Hevige storm teistert kust van Priok Vliegtuigen zochten naar jacht „Beatrix” Djakarta, 12 Februari. Gedurende de afgelopen week hebben storm en zee duchtig huisgehouden op de kust van Priok. Vooral op Donderdag en Vrijdag sloegen de opgezweepte golven niet groot geweld over de zeewering van de strandboulevard ten Oosten van het gebouw der Koninklijke Zeilvereniging Tandjong Priok en zetten de erven der aan de weg gelegen huizen blank. Geen autorijder durfde over de boulevard te gaan, bevreesd door do overslaande zee in de siokans voor de woningen te worden gespoeld. In geen jaren heeft de zee zo onbarmhartig de kust gehavend. Zelfs in de zware pier ten Westen van liet K.Z-T.P. gebouw werden grote gaten geslagen. De pas gerepareerde bak voor het K.Z/T.P. gebouw moest het wederom ontgelden en over tientallen meters van de zeewering is het bovendek door de kracht van het water aan gruis geslagen. De langê het Oostelijk terrein staande bomen werden geheel ondermijnd, zodat de woi’tels werden blootgelegd, Gisterenmorgen geloofde nien dat het weer zich had gebeterd. Terrein en gebouw der K.Z.T.P. waren vol bezoekers en vele jachten kogen zee. Tegen elf uur kwam evenwel uit het Noord Westen een zware bui opzetten, welke de talrijke gasten buiten het gebouw ijlings onderdak deed zoeken. Jachten in moeilijkheden Het eerste jacht, dat door de felle windstoten werd getroffen was de Vrijheidsklasser „Nautilus”, die kapseisde doch, gelukkig voor de bemanning, bleef drijven. Een sloep met zeeverkenners bracht ondanks de hoge zee spoedig redding, terwijl een met en motor uitgerust zeilschip een afdrijvend draakjacht uit de benauwdheid hielp. Andere scheepjes liepen, zij het dan ook met meer of minder avefij, de haven binnen. Van de twee Marine-draakjachten, welke een tocht naar de eilanden zouden maken, kwam de „Marijke” om drie uur in de middag op de fok het Kodja kanaal binnen. Het grootzeil van het jacht was bjj het eiland Alkmaar aan flar.den gegaan. Aan boord van het tweede Marine-jacht, de „Beatrix”, bevonden zich o.a. de Hoge Commissaris, Mr. A. Th. Lamping en echtgenote met twee Marine-officieren. De regen, welke als een gordijn over het water hing, maakte het ónmogelijk de zee af te speuren in de richting van Edam waar de bemannig van de binnengelopen „Marijke” het zusterschip het laatst had gezien. Daar het niet ónmogelijk was dat ook de „Beatrix” zeiltrouble had gekregen, werd het vliegveld Kemajoran van een en ander in kennis gesteld met het gevolg dat een Piper Cup opsteeg en een verwacht wordende Catafina en een Dakota radiografisch opdracht kregen naar het jacht uit te kjjken. De Dakota kreeg de „Beatrix” het eerst te pakken en scheerde vlak over het jacht, dat in de richting van de punt van Itrawang bleek te zijn afgedreven. Ongeveer half vijf vertrok daarop een reddingsploeg met het jacht van Dr. Rejjinga,- dat van een sterke buitenboordmotor is voorzien, in de richting van de hoek van Krawdng, waar de „Beatrix”, volkomen gaaf doch alleen ietwat vochtig, met slagen om Noord en Zuid in de richting van de haven trachtte te komen. Met het oog op tegenwind en stroom en een dreigend buitje in het zicht, besloot-1 de stuurman van de „Beatrix” het aangeboden lijntje van het ter redding uitgetogen jacht te accepteren en zich zodoende een hondenwacht te besparen, Tegen acht uur arriveerden redders (beter gezegd slepers, aangfezien de „Beatrix”, zij het dan ook wat later, in staat zou gijn geweest op eigen kracht de haven te bereiken), de jachtclub. Tegen de kou en op de goede afloop werd naar zeilersgebruik een borrel gedronken, j --- Geen animo heropening suikerfabrieken ? TN een onderhoud met het Jogjase blad „Nasional” verklaarde de Kepala Djawatan Pradja Daerah Istimewa de heer Honggowongso, dat de overheid aan de buitenlandse ondernemers toestemming zal verlenen om hun ondernemingen