OFFICIEEL GEDEELTE. (Staatsblad no. 102.) WET van den 11den Julij 1882, houdende naturalisatie van Moritz Marx. Wij "WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden , Prins van Oranje-Nassau , Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: Alzoo "Wij in overweging genomen hebben, dat Moritz Marx aan Ons zijn verlangen heeft te kennen gegeven om als Nederlander te worden genaturaliseerd, en tevens, door overlegging der bewijsstukken, opgenoemd in art. 6 der wet van den 28sten Julij 1850 (Staatsblad n°. 44), ter uitvoering van art. 7 der Grondwet, heeft doen blijken van het bezit der vereischten, voorgeschreven in art. 5 der voormelde wet; Zoo is het, dat "Wij, den Raad van State gehoord en met gemeeD overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan , gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Eenig artikel. De hoedanigheid van Nederlander wordt bij deze verleend aan Moritz Marx, kantoorbediende, géborén te Keulen (Pruissen ) den löden December 1847 , wonende te Rotterdam , provincie Zuidholland. Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Collegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te Frankfort, den llden Julij 1882. WILLEM. De Minister van Justitie, a. e. j. modderman. Uitgegeven den twee en twintigsten Julij 1882. De Minister van Justitie, a. e. j. modderman. --- (Staatsblad no. 103.) WET van den 11den Julij 1882, houdende naturalisatie van Gustav Ferdinand Gotthold Heinze. Wij WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz. , enz. , enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat Gustav Ferdinand Gotthold Heinze aan Ons zijn verlangen heeft te kennen gegeven om als Nederlander te worden genaturaliseerd, en tevens, door overlegging der bewijsstukken, opgenoemd in art. 6 der wet van den 28sten Julij 1850 (Staatsblad n°. 44), ter uitvoering van art. 7 der Grondwet, beeft doen blijken van het bezit der vereischten, voorgeschreven in art. 5 der voormelde wet; Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Eenig artikel. De hoedanigheid van Nederlander wordt bij deze verleend aan Gustav Ferdinand Gotthold Heinze , muziekdirecteur, geboren te Leip% (Saksen ) den lsten October 1821, wonende te Amsterdam , provincie Noordholland. Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriele Departementen, Autoriteiten, Collegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te Frankfort, den llden Julij 1882. WILLEM. De Minister van Justitie, a. e. j. modderman. Uitgegeven den twee en twintigsten Julij 1881. De Minister van Justitie, a. e. j. modderman. --- (Staatsblad no. 104.) WET van den 11den Julij 1882, houdende naturalisatie van Salomon Wallich. Wij WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederanden , Prins van Oranje-Nassau , Groot-Hertog van Luxemburg , ***■ . enz. , enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: 00 Wij in overweging genomen hebben, dat Salomon Wallich aan Ons zijn verlangen heeft te kennen gegeven om als Nederlander te worden genaturaliseerd, en tevens, door overlegging der bewijsstukken, opgenoemd in art. 6 der wet van den 28sten Julij 1850 ( Staatsblad n°. 44), ter uitvoering van art. 7 der Grondwet, heeft doen blijken van het bezit der vereischten, voorgeschreven in art. 5 der voormelde wet; Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Eenig artikel. ^ De hoedanigheid van Nederlander wordt bij deze verleend aan Salomon Wallich , commissionair in wissels, geboren te Bonn (Pruissen) den 29sten Maart 1849, wonende te Amsterdam , provincie Noordholland. Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriele Departementen, Autoriteiten, Collegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te Frankfort, den llden Julij 1882. WILLEM. De Minister van Justitie, a. e. j. modderman. Uitgegeven den twee en twintigsten Julij 1882. De Minister van Justitie, a. e. j. modderman. --- (Staatsblad no. 105.) WET van den 11den Julij 1882, houdende naturalisatie van Joseph Eugen Weller. Wij WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg , rnz. , enz. , enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat Joseph Eugen Weller aan Ons zijn verlangen heeft te kennen gegeven om als Nederlander te worden genaturaliseerd, en tevens, door overlegging der bewijsstukken, opgenoemd in art. 6 der wet van den 28sten Julij 1850 (Staatsblad n°. 44), ter uitvoering van art. 7 der Grondwet, heeft doen blijken van het bezit der vereischten, voorgeschreven in art. 5 der voormelde wet; Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Eenig artikel. De hoedanigheid van Nederlander wordt bij deze verleend aan Joseph Eugen Weller, koopman, geboren te Recke (Pruissen) den 25sten October 1832, wonende te Heerenveen , provincie Friesland. Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Collegien en Ambtenaren, wien zulks aaugaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te Frankfort, den llden Julij 1882. WILLEM. De Minister van Justitie, a. e. j. modderman. Uitgegeven den twee en twintigsten Julij 1882. De Minister vun Justitie, a. e. j. modderman. --- (Staatsblad no. 106.) WET van den 11den Julij 1882, houdende naturalisatie van Carl Nicolaus Eucharius Floeck. Wij WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden , Prins van Oranje-Nassau , Groot-Hertog van Luxemburg enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doeu te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat Carl Nicolaus Eucharius Floeck aan Ons zijn verlangen heeft te kennen gegeven om als Nederlander te worden genaturaliseerd, en tevens, door overlegging der bewijsstukken, opgenoemd in art. 6 der wet van den 28sten Julij 1850 (Staatsblad n*. 44), ter uitvoering van art. 7 der Grondwet , heeft doen blijken van het bezit der vereischten, voorgeschreven in art. 5 der voormelde wet; Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaul, hebben goedgevonden en verstaan , gelijk Wij goedvinden en verstam bij deze: Eenig artikel. De hoedanigheid van Nederlander wordt bij deze verleend aan Carl Nicolaus Eucharius Floxk , makelaar, geboren te Coblenz (Pr nissen) den 5den April 1849, wonende te Rotterdam , provincie Zuidholland. Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Collegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te Frankfort, den llden Julij 1882. WILLEM. De Minister van Justitie, a. e. j. modderman. Uitgegeven den twee en twintigsten Julij 1882. De Minister van Justitie, a. e. j. modderman. ---