Het s-Gravennage oer toekomst. Bit Hummer bestaat uit ACHT bladzijden JvÖNDBLm. IV. Hoofdverkeersaderen in de binnenstad. — Toegangs wegen naar het Centraalstation en Binnenringboulevard. ' De denkbeelden, fot verruiming der binnenstad, in zijn uitbreidingsplan door den heer Berlage geformuleerd, verdienen niet minder instemming dan die betreffende de ontwikkeling der stad aan haar buitenzoom. Ook ter zake van dit onderdeel van het plan zal onze bespreking zich evenwel slechts tot hoofdzaken kunnen bepalen. Uit technisch oogpunt houdt de verruiming der binnenstad natuurlijk causaal en 1 organisch met de uitbreiding der buitenwijken verband. De toenemende bevolking schept reeds door haar aantal meer intensive verkeersbehoeften in het centium. Derhalve moet de ontwerper van een uitbreidingsplan zich in verband met de uitbreiding der stad ook rekenschap geven van de wijze waarop de verkeersaderen in het centrum verruimd moeten worden. Ook juridisch is het noodzakelijk deze verkeersverruimingen in het plan op te nemen met het oog op art. 77 sub 4o. der Onteigeningswet. Bij de discussiën over deze ter gelegenheid der uitvaardiging van de Woningswet in de Onteigeningswet ingelaschte bepalingen is tevens vanwege de Regeering duidelijk de toelaatbaarheid der onteigening par zónes uitgesproken, waarvan trouwens reeds eerder de ministers mr. J. Heemskerk Azn., jhr. mr. A. F. de Savomin Lohman en anderen voorstanders waren. Men mag er dus op rekenen, dat deze instelling voortaan een vast bestanddeel van ons juridisch arsenaal vormt. De heer Berlage vangt in zijn toelichting het desbetreffende betoog met een doortastend plan aan, dat trouwens in zijn hoofdtrekken reeds eerder op de agenda stond. De toegang tot het station derHollandsche Spoor laat voor een stad als de residentie alles te wenschen over. Het Stationsplein en het eerste stuk van den Stationsweg voldoen, evenals het Huygensplein aan redeljjke eischen; van de Wagenstraten en wat dan verder volgt, kan dat niet gezegd worden. En hoeveel ongunstiger zal deze toestand worden, als het station der Hollandsche Spoor zich tot centraalstation zal hebben ontwikkeld! De kortzichtigheid onzer vroede vaderen heeft de strook tusschen de Katholieke kerk en den Stationsweg doen volbouwen. Daaraan is te gemoet te komen door het middel van terugzetting der rooilijn krachtens art. 27 der Woningwet j°. Kon. Besluit van 7 Januari 1907 no. 55. Maar dan komt het Caudijnsche juk van Den Haag: de voor menschen gevaarlijke, voor paarden beulende, voor de scheepvaart hinderlijke Wagenbrug. Dat monstrum werd reeds twintig jaar geleden door de Vereeniging voor Handel, Nijverheid en Gemeentebelangen op den index gesteld. Het wordt tijd, dat het gaat verdwijnen. Welnu, de heer Berlage ontwerpt den toegangsweg loodrecht op het station : met verbreeding van de beide Kranestraten en het Paddemoes breekt hij een circa 800 meter lange rechte straat door tusschen Centraalstation en Nieuwe Kerk, aan wier beide einden dan als waardige gezichtspunten het schoone, kunsthistorische interessante en voor Den Haag zoo karakteristieke kerkmonument eenerzijds, het stationsgebouw anderzijds verrijzen. Volgens de kaart heeft de ontworpen weg een breedte van 20 meter; wij meenen i echter dat een dergelijke hoofdader van verkeer, ook met het oog op de behoeften der toekomst, tenminste 30 meter breed ■ behoort te zijn, welke breedte door ont- i eigening par zónes behoort te worden verkregen. Langs de Nieuwe Kerk, wier hek mee-i i symmetrisch wordt geplaatst, gaat de weg dan verder over het Spui naar het Buitenhof, door de reeds door den heer