Indonesië acht zich soeverein over het gebied van W.Jrian Indonesische reaktie op verklaring Luns In strijd met geest agenda der koni'erentie Grote belemmering voor goede verloop der besprekingen Djakarta. 30 december „Het standpunt van Indonesië inzake de West-irian kwestie is reeds algemeen bekend: Indonesië aebt zich souverein over het gebied van West-Irian. lil art. 2 van het Handvest der Sou vereiniteitso ver dracht wordt erkends dat bovengenoemd gebied een geschilpunt betreft tussen Indonesië en Nederland, omdat het nog bezet wordt door Nederland. Overeenkomstig art. 2 van hét Handvest der Sonvereiniteitsoverdracht werden in 1950, 1951, 1952 en in 1954 achtereenvolgens onderhandelingen gevoeTd voor een oplossing van genoemd geschilpunt. Deze onderbad delingen hebben niet geleid tot een oplossing van de West-Irian kwestie”, aldus verklaarde donderdag de woordvoerder van liet Indonesische ministerie van buitenlandse zaken. De woordvoerder legde deze verklaring af naar aanleiding van de recente verklaring van de Nederlandse minister zonder portefeuille, J. M. A. H. Luns, in de Tweede Kamer inzake het standpunt van Nederland ten aanzien van Nieuw-Guinea. In het tweede punt van de verklaring van de Indonesische woordvoerder wordt gezegd: Het kabinet-Burhan.uddin Harahap heeft het initiatief genomen voor het zoeken van een oplossing van bovengenoemd geschil, omdat dit geschil nog steeds een zeer grote hindernis vormt voor de goede betrekkingen tussen beide landen, het herstel waarvan door beide staten gewenst wo.rdt. Als eerste stap werd ambassadeur mr. Utojo Ramelan naar Nederland gezonden om uit te vinden wat als basis genomen kan worden bij het zoeken naar een oplossing van dit geschilpunt. Het resultaat was o.a. een formulering zoals vermeld in art. 3. van de agenda der huidige konferentie te Genève. Art. 3 luidt, dat bepaalde aangelegenheden betrekking hebbend op West-irian besproken zullen worden, met dien verstande, dat elke partij zijn eigen standpunt blijft behou: den inzake d^ souvereiniteit over West-irian. Prematuur 3. Met inachtneming van de formulering van art. 3 van de konferentie-agènda is het niet mogelijk om bij deze onderhandelingen de bespreking van de souvereiniteitskwestie in de betekenis van „bepaalde aangelegenheden betrekking hebbend op West-irian” uit te sluiten, omdat juist de souvereiniteitskwestie het belangrijkste probleem is bij de West-irian kwestie. Bedoelde formulering verklaart slechts, dat in de souvereiniteitskwestie beide partijen elk haar eigen standpunt blijven innemen, doch sluit de behandeling over de souvereiniteit niet uit van de besprekingen over de Westirian kwestie. Om dus „a fortiori” te verklaren, dat de souvereiniteitskwestie niet ter sprake zal komen bij de besprekingen te Genève, is prematuur. Het standpunt aldus is niet overeenkomstig art. 3 van de gezamenlijke verklaring ddo. 7 december 1955. 4. Aan Indonesische zijde is reeds bekend, dat bet Nederlandse standpunt inzake de souvereiniteitskwestie over West-irian lijnrecht tegenover het Indonesische standpunt terzake staat, loch deze situatie geeft een der par- ! tijen niet het recht te' weigeren over j deze kwestie besprekingen te voeren, omdat een dergelijk standpunt in strijd is met de geest van de overeenkomst inzake art. 3 van de agenda der be- | iprekingen. Belemmering goede verloop der besprekingen 5. In de geschiedenis der internationale besprekingen is vanzelfsprekend vaak een diepgaand meningsverschil gerezen tussen betrokken partijen inzake een of andere kwestie, doch het