PERS-OVERZICHT. Derde (Saaiste) Blad. Minster Loudoas verklaring. — De N. R o 11. C t. doet ten aanzien van de opmerkelijke verklaring, die minister London gisteren in de Tweede Kamer aflegde, iiitkomen, dat het uitgangspunt onzer regeering „trpuw aan bestaande verdragen”, onaantastbaar is. Rechtsgevoel, geenszins overmatige welwillendheid jegens Duitschland, bepaalt deze houding. Ware het tegendeel het geval, de regeering zou niet met zooveel nadruk verklaren, dat Duitschland zich vergist, als het volhoudt, dat pok zendingen zand dn grind, welke voor Imilitaire doeleinden ' bestemd zijn, krachtens verdragsbepaling hehooren te worden doorgelaten. Spoedige overlegging van het door onze regeering gevraagde bewijsmateriaal is, zoo gaat het blad voort, wel het minste, dat men van Engeland verwachten kan. Waar zoo krass© represaillemaatregelen genomen worden (maatregelen die we.iswaar me. de belro.iken aangelegenheid in geien enkel verband stonden, maar dan toch naar de zienswijze der Engelscli© regeering daarin haar rechtvaardiging schenen Ite vinden) lag het voor de hand, dat tot staving van de redelijkheid van zoo ongewoon optreden onmiddellijk afdoend bewijsmateriaal zou zijn overlegd. Daarop wacht onze regeering, blijkens de verklaring van minister London, tevergeefs. En intusseben wordt het economische leven van Nederland en zijn© koloniën |ten ernstigste bedreigd Vast staat wel, dat onze regeering — hoe beginselvast óók — het geenszins op haren en snaren wenscht t© zetten. Ook voor een© be. slissing door een international© scheidsrechterlijk© commissie is zij; te vinden, mits Engeland daartoe het voorstei doet. Op haren weg ligt dit laatste —- oordeelt zij — na het voorgevallene niet. De Ned. regeering denkt er niet over aldus de N i e u w e (Jt. — zich. door pressie te laten dwingen tot een daad, die zij in strijd acht tnet bestaande verdragen. Deze fiere houding js de eenige, die wij ons van een Nederlandsche regeering kunnen voorstellen, en a’ea déplaise de verzekeringen van de Britsche pers, en van haar dienaren in neutralia, geloovea wij nog steeds, dat de Britsche regeering de „weinig welwillende poging” zooals de minister deze onvriendelijke daad karakteriseerde, zal opgeven, nu zij ziet, dat geen ernstig mensch in Nederland van zijn regeering iets anders verwacht, dan dat deze volhardt bij haar eerbiediging van door verdragen vastgestelde verplichtingen. Volhardt de - Britsche regeering in haar tot mislukking gedoemde poging, dan zal toch het voorbeeld door de Nederlandsche regeering thans gegeven, van v/aarde zijn voor de redding van den eerbied voor het recht. Het V ad er.land doet opmerken, dat uit ’s ministers verklaring niet blijkt, dat over iijn rechtsopvatting verschil van meerling bestaat met de Engelsche regeering. Het. conflict loopt over feiten. Feiten, die onze regeering zooveel mogelijk heeft gecontroleerd, maar waarin zij zich heeft kunnen vergissen. Zoo ,dat het geval is, kan Engeland er op rekenen, dat het onze regeering aan te bieden bewijsmateriaal ernstig zal worden onderzocht. Op het rechtsstandpunt blijkt onze regeering zoo sterk te staan en zoozeer overtuigd te zijn yan de juistheid harer zienswijze, dat het blad vraagt, waartoe het noodig is, dat Engeland tot zoo krasse maatregelen zijn toevlucht neemt. [Wil het arbitrage, dat het die voorstede; wil het echter eerst beproeven onze regeering te overtuigen op de bewijsstukken, die het bezit, iwÜaan, wij zijn er van overtuigd, dat het bij Idem minister een volkomen onbevangenheid