Avonduitgave. (4 BLADZIJDEN.) NAAR AANLEIDING VAN J'ACCUSE. IV. Vrijdag, 28 'April. Er zijn menschen, die voor het uitbreken van dezen oorlog de schuld geven aan systemen, innerlijke oorzaken, ideeën, toestanden, hoogere machten. Zoo zegt o.a. de békende pacifist dr. Fried, dat de schuld van dezen oorlog is te wijten aan den vrede, dien wij bezaten; theologen geven de schuld aan bet feit, dat wij niet zus of zoo .geleefd hebben; Marxistische socialisten verklaren den oorlog het noodzakelijk gevolg onzer kapitalistische maatschappij. Zij allen verklaren den oorlog, van hun itandpunt als een moreel, oeconomisch, demographisch of ander noodzakelijk wereldhistorisch gevolg. Maar zij allen zijn het er over eens, dat hij een misdaad tegen de menschheid is, en dat een herhaling moet worden voorkomen. Maar ze kunnen pf willen zich niet voorstellen dat de oorlog ontketend is door enkele menschen en hechten aan het ontstaan 'ervan allerlei metaphysische verklaringen, geloovende dat het voldoende is bet systeem te veranderen, dat volgens hun pieening schuld is aan de catastrofe. Fernau vergelijkt deze heeren met de spelers van heldenrollen, die op het tooneel over heele legers gebieden, maar in' het gewone leven pantoffelhelden zijn. Voor het oog der wereld paradeeren bovenbedoelde categorieën met de stoutheid hunner ideeën, de hoogte hunner cultuur en de diepte hunner wetenschappelijkheid, zij schijnen over alle heerscharen van vooruitgang en revolutie te gebieden, maar zij mogen thuis het kleinste republikeinsche gedachtetj e ntet uitspreken. Want dat, eenvoudig gezegd, de oorlog hét traditioneele handwerk is van despoten en dat dit beulshandwerk in den modernen tijd alleen nog maar uitgeoefend kan worden met behulp van achterlijke instellingen, zooals in Europa alleen nog maar bestaan in Rusland, Turkije, Oostenrijk-Hongarije en Duitschland, dit duidelijk uit te spreken, is den dragelrs der Duitsche cultuur verboden. Mochten zij dat wel, aldus de schrijver, dan zouden zij moeten toegeven dat één feudale staat voor den wereldvrede gevaarlijker is dan tien kapitalistische ♦taatsinrichtingen te zamen. De oorlog is nooit „een logisch gevolg;" of " een noodwendige gebeurtenis", maar „een wil", ^iet van een wreekende godheid of een of andere oovenaardsche macht, doch van „de wil tot niacfat" van enkelen. Deze eenvoudige waarheid 's de eenige waarachtige waarheid die wij be0ver ^ en °° r ^°SDe machtswil van enkele met absolute politle ke macht bekleede personen, steunend op ac nterlijke staatsinstellingen: dat is het oorlogsK 1 ' dat alleen in staat is den latenten oorlogsbaan van zekere lagen der bevolking ie doen ® v erslaan in een acute oorlogscrisis. Het is waar at de strijd van kapitalistische belangen of jrtionale ideeën, inrichtingen als geheime legers, aande legers, toestanden als omikooperij van e Pers door oorlogsleveranciers veel tot het n tstaan van bloedige uitbarstingen kunnen bij^ a gen, niaar a i fezp dingen zijn ongevaarlijk "onschuldig tot een of eenige bewust hande2 e tnensohen den misdadigen moed hebben „ v ^ n 'dee tot daad om te zetten. 'De wereld" 'edenis is vol van bewijzen, dat dei stap (j 0 n bedreiging tot de daad overal gedaan is sch"" ^^k handelende eerzuchtige menen, die in het bloed der volkeren naar laue I. en vischten. het d ^ ezen oorlog heeft de geheele wereld g ew .