wederom in bedrijf te stellen, mits zij aan de gestelde voorwaarden voldoen. De heer Honggowongso verklaarde, dat onderhandelingen zijn gevoerd en dat men aan onderoemingszijde reeds op de hoogte is van de door de regering naar voren gebrachte voorwaarden. Hij heeft evenwel tot dusver nog niet vernomen, wanneer de ondernemers met hun werkzaamheden zullen beginnen. Hij gaf als zijn mening te kennen, aat de ondernemers thans doende zijn om de situatie in de gebiewaar zij zullen werken, te bestuderen. Wat betreft de suikerfabrieken, gaf de heer Honggowongso te kennen, dat 3r tot dusver geen verzoeken tot heropening van deze fabrieken zijn binnengekomen. Hjj verklaarde verder dat de centrale regering zich mogelijk zal belasten met het uitkeren van een schadevergoeding voor vernielde suikerfabrieken. Tenslotte werd hem de vraag besteld, of de overheid eventueel zelf tot heropening van de buitenlandse fabrieken zal overgaan, indien de buitenlandse ondernemers hiertoe niet zouden besluiten. Hierop antwoordde de heer Honggowongso, dat het plaatselijk bestuur van de Daerah Istimewa Jogjakarta zulks niet overweegt en geen plannen koester^ om het in deze richting te sturen. Storm eri zee hebben duchtig huisgehouden op de kust van Tandjong Priok, Onderstaande foto geeft een beeld van de hevigheid waarmede de golven de zeeboulevard van Priok teisterden. --- Masjumi en Darul Islam In een onlangs gepubliceerde bekendmaking legde de j partijraad van de Masjumi er de nadruk op, dat tussen deze partij en de Darul Islam we) degelijk een groot verschil bestaat in politieke principes. „De Masjumi streeft naar de verwezenlijking van haar doel langs democratisch-parlementaire weg, zonder daarbij buiten de perken van de grondwet en de geldende wetten te treden. De Masjumi zal zich bij het realiseren van haar idealen in geen geval van gewelddadige middelen bedienen en haar toevlucht zoeken In het vormen van een staat xn de staat R.I.”, aldus de bekendmaking. De partijraad is van mening, dat „dit verschil van standpunt, voor velen blijkbaar nog niet geheel duidelijk is, in nel. bijzonder onder het lagere personeel van de machtsapparaten”, weshalve het bestuur het wenselijk achtte om het standpunt van de Masjumi alsnog kenbaar te maken. --- De buffel die „mahesa lawoensf zal worden Offerplechtigheden Merkwaardig ceremonieel aan Solose hoven door NOTO SOEROTO D VENALS in Christelijke s ■*-J landen vele overblijfselen (i van oude Heidense gebruiken \ zich gehandhaafd hebben (zo- t als b.v. de lichtuit. stralende I denneboom op het Kerstfeest, c de Paaseieren, het ontsteken ( van grote vuren op bergtoppen c in Zwitserland), zo leven de < rudimenten van Animisme en I van het antieke Hindoei sme ' in het huidige Javaans — In- ' donesische Islamisme nog ' steeds hun sterk leven m nog É rijker aantal dan in het geval v is in Christelijke streken. \ Hier vinden wij het bewijs l van de trouwe gehechtheid van t het Javaanse volk aan het een- « maal verworven cultuurbezit. ' Wij kennen het sekatèu — I feest als een mengsel van Hin- c doe-Javaanse kunst-elementen i met Moslimse religieuse ten- s denzen — waarbij de Islam var die Javaanse zin voor trouw ■ (setya) en van zijn kunstge- I voel gebruik heeft weten te ' maken voor zijn geloofsver- j breiding. In de maand Rabingoelakir, ' volgende op Rabingoelawal (de Mauioed-maand) beleven wij in Soerakarta een dieren- ■ offerplechtigheid, welke, uit een ethnologisch oogpunt be- 1 schouwd, hoogst merkwaardig is om haar hoge ouderdom en om de verwijderdheid van haar land van herkomst, immers: haar oorsprong moet op zekere grónden gezocht worden in de Vediscihe tijd van het klassieke India, d.i. ongeveer 1000 jaren vóór Christus. In die bovenbedoelde maand plegen naar de Solose hoven uit de respectievelijk onder hen ressorterende désa’s allerlei wouddieren en vogels gezonden te