De brug is kapot . . . Dezer dagen arriveerde een genie-arbeiderscompagnie uit Java op Zuid-Sumatra. Na de ontscheping reisde de compagnie per trein het binnenland in, waar men reikhalzend naar deze versterking uitziet, want er is nog veel aan wegen en bruggen te doen. De territoriaal tevens troepencommandant van ZuidSumatra, kolonel K. J. Luchsinger was bij de ontscheping aanwezig en heette de compagnie eri de gezinnen van harte welkom in zijn territorium. --- Bende moordenaars gearresteerd op 20 Augustus j.i. weru an de kampong Bodjongenjot (ten Oosten van Buitenzorg) he't lijik van de politiepos'thuiscommandant Arga gevonden. De recherche in Buitenzorg is er thans in geslaagd de daders van deze moond te arresteren. Op 24 October werd de leider van de bende, een zekere Sapran, door Buitenzorgse rechercheurs op Pasar Senen in Batavia gearresteerd. Bij zyn aanhouding trachtte hij zich nog te verzetten met een mes, doch hy werd overmeesterd. Nog zeven leden van deze bende konden worden gearresteerd Sapran heeft reeds bekend schuldig te zijn aan drie moorden en vier raimpokpartijen. --- Wederopbouw kerken Door bemiddeling van mevrouw H. C. Watimena te Washington en de geestelijke P. Latuihamalle te New York is een comité gevormd voor wederopbouw van de kerken in Indonesië, in het byzonder op Ambon, die gedurende de laatste wereldoorlog vernield werden. Dit comité wordt ondersteund door de Oost-Indonesische gemeenschap in de V.S., en heeft reeds bystand ontvangen van de Chileense jongevrouwen-vereniging en de >,Young married womans Club” te Washington. --- Verkorte balans van de Javase Bank Verkorte balans van de Ja. vasche Bank opgemaakt op 2 November 1949 na kassluiting: Munt en muntmateriaal goud ƒ 470.985.059.50 Vorderingen in vreemd courant betaalbaar ,, 86.822.255,44 Kassen: Zilveren tekenmunt ƒ 14.573.932,— munt „ 223.658,02 „ 14.797.590,02 Disconto's en voorschotten op onderpand, betaalbaar in eigen courant 59.909.458.77 Voorschotten aan de regering van Indonesië ,, 1.059.511.427,14 Belegging van kapitaal, reservefonds, bijzondere reserve en pensioenfonds „ 28.325.786,43 Kantoren, woonhuizen en inventaris „ 2.671.268,76 Diverse rekeningen ,, 27.267.799.66 ƒ 1.750.290.645.72 Kapitaal ƒ 9.000.000,— Reservefonds „ 15.518.560.41 Bijzondere reserve „ 11.215.274.25 Pensioen- en onderstandfonds „ 2.469.094,93 Bankbiljetten in omloop „ 900.737.925,— Rekening-courant saldi: Van de regering v. Indonesië ƒ — Van anderen ƒ 779.671.823,21 „ 779.671.823.21 Afgiften op eigen kantoren „ 719.415,02 Diverse rekeningen „ 30.973.552,90 ƒ 1.750.290.645,72 Circulatie der door de Bank namens de Regering van Indonesië in het verkeer gebrachte muntbiljetten: ƒ 913.860.823,75. --- DELI-TABAK ’49 NAAR EUROPA De eerste Deli-tabak van de oogst 1949 werd Woensdag met het m.s. „Blitar” uit Belawan naar Europa verscheept. De zending bestaat uit 500 pakken van de tabaksmaatschap, py „Arendsburg”. --- De moordenaar uit v. d. H. ’s verhaal ook gearresteerd DE MOORD OP DE PRIOKWEG Is „waterdicht alibi” in j elkaar gezet? ; Beklaagden houden vol niets met moord te maken te hebben NAAR eerst thans kan worden gepubliceerd, heeft de Politie ] in samenwerking met,de Militaire Politie te Batavia 22 ' Öctober een arrestatie verricht, die verband houdt met de ge- j ruchtmakende moord op de taxichauffeur die de 11e Januari . van dit jaar op de Priokweg werd gepleegd. Zoals bekend, staan, verdacht g van deze moord, thans de 19- 1 jarige F. van der H. en de 25- z jarige Q.C.O. voor de land- c rechter te Batavia, mr. L. F. z de- Groot terecht. c Men zal zich herinneren hoe r Van der H. tijdens de terecht- t zitting verklaarde, dat hij, na- c dat hij des avonds onvrijwillig 2 getuige was geweest van de ' moord op de opelettechauffeur, de volgende morgen naar O. « was gegaan om deze om raad v te vragen. Deze had hem er- 5 van overtuigd, dat hij de poli- 1 tie van zijn belevenis in ken- I nis moest stellen. 