Tweede Blad. Binnenlandsche Berichten. Delft , 29 November 1894. — De gewone audientie van de ministers van financiën en van koloniën zullen morgen niet plaats hebben. — Bij Kon. besluit is de heer Jhr. C. H. A. Van der Wijk, Gouverneur-Generaal van Ned. Indie , bevorderd tot commandeur in de orde van den Nederlandschen Leeuw. — Bij Kon. besluit is de kapitein Jhi. E. M. Van Beyma, van den staf der artillerie, werkzaam bij Let departement van oorlog, op zijne aanvrage op pensioen gesteld en het bedrag van dat pensioen bepaald op ƒ1517 'sjaars. — Teneinde de soldaten op militaire marschen in het zingen wat te oefenen, is bij het regiment grenadiers en jagers een onder-officier belast met het geven van zangon ! er wijs. — De H^asrsche sprokkelaar maakt in het U. D. de volgende juiste opmerking: Elke week lezen we, dat keurmeesters een zeker aantal hoeveelheden vleesch hebben afgekeurd — maar nooit bij wie. Herha ldelijk komen veroordeelingen voor — maar de namen worden er bij verzwegen. Somtijds vermelden de kranten treffende gevallen van knoeierij met ziek vleesch — maar zorgvuldig onthouden zij zich er van, den braven handelaar, door 't openbaren van diens naam, in zijn crediet te benadeelen. En zoo weten we dan alweer eens, dat er schandelijk geknoeid wordt, maar niet wie het doet, en ieder voor zich stelt zichzelven dan in 's hemels naam maar gerust met het geloof dat 't zijn slager wel niet zal zijn. Namen behoeven we, mijne heeren regeerder»! En de namen, door u gepubliceerd, officieel, zoodat er geen tegenspraak of schipperen mogelijk is. — Dinsdagnacht is te Rotterdam de meubelfabriek van den heer Henschel, gelegen aan het Doelwater en uitkomende in de Kikkersteeg, geheel door brand vernield, niettegenstaande de twee stoom- en een aantal handspuiten het vuur trachtten te bedwingen. Gisterenmorgen gaven zij nog water op de puinhoopen. De belendende huizen bleven gespaard, doch de inboedels kregen veel waterschade, een ramp, als men weet dat de b;woners meerendeels behoeftige menschen zijn en het meeste niet verzekerd was. — De kapitein D. M. Slangen, wiens overlijden aan de bij de bestorming van Tjakra-Negara bekomen wonden, reeds is gemeld, begon zijn militaire loopbaan bij het instructie-bataljon te Kampen. Als korporaal-titulair overgeplaatst bij het 3e bat. 4e reg. inf. te Haarlem, werd hij daar sergeant en vertrok in 1877 naar Indie, waar hij reeds in 1881, na zijn opleiding te hebben genoten aan de Militaire school aldaar, tot 2e-luitenant werd benoemd. Wegens het deelnemen aan de krijgsverrichtingen op Atjeh sierde het kruis voor belangrijke krijgsbedrijven zijn borst. Hier te lande met verlof zijnde, werd hij gedetacheerd bij de koloniale reserve. Even vóór zijn vertrek naar Lombok was hij tot kapitein benoemd. Kapitein Slangen laat eene jeugdige weduwe achter. — De officier van gezondheid le kl. dr. A. C. Van Dijk, eenige weken geleden van Lombok, waar hij bij den aanvang der krijgsverrichtingen aldaar nog zijne diensten verleende, wegens gezondheidsredenen naar Nederland teruggekeerd, is Dinsdag te Leiden, na een smartelijk ziekbed, overleden in den ouderdom van ruim 36 jaren. — Het meisje uit Rotterdam dat zich in de vorige week te Haarlem een pistoolschot in de borst toebracht bevind zich thans buiten gevaar. — De Zeedijk te Amsterdam bood gisteravond te half acht ongeveer een woelig schouwspel. De Bakker P. Laan, die daar perceel n°. 