Rechtszaken ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE BREDA. Uitspraken dd. 1 April 1937. H. G., te Tilburg, thans gedetineerd, van art. 247 W. v. S., 1 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en waarvan 6 maanden voorwaardelijk met 3 jaar proeftijd. M. K., arbeider te Oud-Gastel, thans gedetineerd, mishandeling, zwaar lichamelijk letsel tengevolge hebbende, begaan tegen zijne moeder, 8 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. A. O., bakkersknecht te Willemstad, aan zijn schuld den dood van een ander te wijten hebben, 1 maand gevangenisstraf en 1 jaar ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te bssturen. C. H., handelsreiziger te Tilburg, overtreding der Motor en Rijwielwet, voor het lste feit ƒ20.— subs. 10 dagen hechtenis en voor het 2de feit Ontslag van alle rechtsvervolging. ARR. RECHTBANK TE BREDA. Zitting van Donderdag 1 April. Hooivork in het hoofd gedrongen. Op Maandag 7 Dec. 1.1., das morgens (e 10 uur had, zooals men zich herinneren zal, op de werf van den' landbouwer Bijaarts te Halsteren, een vreeselijk ongeval plaats. De 35-jarige chauffeur F. A. v. O. uit Steenbergen, was daar n.1. bezig met het laden van stroo op een groote vrachtauto. Toen de wagen geladen was, liet v. O., die boven op de geladen auto stond, de hooivork ter hoogte van vier meter van het stroo, met de punten naar den grond afglijden. Op dat moment passeerde de jeugdige melkrijder A. Raarts, die op de boerderij melk had bezorgd en met anderen nog even bij den wagen had staan praten, langs den wagen, met gevolg, dat de vork juist langs zijn hoofd terecht kwam en een punt van de hooivork hem in het hoofd drong. Door Dr. Ensink, uit Bergen op Zoom, werd de eerste geneeskundige hulp verleend, en toen bleek, dat het slachtoffer niet meer spreken kon. Nadat ook geestelijke bijstand was ingeroepen en hem de H. H. Sacramenten der Stervenden waren toegediend, werd het slachtoffer naar het Alg. Burger Gasthuis te Bergen op Zoom overgebracht, waar hij gedurende vijf weken is verpleegd geworden. Ter zake van grove onvoorzichtigheid moest nu voornoemde chauffeur v. O. terecht staan, die bekende de hooivork te hebben laten afglijden, zonder eerst te hebben gekeken of er niemand onder stond. Hij meende echter er zeker van te zijn, dat er niemand was. De stroohandelaar Blommerde, die er bij tegenwoordig was, had nog geroepen : „Pas op !” doch het was al te laat. Dr. Ensink, als getuige-deskundige gehoord, verklaarde, dat de punt van de hooivork door het schedeldak tot in de hersenen was doorgedrongen, waardoor het spraakcentrum werd gekwetst. De eerste dagen kon het slachtoffer in het geheel niet spreken, doch na enkele weken begon dit langzamerhand te herstellen. Op het oogenblik heeft hij nog wel moeite met het vormen van zinnen, doch getuige verwachtte wel, dat de spraak zich op den duur geheel zal herstellen. Nadat nog het slachtoffer en de getuige A. Blommerde waren gehoord, achtte de Officier van Justitie, Mr. v. d. Diessen, het tenlaste gelegde bewezen. Spr. noemde het een ernstig geval, vooral in zijn gevolgen en oordeelde een zware straf noodig, waarom hij een maand hechtenis eischte. De verdedigster, mej. mr. Verboom, uit Bergen op Zoom, zag meer in het griezelig gevolg, dan wel in het geval zelf den ernst van het feit. Spr. was van oordeel, dat het slachtoffer zelf ook onvoorzichtig is geweest, met rond den wagen te loopen kijken, terwijl hij toch niets met de stroolading te maken had. Zij beschouwde het als een twijfel-geval en meende daarom dat het niet vaststond dat verd. hierop 'veroordeeld zou kunnen worden, op grond waarvan zij vrijspraak, subs. een zeer lichte straf bepleitte. ERNSTIGE MISHANDELING. De 34jarige caféhouder C. F., uit Beek (Princenhage) had zich vervolgens te verantwoorden terzake dat hij op 30 December den broodbezorger A. A de Peijper heeft mishandeld, door dezen met een mes te steken en te slaan, tengevolge waarvan het slachtoffer vrij ernstig in het gelaat werd verwond. Verd. bekende. Zij waren bij Moerkens in het café, waar oneénigheid ontstond. Verd. was zelf dronken, doch de Peyper niet. Deze had het eerst geslagen en verd. n.1. een klap op het oog gegeven. Verd. heeft buiten toen nog even de Peyper opgewacht, doch daar hij niet kwam, is verd. naar huis gegaan.Hij is vervolgens weer den weg op gegaan, na een zaklantaarn bij zich te hebben gestoken, in de richting van de woning van de Peyper. Toen deze in het gezelschap van zijn broer, beiden per rijwiel, op het Kerkpad naderde, heeft verd. de Peyper een klap op zijn oog gegeven, zoodat hij van de fiets viel. Beiden wi'den toen verd. te lijf en sloegen hem, zoodat hij in de sloot viel, waarom hij zijn mes trok om ermede zwaaiende, de aanvallers van z'ch af te houden. Op eens riep de Peyper, dat hij gestoken was en van dat oogenblik maakte verd. gebruik om er tusschen uit te trekken. De getuige, het slachtoffer de Peyper, geteekend met een breed en diep lidteeken op den de rechterwang van den neus tot onder het oor, gaf een geheel andere lezing van het geval. Volgens deze lezing was in het café van Moerkens de eerste slag door verd. toegebracht en ook later op het Kerkpad, waar verd. hem af wachtte, kreeg get. van verd. een zwaaisiag met de rechterhand over het gezicht, waardoor hij hevig bloedend van zijn fiets is gevallen. Direct daarop kreeg get. nog een slag met iets scherps, waardoor zijn linkerwang werd geraakt en de schouder van zijn jas werd opengesneden. Na dien had hij geen slag meer gehad, zoodat dus reeds bij den eersten slag een mes moest zijn gebruikt. Get. had voor hij zijn verklaringen aflegde, zich civiele partij gesteld, wegens de toegebrachte finantieele schade, tot een totaal bedrag van ƒ73.50. De verklaringen van get. A. C. de Peyper, den broer van het slachtoffer, kwamen met deze laatste lezing overeen. Deze get. heeft gezien, dat verd. iets blinkends in de hand had, waarom hij hem is aangevallen en in de sloot heeft getrapt. Nadat nog een paar getuigen a décharge waren gehoord, werd gepauzeerd. In den namiddag kreeg de Officier van Justitie het woord voor zijn requisitoir, aan het slot waarvan spr. concludeerde tot verd.’s schuldigverklaring en tegen verd. zes maanden gevangenisstraf eischte. De verdediger, Mr. P. Rassers, beriep ; zich in zijn pleidooi op de verklaring der getuigen a décharge, den kastelein Moerkens en diens dochter, volgens welke vaststaat, dat in den aanvang de getuige de Peyper in het café van Moerkens den eersten klap heeft toegebraeht, hetgeen als verzachtende omstandigheid kan gelden. Spr. drong tenslotte aan op een voorwaardelijke veroordeeling, temeer omdat verd. ongeveer een maand in preventieve hechtenis is geweest. Na ré- en dupliek werden de uitspraken bepaald op over 14 dagen. VERBODEN COLPORTAGE. De 25-jarige arbeider A. D. was in hooger beroep gekomen tegen het vonnis van den Kantonrechter te Tilburg, waarbij hij was veroordeeld tot ƒ6.— boete. Hij had op 20 Sept. te Oisterwijk Zwart Front-brochures „Spanje’s doodsuur” uitgereil.t aan voorbijgangers en zulks voornamelijk aan militairen, terwijl bij Politie-verordening ter plaatse het colporteeren, zonder vergunning van den burgemeester, was verboden. Verd. bekende, doch hij vond de straf te zwaar; dat kon niet van zijn steunbedrag van ƒ9.