MINISTERIE VAN MARINE. De gewone audientie van den Minister van Marine zal op Vrydag 22 dezer niet plaats hebben. De Minister van Marine brengt ter algemeene kennis, dat b|j de oütvangers der loodsgelden te Delfzijl, Vlieland, Harlingen , Willemsoord , IJmuiden , Amsterdam , Zaandam , Hellevoetsluis, Maassluis, Rotterdam, Schiedam, Brouwershaven, Dordrecht, Vlissingen , Terneuzen en Zierikzee , alsmede bij het Departement van Marine, zijn verkrijgbaar gesteld uittreksels uit de wet en de reglementen, alsmede de tarieven op den loodsdienst, in de Nederlandsche, Engelsche, Fransche en Hoogduitsche talen , voor den prijs van f 0,30 het exemplaar, onverschillig in welke taal. 's Gravenhage, 19 Augustus 1902. De Minister voornoemd, Voor den Minister, De Secretaris-Generaal, H uart , /. S.-G. --- MINISTERIE VAN FINANCIEN. De gewone audientie van den Minister van Financiën zal op Donderdag 21 Augustus a. s. niet plaats hebben. --- MINISTERIE VAN OORLOG. De gewone audientie van den Minister van Oorlog zal op Donderdag 21 Augustus eerstkomende niet plaats hebben. --- MINISTERIE VAN KOLONIËN. De gewone audientie van den Minister van Koloniën zal op Vr\jdag 22 Augustus 1902 niet plaats hebben. --- MEDEDEELINGEN VAN VERSCHILLENDEN AARD. REISRAPPORT van Hr. Ms. schoener Argus, belast met het politietoezicht op de visscherij in de Noordzee, van 14 Juli tot 2 Augustus 1902. Verlaten 14 Juli de haven van het Nieuwediep , waarna koers gezet werd om de haringvisschersvloot op te zoeken, die verondersteld werd te zijn bij de Shetlandsche eilanden , daar zoowel Hr. Ms. Zeehond de vloot daar in de eerste week van Juli nog gezien had, alsook de bestekkaarten van 1901 en 1899 zulks aangaven als het vischterrein medio Juli. Flauwe, doch in den regel loopende winden maakten dat op den middag van 18 Juli het middagbestek was 57 gr. 26,5 m. N.br. en 1 gr. 41 m. O.l. Nederlandsche visschers waren nog niet ontmoet, doch slechts enkele stoomtrawlers, die in den regel te ver af waren om de nationaliteit te verkennen. Van 18 Juli begon echter een voortdurend gesukkel; de koers naar het vischterrein ongeveer Noord zijnde , was van af de H. W. van dien datum tot de D.W. van Dinsdag 22 Juli de wind steeds tusschen N. t. W. en N.N.O. en gedurende 19 en 20 Juli woei het een G.M.K. met vlagen van D.G.M.K., welke zulk een hooge zee veroorzaakten , dat bij de wind zeilen niet meer mogelijk was en daarom gedurende die twee etmalen onder klein zeil hoog aan de wind gelegen werd. 21 Juli nam de wind af, docb bleef uit dezelfde hoek waaien, zoodat door de hooge zee, die bleef staan , slechts een weinig Noord gehaald kon worden en het middagbestek van 22 Juli 37 gr. 48 m. N.br. en 1 gr. 10 m. O.L gaf tegen 57 gr. 59,5 m. N.br. en 0 gr. 50,5 m. O.l. van 19 Juli. Hoewel de zee afnam , bleef er een lastige hooge deining met nog steeds doorstaande N. ke wind staan , zoodat toch slechts weinig vaart geloopen werd , hoewel alles bij stond. Het middagbestek van 23 Juli gaf 58 gr. 32 m. N.br. en 2 gr. 25 m. O.l.; de koers naar het vischterrein bleef dus nog N.N.W. ongeveer, de hoek waaruit steeds de wind bleef waaien. De beschikbare tijd voor de kruistocht en vooral de nog aan boord aanwezige hoeveelheid drinkwater, deden mij besluiten op 23 Juli af te houden naar Bergen , dat met dien wind ongeveer bezeild kon worden, terwijl ik, bleef de wind uit de N. lie hoek waaien, nog dagen lang noodig zou hebben om de haringvisschers te halen en verplicht zou zijn water te laden in Lerwick, maar volgens de North Sea pilot part I, pag. 27 en 37 , het water schaarsch en van slechte hoedanigheid is. Op de E.W. van 24 Juli kwamen de lichten van Marasten en Slotterö in het zicht en liepen wij op de H.W. van 25 Juli de Korsfjord binnen. Hier werd een loods aan boord genomen en bracht een bezeilde wind Hr. Ms. Argus op de D.W. van dien dag ter reede Bergen. Dinsdag 29 Juli werd Hr. Ms. Argus door de Korsfjord naar zee gesleept en met een N. ke bries die zeer afwisselend van kracht was naar het vaderland gezeild. Zaterdag 2 Augustus op de V.M. werd het lichtschip „Haaks" verkend en na met windstilte den geheelen dag rondgedreven te hebben, op de E.W. tegen een Z. lie bries in opgewerkt naar de verkenningston van het Schulpengat, door dit gat naar de reede van Nieuwediep gezeild en te 1 u. H.W. van 3 Augustus aldaar geankerd. Zondag 3 Augustus werd na per sein bekomen order Hr. Ms. Argus door de sleepboot op de haven gesleept en aldaar geankerd. Op de thuisreis werden evenmin als op de uitreis Nederlandsche beugers ontmoet. Middagbestek van 30 Juli was 58 gr. 38,5 m. N.br. en 3 gr. 27,5 m. O.l.; van 31 Juli 56 gr. 53 m. N.br. en 3 gr. 25,5 inO.l. en van 1 Augustus 54 gr. 15 m. N.br. en 3 gr. 25 m. O.l. Op deze reis werden de navolgende visschersvaartuigen verkend t H. 465 op 54 gr. 35 m. N.br. en 3 gr. 30 m. O.l.; G. 318 op 57 gr. 57 m. N.br. en 0 gr. 50 m. O.l.; V.L. 131 op 57 gr. 47 m. N.br. en 2 gr. O.l.; A. 523 en 534 op 57 gr. 45 m. N.br. en 1 gr. 15 m. O.l.; O.E. 2 op 58 gr. 32 m. N.br. en 2 gr. 25 m. O.l.; D.E. 10 op 58 gr. 10 m. N.br. en 3 gr. 25 m. O.l.; H. 70 op 56 gr. 10 m. N.br. en 3 gr. 25 m. O.l.; H. 401 op 54 gr. 35 m. N.br. en 3 gr. 30 m. O.l.; A.E. 38 op 54 gr. 20 m. N.b. en 3 gr. 30 m. O.l. Zie verder het eerste bijvoegsel. ---