Halbertsma 1 ontworpen en thans vastgestelde door- ] braak. , De weg moet als gezichtspunten aan zijn beide einden de Nieuwe Kerk en het Station behouden, daartoe in het verlengde van den 1 Stationsweg vallen en een kleine breking 1 ter hoogte van de Turfmarkt verkrijgen; * moet niet in de richting op het hek ; der Nieuwe Kerk worden afgeschuind, daar dan het gezichtspunt achter een hinderlijk open perspectief zou verschuiven. Maar nu vraagt men zich af, of deze monumentale Stationsweg niet overbodig is geworden door de onlangs bij Raadsbesluit vastgestelde verbinding Spui—Station over het te vërbreeden Zieke. *) Het antwoord geeft de heer Berlage op zijn plan en in zijn toelichting. Daar staat de verbreeding van het Zieke (die trouwens niet zoo erg royaal is) ook, maar toch de doorbraak naar de Nieuwe Kerk tevens. Het besluit van 28 December 1.1. op de voordracht van 9 October 1908 tot verbreeding van het Zieke en wat daarmede annex was, is technisch een breed opgezet en heilzaam besluit geweest. Uitnemend is daarbij ook de verlegging der zwaaikom voor het Spui overwogen; want met behoud der bestaande hooge bruggen zou de verkeersweg toch niet aan zijn doel hebben beantwoord. Zeer juist is het ook gezien, een basculebrug tegenover de Nieuwe Haven te leggen. Alleen maar, als men nu van diagonaalstraten spreekt, dan ware een diagonaalI straat tusschen de brug aan het Rijswijksche Plein en die tegenover de Nieuwe Haven, waardoor een betere verbinding Rijswijksche Plein—Nieuwe Haven—Fluweelen Burgwal zou zijn gevormd (zie de kaart!) meer dan eenige andere aangewezen geweest. Doch daar is nu niets meer aan te doen. De verbreeding der Lekstraat komt op het plan-Berlage niet voor. Zij is daar zelfs als woonstraat geteekend, terwijl Berlage met een diagonaal van den aan te leggen Schenk-bonlevard uit op het terrein der Staatsspoor afgaat. In dit geval geven wij den Gemeenteraad tegenover Berlage gelijk. Zelfs indien in de toekomst de beschikking over het Staatsspoorterrein verkregen wordt, blijft een breede verkeersweg in het verlengde der Uilenboomen of Zuid-Ooster-Singel nuttig. Alleen begrijpen wij weer niet, waarom op het terrein van het bouwplan Wijk VII deze weg niet diagonaal in de richting op den Viaduct—Trekvliet is doorgebogen. Doch hoe het zij, het complex van verkeersverbindingen, tot welker aanleg door den Raad werd besloten, heeft groot en onmiskenbaar nut; maar het maakt in de toekomst den aanleg van den rechten weg Station—Nieuwe Kerk niet overbodig. Een station, en vooral een Centraalstation kan men door niet genoeg verkeerswegen in alle richtingen met de stad verbinden. Onder de talrijke toepassingen van dit beginsel in moderne steden zij alleen naar Hannover en Frankfurt verwezen. Het is te begrijpen, dat B. en W. ten einde eerst den eveneens onmisbaren toegangsweg langs het Zieke tot stand te brengen, hun voorstel tot verbreeding der Kranestraat tijdelijk terugnamen, — in het uitbreidingsplan, dat de wenschen voor de naaste toekomst formuleert, mag deze monumentale oplossing niet ontbreken. Zelfs zouden wij, nu de bruggen voor het Spui voor groot-verkeer bruikbaar worden gemaakt, bovendien nog de uitvoering van het denkbeeld van den heer Halbertsma van 1891 aanbevelen om, met opoffering der Gemeentewerf, het Spui met het Huygensplein te verbinden. Men zal het denkbeeld misschien stout vinden, maar in verband hiermede rijst bij ons de vraag of in de toekomst, naarmate de Laakhaven, het Laakkanaal, het Westlandkanaal en de Visschershaven gereed komen (tusschen het door ons gedachte Goederen-emplacement van den spoorweg en het Westlandkanaal