Verduistering van Rp. 50.000 De politie te Surabaja arresteerde de Nederlander R.W., opzichter van de autowerkplaats van de suikerfabriek Pradjekan bij Situbondo, en de Indonesiërs P. en B., die eveneens op genoemde suikerfabriek werkzaam zijn. Zij worden ervan verdacht Rp. 50.000.- aan contanten, eigendom van de suikerfabriek, gestolen te hebben. Volgens de verklaringen van de drie verdachten, zouden zij. naar Surabaja gezonden zijn om onder meer Rp. 50.000.— van de Cultuurbank op te nemen. Nadat zij dat gedaan hadden, zou R. W. een toko aan Bubutan zijn binnengegaan, daarna was het bedrag, dat in een zak was gestopt onder de voeten van de chauffeur van de vrachtauto, waarmede zij naar Surabaja waren gekomen, verdwenen. De chauffeur verklaarde op zijn beurt, dat hij even een lekkende tank geïnspecteerd had en dat men in die tussentijd blijkbaar het geld uit de auto had geroofd. --- Moordaanslag in Surabaja ’s Middags te ongeveer twaalf uut heeft een onbekend persoon schoten gelost op de 30-jarige heer E. A. Elink Schuurman, employé van de B.P.M-, ten huize van de heer P. Bronsveld in de Djalan Djimerto 10 te Surabaja. De heer Elink Schuurman werd door twee schoten getroffen, een in de rechterarm en een in de rechterzijde van de rug. Zijn toestand is, naar het zich liet aanzien, niet ernstig. De heer Elink Schuurman is ter verpleging .opgenomen in het Darmo Ziekenhuis. De onbekende, die de aanslag pleegde, probeerde de heer Schuurman geld af te persen. Toen dit niet gelukte loste hij de schoten en nam daarop de vlucht. --- Krijgsraad Makassar geinstalleerd Zaterdag 11 April heeft de voorzitter van de krijgsraad te Makassar, generaal-majoor R.M. Sudibjo Purwomartono, drie rechters-officieren geïnstalleerd. De drie nieuwe leden van de krijgsraad zijn, majoor Saleh Lahade, woordvoerder van het militaire territorium VII, kapitein Sujuti, commandant van sectie I, en kapitein F.J. Tumbeleka, commandant van sectie III van dit territorium. P.I.-Aneta verneemt, dat de krijgsraad te Makassar zitting zal houden op 13,14 en 18 April voor een aantal rechtszaken. --- Ambtenaren P.T.T. aangehouden De politie heeft vier personen aangehouden werkzaam bij de P.T.T. in Djakarta. Zij worden ervan verdacht gedurende een lange periode benzine te hebben verduisterd. Tot dusverre is uit het onderzoek gebleken dat gedurende de maanden October eh November van het vorige jaar ongeveer 20.000 liter zijn verduisterd. Deze diefstallen waren mogelijk door knoeierijen met benzine-bonnen. He* onderzoek wordt voortgezet. Het is bekend, dat nog meer benzine is verduisterd. Tevens heeft de politie tegen 17 chauffeurs proces-verbaal opgemaakt in verband met hun aandeel in deze verduisterings affaire. Tegen vijf opkopers van de benzine is eveneens proces-verbaal opgemaakt. Zij kochten de benzine op tegen de prijs van Rp. 15.— per 20 liter. --- Sabang marinebasis „Sabang wordt niet alleen een marine-basis, doch ook een opleidingscentrum voor amphibie-eenheden. Het opleidingscentrum in Surabaja zal worden gesplitst, zodat er in Indonesië centra zullen komen voor de opleiding van amphibie-eenheden," aldus kapitein Souhoka, voormalig commandant van het station van de zeemacht in Safcang, die thans naar de afdeling van militaire personeelszaken in Djakarta wordt overgeplaatst. Hij voegde hieraan toe, dat dit plan direct zal worden gerealiseerd, zodra de benodigde gelden aanwezig zijn. Over de gezonken schepen in de wateren van Sabang, verklaarde kapitein Souhoka, dat hij de gering? belangstelling van de regering voor het lichten van deze schepen betreurt. Hij verklaarde, dat hij, hoewel Sabang thans niet bezocht wordt door schepen (slechts de K.P.M. onderhoudt tweemaal in de maand de verbinding Sabang-Olee Lheue) deze gezonken schepen gevaarlijk voor de scheepvaart acht. --- Staking„ Bintang Samudera” Van de zijde van de INACO in Djakarta vernam P.I.