117 bewoont en er een winkel houdt, kreeg nl. bezoek van een drietal opgewonden bakkersgezellen, die niet alleen den winkel en de bakkerij wilden binnendringen , maar blijkbaar ook van plan waren den aldaar werkenden knechts den arbeid te beletten en die ook voor den baas niets goeds in den zin schenen te hebben. Verschrikt door het kordate optreden van den bakker, die dea binnendringers een re\olver voorhield en ook spoedig door politie geassisteerd werd, ztcht het drietal zijn heil in de vlucht. De aanleiding schijnt geweest te zijn dat een der gezellen het certificaat van den bakker, waarin inwilliging eener loc nsverhooging beloofd werd , had ingehouden, hetgeen bij de stakers de meening had doen ontstaan, dat de heer Laan de eischen niet toestaan wilde. l — Frey, de beschuldigde in de zaak der valsche bankbiljetten, die door de rechtbank te Amsterdam werd veroordeeld, maar door het gerechtshof werd vrijgesproken, is thans te Müchen, waarheen hij na zijne invrijheidstelling was vertrokken, aan de tering overleden. — Onder de stellingen, te vinden achter de dissertatie waarop dezer dagen te Utrecht een arts is gepromoveerd komt o. m. deze voor: Tegen het gebruik van tabak moet, als tegen eene ernstige volkskwaal, van geneeskundige zijde met meer aandrang worden gewaarschuwd. — Maandagmiddag is de machinist K. Ter Veen , werkzaam bij het stoomgemaal van het waterschap de Verbetering, zuidzijde aan het Hoendiep (Gr.) tusschen de machine geraakt, en eenige malen met de as in het rond gedraaid, zoodat hij vreeselijk verminkt den dood vond. Zijne kinderen kwamen hun vader koffie brengen en bemerkten toen den treurigen toestand, waarna zij , doodelijk verschrikt, hunne moeder daarmeê in kennis stelden. Deze ging direct naar de plaats des ouheils, trachtte haar man te bevrijden, doch te vergeefs 1 Met bijna bovenmenschelijke kracht kreeg zij de machine tot staan , die nog altijd het lijk meêvoerde, dat toen naar de nabijzijnde woning werd vervoerd. — Het gemeentebestuur van Kantens heeft, na gehouden aanbesteding, het geven van handwerkonderwijs in de scholen te Stitswerd en te Rottum gegund aan de laagste inschrijtster. — Op verzoek der ouders zijn te Breda aangehouden 3 jingens, oud 16, 17 en 18 jaar. Zij waren uit hunne woonplaats naar Breda gespoord op aanraden van een hunner, die na ƒ 50 bij zijne ouders te hebben ontvreemd , den overtocht voor de beide anderen had betaald. Bij familie van een hunner aangeland, die de politie waarschuwde, waren zij spoedig gevat, niettegenstaande het verzet van een hunner en werden zij onder geleide naar huis gebracht. (A. B. C.) — Prinses Bismarck is Dinsdagmorgen te Varzin overleden. Alle bladen voegen bij deze tijding woorden van hartelijke deelneming voor Bismarck, en vreezen dat hij op zijn hoogeu leeftijd en in de eenzaamheid van zijn ambteloos leven het treurige verlies bijzonder moeilijk zal te boven komen. De bladen wijzen er op dat de overledene, wier persoonlijkheid achter haar beroemden gemaal op den achtergrond trad, hein een trouwe raadgeefster en gezellin in de wisselvalligheden des levens is geweest. Keizer Wilhelm, de Koning van Wurtemburg en de meeste andere Bondsvorsten zonden Bismarck reeds per telegraaf de betuiging hunner deelneming. De dood van Prinses Bismarck komt niet onverwacht; zij was reeds lang lijdende, maar de laatste dagen had de ziekte een bedenkelijk aanzien gekregen, zoodat prof. Schweninger naar Varzin was ontboden. Voor haie kwaal, ingewandsziekte, was zij genoodzaakt elk jaar een kuur te maken te Homburg; wegens het ernstige van haar toestand was echter dit jaar van de gewone badreis afgezien. Voor den bijna 80-jarigen Bismarck is het verlies dezer trouwe, liefhebbende gade een zwaren slag. Het was een bijzonder gelukkig huwelijk, dat tot zelfs