ARGENTIJNSCHE REPUBLIEK. De Buenos-dyres Standard van 16 December meldt, dat aan den Entre-Rios-oorlog en einde gekomen was. De Regeringstroepen, onder kolonel Gain,za , sedert door den President tot generaal bevorderd, hadden den 11a" eeue beslissende overwinning behaald op Lopez Jordan , wiens strijdmagt geheel uit elkander geslagen was. Die aanvoerder zelf was met 20 of 30 aanhangers gevlugt. Telegrammen van den 1 6d.en uit Rosario te Buenos-Ayres ontvangen, hielden in, dat de voornaamste officieren van Jordan zich allen aan het Regeringskamp hadden aangemeld, hunne zwaarden hadden overgegeven en trouw gezworen hadden aan de Nationale Regering. „De vreugde, welke deze tijding hier ter stede heeft verwekt (aldus leest men in het reeds genoemde blad) , bewijst de belangrijkheid der overwinning, en eene der grootste oorzaken van de voortdurende gedruktheid van den handel en schaarschte van geld is thans weggenomen. Men berekent, dat het hout, de huiden, de kalk en audere producten, die zoolaug in Entre-Rios geblokkeerd Zijn geweest, weinig minder waarde vertegenwoordigen dan 11 millioen p. st., en de groote vraag uit al de Entre-Riosche steden om aanvoeren van verschillenden aard zal strekken om de buitensporige voorraden van invoerartikelen, die de markt alhier zoozeer gedrukt hebben, te doen verminderen." Volgens de te Rio-Janeiro verschijnende Anglo-81-a-zilian Times van 24 December, ontkennen de volgers van Lopez Jordan hunne nederlaag, bewerende, dat zij hunne aanvallers hebben afgeslagen, 14 Krupp-kanonnen hebben buitgemaakt en den vijand tot den terugtogt hebben gedwongen. --- BRAZILIE. -- --- Het Oppergeregtshof des Beizerijks heeft, volgens berigten, die tot 24 December 11. loopen, regtsingang verleend tegen den bisschop van Olinda , ter zake eener aauklagt van , poging tot verkrachting van een artikel der Grondwet". De tegen dit vergrijp bedreigde straf is gevangenschap met arbeid voor den tijd van 4 tot 12 jaren. Daar in gevallen als deze geen borgtogt wordt toegelaten, zou de bisschop in hechtenis moeten genomen worden. Het Geregtshof had ook den bisschop van Para doen dagvaarden, en ook de bisschop van San Paulo had de zaak zijner ambtsbroeders omhelsd, door zonder goedvinden der Regering de pauselijke brève van Mei 11. tegen de vrijmetselaars openbaar te maken. Het telegraaf-schip Hooper had den 23mten December het leggen van den onderzeeschen telegraaf kabel tusschen Pernambuco , Bahia en Rio-Janeiro volbragt. --- ITALIE. Een der romeinsche berigtgevers van de Parijsehe Débats ,de neer Azonti-errzer, , Luljn. um.1,1 U"suecacutus van 15 Januarij : „Volgens de door mij ingewonnen inlichtingen, is de te Keulen openbaar gemaakte pauselijke Bul in geenen deele authentiek. Er bestaan wel eene of meer Bullen omtrent een toekomstig Conclave, maar de in Duitschland wereldkundig gemaakte tekst is blijkbaar en met een gemakkelijk te gissen doel vervalscht. De beweerde Bul is van tweelediger' aard. Zij heft eenige formaliteiten op, die van ondergeschikt belang zijn en niet meer in den tegenwoordigen tijd te huis behooren. In dit opzigt kan zij geene aanleiding tot ernstig geschil opleveren. Hare andere strekking geldt de plaats, waar de verkiezing van een nieuwen Paus zou moeten geschieden. De publiek gemaakte Bul gewaagt van Monaco en van de eene of andere fransche stad. Hierdoor heeft men vermoedelijk de duitsche gevoeligheid willen gaande maken. Zooals de zaken tegenwoordig staan, schijnt niets zich tegen het bijeenroepen van een Conclave te Rome te verzetten. Het ligt volstrekt niet iu de bedoeling van het italiaansche Gouvernement om het Conclave geweld aan te doen, en al wilde het dit, dan zou het zulks niet kunnen doen zonder de geheele wereld tegen zich in het harnas te jagen. De Paus heeft twaalf kardinalen benoemd, die allen, zonder eenige uitzondering, verklaarde Vijanden van het italiaansche Gouvernement zijn. Die benoeming is bovendien door Pius IX gedaan om er zeker van te zijn' dat na zijnen dood een Paus zal verkozen Worden, die de tegenwoordige staatkunde van den H. Stoel voortzet. Desniettemin heeft het italiannsche Gouvernement geen vertoog of klagt hoegenaamd ingebragt , en bij de verkiezing van een nieuwen Paus zou het zich door den drang der omstandigheden genoodzaakt zien eveneens te handelen. Ik houd mij verzekerd, dat de italiaansche Regering reeds voorlang besloten heeft, zich in dit opzigt lijdelijk te gedragen, en dat zij desniettegenstaande wenscht dat de verkiezing te Rome plaats hebbe , evenals zij drie Jaren geleden wenschte dat de zetel van den Oppervorst der Kerk in het Vaticaan gevestigd bleef." De Brusselsche Nord zegt omtrent de veelbesproken Bul : „Het schijnt zeker, dat de Bul der kanische Zeitung niet authentiek is. Door een dagblad wordt opgemerkt, dat in dat stuk spraak is van een van 1797 gedagteekend decreet van Clemens XII. Intussehen is die Paus reeds in 1740 gestorven. Volgens een berigt uit Parijs, zou de laatste authentieke geheime Bul van Pius LX omtrent het Conclave zijn vastgesteld in de maand Junij jl., en zou door dat stuk niets veranderd zijn in de hoofdbepalingen, vroeger reeds omtrent het onderwerp der pauselijke verkiezing vastgesteld. De Paus za" zich destijds enkel tot het wijzigen van eenige ondergeschikte punten hebben bepaald." Le Nard, verzekert voorts, dat de Paus reeds op twee bedenkelijke tijdstippen zijner regering, in 1848 en 1870, geheime