— af. Bovendien wist h ijniet, dat de weg, waar hij liep, onder het colportageverbod viel. . Op een vraag van den Off. v. Ji:st. in wiens opdracht hij de colportage verrichtte bleef verd. her antwoord schuldig. In zijn requisitoir oordeelde de Off. v. Just.tie de opgelegde straf niet te zwaar waarom hij bevestiging van het vonnis eischte. Ook in deze zaak werd de uitspraak op over 14 dagen bepaald. DE MOORD TE MEPPEL. Tegen dienstbode acht jaar geëischt. Het gerechtshof te Leeuwarden behandelde Donderdag de zaak tegen de 27-jarige dienstbode E. V. uit Meppel, thans gedetineerd die wordt beschuldigd van moord op mevrouw Stern-Chattel te Meppel. In den nacht van 3 op 4 Mei van het vorig jaar heeft verd. haar mevrouw die reeds te bed lag met een hamer een aantal slagen op het hoofd toegebracht aan de gevolgen waarvan deze den volgenden nacht is overleden. De Asser rechtbank die na de eerste behandeling op 28 September de zaak schorste teneinde een onderzoek naar verd.’s geestvermogens in te stellen, hoorde op 22 Januari j.1. een tweetal getuigen-deskundigen die een uitgebreid rapport hadden ingediend. De rapporteurs, prof. W. N. v. d. Scheer en dr. S. van Mesdag, beiden te Groningen waren tot de conclusie gekomen dat in het algemeen de vraag of er van een ziekelijke storing van de geestvermogens sprake was, ontkennend moet worden beantwoord. Het O.M. eischte evenals in eersten aanleg acht jaar gevangenisstraf, welke straf de rechtbank 5 Februari wijzigde in drie jaar gevangenisstraf met ter beschikking stelling der regeering. Na uitvoerig requisitoir eischte de advocaat-generaal thans acht jaar gevangenisstraf met daarna ter beschikking stelling van de regeering. --- Uit de Pers GEZINSPOLITIEK. Nog steeds moet de Katholieke Staatspartij aandringen op intensiever gezinspolitiek. Er gaat bijna geen maand voorbij, of het blijkt, dat er op dat terrein nog heel veel te doen valt. Toch meene men niet, dat er met de actie niets bereikt wordt. Hoe onbevredigend de thans voorbije Regeeringsperiode dan ter zake van gezinspolitiek ook nog zijn moge, vruchteloos was ze toch geenzins. Het blijkt uit de opsomming van volgende punten, welke de „Opmarsch” bij elkaar bracht : 1. Bij de omzetbelasting werd door invoering van diverse vrijstellingen voor eerste levensbehoeften de druk dezer heffing voor groote gezinnen aanzienlijk beperkt. 2. Er kwam een wetteiijke regeling van de huisindustrie tot stand, die voor een verbod van den fabrieksarbeid der getrouwde vrouw de mogelijkheid opent. 3. Bij de herziening van het tarief van de Inkomsten! elasting werd de regeling voor den kinderaftrek aanmerkelijk verbeterd. 4. De opcenten op den suikeraccijns werden door het onverzettelijk afwijzen der Katholieke fractie teruggenomen, niettegenstaande Minister Oud voorstelde, die verdooging maar te behouden. 5. Dezelfde minister nam na krachtig verzet van de Katholieke fractie 20 opcenten op de Omzetbelasting terug. 6. Een amendement-Suring op het ontwerp tot bezuiniging op de onderwijsuitgaven opende de mogelijkheid, om in speciale gevallen met het oog op het gezinsbelang ;en uitzondering te maken op de voorloooige pensioneering van 60-jarige onderwijzers. 7. Een ander amendement-Suring bracht iet verplichte ontslag van de gehuwde onderwijzeres. Reeds eerder was het ontslag van de onderwijzeres, die in het huwelijk ireedt, verplichtend gesteld. 8. Hetzelfde ontwerp betreffende de onierwijsbezuiniging bracht ook een gunstiger ichoolgeldregeling voor de groote gezinnen. 