zou geheel in strijd met de geest der besprekingen zijn, indic.i een der partijen vooraf verklaarde niet bereid te zijn over een of andere kwestie te onderhandelen waarover geschil is gerezen, temeer Indien vooraf overeengekomen was deze kwestie op de agenda der besprekingen op te nemen. Door een dergelijke en prejudice- rende houding aan te nemen is het reeds duidelijk, dat deze houding een grote belemmering betekent voor • het goede verloop de: huidige besprekingen, die niet opgedrongen zijn door de V.N. met hun resolutie van 14 december 1955, doch gehouden worden op gezamenlijk verlangen van beide partijen. 6. De V.N.-resolutie van 14 dec. 1955 luidde als volgt: „drukt de hoop uit, dat de onderhandelingen succesvol zullen zijn” en het is de vurige wens van de Indonesische regering om een overeenkomst te bereiken in deze onderhandelingen overeenkomstig het^ geen door de V.N.-resolutie gehoopt wordt. Wegens het bovenstaande worden de verklaringen van de Nederlandse regering in de Tweede Kamer ten zeerste betreurd, omdat deze verklaringen in feite de mogelijkheden beperken voor het bereiken van een akkoord, zoals tot uiting werd gebracht in de V.N.-resolutie, in een poging de basis te leggen voor normale betrekkingen tussen Indonesië en Nederland. Aldus de bekendmaking van de woordvoerder van bet ministerie van buitenlandse zaken. --- Interpellatie-verzoek van P.K.I. Leden van de kommunistische fraktie in het parlement, t.vy. Sakirman, Tjugito, mevr. Suwarti, Achmad Suma-* klaarde desgevraagd niet bereid te zijn :nig kommentaar te leveren op krantenberichten als zou zij echtscheiding van de prr-dtnt hebben aangevraagd. Op de vraag naar de juistheid van deze berichten verklaarde zij aan PIA, geen kommentaar te hebben. Zij zei voorlopig in het geheel geen mededelingen te kunnen doen en zij deed het verzoek aan een ieder om baar met rust te laten. Desgevraagd zei zij niet te weten, wanneer zij weer zou kunnen ontvangen en voegde hier slechts aan toe: „Ik hoop, dat het gauw zal kunnen”. Mevrouw Fatmawati Soekarno bevond zich in het huis, dat zij te Kebajoran heeft laten bouwen. Naar bet dagblad „lndonesia Raya” in zijn editie van donderdag meldde heeft mevrouw Fatmawati Soekarno echtscheiding aangevraagd van president Soekarno, en brieven over dit verzoek tot echtscheiding gericht aan president Soekarno zelf, vice-president Hatta, de premier en de voorzitter van het parlement. Op een vraag van een verslaggever van „lndonesia Raya” verklaarde mevrouw Fatmawati Soekarno te hopen, dat het kabinet deze kwestie zo goed mogelijk zal oplossen. Op een vraag, of zij inderdaad met ingang van woensdag 28 december het paleis Merdeka verlaten heeft om voorgoed in haar nieuw huis op Kebajoran Baru te wonen, wenste meviouw Fatmawati Soekarno niet in te ga„n. President Soekarno [ritus:e, werd van kringen, die m nauw kontakt staan met bet paleis Merdeka, door „lndonesia Raya” vernomen, dat president Soekarno niet werlst te scheiden van mevrouw Fatmawati Soekarno. Deze paleiskringen stellen op het ogenblik ernstige pogingen in het werk, om mevrouw Soekarno ov=r te halen, van haar voornemen af tt zien. „Zeer moeilijk”, zegt premier Premier Boerhanoeddin Harahap verklaarde donderdag aan „Pedoman”, dat mevrouw Fatmawati Soekarno inderdaad een brief heeft gestuurd aan de premier, waarin verklaard werd, dat zij echtscheiding heeft gevraagd van de president. Op een vraag of de kwestie een staatsaangelegenheid dan wel uitsluitend een privé-aangelegenheid van mevrouw Fatmawati Soekarno is, wenste de premier geen