voorschriften omtrent de keus van zijnen opvolger vastgesteld heeft. De Parijsche clericale bladen deelen verscheidene. correspondentien mede (uit Rome, Keulen enz.), waarin d( Bul in kwestie als om strijd voor valsch wordt verklaard In een dier brieven wordt beweerd, dat de vervalschei de tweede Bul van Pius PI, van 1198, voor een gedeelb woordelijk heeft afgeschreven. --- DUITSCHLAND. Bij het pruissische Huis van Afgevaardigden is in zijne zitting van den 1 Pen dezer ingekomen het eerste der wetsontwerpen, welke de minister van Eeredienst , dr. Falk , I ter aanvulling van de kerkelijke wetten van Mei jl. denkt in te dienen. Het betreft het beheer der vacante bisdommen. In dezelfde zitting is door een der Afgevaardigden, de heer Berger, de aandacht gevestigd op eene werkstaking, Waarbij de belangen van het Huis naauw betrokken zijn. De zetters namelijk van de drukkerij, waar de wetsontwerpeu verslagen en stenografische berigten van het Huk gedrukt worden, hadden honger loon geèischt en, toen de eigenaar der drukkerij meende aan dit verlangen niet te kunnen toegeven, den arbeid gestaakt. De heer Berger deelde mede, dat het weekloon in deze drukkerij 30 á 35 en somtijds zelfs 50 gulden bedraagt en een eisch tot verhoogiug derhalve ongehoord genoemd mogt worden. Hij hoopte, dat de voorzitter van het Huis door zijn invloed en bemiddeling deze zaak tot een gewenscht einde zou brengen. Vervolgens heeft het Huis de derde lezing van het wets-ontwerp tot invoering van het burgerlijk huwelijk ten einde gebragt. Al de voorgestelde amendementen der vrijwillige commissie zijn onder goedkeuring van de Regering aangenomen. De wet treedt, indien ten minste het Heerenhuis geene spaak in het wiel steekt, den Ist9n October van dit jaar in werklug. Het zoogenaamde Ordefeest is jl. zondag met de gebruikelijke plegtigheid te Berlijn gevierd. De Keizer echter woonde op raad zijner geneesheeren het feest niet bij en zoo had alleen de Keizerin onder den troonhemel plaats genomen om de nieuw benoemde ridders, welker namen omstreeks 12 kolommen van den Staals-Anzeiger innemen, langs zich henen te laten defileren. Daarop volgde de godsdienstoefening in de Slotkapel. Wegens den rouw over wijlen 11. M. Koningin Elisabeth bleef de gebruikelijke feestmaaltijd achterwege. De Kanische Zeitung behelst een hoofdartikel over „de tiranny van den zwakke". De „zwakke" is Frankrijk, en het Keulsche blad ontleent het regt om dit land zoo te noemen aan die klaagliederen van de fransche dagbladen, welke zich laten zamenvatten in de woorden: „Wij zijn de geslagenen; wij moeten ons alles laten welgevallen. Duitschland maakt misbruik van zijne overmagt om ons te mishandelen." Het artikel der Kalnische strekt ten betooge , dat de tiranny van den zwakkere tot die soort behoort, welke men zich het gemakkelijkst laat welgevallen, maar dat toch ook zij zekere grenzen niet kan overschrijden. Die grenzen evenwel zijn naar het oordeel der Kanische overschreden. Zij wijst daartoe op de ondersteuning, die de duitsche ultrarriontanen in Frankrijk vinden, waarop het bekende artikel der Norddeutsche Allgemeine Zeitung doelde, en die blijkens de schorsing, welke l'Univers getroffen heeft ook door de fransche Regering wordt afgekeurd. Zij wijst verder op de ongelijkheid der regtsbedeeling in Frankrijk voor Duitschers en niet-Duitschers; een Duitscher kan in Frankrijk bijna geen proces winnen, al is zijne zaak nog zoo regtvaardig. De Kanische Zeitung zegt personen te kunnen noemen, tot welke de fransche vrederegter gezegd heeft: „Zoolang gij Duitschers zijt zult gij altijd uw proces verliezen", en die zich daarop hebben laten naturaliseren. Voorts haalt de Kalnische Zeitung het proces aan der francstireurs, die onlangs zijn vrijgesproken, hoewel het bewezen was, dat zij een Lotharinger hadden doodgeschoten nadat de wapenstilstand in 1871 reeds gesloten en hun bekend was. Ten slotte wijst de Kanische Zeitung op de uittartende houding van een groot gedeelte der fransche dagbladpers. Klaagt deze thans, dat Duitsehland misbruik maakt van zijne overmagt , dan is het mede een gevolg van die houding. Het Keulsche blad is van oordeel, dat Dnitschland eerder te lankmoedig is geweest en dat, ware de oorlog niet gevoerd en Duitschland niet overwinnaar geweest, het nub_ duldig zou geweest zijn. Maar zegt het dat wij Duitschers de overwinning behaald hebben, is toch nog geene reden, dat wij de ongepastheden der dagbladpers, verongelijking voor den regter en clericale kuiperijen voortdurend zouden dulden zonder eens een hartig woordje mede te spreken. Van wege 's Rijks kanselarij is uitgegeven het uitvoerig rapport over „het uitbreken en den loop der cholera in de provincien Posen en Pruissen gedurende de maanden van den Berlijnschen hoog- Mei tot September 1873", leeraar in de geneeskunde dr. 4. _Uitval., die ook lid der cholera-commissie van het Duitsche Rijk is geweest. Den schrijver van dit rapport was den 13den Augustus jl. opgedragen zich naar de twee genoemde provincien te begeven om aldaar een nader onderzoek naar het uitbreken en den loop der cholera in te stellen en zich op de hoogte te brengen van den uitslag der aldaar tegen de ziekte genomen maatregelen. Het eerste gedeelte van dit rapport omvat de algemeene geschiedenis der epidemie, welker uitbreken, zegt dr. Hirsch, niet onverwacht was. De in de laatste jaren opgedane ondervinding had geleerd, dat de cholera bijna geregeld