9. Een wijziging van het Wetboek van strafrecht behelsde een betere bescherming ran de jeugd tegen zedelijkheidsdelicten en noreele besmetting. Een amendement-Goseing daarop aangenomen, richtte zich spe:iaal tegen het gevaar, dat voor de jeugd dreigt uit de uitleenbibliotheek. Aan de bereikte resultaten had de Kathoieke Kamerfractie een groot aandeel. Moge len de gezinspolitiek meer gunstig gezinde egeering haar in staat stellen in de komenle periode nog meer-te bereiken --- Kerknieuws RETRAITEHUIS CENAKEL. Van 10—13 April a.s. zal ed in het Retraitehuis Cenakel te Tilburg een uitstekende Retraite gegeven worden voor meisjes, die neiging voelen voor het religièuse leven. De opening is te 5 uur. De kosten zijn ƒ 6.50. Bericht van deelname s.v.p. zendén aan de Directie van het Cenakel, Tilburg, (Tel. 587), alwaar gaarne alle verdere inlichtingen. SEMINARIE DER PATERS CAPUCIJNEN TE ENSCHEDE. De Palers Capucijnen zijn voornemens een tweede Seminarie te openen. De toenemende werkzaamheden in het vaderland en de vraag om missionarissen voor de bloeiende missieën op Borneo en Sumatra maken dit wenschelijk. Zoo noodig zal nog in dit jaar juist nu het Seminarie te Langeweg zijn gouden feest hoopt te vieren, met de uitvoering van het plan begonnen worden. Voorloopig zal dan een gedeelte van het nieuwe klooster te Enschede voor dat doel worden benut, en zullen daar de twee, eerste klassen als parallelklassen worden ondergebracht. Reeds werd de toestemming van Z. H. Exc. den Aartsbisschop verkregen. BENOEMINGEN. Z. H. Exc. de Bisschop van Breda heeft den zeereerw. heer H. Wijting eervol ontslag verleend uit zijn bediening van .pastoor te Hoogerheide en heeft benoemd tot pastoor te Hoogerheide den zeereerw. heer G. Konings, tot pastoor te Zuiddorpe den zeereerw. heer Ph. Maertens, tot kapelaan te Breda (H. Ant.) den weleerw. heer A. Stulemeyer, tot kapelaan te Fijnaart den weleerw. heer C. Knipscheer, tot kapelaan te Sluis den weleerw. hee,r Fr. Nooijens, die werkzaam was in‘het Aartsbisdom Mechelen, tot rector van het convict van de Broeders te Roosendaal den zeereerw. heer Andr. van Alst, tot kapelaan te Breda (O, L. Vrouw Tenhemelopneming) den weleerw. heer J. Uytdewilligen, tot kapelaan te Groot-Zundert den weleerw. heer Hadr. Lazeroms, tot kapelaan te Aardenburg den weleerw. heer P. Bruijns, die werkzaam was in het Aartsbisdom Mechelen. Sancta Maria, --- Gemengd Nieuws OVER DE GRENS GELOKT EN GEARRESTEERD. Duitsche douane maakt misbruik van goed vertrouwen. Naar eerst thans bekend wordt zijn Zaterdag j.1. de gebroeders H. en J. Holland uit Wellerlooi in Limburg door een Duitschen douanebeambte over de grens gelokt en op Duitsch gebied gearresteerd. De gebroeders H. hebben te Wellerlooi, onder de gemeente Well een z.g. gemengd grensbedrijf, waardoor hun bezittingen gedeeltelijk op Nederlandsch en gedeeltelijk op Duitsch grondgebied zijn gelegen. Beiden overschrijden vaak meermalen per dag de grens om den arbeid op hun landerijen te controleeren. Hierbij is hun nooit iets in den weg gelegd. Zaterdag verscheen een Duitsche doaunebeambte ten huize van de weduwe Holland met het verzoek of de gebroeders een oogenblik met hem wilden meegaan, daar de Zollinspektor van Twiststeden hen wilde spreken. De gebroeders H. voldeden onmiddellijk aan dit verzoek, temeer daar zij genoemden Zollinspektor goed kenden. Nauwelijks waren zij echter de grens gepasseerd, of beiden werden gearresteerd en naar een gereedstaanden auto gebracht. Men had dus blijkbaar op de goede trouw van de gebroeders H. gerekend. Tot dusverre tast men volkomen in het duister om welke reden de arrestatie is geschied. Begrijpelijkerwijs verkeert de weduwe H. in groote ongerustheid over het lot van haar beide zoons. Tot nog is niet bekend, waar* heen men hen heeft gevoerd. AANVARING IN MERWEDEKANAAL. Rijnaak Miaco in botsing met zandbak. Scheepvaartverkeer belemmerd. Donderdagmiddag heeft op het Merwedekanaal tusschen Nigtevecht en Weesperkarspel een ernstige aanvaring plaats gehad tusschen een zware zandbak van de firma Blankvoort & Zn. en de 573 ton metende Rijnaak Miaco van St. Filipsland, geladen met kopererts. Laatstgenoemd schip maakte deel uit van een sleep, welke voer