zal ontmoeten. Maar het kan niet vorderen, dat onze regeering onder den druk van pressiemaatregelen zonder eenig bewijs dat haar standpunt onjuist is, dat prijs geve, Het kan elk oogenblik recht erlangen, waarom moet het dan macht gebruiken? Het verschil moge van enorm gewicht zijin in zijn consequenties voor de belligerenten — het schijnt zoo weinig onoplosbaar, dat wij niet kunnen gelooven, dat Engeland zal volharden bij zijn dwang, Het Hande lsblad brengt de wenschelrjktieid ter sprake dat ook omtrent het wellicht nog ernstiger geschil met Amerika (den exneutraal!) eens vragen' werden gesteld, ten aindei den minister in. de gelegenheid te stellen tot liet afleggen van een even korte en duidel'iikiei verklaring. Hei zou menigeen in den lande do oogen openen en ongetwijfeld ook in die quaestic den minister de weldoende zekerheid verschaffen. |dat de gansche Kamer zijn politiek goedkeurt. En wellicht zou Hat de Britsche ©n Am©irikaanscha regeeringen nog eaus tót ©enig nadenken brengen. Het kan \zij'n dat zij slechts voorwendselen zoeken om zich meester te kunnen maken vjn de meer dan 100 Nederlandsche schepen die in Amerikaansöhe en Britsch-koloniale havens wederrechtelijk worden vastgwhouklen — en die zij zoo goed zouden kunnen gebruiken. Maar de. heier Van Aalst hoeft zoo Iterecht gezegd dat ©r thans, met nam© door kie Vereeniga© Staten „hoog spel wórdt gespeeld”! Wij ,,voor ons zien dat vooral hierin Idat wij, hoe meer d£ economisch© betrekkingen naar het Westen worden afgesneden, gedwongen worden tot liet aanbalen van de econoImische banden met liét Oosten. Dat is een [toestand die de overgroot© meerderheid van [ons land stellig niet wil; in ons oog is dit [gevolg van de Britsch-Amerikaansc'hie politiek van bullying niet mihder noodlottig voor ons [dan het rechts Hoekscha eftect van die politiek. 1 Volgens de Telegraafis de eeltige zwakke plek in. de politiek onzer regeering het ontbrekep van een nadere motiveering van ’t feit, dat tusschen 15 Augustus en f5 November de Duitschers gelegenheid hebben gekregen om Voorraden te vervoeren, op grond van de overweging, dat zij die dezen winter misschien niet zouden kuunnen vervoeren door stremming van de vaart. Het blad meent, dat cifze regeering het risioo van niet te kunnen transÊorteeren bij strenge vorst voor rekening van •uitschland had moeten laten. Inmiddels nadert de fatale datum van 15 November. . Fataal ? Ja, want dan houdt d© doorvoer wel op, toaar — als er geen principieel© oplossing verkregen is — zal tevens de represaille-maatregel gehandhaafd blijven. Althans: dat schijnt het voornemen te zijn. Maar — wij hopen nog., ■ *- --- De economische crisis. Gemeentelijke crisis-courant. Verschenen is N.oi. 1 van „Die Grisiscourant, Gemeente ’s-Gravenhage”. Uit die talrijke vragen, dagelijks mondeling len per brief aan de verschillend© bureaus gedaan, blijkt — zoo wordt in ©ene mededeeiing tér inleiding van dit. blad gezegd — dat het s©d©rt 23 Juni j.1. verschijnende officieel© Gemeentelijke Publicatieblad niet niet onder de oogan van vel© vragers komt en dat er ook voor de lezers van dat blad nog talrijk© vragen omtrent d© verschillend© • crisismaatregelen in des» gemeente onbeantwoord blijven. Hoewel het natuurlijk niet mogaiijk is, da beide bovengenoemde bezwaren volkomen op te heffen, zal een poging worden gedaan om daaraan zooveel mogelijk tegemoet te _ kómen. Daartoe zal, bij wijze van proef, gedurende ©enigen tijd aan de modedeelingen over d© verschillende crisismaatregelen een andere vorm ©n tevtens ©en zekere uitbreiding worden gegeven en zal de verspreiding op zeer rhima schaal geschieden. --- BINNENLANDSCH. NIEUWS. TWEEDE KAMER. STAATSB-EGKOOTIHG 1918, Voorloopige Verslagen. HOOFDSTUK. 