langs den waterweg uit Polen naar Pruissen werd overgebragt. Over de wijze van verbreiding der ziekte zegt de schrijver o. a.: „Indien over de alleen door overbrenging der smetstof veroorzaakte verbreiding der cholera nog ergens twijfel bestaat, dan moet deze wijken bij eene opmerkzame beschouwing van den loop, dien de epidemie dit jaar in de Weichsel-1 streek en de naburige districten genomen heeft, waar heti onderzoek niet alleen een zeer rijk, maar ook zeer gemakkelijk te overzien veld van waarneming voor zich heeft en het juist , op kleine districten gerigte onderzoek de zekerste en ondubbelzinaigste uitkomsten oplevert." In eene eerste onderafde,eling van dit eerste gedeelte spreekt de schrijver over de verbreiding der cholera door het verkeer en noemt hij het „een allerwegen geconstateerd feit", dat ,de overbrenging der ziekte naar de provincien Posen en Pruissen docr de uit Galicie komende houtschippers plaatsgevonden heeft en de ziekte is voortgegaan langs den weg, dien deze genomen hebben." De tweede onderafdeeling handelt over de verbreiding der ziekte door, lijken, kleediugstukken en stroo; de derde over die door drinkwater; de vierde over den invloed der gesteldheid van den grond; de vijfde over den invloed der maatschappelijke ellende. Het tweede gedeelte handelt over de tegen de cholera genomen maatregelen en betoogt, dat men, al zal het aan de beste zorgen ook niet altijd gelukken groote volks-epidemien te voorkomen, naar schrijvers overtuiging toch zeggen kan, dat de bestaande leemten en gebreken in de openbare zorg voor de gezondheid zeer veel hebben bijgedragen tot verbreiding van besmettelijke ziekten , vooral van de cholera, en dat het geenszins onmogelijk is om door aanvulling van die leemten en door het wegnemen van die gebreken voorkomende ziekten binnen zekere grenzen te beperken. Reeds sedert geruimen tijd wordt geklaagd over de toenemende onveiligheid te Berlijn. Vooral zijn het de misdrijven tegen personen, meer nog dan die tegen eigendommen, welke op schrikbarende wijze toenemen. Het hoofd van het Openbaar Ministerie te Berlijn heeft thans, in overleg met den president van politie der hoofdstad, maatregelen genomen om de openbare veiligheid, zoo mogelijk, beter dan tot dusver het geval was te waarborgen, en meeut die in de eerste plaats te moeten zoeken in het onmiddelijk in hechtenis nemen der schuldigen. In eene desbetreffende circulaire worden de gevallen opgenoemd, waarin tot dadelijk in hechtenis nemen moet worden overgegaan. Niet alleen echter in de hoofdstad, maar in geheel Pruissen nemen de misdrijven toe, en ook uit de overige gedeelten van Duitschland hoort men dezelfde klagt. Velen schrijven dit toe aan de vermindering der straffen, welke het nieuwe algemeene duitsche strafwetboek voorschrijft; maar de voorstanders van dit wetboek en deze zijn (I talrijker zoeken de schuld bij de minder goede toepassing der strafwet door de regterlijke collegien. De pruissische minister van Justitie, dr. Leonliardt , schijnt mede dit gevoelen te zijn toegedaan en heeft de ambtenaren van het Openbaar Ministerie aangeschreven om, zooveel dit in hun vermogen ligt, er toe bij te dragen, dat niet liet uitspreken der ligtste straf bij alle voor het eerst gepleegde misdrijven regel zij. --- FRANKRIJK. , Gedurende drie of vier dagen reeds zijn te Parijs weder levontrustende geruchten omtrent de verhouding van het fmnsche Gouvernement tot verscheidene buitenlandsche Kabluetten , met name tot het italiaansche , het duif sche en zelfs tot liet zwitsersche, in omloop. Die geruchten hebben den cours der openbare fondsen gedrukt en op de beweging van handel en nijverheid een belemmerenden invloed uitgeoefend. Thans begint men meer en meer tot de overtuiging te komen, dat voor die geruchten geen of zeer weinig grond bestaat; het is er echter, ondanks de geruststellende verzekeringen der officieuse organen, noc, ver af, dat het vertrouwen geheel teruggekeerd is. de geruchten omtrent eene ophanden zijnde botsing met Italie ontleenen hunnen grond eensdeels aan het beweren, dat de italiaausche Regering op nieuw op de terugroeping der Orénoque heeft aangedrongen, anderdeels aan de interpellatie-Dutemp/e omtrent de vertegenwoordiging van Frankrijk bij het Gouvernement van Koning Pietor Emmanuel, waarin dat Gouvernement eene bedenkelijke bedreiging van de zijde der in het Kabinet vertegenwoordigde fransche ultramontaansche partij zou zien. Het is intusschen van verscheidene zijden reeds gebleken en het wordt thans op nieuw door de half-officiële Italie bevestigd dat het italiaansche Gouvernement geenerlei vertoog, officieus zoomin , als officieel, ter zake van de Orénoque heeft gedaan. En wat de interpellatie-Dutempie betreft, is het van algenaeene bekendheid, zoowel binnen- als buitenslands, dat de regter zijde, de gouvernementele partij, zelve tegen die interpellatie is en dat zij haar zelfs door de , prealabele kwestie heeft willen onderdrukken; iets, waarvan zij heeft afgezien omdat de Regering, naar verzekerd wordt, zich de gelegenheid niet wil benomen zien om hare staatkunde omtrent Italie en den H. Stoel in het licht te stellen. De geruchten omtrent eene gespannen verhouding tot 11 Dnitschland zijn door een paar scherpe artikelen van de Nordd. Aligem. Zeitung ontstaan. Een dier artikelen betrof eene toespraak, door den generaal Ladmirault op nieuwjaarsdag tot de officieren der Parijsche bezetting