GEMEENTE en PROVINCIE. Is wereldvrede mogelijk ? Door den Algemeenen Bond „Vrede door Recht" is uitgegeven: „Is wereldvrede mogelijk?" door onzen stadgenoot Frits van Raalte. De geheele opbrengst van den verkoop van dit werkje is bestemd voor de vereeniging „Kindervoeding". Daar de prijs slechts 10 cent is, twijfelen we niet of velen zullen door dit boekje te koopen, willen meewerken om de nuttige vereeniging te steunen. Ook de inhoud van het werkje verdient aller aandacht. Inbraken en diefstallen. In den Gelderschen Achterhoek zijn de diefstallen en inbraken aan de orde van d»n dag. Op verschillende boerderijen worden kippen, hammen, worst, meel enz. gestolen. De dieven maken van de gelegenheid gebruik dat de landbouwers geen vuurwapens in huis ter verdediging mogen hebben. In de gemeente Bergh werden verschillende bewoners des nachts uit bed georepen om een boterham te verschaffen zwervers, welke klaarblijkelijk op deze wijze hun slag willen slaan. --- BINNENLAND. Moordaanslag te Amsterdam. Een 37-jarige gescheiden vrouw te Amsterdam leefde sedert eenigen tijd met een 40-jarigen, gebrekkigen op krukken loopenden man. Zij hadden nog al eens oneenigheid, waarbij de inan dan vaak met een revolver dreigde, die hij steeds in den zak had. Toen het paar gisteren weer ruzie had, kwam het van dreigen tot de daad. De man loste een schot op de vrouw, die ineenzeeg. Daarna richtte de man het wapen op zich zelf en bracht zich een ernstige verwonding toe. Naar het ziekenhuis overgebracht, bleek de vrouw slechts een lichte verwonding aan het achterhoofd te hebben, doch de man overleed eenige uren na aankomst in het ziekenhuis. Brand in een kerk. Gistermorgen, omstreeks 5 uur, werd er brand ontdekt in de Ned. He^. Kerk te Wolfaartsdijk. Spoedig werden de inwoners door klokgelui ter blussching opgeroepen, doch door den dikken rook in de kerk en toren kon de klokluider zich slechts een oogenblik van zijn taak kwijten. Eenige rijen banken beneden •:n ook op de galerij zijn verbrand. Het geheele kerkgebouw heeft geleden, de verf is overal gerimpeld en de witte muren zijn onkenbaar. Het plafond is op vele plaatsen gescheufd. Men vreest, dat er stukken uit zullen storten. Hoogstwaarschijnlijk is de brand ontstaan door het omvallen van een stoof in de Zondagmiddaggodsdienstoefening. Een Belgisch smokkelaar doodgeschoten. Nabij de rijksgrenzen te Baarle Nassau, werd door een patrouille onzer grenswacht een Belgisch smokkelaar aangetioffen, die op de vlucht ging. Hem werd eenige malen gelast, halt te houden. Toen hij hieraan niet voldeed, werden eenige schoten in de lucht gelost. De man bleef steeds doorloopen en werd toen door een der soldaten doodgeschoten. --- KUNST en WETENSCHAP. Caecilia-concert. Van dirigenten-qualiteiten, die op zoo jongen leeftijd de eervoile plaatsvervanging van Mengelberg volkomen motiveeren, heeft Evert Cornelis gisteravond blijk gegeven met zijn leiding van 'het eerste Caecilia-concert in dit seizoen. Hij had een programma ter uitvoering gekozen, dat van zijn veelzijdigheid getuigenis aflegde en hem in staat stelde zijn beheersching van verschillende stijlen te demonstreeren. Zuiver klassieke vormen, kunst van breede allure, muziek, die als model van massiviteit kan galden, vertolkte hij in het eerste deel van den avond; stemmingsbeelden van meer subtielen aard, muziek? in haar wezen meer doortrokken van een absoluut-subjeetieve visie vormden ihet programma na de pauze. Evert Cornelis, die ook wat het uiterlijk van zijn leiding aangaat, volstrekt niet ongevoelig blijkt voor den indruk, dien hij maakt, is een dirigent van groote voortvarendheid; zonder flat hij over details heenloopt, blijkt toch het afteekenen van de groote lijn — en wat een lijn in Beethoven's Leorore-ouverture en Bruckner's derde sinfonie — zijn grootste aandacht te hebben. Dat misschien leidt hem er wel eens toe zeer plotselinge agogische en dynamische accenten aan te brengen, de kleurcontrasten sdherp tegen elkaar te zetten, maar ook geeft dat aan zijn