worden, bestemd om op een bepaalden dag op rituele wijze te worden geslacht. Het bloed wordt in kleine aarden potten opgevanger. en deze potten worden op hun beurt besloten in twee langwerpige kisten van geel-koper (kendaga djenéjan). Een deel van het vlees snijdt men in kleine stukken, welke aan stokjes aanéén geregen ongekruid worden geroosterd en welke kalak worden genoemd. De rest van het vlees wordt op de gewone wijze tot verschillende gerechten bereid. Op den dag van offerplechtigheid, waarbij de vorst met zijn gehele hofhouding aanwezig ls, worden onder een hoogst ingewikkeld ceremonieel de gebeden over de offergaven gezegd. Deze gebeden zijn deels in het Arabisch, dus Moslims, deels in het Javaans De gebeden in de Javaansche aal zijn kennelijk ontleend j aan het Hindoeisme; maar de Javaan spreekt van „Boeddhisme”, hetgeen een contradictio in terminis zou zijn, wijl het Boeddhisme het doden van dieren streng verbiedt. Wij moeten evenwel hierbij bedenken, dat de Javaan onder ..Boeddhisme" zowel het eigenlijke Boeddhisme als het Hindoeisme verstaat. De gehele Hindoe-Javaanse periode in zijn cultuurgeschiedenis noemt de Javaan trouwens ‘ijsman Boeddha.De gebeden worden gezegd door een corps van ambte( naren, belast met het bewaren van religieuse ceremoniën en genaamd djoeroe soeranata. Nadat de zegen over de offeranden is uitgesproken, worden de potten met bloed aan de aarde toevertrouwd („toegeworpen” = laboeh) en wel aan de vier hoeken van het kratonerf, terwijl de offerspijzen onder de menigte worden verdeeld. Deze Offerplechtigheid heet radjawédha (koninklijke offergave) of mahésa lawoeng (buffel, die vrijgesteld is van elke arbeid en ook in volle vrijheid wordt gelaten). Ter- «elfdertijd, dat de radjawe]ha in de stad plaats vindt, .vordt als een uitbreiding van Ie offerceremonie op het platteland, in de désa’s een offerfeest gehouden, genaamd ïramawédha (vuuroffer), in Ie wandeling geheten bersih iésa (reiniging van het land). Ma de zegening en verdeling van het offermaal wordt gevoonlijk een wajang koelit voorstelling (schimmenspel) gegeven, waarbij het drama .vordt opgevoerd, dat ons verhaalt hoe de godin Déwi Sri aan de achtervolging van oen demon in de gedaante van ?en reusachtig wild zwijn vist te ontsnappen door zich A veranderen in de rijstplanl, 31e tot heden het hoofdvoedsel aan de bevolking verschaft.Het geheele karakter van de radjawédha draagt hiervan het kenmerk, dat er geen sprake is van een offerande ten gunste van een of andere individuele smeekbede, doch voor de welvaart en het geluk, voor de vrede en veiligheid van de „gehele uitgestrektheid van het rijk” (sa — telatahipoen pradja) en van de „gehele inhoud daarvan” (sa — isinipoen sadaja), d.i. „van de gehele rijksbevolking”. De naam radjawédha duidt er trouwens op, dat deze offerande alleen kan geschieden op gezag en onder auspiciën van een radja, een vorst, het hoofd van het rijk; daarom wordt zij ook wel aangeduid als wiloedjengan nagari d.i. „’s rijks offerande”. Ontaarding De naam Mahésa lawoeng doelt op het oorspronkelijke dier, dat voorbestemd is om zich te offeren voor de welvaart en het geluk van land en volk. De slachtpartij van zoveel mogelijke soorten van wouddieren en vogels is in feite een ontaarding van het oerbeeld. De buffel, die mahésa lawoeng zal worden, moet op de nek rechtop staande haren dragen; zijn horens moeten halve-maanvormig gégroeid zijn (njagak talang); zijn ogen schuins in den kop geplaatst (djahit); hij moet niet minder dan 3% en niet meer den 5 jaren tellen en hij mag geen enkel teken van lichaamsgebrek vertoonen. Als de buffsl door het hoofd der religieuse ceremonie-bewaarders (loeran djoeroe soeranata) volgens de zoeven genoemde kenmerken ie gekeurd, wordt hij „vrij gelaten” (dilawoeng). Hij mag geen enkele werkzaamheid verrichten; hem is toegestaan overal heen te gaan als