gehouden en waarin hij gewaagd zou hebben van den pligt om Frankrijk zijn overwigt in Europa terug te geven. De Nordd. Zeitung , zich aan die uitdrukking stootende, zeide: zoolang de Franschen van overwigt spreken, kunnen wij geen vrede met die natie hebben; evenmin als wij overwigt willen uitoefenen, kunnen wij besluiten het te dulden. Sedert is door het Agentschap-Ilavas verklaard, dat de generaal Ladmirault van geen overwigt gesproken heeft. Meer ergernis en opzien nog heeft verwekt het artikel van de Norddeutselte (die men in Frankrijk voor het orgaan van den heer von Bismarek houdt), waarvan de hoofdinhoud „Dnitaehland" is medeiseuteem ; een tu rubsisc r , man , aan de duitsche Regering vijandige mandementen van het fransche episcopaat en welligt ook door de aaagekondigde interpellatie-Dutentp/e. Niet alleen de clericale, maar ook de liberale Parijsche pers heeft zich aan dat vertoog, en vooral aan het onvolledige en onjuiste uittreksel, in een telegram daarvan gegeven, geërgerd. De Débats o. a. verklaarden dat artikel niet te begrijpen. Zij konden niet gelgoven , dat de heer v. Bismarck het bondgenootschap van Frankrijk bij zijnen veldtogt tegen de Katholieke Kerk verlangde. Ofschoon anders geen vriend van het clericalisme, heeft dat blad nadrukkelijk partij voor de fransche geestelijkheid gekozen, die, gelijk het verzekert, ondanks hare volledige onderworpenheid aan den H. Stoel, hare pligten jegens het land niet uit het oog verliest, de wetten eerbiedigt en wederkeerig eerbied, ook van andersdenkenden op kerkelijk en staatkundig gebied, voor zich afdwingt. De Débats meenen tevens, dat de Regering zich in dezen niets te verwijten heeft, daar de hieer de Fourtou de bedreigingen der Norddeutselte niet heeft afgewacht om de fransche geestelijkheid, toen deze zich door hare niet onregtmatige verontwaardiging tot gevaarlijke uitvallen liet vervoeren, binnen de perken der betamelijkheid terug te brengen. Het genoemde orgaan is van gevoelen, dat het van de Regering afhangt om de bestaande ongerustheid geheel weg te nemen. indien zij, op het voorbeeld, door het Gouvernement-Thiers i.)ij dergelijke gelegenheden gegeven, de aanstaande interpellatien in het Parlement aangrijpt om ronde en heldere verklaringen omtrent hare buitenlandsche staat- kunde af te leggen. – Door sommige Paiijsche bladen is beweerd, dat ook tusschen de Regeringen van Versailles en Bern wrijving en verkoeling was ontstaan, en wel ter zake van msgr. Ittermillod. Die verdreven bisschop of, zooals de zwitsersche overheden en anti-clericalen hem noemen, gewezen pastoor van Genève, die zich nog aoltpijhdidnt n n heet van paar uren van die stad gelegen Fernay ou daar zijn vroeger kerspel of bisdom nog zooveel mogelijk leidt, is, na reeds tijdens de bedevaarten OP sommige middenpunten daarvan voor de fransche Katholieken te zijn opgetreden, thans, ter gelegenheid der Adoratie, in de Magdalenakerk te Parijs komen prediken,Bardid, krachtige redenaarstaal en de verni die de tegen hem gerigte vervolgingen hein in de katholieke wereld geven, dagelijks een grooten toevloed van hoorders hebben heengelokt. Volgens in omloop zijnde geruchten, had die optreding in de fransche hoofdstad zoowel als het verblijf van den verdreven prelaat in de nabijheid van het zwitsersche grondgebied aanleiding tot een ernstig vertoog van de zijde van het Eedgenootshap- peiijk Bewind gegeven. Voor die geruchten bestaat echter, gelijk het Agentschap-Ilavas heeft verzekerd, geen gr"d; de zwitsersche gezant, de heer Kern, heeft te dezer zake schriftelijk eenige klagt van zijn Gouvernement overgebragt. c noch mondeling, noch Het Agentschap-Haas heeft gisteren , maandag, het volgende uit Versailles ontvangen berigt medegedeeld: „L' Univers is voor twee maanden geschorst. Die maatregel, waarvan gisteren reeds spraak was, maar waartoe eerst heden-ochtend is besh)ten , heeft tot aanleiding de openbaarmaking van een mandement van den bisschop van Périgueux en van andere, in het : Jongste nummer van dat blad opgenomen artikelen." ~ Het bedoelde, waarschijniiJ.K. reeds eenigen tijd geleden uitgevaardigd herderlijk schn.iven van den bisschop van j, Eacycli Périgueux en Sarlat , msgr• . habert , strekt tot aankondiging der pauselijke van 21 Nov. jl. Hoewelca dat mandament in warme bewoordingen is gesteld, is de toon daarvan toch niet scherper, heftiger of hartstogtelijker dan vele vroegere te zelfder zake openbaar gemaakte documenten. Het bestaat voor een groot gedeelte uit woordelijke aanhalingen van de pauselijke Encyclica. De vervolgingen der Kerk in Zwitserland en Duitschland bestempelt het met den naam liii „handelingen van het cesarisme" en Koning vietor Emmanuel met dien van „heiligschennenden overweldiger" van den Kerkelijken Staat. genootschappen worden door De woelingen der geheime I den bisschop niet minder streng veroordeeld en betreurd dan de vervolgingen der Gouvernementen. Waarschijnlijk zou dit mandement de aandacht slechts in eene geringe mate getrokken hebben,. indien het veertien dagen . vroeger, onmiddelijk na de uitvaardiging, het licht had i gezien, en men mag aannemen, dat l' Univers , voor het opnemen daarvan niet gestraft zou zijn, indien de Norddeutsche Zeitung niet zulk een dreigenden toon aangeslagen had en de vrees voor nieuwe botsingen met het buitenland veler gemoederen niet zoozeer vervulde. Eenige dagen geleden is door de fransche dagbladen een besluit van den