-Aneta over de staking van 80 leden van de bemanning van de „Bintang Samudera”, die momenteel in Osaka voor anker ligt, dat een ertegenwoordiger van de INACO reeds naar Japan is ertrokken om het geschil te beslechten. De directie van de INACO is nog niet op de hoogte van de juiste toedracht van de zaak, doch uit een rapport kan worden opgemaakt, dat er tussen de Indonesische leden van de bemanning en de buitenlandse leden onenigheid is ontstaan. Wat de aard van deze onenigheid is wist de directie nog niet mede te delen. Wel, dat er voordien een goede verstandh*uding is geweest tussen de twee --- Een eenheid pantserwagens van de Mobrig Djakarta, die heeft meegedaan Een eenheid pantserwagens van de Mobrig Djakarta, die heeft meegedaan aan de oefeningen welke onlangs zijn gehouden. --- Roem: „Tendenz gericht tegen regeringspolitiek” Tand iung Morawa-af faire 'yRegering lankmoedig tegenover clandestiene immigranten” Op een te Djakarta gehouden persconferentie heeft de minister van Binnenlandse Zaken, Mr. Mob. Roem, een uiteenzetting gegeven over het incident in Tandjong Morawa, dat op 16 Maart plaatsvond en waarbij vijf personen gedood en vijftien gewond werden. Minister Roem verklaarde, dat de regering het gebeurde ten zeerste betreurt. Hij voegde eraan toe, dat de procureur-generaal deze aangelegenheid als zeer belangrijk beschouwt, zodat hij zelf naar OostSumatra is gegaan om een onderzoek in te stellen. Thans is ter plaatse de rust teruggekeerd, en de betrokken Chinese landbouwers hebben zich bereid verklaard, te verhuizen naar de daarvoor in gereedheid gebrachte gebieden. Politieke tendenz Desgevraagd deelde de minister mede, dat het gebeurde in Tandjung Morawa een tendenz toont, die gericht is tegen de regeringspolitiek betreffende de gronden in Oost-Sumatra. Hoewel niet rechtstreeks, houdt het incident toch verband met het streven van bepaalde zijde om de bestuurspolitiek in Oost-Sumatra te dwarsbomen. Over het incident zelf vertelde de minister het volgende: Dit gebeurde in kampong Perdamaian, tussen kilometerpaal 24 en 25 op de weg Medan-Pematang Siantar, In het onderdistrict Tandjung Morawa, op 16 Maart om ongeveer half negen ’s ochtends. In Juni 1952 diende de Iandbouwdienst van het regentschap Deli Serdang een verzoek in om een stuk land van vijf hectare, dat ingericht zou kunnen worden als proeftuin, terwijl de dienst voor de visserij een hectare vroeg voor het uitzetten van vis. Men wilde tezamen een modeldesa opzetten. Daarbij werd het gebied, waar later het incident plaatsvond, aanbevolen. De grond was op dat ogenblik bezet door tien gezinnen van Chinese landbouwers, merendeels staatsburgers van de Chinese volksrepubliek. Bij de inspectie werden zij gewaarschuwd dat zij na de huidige keer niet nogmaals moesten zaaien, daar de grond een bestemming had gekregen. Na afloop van de oogst, op 17 December 1952, bezocht de assistentwedana van Tg. Morawa de Chinese landbouwers nogmaals.. Hij belegde met hen een bijeenkomst, waarin hij hen uiteenzette dat zij de grond thans niet meer mochten bewerken. Ook deelde hij hen mede, dat voor hen grond- in gereedheid was gebracht in Pantai Tjermin en Galang, waar elk gezin 0,5 hectare zou kunnen huren. De aanwezigen, die geleid werden door een zekere Tjia A Tjeng, maakten daarbij onverwachts bezwaren kenbaar. Zij deelden mede een schriftelijk verzoek te zullen indienen, waarbij acht eisen gesteld werden. Overdreven Mr. Roem noemde de door de Chinese landbouwers gestelde eisen zeer overdreven. Het betreft bier buitenlanders, die niet eens ra bet bezit van geldige immigratiepapieren zijn. Als buitenlanders mogen zij volgens de wet geen permanente grond bezitten. Dat hun andere grond werd aangeboden geschiedde uit menselijke overwegingen. Gezien het feit, dat geen waardering werd ondervonden voor de goede bedoelingen van de regering, deelde de assistent-wedana van Tg. I lorawa aan de bewuste Chinese landl ouwers mede dat zij op 15 Februari de grom ontruimd moesten hebben. Minister Roem vermeldde in dit verband, dat de grond eigendom van de regering is, en dat deze door de landbouwers onwettig geoccupeerd was. Als antwoord verklaarden de landbouwers zich bereid de grond in Tadulkan Raga op 18 Februari in ogenschouw te zullen nemen. Na deze inspectie deelden ze mede, deze grond niet te willen, daar deze ni° vruchtbaar genoeg zou zijn. Hoewel deze weigering het prestige van het bestuur schaadde, werd toch voortgegaan te trachten, de landbouwers tot ander inzicht te brengen. Zo trachtte op 5 Maart 1953 het hoofd van de politie in Tg. Morawa tezamen met de assistent-wedana