2 Hierna was, naar Van der H. ( verklaarde, een jongeman uit c het achterhuis op de voorgale- e rü verschenen, die bjj het zien van Van der H. erg schrok en onmiddellijk weer naar binnen g ging. Dit werd door O. beves- % tigd. Van der H. was ook zeer i geschrokken, omdat hy in deze jjongeman de moordenaar van v de taxichauffeur had herkend. ,jHij had zich hierna niet meer j. met de politie in verbinding r durven stellen. r O. verklaarde, dat de jon- r geman zijn pleegbroer Ronnie f B. was. j Deze knaap zou met de j broer van O. samen op Nieuw- Guinea hebben gewerkt, waar ^ hij wegens zijn ongehoorzaam- x heid en zijn slecht gedrag was j weggezonden. O.’s broer had r hem toen naar het huis van ^ zijn ouders gestuurd, waar hij ^ in het gezin was opgenomen. Naar Opat ja verder verklaarde, was B. later door zijn vader 1 uit huis gejaagd, omdat hij de a bedienden en de moeder van O. i met een mes te lijf had willen < gaan. < B. zou hebben geslapen in 1 de kamer van de medebewo- ,1 ner waar de revolver werd ge- ; vonden, waaruit, naar het on- < derzoek aan het licht heeft ge- 1 bracht, de kogel werd afge- ] vuurd, die een einde maakte 1 aan het leven van de taxi- < chauffeur. : Een paar dagen later zou O. ; van der H. aan zijn pleegbroer j hebben voorgesteld, waarbij ] deze zich onjuist „Bakker” : noemde. Toen O. hierover een ] opmerking wilde maken, had ] B. hem hiervan met een knip- , oogje teruggehouden. Naar aanleiding van dit re- , laas gelastte mr. de Groot de , opsporing en arrestatie van Ronnie B. Nadat men had ont- ; dekt dat B. te Batavia vertoef- ] de en inmiddels in militaire . dienst was getreden, werd hij ; door de Politie gearresteerd. , Tegenstrijdige verklaringen De verklaringen, die B. tijdens het vooronderzoek aflegde wijken af van die van Van der H. en O. Zo vertelde hij onder meer, reeds in 1948 met de eerste te hebben kennisgemaakt en toen verschillende malen met hem te zijn uitgegaan. De landrechter ias deze verklaring voor, waarna Van der H. de waarheid ervan bestreed. Verder verklaarde B. niet als gevolg van een steekpartij O.’s huis te hebben verlaten, doch om een kleine onenigheid. Naar uit het door de politie ingestelde onderzoek was gebleken, zou B. de avond van de 11e Januari een bruiloftsfeest hebben bijgewoond, hetgeen door verschillende getuigen wordt bevestigd. Van der H. verklaarde hierop, dat dit best mogelijk was, doch dat hij er absoluut van overtuigd is, dat B. de moordenaar is Hij achtte het uitgesloten dat hij zich zou vergissen. Op de desbetreffende vraag van de landrechter, antwoordde O., dat hij bereid was, voor de rechter als getuige onder ede te verklaren, door de de politie te zijn mishandeld. Het is ook nooit goed Hij verhaalde in dit verband ' onder meer, dat hem tijdens het vooronderzoek op sectie VI een rampokpartij in de schoenen werd geschoven, die hij in de bërsiaptyd zou hebben gepleegd en waarbij hij een Chinees voor drie ton zou hebben bestolen. Toen hij tot een 'bekentenis was gedwongen en op het punt stond de door de politie-ambtenaren opgemaakte „bekentenis” te ondertekenen, was de bestolen Chinees komen opdagen, die positief beweerde, dat O. de dader van deze rampok-partij niet was. Hierna had O. opnieuw een pak slaag gekregen, omdat hij iets dat hij niet had gedaan, bekend had en hierdoor de politie onnodig werk had bezorgd. „Ik wilde....” Ook verklaarde hij, dat de hoofdinspecteur P., toen hij hem van Struiswyk haalde voor de confrontatie met B., had opgemerkt: „Ik wilde dat er maar geen advo. caten waren, dan wist ik wel, wat ik moest doen.” Bovendien zou de heer P. tijdens de confrontatie, toen de officier van justitie, de heer Karnadi, even de kamer had verlaten, hebben opgemerkt: „Ik zal proberen jullie er zo veel mogelijk in te duwen, dan heb ik lol”. De eerste getuige Hierna werd de 18-jarige R. gehoord. Zoals men zich zal 1 ïerinneren, werd de gehele ; saak aan het rollen gebracht, loordat de vader van R. bjj sijn zoon goederen ontdekte, iie van diefstal afkomstig wa- ' ren en hiervan aangifte deed ! Dij de politie. Het naar aanlei- ; ling hiervan ingestelde onder soek leidde tot de arrestatie ran R., Van der H. en O. R. bleef bij zijn verklaring, lat hij door Van der H. en O. ivas overgehaald om met hen straatroven te plegen, waarbij dij enige voorbeelden noemde. Hy zou door de politie niet zijn geslagen. Van der H. en O. , hierop gehoord, kwalificeerden het relaas van R. als een verzameling leugens. Voortzetting. Bij de dezer dagen voordgezette openbare behandeling verklaarden zowel O. als V. d. H. dat zij, ondanks de voor ren bezwarende getuigenis van R., bij hun verklaringen