~j'delijk gevoel, dat eenige menschen hem d e J, , hebben en dat het op zeker moment in a f mac ht van deze menschen heeft gelegen hem Werd , we nden. Drie dagen voor den oorlog p ete ei ) ' n Berlijn, Parijs, Londen, Weenen en tto en S j Ur £ reusachtige meetingen gehouden verk oor ^°£ en a ^ e dagbladen der wereld ^fecht n eenstemm >g dat alle volkeren den „Di e , n we nsch hadden den vrede te bewaren. sch e V eren werden niet door een bovenaardtn etlS( , ! ? ac ^ t tot den oorlog gedreven-, maar door die en a ^ s gij en ik leven, eten en slapen "'acht met ^ un onbeperkte, onverantwoordelijke d^r °^ er politie en leger den duidelijken wil Vtr ^ra h rCn tot den vrede misdadig hebben Deze oorlog is niet alleen de grootste misdaac ter wereld, maar het werk van enkele menschen, die voor God en de menschen daarvoor de verantwoordelijkheid dragen, want ze hebben nooit de minste poging aangewend deze verantwoordelijkheid met hun volkeren te deelen. Daarom moet de wereld weten wie die menschen zijn die het middeleeuwsche recht over oorlog en vrede, dat ze ongelukkigerwijze nog in den modernen tijd bezaten, op zulk een verschrikkelijke wijze 'hebben misbruikt." --- De Oorlog. Nieuwe oproepingen in Engeland. In Engeland zijn de ingeschreven gehuwde mannen tussahen de 28 en 35 jaar tegen den 29en Mei opgeroepen. Duitsche vliegmachines vernield. Van de grens wordt d.d. 27 April gemeld: Bij Mariakerke (Vlaanderen) zijn twee Duitsche vliegmachines, in vlammen gehuld, naar beneden gestort. De inzittenden werden gedood. De Zeppelins boven Engeland. Een correspondent van de „Times" in „een stad in het binnenland van Engeland" schrijft dd. 26 dezer: „Gisteravond omstreeks elf uur bezocht eer „Zeppelin" deze streek en bleef ongeveer een half uur boven de stad hangen. De afweerkanonnen waren in werking en maakten blijkbaar een einde aan de tocht van het luchtschip. Ik heb de „Zeppelin", die er in de stralen van de zoeklichten, die tegen de donkere lucht afstak en als een voorwerp van mat zilver uitzag, zeer duidelijk kunnen zien. Het luchtschip was opvallend lang en smal en geheel verschillend van die, welke ik tot dusverre heb gezien. Het had "niet den bekenden siigaarvorm, maar leek slanker en gelijk van gedaante, de schuins toeloopende einden natuurlijk uitgezonderd. Ik kon de gondels zeer goed waarnemen en voortdurend was het gestamp der motoren en het gesnor der luchtschroeven duidelijk hoorbaar. De inwoners der stad namen het bezoek niet zoo ernstig op als met het oog op de mogelijkheden te verwachten was. Er heerschte een zeker gevoel, djt 4e kanonnen, geholpen door de zoeklichten het gevaar wel zouden afwenden, w. t zij dan ook deden. Ik zag de menschen, in jassen en mantels gehuld in gemakkelijke stoelen in hunne tuinen gezeten, het schouwspel gadeslaan, naast tafeltjes met ververschingen. Als schouwspel waren de gebeurtenissen van gisteravond wel de moeite waard. De stralen der zoeklichten, die op het luchtschip gericht waren, en van schitterende sterren schenen uit te gaan, het gefluit der projectielen, die over de stad vlogen en de witte rookwolkjes,' die steeds dichter bij den aanvaller kwamen en dit ten slotte als met een lichtend gordijn omgaven, leverden een half uur lang voor de toeschouwers een belangwekkend schouwspel op. Al dien tijd was het luchtschip duidelijk zichtbaar en d^ zoeklichten, die meesterlijk bediend werden, volgden nauwkeurig elk zijner bewegingen. Meer dan eens zag ik beide zijden vap de „Zeppelin". gelijktijdig door stralen belicht. De vrijheid der zeeën. . , De „Welt am Montag" schrijft over „de werkelijke vrijheid der zeeën" het volgende: „Daar het toch altijd goed is, dat men weet wat men wil, zou men onzen marine-autoriteiten misschien mogen verzoeken, ons te vertellen, wat zij onder de vrijheid der zeeën verstaan. Om die vrijheid voeren wij oorlog. Niemand heeft ons echter tot dusverre verraden, wat het woord beteekent. Wij hebben