antwoord te geven. Hij zei slechts: „Het is een heel moeilijke kwestie, waarover ik besprekingen wens te voeren”. Geen staatsaangelegenheid Intussen deelde de minister van voorlichting, Sjamsuddin St. Makmur, aan „Pedoman” mede, dat de bedoeling van de bewuste brief van mevrouw Fatmawati is „goede diensten van de regering te vragen, zodat de betreffende kwestie dus geen staatsaangelegenheid is”. In de brief verklaarde mevrouw Fatmawati eveneens, dat haar besluit, om echtscheiding van president Soekarno te vragen, reeds vast staat. Op een vraag zei de minister van voorlichting, dat er in de brief geen sprake is van een aan de president gesteld alternatief, namelijk te scheiden van mevrouw Fatmawati of van mevrouw Hartini. Tenslotte verklaarde de minister, dat de mogelijkheid bestaat, dat de kwestie van het verzoek van mevrouw Fatmawati besproken zal worden op de eerstkomende zitting van het kabinet, aldus ..Pedoman”. , (Zie ook pag. 2) --- Geen vorderin gen bij herstel veiligheid in Z,-Sulawesi Mr. Wongsoneg >ro verklaart: De goeverneur ter beschikking van het ministerie van binnenlandse zaken, mr. Wongsonegoro, die , thans in Makassar verblijf houdt voor het verrichten van de hem door het ministerie opgelegde werkzaamheden, heeft een causerie gehouden ovei onderwerpen de veiligheid betreffende. De causerie, welke plaats vond op initiatief van de gouverneur, werd ! gehouden in de goeverneurswoning. Mr. Wongsonegoro begon zijn causerie met een uiteenzetting te geven over de hem opgelegde werkzaamheden voor deze provincie, namelijk de bestudering van de veiligheidssituatie, het politieke leven en de omstandigheden van de staatsapparatuur, die onder de kompetentie vallen van het ministerie van binnenlandse zaken. Volgens mr. Wongsonegoro is de veiligheidskwestie inderdaad een moeilijk onderwerp, zowel voor de huidige regering als voor de vorige kabinetten, aangezien niets een vlot verloop kan hebben,, indien de veiligheid nog wordt verstoord. In het bijzonder voor Zuid-Sulawesi schijnt het, alsof er geen einde gemaakt kan worden aan de ordeverstoringen, en mij is opgedragen om o.a. de binnengekomen rapporten te toetsen aan de feitelijke gebeurtenissen in deze provincie, aldus mr. V’ongsonegoro. Hij vervolgde, dat er geen vorderingen zijn gemaakt in het herstel van de veiligheid. De indrukken die hij krijgt verschillen niet van de rapporten van verscheidene regionale instanties in dit gebied, welke thans in j handen zijn van de centrale regering. Mr. Wongsonegoro zeide voorts, dat het onbegrijpelijk is, waarom Zuid-Sulawesi als rijstschuur ook tekort moet hebben aan rijst. Maar voor hen, die ervan op de hoogte zijn dat in Bone alleen 180.000 ha. sawah onverzorgd zijn, is dit niets verwonderlijks. Evenzo is het gesteld met de andere produkten zoals rotan, hars enzovoort, waarvan de pro'duktie een dalende tendenz vertoont, aldus mr. Wongsonegoro. 25% 5pecjfieke gevallen Mr. Wongsonegoro is van mening, lat de veiligheidskwestie in Zuid-Suawesi voor 75% algemene kwesties ’etrett, gelijk aan de kwesties in andere streken terwijl 25% van de gevallen specifiek is voor Zuid-Sulawesi. f Wat alzo onder de specifieke gevallen te verstaan is, verklaarde mr. Wongsonegoro niet en hij deed slechts het beroep op leiders van partijen en organisaties, om meningsverschillen, partij- en groepsbelangen te vermijden, en hij hoopte, dat de béide afgelopen verkiezingen de staat stabiliteit zullen geven zoals door het Indonesische volk wordt gewenst. Met betrekking tot de regeringspolitiek zeide mr. Wongsonegoro, dat de