ware dan nog een havenkom in te voegen) en de rioleering wordt voltooid, aldan de oude singelgracht niet kon worden gemist om in verkeerswegen in het centrum der stad te worden herschapen. Om te beginnen zou het vervallen van het water langs de Bierkade en van de beide daarover ontworpen bruggen voor het i verkeer een groote aanwinst beteekenen. ; Na de Bierkade zou dan de Zuidsingel (Groenewegje en Zuidwal) in een verkeersweg worden herschapen, zijn voortzetting vindende in de Hobbemastraat en verder westelijk. Vervolgens wordt ook het verlengde der Brouwersgracht verkeersweg en het stuk van het Hoogezand naar het Vaillantplein (zie dej kaart), als wanneer de door de Delftsche Laan ontworpen waterverbinding van het Vaillantplein naar 1 het Laakkanaal, alsmede de door Berlage ‘ ter plaatse ontworpen doorbraak van ! bet Vaillantplein naar de Prinsegracht souden kunnen achterwege blijven. Dan j t *) Wij schrijven „Zieke”, hoewel in den laatsten tijd in officieele stukken de naam ,Zieken” voorkomt; er is echter geen reden sm aan ongestelde personen te denken, maar wrel aan een water: „Zieke”, „Zyke”, of met Zeeuwsch of Geldersch labialisme; „Zype”, vervalt ook het water langs de Lijnbaan en dat van den N.-W. Singel, die thans ook al reeds een drukke verkeersweg geworden is, alsmede het op het plan reedt als gedempt aangegeven gedeelte der Loosduinsche Vaart. (Om ons hetoog te volgen, gelieve men steeds de kaart voor zich te nemen). Wat nu de waterverbinding betreft, zoo loopt de Loosduinsche Vaart dus uit, gelijk alreeds sinds jaren het plan was, in het verlengde Laakkanaal, met een havenen zwaaikom tusschen Gasfabriek en Aschstaal en een tusschen Steynlaan en Hobbemaplein. Een woord van warme hulde aanburgëmeester Roest is hier op zijn plaats, die reeds een twintig jaar geleden dewenschelijkheid van deze verbinding heeft voorzien niet alleen, maar ook tijdig gezorgd dat de gemeente tegen billijken prijs de daarvoor benoodigde gronden in handen kreeg. Verder Z.-W. vereenigt zich dan het verlengde Laakkanaal met de verbreede Korte Laak of Westlandkanaal, ter welker plaatse wij den aanleg der zooeven door ons bedoelde havenkom in overweging zouden willen zien nemen. Noordwaarts gaat de verbinding dan door het Afvoerkanaal met een zijtak naar de Visschershaven. Het water langs de Waldeck-Pyrmontkade, dat in Duinoord door zeer fraaien plantsoenaanleg is omzoomd en daar met de Beek in verbinding staat, blijft door het water langs den Aschstaal, welks beloop dan wel kan worden gecorrigeerd met Afvoerkanaal en Loosduinsche Vaart in verbinding. Nu nemen wij op de kaart den Aschstaal voor ons. Het spreekt, naar het ons voorkomt, van zelf, dat deze daar niet kan blijven. Wij zien tevens, dat op die plek, behalve de waterverbinding, ook reeds een belangrijke verruiming van den Loosduinschen weg ontworpen is. Thans zien wij op dit punt (om ons te orienteeren) het groote R.-K. Weezengèsticht en het wachthuisje der stoomtram H. S. M. Welnu: er is werkelijk geen bijzonder voorstellingsvermogen toe noodig om te zien, dat nu door een breede gebogen diagonaalstraat over het terrein van den Aschstaal heen de Loosduinsche weg met den boulevard die door demping van het water tusschen Veenkade en Noordwal ontstaat, moet worden verbonden. De verbinding tusschen Loosduinen en Leiden splitst zich dus in de toekomst in twee takken. Ter plaatse waar de Loosduinsche Vaart in het Verlengde Laakkanaal zal uitloopen (steeds hetzelfde punt op onze kaart) gaat de zuidelijke tak over het te dempen stuk Loosduinsche Vaart langs de te dempen Lijnbaan naar de Prinsegracht en over den Fluweelen Burgwal naar het Bezuidenhout. Terzelfder plaatse gaat de noordelijke tak over den Aschstaal en den Noordwal naar het Voorhout en den Benoordenhoutschen Weg. Zoo krijgt het Westeinde de op den duur onmisbare ontlasting. Dat Noordwal en Veenkade, te zamen in een boulevard herschapen, een prachtigen verkeersweg zouden vormen tusschen de Prinsestraat en het W. en N.