minister de Fourtou medegedeeld, waarbij de verkiezingen tot zamenstelling der Presbyteriale Raden en Cousistorien (plaatselijke kerkeraden en ringvergaderingen) van het Hervormde en van het Luthersche kerkgenootschap, die in de eerste helft der loopende maand moesten plaats hebben, tot de tweede helft van April zijn uitgesteld. Reeds tijdens het jongste uiteengaan der Herv. Synode in het begin van December jl. is er spraak geweest van het verschuiven der verkiezingen tot na de invoering der nieuwe kerkelijke kieswet, die, met de bekende geloofsverklaring en met andere door de Synode genomen besluiten nog bij den Raad van State in overweging zijn. Ondanks den aandrang van de zijde der Synode die laatstelijk, gelijk men weet, enkel uit de orthcdoxe groep (62 van de 108 gedelegeerden, waaruit zij primitief, in 1872, bestond) was zamengesteld —is destijds bepaald, dat de nieuwe verkiezingen naar de bestaande reglementen en in Januarij zouden plaats hebben. Sedert echter schijnen de vertoogen der Synodale Commissie den tegenwoordigen minister van Eeredienst tot andere gedachten gebragt te hebben. De liberalen of rationalisten zijn, zooals naauwelijks vermelding behoeft, over dezen „coup d' Etat ten behoeve der orthodoxen", zeer misnoegd. Zij betoogen , dat de tegenwoordige Presbyteriale Raden na 31 Januarij ophouden de wettige organen der geiwente te zijn, en doen uitkomen, dat de bedoeling der verschuiving geene andere is dan om, dank zij de bij de nieuwe (nog niet bekrachtigde) kieswet van de lidmaten of stemgeregtigden gevorderde adhaesie aan „de in de heilige boeken van het Oude en Nieuwe Testament geopenbaarde waarheden" en de verdere van hen geèischte verklaringen, de nieuwe Raden uitsluitend uit orthodoxen zamen te stellen. L' Univers maakt in een artikel, hetwelk zij aan de geschillen tusschen de Algemeene Synode en die van le Désert de Vereeniging der zich teruggetrokken hebbende rationalistische minderheid wijdt, de opmerking, dat deze laatsten wel aan de regtzinnigen verwijten, dat zij zich aan het juk van den Staat onderwerpen, maar dat de rationalisten door hunne beroepen op den Staatsraad toonen van dat juk evenmin wars te zijn. Zij vraagt verder, niet het oog op de verklaring van het liberale consititorie van Nimes , dat het van de nieuwe kieswet niets weten wil en zich aan de wetgeving van 1852 blijft houden eene verklaring, die reeds vele adhaesien erlangd heeft of de liberalen werkelijk besluiten zullen om zich aan de verkiezingen te onttrekken, indien het Gouvernement niet gezind is om, gelijk men thans van de rationalistische zijde begeert, de besluiten -ar' le-iïkér triftiffii niet beslissen, maar zegt, zich daarentegen wel overtuigd te houden, dat er niet ligt een modus vivendi tusschen het dogmatisme der Algemeene Synode en het nihinisme der Synode van de Woestijn gevonden zal kunnen worden. Het blijkt uit een artikel van den heer Louis Veuill9t , 't welk in hetzelfde nummer van r Univers 'voorkomt, waarin het mandement van den bisschop van Périgueux is opgenomen, dat de slag, die l' Univers getroffen heeft, niet onverwacht is geweest. Die publicist verklaart, dat de heer von Bisniarck, reeds voordat het bekende vertoog in de Norddeutsche Zeitung het licht zag, eenige vertrouwelijke nota's aan het fransehe Gouvernement heeft ingediend, waarvan ééne betrekking had op de onlangs voorgevallen vrijspraak van een zestal francs-tireurs van de marine, terwijl in eene andere de opheffing van l' Univers werd gevraagd. „Hoe ongelooflijk dit schijnen moge schrijft de heer Peuillot —is het niettemin waar. Gisteren verzekerde men ter Beurze, dat reeds tot den laatstbedoelden maatregel besloten was en dat het opheffrigsdecreet heden-ochtend in het licht zou verschijnen. Wij moeten er bijvoegen, dat de inschikkelijkheid van den minister over het algemeen niet misbillijkt werd. De Beurs is conservatief, maar aan de linker zijde. Te Rome, onder de Keizers reeds, hadden de geldhandelaars weinig met de Christenen op, in wie zij slechtsl overtollige of hinderlijke personen zagen. De staatkundige Beursmannen berekenden, dat de opheffing van l' Univers de verplaatsing van eenige stemmen ten gevolge kon hebben en het ministerie welligt zou noodzaken om meer tot de linker zijde te naderen, waardoor de vereeniging der centrums dat eenige en onfeilbare redmiddel voor het land! tot stand zou kunnen worden gebragt. . . Desniettemin heeft het ministerie wijsselijk geweigerd aan den aandrang van den heer von Bismarck toe te geven. Die Rijks-kanselier redeneerde aldus: De heer de Fourtou heeft de bisschoppen nu wegens hunne sympathie voor de duitsche bisschoppen, die tegen den wil des Keizers opstaan, doorgestreken maar l' Univers stoort de rust evenzeer door Zijne sympathie voor de frausche bisschoppen. Ook deze moet eene waarschuwing ontvangen, en de beste waarschuwing is eene opheffing. Hij verwaardigde zich voorts op te merken, dat de opheffing door den staat van beleg gemakkelijk werd gemaakt en concludeerde, dat het Gouvernement gereedelijk voor een bondgenoot kon doen wat het voor zich zelf doet." De heer Veuillot zegt verder, dat de heer von Bismarek een dossier van verwijten en grieven verzamelt met het doel om daaraan een cas de guerre te ontleenen , waarvan de kwantiteit voor de kwaliteit in de plaats zou moeten treden. „Hij polst Frankrijk zegt hij maar onzes inziens kan Frankrijk zich laten polsen. Hoe meer