leiding een levendigheid, die boeit, een indruk van individualiteit, die vaak verrast. Met een zoo volmaakt gewillig instrument als het Amsterdamsohe pracht-orkest is, kon hij zijn bedoelingen natuurlijk volkomen verwezenlijken, de heeren volgden hem blijkbaar gaarne in zijn opvattingen vol souplesse, in zijn krachtig neerzetten van de bedoelingen der componisten, in zijn van een warmvoelend, zuiver muzikaal sentiment getuigende verklankingen, in zijn temperamentvol opstuwen naar muzikale en dramatische hoogtepunten. In alle opzichten is de kennismaking als dirigent met den ook in dezen kring als begeleider gewaardeerden kunstenaar, aangenaam geweest: kerngezonde opvattingen, temperament en persoonlijkheid zonder een opdringerige „eigen lezing", hebben smet ingenomenheid den jongen dirigent doen volgen op den weg, die van Beethoven naar Bruckner en vandaar naar de jongere Franschen leidde. Over de beide voor de pauze uitgevoerde werken behoeft weinig meer gezegd: de geweldige, in ouverture-vorm zeker ongeëvenaarde derde Leonore-ouverture is meer gemeengoed dan waarschijnlijk ooit Bruckner's sinfonieën zullen worden, al verdienen deze laatste dit niet minder. Want Bruckner's kunst is er eene van steeds weer bewonderenswaardige eerlijkheid, nimmer afdalend tot het banale, in zijn oprechtheid nooit uiting zoekend in het opzettelijk-effectvolle of bizarre. Dit algemeene over Bruckner's muziek geldt in bijzondere mate van de derde sinfonie, die ook in het vorige seizoen (Februari) is uitgevoerd en nu geen anderen indruk maakte dan toen. In zijn grootschen opzet van de beide uiterste deelen — in het eerste zoo groot tevens dat er wel eens eenige verbrokkeling dreigt van de muzikale lijn — getuigt deze sinfonie van kracht; de motieven, die als het hoofdthema van het eerste deel verwantschap met Beethoven verraden, zooals trouwens Bruckner in zijn geheel een zelfstandige voortzetter is van Beethoven's sinfonisch werk, zijn plastisch en teekenend, zij ondergaan weinig innerlijke verandering, maar blijven boeien in het steeds wisselend instrumentale kleed, waarin de componist ze doet hooren. En moge het tweede deel, rijk aan melodische schoonheden, in zijn met tragiek doortrokken ondergrond, aan Brahms herinneren, het derde is wel zoo volkomen subjectief, dat niet alleen om vorm en instrumentatie van het geheel, de persoonlijkheid van den componist hoog moet worden aangeslagen, en de spoedige herhaling van dit werk zeer velen aangenaam geweest moet zijn. Een gansch andere soort kunst was na de pauze aan het woord: die van Claude Debussy en Charpentier. De eerste geeft in zijn voorspel voor Mallarmé's gedicht „L'Après-midi d'n faun" subjectieve stemmingskunst, schilderende muziek, van een sterk illustreerend karakter. Muziek van een zeer aparte instrumentatie, van een zwoel karakter, waarin meer atmosfeer en kleur dan zuiver melodisch element leeft, muziek die toch ook een melodische structuur heeft, al wordt deze nimmer naar voren geschoven ten koste van het stemmingwekkend illustratief karakter. En dat laatste is wel zeer sterk geprononceerd in deze kleurrijke, boeiende muziek, die een illustratie is van de volgende woorden: „Les désirs, les rêves d'un Faun dans la chaleur de eet aprèsmidi. Puis, las de poursuivre la fuite voluptueuse des nymphes et des naïades, il se laisse aller au sommeil enivrant peuplé de songes enfin réalisés, de possession totale dans 1'universelle nature". Deze woorden geven natuurlijk niet anders dan den algemeenen indruk, maar wat zijn, om twee voorbeelden te, noemen, die warmte van den zomermiddag en de schalksche naïaden met een suggestieve effecten in deze muziek geschilderd. Schilderende muziek geeft ook Charpentier in zijn suite „Impressions d'Italie", maar muziek van een lang niet zoo sterk individueel karakter. Zeker, ihet begin is een trouvaille: die serenade-zingende celli, later door de soloalt op een afstand herhaald (hier meesterlijk uitgevoerd door Herman Meerloo, den voortreffelijken altist, die