-W. deel der~ stad, ziet men met een oogopslag als men, met het gezicht naar den Princessewal, op de brug tusschen N.-W. Binnensingel en Veenkade gaat staan. (Die brug komt dan natuurlijk te vervallen, het water wordt iets meer W.-N.-W. omgelegd.) Door de demping van Spui en Turfmarkt en Prinse- en Brouwersgracht zijn ongetwijfeld eenige even schilderachtige als vieze en ongezonde oude-stads-gezichten verdwenen, toch zal niemand deze demping, die om redenen van verkeer én gezondheid noodzakelijk was, betreuren. Zulke schilderachtige oude hoekjes en ouderwetsche stadstafreelen komen echter langs den te maken nieuwen binnen-ringboulevard veel minder voor, zoodat het verlies geringer en de winst nog veel grooter zou zijn. --- BINNENLAND. s-Gravenhage, 27 Augustus 1909. p Kreukelen. n V Het Hbl. acht den strijd in de coalitie, dien ei Breukelen te zien geeft, voor de vrijzinnigen n op zichzelf niet van groote beteekenis. „Een klein kansje moge er zijn — schrijft het a' blad — dat enkele Roomsche of Protestantschkerkelijke kiezers zullen inzien, dat een ge- § matigd vrijzinnige de voorkeur verdient boven ^ den coalitiegenoot”, de leuze van de politieke ei christelijkheid zal wel weer den doorslag geven, ei Niettemin, zoo besluit het Hbl.: 7! h Toch hopen wij, dat de zetel te Breukelen ei niet nogmaals zonder strijd aan de coalitie t; gelaten zal worden. Kiezers kunnen opge- ei voed worden, en de allerslechtste vrijzinnige ei opvoeding is wel, wanneer bij de verkiezing de mogelijkheid van een vrijzinnige meerderheid niet erkend wordt, wanneer de kiezers naast de kerkelijke candidaten geen candidaat zien, die voor de vrijzinnige beginselen opkomt. Is het, in de gegeven omstandigheden en als men van liberale zijde een gelukkige candidatuur stelt, wel zoo zeker, dat de zetel aan de coalitie gelaten zal moeten worden ? De liberalen in het district zullen die vraag wel naarstig overwegen. Generaal Botha. De Zuid-Afr. Post verneemt, dat de gezondheidstoestand van generaal Botha zoozeer vooruitgaande is, dat hij vexmoedelijk reeds over enkele dagen het sanatorium zal kunnen verlaten. Alvorens naar Zuid-Afrika terug te keeren, zal de Transvaalsche eersteminister Nederland bezoeken. Hij zal vermoedelijk in October scheep gaan. Mevrouw Louis Botha, die met den generaal enkele weken te Kiss-ingen heeft vertoefd en daar ook een kuur moest volgen, is thans te Brussel. Beu zendeling vermoord. Bij den voorzitter van het Rijnsche Zending-Genootschap te Barmen is van den minister van Koloniën telegrafisch bericht ontvangen dat, blijkens een telegram van den gouverneur van Sumatra’s Westkust, de zendeling A. Lett op de Mentawa-eilanden verraderlijk is vermoord. --- PLAATSELIJK NIEUWS. 