HUIS VERLICHTING vroeger en nu De geschiedenis van het kunstlicht is de geschiedenis van onze beschaving In dit atoomtijdperk valt het de door de techniek verwende mens moeilijk zich te realiseren van welke revolutionnaire betekenis een primitieve uitvinding als het maken van vuur- is geweest. Toch heeft deze simpele vinding mede de richting bepaald waarin het mensdom zich zou ontwikkelen. Toen de mens eenmaal meester was over het vuur, kreeg hjj gelegenheid zijn maaltijden te bereiden, zijn verblijf te verwarmen en te verlichten en de hem in het duister belagende dieren op een afstand te houden. Van deze allereerste primitieve verlichting tot onze moderne kunstverlichting is een lange weg; de weg van onze beschaving. FAKKELS EN OLIELAMPEN De eerste kunstlichtbron bestond naar alle waarschijnlijkheid uit een brandende harsspaan; later had men pektoorts en fakkel tot zjjn beschikking. *Hoe lang de mensheid zich op deze wijze heeft beholpen is niet met zekerheid te zeggen, wel, dat de fakkel in het tijdperk van de Magdaleniën-beschaving (ca. 15.000 v. Chr.) werd verdrongen door de toepassing van zeer primitieve olielampjes, gemaakt van zeeschelpen of van klei. Opgravingen in Babylon brachten een olielampje aan het licht in de vorm van een hoog schaaltje, met een lange gebogen, naar voren stekende hals. Vanwaar stamt de olielamp? De oude Grieken, die ook de olielamp kenden, schrijven de uitvinding ervan toe aan het gezamenlijk pogen van Vulcanus, Minerva en Prometheus. Zij kenden dus de werkelijke oorsprong niet, want deze figuren uit de Griekse godenwereld hebben nu eenmaal nooit bestaan. Toch moeten de olielampjes al zeer oud zijn, want een exemplaar dat te Pekama (Moravië) werd gevonden, wordt maar liefst op 30.000 jaar geschat. In Egypte gevonden olielampjes vertonen verwonderlijk veel overeenkomst met die uit het oude China. Vele van deze allereerste lichtbronnen zijn dank zij de musea voor ons bewaard gebleven. In prachtige verzamelingen over de gehele wereld verspreid, vindt men lampen en lampjes uit Egypte, Cyprus, Carthago, Phoenicië, Palestina en Italië. Omstreeks 200 jaar voor Christus waren er reeds olielampen waarbij het pitje automatisch naar boven werd geschoven en de olie steeds op peil werd gehouden. Ook in die dagen voorzagen de fabrikanten hun producten van een firmastempel. Bij opgravingen in de centra van het Romeinse rijk vond men lampjes met daarin gestempelde namen als: Fortus, Strobius, Campilius en Eucarpus. Behalve deze lampjes kenden de Romeinen voor binnenverlichtingen nog andere hulpmiddelen, bijvoorbeeld lantaarns en zogenaamde lichthuisjes, hetgeen gebleken is uit vondsten in Rome, Pompei en Herculaneum. Ook zijn er bewijzen gevonden, dat men in die tijd reeds wist dat het effect van een lichtbron belangrijk kon worden verbeterd door de lichtstralen te laten reflecteren in een spiegel. De Egyptenaren bouwden pyramiden die de eeuwen trotseerden; de bouwmeesters uit het oude Athene en Rome schiepen prachtige tempels en erebogen. In Rome ontstonden weelderige paleizen waarin grootse nachtelijke feesten werden aangericht. De lampen die daarbij op de tafels stonden walmden echter meer dan dat ze licht gaven. Ondanks een vrij grote vindingrijkheid is het de Romeinen noch enig ander volk uit de destijds bekende wereld gelukt, principieel andere methoden voor kunstmatige verlichting te vinden. Het Christendom verbreidde het gebruik van kaarsen. In de behuizingen van de edelen en