nogmaals hen te bewegen naar de aangewezen grond te verhuizen, Ook dit keer weigerden zij echter. Gezien deze weigerachtige houding en de dringende behoefte van de landbouwdienst aan de grond, besloot het bestuur de grond met tractoren te doen ontruimen. Verzet Dit zou geschieden op 14 Maart 1953. Op die datum kon dat echter geen doorgang vinden, daar ongeveer 100 Chinezen de brug versperden, waarover de tractoren moesten. Bovendien werden in de omgeving tal van Indonesische landbouwers waargenomen, die eveneens het oogmerk bleken te hebben, de bewerking met tractoren tegen te houden. Gezien de gespannen situatie en de onvoldoende sterkte van de politie ter plaatse, werd de ontruiming uitgesteld tot 16 Maart 1953. Ter illustratie van de toestand moge nog dienen, dat op 14 Maart de uitroen „Val maar aan”, niet van de lucht was. De tractoren, die langs de weg geparkeerd werden, werden door de landbouwers onafgebroken volgens een aflossingssysteem bewaakt, waarbij ook landbouwers van elders aan de bewaking deelnamen. Onderwijl werden de pogingen om de betrokkenen tot inkeer te brengen voortgezet, doch deze mochten niet baten. Het incident Op 16 Maart 1953 vond, met versterking van 60 man politie, de ontruiming van de grond met tractoren plaats. De wedana van Serdang Hilir en de assistent-wedana en het hoofd van politie van Tg. Morawa waren daarbij aanwezig. Op het ogenblik dat de tractoren van de grote weg naar het te bewerken terrein overstaken, trachtten de Chinese landbouwers, daarbij geholpen door Indonesiërs, deze tegen te houden. De politie trachtte daarbij de rust te herstellen. Een politieman, (Me naar voren kwam om de Chinezen te gelasten achteruit te gaan, werd onverwachts aangevallen. Hij viel op de grond. Daarbij wen! hij door de Chinezen, die trachtten zijn vuurwapen te bemachtigen, geslagen. De bedreigde politieman gaf daarop een vuurstoot van 24 kogels af. » Minister Roem wees er op, dat het overdreven was om te zeggen, dat de aanvallers neergeschoten waren. Van politiezijde heeft men verklaard, dat het wapen afging toen de Chinezen dit trachtten te overmeesteren. I Op dc vlucht Tijdens de worsteling schoten de andere politiemannen in de lucht, om de rust te doen weerkeren Daarin slaagde men ook. In het totaal werden 40 salvo’s afgegeven. Daarop vluchtten allen, die zich in de omgeving bevonden. De slachtoffers zijn, naar gebleken is, gevallen door de schoten van de aangevallen politieman, en niet door de andere. Uit de wonden blijkt nl., dat de kogels van beneden naar boven gegaan zijn. Ook is gebleken, dat de aanvallers erin geslaagd zijn, het wanen te veroveren. Dit werd ongeveer tien meter verderop teruggevonden. De slachtoffers, zowel de vijf doden (vier Chinezen en een Indonesiër), als de vijftien gewonden werden onmiddellijk naar het nabijzijnde ziekenhuis overgebracht. De agent, die de schoten loste. Dullah Sani, is naar het oordeel van de procureur-generaal niet fout geweest. Hij heeft de grenzen van noodweer niet overschreden. De rust is thans teruggekeerd, en de Chinezen hebben zich bereid verklaard naar de voor hen in gereedheid gebrachte grond te verhuizen. Vervolging ? Op de vraag, of de regering degenen, die verantwoordelijk zijn voor de aanval op de politie, zal doen vervolgen, antwoordde de minister, dat dit inderdaad mogelijk is. Thans wordt nog overwogen, of men inderdaad een vervolging zal instellen. De minister wees er in dit verband op, dat enkele van de voor het incident verantwoordelijke personen reeds door de politie gearresteerd zijn. Op de vraag, of de regering het plan heeft de clandestien geïmmigreerde Chinezen, die zich op een dergelijke ongepaste wijze gedragen hebben, uit te wijzen, antwoordde de minister, dat dit een aangelegenheid van de immigratiedienst is. In het algemeen is de regering lankmoedig gestemd tegen personen, die geen geldige immigratiepapieren hebben. Van de vele personen die Indonesië clandestien binnenkomen, wordt slechts een klein deel uitgewezen. Hij voegde hieraan toe, dat men pas na het incident te weten kwam, dat de bewuste Chinese landbouwers geen geldige immigratiepapieren hadden. Tenslotte deelde minister Roem mede, dat de consul van de Chinese Volksrepubliek grote belangstelling