hij polst, hoe meer hem de lust zal vergaan om het waagstuk te beproeven. Door het buitensporige en onmogelijke van ons te vragen, noopt hij ons tot tegenstand. Wij hebben voorzeker onze bezwaren, en deze zijn zelfs zeer groot; maar hij heeft de zijne ook, en wat zouden wij er bij winnen met toe te geven zonder strijd? Het fransche Gouvernement is zwak; maar ééne kracht blijft het over: het is niet vervolgziek. De heer Bismarck zou het die eigenschap, die hij in zulk eene uitnemende mate bezit, gaarne overdoen, overtuigd, dat vervolging hem beter zou dienen dan zijne wapenen. Maar zij staat niet in de magt van hen, die Frankrijk thans regeren, en wij mogen er, Gode zij dank! te hunner en te onzer eere bijvoegen, dat zij nog veel minder in hunne wenschen, noch in die des lands ligt. Het land rekent hun dit, ondanks zijne misnoegdheid , aan, en God rekent dit, ondanks Zijne gramschap, het land aan. Frankrijk is, in spijt van zijne dwalingen, nog een land van loyauteit, van vrijheid en regtvaardigheid. Het geeft daarvan het voorbeeld aan Italie , aan Zwitserland, aan Duitschland, aan andere volken. Het doet niet alles wat het zou kunnen doen; maar het doet alles, waartoe het zich in staat acht, en het gedoogt vooral niet, dat men het iemand tot eene misdaad aanrekene , dat hij zijnen pligt jegens God vervult. Hij, die dezen edelen en diepgewortelden karaktertrek des volks zou willen miskennen, zou zeker kunnen zijn van een jammerlijken val. Hierdoor vindt Frankrijk nog genade bij den God der regtvaardigheid en zal het zich weder verheffen zonder aan de bedreigingen van den heer von Bismarck toe te geven." In het Journal des Débats heeft de heer Paul Leroy Beaulieu weder een artikel geleverd over de muntkwestie. Hij doet uitkomen, dat van de zijde van den handel met name door de Kamers van Koophandel te Antwerpen en te Lyon het eerst de meening is uitgesproken, dat in de landen der Latijnsche Unie de dubbele standaard moest verlaten worden. Zeer teregt is aangetoond, meent hij, dat, wanneer Duitschland , de scandinavische Staten en Nederland den enkelen gouden standaard hebben, gedeprecieerd zilver het goud met belangrijk verlies zal vervangen in de landen, die den dubbelen standaard behouden, en dat de wisselcoursen altijd in het nadeel dier landen zullen zijn. Hij herinnert, reeds vroeger er op gewezen te hebben, dat het zilver thans reeds zeer in waarde gedaald nog grooter waardevermindering tegemoetgaat, daar de productie van het zilver toeneemt, het zilver op de markten van het Oosten belangrijk minder gevraagd is en demonetisatie van het zilver in Duitschland , Scandinavie en Nederland dreigt. Ook acht hij bij de wijziging, die de handel heeft ondergaan, het zilver steeds minder voor ruilmiddel geschikt wegens de groote transactien, die tegenwoordig gesloten worden. Hij wil dus door Frankrijk ook den enkelen gouden standaard aangenomen zien. Het zilver dat is eigenlijk al wat hij verlangt moet alleen in zoover behouden blijven, dat men verpligt is bij sommen van minder dan 50 of 100 fr. het zilver in betaling aan te nemen. Maar voor grootere sommen moet goud kunnen gevraagd worden. Nog merkt hij aan, dat gewis Frankrijk gemakkelijker zijne betalingen in specie zou kunnen hervatten, indien men het zilver vrij derwaarts liet vloeijen. Maar daarmede zou niets gewonnen zijn. Want terwijl men op het fransche bankbiljet met gedwongen cours thans 1 of 2 fr. op de 1000 tegenover het goud verliest, zou men op het zilver 30 of 40 fr. op de 1000 verliezen. In dezen staat van zaken is het dus beter het papier te behouden dan het zilver te laten circuleren. Ook betoogt de schrijver, dat er nog zeer veel goud bijna evenveel als v6sr het betalen der oorlogsschatting aan Buitschland in Frankrijk aanwezig is, dat terstond, indien Frankrijk zijne betalingen in goud hervatte, te voorschijn komen zou. Hij heeft met genoegen gezien , dat door de Conferentie betreffende de muntkwestie aan het hoofd van haar programma de vraag is gesteld: Welke zijn de oorzaken van de tegenwoordige waardevermindering van het zilver? Indien deze oorzaken die zijn, welke hij opgegeven heeft, dan is er geen andere weg open dan het aannemen van den enkelen gouden standaard. --- GROOT-BRITTANNIE. Het Congres der afgevaardigden van engelsche Werkmans-Vereenigingen , dat gedurende de afgeloopen week te Sheffield is vergaderd geweest, heeft zaturdag 11. zijne vergaderingen gesloten. Het Congres heeft, behalve wat daaromtrent reeds is medegedeeld, een aantal motien aanuongres m oliét waar geschillen t.lA:nggrdZli i.givjei het werkman kunnen voorkomen, en waar het mogelijk is werkstakingen door het stichten van coOperative Vereenigingen te voorkomen, alle Werkmans-Vereeaigingen vermaand worden om al het haar mogelijke te doen om hulp te bieden, ten einde, voor zooveel mogelijk, werkstakingen en lock-outs voor het vervolg te voorkomen." „Het Congres houdt het er voor, dat het beoefenen van handwerksnijverheid door gevangenen, waarvan de producten op de openbare markt worden verkocht, eene schending is der wetten van regtvaardigheid en van het maatschappelijk leven; strekt tot verarming en verhongering van den eerlijken en vrijen werkman, en onmiddelijk de aandacht van den Staat eischt." „Het Congres protesteert er tegen, dat het departement van Oorlog toelaat, dat soldaten in den oogsttijd met landbouw-werklieden in mededinging treden, tenzij duidelijk bewezen