een extra-applaus kreeg) en ook overigens zijn er in deze levendige, kleurige muziek mooie dingen, maar de melodie-vorming is soms wat al te gemakkelijk, de stemmingskarakteristiek zich niet altijd verheffend boven het gewone. Zoo is b.v. het vierde deel meer een uiting van levendigheid dan een verklankte visionaire dichterlijke grootheid, herinnert het laatste deel sterk aan Berlioz, zonder diens hoogte te evenaren, brengt het lang uitgesponnen slot wel een hoogtepunt van klank, maar niet ^an stemming. Trouwens voor een goed deel is deze muziek geschreven om der wille van den klank, is zij meer het werk van den het moderne orkest kennenden Franschman, die in klankeffecten zijn groote kracht zoekt, dan van den zoeker naar stemmingen, die door hun inhoud lang blijven nawerken. Zoo goed als de andere werken van het programma, is dit opus uitgevoerd met een volkomen voldoen aan alle eischen van lenigheid en schittering van klank, eindigend in een stralend effect, waarvoor Cornelis en het orkest naar verdienste zijn gehuldigd. Kr. M'n Vlaand'ren lief! Bij de Nieuwe Muziekhandel te Amsterdam is verschenen: „M'n Vlaand'ren lief"! (Elle aussi peut dormir, mais mourir non!) gedicht van J. F., voor vierstemmig mannenkoor gecomponeerd door M. A. Brandts Buys Jr. (op. 16). Hoogst waarschijnlijk wordt het werk voor de eerste maal uitgevoerd op het eerstvolgend concert van Arnhems Mannenkoor, van welke vereeniging de componist directeur is. Stadsschouwburg. Donderdag a.s. geeft het gezelschap van de N. V. „Het Tooneel" de eerste voorstelling alhier van „Fanny's eerste Töoneelstuk" door Bernard Shaw, vertaald door mevrouw Suze Wiardi Beekman—Kuenen. Hierin treden o.a. op de dames: Anna Sablairolles, Jacqueline Royaards—Sandberg en de heeren: Willem Royaards, Jan Musch, Gerard Vrolik, e.a. Geheel nieuwe decors werden vervaardigd naar ontwerp van Frits Lensvelt en costumes naar ontwerp van Nell. Bronger op de ateliers van de N. V. „Het Tooneel". De regie is in handen van Willem Royaards. --- SPORT. Voetbalspelen op Zondag Het „Stbl." no. 520 bevat een Kon. besluit van den sden dezer, tot vernietiging van het besluit van den Raad der gemeente Aarlanderveen, d.d. 12 Mei 1914, strekkende tot invoeging van artikel 10a, in het algemeen politiereglement der gemeente. Dit artikel strekte om te verbieden de$ Zondags voetbalwedstrijden te houden of voetbalspelen te houden, waartoe aan het publiek met of zonder betaling toegang wordt verleend. Bij Kon. besluit wordt overwogen, dat bij artikel 4 der wet van 1 Maart 1815 (Stbl. no. 21) het houden van openbare vermakelijkheden op Zondagen en algemeene feestdagen is verboden, behoudens ontheffing door het plaatselijk bestuur, mits niet dan na het volkomen eindigen van alle godsdienstoefeningen; dat derhrlvè voormeld Raadsbesluit een onderwerp regelt, waarin reeds door genoemde wetsbepaling is voorzien, zoodat het Raadsbesluit in strijd is met artikel 150 der Gemeentewet. . Sport en Oorlog. Een Duitsch blad schrijft over het nut van sport voor den oorlog en somt daarbij de verschillende takken van sport op, welker nut, in verband met oorlogsdoeleinden, het meest is gebleken. „Het Sportblad" ontleent er het volgende aan: „Tusschen den oorlog van 1870 en dien van 1914 is de Duitsche Sport merkwaardig in bloei toegenomen. Voor 44 jaar had men alleen de nog slechts matig ontwikkelde paardensport; thans zijn verschillende takken van sport zeer ontwikkeld en deze hebben voor een groot deel meegewerkt om de Duitsche jeugd zoo weerbaar en flink te maken. Aanvankelijk heeft het niet ontbroken aan stemmen, die verkondigden, dat de paardensport niet het minste practische nut had. Echter leeds in de eerste dagen van den oorlog heeft de wereld ervaren, dat de fokkerij van renpaarden voor de landsverdediging van onberekenbaar nut is en dat door de rensport een bruikbaar oorlogspaard is geleverd, dat in staat is de vijandelijke cavalerie te slaan. Duizenden prachtige volbloed- en halfbloedpaarden hebben bij de mobilisatie den