aan de dag legt voor deze aangelegenheid. Hij bezocht de bewuste mensen en de gewonden in het ziekenhuis. --- Parlementsleden opgeroepen voor verhoor hoofdparket De 17-October-affaire Regeringsverklaring op Zaterdag Het hoofdparket heeft tot Donderdag acht parlementsleden opgeroepen om verhoord te worden in verband met de 17 October-affaire. Enige tijd geleden is kol. Nasution, tot voor kort chefstaf van de landmacht, reeds door de P.G. verhoord. De vice-voorzitter van het parlement, mr. Tambunan, deelde desgevraagd mee, dat ook hij kortgeleden door de P.G. is opgeroepen om verhoord te worden. Hem is verzocht om alle gebeurtenissen rond de 17 October-affaire aan de P.G. uiteen te zetten. Mr. Tambunan verklaarde, nog, dat hem gevraagd is, of hij in zijn kwaliteit van voorzitter van het parlement bezwaren had tegen het verhoor door de P.G. van zes parlementsleden. Hij zei, dat hij uiteraard geen bezwaren had. In de loop van Dinsdag en Woensdag zijn de zes parlementsleden, die op 17 October 1952 „in bescherming zijf. gesteld” door de militaire politie opgeroepen en verhoord. De betrokken leden zijn dr. Sukiman, vicevoorzitter van de Masjumi, Sjamsuddin St. Makmur, Bebassa Daeng Lalo (PRN), mr. Moh. Yamin, A.B.M. Jusuf (Partai Buruh) en mr. Kasman Singodimedjo. Volgens mr. Kasman werd hem gevraagd, wie hem in bescherming had gesteld, en hoe de behandeling was geweest. Ook het parlementslid Z. Baharuddin werd opgeroepen, doch hij werd niet verhoord. Mr. Tambunan verklaarde nog, dat de regering thans bij het oplossen van de 17 October-affaire twee wegen volgt: ten eerste tracht zij deze kwestie door de betrokkenen zelf te laten oplossen door minnelijke schikking. De benoeming van de fg. chef staf van de landmacht, kol. Bambang Sugeng als opvolger van kol. Nasution, moet naar zijn mening in het licht hiervan worden gezien. Ten tweede: de oplossing door het hoofdparket. Wijzend op het ontslag van mr. Ali Budiardjo als secretaris-generaal van het ministerie van Defensie, verklaarde mr. Tambunan, dat hij geneigd is aan te nemen, dat deze administratieve maatregel van de regering, in het kader ligt van de oplossing door de P.G. Hij is zeer benieuwd welke motieven le regering zal aanvoeren voor de ontleffing van mr. Budiardjo uit zijn unctie. Deze zijn tot dusver niet hetend. Brieven Een brief afkomstig van de commandant van de divisie Brawidjaja 'Oost-Java) is aar de sectie Defensie van het voorlopige parlement overhandigd, aldus meldt „Pedoman”. In le brief wordt o.m. de wens van de Brawidjaja-divisie geuit, om stappen te doen inzake de 17 October-affaire. De inhoud van de brief is zeer geheim, doch volgens „Pedoman’s” zegslieden, moet de brief in scherpe bewoordingen zijn gesteld. De sectie-Defensie heeft besloten, om deze kwestie i-i een besloten plenaire vergadering te bespreken, nog vóór het reces van het parlement op 12 April a.s. Enkele leden van het voorlopige parlement hebben dreigbrieven afkomstig uit Oost-Java ontvangen. Deze brieven houden een beschuldiging in aan het adres van de P.S.I., namelijk dat deze partij de staat in gevaar brengt. Deze dreigbrieven, aldus „Pedoman” hebben de volle aandacht van de politie. Verklaring Subadio Naar aanleiding van dreigbrieven, verklaarde de voorzitter van de P.S.I.-fractie in het parlement, de heer Subadio Sastroatomo, dat de regering in deze kwestie dient op te treden. Hij vroeg zich af, in hoeverre de regering bij machte is om een onderzoek te doer. instellen in deze kwestie. Tot slot zeide Subadio, dat nemen naar aanleiding van deze dreigbrieven. de P.S.I. zelf geen actie zal onder- --- Abdul Azis veroordeeld tot veertien jaar „Na mijn straf zal ik als militair dienst blijven doen’ De krijgsraad te Jogjakarta heeft 10 April kapitein Andi Abdul Azis veroordeeld tot veertien jaar gevangc'-’-'raf, met aftrek van voorarrest. De eis van de auditeur-militair was zestic met aftrek van voorarrest. Andi Azis deelde mede, dat hij zich als mili zou neerleggen bij het vonnis. Aan de pers deelde kapitein Azis mede, dat hij gratie zon- vragen aan de president. In deze beroept hij zich, behalve op het telegram van de voormalige minister van Defensie, sultan Hamengku Buwono, gericht aan de voormalige president van de N.I.T., Sukawati, op zijn recht als veroordeelde. Desgevraagd deelde Andi Abdul kzis aan P.I.-Aneta mede, dat hij, na leëindiging van zijn straf, in dienst /an het leger hoopt te kunnen blijven. ,Na mijn straf zal ik als militair iienst blijven doen, daar ik een militaire geest heb. Ik zal tot mijn dood n het leger blijven,” aldus kapitein Abdul Azis. De rechter deelde mede, als verlichtende omstandigheden in aanmerking genomen te hebben, dat destijds de staat van oorlog en beleg in OostIndonesië niet van kracht was. De opvoeding van verdachte in Nederlands milieu maakte, dat hij vervreemdde van de opbloei van het Indonesische nationalisme. Voorts voerde rechter als verzachtende omstandigheden aan, het feit dat beklaagde door federalisten en vooraanstaande personen van het KNIL beïnvloed is geweest, en het feit dat hij het tenlastegelegde eerlijk bekend heeft. Bezwarende feiten vonnis, was dat hij een militaire opstand heeft gepleegd, dat hij enkele malen aan een oproep om naar Djakarta te komen geen gevolg heeft gegeven, dat hij subordinatie gepleegd heeft, dat hij zijn actie voerde kort na de souvereiniteitsoverdracht, toen de APR1S juist tot taak had de veiligheid te handhaven, en dat hij de naam van Indonesië in de internationale wereld besmeurd heeft. In dit verband herinnerde de rechter aan de uitspraak van mr. Van Klleffens in de Veiligheidsraad, dat duizend sultans Indonesië niet veilig zouden kunnen maken. Ook verklaarde hij, dat, wat Abdul Azis gedaan heeft, even erg is als wat Westerling in West-Java deed, al heeft Azis ook verklaard, dat er tussen beide gebeurtenissen geen verband bestond. De rechter sprak als zijn mening uit, dat verdachte had moeten weten dat er een streven was om de beweging van Westerling tot Oost-Indone --- Boomklerken aangehouden in de afgelopen dagen heeft de politie te Surabaja een aantal op Tandjong Perak werkzame boomklerken aangehouden. Zij worden er van verdacht onregelmatigheden te hebben gepleegd. Over een vrij lange periode zouden zij in de haven en op schepen aantallen verloren gegane goederen te hoog hebben opgegeven. Het teveel opgegevene zouden de aangehoudenen hebben verduisterd. Onder hen bevinden zich de Nederlanders E.V.B-, W.F.R. en H.S. — Tijdens de vasten zal de G.I.A. aan scholieren en studenten tussen de 12 en 26 jaar 50% reductie geven op vluchten tussen de plaats waar zij studeren en die waar zij wonen. --- Bende-activiteit toegenomen in gebied van Tjilatjap In drie maanden 88 doden De activiteit van T.I.I.-benden in het Tjilatjapse neemt de laatste tijd weer toe, zo verneemt de correspondent van P.I.-Aneta van bevoegde zijde. De afgelopen drie maanden zijn in het gebied van Tjilatjap 698 huizen door benden in brand gestoken. 750 huizen werden leeggeroofd. Daarbij werden 88 personen gedood, 20 ontvoerd en 47 anderen mishandeld. Niet alleen maken deze benden zich schuldig aan het aanhouden en beroven van vracht-auto’s en personenwagens, maar zij hebben ook verscheidene keren spoorrails opgebroken, zodat enkele treinen zijn ontspoord. De materiële verliezen als gevolg van deze activiteiten worden op ongeveer 818.500 rupiahs geschat, waarbij niet inbegrepen de schade tengevolge van het beroven van auto’s. De dessa-bevolking is uit de onveilige streken van Tjilatjap geëvacueerd. Aan haar heeft de dienst voor sociale zaken rijst, medicijnen en geld uitgereikt. In Serang Na een periode van rust en veiligheid heeft het gebied van Serang thans weer te lijden van bende-activiteiten. In de nacht van Vrijdag op Zaterdag werd de desa Tojomerto in het onderdistrict Keramatwatu door een bende van 17 man aangevallen. Er werden 122 huizen leeggeroofd. De bende roofde verder op zijn terugtocht 13 huizen in het gehucht Lebakwana leeg. De bende, die thans in het Serangse opereert, behoort tot de groep van „Mat Item”, die enige tijd geleden, nadat de leider was gedood, naar het Bantamse is uitgeweken. De bende schijnt verder samen te werken met de bende van Sjamsudin, die sinds lang door de Bantamse politie wordt gezocht. --- Parlement aanvaardt bankwet Het parlement heeft met algemene stemmen het ontwerp voor de bankwet aangenomen met de wijzigingen volgens het voorstel van A. Moeis c.s. Minister Sumitro deelde mede, dat de regering wetsontwerpen zal indienen, waarbij de werkzaamheden van de Bank Indonesië, Bank Negara en Tn^tr.' --- Onwettige occupatie in Pekalongan Die commissie voor bosgebieden in Midden Java heeft de kwestie besproken van de overbrenging van 260 gezinnen, die zonder vergunning van de Dverheid de bosgebieden van Paninggaren en Blado, in het Pekalonganse, hebben bezet. De occupanten zouden zich reeds bereid hebben verklaard naar elders overgebracht te worden, ndien zij schadeloosstelling zouden ontvangen. De overheid heeft het gebied van Batang en Warung-asem, ook in het Pekalonganse, toegewezen. --- Viering 1 Mei Zondagavond vond in Djakarta een bijeenkomst plaats met het comité, dat Ie viering van de dag van de Arbeid, l Mei, zal organiseren. Voorzitter van fit comité is Ruslan Widjajasastra Sobsi), Secretarissen zijn M. A. Fatah Hissbi), D. S. Atma (Sobsi) en IskanJar Wahono (P.S.B.I.). Bepaald is, dat slechts de portretten /an Marx en Engels in optochten e.d. mogen worden meegevoerd. In plaatsen waar dienaangaande tussen de vakcentrales overeenstemming bestaat mogen andere portretten meegevoerd worden. Verder mag men alleen de tationale en de arbeidersvlag op deze lag voeren, afgezien van de vaandels van de verschillende verenigingen. --- „Tjepiring” gemengd bedrijf Op de suikerfabriek „Tjepiring”, ten westen van Semarang, voor de oorlog een van de grootste fabrieken op Java, is men thans druk bezig met het huren van gronden van de bevolking voor de aanplant 1953/ 1954 en, naar P.I. Aneta’s correspondent van de zijde van het bestuur verneemt, is reeds meer dan 2/3 deel van 1.200 ha, die men wil beplanten, ingehuurd. De suikerfabriek „Tjepiring” werkt thans met gemengd kapitaal en wel 40% van de Kendalse Cultuur Mij. :n 60% van de Bank Industrie Negara. Het kapitaal dat in deze fabriek is gestoken, bedraagt circa Rp. 34 millioen. Voor het komende seizoen geschiedt de aanplant en de verwerking geheel onder verantwoordelijkteid van.de fabrieksleiding, maar het s niet uitgesloten, dat in de toekomst gewerkt zal worden volgens het sys-dg-.h^lW.^nrda,,* --- Vuurgevecht in Bandjarmasin Zaterdag, vroeg in de ochtend, werden de inwoners van Bandjarmasin opgeschrikt door schoten, die sinds lang niet meer in deze stad gehoord waren. Naar aanleiding hiervan, vernam P.I. Aneta van de politie, dat er vuurcontact was geweest tussen de Mobiele Brigade en een gewapende bende in Sei Tabuk. Het resultaat van dit gevecht was, dat 11 personen van de bende konden worden gearresteerd. Voorts vond de M.B.-eenheid, twee kinderen, die onlangs door een gewapende bende werden ontvoerd, terug. De kinderen zijn afkomstig uit de kampong Sei Lulut. Ontvoering! Onlangs is een inwoonster van kampong Aluh-Aluh, Martapura, met haar kind door een gewapende bende van 14 man, onder wie 4 vrouwen, ontvoerd. De vrouw kon de bende echter ontvluchten, doch met achterlating van haar kind. Omtrent het lot van de kleine is nog niets bekend. --- Volkswelvaart W.-Java in 1952 niet toefen omen On veiligheid torpedeerde vele plannen van overheid „Over hst algemeen is de volkswelvaart vergeleken met 195! in WestJava gedurende het afgelopen jaar niet beter geworden. Vele plannen van de overheid om de welvaart op hoger peil te brengen, konden niet worden gerealiseerd, als gevolg van de veiligheidskwesties, welke in 1952 nog verre van bevredigend waren. Het feit, dat er onvoldoende credieten beschikbaar waren voor de volkslandbouw, en in bepaalde gebieden ook voor de kleinhandel, had bovendien ten gevolge, dat de volkseconomie zich niet goed kon ontwikkelen, zodat er in 1952 geen sprake was van een vooruitgang in de levensstandaard van de bevolking in West-Java,’’ aldus een rapport van het Bestuurscollege, ingediend bij de Provinciale Raad van West-Java. Het rapport zegt, dat de prijzen van de dagelijkse levensbehoeften, vergeleken met die van 1951, gemiddeld 30 a 40% zijn gestegen. De Ionen zijn echter van dien aard, dat er geen sprake is van een evenredigheid met de stijging der prijzen. Een lichtpunt was de rijstprijs, die dank zij de voortreffelijke maatregelen van de overheid, in 1952 relatief veel lager was dan in 1951. Dit feit was van groot belang om de lasten van het volk enigszins te verlichten. De productie van landbouwartikelen — uitgezonderd padi-gogo en katjang, waarvan de productie verminderde — steeg in 1952 gemiddeld met 5 a 12% vergeleken met de productie in 1951. Wat de beplanting van overjarige gewassen betreft, vielen echter in 1952 minder bevredigende resultaten te constateren. De productie van thee, rubber, kina en sereh van de bevolking liet in 1952 over het algemeen te wensen over; de verkoopprijzen van deze artikelen waren zeer laag en vaak zelfs zodanig dat deze niet eens de onkosten konden dekken. Dit was de reden, waarom de bevolking maar weinig, of in het geheel geen belangstelling toonde in verzorging van haar tuinen. De oppervlakte van de groententeelt was in 1952 uitgestrekter dan die in 1951, desondanks is de totale productie niet gestegen vergeleken met 1951. Geen verandering veiligheid Ten aanzien van de veiligheidsproblemen werd in het rapport gezegd, dat ook in 1952 nog geen tekentn vielen waar te nemen, dat het herstel van de veiligheid spoedig zou kunnen worden bereikt. De ordeverstoringen vonden voortgang en vroegen offers aan mensenlevens en goederen. De „Staf K” is in 1952 opgeheven. Daarvoor in de plaats is in het territorium III een Staf Pemegang Kekuasaan Militer (Staf Handhaving Militair Gezag) opgericht, terwijl in elke daerah een Staf Pelaksana Kekuasaan Militer (Staf Uitvoering Militair Gezag) in het leven is geroepen. Het ligt in de bedoeling een adviescomité te vormen voor elke Staf Pelaksana in de daerahs. In dit adviescomité zullen dan' zitting nemen afgevaardigden van volksorganisaties, voornamelijk zij, die lid zijn van een daerahraad of van het bestuurscollege van een daerahraad. Actuele vraagstukken In het rapport wordt voorts gezegd, dat in Krawang, Ir.dramaju, Subang, Sukabumi en Tjirebon „moeilijkheden” zijn gerezen, welke het gevolg waren van de ontwikkeling der decentralisering en democratisering van het bestuur. Over het algemeen zijn het interne aangelegenheden van de betrokken daerahs. waarmede het bestuurscollege van West-Iava zich niet wenst te bemoeien. Het Bestuurscollege heeft echter , afgevaardigden gestuurd naar de daerahs om de kwesties in studie te neme,.. Ten aanzien van Subang. Indramaju en Tjirebon echter heeft het Bestuurscollege besloten zich direct met de zaak te gaan bemoeien, omdat er sprake is van gevallen, die „niet uitsluitend interne aangelegenheden zijn van de huishouding der betrokken daerahs". Het rapport zegt in dit verband, dat het Bestuurscollege bereid is een en ander ter zake mede te delen aan de plenaire zitting van de Provinciale raad, echter niet in een openbare vergadering, om.. ït het merendeels „persoonlijke kwesties betreft”. --- „Era Elektronika” Een populaire tentoonstelling, gewijd aan de wetenschap en de techniek van het vrije electron, zal in Bandung, Surabaja en Djakarta tonen wat op dit gebied tot nu toe is bereikt. De directie van Philips, die deze tentoonstelling opzette, heeft zojuist in Bandung de eerste van deze expositie-reeks geopend, uitgaande van de gedachte dat het goed is waardering te kweken' voor de mensen, die het electron steeds verder dienstbaar maken aan de mensheid. Dat Bandung de eerste stad van Indonesië is, waar deze tentoonstelling wordt gehouden hangt samen met het feit, dat hier het technisch centrum van Indonesië is. Niet alleen is er de Technische faculteit, maar ook zijn er de centra van de PTT, van de DKA, van het leger en van de luchtmacht. De tentoonstelling tracht uit te beelden hoe dé ontwikkeling van de electronische wetenschap is verlopen. --- Nieuw opleidingsschip ALRI De Alri heeft kortgeleden in WestDuitsland een nieuw oefenschip besteld. Dit schip, dat naar men verwacht in Juli gereed zal komen, krijgt de naam ,,Dewa Rutji’. Het meet 700 ton en heeft drie masten, waarvan de voorste een zogenaamde volgetakelde mast is. Ook krijgt het schip een motor, radar en een radio-installatie. Enkele leden van de Alri zullen binnenkort naar Duitsland vertrekken om het schip op te halen. Men zal vanuit Duitsland via Kaap de Goede Hoop naar Indonesië varen. Daarvoor rekent men circa 70 dagen nodig te hebben. Kapitein Rosenow van de Alri, die zich thans reedsf in. Duitsland bevindt, zal het commando 1 A. t •_ --- Scheepvaartmensen