zij, dat de oogst, wegens gebrek aan handen, niet zou kunnen worden binnengehaald." „Het Congres acht thans den tijd gekomen om den werkman toe te laten tot het lidmaatschap van Jury's." „Het Congres verheugt zich over den voortgang, welken het beginsel van internationaal scheidsregterschap maakt, gelijk blijkt uit de uitbreiding en ontwikkeling der openbare meening te zijnen gunste, de stemming in het Huis der Gemeenten in Julij 11. en de jongste eenstemmige aanneming van het beginsel door het Parlement en de Regering van Italie ; het Congres betreurt het, dat onze Regering geene daadwerkelijke stappen heeft gedaan, ten einde gevolg te geven aan de stemming van het Huis der Gemeenten." Zaturdag 17 Januarij 11. is in het Imperial-H3tel te Londen eene talrijk bezochte meeting van werklieden in werktuigfabrieken gehouden, ten einde de verslagen te vernemen van de afgevaardigden omtrent het aantal werklieden, welke dien dag verhoo,ging van loon van 2 sh. verkregen hadden, waarvoor de jongste strikes en lockouts hebben plaats gehad. Ten gevolge van gebrek aan tijd had men slechts bij benadering kunnen berekenen, dat ongeveer twee derden der werklieden in de verschillende fabrieken eenige loonsverhooging gekregen hadden; vele hunner hadden slechts eene verhooging van 1 sh. ontvangen. Dit werd door sommige vertakkingen der Vereeniging van werktuigmakers niet bevredigend geacht, en reeds was eene motie in gereedheid gebragt , waarbij allen, die de gevraagde 2 sh. niet ontvingen, werden uitgenoodigd den arbeid op nieuw te staken. Maandag zouden de in hunne schatting benadeelde werklieden hunne zaak aan de bazen voorleggen, en mogten zij niet verkrijgen hetgeen zij verlangen, dan zouden zij op nieuw den arbeid staken. De voorzitter der meeting zeide , dat het geen twijfel leed, of de zaak was nog niet geschikt, en men moest met ijver inschrijvingen blijven verzamelen voor hen, die uit beginsel andermaal den arbeid staken zullen. Angela Georgina barones Burdett-Coutts de welbekende Londensche weldoenster, die bare vorstelijke weldaden niet tot de hoofdstad, maar tot het geheele Rijk en zijne kolonien uitstrekt, is donderdag 11. te Edinburg als eere-burgeres dier stad opgenomen. De acte daarvan is haar in een fraai bewerkt zilveren schrijn overhandigd. Sedert 1869 is dit eere-burgerschap alleen te beurt gevallen aan de heeren Disraëli en Bright , aan sir James Simpson en aan lord ..Napier van Magdala. De grootvader van lady Burdett-Coutts , Thomas Coutts esq. , de Londensche bankier en grondlegger der fortuin zijner familie, is in 1813, in hetzelfde jaar als „ Walter Scott esq.", tot edeburger van Edinburg verheven. --- BINNENLANDSCHE BERIGTEN. MEM. WI M.M./4 =k• v.ma..•• "....M.JR...•••••••11.1 Vl, Amsterdam'', 19 Jannatij. Volgens een bij de , directie der Nederl.-Ind. Droogdok-Maatschappij alhier ontvangen telegram uit Middlesbro' , heeft de voor rekening van genoemde Maatschappij aangekochte communicatie- en sleepboot Amsterdam, kapt. Krealen , heden de reis naar Java door het Suez-kanaal aanvaard. Die stoomboot is in de eerste plaats bestemd om de gemeenschap tusschen de etablissementen op de eilanden Amsterdam en Middelburg en de reede van Batavia te onderhouden, maar zal ook gewigtige diensten kunne!! bewijzen aan de wxlerlandsche koopvaardijvloot, daar bij avarij , stilten of tegenwinden de behoefte aan eene goede sleepboot dringend wordt gevoeld. De heer W. Oostmeijer, hoofdonderwijzer aan de school voor christelijk onderwijs op de Boommarkt alhier, is weder opgetreden als vice-voorzitter van het centraal comité voor het kindergeschenk aan den Koning. Het genoemde comité heeft het berigt ontvangen, dat zich te Paramaribo een koloniaal comité heeft gevormd. Naarden, 19 Januarij. Dat ook hier, gelijk elders, de huurprijs van de hooilanden jaarlijks aanmerkelijk stijgt, bleek o. a. in de vorige week, toen de notaris de Roeper alhier de hooilanden van liet weeshuis en die van de Hervormde gemeente alhier verpachtte. Hetzelfde hooiland van het weeshuis, dat in 1873 f 5668 in huur opbragt , steeg nu tot f 6388; terwijl dat der Hervormde kerk van 873 op f 999 kwam. Medemblik , 19 Januarij. De Raad dezer gemeente heeft onlangs besloten, de jaarwedde, verbonden aan de betrekking van 21en hulponderwijzer aan de school voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs alhier, te verhoogen van f 450 tot op! 500. Weesp , 19 Januarij. De Raad van deze gemeente heeft de jaarwedde der hulponderwijzers nader geregeld op f 500 , met bepaling, dat voor het onderwijzen van de vakken, genoemd onder de letter k tot en met o in art. 1 der wet op het lager onderwijs, aan de leerlingen van eene of beide openbare scholen, de jaarwedde zal worden verhoogd met f5O voor ieder vak. Voorts is aan de hulponderwijzeressen met de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in de nuttige handwerken eene jaarwedde van f 450 toegekend. 