centrale regering in geen geval de provincie Sulawesi aan haar lot overlaat. Wie moeten meer in aanmerking komen voor belangrijke posities op Celebes, zonen van de daerab zeit of personen van buiten, aldus vroeg mr. Wongsonegoro. [ndien hij het voor het zeggen had, -zou hij zijn keuze laten vallen op een zoon van de daerah, die meer op de hoogte is van de taal en de wensen van de bevolking, al is zijn bekwaamheid minder dan die van iemand van bu ten do daerah, aldus mr. Wongsonegoro. --- Nahdatul Ulama overhandigde rapport aan Masjumi „Geen nut bilaterale besprekingen met Nederland te voeren 5 , K. H. Daclilan, algemeen voorzitter van het hoofdbestuur van de NU, verklaarde desgevraagd aan P.I.A., dat een door de afgevaardigden van de NU naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties opgesteld rapport betreffende de bespreking van West-irian overhandigd is aan de Masjumi. Hij ontkende de juistheid van berichten als zou de NU een nota aan de regering hebben overhandigd om te verzoeken, de Indonesische delegatie voor de besprekingen met Nederland terug te roepen. Hij zei, dat het zover nog niet is gekomen. Wij hebben het rapport van onze afgevaardigden aan de Masjumi overhandigd en hierbij ons standpunt toegelicht, zodat de Masjumi dit nader in eigen kring kan bespreken. Nadere besprekingen met de Masjumi zodra de partij ons rapport voldoende beeft bestudeerd, zullen dan volgen, en pas dan kunnen wij een definitief standpunt aan de regering kenbaar maken, aldus K. H. Dachlan. Hij zei, dat tot dusver het standpunt van de NU nog steeds is, dat het geen nut heeft thans bilaterale besprekingen met Nederland te voeren en dat daarom de NU niet aan de besprekingen wenst deel te nemen. Niet bevredigend Hij verklaarde, dat de resolutie betreffende .West-irian zoals die aanvaard is door de Assemblee van de V.N., voor de N.U. „in het geheel niet bevredigend” is. In die resolutie wordt slechts een „hoop” uiitgesproken en er is zelfs geen sprake van morele steun aan Indonesië. Voor ons is het thans een kwestie uit te zoeken, hoe de houding van de Latijris-Amerikaanse en de AAlanden is ten aanzien van de resolutie. Bij de opmerking, dat de resolutie is opgesteld in overleg met de AA-landen, zet K. H. Daohlan; „ln feite is de resolutie opgesteld door India. En de overige AA-landen liepen hier heus zo erg warm niet voor. Bij de stemming namen zij een koele houding aan en op de vraag, wie tegen was, hield men zich maar stil, zodïït de stemming binnen twee minuten was verlopen. Het was de eerste keer, dat in de Assemblee een resolutie binnen zo korte tijd bij acclamatie is aangenomen,” Wij dienen dit vraagstuk nu nader te onderzoeken, aldus K. H. Dachlan. Op de vraag naar zijn mening over de besprekingen met Nederland, nu die r.iet ten volle gesteund worden door de NU en PSII, zei de NU-leicfer: „Dit is een zaak van de regering zelf. Wij hebben hier nu verder niets meer mee te maken. Ons werk begint pas weer, zodra het resultaat van de besprekingen aan ons wordt voorgelegd in het parlement. Hij zei, dat de bedoeling van het overhandigen aan de Masjumi van het rapport over de waarnemingen van de NU-afgevaardigden naar de Assemblee, bedoeld is, om feeling te houden met deze partij, als zijnde de belangrijkste partij in de huidige regering. P.S.I.I. De algemeen voorzitter van de executieve raad van de PS11, Arudji Kartawinata, verklaarde aan P.I.A., dat de vergadering van de executieve raad, die dezer dagen zou worden gehouden ter bespreking van hangende kwesties zoals de onderhandelingen met