1 Uit de Residentie. i Men meldt d.d. 26 dezer uit Schwerin aan de N. B. Ct.: Prins Hendrik der Nederlanden heeft gisi ternamiddag, van Rabensteinfeld uit, groothertog Friedrich Franz IV, die uit Gmun! den naar -hier teruggekeerd is, een bez-oek gebracht. l Vervolgens heeft Prins Hendrik’ zich naar het groothertogelijk museum begeven ter be' zichtiging van de ontwerpen voor pen ge1 denkteeken voor Frits Reuter, dat voor den ! beroemden plat-Duitschen dichter in zijn va1 derstad Stavenhagen zal worden opgericht. Een 85 beeldhouwers hebben aan den wed• strijd -voor dit gedenkteeken deelgenomen; 5 prijzen elk van 1400 mark zijn verdeeld. Wilhelm Wandscnneider, de uit Mecklenburg geboortige beeldhouwer, heeft opdracht gekregen dit gedenkteeken uit te voeren,. In hotel Den Ouden Doelen is aangekomen de heer William Stead, die hier een lezing komt houden voor de Intern. Studentenvereniging Corda Fratres. De ’s-Gravenriaagscho Tuinbouwvereeniging houdt een ledenvergadering op Maandag 80 Augustus a.s., des avonds te 8 uur, in het ZuidHoüandsch Koffiehuis. Aangekomen vreemdelingen te Sclteveningen. Hotel Kurhaus : B. J. Kahn, Londen; Gr. Stuit, id.; Barents Lefferts, New-York; Williams Leffez-ts, id.; H. M. Teunant, id.; fr. W. Engell, Wiesbaden. Palace-Hötel : Stubel, Dresden ; mevr. Sach, Dusseldorp ; mevr. Paul Martha, D. Audier, G. Salomons, allen Parijs. Hotel d’Orahse : Tiktin, Berlijn; E. Fleiscbel, id.; Hippe, Dresden; Platschek, Weenen; I. Shaap, Amsterdam. Grand Hotel : Osterman, München; J. I. Drennau, Warren; J. N. Davis, id,; mevr. P. Stern, New-York; fr. Witschille, Elberfeld; mevr. Nabokoff, St.-Petersburg; H. C. de Bruijne, Den Haag; II. Charbes, Luik. Hotel des Galeries : L. Zeiwolde, Stockholm ; A. Parmantier, Berlijn; I. v. 't Sant, Nijmegen; Hartog v. Banda, Brussel. Park-Hötel : M. Boas, Amsterdam ; v. Biema Nijkerk, id.; F. van Raalte, Botterdam. Hótel Zeerust : H. v. Arnhem, Rotterdam; A. Beijer, Meppel; A. en H. v. Dam, Groningen. Grand Hótel Pension: K. Bratha, Wansleben; Stibbe, Amsterdam; mevr. P. Cohen, Rotterdam. Hotel v. d. Abeelen : Willemswaaiff, Schoonhoven ; Den Broeder, Arnhem. Hótel Hollandla : J. A. Krings, Karken; W. Vourtclot, Parijs; M. de Laage, id.; fam. Kommer, Mors; fam. Asehheuer, Solingen; L. Wees er, id. — Hoogivciter te Scheveningen: I Zaterdag 28 Augustus, alleen 's namiddags 12 J uur 18. , i Gevonden goederen. Aanwezig aan het hoofdcommissariaat van politie, Alexanderplein 15b, en aldaar te bevragen op alle s werkdagen tusschen 121/2 en 2 uur, de volgende voorwerpen: twee fantasiebroches, een fietspomp, een gedeelte van een portefeuille met notitieboekje en eenige papieren, een witte * vrouwenzak m. inh., twee bonte kinderschorten, ‘ een kaarslantaarn van een rijwiel, twee zinken ^ nummeiplaatjes, een voegspijker. Aanwezig en te bevragen aan de volgende < adressen : een damesparapluie, Yos in ’t Tuintje 5; ï een parapluie, De Ruijterstr. 12; een electr. , gloeilampje, v. Merlenstr. 116; een knipmes, ( Nassau Dillenburgstr. 81; een zilv. manchet- 4 knoop, Newtonstr. 95; een roode portem. met eenig geld, Galeries 10, Gev. Deijnootplein; een lorgnet, Kranestr. 108; een bril, Keizerstr. f 75; een jonge fox-terrier, Obrechtstr. 315; een hazewindhondse, LTmuidenstr. 31; een zeil van *een groentenwagen, Zwarteweg 15 ; een groen < tasebje met koperen sluiting, Prinsegracht 32; t een zilv. schakelarmband, Capentierstr. 110; i een gummiband van een rijtuig, Jagerstr. 2a; ic en bruin paard, Politiebureau Riviervisch ïarkt; een portem. m. geld, Scheepersstr. 15 en doublé medaillon. Jac. Catsstr. 43; ee: intasiearmband, v. Dijckstr. la; een ziv. hals etting m. medaillon, Noordstr. 