WETTEN, BESLUITEN, BENOEMINGEN, ENZ. (Staatsblad no. 91.) WET van den 12den Mei 1890, houdende naturalisatie van Johann Mathias Müller. Wij WILLEM III, bij de gratie Gods , Koning der Nederlanden , Prins van Oranje-Nassatj , Groot-Hertog van Luxemburg , enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen , saluut! doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat Johann Mathias Muller aan Ons zijn verlangen heeft te kennen gegeven om als Nederlander te worden genaturaliseerd, en tevens, door overlegging der bewijsstukken, opgenoemd in art. 6 der wet van den 28sten Juli 1850 (Staatsblad n°. 44), heeft doen blijken van bet bezit der vereischten, voorgeschreven in art. 5 der voormelde wet; Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze : Fenig artikel. De hoedanigheid van Nederlander wordt bij deze verleend aan Johann Mathias Müller, gasfabrikant, geboren te Teyen (Pruissen) den 27sten Mei 1855, wonende te Doesburg , provincie Gelderland. Lasten en bevelen , dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven op het Loo, den 12den Mei 1890. WILLEM. De Minister van Justitie, ruts van beerenbroek. Uitgegeven den twintigsten Mei 1890. De Minister van Justitie, ruts van beerenbroek. Bij Zijner Majesteits besluit van 2 Juni 1890 n°. 44 is benoemd tot lid van het college van regenten over de gevangenissen te 's Gravenhage, H. H. E. baron Van Voorst tot Voorst, oud-lste-luitenant van het regiment grenadiers en jagers. Bij Zijner Majesteits besluit van 3 Juni 1890 n°. 25 is benoemd tot notaris binnen het arrondissement Breda, ter standplaats de gemeente Terheyden, W. F. Wolters, candidaat-notaris te Helmond. Bij Koninklijk besluit van den 2den Juni 1890 n°. 34 zijn benoemd: tot ontvanger der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen te Sas van Gent c. a., F. E. Vreede, ontvanger derzelfde middelen te Vaals; tot ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Zevenbergen c. a., J. H. Becking, ontvanger derzelfde middelen te Kaatsheuvel c. a.; tot ontvanger der directe belastingen , invoerrechten en accijnzen te Medemblik c. a., G. Verhoeve, ontvanger der directe belastingen en accijnzen te St.-Anna Parochie c. a.; tot ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Alkemade c. a. (residentie Roelofarendsveen), C. W. Van der Meulen, ontvanger derzelfde middelen te Zwaluwe c. a; tot ontvanger der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen te Harderwijk c. a., J. J. H. Quaedvlieg, ontvanger derzelfde middelen te Zevenaar o. a.; tot ontvanger der directe belastingen , invoerrechten en accijnzen te Vlaardingen c. a., H. J. Lamoraal Wichers, ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Naarden c. a.; tot ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Bergum c. a., W. C. De Wijs, ontvanger derzelfde middelen te Buitenpost c. a.; tot ontvanger der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen te Weert c. a., P. J. Bakker, ontvanger derzelfde middelen te Makkum ; tot ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Zeist c. a., D. Winkler, ontvanger derzelfde middelen te Appingedam c. a.; tot ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Spanbroek c. a., A. C. J. Yerhoeff, ontvanger derzelfde middelen te Balk c. a.; tot ontvanger der directe belastingen , invoerrechten en accijnzen te Scheveningen, H. G. R. Ellens, ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Charlois c. a.; tot ont vanger der directe belastingen en accijnzen te Leek c. a., A. W. T. Berends, ontvanger derzelfde middelen te Amerongen c. a.; tot ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Dalfsen , J. H. F. Claessens , surnumerair uit de inspectie Maastricht; tot ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Amerongen c. a., W. N. Du Rieu, surnumerair uit de inspectie Amsterdam. Bij Koninklijk besluit van 2 Juni 1890 n°. 