in hun grijsheid al het bekoorlijke der jeugdige liefde had behouden. Aan den huiselijken haard russtte Bismarck steeds uit van de velerlei beslommeringen van zijn gewichtig ambt en daardoor behield hij de energie en de frissche arbeidskracht, die hem in staat stelden zijne taak op zoo grootsche wij e te vervullen. Bismarck heeft op lateren leeftijd dikwijls dankbaar erkend, hoe oneindig veel hij aan deze vrouw te danken had. Toen voor eenige jaren eenige duizenden Hamburgers zich op den verjaardag der Prinses uaar Friedrichsruhe begaven om het echtpaar geluk te wenschen, besloot Bismarck zijne toespraak met de woorden: „Ik dank u , dat gij op den verjaardag mijner vrouw zijt gekomen. God heeft mij een gezegend, gelukkig familieleven geschonken, en zonder mijne vrouw zou ik niet zulk een hoogen leeftijd bereikt hebben. Ik ben overtuigd, dat gij gaarne zult instemmen in een Rock op mijne vrouw." Fréule Johanna Von Puttkammer was 11 April 1824 te Viartlum in Pommeren geboren, waar haar vader uitgestrekte landgoederen bezat. Zij was 23 jaar oud , toen zij met Otto Von Bismarck in het huwelijk trad , en „zonneschijn bracnt in zijn woest jongezellenleven", zooals de oud kanselier later eens schreef. Johanne Von. Puttkammer had het echte type der Pommersche vrouwen , blond en friscn gebouwd; zij was niet mooi, maar met hare frissche kleur en heldere oogen een eenvoudige, lieve verschijning, die volstrekt niet vermoedde dat zij eenmaal een eerste plaats zou bekleeden aan het koninklijk hof. Een politieke vrouw is Prinses Bismarck nooit geweest; zij leefde slechts voor haar gezin, en stelde er hare eer in , een goede echtgenoote, een zorgzame huisvrouw en een liedevolle l moeder te zijn. Zij schonk haren man twee zoons , Herbert en Wilhelm, en een dochter , Marie, thans gehuwd met graaf Rantzau, Duitsch gezant te 's-Gravenhage. —• De Czaar ging dezer dagen te Petersburg geheel alleen uit wandelen. Zijn bedienden wisten niet hoe zij het hadden en waren geheel van streek, toen de Keizer opeens muts, mantel en handschoenen vroeg en het Anitschkow-paleis uitstapte. De Czaar wandelde bedaard de brug over, naar het paleis van Grootvorst Sergius, om een kwartiertje met zijn bruid te praten , en daarna ging hij, zijn paleis voorbij, de Newski langs, zonder dat iemand in den eenvoudigen officier den Keizer aller Russen herkende. Bij de Kasansche kathedraal bleef de Czaar, als alle vrome Russen, stilstaan, om herhaaldelijk een kruis te maken, en toen hij opkeek, zag hij zijn adjudant, graaf Kotschubey, die hem ook al niet herkende vóór hij zijn arm nam en zei: „Ik ben blij , dat ik u ontmoet , graaf; alleen wandelen is toch vervelend." Intusschen had men uit het paleis per telephoon aan den commandant der stad , generaal Von Wahl, meedegedeeld, dat de Keizer te voet was uitgegaan — niemand wist waarheen. Hoogst ongerust reed de commandant in een kales uit, om den Czaar te zoeken. Hij reed op de Newski den Keizer een paar malen voorbij, zonder hem te zien , en toen hij hem eindelijk in het oog kreeg, snelde hij naar den Czaar en liep hijgend: „Maar Majesteit, hoe hebt u dat kunnen doen!" Zijne Majesteit was niet erg gesticht over die gemeenzaam verwijtende vraag en zeide: „Maak u niet ongerust over mij, generaal. Of bestaat er soms ook een reglement van u , dat den Keizer het wandelen verbiedt!" Daarop wandelde de Czaar , nog steeds gearmd met graaf Kotschubey, bedaard verder, op eenigen afstand gevolgd door den commandant, die door velen eerbiedig werd gegroet, terwijl niemand den Keizer herkende. — Zaterdagochtend werd de Albert-Club te Londen, waar