45;eengoudei ara eshorloge, Kinderziekenhuis, Laan v. Meer ervoort 112; een fietspomp, Slijkeinde 1. --- Verbetering van armenzorg. Als tweede bundel van de geschriften c Nederlandsche Vereeniging voor Armenzo en Weldadigheid zijn -te Haarlem, bij H. Tjeenk Willink en Zn. verschenen de pr: a-dviaz-en ,vel-ke in discussie zullen word gebracht in de algemeene vergadering, die en 8 September e.k. te Rotterdam zal word gehouden, over de vraagpunten: Welke is taak der overheid inzake armenzorg? en 1 richting en werking van plaatselijke, arrnl sturen. De eerste pra-eadviseur over >de eeri vraag, de heer mr. J. G. L. Nolst Tren t é, lid van bet bestuur -tot verbetering v armenzorg te Rotterdam, bespreekt alleen taak der overheid inzake -armenzorg in d engexen zin van zorg voor volwassen, valiarmen en hun gezinnen, !xortheidshal'\ -schoon niet volkomen juist, -genoemd: bede lende armenzorg. Beperkt in dezen zin, t handelt hij eerst uitvoerig de taak der ove heid naar het thans in Nederland geldenrecht (jus constitutum) en staat dan stil 1 de vraag: welke is de taak der overheid, na de meening der praeadvdseurs, onafhankeli van de bestaande wetgeving? (jus constitue dum). Met aanhaling van de over dit onderwe; in- het licht gegeven geschriften en redev.0 ringen van de heeren Snouek Henkemans, i Dompièrre de Chaufepié, Hintzen, Smi saert, de M-onöhy e. a., die de senrijver m waardeeTing bespteekt, betoogt bij in h tweede gedeelte van zijn praeadvies dat a£ den Staat wat de zorg voor de behoeftigs betreft nog een andere taak toekoant dan zu vere politiezorg en bestrijdt bij de zienswij: van de drie eerstgenoemde schrijvers, dat voi beoefening van philantropie de overheid ts eenenm-ale ongeschikt zou zijn. Wel mag z. de overheid inzake armenzorg nimmer dwii gend ten aanzien van kerk en particuliere optreden, maar zij kan zekere 'voorschrifte geven en zekere organisatie tot stand brei gen. Zoo kan de -instelling van een armei raad, zonder dat iemand dwang wordt opgi legd, tot de samenstelling van een centraa register aanleiding geven, wat bevorderlij sal zijn aan de zoo noodige eni thans nagi noeg geheel ontbrekende samenwerking va ille op het gebied der armenverzorging zie lerwegende instellingen en personen. Voorts kan de overheid door geldelijken e mderen steun aanmoedigend en bevorderen iptreden. Zij kan aan inrichtingen als de bi vonderenswaardige stichting „Het Hoog -and”, en het niet minder te waardeeren ii itituut „Het Groote Woudhuis” suibsidiëi ;elijk tot nog toe en gr-ootere, verleenen, o; lat geldgebrek nimmer oorzaak van bepei ring van het werk zij. Zij kan in het alge neen aan het eigen initiatief der burgei neer nog dan tot nog toe opmerkzaamhei :n aanmoediging schenken, in de richting a] vaarin in den laatsten tijd is opgetreden o iet gebied der misdadige en verwaarloosd eugd. Daardoor wordt een ineenvloeiing va imbtelijke en niet-ambtelij'ke werkzaamhei verkregen, die de gelukkigste -resultaten za ipleveren.Daarnaast komt de reobtstreeksehe werk aamheid -der overheid. Ieder, -die geen of on oldoenden onderstand ontvangt van de ker’ f van particulieren, worde door de burger ijk® -armbesturen gesteund, juist zooa-ls par iculieren steunen, althans behooren te steu ten, d.i. zoo dat de onderstand zoo mogelij! erheffend en opbeurend werkt. Alleen dei -aupers, die te ver gezonken zijn om voo: pheffing vatbaar te zijn, zij louter -politie org geboden. Hun worde niet meer dan he trikt noodige om in het leven te blijven ver trekt, en -dit onder zoodanige voorwaaTdei at het pauperisme niet wordt gevoed. Hier ij denkt de schrijWer aan werkhuizen, ont mnings-k-olonies en dergelijke instellingen Intusschen wil hij de _ overheids-ar ïenzorg haar aanvullend karakter nieoen verliezen. Het werk dat diacoeën en particulieren -geed verrichten, heo-eft hen niet uit de ‘handen genomen t< orden en het zou -zeker een even verkeerd al: del pogen zijn instellingen, waaraan eer root aantal landgenooten om religieus© er ndere reden-en gehecht zijn, te trachten af tf reken. Dit wil echter niet zeggen, dat dc