1. (Algemeene beschouwingen.) Beleid van het Ministerie. In de eerste plaats kwam hiefbij de verhouding van het Ministerie tot de Kamer ter sprake. 'Verscheidene leden waren van meening, dat de invloed der Kamer op den gang van zaken ia verminderd. •Het w. o. betreffende de ouderdomsrente werd niet weder ingediend, niettegenstaande de meei'derheid der Kamer toonde die vvederindiening te wenschen. Er is zelfs eenige reden voor de vrees, dat het door de beide Kamers aangenomen voorstel betreffende de onderwijzerssalarissen niet tot wet zal worden verheven. Wel zagen twee Ministers zich door uitspraken der Kamer tot heengaan genoopt, maar niettemin bleef de gedragslijn van het Ministerie ten aanzien van do quaesties, .welke die uitspraken betreffen, onveranderd. Anderen ontkenden, dat de invloed der Kamer op den gang van zaken is verminderd. Hêt tegendeel bleek door het aftreden der beide bovenbedoelde Ministers.; Door sommige leden van de rechterzijde werd aan-, gevoerd, dat het Ministerie, zich aanbiedende als een extra-parlementair Ministerie, meer en meer toonde ' een zuiver liberaal kabinet te zijn en, ook voor de eischen der sociaal-democraten groote meegaandheid betoonde, niettegenstaande het in ruime mate den steun der rechterzijde had genoten. Verder klaagde men over de p a r t ij di g he i d der Regeering ten gunste van vrijzinnigen bij de benoemingen van burgemeesters en districtsschoolopzieners. Deze bezwaren vónden bij andere leden uitvoerig bestrijding. Van verschillende zijden werd der Regeering én. in het bijzonder den Min. van Buitenlandsche Zaken hulde gebracht voor het gevoerd buiteniandsch beleid, vooral voor de krachtige handhaving van onze neutraliteit tegenover alle oorlogvoerende mogendheden. Men hechtte hieraan te meer waarde, nu er in ons land personen Worden gevonden, die, nauwelijks voor landverraad terugdeinzend, ons in den oorlog willen brengen en er op uit zijn, het buitenland tegen ons op te zetten. Evenwel waren sommige leden van oordeel, dat de Regeering nog te veel vasthoudt aan de g e h e i mzinnigheid, welke tot dusver-zoowel ten onzent als in andere landen t. a. v. het buiteniandsch beleid wordt betracht. Andere leden konden, zich met deze laatste beschouwingen niet vereenigen. Vernomen was, dat door 3 ministers, ieder afzonderlijk, onderhandelingen met Duitschland over den aanvoer van kolen zijn gevoerd. Men zou gaarne vernemen of dit juist is. Iu de nota, in het belang van den vre.de door den Paus tot de oorlogvoerende mogendheden gericht, worden onderwerpen aangeroerd, die ook voor de neutrale staten van groot gewicht zijn, te weten de vreedzame beslissing van geschillen door scheids- " gerechten en de algemeene ontwapening. Komen déze onderwerpen bij de vredesonderhandelingen ter sprake, dan achtten verscheidene leden het gewenscht, dat vertegenwoordigers der neutrale staten daaraan deelnemen. Hiertegen werd door eenige andere leden opgemerkt, dat de houding der neutralen op de door de oorlogvoerende mogendheden omtrent die onderwerpen te nemen beslissingen van geen invloed zou zijn en dat de deelneming van een vertegenwoordiger van een neutralen staat aan de onderhandelingen voor dien staat het gevaar zou doen ontstaan, dat zijne verhouding tot een of meer der oorlogvoerende staten tot een onderwerp van bespreking zou