Nederland en de afwikkeling van de AURI-kwestie, enige tijd moet worden uitgesteld. Hij zei op voorschrift van de dokter enige tijd rust te moeten nemen, en de vergadering van de executieve raad van zijn partij tot nader order te hebben uitgesteld. --- V. Dulken en drs. Karim op vrije voeten De heer J. van Duiken, gewezen onderhoofd van de LAAPLN (deviezen-instituut) en drs. Djody Karim. waarnemend hoofd van de voormalige KPUI (centraal kantoor voor importaangelegenheden), die enige maanden geleden zijn gearresteerd, zijn vrijdag j.1. op vrije voeten gesteld. Zoals bekend, zijn beide heren destijds aangehouden, omdat zij er van verdacht werden, betrokken te zijn in de bekende „Hongkong-kompensaties”. Intussen is de heer Van Duiken. : kort na zijn vrijlating, op uitnodiging j van de enquête-kommissie (inzake deviezenkwesties) van het parlement, voor deze kommissie verschenen om , de nodige inlichtingen te verstrekken. I --- Nieuw jaarsreceptie ten paleize Evenals in vorige jaren Destona au jaar zeer grote belangstelling voor de receptie ter gelegenheid van het nieuwe jaar, welke president Soekarno ten paleize Merdeka gaf op zondagmorgen. Onder de aanwezigen bevonden zich onder meer de leden van het kabinet, leden van het parlement, de diplomatieke vertegenwoordigers, burgerlijke en militaire autoriteiten, vertegenwoordigers van politieke partijen alsmede hun dames. Nadat het Indonesische volkslied ten gehore was gebracht, werden de aanwezigen in de gelegenheid gesteld het staafshoofd persoonlijk hun gelukwensen voor het nieuwe jaar aan te bieden. Met vele van zijn gasten voerde de president een kort gesprek. Om 11 uur werd de receptie, die om negen uur een aanvang had genomen, besloten met het „lndonesia Raya”. De president trok zich hierna terug. President Soekarno hield Zondagochtend ten paleize Merdeka een nieuwjaarsreceptie. Foto: de algemeen voorzitter van de Masjumi, Moh. Natsir, biedt het staatshoofd zijn gelukwensen aan voor het nieuwe jaar. --- Probleem jongeren uit W.-lrian Papare bij ricepresident .. r Het uit West-irian afkomstige parlementslid, Silas Papare, had donderdag een ontmoeting met vicepresident Hatta. Na afloop van het onderhoud, dat een half uur duurde, verklaarde Stlas Papare aan de pers, dat vice-president Hatta hem meegedeeld had, dat volgens door de vice-president ontvangen rapporten de IndonesischNederlandse besprekingen, die op het ogenblik in Genève plaatsvinden, vlot verlopen. De kwestie inzake de status van West-irian vormt een punt van bespreking bij deze onderhandelingen. Silas Papare verklaarde verder, dat hij zelf echter de mening is toegedaan, daf^ het het beste is, om de onderhandelingen tussen Indonesië en Nederland op te schorten tot er een nieuwe regering is gevormd op basis van de uitslagen der algemene verkiezingen. Nadat deze nieuwe re-, gering tot stand is gekomen, kunnen de onderhandelingen voortgezet worden. Het uit West-irian afkomstige parlementslid verklaarde, dat men meer aandacht dient te schenken aan de opleiding van uit Irian afkomstige jongeren. Hij zei, dat hij met de vicepresident ook de lotsverbetering van 7.000 West-Irianers, die zich nu binnen het gezagsgebied van de Indonesische Republiek bevinden, besproken had. Ongeveer 5000 van deze uit Westirian afkomstige jongeren zijn op het ogenblik werkloos. Volgens Silas Papare had de vicepresident volle aandacht voor het probleem, en de vice-president zal bij de regering voorstellen en suggesties naar voren brengen, opdat de jongeren uit West-irian' een behoorlijke opleiding krijgen. ---