slechts zooveel gehoord, dat papieren verzekeringen en verdragen de vrijheid der zeeën niet kunnen waarborgen en dat is niet geheel onjuist. „Het zou vooral zeer nuttig zijn te weten, hoe dat beeld er in de hoofden der ijverigste voorrechters der vrijheid uitziet, want wij moeten immers net zoo lang oorlog voeren tot het doel van hunnen strijd voor die vrijheid bereikt'is. Dat eischen die heeren toch van ons. Daar zij nu steeds zelf tegen phrases en tegen al wat „papier" is optreden, moeten zij ons nu eens heel duidelijk zeggen; wat is vrijheid „echte" vrijheid der zeeën, die niet meer op verdragen maar op andere waarborgen berust ? „Spreek dus! Er zijn n.1. menschen, die gemeen genoeg zijn te denken, dat het, als die verklaring gegeven wordt, blijken zal,, dat er èf geen werkelijke vrijheid der zeeën mogelijk is, of dat die door internationale verdragen en, verbonden moet geschapen worden De zittingen van den Rijksdag zullen spoedig weer beginnen. Misschien is er dan wel een verstandig man, die zich verdienstelijk wil maken door ons omtrent dit gewichtig onderwerp in te lichten." * Een stervend volk. De „Vorwarts" ontleent aan de „Roeskya Wjedomosti" het volgende uit een artikel van den Serviër Pesjitsj-Gosioesjki". „Wij Serviërs", schrijft deze, „hebben bij een zielental van 2.9 millioen in het jaar 1912 402.000 soldaten te velde gebracht. Dit aantal is door wijlen den minister Lazar Patsjoe op grond van de verzorgingslijsten van het leger vastgesteld. Sedert hielden verdere oproepingen niet -op. Servië is nu, als België, door vijanden veroverd, het heeft echter tevens haast geen mannelijke bevolking meer. Een deel is gedood, een ander deel gevangen.... een deel vluchtte naar Albanië, waar het te gronde ging; 38.000 jongelingen, wier oproeping aanstaande was, werden door onze vluchtende troepen naar Albanië gevoerd. Weet gij, hoeveel daarvan naar Korfoe kwamen? Nog geen 10.0001 De overigen kwamen om in de sneeuwvelden van Albanië, aan de grens van het versterkte kamp van Valona, waar men de Serviërs niet binnen liet uit vrees, dat ze de cholera in het kamp zouden brengen. In de bewering, dat het Servische volk sterft, is geen overdrijving^ Toen wij in 1912 den oorlog tegen Turkije begonnen, telde men in Servië 2.9 millioen menschen van beiderlei kuiftie. In het verloop van vier j aren heeft dat kleine volk vier oorlogen doorgemaakt. Wie kan tellen, hoeveel wij in den strijd tegen de Turken, Bulgaren, de Oostenrijkers, de Duitsohers en wederom de Bulgaren hebben verloren? Vele honderdduizenden zijn het! Hoe velen gingen te gronde aan cholera en typhus? Vele honderdduizenden! En hoevelen gingen te gronde tijdens het offensief van Duitschers, Oostenrijkers en Bulgaren? ' Hoe velen kwamen om in de sneeuwvelden van Albanië, toen het geheele volk vluchtte? Men weet dat duizenden hierbij het leven lieten. Men voedde zich met schoenleder, dat in stukken gesneden en gekookt werd. Moeilijk is het onze offers te tellen. Zij die eindelijk Korfoe of Tunis .bereikten, leefden nauwelijks en velen stierven in deze plaatsen van herstel — ten gevolge van uitputting. ... Mocht ook een Groot-Servië ontstaan, dan zal het alleen uit vrouwen, kinderen en onbebouwde akkers bestaan. Wij, de overlevenden, vragen ons af: hoe, op w^like wijze zal de wedergeboorte van het Servische volk plaats hebben? Waartoe is een Groot-Servië noodig, als er geen Serviërs meer zijn?" Tersprelde berichten. De bom, die op de trap van het Bulgaarsche gezantschapsgebouw te Athene des nachts ontploft is, maakte een gat van 40 c.M. diepte en 80 c.M. breedte. De ontploffing was buitengewoon krachtig Alle vensters van