Verhoging copraprijzen. maken margarine en zeep duurder Het coprafonds heeft de opkoopprijs van de copra met ingang van 27 Maart verhoogd met een tijdelijke toeslag van Rp. 30.—. Voor OostIndonesië wordt de prijs nu Rp. 170.— per 100 kg, en voor Kalimanten Rp. 165.— per 100 kg. De prijs benadert thans de prijzen op de wereldmarkt en door deze verhoging de«kt men een eind te maken aan de smokkel van copra uit Indonesië naar Malakka en naar de Philippijnen. Met ingang van 25 Maart is de verkoopsprijs van de copra gebracht op Rp. 240.— per 100 kg. Tot nu toe werd de conra aan de margarine- en siinlightzeepfabrieken geleverd voor Rp. 140,— per 100 kg Dit betekende voor het conprafonds fër, maandelijks verlies van anderhalf millioen rupiah. Aan klapperoliefaorieken en fabrieken van a.idea zeepsoorten 'werd de copra geleverd voor Rp. 225,— per 100 kg. Voor beide categorieën is de prijs thans Rp. 740,— per 100 kg. Voor de margarine en sunbghtzeepfabrieken betekent dit een prijsverhoging van 70%. Verder in aanmerking nemende, dat als gevolg van de jongste importbepalingon onder andere de prijzen van blik en caustic soda zijn gestegen, mag men wel aannemen dat de prijs van margarine en suniightzeep zal moeten stijgen. Er worden hierover reeds besprekingen gevoerd, en verwacht mag worden, d,at de desbetreffende maximumprysbesluiten binnenkort zullen worden herzien. Op basis van de nieuwe, verkoopsprijs van het coprafonds zal de prijs v:.n klapperolie stijgen van Rp. 3,96 'o Rp. 4,21 a Rp 4,25 terwijl de prijs in werkelijkheid waarschiir.lijk nog hoger zal liggen, zoals dat ook thans reeds 'ie* géval s, daar de klapperoliefabrieken niet voldoende copra van het coprafonds kunnen betrekken en ook zelf rechtstreeks copra moeten opkopen van de producenten en deze copra is duurder. (vervolg op pagina 2) Vonnissen P.N. Surabaja in ontvoeringszaak (vervolg voorpagina) 31 Maart werd de ontvoeringszaak van de heer T.K.H. eigenaar van een toko te Surabaja voor de Pengadilan Negeri te Surabaja voortgezet met • requisitoir tegen de zeven beklaagden, die bü deze ontvoering betrokken waren. Na het requisitoir sprak de president de onderscheidene vonnissen uit en veroordeelde T.P.Dj. tot een gevangenisstraf van drie jaar met aftrek wegens het verlenen van hulp bij de ontvoering. De eis was vier jaar met aftrek. T.S.K. hoorde zich veroordeeld tot zes jaar met aftrek, wegens het uitlokken van de ontvoering en het verlenen van hulp, voorts wegens heling, aangezien hij een deel van het losgeld had ontvangen. De eis was acht jaar met aftrek. S. werd veroordeeld tot vijf jaar met aftrek wegens hulpverlening. De éts was zes jaar met aftrek. Het aandeel van L.K.Tj. in de ontvoering achtte de president niet bewezen, weshalve deze, conform de eis, van rechtsvervolging werd ontslagen, hetgeen ook het geval was met D.B.K, De schuld van k.l.t.v.d. acime de president evenwel bewezen, zodat deze veroordeeld werd tot zes jaar met aftrek, wegens het ter beschikking stellen van een kamer, waar de ontvoerde verborgen werd gehouden en wegens heling (hij ontving 20.000 rupiah „kamerhuur”). De eis was acht jaar met aftrek. De schuld van O.Sw.Tj. achtte de president niet overtuigend bewezen, zodat ook deze, confc n de mening ean de officier van Justitie, van rechtsvervolging ontslagen werd. De beklaagden hebben ongeveer 22 maanden in voorarrest doorgebracht. Tenslotte bepaalde de president, dat de bewijsstukken, namelijl een motorfiets, en twee horloges, die v.D. van het verkregen geld gekocht had, aan het slachtoffer zouden worden overgedragen en dat het slachtoffer tevens de door v.D. vernande gouden sieraden van het pandhuis kan terugkrijgen. In deze zaak zijn nog drie personen voortvluchtig, namelijk T.K.O., M.J.H., en I.B\ --- De overdracht van de leiding van de dienst voor meteorologie en geofisica De overdracht van de leiding van de dienst voor meteorologie en geofisica van prof. dr. Schmidt aan ir. Gunarso. --- Conferentie Indonesische Vrouwenbeweging ln verhand met het feit, dat in Juni in Denemarken een wereld vrouwencongres zal worden gehouden, heeft de Gerwis (Gerakan Wanita Indonesia Sedar) het initiatief genomen tot het organiseren van een conferentie te Djakarta, waarvoor vertegenwoordigers van vrouwenorganisaties uit geheel Indonesië zijn uitgenodigd. De conferentie zal op 2 en 3 April plaats vinden. Onder meer zal worden gesproken over de mogelijkheid om een afvaardiging van de Indonesische vrouwenbeweging naar Denemarken te sturen. Tevens zullen besprekingen worden gehouden over verschillende aangelegenheden die betrekking hebben op de vrouwenbeweging in Indonesië. Op 4 April zal in de Balat Wartawan een persconferentie worden | gehouden, waarop de resultaten van de conferentie zullen worden uiteengezet. --- De acties van Gerakan Banteng in Banjumas Van officiële militaire zijde ver■emnt P.I.-Aneta’s correspondent de volgende bijzonderheden over de operaties die de „Gerakan Banteng” van 23 Februari af heeft uitgevoerd in de ketjamatan Pulosari (residentie Banjumas) en die op 3 Maart hebben geleid tot een grote actie waarbij gebruik werd gemaakt van B-36 bommenwerpers. In de ketjamatan Pulosari (Banjumas) werden omstreeks 23 Februari grote concentraties van gewapende benden gesignaleerd van circa 400 a 500 man. Uit documenten die later werden gevonden, bleek dat het doel van de bende was door te dringen naar Pemalang en Pekalongan om daar etappegewijs nieuwe gebieden „te openen”, terwijl een deel van de bende opdracht had om naar het gebied van , Solo door te stoten. Het bestuur in I de streken onderweg moest verlamd worden o.a. door de bestuursplaatsen in de ketjamatan te vernietigen. Deze bende stond onder leiding van Solichin en van Soebehi en was samengesteld uit resten van het voormalige opstandige bataljon 426 en van de compagnie 11/112. Op 24 Februari ontbrandde de strijd tussen de benden en de Gerakan Banteng en gedurende vier dagen en vier nachten werden de benden opgejaagd en hen de pas afgesneden naar de streken waar zij heen wensten te trekken. Dit geschiedde in de omstreken van Belik en Kadjen en op 27 Februari ontstond tenslotte bij Gondang een hevig vuurgevecht waarbij de benden zware verliezen leden. De benden konden zich niet meer verplaatsen en zij moesten het plan o,m naar Solo door te steken opgeven en zich begeven in de richting Pekalongan om vandaar weer naar het westen te trekken. Al vechtend bereikten de benden tenslotte op 3 Maart de omstreken van Pratin en Dukuh Tjemara, waarbij zij bij Tungkep zware verliezen f leden. Op 4 Maart splitste de bende! zich in tweeën, op de vlucht naar het Westen. Maar op 6 Maart werd hen door de Compagnie 406 bij Danawarih de weg afgesneden. Zij vluchtten in wanorde naar het Noorden en het Oosten. Maar nog dezelfde dag. 6 Maart kwamen zij wederom in vuurcontact, ditmaal met de Compagnie Br. III, waarop zij wederom op de vlucht sloegen, thans in noord-westelijke richting en met achterlating van tientallen doden. 86 doden Tijdens de gehele actie hebben de benden overigens zoveel mogelijk het gevecht vermeden, daar zij een tekort hadden aan munitie, zoals later bleek bij de ondervraging van gevangen genomen bendeleden. De verliezen die de bende by deze actie heeft geleden bedragen, zo meldt de militaire zegsman, 86 doden en een onbekend aantal gewonden (deze werden nl. op de vlucht meegenomen). Aan wapens verloren zij 1 brengun, 2 stenguns en 10 geweren. Verder werden documenten en materialen veroverd. Aan militaire zijde waren de verliezen: 1 dode en 11 licht gewonden. --- Moord en brandstichting in Tjiparai Bende doodt 27 inwoners en verwondt 17 anderen Djakarta, 31 Maart Een bende van naar schatting 300 tot 500 man, heeft in de nacht van Zaterdag op Zondag Tjiparaj aangevallen en 27 mensen vermoord. Een en dertig woningen werden in brand gestoken en 17 bewoners werden gewond. De overval had plaats omstreeks half een in de icht, op een ogenblik, dat velen van de bewoners zaten te luisteren naar een bekend radioprogramma. De leden van de bende drongen schietend en moordend het plaatsje binnen, waar grote paniek ontstond. Er zijn 27 doden gerapporteerd, onder wie verscheidene vrouwen, kinderen en ouden van dagen. Zeventien mensen werden gewond en 31 woningen geheel plaatgebrand. De bende maakte gebruik van flessen benzine, waarmee zij de woningen overgoot. Uit de binnenkomende rapporten valt af te leiden, dat er verscheidene wreedheden zijn begaan. Sommige mensen werden in waterputten geworpen en een zieke werd zonder meer op zijn ligplaats doodgeschoten. Daarna werd zijn lichaam met zijn woning verbrand. Waar de bende mannen tegenkwam, zo wordt verder gemeld, schoten zij deze zonder pardon neer. Blijkens ‘ een officiële mededeling, welke van de zijde van het leger is uitgegeven over deze gebeurtenis, gebruikte de bende vrouwen en kinderen als schilden. Het officiële communiqué zegt verder, dat onmiddellijk nadat berichten over de overval waren ontvangen, de nodige maatregelen werden genomen en een achtervolging van de bende werd ingezet. Deze achtervolging had tot resultaat, dat Zondagmiddag tussen drie en vier uur een commando-eenheid een treffen had met een bende. Hierbij werden zeven leden van de bende gedood. Een sten-gun werd in beslag genomen. De achtervolging wordt voortgezet. --- Wapenarsenaal opgegraven Het legeronderdeel Kala Hitam (Zwarte Schorpioen) is er by de voortgezette zuiveringsacties tegen restanten van de bende van Mat item in geslaagd, op aanwijzingen van de bevolking, een groot wapenmagazijn onder de grond te ontdekken. Tientallen automatische wapenen, alsmede geweren en een grote voorraad munitie werden in beslag genomen. Op inlichtingen van de bevolking staagde Kala Hitam er in twee leden van de bende van Mat item te pakken. De bevolking had tevens de instanties ervan op de hoogte gesteld, dat genoemde leden indertijd tot Mat item’s arsenaal-bewakers behoorden en waarschijnlijk nog wapenen hadden verborgen. Na een grondig verhoor van beide rampokkers slaagden de militairen er inderdaad in gegevens over een geheime schuilplaats van wapenen te krijgen. Op verdere aanwijzingen van de rampokkers kon men toen overgaan tot het opgraven van de wapens, die in de buurt van desa Pinang in de grond waren gestopt. (Benden plachtten meerdere malen hun wapenvoorraden onder de grond te verbergen). Tientallen automatische vuurwapenen (Vickers, Bren), karabijnen en een grote voorraad munitie werden opgegegraven. Intussen worden de zuiveringsacties tegen de loslopende leden van Mat item’s voormalige bende voortgezet. Als een gelukkig feit kan hierbij worden aangetekend, dat de acties worden gesteund door inlichtingen, die de bevolking, minder voor wraakneming steeds meer bevreesd verstrekt. Dezer dagen is met het doel de bevolking voorlichting te geven een grote massabijeenkomst gehouden in Tjipondok. --- Sukawati was het niet eens met bekiaagdes actie Berechting van Andi Azis Liquidatie van de N.l.T. op illegale uij ze ? De krijgsraad te Jogjakarta heeft de behandeling voortgezet van de zaak tegen kapitein Andi Abdul Azis. die er van beschuldigd wordt, op 5 April 1950 in iVlakassar een opstand te hehben ontketend. Abdnl Azis verklaarde, dat hy op 5 April 1950, de dag van het begin van de opstand, vroeg in de ochtend alle vervoersmiddelen die tot zijn beschikking stonden, brencarriers, en zijn manschappen had verzameld. Aan zijn onderofficieren gaf hij bevel om overste Mokoginta gevangen te nemen en een inval te doen in het stafkwartier van de overste, het detachement van de militaire politie, het Hotel Negara, waar zich een aantal officieren bevonden en het opleidingscentrum te Sungguminasa. Beklaagde zei met nadruk, dat hy zijn manschappen op het hart had gedrukt, dat zjj geen vijanden voor zich hadden doch hun eigen landgenoten, en dat hun taak niet bedoeld was om mensen te doden. Beklaagde zelf deed niet actief mee aan de operaties. Hij was in zyn stafkwartier gebleven, en ging af en toe op patrouille. Beklaagde verklaarde verder, dat zijn troepen tegenstand ondervonden te Sungguminasa, bij het Hotel Negara en in de Palmenlaan. Toen beklaagde in zijn kwartier terugkwam na zijn rondgang, zag hij een deel van zijn manschappen terugkomen met overste Mokoginta als gevangene. Hij bracht de overste de gebruikelijke militaire groet en verklaarde hem, dat hij genoodzaakt was deze stap te nemen. Met Mokoginta waren ook enkele leden van de militaire politie gevangen genomen. Vervolgens zei beklaagde dat hij toen een troep, bestaande uit 50 man naar de haven had gestuurd met de opdracht om geen vuur te openen. Op dat ogenblik was het schip dat het bataljon Worang vervoerde, nog niet in zicht. Brief aan commandant Om te voorkomen dat het bataljon zou landen, had beklaagde overste Mokoginta verzocht een brief aan de commandant van het batUjon te sturen, met het verzoek om het schip de haven niet te iaten binnenvaren. Zij.' verzoek werd door de overste in gewilligd, die een van zijn officieren per motorboot naar het schio stuurde. Vervolgens stelde beklaagde de avondklok voor Makassar vast, teiwijl hij enkele belangrijke gebouwen, zoals het kantoor van de radiodiens" en het paleis van de president van t,. N.I.T., liet bewaken. Andi Azis verklaarde verder, dat overste Mokoginta hem verzocht had een ontmoeting te mogen hebben me. president Sukawati. Dit verzoek werd door beklaagde ingewilligd die een audiëntie bij Sukawati voor de overste heeft aangevraagd. Sukawati zelf heeft echter op eigen initiatief de overste in het stafkwartier van beklaagde opgezocht. Na een bespreking onder vier ogen tussen Sukawati en Mokoginta, deed Suxa wati beklaagde een verzoek om Mokoginta vergunning te geven zich met fcem naar het paleis te begeven. Beklaagde willigde dit verzoek in, op voorwaarde, dat de overste of in het paleis zou vertoefen of in zijn eigen woning, die niet ver van het paleis verwijderd was. Andi Azis zei, dat buiten zijn bevel om, zijn manschappen in hst stafkwartier van de overste documenten in beslag hebben genomen. Wie dit bevel heeft uitgevaardigd wist Andi Azis niet. Hij kreeg toen inzage van een document, dat als „zeer geheim’’ werd aangeduid, waarin onder meer stond, dat de N.l.T. niet op legale wijze kan worden geliquideerd, en dat de liquidatie op illegale wijze diende te geschieden. Op voorstel van Soumokil werd het document gereproduceerd. Reproducties van dit document werden aan de U.N.C.I. verstuurd, om de door beklaagde uitgevoerde actie te rechtvaardigen. Betreffende de aanval op het opleidingscentrum te Sunggumi-nasa, zei beklaagde nog, dat zijn troepen waren teruggekeerd om versterking van mortieren te vragen. Dit verzoek werd echter door beklaagde niet inge willigd. Andi Aizs zei met nadruk, dat hij gedurende de actie geen enkele civiel ambtenaar heeft gevangengenomen. Sukawati niet accoord Op een vraag van de rechter, zei beklaagde, dat Sukawati het niet met de door beklaagde gehouden actie rens was. Op een vraag of Soumokil hem suggesties heeft gegeven over al dan niet voldoen aan de oproep van Djakarta, zei Andi Azis. dat Soumokil ooit heeft gezegd: „Ga niet naar Djakarta, jij wordt daar gevangengenomen”. Toen de rechter aan beklaagde vroeg, of hij eerder had geweten, dat hij in Djakarta gevangengenomen zou worden, zei beklaagde, dat overste Mokoginta hem mondeling vrijgeleide had beloofd. Volgens beklaagde, had de overste hem beloofd, dat beklaagde niet gevangengenomen zou worden en naar Makassar zou worden tcruggestuurd, indien hij de kwestie met de regering had afgehandeid. In Djakarta werd Andi Azis door een hem nog onbekende kapitein van het vliegveld afgehaald, waarna zij zich naar de woning van de militaire gouverneur begaven. Hier werd hem bekendgemaakt, dat hij van dat ogenblik af een gevangene was. Op vragen van de rechter, zei beklaagde. dat hij de eerste oproep om naar Djakarta te gaan, niet heeft genegeerd, Hij was toen, aldus beklaagde, nog niet in staat om Makassar te verlaten, omdat de situatie toen nog verward w’as. Beklaagde zei toen te vrezen, dat zijn manschappen maatregelen zouden treffen, die hij niet zou kunnen verantwoorden. Desgevraagd, zei Andi Azis. dat hij slechts eenmaal Sultan Hamid had ontmoet, n.1. tijdêns eën réceptit ter gelegenheid van de Malino-conferentie. Overste Mokoginta Hierna ging de krijgsraad over tot het verhoor van de getuige luitenantkolonel Mokoginta. Overste Mokoginta verklaarde onder meer, dat, voordat de opstand in Makassar uitbrak, er drie stromingen waren onder de KNIL-leden ten aanzien van de overgang naar de APRIS, t.w. degenen, die er afwijzend tegenover stonden, degenen, die wel bereid waren over te gaan zonder enige voorwaarden; degenen, die alleer, op bepaalde voorwaarden wilden overgaan. Deze derde groep wilde wel overgaan, doch op voorwaarde, dat zij niet met de T.N.I. zou worden verenigd, omdat zij niet onder de T.N.I.officieren wilde staan, aangezien zij deze officieren niet als officieren beschouwde. Voorts wilde zij voorlopig niet ovcrgeplaatst worden, terwijl zij ook niet de rangtekens van de T.N.I. wilde dragen. Verder verklaarde overste Mokoginta, dat ook in regeringskringen van de Negara Indonesia Timur op dat ogenblik de vrees bestond, dat er tussen de ex-KNIL-leden, die opgenomen zouden worden in de APRIS, en de TNI conflicten zouden ontstaan, hoewel zij deze vrees niet duidelijk hadden geuit. Doch dit was wel het geval inzake de brigade XVI van de T.N.I., die zij als niet voldoende gedisciplineerd beschouwden. Politieke stromingen Volgens overste Mokoginta, waren onder de politieke partijen twee stromingen waar te nemen, namelijk een unitaristische en een federalistische. De unitaristische stroming wilde zo vlug mogelijk de plaatsing van de TNI op Celebes, terwijl de federalistische stroming dezelfde vrees had als in regeringskringen heerste. Voorts verklaarde Mokoginta, dat op dat ogenblik de regering van de Negara Indonesia Timur inderdaad de federalistische groep als de legale beschouwde, en de unitaristische groep als illegaal. Hij verklaarde, dat de unitaristische groep demonstraties had georganiseerd in de overgangstijd, terwijl de federalisten geen contrademonstraties hadden gehouden. Hierdoor ontstond een gecompliceerde situatie, namelijk de gespannen sfeer onder de ex-KNIL leden, de conflicten in de maatschappij over de ontbinding van de Negara Indonesia Timur,- en het landingsplan van het bataljon-Worang. De exKNIL-leden hadden de indiuk gekregen, dat de landing van het bataljonWorang ten doel had, de N.I-T. te ontbinden, waardoor zij het besluit hadden genomen, indien nódig, de wapens op te nemen, aldus overste Mokoginta verder. Getuige verklaarde nog, dat hij er van op de hoogte was dat Soumokil grote invloed had op de KNlL-leden van Ambonese afkom'! die tot de compagnie van Andi Azis behoorden. Voordat overste Mokoginta zijn getuigenverklaring afleedc. had beklaagde aan zijn twee eerder afgenomen verklaringen voor de krijgsraad, de mededeling toegevoegd, dat hij, na de opstand in Makassar, aan luitenant kolonel Mokoginta had verklaard, spijt te hebben van zijn daden. Voorts, dat toen de voormalige minister van Defensie, Sultan Hamengku Buwono, ?en bezoek aan Makassar zou brengen, hij (beklaagde) een sterke wacht had gereed gehouden, die voor de veiligheid van de Sultan zou moeten zorgdragen. Beklaagde verklaarde nog, dat hij niets van de plannen van een groep kapitalisten afwist, om de N.l.T. te handhaven, hoewel zijn naam genoemd was als cvndidaat voor de legerleiding van de N.l.T. (Zie verder pg. S) Wanneer besloot beklaagde o naar Djakarta te gaan ? Berechting van Audi Azis Luilenant-kolonel Mokoginta als getuige gehoord (vervolg voorpagina) De getuigenverklaring van luitenant-kolonel Mokoginta voor de krijgsraad te Jogjakarta in de zaak tegen kapitein Andi AbduI Azis, was op een punt verschillend van de verklaring van beklaagde, namelijk het tjjdstip waarop beklaagde zich bereid verklaarde naar Djakarta te gaan. Volgens getuige had beklaagde zich hiertoe bereid verklaard na de rede van president Soekarno op de avond van 13 op 14 April 1950 om 20.15 uur. Doch volgens beklaagde was hij die avond reeds om 19.30 uur in contact gekomen met luitenant-kolonel Mokoginta, in de kamer van de adjudant van president Sukawati. Op deze bijeenkomst had beklaagde, op verzoek van getuige, zich bereid verklaard de volgende dag naar Djakarta te vertrekken, terwijl hij (beklaagde) voorts aan het verzoek van overste Mokoginta, om naar de kazernes te gaan teneinde zijn manschappen öp de hoogte te stellen van zijn besluit, had voldaan. Volgens beklaagde zou hij na zijn bezoeken aan de kazernes nogmaals zijn bereidheid naar Djakarta te vertrekken hebben medegedeeld. Om 20.00 uur hoorde men schoten en om 20.15 uur werd de boodschap van de president via de radio ontvangen. Dus, hij had zijn bereidheid naar Djakarta te vertrekken reeds tot uiting gebracht vóór de rede van president Soekarno, aldus beklaagde. Boodschap van ministei Overste Mokoginta sprak deze verklaring van beklaagde niet tegen, doch knikte slechts met zijn hoofd. Getuige verklaarde, dat hij eens een boodschap ontving van de voormalige minister van Defensie. Sultan Hamengku Buwono, welke de instem ming had van president Soekarno, met de instructie, om Azis gerust te stellen en voorts, dat hij beklaagde moest mededelen, dat hij (beklaagde) zich eerst van zijn schuld diende bewust te zijn. en dat, indien zijn rechtszaak voorbij is. een eventueel verzoek om gratie zal worden overwogen. Getuige wilde enige vragen van de rechter niet beantwoorden, omdat ze militaire geheimen betroffen. Getuige bevestigde de juistheid van het feit dat een telegram van de voormalige minister van Defensie, Sultan Hamengku Buwono, was gezonden aan de gewezen president van de voormalige N. l.T. welk origineel dopr beklaagde op 26 Maart aan de krijgsraad was overhandigd. Verder zeide getuige niet op de hoogte te zijn van het bestaan van een bataljon „Wolf” en ook niet van het plan, als zou een groep kapitalisten bereid zijn geweest 10 millioen rupiah ter beschikking te stellen voor de handhaving van de N.I.T. De rechtszitting zal worden voortgezet met het horen van de getuigenverklaring van de heer Sukawati, gewezen president van de voormalige Megara Indonesia Timur. --- Parlement over vestiging ambassade in Moskou Bachman: „Motie is donderslag hij heldere hemeV’ Hef parlement heeft een begin gemaakt met de behandeling van de motieRondonuwu voor de opening van een Indonesische ambassade in Moskou nog in de loop van dit jaar. De zitting werd bygewoond door 112 leden. Voor de regering was aanwezig de minister van Buitenlandse Zaken, Mukarto. Voor de aanvang van de besprekingen werd bekend gemaakt, dat de leden Sudiono, Nitimiliardjo en Muh. Yamin, mede hun handtekening onder de motie hebben gezet, zodat het ontwerp tlians door zeven leden is ondertekend, nl. door Otto Rondonuwu, (Fraksi Progressif), Djody Gondokusumo (PRN), Asraroedin (Partai Buruh), Djokoprawiro (PIR), Sudiono Djojoprajilno (Murba), Maruto Nitimihardjo (Murba) en Muh. Yamin (partijloos). Nadat Arudji Kartawinata, die de vergadering voorzat, de tekst had voorgelezen, werd van de zijde van de indieners, t.w. door de heren Otto Rondonuwu, mr. Moh. Yamin, mr. Djody Gondokusumo, Asraruddin en Sudiono Djojoprajitno, een toelichting op het voorstel gegeven. Namens de Fraksi Progressif verklaarde Otto Rondon iwu, dat, gezien net vlotte verloop bij het vestigen van vertegenwoordigingen in de Verenigde Staten, Frankrijk en Engeland, er geen gronden aanwezig zijn voor het telkens opnieuw uitstellen van de opening van een vertegenwoordiging in Moskou.Üito Rondonuwu herinnerde aan het feit, dat op 15 April 1950 de missiePalar naar Moskou was vertrokkenDeze missie heeft haar taak met bevredigend resultaat volbracht: niet meer dan twee jaren daarna werd Indonesië als lid van de organisatie der Verenigde Naties aanvaard. Spreker besprak vervolgens de argumenten die van bepaalde zijde naar voren worden gebracht, om nog niet tot de vestiging van een vertegenwoordiging in de Sovjet-Unie over te gaan. Volgens Rondonuwu heeft de regering (hans geen bezwaren meer te berde gebracht, zoals die door de vorige regeringen zijn n.1. betreffende moeilijkheden bij de opleiding van personeel, de huisvesting in Moskou, de taalkwestie, e.d. Spreker herinnerde er voorts aan, dat hoewel tussen Indonesië en Japan nog geen officieel vredesverdrag bestaat, Indonesië met dit land wel diplomatieke betrekkingen onderhoudt. Spreker was van oordeel, dat de buitenlandse politiek van Indonesië niet duidelijk genoeg is. Rondonuwu gaf een uiteenzetting van de rol die de Indonesische afgevaardigde bij de V.N., de heer Palar, speelt om de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten van Amerika tot elkander te brengen. Deze rol heeft vanzelfsprekend de goedkeuring van het Indonesische volk. Doch het streven van Palar kan niet tot resultaten leiden, indien het slechts binnen het raam van de V.N. geschiedt. Spreker was van oordeel, dat ook het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn rol moet spelen. Spreker zeide, dat niet slechts op staatkundig gebied een onafhankelijke politiek dient te worden gevoerd, doch evengoed op economisch terrein. Hij verlangde, dat Indonesië vrij zou zijn bij de vertköop van zijn grondstoffen. Tenslotte zei hij, dat de opening van een vertegenwoordiging in Moskou een consequentie was van de vrijheid. Moh. Yamin Mr. Moh. Yamin herinnerde er aan, dat de. eerste actie voor de erkenning van Indonesië, door Rusland werd gevoerd, namelijk op de vergadering van de V.N. in Londen. Sprekende over de missie-Palar, verklaarde Yamin, dat in de instructie die aan de missie was verstrekt, geen opdracht vervat was voor onderhandelingen met Vishinsky inzake consulaire betrekkingen, maar inzake diplomatieke betrekkingen. Na verklaard te hebben, dat de opening van een gazantschap in Moskou thans als meer urgent wordt gevoeld, zei mr. Yamin, dat direct qa de dood van Stalin, en zijn opvolging door Malenkov, volgens inlichtingen die spr. had ontvangen, het ministerie van Buitenlandse Zaken aan alle vertegenwoordigingen in het buitenland opdracht had gegeven rapport uit te brengen van de ontwikkelingen. Mr. Yamin waardeerde het werk van het ministerie van B-»«eilandse Zaken, maar hij was tevens van mening, dat dergelijke inlichtingen niet de toestand in Moskou kunnen weergeven, omdat zij niet uit de eerste hand afkomstig zijn. Naar aanleiding van de verschillende waarschuwingen tot voorzichtigheid met betrekking tot de vestiging van een Russische vertegenwoordiging in Indonesië, zeide de heer Yamin dat ook zonder de aanwezigheid van een dergelijke vertegenwoordiging men voorzichtig dient te zijn ten opzichte van de andere-buitenlandse vertegenwoordigingen in dit land. Nadat ook mr. Djody Gondokusumo (P.R.N.), Asraruddin (Partai Buruh) en Sudiono Djojoprajituo (Murba) de motie verdedigd hadden, werden de algemene beschouwingen gehouden. Het tydstip Mr. Jusuf Wibisono (Masjumi) verklaarde, dat zijn partij in principe accoord kan gaan met de opening van een ambassade in Moskou doch op het ogenblik kan zij het juiste op het ogenblik kar, zij het juiste tijdstip nog niet vaststellen. Na bezwaren te hebben geopperd tegen de opening van de ambassade nog in dit jaar, gebaseerd op practisch' politieke overwegingen, verklaaarde spreker, dat de opening van een Russische ambassade in Indonesië, de binnenlandse chaos nog zal doen toenemen. Sugih Tjokrosumarto (Parindra) stelde een amendement voor, welke de weglating van de woorden „nog dit jaar” beoogt. Sahetapy Engel (Democraat) heeft in principe geen bezwaren tegen de opening van een ambassade ui Moskou. Hij verklaarde, dat het standpunt van zijn fractie zal afhangen van het antwoord van de regering op de vraag, wa’ de voor- én nadelen zijn van een opening van een ambassade in Moskou. H. Siradjuddin Abbas (Perti) verzocht de regering de notulen van de besprekingen tussen Palar en de Russen drie jaar geleden, aan het parlement voor te leggen. „Donderslag” AS. Bachrr.an (Nahdalul Ulama) verklaarde, dat de motie voor zijn partij als het ware een donderslag bij heldere hemel is. Hij verklaarde, dat de motie de indruk werkt, alsof men het beleid van de regering afkeurt. Voorts is zijn partij de mening toegedaan, dat deze kwestie van secundair belang is, en dat de kieswet primair is. Hij verklaarde, dat men deze kwestie aan het beleid van de regering moet ovtrlaten. , Hzrriid Algadris (PSI). verklaarde, dat de fractie P.S.I. in principe geen bezwaren heeft tegen de opening van een ambassade in Moskou, en ook niet tegen de. in de motie vastgestelde tijd. Doch de P-S.I. vreest, dat de goedkeuring van deze motie de positie van het kabinet zou kunnen bemoeilijken. Tenslotte verklaarde spreker, dat zijn partij eerst het antwoord en het standpunt van de regering inzake deze kwestie wil vernemen, eer zij haar standpunt zal bepalen. --- Palang Merah zendt hulp aan Turkije Volgens de secretaris-generaal van het hoofdbestuur van het Indonesische Rode Kruis, dr. Zainoedin, is deze organisatie voornemens hulp te zenden naar Turkije ter leniging van de nood in de door aardbevingen getroffen gebieden van dat land. Hij verklaarde verder, dat de benodigde fondsen waarschijnlijk gehaald kunnen worden uit de binnengekomen bijdragen, die oorspronkelijk bedoeld waren om gelijkelijk verdeeld te worden onder de slachtoffers van natuurrampen in het binnen- en buitenland. Wanneer deze hulp verzonden zal worden, kon de secretaris-generaal nog niet definitief zeggen, doch vermoedelijk zal dit binnenkort gebeuren. In dit verband bracht hij in herinnering, dat Turkije eens medicamenten aan het Indonesische Rode Kruis verzond. --- Verkoop van licenties door nieuwe maatregel ondervangen Versnelde import voor Lebaran Storting van 75 pet. der invoerwaarde Huidig invoersysteem hindert vlotte goederenvoorziening Teneinde met het oog op de naderende Lebaran, de import te versnellen, is een regeling getroffen waarbij het Centraal Kantoor voor de Invoer en de plaatselijke bijkantoren alle offertes zuilen honoreren, op voorwaarde, dat de importeur, in plaats van de gebruikelijke 40%, nu 75% van de invoerwaarde binnen veerden dagen na ontvangst van de slip bij de bank stort, en vervolgens binnen veertien dagen na ontvangst van de deviezenvergunning het valutacontract afsluit. De officiële toelichting van het ministerie van Economische Zaken zegt hieromtrent het volgende. In verband met de naderende Lebaran is de behoefte aan goederen zeer groot, en de stygende vraag is dan ook dagelijks te merken. Een goede waardemeter van de gestegen behoefte aan goederen, is het grote aantal aanvragen voor deviezenvergunningen by het Centraal Kantoor van de Invoer. Deze aanvragen overtreffen de beschikbare hoeveelheid deviezen in bepaalde sectoren met soms meer dan 200%. Hierdoor raakt het C.K.I. overstroomd met cyffertes, en het is physiek niet mogélyk alle aanvragen te verwerken. Verstopt De vergunningenstroom is verstopt, en daardoor dreigt de goederen-voorziening in het zicht van de Lebaran spaak te lopen. Mede gezien de verklaring van de president-directeur van de Javasche Bank, mr. Sjaffruddin Prawiranegara, dat het bij de huidige situatie van de valuta-balans mogelijk moet zijn, om binnen bet raam van de huidige deviezenbegroting de invoer voor de Lebaran tijdelijk te verruimen, wordt de invoerprocedure versneld. Hiertoe heeft de minister van Economische Zaken, na overleg met de andere leden van de premonetaire raad, de minister van Financiën en de president | van de Javasche Bank, besloten. Voor plaatsen waar geen kantoor voor de afgifte van invoervergunningen is gevestigd, wordt de termijn in beide bovengenoemde gevallen gesteld op drie weken. De storting van 75% van de invoerwaarde zal uit eigen middelen, dus niet via bankcrediet. moeten geschieden. De Javasche Bank zal hiervoor aan de banken de vdige instructies doen toekomen. Door deze maatregel wordt als het ware een premie gegeven aan het goed en efficiënt werkend bedrijf, aldus die toelichting verder. Tevens wordt door dit systeem een groot deel van het euvel der licentieverkopen ondervangen. Dit heeft thans geen zin meer. Hierdoor wordt tenminste een der prijsverhogende factoren uitgeschakeld, want de koste var, de „overgenomen” licentie moet de consument betalen. De versnelde aankoopmogelijkheid geldt voor alle goederen, du: zowel voor artikelen behorende tot de A, B I, B II, als C groep. De verschuldigde extra invoertoeslagen moeten gelijktijdig met de 75% vc ^uitbetaling worden gestort. Dezelfde procedure geldt ook voor bentenggoederen, echter met de beperking, dat hiervoor slechts offerten kunnen worden ingedrind door Bentengimporteurs. De versnelde importprocedure Is ingesteld in afwachting van een nadere regeling voor de import. Het is ónmogelijk gebleken, om bij het huidige systeem, waarby bijna 6000 importeurs zyn ingeschakeld, de goederenvoorziening vlot en efficiënt te verzorgen. In de toekomst zal een regeling worder. gezocht voor een scherpe controle en screening van de importeurs. ---