39 is de heer R. L. Martens, gewezen adspirant-controleur bij het binnenlandsch bestuur op de bezittingen buiten Java en Madura, laatstelijk met verlof hier te lande, op zijn verzoek, wegens ziekte, eervol uit 's lands dienst ontslagen. --- MINISTERIE VAN JUSTITIE. Door het gerechtshof te Leeuwarden is, ter vervulling van eene vacature van raadsheer in dat college, opgemaakt de navolgende alphabetische lijst van aanbeveling: mr. W. Gorter, mr. S. Sleeswijk en mr. H. D. Van Ketwich Verschuur , rechters in de arrondissements-rechtbanken te Assen, Amsterdam en Leeuwarden. --- MINISTERIE VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN. Staatsexamen ter verkrijging van een getuigschrift van bekwaamheid voor de studie aan eene Universiteit. De Minister van Binnenlandsche Zaken; Gelet op art. 12 der wet van 28 April 1876 ( Staatsblad n°. 102); Gezien het Koninklijk besluit van 27 Mei 1890 n°. 16 , tot benoeming der commissie, in 1890 belast met het afnemen van het examen, bedoeld in het aangehaalde wetsartikel; Heeft goedgevonden: te bepalen, dat dit examen zal worden afgenomen te 's Gravenhage op 15, 16, 17, 18, 19, 21, 22, 23, 24 en 25 Juli e. k. Deze beschikking zal worden geplaatst in de Nederlandsche Staatscourant en in afschrift worden medegedeeld aan de Algemeene Rekenkamer, 's Gravenhage , 4 Juni 1890. Voor den Minister, De Secretaris-Generaal, Hubrecht. Bij beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 4 Juni 1890, n°. 1857', afdeeling Onderwijs, is bepaald dat de commissiën, die in 1890 worden belast met het afnemen van examens in de vreemde talen, waarvan de programma's bij Koninklijk besluit van 14 October 1884 ( Staatsblad n°. 216) zijn vastgesteld voor zooveel betreft de dezen zomer te houden examens, zitting zullen houden voor de Fransche en Hoogduitsche taal te 's Gravenhage en voor de Engelsche taal te Utrecht, en zijn benoemd: tot lid en voorzitter van de commissie voor de Fransche taal dr. A. G. Van Hamel, hoogleeraar aan de Rijks-Universiteit te Groningen; tot lid en voorzitter der commissie voor de Hoogduitsche taal dr. B. Symons, hoogleeraar aan de Rijks-Universiteit te Groningen; tot lid en voorzitter der commissie voor de Engelsche taal dr. W. G. Brill, oud-hoogleei aar aan de Rijks-Universiteit te Utrecht; 3°. voor zooveel betreft de door die commissiën in de maand Augustus, des noodig ook in het laatst van Juli, af te nemen examens te benoemen : a. in de commissie voor de Franscne taal, tot leden: L. M. Baale, leeraar aan de Tweede hoogere burgerschool met 3-jarigen cursus te Amsterdam; A. Bourquin, leeraar aan het gymnasium te Utrecht; L. Chatelain, leeraar aan de hoogere burgerschool met 5 jarigen cursus te 's Gravenhage; H. C. P. Dirks, leeraar aan de kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen te Amsterdam; C. F. Van Duyl, onderwijzer aan de Rijkskweekschool voor onderwijzers te Groningen; C. J. Gigandet, leeraar aan de hoogere burgerschool met 3-jarigen cursus te Rotterdam; G. J. Guichard, leeraar aan het gymnasium en aan ctè hoogere burgerschool te Gorinchem ; C. A. Hofman, hoofd eener school voor lager onderwijs te 's Gravenhage; J. S. Piquet, leeraar aan de Rijks hoogere burgerschool met öjarigen cursus te