Dieven. Volgens O. werd R. bij iet afleggen van zijn verklaringen gedreven door ranculeuze gevoelens omdat hij, O., reeds eerder had geweigerd, geld aan R. te lenen of goederen voor hem te verkopen. Hierna vroeg de landrechter aan O. of deze het relaas van V. d. H. aannemelijk achtte en van mening was dat zijn pleegbroer tot het plegen van een moord in staat was. O. antwoordde op beide vragen bevestigend. Mr. de Groot wendde zich hierna tot V. d. H. met de vraag wat deze van Ronnie B’s alibi dacht. Deze antwoordde, dat hij ervan overtuigd was, dat B. de moord had gepleegd. Hij voegde hieraan toe, dat hij het niet onmogeljjk achtte, dat het alibi van B. ”in elkaar was gedraaid” nadat hij en O. waren gearresteerd. Hierna werd de hoofdinspecteur P., de man, die het onderzoek in de Priok-moordzaak heeft geleid, binnengeroepen. Deze verklaarde aangaande de arrestatie van Ronnie B., dat hij deze in samenwerking met de Militaire Politie had gearresteerd. Toen hij opdracht kreeg om B. te verhoren, had hy verzocht, dit in aanwezigheid van de Officier van Justitie, de heer Karnadi, te mogen doen Dit werd toegestaan. Ronnie B. zou by het vernemen van het feit, dat hij van moord werd verdacht, zeer verwonderd zijn geweest. Hierop merkte de landrechter op, dat dit heel goed gespeelde verwondering kon zijn geweest, hetgeen de hoofdinspecteur P. beaamde. De heer P. gaf hierna een korte uiteenzetting van het verhaal dat Ronnie B. hem had verteld. Ronnie B. zou na een ruzie bij O. naar een zekere mevrouw D. zijn gegaan, waar hij zijn intrek had genomen. De hoofdinspecteur P. had zich hierop in verbinding gesteld met mevrouw D., die verklaarde, dat B. de dag voor het huwelijk van haar zuster bij haar was gekomen. Bij het verdere onderzoek was gebleken, dat dit huwelijk op de 11e Januari — de dag van de moord — was gesloten. Ook verklaarde mevrouw D., dat zij de volgende avond met R. B. naar het feest was gegaan. Dit werd — naar hoofdinspecteur P’s onderzoek aan het licht bracht — door getuigen gestaafd. Hierna merkte de landrechter op, dat dit alibi "waterdicht” leek, ”De conclusie”, aldus mr. de Groot, „ligt dus voor de hand, dat Ronnie B. de moord gepleegd heeft of er geheel onschuldig aan is.” Mishandelingen De landrechter ging hierna over tot de ernstige beschuldigingen, die de beklaagden hebben geuit over mishandelingen door de politie, by welke beschuldigingen de naam van de hoofdinspecteur P. ook genoemd Is. Mr. de Groot legde er de nadruk op, dat hem dergeljjke handelingen van de politie reeds eerder bekend waren en dat hy dit — Indien ln deze zaak de beklaagden waren geslagen — ten zeerste laakte. De heer P. ontkende positief, de beide beklaagden te hebben geslagen. Hy bracht naar voren, nooit te slaan omdat een door physieke dwang verkregen bekentenis voor de .rechter waardeloos is. Dit had hij zijn ondergeschikten ook altijd voorgehouden. Hij verklaarde, dat de beklaagden hem hadden verteld, op sectie VI te zijn geslagen. Nadat in de beschuldiging over mishandelingen ook zijn eigen naam werd genoemd, had de heer P. zich tot de Officier van Justitie gewend met het verzoek, naar deze aantijgingen een onderzoek te doen instellen. Hierna gaf de heer P. een uiteenzetting over de wijze, waarop hij V.d. H. en O. tot een bekentenis had gebracht. Hij zeide, dat het verhoor om drie uur in aanwezigheid van een commissaris was begonnen. Eerst ontkende V.d.H., doch toen de heer P. vroeg, waarom V.d.H. op de plek van de moord zijn visitekaartje had achtergelaten en hierbij een foto van de op de opelette gevonden vingerafdruk toonde, zou V.d.H. in tranen zijn ui'tgebarsten en de moord hebben bekend. Toen O. hierna werd binengeroepen, zou deze door V.d.H. zijn aangezet om maar te bekennen. De hoofdinspecteur P. voegde hieraan toe, dat hy de twee verdachten na hun bekentenis had onthaald op nasi-goreng. Op de vraag van de landrechter, of V.d.H tijdens het vooronderzoek niet eerst een ander verhaal had verteld, of had trachten te vertellen, antwoordde de heer P. ontkennend. V.d. H. zou alleen de moord hebben ontkend. Hierna merkte mr. de Groot op, dat het hem niet onwaarschijnlijk leek, dat men, toen men de vingerafdrukken van V.d.H. op de opelette vond, had gedacht: „Ha, nu hebben we hem”. Hij wees erop, dat het vinden van vingerafdrukken