stal verlaten en zijn naar het slagveld getrokken. Het best waren de hindernis-paarden te gebruiken en verschillende renstallen hebben dan ook hun paarden aan het rijk afgestaan. Met het paard trok de ruiter mee uit. Als één man, stond onze geheele schaar van heerrijders op, om zich het zwaard aan te gorden. Reeds in de eerste patrouilleritten hebben deze heerrijders zich laten kennen, als uitstekende en moedige verkenners. Ook verschillende jockey's hebben het gekleurde buis met den wapenrok verwisseld. Wat van het volbloedpaard geldt, is ook van kracht voor de dravers, waarvan er thans verschillende als militaire paarden gebruikt worden en getuigenis afleggen, hoe groot het uithoudingsvermogen van de Duitsche dravers is. Echter niet alleen de paardensport heeft tot de landsverdediging bijgedragen. Ook aan de wielrenners is een rol in den modernen oorlog toebedeeld, zij dienen als ordonnansen, als verkenners en voor verschillende andere doeleinden. De Duitsche Wielrijdersbond heeft er reeds in vredestijd zorg voor gedragen, dat de militaire wielrenners gelegenheid tot oefening hadden, door bij groote wegwedstrijden steeds een bijzondere militaire klasse uit te schrijven. Deze oefeningen blijken thans van veel nut te zijn geweest. Hoe belangrijk is verder de ontwikkeling van het automobilisme voor den oorlog. De beteekenis van dit meest moderne vervoermiddel, treedt thans ten duidelijkste aan het licht. De automobiel dient niet alleen voor het overbrengen van bevelen van den staf, maar verder voor allerlei transporten. De uitstekende inrichting van het militaire automobielwezen is in hoofdzaak te danken aan het Keizerlijk Vrijwillig Automobielcorps, waartoe het meerendeel der Duitsche automobiel sportlui is toegetreden. Dat de vliegsport een werkzaam aandeel in den oorlog -heeft) behoeft nauwelijks gezegd te worden. Een groot aantal van de beste Duitsche spurtlui op dit gebied, verleent thans Duitschland onschatbare diensten." --- RECHTZAKEN. Voor de Rechtbank. Hoe moeilijk het vaak voor de grenswacht en voor de politie in de grensplaatsen is om den verboden uitvoer te beletten, bleek hedenmorgen weer eens op de terechtzitting der Rechtbank. Aan de grens onder Groesbeek heeft zekere Francken, een Duitscher, thans aldaar in dieost, een boerderij op Hollandsch grondgebied en tevens een daaraan grenzend zoo, dat een groot gedeelte van de tweede boerderij, althans het huis met de stallen, op Duitsch grondgebied ligt. Francken is dan ook officieel te Wijier, als daar wonende, ingeschreven. Zijn vrouw beheert thans de beide boerderijen, d.w.z. zij woont op het Duitsche gedeelte van den grond, terwijl de boerderij ep Hollandsch grondgebied wordt bewoond door haar zwager Francken. Deze familie stond sterk onder verdenking zich op groote schaal schuldig te maken aan smokkelarij van paarden naar Duitschland en de grenscommandant had dan ook alle mogelijke voorzorgen genomen. Hij had zich op de hoogte gesteld van 4 e aanwezige paarden en last gegeven, dat deze niet mochten verkocht worden, zonder dst hij rtanrmerte in kennis was gesteld. Door de voor smokkelarij zoo gunstige situ* atie was controleering cehter uiterst moeilijk en al spoedig bleek, dat vier paarden van de 5, die in de Hollandsche boerderij hadden gestaan, verdwenen waren. Hoewel de maatregelen nog verscherpt werden, bleek na eenige dagen, dat ook het vijfde dier verdwenen was - wel, zooals den wachtmeester der marechaussée te Groesbeek bleek, naar Duitschlaiid. Door den grenscommandant werd toen aan vrouw Francken meegedeeld, dat hij niet zou goedkeuren, dat weder een ander paard op de Hollandsche boerderij werd gebracht. In den loop van den ióen October kwam op het bureau van den grenscommandant een zekere Th. M! Thünissen uit Overasselt, als begeleider van twee paarden (waarvan hij er echter één zelf bereed) kennelijk ouder dan een jaar.. Hij was vergezeld van een soldaat der grenswacht te Mook. De man verklaarde desgevraagd, dat hij het eene paard moest brengen bij zijn