in de richting Nigtevecht. Van de tegenovergestelde zijde naderde een tweetal zandbakken, getrokken door een sleepboot. Toen de Rijnaak en de zandbakken elkaar genaderd waren, had schipper M. Nieuwelink het roer van de Miaco „overliggen”, maar door zuiging van het water luisterde het schip niet naar het roer. Hieraan was het toe te schrijven, dat een der zandbakken met kracht tegen den voorsteven van de Miaco botste, en dat wel met zulk een kracht, dat in de Miaco ’n gat van ongeveer 4 a 5 vierkante meter gestooten werd. De botsing veroorzaakte zulk een geweld, dat de slag op verren afstand gehoord werd. Onmiddellijk werden op het beschadigde schip maatregelen genomen, om zinken te voorkomen. Het water stroomde met kracht het vooronder binnen, en de schipper en de overige opvarenden waren druk in de weer, om het huisraad naar het achtergedeelte van het schip over te brengen. Het water vulde echter al spoedig het geheele vooronder, zoodat een deel van den scheepsinventaris niet mèer bereikt kon worden. Inmiddels was de rijks-pontwachter O. Barneveld, die den luiden slag, door de aanvaring veroorzaakt, gehoord had, ter plaatse gekomen. Hij liet het schip door een der sleepbooten zooveel mogelijk naar den wal trekken. Zoodoende kon de Miaco aan den grond gezet worden en zinking worden voorkomen. Echter drong het instroomende water reeds het ruim binnen, waarom de sleepboot Annette tot vlak naast de Miaco ging liggen en dienst moest doen, om het water zooveel mogelijk uit het ruim te pompen. De zandbak, welke het gat in de „Miaco gestooten had, bleef onbeschadigd, maar een zware ketting knapte af als een houtje en doordat de lading zang ging schuiven begon de bak over te hellen. Het scheepvaartverkeer door het Merwedekanaal kon ter plaatse slechts uit één richting geschieden. BRAND IN TWEE OPSLAGPLAATSEN TE AMSTERDAM. De beide ruimten zijn geheel uitgebrand. Gisterenavond is in een opslagplaats van geregelde goederen in de Joden Houttuinen te Amsterdam, waarin B. zijn bedrijf had, brand uitgebroken. De vlammen tastten in de volgepakte ruimte, die zich achter den winkel bevindt, met groote felheid om zich heen. Uit den winkel sloegen dichte rookwolken naar buiten. Nog voordat de brandweer ter plaatse was, had het vuur zich ook medegedeeld aan de belendende opslagplaats van oud papier van P., welke toen ook weldra in lichterlaaie stond. Beide ruimten zijn volkomen uitgebrand. De brandweer heeft de vlammen, die aan de achterzijde even fel uitgeslagen hebben, spoedig met vier stralen gebluscht, hij was uitgerukt met twee motorspuiten en een ladderwagen. Op het oogenblik dat de brand uitbrak was er al sinds uren niemand in het pand aanwezig geweest. Het onderzoek van politie en brandweer naar de oorzaak van den brand heeft tot geen resultaat geleid. GEVAARLIJKE RECEPTEN. Reeds lang wisten wij, dat voorwerpen, die in de ziekenkamers gebruikt worden, dikwijls met bacillen besmet zijn en derhalve gevaar voor de gezonden opleveren. Dat dit eveneens het geval is met in ziekenkamers geschreven recepten, werd zoo goed als steeds over het hoofd gezien en toch is dit zoo, volgens de resultaten van een wetenschappelijk onderzoek, hetwelk de Warschausche geneesheer Dr. Koszovsky op dit terrein heeft ingesteld. Deze arts verzamelde 'uit verschillende apotheken in het geheel driehonderdzestig recepten. Na een grondig onderzoek kwam hij tot de ontdekking dat de grootste helft besmet was met ziektekiemen, welke onmiddellijk gevaar voor gezonden opleverden. Om de recepten zooveel mogelijk steriel te houden en te maken, beval Dr. Koszovs- y aan, deze niet in handen der zieken zelf ( : laten komen, wat maar al te dikwijls ebeurt. Verder om voor recepten geen paier te gebruiken, dat gelatinestof bevat, och