wel eens meer de aandacht van onderzoekingsambtenaren had afgeleid In dit verband merkte de landrechter op, dat in het rapport van de dactyloscopische dienst alleen over de op de opelette gevonden vingerafdrukken van V.d.H. werd ge. sproken en dat nergens uit blijkt, dat er geen andere vingerafdruken werden gevonden of dat hiernaar is gezocht. Van der H., hierna gehoord naar aanleiding van de getuigenis van de heer P., verklaar, de, dat deze getuigenis onwaar is. Hij volhardde in zijn beschuldiging, door de hoofdinspecteur P. te zijn geslagen. Ook O. bleef bjj zijn verklaring, door de heer P. te zyn geslagen. O. zou hiertoe met opzet geboeid zijn gelaten, zodat hij zich niet kon verdedigen. „Wat de heer P. hier verklaart, dat hij ons niet geslagen heeft, is absoluut onjuist, wij zyn wel degeljjk door hem ook geslagen, en niet zo weinig”, aldus de beklaagden. Op verzoek van mr. De Groot gaf O. nogmaals een relaas van de mishandelingen, die hy had ondergaan op sectie VI. Hierna verklaarde de hoofd inspecteur P., dat Ijjj dit sterk overdreven achtte, hoewel h(j zich ervan bewust is, dat sommige politie-ambtenaren gauw geneigd zyn te slaan. Wat betreft de beschuldigingen aan zijn adres bleef de heer P. bij zijn verklaring, niet te hebben geslagen. Mr. De Groot vroeg hierna of de beide beklaagden, toen de heer P. deze van sectie VI overnam, sporen van mishandelingen vertoornden, welke vraag de heer P. ontkennend beantwoordde. Wel zou V. d. H. een kaal hoofd hebben gehad, bedekt met zweren. Of dit een gevolg was van mishandeling, kon hij niet zeggen. Wel zouden beide beklaagden verteld hebben van de mishandelingen, die zij op sectie VI hadden ondergaan. Hiervan had de heer P., naar hij verklaarde, de chef van de Criminele Recherche in kennis gesteld. Op mr. de Groot’s vraag of de revolver was onderzocht op vingerafdrukken, antwoordde de heer P. dat dit niet was gebeurd, omdat deze revolver reeds in andere handen was geweest. In het door de hoofdinspecteur P. opgemaakte proce's-verbaal Staat, dat O. tegen de heer P. had bekend, de revolver voor straatroven van zijn medewoner te hefcfben geleend. O. ontkende, dit ooit te hebben gezegd; volgens hem had de heer P. dit vernomen van de inspecteur S. van sectie VI, die O. door mishandeling tot het afleggen van deze verklaring had gebracht. De hoofdinspecteur P. deelde nog mede, dat O. en v.d. H., toen zjj eenmaal tot een bekentenis waren gekomen, gescheiden van elkaar hetzelfde relaas deden. O. verklaarde, dat, nadat V.d.H. tot een bekentenis was gebracht, zij beiden in een cel waren opgesloten, zodat V.d.H. aan hem 'kon vertellen wat hy had „bekend”. De volgende morgen werd O. verhoord, doch toen had hij met V.d.H. reeds gesproken en uit wanhoop het zelfde verhaal verteld. De heer P. ontkende, dat de verdachten op het hoofdbureau en tijdens het verhoor geboeid waren geweest. Alleen op sectie VI hadden de beklaagden geboeid geiaeten, doch alleen als voorzorgsmaatregel omdat de cellen op deze sectie in zeer slechte toestand verkeerden. --- Verlieslijst In de periode van 16 October tot en met 22 October 1949 sneuvelden de ondervolgende militairen van het KNIL: K. Jachaoeboen, Amb. sld. ekl., 231302556; Kwee Kiem An, Chin. sld. tkl., 212307000 en D. Warow, Men. sld. tkl., 221907005. Terug van vermist: P. v.d. Wal, sgt. 250707131; W. S. J. Karskens, sld., 250403054 en J. H. Harmsen, sld. 260131166, allen van de K.L. Van de Veiligheidsbataljons zijn in deze periode gesneuvelden noch vermisten te vermelden. --- Opleiding in Singapore voor de luchtvaart Voorbeeld voor Indonesië Heel Malakka enthousiast voor Air Training Corps CEDERT enkele maanden is de Luchtvaart van de Britse Kroonkolonie Singapore de Indonesische één hele lengte j vóór gekomen, en wy achten dit wel zó belangrijk, dat wij aan dit onderwerp gaarne een speciaal artikel wijden. Singapore heeft nl. sedert kort een opleidingscorps voor de luchtvaart, waarin jongens van 15 tot 18 jaar, ongeacht nationaliteit, luchtvaart-mlnded en luchtvaardig gemaakt worden. De bedoeling van dit „Air Training Corps” is voornamelijk om zowel voor de Royal Air Force, als voor de commerciële luchtvaart een reserve te vormen van jonge krachten, die metterdaad hebben getoond voldoende interesse te hebben en geschikt te zjjn voor een of ander luchtvaartberoep. Het idee om een luchtvaartreserve te vormen, is niet nieuw. Vroeger, in de jaren voor de oorlog had men in verscheidene landen de zweefvliegclub en vooral Duitsland heeft hieruit practisch al zijn oorlogsvliegers en grondpersoneel gerecruteerd. Daarvandaan ook, dat in de eerste oorlogsjaren de Duitse Luftwaffe de Brits/Franse Luchtmacht verre de baas was; Engeland heeft té laat ingezien dat een moderne oorlog niet meer alleen op zee, doch mede in de lucht uitgevochten wordt. Nu, na de oorlog, is het in de oorlog verworven inzicht uitgebuit en is men gekomen tot een organisatie voor een opleiding in de practijk van de luchtvaart zelve. In verscheidene Europese landen: Frankrijk, Engeland, Zwitserland, alsmede in de Verenigde Staten en Canada, kent men de corpsen van de Air Cadets, die op dezelfde voet geschoold zjjn als thans het Air Training Corps van Malakka. Ofschoon een Luchtvaart Oefenings Corps in de eerste plaats de jongens geschikt wil maken voor een of ander beroep in de luchtvaart, heeft het daarnaast belangrijke nevendoelemden. Het beoogt een uitstekende technische training, die de jeugd later ook in ieder ander beroep van pas kan komen, zelf-discipline, een goede kameraadschapsgeest. Verder genieten de leden van het Corps alle voordelen van een gezellige club, die hen in hun vrije tijd prettige en leerzame bezigheid geeft, en leren ze bovendien samen met anderen te werken in ware team-spirit. Het onderwijs IN de 3 jaren dat zij lid zijn van het corps krijgen de leden zowel theorie van als practijk in het vliegen, ze leren enige hoofdbeginselen van aërodynamica, van navigatie, van meteorologie en kaartlezen, van vliegtuigbouw en motorenónderhoud. Ze leren omgaan met radio en met radionavigatie-hulpmiddelen, hulp verlenen in geval van nood en de verkeersregels in de luchtvaart. Voor een vrije-tijdsbesteding, die meestal slechts kan bestaan in een enkele middag of avonden per week is het een aanzienlijk program! Maar behalve dit gaan ze een maal per jaar veertien dagen kamperen op een vliegveld, om zodoende geheel vertrouwd te worden met het dagelijks bedrijf van de vliegerij, zowel op de grond als in de lucht. Jongens, die veel aanleg vertonen, komen in aanmerking voor studiebeurzen en daarbij heeft de jongen, die uit een arme familie komt evenveel kansen als een van rijke ouders. De leraren — of moeten we in dit geval spreken van „oefenmeesters”? — zijn allen experts op hun gebied en na afloop van de cursus kunnen zij de jongen? kostbare raad geven betreffende hun beroepskeuze. Het is bijna vanzelfsprekend, dat de opleiding, zoals gezegd, niet alleen theoretisch gegeven wordt, anders is de aardigheid er meestal gauw af. Neen, de jongens krijgen zelf gelegenheid om te werken in de werkplaatsen van de R.A.F., om te leren seinen, om zowel overdag als desavonds by donker mee een vlucht te maken. Wat doet Indonesië? IJ IJ de luchtvaartdag in Singapore, die dit jaar in Augustus gehouden werd, hadden wy gelegenheid om even te spreken met de Hoofdinstructeur, John C. Behague. Hij ver. telde dat niet alleen in Singapore enthousiasme onder de jongens zeer groot is, maar evenzeer op Malakka zelf. Van de meest afgelegen plaatsen komen verzoeken om ook daar Training-Corpsen op te richten, maar het is daar moeilijk omdat er niet overal luchtvaart-faciliteiten zijn. In de eerste plaats is natuurlek een vliegveld nodig, maar dan moet het er liefst een zyn waar zich ook reparatie- en onderhouds. werkplaatsen van de R.A.F. bevinden. Maar eind van dit jaar wordt er een opgericht in Kuala Lumpur en begin 1950 in nog enkele andere grotere plaatsen. Dit doet Malakka, wat doet Indonesië? Wij kunnen niet aannemen dat de jeugd van Indonesië minder luchtvaartenthousiast is dan die van Malakka, dat blijkt ook wel als er op Kemajoran eens een rondleiding met een middelbare school gehouden wordt. In Batavia hebben we slechts een luchtverkennersgroep van Weerden Poelman, maar zonder afbreuk te willen doen aan het werk van deze groep: waar blijft de steun van de grote luchtvaart-instanties: het Gouvernement, de M.L., en de K.L.M.? Wij zijn té goed van de interne omstandigheden van de Luchtvaart in Indonesië op de hoogte om niet te weten dat de recrutering oneindig veel moeilijkheden ondervindt: het aantal aanmeldingen voor luchtvaart-telegrafist, luchtvaartmeteoroloog, technici voor de onderhoudswerkplaatsen is zeer gering. Zowel bij de militaire als by de burgerinstanties. Opleiding voor verkeersvliegers bestaat hier nog niet: jongens, die dit willen worden moeten naar Nederland, naar de Luchtvaartschool in GilzeRijen. Opleiding voor navigator, boordmecano hetzelfde. Wie neemt hier het initiatief om zowel bij de overheidsinstanties als bij de luchtvaartmaatschappij actieve belangstelling te veroveren voor een Indonesisch Luchtvaart Oef eningscorps ? Het wordt hoog tijd, dat de jeugd van Indonesië — van wélk dan ook — zijn plaats kan gaan mnemen in de wereld-luchtvaart. Aan die jeugd I ligt het naar onze mening niet! De Commandant van het Air Training Corps, John C. Behague legt op het Kallang vliegveld uit hoe een motor in elkaar zit. --- Zeilseizoen te Batavia thans gesloten Laatste wedstrijden hadden saai en regelmatig verhop HET zeilseizoen 1949 is weder achter de rug. 6 Nov. heeft op de rede van Prlok de laatste wedstryd van dit jaar plaats gevonden. De vyf klassen der .lachten, die elkaar voor de laatste maal zouden bekampen, waren goed ver’egenwoordigd en gaven een duidelijk beeld van de grote uitbreiding, welke de vloot der KB.J.C. gedurende het afgelopen jaar heeft ondergaan. Vooral de snel aangegroeide N.N. en Vrijheldsklassen verdrongen zidh in grote getale by het startsein voor de iyn van afvaart. Ook de Handicapklasse was op het laatste appel verschenen, terwijl de vier draken eveneens acte de présence gaven. De negen B. M.’ers ontbraken evenmin en openden, zoals gebruikelijk, 14.00 uur het zeilfestijn. De wind, die uit het N.W. woei en later naar het Westen omliep, was van voldoende kracht om een goede wedstrijd mogelijk te maken, maar slakte tegen het einde daarvan sterk af. Toch werd de lange baan door alle jachten in een bevredigende tyd afgezeild. Bepaald stryd werd niet geleverd of het moesten enige loef party tjes in de Vryheidsklasse, waarin twaalf schepen bijna tegelyk aan de start verschenen, zyn geweest. De „Nixe”, die lange tyd de leiding in deze klasse had, moest deze, gehandicapt door een visfuik, aan de „Jan Willem” afstaan. De draak „Astrid”, onderging ten opzichte van de „Memento Vivere” een byna gelyk lot. Overigens kan gesproken worden van een tameiyk tamme wedstryd met weinig schokkende momenten en een zeer regelmatig verloop. Het enige byna vermakelijke evenement, leverde de „Little Duckling” door evenals haar naamgenoten, de neus onder water te steken en kalmpjes te kapseizen. De volgboot was echter spoedig op de plaats des onheils en sleepte het byna verdronken eendje de veilige haven binnen. Ongeveer half vyf waren alle jachten door de finish. De uitslagen waren als volgt: B.M. klasse. „Boxwaay” (stvr. mevr. Coops), ”Japie” (stm. Roovers) en ”Njord” (stm. Unger) met een zeiltijd van respectieveiyk 1 u. 54 m. 19 sec., 1 u. 56 m. 10 sec. en 1 u. 57 m. De startprys was voor de ”Ficola” (stm. Dudok van Heel) met 10 sec. N.N. klasse „Had je me maar” (stm. K. Kooy), ”Zee” (stm. Monné) en "Ophir” (stm. van Trikt) met een zeiltijd van resp. 1 u. 41 m. 43 sec., 1 u. 42 m. 46 sec. en 1 u. 43 m. 16 sec. Beste starttyd ”Had je me maar” met 1 sec. V ry heidsklasse. ”Jan Willem” (stm. Inken. haag), ”Nixe” (stm. Prillwitz) en "Gelora” (stm. Ritman) met een zeiltijd van resp. 1 u. 36 m. 36 sec., 1 u. 37 m. 43 sec. en 1 u. 37 m. 58 sec. Starttijd ”Jan Willem” (volgens de Jury) 1 sec. Handicapklasse. „Mariette” (stm. van Heek), "Pompebled”, (stm. Kooy) en "Renie (stm. van Leeuwen) met een zeiltijd van resp. 1 u. 47 m. 6 sec., 1 u. 51 m. 20 sec. en 1 u. 53 m. 20 sec. Beste starttijd "Mariette” met 4 sec. Drakenklasse. „Memento Vivere” (stm. Coops) en "Astrid” (stm. Hoog) met een zeiltijd van resp. i, u. 32 m. 6 sec. en 1 u. 32 m. 47 sec. De startprijs was voor de "Koningin Wilhelmina” (stm. Feith) met 6 sec. De prysuitreiking had om 6 uur plaats en geschiedde omdat de Ere-Voorzitter, ViceAdmiraal F. J. Kist, was verhinderd door de Voorzitter der K.B.J.C., ir. J. M. van der Ent. Na de uitreiking der dagpryzen volgde die der jaarprijzen, welke wat de hoofdpryzen aanging, bestonden uit fraaie bekers terwyl de twede en derde prijzen gevormd werden door kunstvoorwerpen. Jaarpryzen BM-klasse: 