argerlijke armverzorging zich zou moeten ithouden, ook wanneer de andere haar werk ivoldoende verricht. De hulp aan de armen irleend, zij, wat den omvang betreft, vollende hulp; dit dient voorop te staan. Is il-ks niet het geval, dan mag en moet de verheid, hetgeen te kort komt, er hij geven. Wel zal het subjectieve inzicht ‘hier een ro] )elen. Maar toch niet in dien zin dat elke iddraad zoude ontbreken, dat willekeur zou rerschen en alles zou afhangen van het toeil. Het kan z.i. niet genoeg gezegd worm dat bij personen of colleges, die geroepen in als verantwoordelijke autoriteit geregeld ntrent soortgelijke gevallen uitspraak te >en, op den duur een regelmaat van beslisngen valt waar te nemen, die elk denkbeeld in willekeur of toeval uitsluit. Zoo zal het igetwijfeld ook gaan met de personen, die te ■slissen hebben of zekere onderstand aan n behoeftig gezin uitgekeerd al of niet vollende is. Aanvankelijk zullen -de opvattinin heen en weer gaan, -op den duur zal er istheid van begrippen en conformiteit van icisies komen, . ‘ue ondersteuning door -diaconieën- o± particulieren verleend, kan niet alleen wat den omvang betreft, doch wat de wijze waarop ze verleend wordt, onvoldoende worden geacht. Dat in dit geval de overheid zich van elk ingrijpen heeft te onthouden, volgt reeds uit het boven door schr. aangevoerde. Hier zal zij slechts door Ihaar voorbeeld, door hetgeen zij op eigen terrein verricht, invloed moeten uitoefenen. Maar die invloed zal zonder twijfel zeer groot zijn. De meer rationeele begrippen, welke thans op het gebied van de armverzorging heerschen, zijn voor geen gering deel te damke,n -aan den praktisohen arbeid, van enkele bijzondere lereenigingen in ons land, en zoo zal ook’ van het in praktijk brengen van een goede armverzorging door de overheid, op het Ihaar overgelaten terrein, een zeer groote en goede invloed uitgaan in alle richtingen. De spreuk’: leeringen wekken, voorbeelden trekken, heeft nog niets van zijn waarde verloren. De overheid, die wij in gedachten reeds leidend, organiseeren-d en steunend werkzaam zagen, vervult hier dus -de dubbele functie van verlicht en humaan verzorger van de armen die haar zijn overgelaten, en van voorbeeld voor alle anderen, die zich aan het werk der liefdadigheid wijden. Haar taak, zooals schrijver zich deze onafhankelijk van de bestaande wetgeving en beperkt in den zin als in den aanvang van dit advies aangegeven,, denkt, is dan aldus saam te vatten: op eigen terrein zoo goed mogelijk arbeiden aan de opheffing der door haar ondersteunde gezinnen; aan kerk en particulieren vrijheid laten op het door hen gekozen terrein, doch hier, invloed ten goede uitoefenen, zoo door leiding en steun te geven, als d-oor -tot navolging van eigen werkwijze te prikkelen, De tweede praeadviseur, mr. dr. D. A. P, M. K o o 1 e n, vice-woorzitter van den Hoofdraad der Vereeniging van den 3. Vincentius d Paolo, te Utrecht, gaat van het standpunt uit dat op het terrein van de armenzorg kerk en particulieren, krachtens het christelijk beginsel van beoefening der naastenliefde, de eerstgeroepeuen zijn. Dat armenzorg een deel der staatszaak is, is z. i. in een christelijke maatschappij niet houdbaar. Intusschen bij volmondige erkenning van den goeden wil der vrije krachten in de maatschappij en van de kerk om zich van dezen -plicht van verzorging der arme leden te kwijten, erkent de heer Kooien -dat er misstanden en leemten zijn die dringend om opheffing vragen. Een groot kwaad is het gemis van samenwerking, waardoor de krachten versnipperd, gelden verspild en vaak aan onwaardigen besteed worden terwijl anderen, die