het hem belieft, en geen sterveling mag hem een stroo-breed in de weg leggen, tot het tijdstip daar is, dat hij ter slachtbank wordt geleid. --- Eisen van arbeiders doen rijstpriis stijgen | N verband met de prij1 stijging van consumpti artikelen welke door vel wordt geweten aan de omz‘ belasting vernemen wij om' meer, dat van officiële zij het standpunt wordt ingei men, dat de stijging van rijstprjjs (welk voedingsm del zoals men weet is vrij) steld van omzetbelasting) j weten moet worden aan de v gende factoren: voortduren stakingen in de havens, • transportprobleem, de onvi ligheid, speculatiezucht v; vele handelaren en de vergrot vraag naar rijst. Deze gestegen vraag vindt groeperingen die van hun haar oorzaak in de exorbitante eisen van sommige arbeiders- uitgevers een toeslag van 0 gram rijst per dag vran. Dit heeft tot gevolg, dat werkgevers, willen zij geen iking riskeren, rijst moeten pen. Deze werkgevers, die er voldoende kapitaal heilikken zijn bereid en in staat ï hoge prijzen te betalen, lardoor wordt het prijsniveau n rijst ópgetrokken en moeten consumenten die niet beiren tot de arbeiders met n toeslag van 600 gram rijst ik de zeer hoge prijs, die bija hoven de draagkracht van ,-ele loontrekkers valt, betalen. De regering tracht zoveel mogelijk verlichting te brengen, door vergrote aanvoeren uit het buitenland. De voedselvoorziening heeft de voortdurende aandacht van de regering. Men zal in Indonesië echter niet kunnen ontkomen aan een meegaan met de prijsstijgingen in het buitenland, dooh de regering zal alles doen wat in haar vermogen ligt om excessen te voorkomen. --- Millioenen dans (Van een medewerker) ZO langzamerhand zijn de voornaamste cijfers van de milliardennota wel in zeer m-ede kring bekend geraakt: voor 1950 aan uitgaven R. 8.726.303.600— tegenovei j inkomsten R. 990.242.200.— . en voor 1951 aan uitgavei R. 9.036-981.900.— tegenovei j inkomsten R. 8.049.530.400.—. De inkomsten zijn dus méér gestegen dan de uitgaven, een gevolg ondermeer van de strenger door ge voer de inning van oude en van nieuwe belastingen. Maar de stijging is niet daarvan alleen een gevolg. Voordat we op een en ander nader ingaan en trachten tot zekere conclusies te komen, zullen we hier eerst in beschouwing nemen het cijfermateriaal van de nota. En dan zien we, dat de uitgaven van enkele ministeries zijn teruggelopen, waartegenover die van velé andere zijn verhoogd. Een vermindering van uitgaven wordt in 1951 verwacht bij Regering en Hoge Colleges, en voorts bij de ministeries van Financiën (een zeer aanzienlijke vermindering) en van Verkeer, terwijl alle andere hun uitgaven hoger hebben geraamd dan de in 1950 bestede sommen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken kwam van ruim 464 millioen op meer dan het dubbele, nl. bijna 957 millioen. Defensie kiom van ruim 1% milliard tot ruim 2 milliard; Scheepvaart verdubbelde zijn uitgaven en kwam daardoor tot bijna 116 millioen: Voorlichting werd bijna het drievoudige en kwam van 58 millioen in 1950 tot 165 millioen in 1951. Opvoeding werd ongeveer het‘dubbele, nl. 565 millioen; Gezondheid met zijn nieuwe plannen werd meer dan dubbel en kwam f-ot 416% millioen: Sociale Zaken klom van 63 tot 151 midioen en Godsdienst van 54 tot 120 millioen. Hiertegenover staan echter op verschillende terreinen vermeerderingen van inkomsten, waarvan de voomaamsten wel zjjn: Financiën van 4 naar 5% milliard, Landbouw van 38 naar 109 millioen. Scheepvaart van 20 naar 48 millioen, Opvoeding van 7 naar 45% millioen, Gezondheid van 108 naar 291 millioen en Godsdienst van nractisch niets naar 26% millioen. De inkomsten van Binnenlandse Zaken zijn daarentegen van 230 mil'toen teruggelopen tof 28 millioen. Verkeer liep terug van 63 naar 31 millioen en Voorlichting van 16 naar 10 millioen. De andere inkomsten hieven min of meer gelijk. Arbeid is hier buiten beschouwing gebleven, omdat een vergeliikinsr met 1950 daar niet veelzeggend is. Bij een nadere bestudering van deze eiifers valt er toch een verheugend verschijnsel waar te nemen, ofschoon er daarnaast genoeg sombere asnecten o verbleven: het verschijnsel namelijk, dat er in de verhoudingen tussen uitgaven en inkomsten van de direct-nroduc+.ieve ministeries een duidelijke tendenz naar verbetering is. Het beste resultaat tonen hierbii wel de ministeries van Landbouw en van Gezondheid, waar de verhouding tussen uitgaven en inkomsten aanzienlijk gunstiger is geworden. Op enkele inkomstengroepen hopen we een volgende maal nader in te gaan. --- Bendeleider weer vertrokken De Oost-Javaanse bendeleider Sunari, die zich met zijn mannen kortgeleden te Surabaja heeft gemeld, is met zijn groep weer de bergen ingetrokken. Naar verluidt is de reden hiervan het feit, dat 1 ij zich niet kon verenigen met de toe standen in het opvang-cen* i h ln Surabaja. --- De Britse minister van Bui tenlandse Zaken, üevin, zaï. ondanks zijn ziekte, niet aftreden, aldus meldt Reuter uit Lrm ien. Bevin is herstellende. --- Toneel en muziek der Chinezen in Indonesië Verdringing klassiek toneel betekent verlies door: KWEE KEK BENG \j AN tijd tot tijd ziet men in : ~ Indonesië, zoals bijvoor- ] beeld kort geleden te Djakarta ! en Bandung, een Chinees to- ! neelstukje opvoeren met Hol- < landse of Maleise tekst, doch ! met behoud van de schitteren- I de Chinese toneelgewaden, ge- i modemiseerd Chinees decor en | Chinese muziek, hetgeen doet i denken aan de pogingen van : de Duitse sinoloog Hundhausen < om het klassieke Chinese to- ' neel te Peking ingang te doen i vinden ook onder Westerlingen i door gebruik te maken van 1 zijn Duitse vertalingen. Evenals wijlen prof. Richard i Wilhelm oorspronkelijk in Chi- i na kwam om de heidense Chi- ! nezen te bekeren, doch zelf „bekeerd” werd, zodat men een zendeling verloor doch de Chinese cultuur een toegewijde bewonderaar méér won, zo vertrok Hundhausen, als advocaat, voor zaken naar China met de bedoeling om het weet zo spoedig mogelijk te verlaten, maar hij bleef in China totdat de rechtsgeleerde zich ontpopte als één der bekwaamste Duitse smologen. Weinig bekend is, dat ook de Katholieke schilder Jan Toorop volgens eigen bekentenis de invloed heeft ondergaan van het Chinese toneel: „De Chinezen leerden me kleuren zien. Hele dagen zwierf in door hun wijk, zodat mijn ouders ongerust werden Ze vertoonden toneel op straat. Mooi! Nooit heb ik zo iets teruggezien! Die pracht van gebaren! Die innerlijke rijke beschaving... De Chinezen kennen: de grote lijn”, aldus Tqprop, die op I kaï'J^a heeft gewoond. Verder heet het: „De grondslag van mijn werk is Oosters. De mooie half-Chinese omgeving op Banka en de Oosterse natuur daar ln Indië hebben mij het eei’st met schoonheid in aanraking gebracht”. Invloed Ongeveer veertig jaar terug zag men in Indonesië hij haast elk groot tempelfeest een Chinees toneelgezelschap een of ander historisch of legendarisch stuk opvoeren en vaak wordt ook het Chinese poppenspel, de wajang „poo tee hie” vertoond, welk marionetten-theater mogelijk van invloed is geweest op de Javaanse wajang golek (Veth, Java IV, p.' 221). In het derde nummer van „Jade” (orgaan van het China Instituut ta Djakarta), dat na de tweede Wereldoorlog is verschenen, vindt men over de Chinese poppenkast een interessante studie van ir. J. L. Moens naar aanleiding van een po te hivertoning te Djokja door een peranakan Chinees uit Semanang. Hoewel men thans jammer genoeg het Chinese toneel niet meer zo vaak in Indonesië ziet, trekt het nog steeds volle zalen indien het, zij het in ge wijzigde vorm, wordt vertoond. De invloed van het Chinese toneel als levend prentenboek voor een volk van honderden millioenen analphabeten is bijzonder groot en ook in de jongste oorlog tegen Japan