Levensbeschrijving beklaagde onder foto van Van Kleef Proces tegen Schmidt Twee nieuwe getuigen d décharge door de rechter gehoord Op de 52ste zitting “van de Pangadi lan Negeri, welke 2 Juli p’aats vond, ter voortzetting van het proces-Schmidt, werden als getuigen a décharge gehoord kapitein Tugiman en sergeant Wariki, respectievelijk een der afdelingshoofden bij het toenmalige CDKB (waarvan beklaagde kommiaudant was), en een gewezen chauffeur van beklaagde. Beide getuigen legden verklaringen af, die belangrijk afweken van de verklaringen, die op de 51ste zitting door getuige Muchtar waren afgelegd. De zitting trok -maar weinig belangstelling van het publiek. Onder de aanwezigen bevond zich inr. E. Bonn van de Nederlandse diplomateke vertegenwoordiging. Getuige Tugiman, 40 jaar, thans student aan de SSKAD (Sekolah Staf Koraando Angkatan Darat) te Bandung, deelt de rechter desgevraagd mede, dat hij van medio 1949 tot medio 1950 als sergeant-majoor (later onderluitenant) hoofd was van de afdeling passage bij het CDKB (centrale doorgangskamp Batavi^j. Kommandant van het kamp was toen kapitein Schmidt (beklaagde). Rechter: Hebt u beklaagde ooit een auto zien besturen? Tugiman: Nooit. Altijd was Wariki zijn chauffeur. En toen deze overgegaan was naar de APRIS, kreeg beklaagde een andere chauffeur, een zekere Meyer van de K.L. Op een vraag van de rechter betreffende gebeurtenissen die plaats vonden in de dagen kort vóór de overgang van de manschappen van het KNIL naar de APRIS, zegt getuige onder meer, dat hij van de zijde van het CDKB aangewezen was, om in het kamp de overgang der manschappen te bewerkstelligen. „Van de zijde van de leiding van het KNIL heb ik steeds de nodige faciliteiten ontvangen, zodat ik mijn taak behoorlijk kon verrichten”, aldus getuige. Rechter: Hoe was toen over het algemeen de houding der officieren van het KNIL ten aanzien van de overgang der manschappen naar de APRIS? Tugiman: Ik heb nooit een positieve tegenwerking ondervonden van de zijde der KNIL-officieren. Wat zij inn?rlijk voelden wist ik natuurlijk niet. Reohter: Op de vorige zitting werd do.r een getuige beweerd, dat beklaagde toen in de cantine van het kamp een toespraak richtte tot zijn manschappen, waarbij hij onder meer zei, dat de manschappen een keuze konden doen tussen drie mogelijkheden. Zij I konden namelijk öf overgaan naar de K.L., of naar de APRIS, of ook naar de APRA. Tugiman: Er vond toen inderdaad I een bijeenkomst plaats in de cantine. Het doel was, voorlichting te geven over de bepalingen inzake de overgang. Overste Samidjo van de APRIS was toen degene, die de voorlichting gaf. Het is uiteraard onmogelijk, dat beklaagde zoiets zou hebben gezegd in tegenwoordigheid van overste Samidjo en ook in tegenwoordigheid van zo-vele mensen. Dat was de enige bijeenkomst, die in de cantine plaats vond. Ik weet niet, of beklaagde misschien de bewuste woorden heeft geuit op een andere bijeenkomst. Reohter: Hebt u beklaagde weleens woorden horen uiten, waardoor u de indruk kreeg, dat beklaagde anti-R.1. gezind zou zijn? Tugiman: Nooit. Rechter: Hoe was de toestand in kamp Makassar toen de APRA een aanval deed op Bandung? Tugiman: Er heerste toen een toestand van nervositeit. Rechter: Hoe kwam dat? Was het misschien omdat men van mening was, dat de APRA ook in Djakarta zou komen? