„Gadjah Mada”, vlaggeschip van Alri, hield oefeningen Ter opvoering van de paraatheid van de Indonesische zeemacht heeft het vlaggeschip, de R.I „Gadjah Mada” oefeningen gehouden met torpedo’s, kanons van 11,9 c.m„ dieptebommen, radar en instrumenten ter localisering van doelwitten onder het wateroppervlak. De oefeningen stonden onder leiding van de commandant van de „Gadjah Mada”, luitenant-kolonel Rais Sastrosugondo. PIA’s correspondent, die de oefeningen meegemaakt heeft, meldt, dat, ofschoon men met moeilijkheden te kampen had met de instrumenten, en door het feit, dat de „Gadjah Mada” zelf reeds een verouderd oorlogsschip is, de oefeningen over het algemeen als geslaagd beschouwd kunnen worden. Met rp.darinstrumenten heeft men oefeningen gehouden in artillerie aanvallen op een doelwit op het Gunturrif, ten zuiden van Madura. Gedurende een uur zijn 63 kanonschoten op het doelwit afgevuurd en na onderzoek is gebleken, dat slechts enkele schoten geen doel getroffen hebben. De missers waren een gevolg van een mankement in de electrische installatie. Volgens de eerste officier van de „Gadjah Mada”, kapitein Sudomo, heeft men bij oefeningen steeds last gehad met deze electrische installatie, waardoor een vlotte schietoefening niet kon worden gehouden. Verder is de toewijzing van munitie voor de „Gadjah Mada” zeer beperkt, n.1. 50 granaten per jaar, terwijl mm voor de practische opleiding van een kanonnier, nadat deze een theoretische opleiding van negen maanden gehad heeft, minstens 300 granaten nodig heeft, voordat betrokkene beschouwd kan worden als een volwaardige kanonnier. Volgens kapitein Sudomo beschikt men momentee] op de „Gadjah Mada” over 12 volwaardige kanonniers. Gebruik van torpedo’s Op de tweede dag van de ofeningen werd gebruik gemaakt van torpedo's. Deze oefeningen zijn gehouden in de wateren rondom het eiland Ketapang ten noorden van Probolinggo. Tijdens deze oefeningen zijn door de „Gadjah Mada” vijf torpedo’s afgevuurd, met koudschot hoogdruk, en warmschot met een energie van 240 PK. De torpedo’s, afgevuurd middels warmschot, kunnen een snelheid van 40 mijlen per uur bereiken, terwijl de torpedo’s afgevuurd met koudschot hoogdruk slechts een snelheid van 25 mijlen ontwikkelen. Deze oefeningen met torpedo's als gelegembeidswapen (d.w.z. indien men er zeker van is, dat het wapen doel zal treffen) konden als goed geslaagd beschouwd worden, hetgeen de vooruitgang van de Indonesische zeemacht demonstreert in het gebruik van'deze wapens. De oefeningen met torpedo’s stonden onder leiding van kapitein F. Sumantri. Dieptebommen Verder zijn door de „Gadjah Mada” oefeningen gehouden met dieptebommen, waarbij gebruik werd gemaakt van rookgordijnen. Met een snelheid van 22 mijlen per uur werden in de wateren van het eiland Bawean in de Java-Zee enkele dieptebommen geworpen. De „Gadjah Mada”, die in 1942 gebouwd is, heeft deze oefeningen met dieptebommen glansrijk doorstaan. Bij deze oefeningen werd de „Gadjah Mada” bijgestaan door de mijnenveger, de R.I. „Ptikau Rembang”. Het ligt in de bedoeling later in dit jaar nog soortgelijke oefeningen te houden. Gebrek De commandant van de „Gadjah Mada”, luit.-kolonel Rais Sastrosugondo, verklaarde aan P1A verder, dat door gebrek aan oorlogsschepen en de nodige materialen, de oefeningen van de Indonesische zeemacht niet verlopen zoals men het eigenlijk wenst. Tot nu toe heeft de Indonesische zeemacht nog geen permanente vloot en de „Gadjah Mada” is de enige jager, die bovendien reeds verouderd is, terwijl men moeilijk aan de nodige onderdelen kan komen. Zo is het voorgekomen, dat dit schip bij een oefening enige tijd in een haven opgehouden werd doordat men niet de beschikking nad over een turbo-dynamoveer, aldus luitenant-kolonel Rais Sastrosugondo. Nieuw corvet Op de. Ansaldo scheepswerven in Livorno in Italië werd zondag een pas gebouwd corvet voor de Indonesische marine tewater gelaten. Onder de vele aanwezigen bij de plechtigheid ter gelegenheid van de tewaterlating van hel schip be vond zich de Indonesische ambassadeur in Italië, Sutan Mohammad Rasjid. De nieuwe aanwinst van dt ALRI heeft de naarn „fLL Pattimura” gekregen. --- Mr. Polak niet naar Makassar De Nederlander mr. Polak, die door de Indonesische regering was aangezocht als. docent op te treden van de economische en rechtskundige faculteit te Makassar en die daartoe zijn bereidheid kenbaar had gemaakt, heeft, naar van kringen van de Universiteit Indonesië wordt vernomen, thans doen weten, dat hij wenst af te zien van een functie bij de Indonesische universiteit. Hij zal dus niet naar Indonesië komen. Uit Makassar wordt voorts gemeld, dat drs. Pais, eveneens een Nederlander, eerst na juli naar. Indonesië zal kunnen komen voor zijn aanstelling als docent aan de economische faculteit van Makassar. Hij zal namelijk eerst in Amsterdam willen promoveren, en dit zal in de loop van juli gebeuren. De faculteiten in Makassar verwachten verder de komst van een docent uit Wenen. Deze heeft om bepaalde redenen zijn vertrek naar Indonesië uitgesteld tot 1957. Andere buitenlandse docenten, die een aanbod van de regering hebben gekregen voor tewerkstelling in Makassar, hebben hierop nog geen antwoord gegeven. --- Mr. Yamin terug in Djakarta Het parlementslid mr. Moh. Yamin is zondag van zijn reizen naar Pakistan, Egypte en naar enige Europese landen weer in Djakarta teruggegekeerd. In de landen die hij bezocht heeft, heeft Moh- Yamin studiemateriaal verzameld voor de kon-stituante van Indonesië. Naar hij mededeelde, heeft hij tijdens zijn bezoeken in het buitenland goede resultaten kunnen bereiken. Na ongeveer tien dagen in Djakarta uitgerust te hebben, zal mr. Moh. Yamin voor de bedevaart naar Mekka vertrekken. --- A.A.-conferentie van vrouwenorganisaties ? De oi i-anisaties, aangesloten bij het Kongres Wanita Indonesia (Indonesisch' Vrouwencongres), hebben contact opgenomen met diverse Aziatische en Afrikaanse landen om te komen tot een A.A.-Vrouwenoongres. Tijdens de A.A.-conferentie van verleden jaar heeft genoemde vrouwenfederatie aan de conferentie een aantal resoluties voorgesteld met betrekking tot het beleggen van een A.A.vrouwenconferentie. Niet lang daarna is contact opgenomen met de vier landen die met Indonesië samen de AAC hadden georganiseerd, nl. India. Pakistan, Ceylon en Birma. De Indiase vrouwen zijn definitief voor een dergelijke A.A.V.C. Birma staat sympathiek tegenover het voorstel. Van twee andere landen wordt nog bericht verwacht. Waar en wanneer de conferentie gehouden zal worden is nog niet bekend. --- Uitspraak in zaak van pepersmokkel De Pengadilan Negeri van Pangkalpinang heeft dezer dagen Tjhita Djat Tjin veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 1 jaar, wegens een poging tot 'het naar het buitenland smokkelen' van 6502 kg peper aan de kust van Pena.gag in het distrikt Ban-gka Tengah. Een andere beklaagde in deze zaak, Albd. Adjis, werd wegens gebrek aan bewijs ontslagen van rechtsvervolging. iDe stukken van overtuiging, t.w. 6502 kg peper en 2 prauwen, werden verbeurd verklaard. --- Landmacht krimpt aantal civiele ambtenaren in Met ingang van 1 juli 1956 zal de landmacht geen nieuwe burgerlijke krachten meer in dienst nemen. Ook de burgerlijke krachten, die reeds gapensionneerd z„n maar nog werkzaam zijn in militair verband, of die in aanmerking komen voor spoedige pensionnering, zullen drie maanden na 1 augustus 1956 met ontslag gaan. ..... Deze maatregel is door de leiding van de landmacht getroffen teneinde een efficiënte werkwijze te bereiken en in het kader der bezuinigingen. Sinds 1950 nam het aantal burgerlijke krachten, die werkzaam zijn bij de landmacht, jaarlijks met 10 pCt. toe. Naar raming zijn er op het ogenblik 150-000 burgerlijke krachten jn dienst van het leger. De chef-staf van het leger, generaal-majoor Nasution, heeft onlangs richtlijnen vastgesteld voor het nietmilitair personeel. Hierin js bepaald, dat met ingang van 1 juli 1956 de landmacht geen nieuwe burgerlijke krachten meer in dienst neemt. In de richtlijnen staat verder vermeld, dat het gebleken is, dat de ' burgerlijke krachten, die in zo grote getale werkzaam zijn bij de landmacht, vaak van de gelegenheid gebruik maken, om overwerk te verrichten. Geschat wordt, dat per jaar minstens Rp. 2 miljoen wordt uitgegeven voor de betaling van het overwerk dezer burgerlijke krachten. Het overwerk bleek voor bet grootste deel geen zakelijke basis te hebben, dan wel niet noodzakelijk te zijn. In verband hiermede heeft de chefstaf bepaald, dat het overwerk een zakelijke basis moet hebben. Op zondagen, vrije dage- en feestdagen wordt geen overwerk verricht en het aantal personen, dat