moesten in BVCI meerdere erkennen HOCKEY IN DJAKARTA Ondanks de afwezigheid van Toft wist BVC I een 3—1 overwinning op KPM I te behalen. De scheepvaartmensen is het deze keer niet gelukt hun tegenstanders te verrassen, zoals ze dat herhaalde malen in deze competitie gepresteerd hebben. De wedstrijd Ons inziens heeft de KPM bij deze ontmoeting zeer zeker meer dan een goaltje verdiend; reeds in de eerste speel helft bracht het enthousiaste spel der scheepvaartmensen het BVCdoel in gevaar. Linksbinnen Boom, in hechte samenwerking met rechtsbuiten Jüch schiep enkele hachelijke momenten in de BVC-cirkel, maar tenslotte won de BVC-achterhoede het toch. Ook de KPM-achterhoede met veteraan Dekker als uitblinker gaf blijk van haar kunnen. Jammer genoeg bleek linkshalf Doyer niet in staat de snelle BVC-reohtsbuiten, Panggabean, te dekken en over deze snelle BVC-vleugel begon de „Good Old” ook haar offensief. Een zachte voorzet van Panggabean had Nommensen slechts voor het meenemen en langs de aarzelende Lips rolde de pushbal het KPM-doel in (1—0). Geen minuut daarna gelukte het Boon uit een vrije slag met een prachtig schot de gelijkmaker te scoren (1 —1). Na dit doelpunt steeg de spanning tot haar toppunt; één enkele vergissing zou heel zwaar wegen. Toen keeper Lips dan ook weer te ver het doel uit liep en Nommensen hem weer kon omspelen en de bal in het lege doel sühoot, scheen ons de wedstrijd door BVC gewonnen. Dit bleek duidelijker na de rust. Ofschoon KPM keer op keer voor het BVC-doel verscheen, mocht het haar niet gelukken de BVC-verdediging, die zich er van bewust was, hoe belangrijk de kleine voorsprong was, te verschalken. Een doorbraak van Panggabean maakte een einde aan de KPM-illusie. Voor de derde keer schoot keeper Lips op het verkeerde moment het doel uit en weer was het Nommensen, die hem het nakijken gaf. Nog enkele kansen kreeg KPM; toen linksbuiten Teeuw echter de bal slechts voor het inschieten had, schenen voor hem de legguards van de BVC-doelman meer aantrekkingskracht te hebben dan de ruimte er naast. De stand bleef 3—1 in het voordeel van de Good Old. Spel. I — B.V.C. II: 2—0 Sinds het vertrek van Sparenberg is de aanvalskracht der Spel. voorhoede heel wat minder geworden. Ondanks het harde zwoegen van midhalf Vermeulen bracht de aanvalslijn maar bitter weinig te berde, misschien tendele door het nog onwennige debuteren van midvoor Blom. Keer op keer werden er echter aanvallen gelanceerd door de BVC-reserves en waren backs Aberson en Everwein niet in zo'n uitstekende vorm geweest, het zou er voor de Spel. minder rooskleurig hebben uitgezien. Tot kort voor het einde werd er maar matig gespeeld; rechtshalf Khouw van de Sportclub nam daar geen genoegen mee en een verhoogd tempo inzettend wist hij zijn clubgenoten tot meer’ activiteit aan te zetten en zelfs gelukte het hem twee keren een doelpunt te forceren. Het eerste viel bij een shorteorner, het tweede bij een strafbulley. Nog even kreeg Doyer een (Prachtkans voor een derde keer de BVC-doelman het nakijken te geven; BVC-back Kraayenoord was hem echter te vlug af. De BVC-reserves kunnen terugzien op een goede wedstrijd. VIC I — UVS I: 1—2 De twee Indonesische eerste-klassers UVS I en VIC I ontmoetten elkaar in een mooie en sportieve wedstrijd. De studenten waren over het algemeen meer in de aanval en hun achterhoede deed ..fijaai, werk. Larry Tbung, UVS’s jongste aanwinst, toonde zijn linkshalf-plaats volo „ fq TÜn AaV Aa verdedigers, Item en David, gaven óch niet makkelijk gewonnen. Mid/oor Hadi scoorde als eerste voor LJVS, had verder meerdere keren pech net zijn schoten evenals collega Suarso, wiens taai doorzetten even voor le rust toch nog met een doelpunt geloond werd (2—0). Het veldoverwicht van UVS in de :weede helft kwam in de score niet tot iiting, ofschoon voldoende gelegenheid laartoe was. Bij een snelle en onvervachte VIC-doorbraak over de linkervleugel gaf Item jr. keeper Padmo het ïakijken en bracht daarmede de stand jp 2—1. Bij de VIC hebben wij een luidelijke vooruitgang in techniek en actiek kunnen waarnemen. Uitslagen Spel. IV — KPM II: 5—0; Comb. [I — Spel. Vet: 3—0; BVC III — [SC II: 2 1. Dames: Spi. II — VIC I: 0—0; 3pcl. I — VIC II: 3—0; BVC I — BVC II: 4—0. ---