1. „Picola” (stm. P. J. Dudok van Heel), 2. „Boxwaay” (stvr. mevr. Coops) en 3. „Blanak” (stvr. mevr. Bouman). NN-klasse: 1. „Had je me maar” (stm. Kooy), 2. „Baaltje” (stm. Breeman) en 3. „Wind” (stm. Radius). Vrijheidsklasse: 1. „Frieda III” (Stm. J. Kok), 2. „Jan Willem” (stm. Inkenhaag) en 3. „Nixe” (stm. Prillwitz). Drakenklasse: 1. „Memento Vivere” (stm. Coops), 2. „Astrid” (stm. Hoog) en 3. „Koningin Wilhelmina” (stm. Feith). Teneinde het zeilen niet te verleren zal, indien in de komende westmoesson hiervoor maar enigszins gelegenheid is, met de vroeger zo populaire wedstryden om de Singapore Challenge Cup woden begonnen. --- Th. Pluyter is vermoord; lichaam teruggevonden Leidt vrouwelijk gem. raadslid terreurbende in Zuid-Celebes? Succes en verlies bij achtervolging riEN bende, die de laatste ‘-"‘tyd terreur uitoefende in het gebied van Masamba, in het Noordeiyk deel van ZuidCelebes, heeft Woensdag 2 November de heer Th. Pluyter, een inspecteur van de Farokafabrieken, vermoord. De heer Pluyter vertoefde toevallig in Masamba op het tijdstip dat deze bende een overval pleegde op een politiepost, die haar, tengevolge van de geringe tegenstand welke de daar aanwezige politieagenten boden, weinig moeilijkheden opleverde. De bende bewapende zich met de wapens die zij op de politiepost buit maakte en hield vervolgens de auto aan waarin de heer Pluyter was gezeten, die zij daarna als .gijzelaar” wegvoerde. Op 2 November maakte de bende een einde aan het leven van de heer Pluyter: een patrouille vond zyn stoffeiyk overschot met een grote wonde aan het hoofd. Het stoffelijk overschot is voorlopig in Paloppo begraven, doch men overweegt het naar de begraafplaats in Makasser over te brengen. De heer Pluyter was sedert kort uitgezonden uit Nederland als rayon-inspecteur voor Oost-Indonesië en Oost-Borneo van de Faroka-fabrieken. Hij woonde sinds enige maanden in Makasser. Het slachtoffer was 27 jaar en ongehuwd. De bende die deze moord pleegde schynt (zo meldt Aneta) onder leiding te staan van een vrouw, namelyk het vrouwelijke gemeenteraadslid van Makasser Salawati Daoed, die zich in een gemeente-auto naar het terrein van haar operaties heeft begeven; de auto werd vernield teruggevonden. De territoriaal commandant van Oost-Indonesië, kolonel Schotborgh, die zich tijdens het weekeinde op een inspectietocht bevond langs militaire posten in het Paloppose, kreeg Zondagochtend (30 October) mededeling van het optreden der bende. Hierdoor was hij in staat, toen zulks hem werd verzocht van de zijde van de regering, onmiddellijk maatregelen te nemen en enige compagnieën naar het bedoelde gebied te dirigeren. De achtervolging van de bende heeft tot nu toe tot resultaat gehad, dat zes leden van de bende werden gearresteerd en dat een groot deel der wapens in beslag kon worden genomen. Tijdens een patrouilletocht is een Menadonees soldaat by het oversteken Aan een rivier verdronken. Een luitenant werd licht gewond. Het terrein waarin de vervolging plaats heeft is uitersl moeilyk begaanbaar door de dichte bossen, de ravynen er rivieren en het vrywel gehee: ontbreken van bruggen. Het hoofd van de daerah, de vorst (Arumpone) van Bone, heeft een bezoek gebracht aan het gebied der actie, teneinde zich persoonlyk op de hoogte te kunnen stellen van de situatie. Hy deelde mede, dat de bevolking van de streek, die de ellende van de periode van onrust in 1946 nog niet vergeten is, grote weerzin toont tegen het optreden van de extremisten en met grote beslistheid vandalisme en moord uit haar gebied wenst te weren. De autoriteiten ontvangen in ruime mate steun van de bevolking by het opsporen en grijpen van de bende. Van de zyde van de regering van Oost-Indonesië is meegedeeld, dat de regering haar diepste leedwezen en afschuw uitspreekt over de „laffe moordlust van deze onverantwoordelijke elementen, die heeft geleid tot het verlies van een mensenleven, waarvoor zelfs in de meest extreme gezindheid geen verontsohuldi. ging of verzachting kan worden gevonden”. „Met de grootste doortastendheid wordt het optreden tegen deze bende voortgezet, op wie in volle gestrengheid de correctieven van de strafwet zullen worden toegepast”, aldus de mededeling van de regering van Oost-Indonesië. --- Bonnenzwendel heeft een staartje BIJ het