het gebouw en van de huizen in de omgeving werden verbrijzeld. De Bulgaarsche gezant verklaarde aan den correspondent van het Wolffbureau, dat hij niet geloofde, dat'de aanslag door een Griek gepleegd was. — In Duitschland is de voorraadopneming bevolen van alle machinerieën, dienende voor de bewerking van lompen. Ieder die dusdanige machines bezit, moet ze schriftelijk aangeven. — De Duitsche Rijkskanselier heeft bepaald, dat alle uit het buitenland ingevoerde eieren, gecondenseerde melk en melkpoeder aan de Zentral Einkaufsgesellschaft afgeleverd moeten worden, m. a. w., tegen vastgestelde prijzen in beslag worden genomen. — Pasitsj, de Servische Minister-President, is op reis naar Petrograd te Stockholm aangekomen. — De internationale handelsconferentie der geallieerden is gisteren te Parijs bijeengekomen en verwelkomd door president Poincaré, die herinnerde aan het feit, dat vóór den oorlog een internationale handelsconferentie gehouden is te Brussel, in het thans door Duitschland, een der deelnemers, geschonden land. --- Nederland en de Oorlog. De Zaanstroom en Batavier V. Het persbureau Vas Dias meldt: Op 5 Mei zal voor het Oberprisengericht te Berlijn de behandeling van de zaken betreffende de „Zaanstroom" en de „Batavier V" plaats vinden, zoodat dus binnen korten tijd een beslissing mag worden verwacht, die voor den Nederlandschen handel van buitengewoon groot gewicht is. Zooals men zich zal herinneren,.werden deze beide schepen op 17 Maart 1915 door een Duitsche duikboot in de Noordzee aangehouden en opgebracht naar Zeebrugge. De „Zaanstroom", behoorende aan de Hóllandsche StoombootMaatschappij, bevond zich op haar reis van Amsterdam naar Londen en vervoerde een lading stukgoederen, grootendeels bestaande uit levensmiddelen, hoofdzakelijk eieren. De „Batavier V" van de Batavierlijn voer van Rotterdam eveneens naar Londen; haar lading bevatte eveneens levensmiddelen, doch in mindere mate. De aanhouding had plaats op grond van het vermoeden, dat de schepen contrabande bevatten, d.w.z. goederen bestemd voor de Britsche strijdmachten. Op 1 Juni 1915 kwam de zaak in behandeling voor het Hamburgsche Prisengericht; naar de opvatting van dit college hadden de eigenaars van de lading te bewijzen, dat de goederen geen contrabande waren, en het hof besliste verder, dat voor de naar Londen bestemde levensmiddelen dit bewijs niet geleverd was, zoodat zij werden verbeurd verklaard. Daar deze levensmiddelen bij de „Zaanstroom" meer dan 50 pCt. der lading uitmaakten, werd dit schip zelf eveneens geconfiskeerd; bij de „Batavier V" was deze verhouding belangrijk geringer, zoodat dit schip aan de reederij werd teruggegeven. Mèt belangstelling wordt thans de beslissing in hooger beroep tegemoet gezien. Naar wij vernemen, worden hierbij speciaal wat de lading eieren betreft voor bijna alle partijen beëdigde verklaringen van de geconsigneerden aan het Prijshof overgelegd, strekkende, dat zij de eieren bij aankomst niet aan de Engelsche strijdmachten of landsautoriteiten zouden hebben verkocht, doch uitsluitend aan hun gewone clientèle onder de civiele bevolking. Voorts worden verklaringen overgelegd *van verschillende deskundigen en autoriteiten, zooals van de Londensche, Amsterdamsche en Rotterdamsche Kamers van Koophandel, de Nederlandsche Kamer van Koophandel f.e Londen,, het bestuur van de Londensche eierenbeurs, uit alle welke ten stelligste voortvloeit, dat.van een oorlogsbestemming hier geen sprake was. Veilig kan worden gezegd, dat, indien het Oberprisengericht de in eerste instantie gewezen beslissing bevestigt, het bewijs van een nietcontrabandaire bestemming 'zeker in