worden gemaakt. Deze leden achtten het niet gewenscht, dat de Regeering. stappen zou doen tot deelneming aan de vredesonderhandelingen. In de openingsrede Werd gesproken van pogingen, van versmallende zijden gedaan om'aan den oorlog een einde te maken, Gaarne zou men vernemen op welke andere pogingen dan die welke de Paus deed de Regeering hier het oog had. Erkennende, dat de zorg voor de levensmiddelenvoorziening groote moeilijkheden met zich brengt en dat daarvoor veel gedaan is, meenden sommige leden toch te moeten verklaren, dat. zij zich met de wijze, waarop de Regeering ten dezen tê werk gaat, geenszins in allen deelo konden vereenigen. /ij achtten haar beleid te weinig afdoende en misten daarin eene vaste lijn. Telkens werd eerst ingegrepen op aandrang van de Kamer of van anderen en schier altijd kwam dé Regeerings bemoeiing te la at. Tegen gewetenlooze speculanten en verzamelaars van voorraden wordt niet krachtig genoeg opgetreden. Men wees hierbij op de recente opdrijving der prijzen van petroleum en lucifer?. Ook was iiaar de meening dezer leden de Regeering. te schriel bij het voorstellen van kredieten voor de levensmiddelenvoorzienmg. Enkele leden vergeleken de crisisuitgaven voor de defensie met die voor de volksnooden en meenden dat deze vergelijking zeer in, het nadeel van de voorziening in do volksnooden uitviel. Eenige leden waren van oordeel, dat de levensmiddelenvoorziening zoo groote uitgaven voor de ge- ) meenten met Zich brengt, dat het Rijk hierin op ruime wijze behoort te hulp te komen. Anderen merkten naar aanleiding van deze beschouwingen op, dat het gemakkelijk is op hetgeen de Regeering m deze uiterst moeilijke materie verrieht, critiek uit te oefenen. Deze leden waren van oordeel, dat de geuite klachten van groote overdrijving getuigen. Zij prezen in het bijzonder de houding, door dén minister van Landbouw enz., aangenorben tegen onwillige boeren. Het optreden van den heer De Jong als minister van oorlog gaf; aanleiding tot stellen der vraag of tot deze functie, een burger is geroepen, omdat er geen geschikt militair te vinden was. Óf is de Regeering tot de öveftuiging gekomen, dat ook wanneer dit niet het geval is, bekleeding van het ambt door een burger de voorkeur verdient? Door tot de rechterzijde behoorende leden werd dankbaar erkend, dat miaister Bosboom veel voor de bevordering van zedelijkheid en godsdienstzin in het leger heeft gedaan. Met verwondering hadden vele leden kennis genomen van de in eene te Leeuwarden gehouden rede door den Min. van Oorlog geuite meening, dat de oorlogsbegrooting na den vrede tot het dubbele bedrag zou moeten worden opgevoerd. Men keurde het ten zeerste af, dat de Min. hierdoor was opgetreden tegen het zich alom in Europa openbarend streven naar algemeene ontwapening, welke vooral Voor kleine naties, die niet in staat zijn hare defensie zoo in te richten als groote mogendheden kunnen doen, van zoo uitmuntend belang is. Gevraagd werd of het Ministerie zich voor deze uitlating van genoemden bewindsman aansprakelijk stelt. Andere leden merkten hiertegenover op, dat de Minister alleen het dilemma heeft gesteld: wij moeten ons niet verdedigen of wij moeten ons beter verdedigen, en verder betoogd heeft, dat %rij in het laatste geval meer voor de defensie zullen moeten uitgeven. Uitvoerige financieels beschouwingen werden gehouden, waarbij het denkbeeld van een nieuwe heffing in eens bepleit werd en bestreden. Eèhige leden meenden, dat bij aflossing of conversie der 5 pCt. leening het beleeningsfonds