overwerkt, wordt zo beperkt mogelijk gehouden. Verder is bepaald, dat tot eind 1956 bet overwerk van iedere ambtenaar per maand niet meer mag bedragen dan 40 uur. Met ingang van 1 januari 1957 wordt de begrenzing inzake overwerk nog scherper doorgevoerd en wel met de bepaling, dat zowel het aantal personen, als het aantal uren zo bepakt mogelijk worden gehoudea. --- Tienjarig bestaan staatspolitie in Djakarta herdacht Djakarta, 2 Juli Zondagmorgen werd op het terrein voor het hoofdkantoor van de dienst van de Indonesische staatspolitie in Kebajoran Baru het 10-jarig bestaan van dit politiekorps op plechtige wijze herdacht. De plechtigheid werd onder meer bijgewoond door de vice-president drs. Moh. Hatta, de minister-president mr. Ali Sastroamidjojo, de tweede vice-premier ldbam Chalid, de chef-staf van het leger, generaal-majoor A. H. Nasution, de chef-staf van de Indonesische zeemacht, vice-admiraal Subijakto, vertegenwoordigers van de buitenlandse ambassades en andere civiele en militaire funktionarissen. Bij deze gelegenheid sprak de vicepresident een boodschap uit aan het politie-korps, waarin hij de leden van het staatsapparaat aanspoort om steeds de belangen van het volk te verdedigen en het volk bij te staan in de verwezenlijking van zijn wensen. „Indien vroeger de politie gebruikt werd als gezagsapparaat om het volk te overheersen, thans wordt de politie beheerst door de macht van het volk”, aldus de vice-president. Voorts citeerde hij een Engelse schrijver, die zegt, dat het enige effectieve politie-wapen de wil van het volk is. Dit — aldus de vice-president — is een goed grondbeginsel voor de politie in een democratische staat. Hij verwees verder naar artikel 35 in de Indonesische Grondwet, dat volgens Moh. Hatta het meest overeenkomt met de wil van het volk. Engelse politie De vice-president gar vervolgens voorbeelden hoe de Engelse politie met geduld aan de mensen die erom vragen, de weg te wijst en h'oe de Engelse politie bij oproer en vechtpartijen met weinig manschappen tussenbeide kan komen, dankzij het respect van het volk voor de politie. „De Engelse politie is voor mij steeds een ideaal geweest”, aldus de vice-president, die er aan toevoegde, dat dit in Indonesië ook te bereiken is indien beide partijen, de politie en het publiek, daarin geoefend worden. De vice-president is ervan overtuigd, dat er langzaam aan een verbetering ten goede kan worden gebracht, doch hij herinnerde eraan dat op het ogenblik de minder goede gedachte van het volk ten opzichte van de politie nog niet geheel is uitgewist. Hij verklaarde dat excessen nog vaak voorkomen. Een recent voorbeeld hiervan is het bekende geval in Surabaja dezer dagen. In zijn boodschap herhaalde vice-president Hatta telkenmale, dat de politie de beschermster van het volk is, en de helpster van het volk bij de uitvoering van zijn wil. Het tienjarig bestaan van de staatspolitie, is zondag herdacht tijdens een plechtigheid bij het hoofdkwartier van de staatspolitie op Kebajoran Baru, waarbij o.a. vice-president drs. Moh. Hatta aanwezig way. Op de foto: saluut wordt gebracht aan de standaard van de politie. --- Films voor Indonesië „De Indonesische filmdistributeurs beschouwen Vngapore als de beste plaats om Aziatische films uit te zoeken die bet meest geschikt zijn voor het Indonesische publiek”, aldus verklaarde de direkteur van de in Djakarta gevestigde Harapan Film Corporation, Hikmat Radin, dezer dagen in Singapore. Hikmat Radin verklaarde verder tijdens een interview met de pers, dat „de Aziatische films die het meeste succes in Singapore hebben behaald, geboekt zijn om in Indonesië vertoond te worden”. Naar hij verder mededeelde, vallen Indiase, Egyptische en Maleise films zeer in de smaak van het Indonesische publiek, aldus meldt Reuter uit Singapore. --- Diplomatieke posten De woordvoerder van bet mijiisterie van buitenlandse zaken maakt bekend dat de regering van de Chinese Volksrepubliek goedkeuring heeft gehecht aan de benoeming van Sukardjo Wirjopranoto tot buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur van Indonesië in de Chinese Volksrepubliek. De regering van Australië heeft de benoeming goedgekeurd van dr. A. Y. Helmi tot buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur van Indonesië in Australië. De regering van Egypte heeft de benoeming goedgekeurd van Mahmud L. Latjutoa tot buitengewoon gevolmachtigd ambassadeur van Indonesië in Egypte. De regering van de Islamietische republiek Pakistan heeft de benoeming goedgekeurd van dr. Hadji Rasjidi tot buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur van Indonesië in Pakistan. --- Van de zijde van de politie verneemt rirv, aai een trucs uit rarePare, die enige personen en een lading suiker vervoerde, tussen Makassar en Pare-Pare door een Dl bende werd aangehouden en in brand gestoken. Twee personen werden door de bende doodgeschoten en een derde werd ontvoerd. --- Buitenlandse aanbiedingen voor herstel van wegen De minister van openbare werken en energie, ir. Pangeran Noor, verklaarde aan PIA dat voor het herstel van de wegen in Indonesië aanbiedingen uit het buitenland zijn ontvangen, waaronder uit de Verenigde Staten, Frankrijk, Italië en Zweden. Hij zei dat de regering thans bezig is te bestuderen welke aanbieding van de buitenlandse aannemersbedrijven voor Indonesië het voordeligst is, De minister zeide voorts, dat de opgaven die de buitenlandse aannemersbedrijven voor het verrichten van de herstelwerkzaamheden hebben doen toekomen, niet aan de hoge kant zijn te noemen. Zij brengen namelijk eigen materiaal mee, Indonesiërs kunnen worden opgeleid in het gebruik van dit materiaal voor het herstel van de wegen. Minister Noor heeft van de regering de opdracht gekregen zo spoedig mogelijk een beslissing te nemen in de aanwijzing . van buitenlandse aannemersbedrijven voor het herstel van de wegen. Hij zei echter, dat het pas in 19o7 mogelijk zal zijn het herstel van de wegen aan buitenlandse aannemersbedrijven op té dragen. Voorlopig zal Indonesië zelf ervoor moeten zorgen. Hij zei geen idee te hebben hoe groot de begroting van zijn ministerie voor het jaar 1957 zal zijn, omdat de regering nog bezig is met de begroting voor 1956, waarvan het ontwerp, naar hij hoopt, deze maand aan de volksvertegenwoordiging zal kunnen worden aangeboden. Minister Pangeran Noor, die een tournee van 11 dagen door Noord- en Midden-Sumatra heeft gemaakt en die voor deze inspectiereis meer dan 2.000 kilometer heeft afgelegd, is zondag in Djakarta teruggekeerd. Op 8 juli zal hij voor de bedevaart naar Mekka vertrekken. Noord-Sumatra slechter In Noord-Sumatra werden onder meer de irrigatie-werken en de toestand d»r weeen geïnspecteerd. Vele van de wegen vormen vooral in de regentijd een modderpoel. Door de slechte gesteldheid van de wegen kan een auto daar niet sneller dan 30 km per uur rijden. Op een persconferentie in Kota Nopan verklaarde de minister, dat hij niet had verwacht, dat de wegen in Noord-Sumatra in zó slechte toestand verkeren. Op aandrin ,en van de bevolking en het plaatselijk bestuur in N.-Sumatra heeft de minister toegezegd om het vastgestelde bedrag van Rp. 30 miljoen voor de verbetering van de wegen in Noord-Sumatra te verhogen tot Rp. 36 miljoen, bestemd voor de herstel-werkzaamheden gedurende de tweede helft van 1956, die voornamelijk zullen worden verricht in de residenties Tapanuli en Atjeh. Begin volgend jaar zullen de werkzaamheden grootscheepser zijn, waarbij ook buitenlandse aannemersbedrijven ingeschakeld zullen worden. De minister zeide, dat hierbij geen onderscheid gemaakt zal worden tussen goevernementswegen en wegen van de autonome daerahs. Het gaat veeleer om de sociaal-economiscbe functie van de wegen, aldus de minister van openbare werken. Geïsoleerde streken De minister heeft ook plaatsen bezocht, die zo goed als niet meer te bereiken zijn met motorvoertuigen. De plaats Sin Ail aan de kust van Tapanuli is een der geïsoleerde streken. Na ongemakkelijke ritten over de wegen bereikte de minister deze plaats. Volgens het parlementslid Zainal Arifin, die de minister vergezelde, was ir. Pangeran Mohd. Noor de eerste minister van openbare 1 heeft bezocht op een inspectiereis, werken en energie, die deze plaats bekocht op c-ee inspectiereis. Toen we jongstleden maandagmiddag, tegen het vallen van de duisternis, terugkeerden van een wandeling naar de naastbijwonende broodbakker, waarheen wij ons gehaast hadden, daar onze brood-langganan dien dag verstek had laten gaan, om redenen die hem waarschijnlijk beter bekend waren dan ons, toen troffen wij op het platje voor onze nederige stulp, in druk gesprek met Tante Noes, een gast. Die gast was Pa Bisoel. En tot onze verwondering, ditmaal zonder sterrenkaart of waarzeggerskaarten, maar in gezelschap van een klein meisje, dat heel onwennig op een onzer wrakke stoelen zat en zich door Tante, die allerlei wonderlijke kirrende geluiden maakte, heel zoet maar volkomen lusteloos en ongeïnteresseerd, in thee gesopte beschuit liet voeren. Omdat Tante’s gekir en de onnozele grijns op Pa Bisoels gelaat ons hogelijk irriteerden (wij zijn volstrekt niet dol op enige inspanning na onze siësta en ons middagbad), zeiden wii niets tot Bisoel, maar vereerden de kleine gast met een brommerig: „Zo, kleine duivel, moet je mijn beschuiten opeten?!” Het resultaat van deze — overigens heus niet kwaad bedoelde — opmerking was tamelijk verontrustend. De kleine sloot met kennelijke schrik haar mondje en begon geluidloos te schreien met stijf dichtgeknepen ogen. en Tante Noes, verre van gelui Hoos, zette haar mond heel wijd en sperde , hare ogen nog veel wijder open, ors overstelpende met bittere verwijten en weinig lieflijke benamingen, waarvan „kinderbeul” nog een van de prettigste was om te horen. Geschrokken van deze onverwacht hevige reactie op onze onschuldig bedoelde begroeting, zetten wij ons ijlings op een voetenbankje. Eensdeels, om ons aan Tante’s boze blikken zoveel mogelijk te onttrekken, anderdeels omdat de vierde stoel van ons zitje slechts daar staat om het arrangement te voltooien, doch geenszins om er op te zitten, daar alle poten, hoewel onzichtbaar, precies in het midden hun ruggegraat gebroken hebben en derhalve allerwankelst van allure zijn. Toen wij daar zo half verscholen terneer zaten en voor straf ons eigen kop thee moesten schenken, zweeg allengs Tante’s toornige stem, deed het meisje haar ogen open, at weer gesopte beschuit en keerde de rust weer. Waarvan Pa Bisoel gebruik maakte om te zeggen: „Ik breng haar hier!” Hetgeen ons een volmaakt overbodige uitleg leek, want dat hadden wij ook alreeds begrepen. Echter, om de pijnlijke stilte te verbreken, vroegen wij hoe hij aan het kind kwam. Waarop hij ons vertelde dat het een ver nichtje van hem was. Heel ver, kwam ons voor, want het familieverband ging voor ons verloren in een warreling van Ooms en Tante’s, Nichten i ea Neven, die dan de voorouders zou- --- Varia Djakarta Peterke den zijn geweest van de wazig verre nicht, die tenslotte de moeder werd van onze kleine gast en kortelings dit aardse tranendal verlaten had. Reden, waarom Pa Bisoel haar, naar hij zeide, „tot zich had genomen” (daarbij trok hij een heel plechtig gezicht, welk manuaal maar al te sterk op onze lachspieren werkte). „Wie is de vader?”, vroegen wij, gevolg gevende aan onze ambtelijke zin voor het recht zetten van verhoudingen. „Weet niet”, antwoordde Bisoel en vertelde dan verder, „al weg!” „Wat weg?!” informeerden wij kribbig, want de situatie werd ons niet bepaald duidelijker. „Entab! (ik weet het niet)”, zei onze sterrenwichelaar, „alweg! Hij smeert ’m! Misschien naar Holland, misschien naar ander land, maar ister niet meer in elk geval!” En toen hoorden wij dan het kleine ] drama van dit kleine mensenleven. Hoe Bisoels heel verre niobt, op een voor h^ar niet zo beste dag, de grote liefde van haar leven had gevonden, zo’n jaar of zes geleden. Hoe die liefde gevolgen had gehad, welke de minnaar niet had afgewacht, want hij was zonder kennisgeving van datum of adres vertrokken, de nicht achterlatende, met het pand zijner liefde. Het zou niet juist zijn, om te zeggen, dat Bisoels nicht zich deze affaire in haar leven niet ha.1 aangetrokken. Zij had er zeer bitter onder geleden. Maar zij was een flink meisje en had zich door wat er gebeurd was niet tot wrakhout laten slaan. Zij had de handen uit de mouwen gestoken en getracht, op eigen benen staande, in het onderhoud van zichzelf en het kleine meisje te voorzien.. En, alhoewel dat in onze liefdevolle maatschappij voor ongehuwde moeders lang met gemakkelijk is, was zij er toch in geslaagd, om voor en om het dochtertje een soort van home te bouwen. Vandaar, dat het verscheiden van de moeder het kind ernstiger geschokt had, dan men eigenlijk had kunnen verwachten, daar zij nog niet veel meer dan een baby was. Daarom hadden onze brommerige toon, meer nog dan de woorden die zij waarschijnlijk niet eens begreep, haar ook zo verschrikt en aan het schreien gemaaktOp onze vraag hoe zij heette, antwoordde Bisoel: „Peter". Dit verwonderde ons wel, omdat het voor een meisje toch een enigszins ongebruikelijke naam was. Maar Pa Bisoel legde ons uit, dat hij niet wist, hoe het kind eigenlijk vernoemd was, maar de moeder noemde haar altijd „Peter" (misschien heette „hij” 20, meende Bisoel) en daarom bleef ze voor hem ook maar „Petertje”. We keken het meiske eens aan en kwamen tot de ontdekking, dat ofwel Bisoels verre nicht, ofwel haar grote liefde, er heel goed moest hebben uitgezien. Petertje toonde, nu zeeenbeettje gerustgesteld om zich heen durfde kijken, twee grote donkergrijze ogen, een heel lief gevormd mondje en haren, die alhoewel kennelijk door Pa Bisoel gekamd, toch in hun verwarde golven van een grijs-blonde kleur bleken te zijn. En toen wij haar zo aanstaarden en duidelijk ongevaarlijk bleken te zijn, lachte Petertje een beetje aarzelend tegen ons. We wendden ons hoofd af, want dit verlegen, weifelende lachje gerustgesteld om zich heen durfde vriendenkringetje opnam, raakte een verborgen plekje in ons hart, een plekje waar wij zovele verdrietelijkheden, die wij in ons leven om ons heen zagen, erg diep in plegen weg te stoppen en waar wij — indien we dat vermijden kunnen — liever niet aan raken. Dus stonden wij op, staken onze pijp op en verhuisden naar de achtergalerij, waar Babu Tjutji op hare hurken doende was een nieuwe pruim te fabriceren. Onze trouwe gedienstige keek ons met lodderogen aan en mompelde: „Kassian!” Dat plekje in ons hart maakte ons ineens erg kregelig en dus zeiden wij nijdig: „Houd je mond en ga naar de bioscoop als je nog meer krokodillentranen wilt spuien!” Babu keek ons aan met grote verontwaardiging, haalde minachtend hare schouders op en drentelde naar de keuken, iets prevelende van „ongemanierde, beestachtige mannen!" Zwijgend zetten wij ons in onze luierstoel en deden ijverig ons best, om ons in de krant te verdiepen en da' vermaledijde plekje weer tot rust te brengen. Wij waren daar nog mee bezig, toen Pa Bisoel en zijn pupil vertrokken waren en Tante Noes ons opzocht. „Kassian!” meende ook Tante, en daar wij bleven zwijgen, begon zij >met driftige halen het brood te snijden. Maar opeens zei ze: „Die Petertje. ik zal haar maar hier houden!” „Geen kwestie van!” stoven wij op en raasden voort, terwijl we onderdehand Manneke een schop gaven, die — daar hij Tante belaagd meende, ons in de benen trachtte te bijten — dat het hele geval ons ni.t aanging, dat wij te oud waren om ons weer allerlei lasten op de schouders te laden, dat het idioot was om onbekende en andermans kinderen in huis te haleu, dat Pa Bisoel een listig* vlegel was, die op onbehoorlijke wijze op onze gevoelens meende te kunnen speculeren, dat hij kon opkrassen met al zijn nichten en nichtjes, dat wij nu eens zouden laten zien, wie de baas in huis was, dat wij enz. En al die tijd gaf Tante geen antwoord. Hetgeen ons eerst verbaasde, doch allengs met onzekere angst vervulde. Zozeer zelfs, dat wij opstonden om Tante’s gelaat te kunnen zien. Toen werden wij werkelijk bang, want grote tranen stonden in Tante’s ogen (één traan druppelde zelfs op een pas gesneden boterham) en er trilde iets heel vreemds en aandoénlijks om haar mond, toen ze zacht fluisterde: „Boh, jij houd jouw kop toch, Alex. Hoe ken je weten hoe erg deze? Jij hebt toch nooit kinderen gehad?” „Jij ook niet!” snauwden wij kwaad. „Daarom juist 1”, zuchtte Tante. En toen begrepen wij. Maar we hielden ons mannelijk. We gaven dat piekje diep in ons binnenste een boze stomp, aten zwijgend onze boterham en gingen zwijgend te bedde, een arglistige muskiet in het voorbijgaan een opstopper gevende. De volgende dag echter, glipten wij tussen twee begrotings-puzzles naar Pasar Baru, liepen winkel in en winkel uit en vonden eindelijk hetgeen wij zochten. Een pop met echte haren en met ogen die open en dicht konden. Die pop namen wij mede naar huis, geheimzinnig verpakt in cellophane-papier en talloze vellen oude kranten. En ons voornemen, om deze gave des avonds naar Pa Bisoel te brengen, stilde ons zelfverwijt, dat wij de begroting des Lands een ogenblik aan zichzelf hadden overgelaten. Veerkrachtig zelfs was onze stap, toen wij voor ons huis de Bis Pemerintah verlieten. Maar als aan de grond genageld stonden wij bij de eerste schrede in onze achtergalerij. Want daar zat Peterke, op een hoge stoel, terwijl Tante Noes een strik om haar, thans keurig gekamde en zilver-blonde krullen legde, Peggy haar met het grootste geduld lepel na lepel voerde en Babu Tjutji. zich van het ene gehurkte been op het andere wiegende, een of ander onnozel kinderliedje dreinde. „Wel 1” begonnen wij verontwaardigd. Maar Tante keek ons driftig-aan en zeide: „Pa Bisoel hij vind goed, hij geef mij! Laat maar jij hen de baas, maar ik houd toch! Nou Peggy weg, anders te stil in huis! Jij ken alleen maar slapen en eten, die. en Beo hij wil maar eten en slapen! Peterke ken tenminste praten kaja een mens! Zeg dan Dag Oma, ia toe* telepoet!" „Dag Oma.....", fluisterde Peterke. „Een waardige rempla?ant!” vond Peggy. „Stik !” schreeuwde de Beo. Gelaten wikkelden wij de pop uit hare omwmdselen en legden baar i° Peterke’s handjes Twee grote grijze ogen keken ons dankbaar aan OOM ALS* --- Overeenstemming rijstdistributie De vice-minister van economische zaken F. Umbas verklaarde desgevraagd aan P.I.A., dat op de conferentie op hoog niveau, zaterdag in het ministerie van binnenlandse zaken gehouden, ter bespreking van de rijstsituatie, overeenstemming is bereikt betreffende de wijze waarop opkoop en distributie van de rijst in het binnenland zal worden geactiveerd!. Hij verklaarde dat een plan is opgesteld betreffende een betere coördinatie tussen de betrokken ministeries waardoor èen verbetering in het opkoop- en distribuiie-apparaat wordt verwacht. Naar verwacht zal de uitwerking van de maatregelen, die aan de hand van de besluiten van zaterdag genomen zijn, binnenkort merkbaar zijn, en de prijzen tot normaal zijn teruggebracht, aldus vice-minister Umbas. Gevraagd naar de situatie bij de JUBM verklaarde hij, dat deze kwestie onderzocht wordt en dat, indien hier onregelmatigheden worden gemerkt, zeker maatregelen zullen worden genomen. --- Gerwani M.-Sumatra eist doodstraf Het bestuur van de Gerwani afdeling Midden-Sumatra heeft een schrijven gezonden aan de regering en openbare instanties, waarin voor Attamimi de doodstraf wordt geëistZoals bekend, is tegen Attamimi een proces aanhangig gemaakt op grond van de beschuldiging, ontucht te hebben gepleegd meteen vrouw, uit Pasuruan afkomstig, hetgeen- haar dood tot gevolg had. De Gerwani Midden-Sumatra heeft er voorts bij andere vrouwenorganisaties op aangedrongen, om de doodstraf te eisen tegen Attamimi. --- Smokkelaars veroordeeld Het landgerecht van Bangka, dat zitting houdt in Pangkalpinang, heeft uitspraak gedaan in de smokkelzaak van tinerts, bedreven door personen uit Toboal’i in Bangka. Zes personen kregen ieder een gevangenisstraf van 6 maanden, twee personen een gevangenisstraf van 1 jaar en 6 maanden, terwijl de twee anderen ieder 1 jaar kregen. Voordien heeft het landgerecht in Pangkalpinang de twee leiders van genoemde smokkelaars, M. Said en Boen Soen Ngian, respectievelijk tot 3 jaar en 6 maanden en 1 jaar gevangenisstraf veroordeeld. --- Instruct es chef-staf landmacht inzake toestand Zuid-Sulawesi De woordvoerder van de landmacht, luitenant-kolonei Pirngadie, verklaarde dezer dagen dat het gebied van Zuid-Sulawesi in staat van oorlog verkeert en niet in staat van beleg, zoals velen menen. De chef-staf van het leger, generaal-majoor A. H. Nasution, heeft bereids de territoriaal en troepenkommaivdant van TT. VII geïnstrueerd, om alle door laatstgenoemde genomen maatregelen in overeenstemming te brengen met de „Regeling op de staat van oorlog en beleg” (SOB). Ondermeer dient de aanwijzing van de Jajasan Kelapa Sulawesi Selafan als een lichaam, dlat de monopoliehandel heeft in kopra, welke aanwijzing door de divisiekommandant in TT VII is geschied, herzien te worden. Ten aanzien van andere lichamen en organisaties, die in dezelfde situatie verkeren, zullen dezelfde maatregelen worden genomen. In het belang van het .herstel van de veiligheid in deze gebieden zal een staf worden gevormd, bestaande uit civiele functionarissen en vooraanstaande personen uit de betrokken gebieden, die nauw zal samenwerken met het leger voor de uitoefening van het militaire gezag, zodat een betere coördinatie zal ontstaan bij het nemen van maatregelen in het belang van de veiligheid. Overste Pirngadie verklaarde verder, dat in de staat van oorlog het militaire gezag een beperkte bevoegdheid heeft in het uitvaardigen van