welgestelden werden in de middeleeuwen naast toortsen ook kaarsen gebruik om de duisternis te verdrijven. Beide waren echter zeer duur en bij de gewone burgerij bleef een walmend oliepitje dan ook nog lange tijd hét middel om zich binnenshuis te kunnen oriënteren. De middeleeuwse kaarsen werden vervaardigd van schapenvet, met van binnen een pit van katoen. Toortsen bleven echter ook een gewild middel en in oude ridderburchten kan men nog de zwart berookte gaten zien waarin de fakkels geplaatst werden. Bij dit walmende, weifelende licht weefden de vrouwen-het linnen, bezongen de minnestrelen heldenfeiten en hield de ridderschap haar rondetafel-bijeenkomsten. In de grotten van Valkenburg vindt men nog ijzeren ringen in de wanden, die gediend moeten hebben om brandende toortsen in vast te zetten. In onze Gouden Eeuw en in de Renaissancetijd heeft de kaarsverlichting wel haar hoogtepunt gevonden. Dat deze verlichting lang niet altijd even ideaal was, blijkt uit de verzuchting van de grote Duitse dichter Goethe: „Wiisste nicht was sie besseres erfinden könnten als dass die Lichter ohne Putzen brennten”. GROTE VERANDERINGEN Tegen het einde van de 18e en in het begin van de 19e eeuw begon de evolutie op het gebied der verlichting in een sneller tempo. Omstreeks de eeuwwisseling kwam de verbeterde olielamp (o.a. de bekende „snotneus”), die toen in vrijwel ieder gezin werd aangetroffen. De kwaliteit van ’t licht werd beter toen petroleum in gebruik kwam. In beginsel was er tussen de petroleumlamp en de olie-lamp uit de tijd van Keizer Nero niet veel verschil. De eerste principiële verandering kwam eerst door het gaslicht. Algemeen wordt aangenomen dat dit werd uitgevonden door de Nederlandse apotheker P. Minckelers, voor wie in Maastricht een standbeeld werd opgericht. Deze geleerde verlichtte op een winteravond in 1784 zijn studeerkamer met gaslicht, voor welke gelegenheid hij enkele van zijn leerlingen had uitgenodigd. Men besefte algemeen dat er in het gas grote mogelijkheden schuilden, zowel voor binnen- als voor buitenverlichting. Toen men eenmaal de geschikte branders had geconstrueerd, ging de opkomst van het gas enorm snel in zijn werk. Toch was de gasverlichting maar een zeer korte glansperiode beschoren. Meer dan 25 eeuwen gebruikte de mens olie en vet om de dag te verlengen, maar de overwinnaar van deze methode, het gas, moest nog binnen een eeuw zijn meerdere erkennen in het electrische licht dat sinds Edisons’ eerste openbare toepassing er van stormenderhand de wereld veroverde. Dank zij de uitvinding van de Oostenrijkse geleerde Auer von Welsbach, die in 1893 het vooral bij de ouderen nog goed bekende gasgloeikousje uitvond, heeft het gas toch nog lange tijd stand gehouden als verlichtingsmogelijkheid. Ondanks deze laatste opleving werd ook deze methode stap voor stap teruggedrongen door de in 1879 uitgevonden electrische gloeilamp. WE ZIJN ER WEL OP VOORUIT GEGAAN In de tijd dat het gasgloeilicht opgang maakte, waren er vele leidingen nodig om het gas daar te brengen waar men het nodig had. De leidingen moesten worden aangebracht in bestaande huizen; deels werden ze langs de muren en plafonds gelegd, maar om het storende van de lelijke buizen te ontgaan, werden ze in vele huizen ook in het plafond gelegd. Het lichtpunt maakte men in het midden van het vertrek, omdat men er dan overal plezier van had. Om dezelfde reden ligt ook nu de electrische leiding in het plafond weggewerkt en is ook de plaats van het