opgeheven kan worden. Sommigen achten met het oog op de crisis-uitgaven nieuwe belastingen noodzakelijn. Eenige leden achten het de vraag, of de kern dier maatregelen niet behoort gehandhaafd te worden. Een verscherping van den klassenstrijd staat te vreezen. Zij bepleiten daarom verschillende maatregelen in het belang van de arbeidende klasse. Van verschillende zijden werden bezwaren geopperd tegen het beleid der regeering ter zake van het verkeerswezen. Volgens sommige leden behoort Indië tot zelfbestuur te worden öpgevoerd. en mag van imperialisme geen sprake meer zijn. Eenige leden merkten op, dat de uit den oorlog voortvloeiende verzwakking der Westersche volken een versterking van dó macht der Oostersche met zich brengt. . Sommige leden waren van oordeel, dat de wijze, waarop tegen de dienstweigeraars wordt opgetreden noch uit een oogpunt van gewetensvrijheid, noch uit een\ oogpunt van verstandig beleid, te verdedigen is. Eenige leden vroegen inlichtingen omtrent hetgeen geschieden zal met de uit Engeland en Duitschland te wachten krijgsgevangenen, in het bijzonder omtrent de voedselvoorziening en de wijze en plaats van levering,' HOOFDSTUK H (Hooge colleges van Staat.) Gevraagd werd, of overbrenging van de archieven der Rekenkamer tot 1830 of 1839 naar hèt Rijksarchief tegemoet kan worden gezien. Door eenige leden werd betoogd, dat het nu, nu sedert he,t uitbreken! van den oorlog althans aan Nederlanders geen ridderorden meer worden toegekend, het goede oogenblik is om tot afschaffing over te gaan. Voor krijgsverrichtingen in indië kon, h. i., de Militaire Willemsorde gehandhaafd worden en de afschaffing zou niet behoeven te omvatten de medaille voor redding van drenkelingen. De broeders der orde van. den Nederiandschen Leeuw zou men kunnen laten uitsterven. Andere leden konden zich met de afschaffing der ridderorden niet vereenigen. Belangrijke beperking van het aantal decoraties achtten sommige leden echter gewenscht. Wijziging Hoofdstuk XI (Koloniën) der ötaats begrooting 191,8. De Minister van Koloniën heeft_ een nota van wijzigingen op Hoofdstuk Koloniën der Staatsbegrooting voor 1918 ingediend. Hieraan wordt ontleend, dat bij aanneming van sen op het aanhangige wetsvoorstel tot wijziging en verhooging der Indische begrooting voorkomend voorstei tot verbetering van de bezoldiging der Europeesohe onderofficieren, ook bij de landmacht in West-Indië dienende onderofficieren hoogere wedden zullen moeten ontvangen. Hiervoor wordt ƒ 4915 meer uitgetrokken. Mededeeling wordt gedaan van ’s min. voornemen am voor het burgerlijk personeel bij het militair hospitaal in Suriname met ingang van 1 Jan. 1918 een nieuwe bezoldigingsregeling in te voeren; zeer geleidelijk zuilen de jaarlijksche uitgaven door deze regeling met ten hoogste ƒ 11,(XX) toenemen. Aangekondigd wordt nog de herziening ook van de inkomsten van het burgerlijk personeel bij hel militair hospitaal op Curaijao. Landar beider s-ontwerp. De Minister van Landbouw heeft bij nota van wijziging in het gewijzigd wetsontwerp betreffende verkrijging door landarbeiders van land met woning in eigendom of van los land in pacht, eenige verandering gebracht in de in artikelen 4 en o genoemde getallen (2500 wordt 4000; 30 wordt 50), hoofdzakelijk ten gevolge van de stijging der koop- en pachtprijzen van landerijen en de bouwkosten der woningen. Ook wordt ten gevolge van de verhooging van den algemóenen rentevoet voorgesteld, het bedrag der rente, in art. 9 vermeld, van 3i/2 op 4 pCt. te brengen en in