zuster en toen bleek, dat dit weer was vrouw Francken, Uitdrukkelijk verklaarde hij nog, dat het paard moest naar de Duitsche boerderij. Toen de luitenant hem meedeelde, dat dit niet mocht, vroeg de man het paard te mogen brengen op de Hollandsche boerderij. Vermoedende, dat ook dit paard weer naar Duitschland zou worden overgebracht, verbood de luitenant ook dit. Na ingewonnen informaties nam de offieier later het paard in beslag op grond van beklaagdes mededeeling, dat hij het paard naar Duitschland moest brengen. Beklaagde verklaarde thans geweten te hebben, dat hij het paard niet mocht uitvoeren, doch hij had zoowel in Overasselt als in Groesbeek bij de autoriteiten gevraagd, wat hij noodig had, om het paard ter bestemder plaatst te brengen, maar men had hem van het kastje naar den muur gestuurd. Het O. M. meende, dat vast staat, dat beklaagde het eene paard naar Duitschland wilde brengen. Gerequireerd wordt veroordeeling van beklaagde tot 4 maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring van het paard. De verdediger, mr. Soutmann uit Nijmegen, pleitte vrijspraak. • • Een Duitscher, I^f A. Lamers, die bij de grenswacht niet minder bekend is en eveneens verdacht wordt van herhaaldelijk paarden uit te voeren, was niet verschenen. Op 13 October gaf hij te Groesbeek bij de kommiezen een waggon paarden ter uitvoer aan. Toen de wachtmeester der marechaussée er bij kwam, bemerkte deze al spoedig, dat er eenige paarden bij waren, kennelijk ouder dan één jaar. Uit het onderzoek van den veearts bleek, dat er 5 bij waren — negen waren er in den wagen — die jonger waren dan één jaar. Toen de wachtmeester hem meedeelde, dat hij proces-verbaal tegen hem moest opmaken en de paarden in beslag nemen, zeide bekl. alle paarden ten behoeve van de armen te willen afstaan als hij maar ongemoeid bleef. Een later onderzoek bevestigde het eerste, met uitzondering, dat omtrent een der paarden twijfel over den leeftijd ontstond. Dit werd toen teruggegeven. Bekl. kon thans niet verschijnen, omdat hij als Duitscher bij den landstorm i9 ingedeeld. Eisch in deze zaak 4 maanden gevangenisstraf met verbeurdverklaring der 4 paarden. Vonnissen, uitgesproken door de Arrondissements-Rechtbank te Arnhem den 24 November: H. L., zwerver, gedetineerd wegens landlooperij "tot 3 d. hecht, en 2% jaar opzending; A. A., zwerver, gedetineerd wegens idem tot idem; G. A. F., tremmer te RRotterdam, gedetineerd wegens diefstal tot 2 mnd. gev.straf met imp.; M. W., knecht te Arnhem, gedetineerd wegens diefstal tot 4 mnd. gev.straf; A. M., koopman te Arnhem, wegens heling tot 8 mnd. gev.straf; H. v. d. L., arbeider te Spijic, wegens diefstal tot ƒ 6 of 12 d. hecht.; E. L. C., rentmeester te Doesburg, wegens beleediging tot ƒ 50 boete of 50 d. hecht.; H. J. P., koopman te Doetinchem, wegens vernieling tot ƒ 10 of 20 d. hecht.; D. Dr., arbeider te Didam, met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter te Doesburg, d.d. 14 Augustus 1914, vrijgesproken; D. D., arbeider te Didam, het vonnis van den Kantonrechter te Doesburg, d.d. 14 Augustus 1914, bevestigd; J. J/ D., timmerman te Doesburg, wegens verduistering tot ƒ 10 of 12 d. hecht.; J. van D. en J. W. van D., arbeiders te Dieren, wegens belemmeringe van een ambtenaar in functie tot respec, 1 mnd. en 14 d. gev.straf; W. R., venter te Arnhem, het vonnis van den Kantonrechter te Arnhem, d.d. 5 Augustus 1914. bevestigd; J. A. B. en J. M. H. £),, metaalbewerkers te Arnhem, wegens diefstal tot ƒ 10 boete of 12 d.é hecht., respect. 2 weken tuchtschool. --- KERK en SCHOOL. Ned. Herv. Kerk. Beroepen naar Hoogeveen (cvac.-v. d. Berg), ds. J .D. de Lind v. Wijngaarden, te Feijenoord. — Naar Assendelft, ds. P. Niermeijer, te Havelte. Aangenomen naar Gaanderen (hulppred. te Doetinchem) de heer M. G. Gerritsen, cand. te Soestdijk. Bedankt voor Arnemuiden, ds. J. H. Gunning, te Schoonrewoerd. - De heer B. Koijck Cz., te Heinenoord gekozen tot ouderling bij de Ned. Herv. Ge*jie«ite aldaar, heeft voor dié benoeming be- ---