alleen uit hout vervaardigd papier daar it voor bacillen den minst geschikten boem voor voortleven en voorttelen biedt. BRAND TE KOUDEKERKE. Kinderen speelden met vuur. Ten gevolge van het spelen van kindeen met vuur ontstond Donderdagmiddag •rand in de aan de woning vastgebouwde chuur van den landbouw P. C. aan den /rijweg te Koudekerke. De schuur die van ïout was en hooi en stroo bevatte is geheel n vlammen opgegaan en dit was ook het reval met het dak van de woning. De woung zelve die intusschen geheel was leeg gehaald is, daar de brandweer spoedig net de motorspuit aanwezig was, behouien kunnen worden. WOESTE RIJDER MAAKT SLACHTOFFERS. Bestuurder van gestolen bestelauto gearresteerd. Omstreeks half 10 gisterenavond bemerkten op het Hobbemaplein te Den Haag agenten van de motorpolitie een man op jen driewielige bestelauto, die zeer woest reed. Aan een sommatie om te stoppen, voldeed de bestuurder niet. Hij ging integendeel nog harder rijden met het gevolg, dat hij eerst een wielrijder aanreed, die er met eenige schaafwonden afkwam. Daarna werd de 26-jarige voetgangster A. M. van D. het slachtoffer. Zij werd naar het ziekenhuis aan den Zuidwal vervoerd en bleek een bekkenfractuur te hebben bekomen. De politie was toen echter in staat, den man aan te houden. Hij bleek te zijn de 19-jarige K. H., naar hij opgaf zonder vaste woonplaats. De aanleiding tot zijn groote haast werd weldra opgehelderd : hij verklaarde de bestelauto te hebben gestolen. FIETSRIJDER OVERREDEN EN GEDOOD. Woensdag is de landbouwer W. Linders, wonende te Kruis'and, gemeente Steenbergen, toen hij ter hoogte van het Gastelsveer fietste, door een auto aangereden en ernstig gewond. De man werd in bewusteloozen toestand opgenomen. Zonder tot bewustzijn te zijn gekomen is het slachtoffer vannacht overleden. KIND ONDER EEN AUTO. Nabij Meppel is op den Staphorsterweg het zesjarig zoontje van den heer L. van der W. te Dê Wearkhorst, dat plotseling achter ’n wagen vandaan kwam, door een auto, welke door een geneesheer uit Zwolle werd bestuurd, gegrepen. Het kind brak beide beenen en is naar het ziekenhuis te Zwolle overgebracht. HET WEER IN MAART. Maart was kouder dan Februari. Gemiddeld over de vijf hoofdstations was de ochtendtemperatuur een graad beneden normaal. In de drie decaden resp. 2]/2 graad beneden, y2 graad boven en li/2 graad beneden normaal. De gemiddelde maximum temperatuur was 2 graden beneden normaal, het gemiddelde minimum ongeveer normaal. De temperatuur is in Maart lager geweest dan in Februari. Het aantal dagen met een minimum temperatuur beneden het vriespunt bedroeg te De Bilt 13 tegen 12 normaal. De neerslag was in Noord-Holland ongeveer 10 procent in het overige deel van het land 30 tot 70 procent boven normaal. Herhaaldelijk kwamen sneeuw- en hagelbuien voor. In de maanden Januari tot Maart is voor de hoofdstations de hoeveelheid per station 110 m.M. of 81 procent boven normaal geweest. Te De Bilt werden 72 uren zonneschijn waargenomen tegen 123 uren normaal. --- Advertentie FDFDGGHHGHGFHGFJHFG --- FEUILLETON ALS DE HOP BLOEIT Naar het Engelsch. 4) „Dat kunnen we altijd probeeren. Verleden jaar had hij er ook niets tegt-n en toen hebben wij letterlijk op de plantage gewoond! Weet je nog wel? Jim Chetwyn en die vriend van hem, de schilder Mr. Loren, waren over uit Londen En wat een prettigen tijd hebben we toen gehad!” „Ja, ik weet het nog wel,” zei Mary met een glimlach, die op zichzelve genoeg bewijs was, dat hop-pluken van het vorig jaar haar ook een aangename herinnering bleef. „Mr. Loren moet wel heel knap zijn: Ik heb in de krant gezien, dat hij dit jaar drie schilderijen heeft op de tentoonstelling van het academie. En die schetsen, die hij maakte van het hop-plukken leken mij bijzonder