onderzoek naar de fraudes by de Distributie Contröle Dienst te Batavia is aan het licht gekomen dat nog meer employees van deze dienst, nameiyk drie Chinese meisjes, by deze affaire betrokken moeten zyn. Een van hen heeft reeds een bekentenis afgelegd. Zy zou sigarettenzegels van de door de tokohouders ingeleverde opplakvellen hebben gehaald en deze aan een kennis van haar, eveneens een ambtenaar van de distributiedienst, hebben verkocht. Deze man, ook een Chinees, ontkent echter by deze affaire te zyn betrokken. Zoals bekend is bij het controleren geconstateerd, dat een groot aantal bonnen ontbrak. Een onderzoek werd ingesteld, dat leidde tot de arrestatie van twee Chinese contróle-ambtenaren. Op aanwijzingen van een hunner is een toko-houder gearresteerd, die ook in het com. plot zou hebben gezeten en op de invulstaten meer bonnen had verantwoord dan hy had ingeleverd. Deze toko-houder ontkent echter iets met de zaak te maken te hebben. Het onderzoek heeft verder aan het licht gebracht, dat ook met andere dan sigarettenbonnen is geknoeid. De drie Chinese meisjes kwamen meer dan 600 zegels tekort. --- Radio Garul uit de lucht Radio Garut, de populaire zender gebouwd voor en door de militairen van de derde infanterie brigade van de 7 December Divisie zal begin December 1949 haar uitzendingen staken. Na een kort doch succesvol bestaan van ongeveer 19 maanden, zal een zender die het resultaat was van het initiatief van de militairen van het „L” peloton van de verbindingstroepen van de divisie, gesteund door de brigade commandant Kolonel H. M. G. J. Lenz, worden ingeleverd en voor andere doeleinden gebruikt. --- „Wat gaat Indonesië met Australië doen?” riOUGLAS Willkie, buiten. lands commentator, die in verschillende Australische dagbladen een „column” verzorgt, schryft: „De Australiërs moeten niet te veel adem verspillen over de vraag, wat zy nu met de Indonesiërs aanmoeten. Laten zy hun adem een twintig jaar sparen, en dan kunnen ze zich beginnen af te vragen, wat de Indonesiërs zullen gaan doen met de Australiërs”. Uit de „Sydney Morning Herald:” Wanneer de spanningen, die zullen optreden wanneer een vrijgelaten nationalisme plotseling wordt opgelegd aan een overbevolkt afhankeïyk land, te groot zullen blijken voor het bouwwerk dat in Indonesië zo moeizaam tot stand is gebracht, dan is de mogelykheid groot dat wy in Australië nog eens reden zullen hebben om de voortijdige verdwijning van het Nederlandse gezag te betreuren. . Er is niets aan te wyzen in de geschiedenis der Nederlanders, wier koloniale bestuur onovertroffen was wat betreft verstandige efficiency, dat reden geeft tot het (of gedwongen) opgeven van vrywel iedere garantie voor hun wettige belangen in Indonesië. Aan het eindresultaat hebben de republikeinen niet veel meer bygedragen dan beloften. De zware taak waarvoor de leiders van de nieuwe republiek zich geplaatst zullen zien zal er misschien nog toe leiden dat zy by de Nederlanders zullen moeten aankloppen, met een verzoek om Nederlandse samenwerking en onmisbare steun.” --- Residentie HVK Naar wy van officiële zyde vernemen wordt het pand Koningsplein West No. 14 in gereedheid gebracht om na de souvereiniteitsoverdracht ter beschikking te worden gesteld van de Nederlandse overheid. Van gewooniyk welingelichte zijde vernamen wy hieromtrent nader, dat dit pand bestemd is tot residentie van de Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon. --- Olie onder tabak De Bataafse begint binnenkort met proefboringen naar olie, midden tussen Delische tabaksvelden, namelijk op de onderneming Pungei van de Deli-maatschappij. De voorbereidingen zyn reeds in volle gang. Een grote boorinstallatie arriveert dezer dagen in Belawan, terwyl de BPM in het boorgebied reeds een 3 kilometer lange weg heeft aangelegd en de Delispoor een tijdeïyk zijlyntje heeft geconstrueerd voor de aan- en afvoer van het materieel. De proefboringen geschieden als resultaat van het door de BPM in het Delise tabaksgebied voor de oorlog aangevangen seismografisch onderzoek, dat in Mei 1948 werd hervat. --- K.L.M.-GEDENKBORD VOOR IR. SUKARNO weden zou de neer A. Morzer Bruyns, secretaris van de directie K.L.M. I.I.B., door president Sukarno ontvangen worden om een gedenkbord van het 30-jarige bestaan der K.L.M. te overhandigen. ---