verband daarmede het bedrag der annuïteiten, aangewezen in art, 34, op ö*/8 pCt. te bepalen in plaats van op öy2. --- WETENSCHAP EN KUNST leoKemugen en xiuoiuuuuwwerken. — Arti: In de z.g. eerezaal hangt ditmaal eigenlijk zoowat alles wat de aandacht waard is. Maar ook dadr...! Ach, als de menseden eens alleen zonden wat ze werkelijk zelf voor zich een belangrijke uiting achtten, zouden we, geloof ik, reeds meer kans hebben althans een levendig geheel te zien. Enkele, maar ook zéér enkele, inzendingen geven dien indruk: dat de maker hier iets geeft wat hij met overtuiging kan laten zien. In de eerste plaats het prachtig kinderportret van Jan Sluyters, dat al op Het Kind (Panorama) geëxposeerd was. Dit- figuurtje is zoo kloek en veerkrachtig van stand, en.zoo fijn getypeerd met dien half open mond, dat men hier waarlijk van een meesterwerk van den schilder spreken kan. Zijn naaktfiguur is er weifelig en gemaniereerd bij. Jan Vetli stelt den kop van een ziekelijk werkman ten'•toon, in wiens oogen iets van I berustend lijden is — het werk heet dan ook Gelatenheid — een afwisseling van zijn gewone modellen, die blijkbaar door den scuilder zelf evenzeer als. door ons wordt genoten. Als derde portret kunnen we nog aan dien vromen kop van F f n s t L e y d e n, die zeer fraai is van houding en boutv, terwijl zijn Rensburg-beeltenis treffend van gelijkenis is, maar knoeierigbeden in de techniek vertoont. Om bij het meest frappante te blijven: van G r a u s s zijn er een paar temperamentvoile figuurstudies, waarin veel van zijn geestige voordracht; van Monnickendam een tlacjepreék te Hilversum, rommelig, maar toch weer pittig ook; de iSoheveningsehe pier van I s a ao Israëls is een knappe oplossing van een apart en moeilijk gegeven — maar heeft toch even iets kinderachtigs. Dat blijft trouwens gewQonlijk aan een .alleen pittoreske, alleen uiterlijke wedergave van een geval bij, zocals ook Van Raalte telkens moest ondervinden, in wiens Vergadering weer, veel aardigs is, en B o b e 1 d ij k met zijn Dam. De teekenigg van Dijsselhof, Kabeljauwen, heeft dat bewegelijke en luchtige wat zijn schilderijen van dien aard wel eens missen door te veel gladheid. Frans Hogerwaard zond Üchipbrevkelingen in. Men zou niet zeggen dat hier een passagier van de Tubantia aan het woord was • het geval lijkt niet «gezien#, de menschen konden baloorige zeezieken zijn. De vogels van Tjipke Visser toonen hoé stijlvol zijn werk' gaat worden. Het andere beeldhouwwerk, hoe verdienstelijk ook, doen hiernaast (al staan ze er niet naast; ouderwetsch — gevalletjes, en dan met niets van dat geestige wat de naturalistische Sculptuur van Van Wijk wel had. CORNEU.IS VETH. --- Advertentie INGEZONDEN MEDEDEELINGEN a. 70 Cent per regel. Woorden voor vrouwen. Vrouwen dienen haar eigen gezondheid beter te begrijpen. Zij wijten haar slechte gezondheid zeer dikwijls aan verkeerde oorzaken en ondersoiiatten het gevaar dat zij loopen, door. verwaarloozing van. , verschijnselen van aierzwakte, als: Rugpijn, Hoofdpijp, Duizeligheid. Bleekheid, Bloedarmoede, Vermoeidheid, Terneerdrukkende pijn en Onzuiver Bloed. Deze leiden mettertijd tot ernstige nieraandoeningen ais rh.eumatiek, ischias, waterzucht en zalis tot ongeneeslijke ziekten. r Vrouwen hebben behoefte aan meer lichaamsoefening in de buitenlucht, , minder huishoudelijke zorgen, en meer rust en slaap. Licht verteerbaar voedsel is het beste, met weinig of geen Opwekkende middelen, maar Overvloedig melk en water. Dit zijn verstandige gezondheidsregels, die