geslaagd. Ik vond hemzelf ook heel aardig!” „Toch lang niet zoo als Jim. Wat was die verleden jaar verliefd op Helen en zij op hem, al meent ze nu ook, dat ze verheven is boven zulke gevoelens. Het zal mij benieuwen of het iets wordt tusschen die twee „Ik denk van niet, en hoop het ook maar niet.” zei Mary ernstig. „Waarom niet? Jim ziet er heel knap uit, en is ook heel aardig. Bovendien moet hij een goede partij zijn.” „Ja, dat is allemaal waar. Maar toch geloof ik niet, dat hij de geschikte is voor Helen. Zij is zoo heel verschillend van andere meisjes, waar jij en ik tevreden mee zouden zijn, voldoet haar niet, en ze is zoo oprecht en zoo ernstig en ze houdt er zulke hooge idealen op na, dat ze zich zeker al heel gauw gedesillusioneerd zal voelen in Jim. Want hij is wel een aardige jongen, maar geestelijk niet haars gelijk. Dus zou het gaan ontbreken aan „zielenverwantschap” die immers den grondslag moet vormen voor een gelukkig huwelijk, zooals zij dat uitdrukt.” „Kom, gekheid! Je denkt zoo verbazend veel van Helen, dat je niemand goed genoeg voor haar vindt! Maar maak je anders niet langer bezorgd over Jim en haar. Mij kwam het voor dat, toen hij met Paschen thuis was zijn gevoelen voor haar dan wel zeer bekoeld was. Het is een feit, dat een man niet graag heeft, dat zijn meisje knapper is dan hij, en Helen is tè intellectueel en té geleerd — al is ze dan ook nóg zoo lief en aardig — om bij het gros van de mannen in de smaak te vallen. Ik keek er van op, toen de Squire haar toestond naar Girton te gaan, want hij haat „blauwkousen”, zooals hij ze noemt. Het moet een vreeselijke beproeving voor hem zijn geweest, om zooveel geld voor haar college gaan te betalen.” „Maar dat hoefde hij ook niet te doen,” zei May. „Helen had zelf nog een beetje geld, dat haar nagelaten werd door een tante. Ik heb zoo’n idee, dat ze haar positie op Huize Eikenzicht voor wat onzeker houdt. De Squire is wel zeer op haar gesteld en ik geloof, dat het zijn bedoeling is, dat ze trouwt met Jim. Maar als zij dit eens niet wilde, of Jim trouwde een ander meisje, dan zou ze wel eens niet meer op het huis runnen blijven; vandaar dat ze in Girton zal lebben gestudeerd, met het oog dus op alerlei mogelijkheden.” „Als Jim haar vraagt, zal ze toch wel liet zoo dom zijn, om hem te bedanken! Ze zou heel wat gelukkiger wezen als mees:eresse op Eikenzicht dan dat ze daar bij/oorbeeld zat opgesloten in een schoolloraal met een troep — voor het meerendeel latuurlijk, onwillige leerlingen 1” „Stil,” zei Mary, en stak waarschuwend de hand op. „Spreek niet zoo luid...! Er is zeker iemand op den weg... Kijk maar, daar gaat het hek al open. Wie is het? O, het is Helen in hoogst eigen persoon!” HOOFDSTUK III. Het drietal begroette de bezoekster opgewekt. „We praatten juist over jouw,” zei Jess. „Ja?”... En als ik geluisterd had, zou ik dan het lot gedeeld hebben van de luisteraars aan de wand?” De meisjes lachten, maar Bertha kreeg een kleur, zoodat Helen hierin aanleiding vond om te plagen: „Biecht eens op, Bert, waarom jij er zoo schuldig uitziet?” „Nu, als je het dan volstrekt weten wilt: we spraken over jou en Jim en we zeiden hoe heerlijk het zou wezen, als jullie het eens werd! May dacht er anders over; zij acht zoo min Jim als iederne man goed genoeg voor jou. En toen begon ze te praten van je idealen, van je ernstige levensopvattingenen, en zei, dat je heel verschillend was van andere meisjes. En in deze was ik een, andere meening toegedaan. Dat is ah les.” Helen lachte weer. Bij dat onverwacht uitspreken van den naam van Jim was haar een gloeiend rood naar het gelaat gestegen maar ’n oogenblik later had zij weer geheel haar zelfbeheersching herwonnen, legde liefkoozend haar hand op Mabels arm en zei: „Ik lijk