het alleszins waard zijn, er naar zitten te hunkeren. En dan: de hulp is vaak niet voldoende, de krachten schieten te kort, en onvoldoende ondersteuning kweekt bedrog bij den arme: hij is bang andere hulpbronnen te noemen. Hier nu begint de aanvullende taak van de overheid. Zij geve steun aan kerkelijke en particuliere armenzorg en aan die armen, voor iwie niet van elders wordt gezorgd. De hoer Kooien bespreekt dan in Öe eerste plaats den steun van de overheid aan kerkelijfce en particuliere armenzorg, die zich behoort te uiten: in erkenning van vereenigingen en instellingen als rechtspersoon, waarover hij zijn denkbeelden uiteenzet; in het bevorderen van samenwerking door lo. het opmaken van een lijst van instellingen, 2o. het instellen van centrale colleges voor armenzorg in de groote gemeenten en 3o. de inrichting van een centraal armenregister; en in het subsidieeren van gemeentewege. Overigens zoo min mogelijk staatstoezicht. Vooral op niet-gesuhsidieerde Gods- of ziekenhuizen acht de heer K. toezicht door niets gemotiveerd. De Staat heeft vertrouwen te stellen in de verpleging van armen door kloosterzusters en -diaconessen, die ter liefde Gods zich wijden aan den evennaaste. En wat betreft den steun aan -die armen, voor wie niet van elders wordt gezorgd, bestrijdt de praeadviseur een gecentraliseerde staatsarmenzorg, die duur en bureaucratisch zou zijn, maar wil hij, onder algemeene regelen door den Staat te stellen, de uitvoering overlaten aan de gemeentebesturen (burgerlijke armbesturen), in buitengewone gevallen gesteund door een bijdrage in de kosten van rijkswege. Na over de mate van onderstand, de wijze pan onderzoek, controle en toezicht en d« ffassificeering der armen zijn meening -gesegd te hebben, besluit de scbrij'vex met een in-kel woord over de drankzucht, als oorzaak' pan een groot deel der armoede. Hier is het 3e taak der overheid om mede te werken dat irankzuchtigen uit het gezin verwijderd wor* 3‘en. Oprichting van sanatoria en- het mogeijk maken over drankzuchtigen een curator lan te stellen die bev-oegd is hen uit het gein te verwijderen, hiermede zou aan -die personen een weldaad bewezen en tevens het gein van een centenaarsiast bevrijd w-ordens Kaar aameiding van het tweede Vraagrunt: inrichting en werkkring van plaatsely:e armenraden, geven de praeadviseurs L. J, a n W ij k, on'der-voorzitter van de vereeni:ing van armbesturen te Amsterdam, en mr, ’. E v e r t s, aldaar, uitvoerig hun denkibeelen ten beste, met ontwerpen hoe de werkaamheden van die raden h.i. het best gSr egeld zouden kunnen worden. --- KUNST. avond in de Groote Kerk, waarvan het programma wegens Koninginneverjaardag een feestelijk karakter draagt, zullen de dames I Thérese de Waal, mezzo sopraan uit Rotterdam, en Antoinette Doeleman, violoncelliste alhier, als solisten optreden. Op de tentoonstelling van Geldersehe schilders in Pulehri Studio, die gisteren gesloten werd, is sedert de laatste opgave nog verdocht : no. 72, „In den stal”, van H. A. van Ingen ; no. 142, „Oud stadje”, van L. W. van Soest. Morgenmiddag opening van de aquarellententoonstelling van de Hollandsche TeekenMaatschappij in Pulehri Studio. Op de tentoonstelling van schilderijen van verschillende kunstenaars in de salons te Amsterdam van den Larenschen Kunsthandel werden nog verkodbt: van Bern. A. van Beek Molen te Vreeland; van Co Breman De Engweg; van S. Garf, Naaiend Vrouwtje, Interieur en Kindje met Poesen; 'van Dirk Oeker, Moederweelde en Staand figuurtje; van Frans Oerder, Straatje te Pretoria; van Jan Terweij, Zomer. .De tentoonstelling sluit Vrijdag 3 Sep'Jjember. ---