Zwolle; E. J. Sommer, leeraar aan het gymnasium te Groningen ; A. Sunier, leeraar aan het gymnasium te Rotterdam; E. A. Sunier, leeraar aan het gymnasium te Amsterdam; N. L. Verlint, leeraar aan de Rijks hoogere burgerschool met 5-jarigen cursus te ütrecht; tot leden-plaatsvervangers: A. H. W. De Bock, leeraar aan de hoogere burgerschool met öjarigen cursus te 's Gravenhage; J. E. Gacon, leeraar aan het gymnasium te 's Gravenhage ; b. in de commissie voor de Hoogduitsche taal: J. J. A. A. Frantzen, leeraar aan het gymnasium te Amsterdam; dr. E. F. Kossmann, leeraar aan het gymnasium en aan de hoogere burgerschool te Tiel, en privaat docent aan de Rijks-Universiteit te Utrecht; J. Oosting, leeraar aan de hoogere burgerschool met 3jarigen cursus te Rotterdam; H. Pol, leeraar aan het gymnasium te Groningen; G. R. Deelman, leeraar aan het gymnasium en aan de hoogere burgerschool to Deventer ; R. Dijkstra, leeraar aan de 2de hoogere burgerschool met 3jarigen cursus te Amsterdam; J. C. Knoest, leeraar aan het gymnasium te Rotterdam; F. G. De Liefde , leeraar aan de Rijks- hoogere burgerschool en het gymnasium te Middelburg; P. W. Merkes, leeraar aan het gymnasium op Gereformeerden grondslag te Amsterdam; L. Obermüller, leeraar aan de hoogere burgerschool met 5jarigen cursus te Haarlem; A. Röttger, leeraar aan het gymnasium en de hoogere burgerschool te Maastricht; A. L. Schmidt jr., leeraar aan de hoogere burgerschool met öjarigen cursus te 's Gravenhage; tot leden-plaatsvervangers: M. Horn, leeraar aan het gymnasium en aan de hoogere burgerschool te Schiedam; dr. G. Yan der Waals, leeraar aan de Rijks hoogere burgerschool te Utrecht; c. in de commissie voor de Engelsche taal: K. Ten Bruggencate, leeraar aan het gymnasium te Leeuwarden; M. G. Van Neck, leeraar aan de hoogere burgerschool en aan het gymnasium te Breda; J. S. Robinson, leeraar aan de Rijks hoogere burgerschool te Utrecht; P. Roorda, leeraar aan het gymnasium te Groningen; S. Yan Braam, leeraar aan het gymnasium te Utrecht; B. C. Brennan, leeraar aan de Rijks hoogere burgerschool en het gymnasium te Zwolle ; C. Grondhoud, leeraar aan de 2de hoogere burgerschool met 3jarigen cursus te Amsterdam; J. N. Hessling, leeraar aan de hoogere burgerschool te Dordrecht; C. Heyman, leeraar aan de hoogere burgerschool met 5jarigen cursus te Haarlem; A. S. Kok, leeraar aan de Rijks hoogere burgerschool te Tilburg; R. F. Modderman , directeur der Rijks hoogere burgerschool te Meppel; A. Picnot, leeraar aan de Rijks hoogere burgerschool te Venlo; tot leden-plaatsvervangers: J. K. Frederiks, leeraar aan de hoogere burgerschool te Deventer; A. Van der Ent, leeraar aan de Rijkslandbouwschool te Wageningen. Ten vervolge op de opgaven omtrent den loop der bevolking des Rijks in 1889, die in de nommers 67, 70, 74, 77, 90, 94, 101, 111 en 119 dezer courant, voor zooveel de provinciën Groningen, Zeeland, Friesland, Drenthe, Zuidholland, Utrecht, Noordbrabant, Overijssel en Limburg betreft, zijn opgenomen, wordt hieronder het bevolkingscijfer van iedere gemeente der provincie Gelderland, op 1 Januari 1890, opgegeven. Gelderland. Gemeenten. Mannen. Vrouwen. Totaal. Aalten 3 460 3 319 6 779 Ammerzoden 1 090 1 009 2 099 Angerlo 1 044 917 1 961 Apeldoorn 9 627 9 563 19 190 Appeltern 1622 1 360 2 982 Arnhem 23 401 26 597 49 998 Balgoij 214 222 436 Barneveld 3 681 3 414 7 095 Batenburg 309 327 636 Beesd 1311 1 189 2 500 Bemmel 3 023 2 819 5 842 Bergh 3108 2 803 5 911 Bergharen 845 729 1 574 Beuningeu 1 187 1 064 2 251 Beusichem 1 032 900 1 932 Borculo 2 087 