precies op andere jonge meisjes in één opzicht althans, dat ik verschrikkelijk naar thee verlang! Toen Bertie, geef mij een kopje, dan zal ik je je oprechte, al zij het dan ook min-vleiende opmerkingen, vergeven.” „De thee is veel te koud. Toe Jess, ga eens gauw andere halen,” — zei May, ondanks Helen’s verklaring, dat juist koude thee zoo goed den dorst lescht." Jess ijlde met den trekpot weg en Bertie schoof een stoel aan, terwijl ze moederlijk I hoofdschuddend zei: „Je ziet er uit als geI kookt, Helen!” „Ja, ’t is warm! Dat komt, Oom James en ik, we hebben nog al een lange rit gemaakt. We zijn de hopvelden gaan inspecteeren. Er kan begonnen worden met den oogst. Wanneer begint Mr. Terris?” „De volgenden week. Welke vormen nemen de feestelijkheden aan op je verjaardag Helen? Een pic-nic, een tuinfeest of... „Ik denk een pic-nic, maar we zullen nog wachten met de beslissing tot Jim thuis is.” „O, ik hoop maar, dat het een pic-nic zal zijn. Wat ben je van plan te dragen, Helen Wij moeten nieuwe japonnetjes hebben. Wij zijn juist vanmiddag bezig geweest onze garderobe na te zien, of we er ook iets bij vonden, dat geschikt was, om te moderniseeren; maar het allemaal oude rommel. De kamer lijkt wel een uidragerij!” „Kan het lijden bij jullie? Mrs. Chetwyn geeft er mij een, anders zou ik geen kans zien een nieuwe te nemen.” „O, we weten er iets op. We gaan aan ’t plukken van de hop” rijmde Bertie en lichtte het plannetje nader toe, dat luide bijval vond. „Dan komen wij je alle drie helpen. Jim en ik en Mr. Loren.” „Komt die dan weer mee met Jim?” Nu was het Mary’s beurt om te blozen en ze keek Helen dan ook niet aan, terwijl ze dit vroeg. „Ik hoop van wel. Hij komt altijd in September, zooals je weet. O, daar is al de thee! Een ware godendrank Jess!” Een prettig half uurtje volgde nu. Er waren in de afgeloopen week logé’s geweest op Eikenzicht en daar Helen zich druk met hen had moeten bezighouden, was ze niet zoo dikwijls bij haar vrienden geweest als anders: dus hadden de meisjes elkaar heel wat te vertellen, De vriendelijke hoeve was Helen al sinds haar kindsheid een veilige haven geweest Er heerschte daar zoo iets makkelijks, terwijl er op Eikenzicht een zekere stijve vormelijkheid in acht genomen diende te worden tegenover den ouden Squire en zijn nicht Mrs. Chetwyn, die sinds den dood van Mrs. Payne daar de plaats van de vrouw des huizes had bekleed. Jim Chetwyn was advocaat. Hij had kamers op The Temple, waar hij heel philosophisch zat te wachten op cliënten en zijn vrijen tijd aanvulde met artikelen en tijdschriften te leveren, zooals dit eenmaal de gewoonte is onder zijn collega’s van zeer wenig practijk. Dikwijls bleven de bijdragen onbeantwoord, maar, daar hij zijn arbeid over het algemeen meer beschouwde als tijdvulling dan als middel om in zijn onderhoud te voorzien waren teleurstellingen op dit gebied nog al vrij gemakkelijk te dragen. De Squire — hoe gierig ook tegenover zijn pachters — voorzag Jim van een jaargeld, dat ruimschoots voldoende was om zijn stand op te houden als erfgenaam van Eikenzicht en daar iedere shilling diea. zijn moeder bespaarde, denzelfden weg uitging werd Jim over het algemeen door zijn vrienden benijd. Hij was geen hoogvlieger, maar hij was een man van eer en voelde hij zich eenigszins in staat tot helpen, dan zou hij een vriend niet gauw in den steek laten. Daar hij bovendien een aangenaam uiterlijk en innemende manieren bezat, werd hij overal graag ontvangen. Moeders met huwbare dochters hielden hem voor een zeer verkieslijke partij en zelfs getrouwde vrouwen maakten veel werk van hem, zoodat het nog * een wonder was — zooals Geoffrey Loren dikwijls zei — dat hij niet totaal bedorven was door al die oplettendheden. • l Wordt vervolgd), ---