lichtpunt bepaald midden in het plafond. Daarmee is sinds jaren de vrijheid van verlichting van ons interieur zoek, en daarmee ook de vrijheid van kamerindeling. De laatste jaren komt er ook op dit gebied verbetering, maar geslachten lang staat dank zij het dwangbuis van de conventie de tafel onder de lamp middenin de kamer, hangt het pendeltje boven het voeteneinde van het ledikant en liggen onze kamers, wanneer wij zelf het initiatief in handen nemen om met behulp van schemerlampen, wandlampen e.d. wat gezelligheid en ruimte in het vertrek te brengen, vol met snoeren en aftaksnoeren naar veel te schaars geplaatste stopcontacten. LICHTPUNTEN VAN BELANG Zoals gezegd: er is een grote verbetering merkbaar bij de woninginrichting. Dank zij de ideeën van goede binnenhuisarchitecten zijn onze kamers met de juiste meubelen, gordijnen en behang uitgerust en wil men meer en meer naar een interieurinrichting die bedoeld is om de bewoners van dienst te zijn, zodat wij minder de slaaf zijn van onze meubelen. De wooneisen die men is gaan stellen zijn veel hoger dan die welke men vroeger stelde. Dit komt niet alleen tot uitdrukking bij het sanitair, maar ook in het intensief gebruik van de enkele kamers die men tot zijn beschikking heeft. De meeste na-oorlogse huizen zijn betrekkelijk klein en toch wil de moderne mens zijn kinderen graag speelruimte geven, wil hij kunnen lezen, bezoek ontvangen, muziek maken of er rustig naar luisteren en liefst moet hij nog kunnen studeren of knutselen. Voor al deze eisen heeft hij vaak niet meer dan één of twee vertrekken. De kleine ruimte behoeft bij een weloverwogen indeling en een goede verlichting geen bezwaar te zijn. Van veel belang echter is een juiste indeling der lichtpunten. Met meerdere lichtpunten wordt een vertrek schijnbaar groter en kan het beter beantwoorden aan de eisen die men er aan stelt. In onze tijd is lichtspreiding dan ook een middel om ons huis goed te verlichten. Meer en meer merkt men dgt het idee veld begint te winnen. Men ziet nog wel kamers met één enkel lichtpunt in het midden, weggestopt in een grote lichtrovende kap met veel franje, zijde of perkament. Deze zelfde kamers zjjn, hoe gezellig soms ook ingericht, bij avond somber en klein. Van het ene oliepitje waarmee de mens in de oertijd zijn hol verlichtte tot aan het electrische gloeilicht waarmee wij vrij zijn onze geriefelijke interieurs net zo royaal te verlichten als wij dit zelf wensen, is een lange weg. Wanneer wij nu ’s avonds door de straten dwalen en, zonder onbescheiden te willen zijn, hier en daar naar binnen kijken en we zien dan meerdere lichtpunten een gezellige sfeer verspreiden, dan mogen wij dankbaar zijn dat zeker één uitvinding — die van het electrisch licht — een ware zegen is geworden voor de gehele mensheid. --- Advertentie DE ZAKENWERELD heett naast zijn grote verscheidenheid van artikelen toch ook elke week zijn „vaste hoekjes”. Lees bijv. DE VRACENRUBRIEK Vragen uit de practijk worden door practijkmensen beantwoord Ook de rubriek „Onze handel met de wereld” waarin de laatste nieuwtjes over de techniek van onze handel met de afzonderlijke buitenlandse landen worden gegeven, trekt veel aandacht Lees daarom het weekblad DE ZAKENWERELD O.Z. Voorburgwal 241 — Amsterdam-C. Abonnementsprijs ƒ 20.