en in de Chinese burgeroorlog speelde het gemoderniseerde toneel als politiek wapen een niet te onderschatten rol. Het Chinese huisaltaar als centrum der voorouderdienst wordt door Ku Hung Ming „de ; kerk in huis” genoemd; het klassieke Chinese toneel vorm( de een soort voortzetting en uitbreiding der voorouder( dienst, want hier ziet iften de , | vele Chinese helden en heldin i nen uit de Chinese geschiedenis, de geestelijke voorouders ! van het Chinese ras, weer heri leven. Standbeelden werden voor China’s grote mannen niet opgericht, doch door lite] ratuur (voor de geletterden) en door het toneel (voor de grote massa) leven zij in virtuele onsterfelijkheid voort in de herinnering en de harten van het Chinese volk met zijn diepgewortelde familiecultuür, die in het Chinese toneel een nationaal complement vindt voor de verering der geestelijke voorvaderen der natie. Verdringing De verdringing van het klassieke Chinese toneel door de bioscoop en andere „moderner’ i vermaken ook hier in Indone! sië, betekent dan ook niet eni kei een artistiek verlies. Wat het muziekleven onder ; de Chinezen in Indonesië be. treft, men ziet ook hier groi te veranderingen. Evenals men 1 in de hedendaagse Chinese ■ schilderkunst drie categorieën sou kunnen onderscheiden, de klassieke, de Westerse en een soort al of niet gelukte synthese tussen beide, zo kan men ook op muzikaal gebied personen ontmeten die nog trouw blijven aan de oude Chinese muziekinstrumenten, naast degenen die in steeds toenemende mate één of ander Westers musiekinstrument bespelen, terwijl een niet al te groot aantal zowel de Chinese kim of lult als 3e Europese viool of plano niet onverdienstelijk weet r« hanteren. Maar in Indonesië heeft men bovendien (vooral in Midden-en Oost-Java), Chinezen die de gamelan niet alleen passief weten te waarderen, doch ook actief kunnen bespelen, op een wijze, die maar weinig echte Javanen zouden kunnen verbeteren. Vele rijke Chinese families bezitten gamelanstellen waarop men met recht jaloers zou kunnen zijn; de in 1919 overleden majoor der Chinezen te Cheribon, Tan Tjin Kie, die een Chinese Mandarijnengraad tweede klasse bezat, was een der grote beschermers der Javaanse kunst (Dr. Th. Pigeaud, Javaanse Volksvertoningen, p. 114). Verlies De neiging van de voereanstaande hiergeboren Chinezen in latere tjjd om zich meer te wenden tot het moderne Europa of het nieuwe China, noemt dr. Pigeaud dan ook een zeer belangrijk verlies voor de Javaanse kunst. Hier mag zeker niet worden vergeten de zg. „Gambang kromong” een soort synthese tussen Javaanse en Chinese muziek, waarbij men gebruik maakt van zowel Javaanse als Chinese instrumenten, een voor het gehoor niet onaardige combinatie, die een tegenhanger vindt in zekere specifiek Indisch-Chinese gerechten, culinaire combinaties, die een Werumeus Buning zouden doen watertanden. Wat de beoefening der Westerse muziek betreft onder de hedendaagse Chinese jeugd in Indonesië, merkwaardig is zeker dat er in de laatste jaren een verrassend groot aantal muziektalenten zijn ondekt, o.m. door de bekende Rus Iwan Fedorof te Djakarta. Wjj noemen hier slechts Li San San, de jeugdige pianiste uit Djakerta, die thans haar muzikale opleiding in Europa voortzet, de gebroeders Liem, onder wie de cellist Lim Kek Beng (Conservatorium Amsterdam) en Lim Kek Tjiang, die onlangs cum laude als volist is geslaagd aan hetzelfde Conservatorium. Zelfs muzikale wonderkinderen ontbreken rist; zoals bijv. Evetyn Yap (thans te Palembang) die op tienjarige leeftijd een pianosolo gaf in de Kaeuper zaal van de Millikin Conservatory, of Music (1048) te Decatur (Illinois). Tot slot mag worden aangestipt de moderne Chinese zang en muziek: Djakarta bezit in dit opzicht een goed gemengd zangkoor. --- BERAPA? Er zijn minstens twee „Kepala Daerah Telepon Djakarta”. Misschien zjjn er wel drie. Of