met. behulp van Foster’s Rugpijn Nieren Rillen leiden tot het voorkomen en duurzaam genezen van nieraandoeningen bij vrouwen. Foster’s Rillen heelen zachtjes de vermoeide, overwerkte nieren en zoodra deze gezond zijn, verwijderen zij de niergiften, die bovenstaande” verschijnselen veroorzaken. Foster’s Rugpijn. Nieren Rillen werken niet op de ingewanden. Alleen echt, wanneer voorzien van de handteekening van James Foster op het etiket. Foster’s Rugpijn Nieren Rillen zijn te Amsterdam verkrijgbaar bij A. van Tuyll, Raleisstr. 13, M. Cléban ig Co., Heiligeweg 42, Maisor. de Spécialités, Galerij 34 en alle goede drogisten!. Toezending geschiedt franco na ontv. v. postwissel a ƒ1.75 p. duo# of ƒ10 p. zes doozen, (8535) Bij hoofetpijn aan één kant met lusteloosheid, matheid, huiveren, bloedcongesties, duizeligheid, neiging tot geeuwen, verloren eetlust en onaangemen smaak in den mond, neigihg tot braken, schemeren voor de oogen, suizen in ’t oor, verdient het natuurlijke „Franz Josef‘-‘-bitterwater dat weer regelmatigen stoelgang en voldoende spijsvertering to voorschijn roept, inzonderheid de aandacht. (4948) --- NIEUWE UITGAVEN. Bij de uitgevers Engelman, van Embden en ó., te Amsterdam, verscheen de tweede druk in Fraosehe Ha-ndelscorresponde.ntio groote cursus), door J. F. Engelhard. Deze voledige leiddraad bij de studie voor praetijk én exalens, waarbij de schrijver dezelfde methode töeaste, welke zijn vroegere leerboeken over handelsorrespon-dentie in andere talen zooveel waardeeing deed vinden, heeft thans nog hier en daar enige verbetering ondergaan en is met eenige [ieuwe brieven en examenopgaven uitgiebreid. ,<■-» ik " ■ v 1 - A. - ril". . --- TOONEEL. „De Geisha”. N. V. Het Lyrisch Tooneei. Gebouw Circus Carré. De N. V. Het Lyrisch Tooneei komt thans met een .operette, sinds vele jaron welbekend en toch immer gaarne gezien en gehoord; „D© Gelsiyi”, de geschiedenis van een Japansch theehuis. Dat was indertijd de groote attractie in dm schouwburg van Pret, tóen wijlen Kelly eA Lageman en vooral ook die gelukkig nog in leven zijnde Mina Buderman daar zoo hoogst vermakelijk in optraden. Ook nu verschaft „De Geisha” recht veel genoegen. Men .ontmoet daarin thans een IC, die indertijd tot het beroemde trio K.’s behoorde: Kreeft, Kelly en Kiehl. Die Aug. Kiehl treedt thans o>p als de . markies Imari, de geweldige gouverneur in Japan, en tweede IC wedijvert in vermakelijkheid. Dat is Piet Köbleir, als Wun-Hsi, de houder vau het theehuis. Het echt grappige spel van die beide typen en het kluchtig dansen van Kohier wekken niet weinig dien lachlust bij het publiek. Zeer verdienstelijk zijn voorts da dames Willy Bierlee, als Mimosa, Beppia die Vries als Molly, Ant. Gcrritse als Juliette. Sophi© Heilbron mag erf'pok nog host zijn. Jan Janssens en Jos. Boskaraj* stellen ,d«j Engelsche zee-officieren voor en laten goeden zang hooren. Ook Jan Blok, de Japansch© officier, zingt verdienstelijk. Kortom, wat de hoofdpersouen betreft, kan men over die uitvoering best tevreden zijn, inaar, ook de verdere samenstelling, wét koor en talrijk personeel betreft, is zeer te prijzen, niet nïiiidiër de kleurige Japansch© kostuums en het prachtig décor. Ondier leiding van den kapelmeester Eng. Beeriiman werd de zoo bekende en zoo fraaie muziek door het welbezette orkest goed uitgevoerd. „De Geisha” is nog volkomen»in staat het publiek oen genoitvollen avond te verschaffen,, en de dir. Van dein Berg en Mbrrisson hadden ge»n ongelijk haar nog eens op het repertoire te brengen- ---