— per jaar. De Zakenwereldabonné is één stap voor! Waf waar is. is waar, voor drukwerk dat aan alle eisen voldoet, moei je bij een vak• man zijn. Wij drukken mei ons drukwerk een vakkundig stempel op Uw drukwerk! Rotterdam - Vijverhof straat 106-110 - Tel. 42616-47117 Amsterdam ■ Prins Hendrikkade48. Kamer 12 • Tel. 36409 Een originele INDISCHE RIJSTTAFEL, bereid door Kokkin Kassahminah en geserveerd door Soepadi en Moefia, is een werkelijke tractatie. Restaurant „’t Silveren Seapaerd” Stationsplein 1 - • Eindhoven TELEFOON 2921-2923-2925 t I éyonS inÏÏöMcuijd.. weien wij noeteei ue muuti uu« degelijke en practische huishoudelijke artikelen weet te waarderen. Onze toonzalen bieden ► U een ruime sortering, terwijl * ons ervaren personeel U bij aankoop van haarden, kachels, fornuizen, baden, geijsers, wastafels, stofzuigers, huishoudelijke- en | keukenartikelen gaarne behulp- | zaam zal zijn. fy'Üinfóitopw.a I kunt ook U het dagelijks gemak, datde huisvrouw in Holland dient, blijvend ondervinden, door Uw benodigde huishoudelijke- en keukenartikelen onder voorlichting van deskundig personeel aan ^ te schaffen. Wij verzorgen voor U de verpakking en de verzending van Uw aankoop naar Oost en ^ , West. Onze jarenlange ervaring ' waarborgt U ginds een prettige > herinnering aan Uw aanschalfin> gen in Holland. FRflMSvtmUJUK VLAMINGSTRAAT 24 - DEN HAAG - TEL. 11.62.76 l) heelt dit blad aan een kiosk gekocht! Wij twijfelen niet, of U heeft de krant, gezien Uw interesse voor Indonesië, met belangstelling gelezen. U was met Uw gedachten weer even in die onvolprezen „gordel van smaragd”. Laat dit een geregeld terugkerende gewoonte voor U worden. Vul direct onderstaande bon in en U bent voortaan verzekerd van een krant, die U tweemaal per week Indonesië in huis brengt. Ondergetekende; ! . Woonplaats: Straatnaam: ... wenst zich te abonneren op de Indische Courant voor Nederland. Het verschuldigde abonnementsgeld a. ƒ 15.— per jaar *) b. ƒ 7.50 per halfjaar*) c. ƒ 3.75 per kwartaal •) wordt U overgemaakt: 1. per postwissel *) 2. door overschrijving op postrekening 5005 ten name van de Nederl. Handel-Mij., Amsterdam, onder vermelding: T.G. rekg. Ind. Courant*) handtekening. ad farant boor ütoeriano O.Z. VOORBURGWAL 241 AMSTERDAM-C. *) Doorhalen wat niet wordt verlangd. --- Advertentie H. TEN CATE Hzn. & Co. N.V. ALMELO Telefoon 3541 Tel.-adres: „Tencateco” ^Jdatoenen- en ^J^Lmótzijden facturen O C'gebieekl, geverfd en bedrukt --- Advertentie \NV OVERZEESE GAS-1 \ EN ELECTRICITEITMAATSCHAPPIJ ROTTERDAM BEZIT, EXPLOITEERT, ONTWERPT en BOUWT GAS-en ELECTRICITEITSBEPRUVEN IN BINNEN-en BUITENLAND k ; __ --- Advertentie Bewijst Uw kennissen en vrienden een dienst - p i:' \ Vertel ze van de U zo vertrouwde sfeer, die U aantreft In ons blad: van de vele bijzonderheden die U er in leest over het Indonesische leven, en waar de Nederlandse bladen uiteraard niet van reppen. Maak Uw kennissen óók abonné op de SuMifrire boor Jïeberlanb (Eoitrant het enige in Nederland verschijnende blad, dat geheel in Indonesië geredigeerd wordt. WIJ WILLEN NIETS VOOR NIETS Wanneer U een nieuwe jaarabonné aanbrengt, hebt U recht óp een beloning. Die geven wij U in de vorm van een smaakvolle hereninsteekportefeuille of desgewenst een aardige kleine damesportefeuille met notitiebloc, of ook wel een portemonnaie. --- Advertentie fj. 'IJ. ZJextuJja t rieken W. KAN OLDENZAAL Textiel weverij Flanelettes ' Luiers Technisch, doek --- Advertentie Koop DE VIERDE DRUK van WAT IS TOCH? door J. B. Kelholt Het onmisbare vademecum voor de zakenman. ƒ 2.25 Te bestellen bij de boekhandel of bij de uitgever; C. VAN SANTEN. O.Z. Voorburgwal 241 AMSTERDAM-C. ---