's Gravenhage, 20 Januarij. Men verneemt, dat Z. M. de Koning den heer J G. Vogel, voorzitter van het schilderkundig genootschap „Pulchri Studio", lid der hoofdcommissie van de Weener tentoonstelling, heeft benoemd tot ridder 4de klasse van den Gouden Leeuw van Nassau. Leiden, 20 Januarij. Gisteren-avond is hier weder eene volksvoorlezing vanwege het Leidsche Departement der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen gehouden. Deze avond was voornamelijk gewijd aan de beantwoording der vragen, omtrent de laatste door den heer H. Witte gehouden lezing ingekomen. De heer Witte beantwoordde op boeijende en aangename wijze het tweetal ingekomen vragen, betreffende het kweeken van planten en de mogelijkheid van het houden eener tentoonstelling van door den arbeidsman gekweekte planten. Spreker gaf daarbij te kennen, dat de commissie voor de volksvoorlezingen het stellig vooraemen heeft, zoodanige tentoonstelling met al de middelen die haar ten dienste staan te bevorderen, en dat zij de hoop durft koesteren, dat plan nog in dit jaar verwezenlijkt te zien. Veel zou daarbij afhangen van de medewerking der arbeidende klasse zelve. De aanwezigen gaven door toejuiching blijk van hunne belangstelling en ingenomenheid met dit plan. Het verder gedeelte van den avond was bestemd voor de voortzetting der populaire voordragt van den heer N. Brouwer, over een deel der natuurwetenschap (de lucht). Bij verhindering van dien heer, werd dat gedeelte van den avond op de aangenaamste wijze aangevuld door een der leden van de commissie, die op hoogst verdienstelijke wijze twee dichtstukken voordroeg. Rotterdam, 19 Januarij. De Vereeniging tot verschaffing van gezuiverd Maaswater alhier heeft een verslag van hare werkzaamheden gedurende het jaar 1873 openbaar gemaakt. Daaruit blijkt, dat de verkoop van water, die in 1871 84,480 liters bedroeg, in 1873 is geklommen tot 635,195 liters. Leeuwarden, 18 Januarij. Gedurende het jaar 1873 zijn in Friesland 750 gevallen van besmettelijke longziekte onder het rundvee voorgekomen, tegen 685 in 1872. In vele jaren werd een zoo hoog cijfer niet bereikt; van 1862 af was het steeds lager, in 1868 niet meer dan 15. Het meest leden de gemeenten in den znidwesthoek der provincie; vooral de gemeenten Doniawerstal, Wonseradeel , Workum en Wij mbritseradeel , in welke vier gemeenten te zamen gedurende de maand December niet minder dan 166 gevallen voorkwamen. In die maand werden 16 nieuwe beslagen aangetast. Groningen, 18 Januarij. Voor het afleggen van het admissie-examen aan de Hoogeschool alhier hadden zich drie candiclaten aangemeld. Daar geen hunner was opgekomen, kon het examen geen voortgang hebben. Kampen, 19 Januarij. Door de tegenwoordigheid van geest van den stationschef te Elbur, is de trein n° 3, die heden om 9.20 uit Utrecht naar lampen vertrokken was, aan een groot ongeluk ontkomen. Een ijzeren band namelijk van het houten rad van een bagagewagen was losgegaan en in het wiel zelf ingedrongen, zoodat een deraillement onvermijdelijk was. De trein (een sneltrein) wrlnnrrl P 11P+ Wi-c:1.14,v. echter, , dat er iets haperde en maakte met zijne handen zooveel beweging, dat de machinist begreep te moeten stoppen. Eerst tien minuten verder was de trein tot staan te brengen en niet dan nadat twee wagens reeds ontspoord waren. Niemand heeft echter letsel bekomen; met den schrik en eenige uren oponthoud zijn allen vrijgekomen. Arnhem, 20 Janualij. Blijkens het programma der eerste tentoonstelling van bloeijende en groene planten, bloeijende bol- en knolgewassen, bouquetten , aquariums, terrariums, tuinsieraden, tuingereedschappen, levende en opgezette vogels enz. , van 23-26 April a. s. te dezer stede door het departement „Arnhem" der Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van Nijverheid te houden, zijn uitgeloofd: 275 zilveren (groote en kleine) en bronzen (groote en kleine) medaijes , vertegenwoordigende eene waarde van ongeveer f 1800. Bovendien zullen enkele gouden medaijes ter beschikking van de jury gesteld worden, om door haar te worden toegewezen aan die inzenders, wier inzendingen de verdienstelijkste geacht worden. Utrecht, 20 Januarij. Bij het gisteren plaats gehad hebbende admissie-examen voor de Hoogeschool alhier zijn van de 15 aspiranten 13 toegelaten en 2 afgewezen. -- Op den Zeedijk, M. 510, heeft zich een geval van cholera met doodelijken afloop voorgedaan. Nog zijn aan cholera overleden mot der Wurf, bemuurde Weerd, M. 44, en Rodofs, Hoogenoord, M. 672. De gezinnen van deze drie slagtoffers drinken allen het slechte water uit de Vecht. De vóór eenige dagen in het Hooimagazijn of de Hooipoort aan cholera overleden vrouw woonde naast het huis, waarin de man, wiens vrouw in het poortje Nooit Gedacht aan cholera overleden is, zijnen intrek genomen heeft. De onderadjudantsvrouw, , die in de vorige week in de kazerne aan cholera overleden is, kocht melk van een melkventer, die in de Kroeselaan woont tusschen de woningen van de drie personen, aan cholera overleden, en waar ook de besmettelijke pomp staat. (D. D.) Middelburg, 19 Januarij. Uit de commissie voor de feestviering op 12 Mei a. s. is eene commissie van uitvoering benoemd, bestaande uit de heeren J. W. Sckorer, , eere-voorz. ; G. N. de Stoppelaar, voorz. ; B. H. F. W. Matkon , onder-voorz. ; J. J. H Doorenbos , secretaris; B. d. Ferhey, , penningmeester; D. Koning, D. A. Berdenis van Berlekom en W. Appel. Deze commissie heeft thans eene circulaire aan de ingezetenen gerigt , met verzoek om vóór ultimo Januarij plannen voor eene feestviering bij haar in te zenden, ten einde daaruit eene keuze te doen. Gisteren-avond had weder eene volksvoordragt plaats, gegeven door de Vereeniging „Uit het Volk, voor het Volk", die door ongeveer 600 personen werd bijgewoond, waarvan p. m. 500 de entree van 5 cents betaalden, en waarin zoowel de verschillende sprekers als de Volks-Zangvereeniging veel bijval verwierven. ---