vier. Want toen wij hedenochtend telefonisch een onderhoud verzochten met de „Kepala Daerah Telepon Djakarta” zei men ons: „Dat is ln orde, kom maar.” Wij zjjn gegaan. Maar toen wij ons aandienden bij de „Kepala Daerah Telepon Djakarta” zei een jongedame: „Wjj weten van niets. Hoe heette die meneer, die U gebeld hebt”. Die naam wisten wjj niet, want die meneer zei alleen, dat hjj de „Kepala Daerah Telepon Djakarta” was. Maar de „Kepala Daerah Telepon Djakarta” wist van niets. Witj stonden in ons hemd. Er moeten dus minstens twee „Kepala Daerah Telepon Djakarta” zjjn. Als nu een van deze kepala’s het corps van de telefonisten gaat versterken inplaats van argeloze journalisten reizen voor niets te laten maken, is daarmee een algemeen belang gediend. --- K.L.-Ambonezen naar Nederland Van officiële Nederlandse zijde vernam Aneta, dat de in Soerabaja gelegerde Ambonese militairen met tjjdeljjke KLstatus allen naar Nederland zullen vertrekken. In totaal betreft het hier 4.500 personen, van wie 1.300 miliairen, 1.000 vrouwen en 2.200 kinderen. Zij zullen scheep gaan op de „Kota Inten”, die dezer dagen naar Nederland vertrekt. In de andere kampen op Java hebben de betrokkenen hun keuze nog niet geheel bepaald. --- Scheepsbrand in Tandjong Priok Op 10 Februari omstreeks 10 uur is brand uitgebroken in een landingsvaartuig dat ligplaats had in het Kodja-kanaal voor de steiger van ’s Landsbaggerbedrijf te Tandjong Priok. Van alle kanten schoten de sleepboten, die zich in het Kodja-kanaal bevonden, te hulp en zetten hun spuiten op het brandende vaartuig. Een kwartier later was de havenbrandweer ter plaatse, maar toen was het gevaar van de brand, die zich aanvankelijk ernstig liet aanzien, bezworen. --- Indonesie’s standpunt in Chinese kwestie Steun van V.S. en V.l\. meer dan vier milliard dollar i-| E regering heeft zowel de beslissing der Verenigde Naties om de Chinese Volksrepubliek als agressor te brandmerken als de rapporten van het hoofd der Indonesische delegatie te Lake Success in studie genomen. Het uitgangspunt van de regering is, dat de mogelijkheden om een vreedzame regeling te bereiken niet alle zijn uitgeput. De regering heeft voorts de andere mogelijkheid, namelijk, dat de Verenigde Naties economische en politieke sancties zouden opleggen, indien geen vreedzame regeling zou kunnen worden bereikt, in overweging genomen. Zij meent echter, dat het inopportuun zou zijn op dit ogenblik een beslissing te nemen”, zo verklaarde de minister van Voorlichting Pellaupessy, de vraag beantwoordend of de regering reeds haar standpunt heeft bepaald ingeval de Verenigde Naties economische en diplomatieke sancties tegen de Chinese Volksrepubliek zouden vragen. Hulp van VS en VN Van de souvereiniteitsoverdracht af tot en met Januari 1951 is in totaal een bedrag van 5 4.621.000 aan Indonesië toegewezen door de Verenigde Staten, waarvan $ 1.200.000.000 voor technische hulpverlening. Goedgekeurde projecten van de Exim-bank becijferden tot die datum een bedrag van $ 60.545.500. De door de Verenigde Naties verleende hulp, voordien door de Unicef verstrekt, bestond in deze periode uit $ 1.200.000 voor framboesiabestrijding, S 402000 (voor 1950) en $ 500.000 (voor 1951) in ’t raam van 't „Maternal and Children Health Program $ 216.000 voor schoolvoeding en $ 34.000 voor studiebeurzen. Aldus verklaarde de minisvan Voorlichting op zijn wekelijkse persconferentie. --- Plundering in Probolinggo Het blad „Harian Umum” meldt, dat in Probolinggo een menigte van 400 personen de suikeropslagplaatsen aan de haven heeft geplunderd. Bij het station werd een rijstgudang leeggeroofd. --- Tijdens de hevige stormen welke de kust van Tandjong Priok Tijdens de hevige stormen welke de kust van Tandjong Priok teisterden, is de bak van het clubgebouw der K.Z.T.P. op verschillende plaatsen door het watergeweld zwaar beschadigd. ---