regelingen in het belang van de handhaving van de openbare orde en van regelingen die met in strijd zijn met de „Algemene verordeningen”. Indien de staat van beleg wordt uitgevaard'gd, heeft het militaire gezag meer bevoegdheden. --- Djakartase beurs Djakarta, 2 juli De staatsobligaties en BIN’s 1970 bléven deze eerste dag van de beursweek onveranderd. De BIN's 1969 verloren Vi punt. In Escomptobank werden geen zaken gedaan. De andere afdoeningen waren: NHB 620, Deli Spoor 100, eert. v.a. Unilever (100) 1900, Hotel des Indes 305 en NIMEF 185. De omzetten waren vrijdag, 29 juni, nominaal: 3% Obl. R1 1950 Rp. 904.600, Escomptobank nihil, andere Rp.-fondsen Rp. 136.620, guldenfondsen Nf. 16.250, met Tide Water 1/1. 3% Obl. R.I. 1950 (gr. coup.) 55Vi g/b 3% Obl. R.I. 1950 (kl. coup.) 54Vi g/b 3% B. I. N. 1969 76 g 3% B. I. N. 1970 76 g/b Escomptobank 442 b/4451 Handels Ver. A’dam 590 b/7201 A’dajnse Bank 1100 b/12001 Cultuurbank 270 b/2951 Nat. Handelsbank 620 g Cert. N. H. M. 900 b Ver. Prauwen Ver. 210 b/2401 Sem. St. en Pr. Veren 191 b/2001 Deli Spoor 100 g Ned. Ind. Spoorw. 21 1 Cert. De Oostkust — Vorstenlanden 170 b/2451 Pandjie & T’sarie 215 b/2301 Alg. Expl. Mij 575 b/8001 Mijnb. Mij Simau 140 b Internatio 560 b/6001 Lindeteves 1050 b/12001 --- Meer rubber gesmokkeld dan geexporteerd Een woordvoerder van het Indonesische Consulaat-Generaal in Singapore verklaarde maandag, dat er meer rubber gesmokkeld werd dan geëxporteerd van Indonesië naar Singapore De woordvoerder verklaarde verder, dat de Indonesische regering deze gang van zaken met bezorgdheid gadeslaat, daar zij hierdoor grote ontvangsten en buitenlandse valuta moet derven. Hij verklaarde, dat zijn regering graag zou wensen, dat er een overeenkomst tot stand gebracht wordt met Singapore en Malakka om de smokkel van rubber tegen te gaan. Momenteel is men in Indonesië bezig met een anti-smokke! campagne. De woordvoerder verklaarde voorts, dat ongeveer 153.400 ton rubber in 1953 uit Indonesië gesmokkeld is. Ongeveer 90 pot. hiervan ging naar Singapore en de rest naar Penang. Deze cijfers zijn het dubbele van die in 1954 en ongeveer tienmaal zo groot als die in 1953. De waarde van de gesmokkelde rubber wordt geschat op 40 miljoen pond sterling volgens de prijs van verleden jaar, aldus de woordvoerder. Hij vèrklaarde tenslotte, dat de grootste moeilijkheid bij de bestrijding van deze illegale handel is de zeer lange kustlijnen van Lndonesië en het schiereiland Malakka. --- De voorzitter van het landge- recht van tsangKa en oemuiig, r. Siagian, en de djaksa Usman zijn dezer dagen in gezelschap van drie politiemannen en met medeneming van twee verdachten in een smokkelzaak van peper, per motorboot naar de desa Penagan vertrokken om de werkwijze van de pepersmokkelaars te bestuderen. --- Produktenmarkt van Djakarta (Opgave Dunlap en KoljfJ Djakarta, 2 Juli Nivas Suiker: 1. S.H.S. V. 267.50, 2. H.S. V. 255; ex stapel Veem Tjirebon. Koffie: 1. Robusta Lampong V. 505 Ready levering. 2. Robusta Lampong V. 510, K. 500; Juli/Aug. levering. 3. Robusta Lampong V. 530, K. 520, G. 525; Aug./Sept. levering. 4. Robusta Lampong V. 555, K. 535; Sept./Oct. levering. Citronella: 1. A. Contract G. 30 Juli/Aug. levering. Peper: 1. Zwarte Lampong N. 550 e. k. T.-Betong, firm. 2. Witte Mun. tok V. 640 e.k. P.-Pinang, firm. Tapioca: 1. AAA. Bandung V. 320, 2. AA. Bandung V. 300; fr. wagon Djakarta/Tjirebon. Goeniezakken: 1. H. C. Green V. 5.90, G. 5.85, 2. A. Twills V, 7.25; Ready. Kedele: 1. P.M.I. Djember V. 400, K. 350; Ready. Katjang Idju: 1. Toatje Surabala V. 500 Ready. Katjang Tanah: 1. Gepeld & gesorteerd V. 480 Ready. Mais: 1. Gele nieuwe oogst V. 275 Ready. Rubber (Ondern.-rubber): Juli 1956 f. o.b. Hoofdhavens. Sheets 1 7.95 l;opers. Sheets 2 7.75 kopers. Sheets 3 7.95 gedaan. Crepe 1 e.k. Prompt Priok 8.80 kopers. Sheets 1 e.k. Prompt Priok 7.65 kopers. Toon: steady, quiet. --- Dezer dagen is in Djakarta een delegatie van Kashmir gearriveerd die ontmoetingen zal beleggen tnet Indonesische regerin gsfu nk tion arlssen ea partijleiders ter bespreking van de Kashmir-kwestie. — Op een bijeenkomst van vooraanstaande hoofdstedelijke figuren werd een comitee gevormd, dat streeft naar het organiseren van een „kindergarten” in elke gemeente en andere plaatsen, waar een dergelijke instelling nodig wordt geacht- ---