de politie Vrijdag een inval deed, weder geopend; de leden kwamen er als gewoonlijk en er werden meer weddingschappen aangegaan dan ooit. --- KANTONGERECHT. Bij vonnissen van het Kantongerecht dd. 17 November 1894 zijn veroordeeld: J. A. W B. te Zoetermeer, wegens het vervoeren van vee, lijdende aan mond- en klauwzeer, tot eene boete van ƒ25 subsidiair 10 dagen hechtenis en verbeurdverklaring der getaxeerde waarde ad ƒ 745. G. v. d. B. F zn. te Berkel, wegens bet belemmeren en verhinderen van bevoegde beambten om verdacht of besmet vee te merken, tot ƒ15 subs. 3 dagen. A. L. G. te Delft en W. B. te De Lier, wegens niet onmiddellijk kennisgeven van mond- en klauwzeer aan ('en Burgi-meester dir gemeente , waar het vee zich bevindt, ieder tot ƒ 20 subs. 10 dagen. A. M. H. te Naaldwijk, tot driemaal ƒ2,50 subs. driem. 1 dag en verbeurdverklaring der getaiceerde waarde ad ƒ16, en P. J. V. te Voorschoten tot driemaal ƒ 2 subs. driemaal 1 dag en verbeurdverklaring der getaiceerde waarde ad ƒ 8, wegens een gelijk feit als de beide laatste veroordeelden, besmet vee niet afzonderen en dit vervoeren, M. D. v. d. B. te Delft, tot tweemaal 2 weken hechtenis, D. M. zonder vaste woonplaats tot 2 weken en D. F. te Delft tot 3 dagen hechtenis, wegens dronkenschap. J. J. F., H. J. J. v. d. S., W. C. L. G. H., P. H. S., E. M., C. v. d. H., J. X., A. J. S. en F. J. W. te Delft, wegens nachtru* moer, ieder tot ƒ1 subs. 1 dag. M. M. v. K., J. A. d. R., A. M. v. d E., D. S., H. V., H. M., M. G. T. te Delft, wegens straatschrobben, ieder tot ƒ0,50 «ubs. 1 dag. W. v. d. M, H. v. B. en A. B. te Delft, wegens uitslaan van matten of kleeden op verboden tijd, ieder tot /0,50 «ubs. 1 dag. M. U. te Berkel, wegens het inrijden der Dirklangestraat van de verboden zijde , tot ƒ1 subs. 1 dag. B. d. J te Delft en J. M. C. te Hof van Delft, wegens rijden zonder licht na zonsondergang, ieder tot f 1 subs. 1 dag. J. J. d. B , J. Ph. C. v. d. K., L. O., W. F. B. te Delft en A. P. te Botterdam, wegens het voldoen aan eene natuurlijke behoefte op de straat, buiten eene daartoe bestemde inrichting, ieder tot ƒ0,50 subs. 1 dag. J. W. te Zoetermeer, tot ƒ1 subs. 1 dag en F. S. te Nootdorp, tot ƒ0,50 subs. 1 dag, wegens een trekhond bezigen zonder muilkorf. L. v. d K.. te Monster tot ƒ 3 subs 2 dagen, Ij . M. te Naaldwijk tot ƒ1 subs. 1 dag, wegens het loopen over eens anders grond, zonder ditus vergunning. Th. J. H. F. en G. W. te Delft, wegens het visschcn in eens anders vischwater zonder diens vergunning, ieder tot ƒ2 subs. 2 dagen. P. v. d. G. te Delft en D. V. zonder vaste woonplaats, wegens dronkenschap en het voldoen aan eene natuurlijke behoefte op de straat, buiten eene daartoe bestemde inrichting, ieder tot ƒ1 en ƒ 0,50 subs. tweemaal 1 dag. C. D. te Delft, wegens ryden op de klinkers langs de keienstraat, tot ƒ0,50 subs. 1 dag. P. H. S., E. M., C. v d. H., J. K. en W. v. D. te Delft, wegens straatschenderij , ieder tot ƒ 2,50 subs. 2 dagen. Pli. S. B. te Delft en A. S. te 's Ilage, wegens het reizen met den spoortrein, zonder behoorlijk plaatsbewijs ieder tot f 2 subs. 2 dagen. A. B. te Schiedam, wegens het reizen in een lioogere klasse met den spoortrein als «aarop zijn biljet recht geeft, tot ƒ4 subs 2 da°-en. P. M. v. W„ J. C. W. W. K„ J. H. M„ A. v. H„ H. J. B„ J. M. S. te Delft, P. v. B. te Voorburg, B. v. D. te Poeldijk, F. S. te Monster, W. R. en B. v. L. zonder bekende woonplaats, ieder tot ƒ 1 subs. 1 dag. L. Z. zonder vaste woonplaats en M. P. te Delft, i«der tot ƒ2 subs. 2 dagen. D. S. te Delft, tot / 3 subs. 3 dagen. Allen wegens openbare dronkenschap. ---