaling van ruim f 6000 tegen de gemeente Eist w.s ingesteld o. ao. op de volgende gronden : dat door gedaagde bij Raadsbesluit van 30 Maart 1906, gewijzigd bij latere raadsbesluiten aan de Commissie tot tramaanleg in de OverBetuwe of haie rechtverkrijgenden, als hoedanig eischeresse ten deze 1 ptreedt, voor aanleg en exploitatie van den thans door eischeresse geëxploiteerden. Stoomtramweg, voor den tijd van 20 achtereenvolgende jaren, ingaande 1 Mei i<5ro en tot een bedrag van hoogstens f6230 's jaars; , in den vorm eener rentelooze geldleening is gegarandeerd een renteuitkeering van hoogstens 3 1 2 °/ op het aandeelenkapitaal van de eischende Maatschappij, met bepaling dat de verplichting hiertoe voor gedaagde eerst zoude ontstaan, wanneer de netto exploitatie-opbrengsten niet 3V2 °/o bedroegen over bedoel ) kapitaal, welke verbinding door eischeresse werd aanvaard; dat volgens de aangehaalde Raadsbesluiten de uitkeering door de gedaagde gemeente moest geschieden binnen een maand nadat aan B. en W. de winst- en verliesrekening over het afgeloopen dienstjaar zal zijn toegezonden; dat eischeres aan gedaagde in Mei j.l. had toegezonden hare exploitatierekening, waaruit bleek, dat er een nadeelig saldo was van ruim f 11000, en voorts heeft verzoaht, dat de gedaagde gemeente haar verplicht aandeel zoude betalen; dat gedaagde daarop aan eischeres heeft medegedeeld, dat het bedrag der rentegarantie niet zou worden uitgekeerd, dan nadat door deze zou zijn voldaan aan het verzoek van B. en W. om nadere voorzorgsmaatregelen van veiligheid te nemen, nabij de Zaligerstraat en de viaduct te Lent, zonder dat gedaagde echter de haar toegezonden exploitatierekening betwistte of hare garantieplicht ontkende; De gedaagde gemeente aan het woord ko mende deed daarop ongeveer het navolgend» voordragen : dat de eischende vennootschap geen rechtsgeldig bestaan heeft omdat de akie harer oplichting valsch is, meer speciaal vaich'clijk in» houdt, dat een banktersgroep van vijf personen in het kapitaal zou hebben deelgenomen, de eerste bankier voor 123 aandeelen ad f 1000.—, de anderen ieder voor 122 aandeelen van gelijk ki.drag en dat zij deze aandeelen hebben volgestort, terwijl ze verder is overeengekomen, dat zij voor belangrijk mindere bedragen zouden deelnemen en dan ook de conform de werkelijk gesloten overeenkomst minder h bben gestort, althans de voor den vorm gestorte bediagen dadelijk voor een goed deel hebben teruggekregen; dat eene niet rechtsgeldig bestaande vennootschap niet in rechren kan optreden ; dat dit middel is gericht tegen den heer P. Nepveu, wonende te Eist, die voorgevende te zijn directeur der eischende vennootschap en haar in rechten te vertegenwoordigen in dit proces onder haien naam is opgetreden; dat destijds de gemeente Eist en andere gemeenten eveneens conce sies tot tramaanleg hebben verleend aan eene maatschappij of commissie tot tramaanleg en exploitatie in de Over-Betuwe of hare rechtverkrijgenden en verder aan die commissie of harn rechtverkriigenden voor den tijd van 20 jaren hebbeu verzekerd een jaarlijksch dividend van minstens 3 1 / s pCt. op een aandeelen kapitaal van hoogstens f Ö29000, met dien verstande dat wanneer de winst in eenig boekjaar minder mocht bedragen, de gerandeerende gemeenten alsdan het te kort zouden bijpassen, zulks onder verschillende bedingen, die onder meer inhielden dat de door de gemeenten betailde bed'agsn als eene rentelooze schuld ten laste van dr triuiou.U ucuiiiij i'jiJe 1 kulüiii. u-a i .uien u<: winst in eeny jaar me sr d<"i 3 l / g pCt. mocht bedragen dit meerdere zou worden aangewend tot restitutie van hetgeen de gemeenten betaald tiaddsn; dat deze garantie en concessies door genoemde commissie zijn overgedragen aan een groep bankiers die een en ander .weer voor een hoogeren prijs hebben verkocht en overgedragen aan de eischende vennootschap bij contract van 16 Februari 1907; dat dit contract ipso jure nietig is, omdat zouwel de akte van oprichting als de wet verbieden, dat uitdeelingen anders dan uit de zuivere winst geschieden en zeker eene vennootschap .haar kapitaal niet mag gebruiken om aan hare aandeelhouders eene vaste rente te bezorgen; dat mocht het contract van 16 Februari 1907 rechtsgeldig zijn, alsdan de aandeelhouders verzekerden tot eene actie gerechtigd zouden zijn, maar in geen geval de eischeresse de betaling van het verzekerde bedrag kan vorderen nu op de jaarlijksche algemeene vergade ing van 28 Juni 1813 besloten is om de uitkeeringen der garandeerende gemeenten ten deele aan te wenden tot dekking van verlies en om slechts 2 / a pet. over het jaar 1912 aan de aandeelhouders uit te keeren. Op verschillende gronden verklaarde de Rechtbank de eischeresse ontvankelijk in hare v >rdering en wees haar die toe en veroordeelde mitsdien de gedaagde gemeente Eist om aan de naamlooze vennootschap de Betuwsche Stoomtrammaatschappij tegen kwijting te betalen de som van f0230, zoomede om aan deze te vergoeden de door haar gemaakte proceskosten. Men zal zich kunnen voorstellen dat deze uitspraak met genoegen door de ingezetenen van de Betuwe zal worden vernomen, aangezien van deze zaak het geheele bestaan van de Stoom» tram afhing. ---