igeen enkel geval zal kunnen worden geleverd, zoodat dan het onderscheid tusschen absolute en conditioneele contrabande geheel zou zijn opgeheven, en iedere handel met Engeland in levensmiddelen practisch vrijwel onmogelijk zou worden. Het te verwachten vonnis is dus voor onzen uitvoerhandel van buitengewoon groot belang. Gelukkig kan worden vastgesteld, dat het Oberprisengericht reeds verschillende malen bliik gaf van een redelijker opvatting van het oorlogsrecht dan de rechtbanken van eerste instantie, zoodat men met eenig vertrouwen zijn beslissing meent te mogen afwachten. JLondensche Prijshof. De Minister van Buitenlandsche Zaken brengt ter kennis van belanghebbenden, dat einde Maart voor het Londensche Prijzenhof een eisdh is ingediend tot verbeurdverklaring van een gedeelte der lading van het stoomschip „Nieuw Amsterdam". Een lijst met bijzonderheden is in de St.-Ct. no. 99 afgedrukt. De Fransche vliegers. De beide gisteren bij Souburg gelande Pranpche vliegers, die in 't Hotel Albion overnachtten, slaagden er in — aldus wordt aan de „Tel." gemeld — ondanks de militaire maatregelen, toch de vlucht nemen. Zij hadden hun eerewoord biet gegeven. Lang bleven zij echter niet in vrijheid^ Weldra werden zij aan de grens van de stad ontdekt en vertrokken om 9 uur naar het eiland Urk. 'De noodzakelijkheid om te landen werd hun duidelijk tijdens het gevecht met een Zeppelin, reeds toen ze nog boven Brugge waren. Van hun neersohieten door de Nederlandsche militairen is dus allerminst sprake. Dnlttche deserteurs. Men meldt ons uit Maastricht: Te Vaals kwamen in burgerkleeren gisteren 14 Duitsche deserteurs ;ian, die, van het Yserfront vluchtende, de grens overkwamen. I)e lioutnltvoer nit Dnltschland. Naar aanleiding van het bericht over de stopzetting van den houtuitvoer uit Duitsehland deelt de secretaris van den „Vertrauensmann für die Holzeinfuhr von Deutschland nach Holland" aan de „N. R. Ct." mee, dat van een, dergelijke mededeeling niets bekend is. Het gewone witte hout, waarop het voor ons land hoofdzakelijk aankomt, wordt als gewoon uitgevoerd, maar mogelijk is, dat in verband met de inventarisatie in Duitsehland de uitvoer van andere soorten hout als bijv. mahonie en pitch pine niet zoo vlug gaat als anders. Boter naar Prnfaen" Deze 'week bleef de vraag naar boter voor Pruisen aanhouden. Uit den Gelderschen Achterhoek werd de boter nog voor ƒ 2.14 per K.G. uitgevoerd. Bij dezen hoogen 'prijs is het wel mogelijk den prijs voor Holland nog wat te verlagen. Canard. Het „Vad." schrijft: In de Duitsche pers circuleert thans als een serieus bericht een uitlating van het Nederlandsche sociaal-democratische orgaan „De Tribune" van 19 Apfil, als zou de spanning, die hier te lande omstreeks 31 Maart viel te constateeren, te wijten zijn geweest aan het... per ongeluk in den grond boren van een Nederlandsch oorlogsschip door de Engelschen. Het behoeft wel niet gezegd te worden, dat dit verhaal, zooals ons ten overvloede bij informatie ter plaatse waar men dit weten kan werd bevestigd, van allen grond is ontbloot, evenals hetgeen er verder aan toegevoegd werd, n.1 dat onze regeering de bemanning van het schip, die gered was, in alle stilte (!!) naar Indië had gezonden, opdat de zaak niet zou uitlekken. Wij hebben hier blijkbaar' te doen met een poging van Duitsche zijde om een nieuwen grond van aannemelijkheid te verschaffen voor het destijds- van Duitsche zijde verspreide gerucht aangaande gevaren, die ons vanwege Engeland bedreigden. Nu men echter blijkbaar in Duitsehland het bericht als ernstig schijnt te willen aanvaarden, meenen we goed te doen het alsnog tegen te spreken. ---