1 993 4 080 Brakel 701 614 1315 Brummen 3 683 3 504 7187 Buren 927 888 1815 Buurmalsen 957 864 1 821 Culenborg 3 941 3 648 7 589 Deil 1 174 1 031 2 205 Didam 2 051 1 893 3 944 Dinxperlo 1302 1205 2 507 Dodewaard 1012 832 1844 Doesburg 2 100 2 305 4 405 Doetinchem (Ambt) 2 221 1 810 4 031 Doetinchem (Stad) 1 838 1 681 3 519 Doornspijk 1 549 1 571 3 120 Doorwerth . . . , 206 196 402 Dreumel 1 138 1 040 2 178 Driel 1 752 1580 3 332 Druten 2 293 2 118 4 411 Duiven 1 537 1 401 2 938 Echteld 1 320 1 132 2 452 Ede 6 716 6 414 13 130 Eibergen 2 565 2 491 5 056 Elburg 1297 1384 2 681 Eist 3 146 2 984 6130 Epe 4 156 3 731 7 887 Ermelo 2 914 2 848 5 762 Est en Opijnen 567 494 1061 Ewijk 1 050 969 2 019 Gameren 879 811 1690 Geldermalsen 1506 1355 2 861 Gendringen 3 033 2884 5 917 Gent 1 446 1358 2 804 Gorssel 2 453 2 060 4 513 Groenlo 1 241 1 375 2 616 Groesbeek 2 574 2 532 5106 Haaften 1 233 990 2 223 Harderwijk 4 514 3 386 7 900 Hattem 1 479 1 351 2 830 Hedel 898 887 1 785 Heerde 2 845 2 632 5 477 Heerewaarden 486 447 933 Hemmen 132 134 266 Hengelo 1 797 1 683 3 480 Herwen en Aerdt 1 854 1 683 3 537 Herwijnen 982 922 1 904 Heteren 1 676 1 531 3 207 Gemeenten. Mannen. Vrouwen. Totaal. Heumen . 806 785 1591 Hoevelaken 478 417 895 Horssen 492 400 892 Huissen 2 213 1 941 4154 Hummelo en Keppel 1 625 1 551 3 176 Hurwenen 295 262 557 IJzendoorn 307 276 583 Kerkwijk 520 449 969 Kesteren 1 569 1 391 2 960 Laren 2 031 1843 3 874 Lichtenvoorde 2 278 2 098 4 376 Lienden 2 124 1 938 4 062 Lochem 1 703 1 860 3 563 Maurik 1 956 1 740 3 696 Millingen 1426 1 320 2 746 Nederhemert 429 425 854 Neede 1 821 1 681 3 502 Nijkerk 3 970 3 817 7 787 Nijmegen 15 262 17 064 32 326 Oldebroek 2 746 2 558 5 304 Ophemert 638 595 1 233 Overasselt 923 837 1760 Pannerden 564 489 1053 Poederoijen 499 466 965 Putten 2 691 2 585 5 276 Renkum 3 459 3 606 7 065 Rheden 6 fc09 6 976 13 785 Rossum . . 644 580 1 224 Rozendaal 222 218 440 Ruurlo 1 417 1 362 2 779 Scherpenzeel 676 601 1 277 Steenderen 1844 1 684 3 528 Tiel 4 778 5 066 9 844 Ubbergen 1 730 1 775 3 505 Valburg 2 703 3 014 5 717 Varik 599 505 1 104 Voorst 4 881 4 491 9 372 Vorden 1503 1 381 2 884 Vuren 795 686 1481 Waardenburg 659 569 1 228 Wadenoijen 795 733 1 528 Wageningen 3 853 3 879 7 732 Wamel 2 593 2 396 4 989 Warnsveld 1 297 1 196 2 493 Wehl 1 152 1 072 2 224 VVesfervoort. 854 825 1 679 Wijchen 2 039 1 942 3 981 Winterswijk 4 684 4 469 9 153 Wisch 3 272 3 121 6 393 Zaltbommel 1 884 2138 4 022 Zelhem 1 845 1 781 3 626 Zevenaar 2 268 2 069 4 337 Zoelen * 1 205 1 130 2 335 Zuilichem 485 406 891 Zutphen 8230 8 970 17 200 Totaal . . . . 260 723 254 303 515 026 De bevolking dezer provincie bedroeg op 1 Januari 1889: 258 763 M. 252 510 V. 511 273 T. en is alzoo toegenomen in den loop van 1889 met: 1 960 M. 1 793 V. 3 753 T. De loop der bevolking dezer provincie was in 1889 als volgt: geboren werden .... 8 406 M. 7 722 V. 16 128 T. terwijl stierven 5140 » 4 803 » 9 943 » Verschil 3 266 M. 2 919 V. 6 185 T. Het aantal personen, die zich gedurende 1889 in de gemeenten vestigden, bedroeg: 17 341jM. 16884 V. 34225 T. terwijl vertrokken . . 18 647 » 18 010 » 36 657 » Verschil. . . . — 1 306 M. — 1 126 V. —2 432 T. De loop der bevolking van de gemeente Arnhem was in 1889 als volgt: geboren werden .... 870 M. 877 V. 1 747 T. terwijl stierven 531 » 475 » 1 006 » Verschil 339 M. 402 V. 741 T. Het aantal personen, die zich gedurende 1889 in deze gemeente vestigden, bedroeg: 1 966 M. 2140 V. 4106 T. terwijl vertrokken... 1 825 » 2 029 » 3 854 » Verschil 141 M. . 111 V. 252 T. ---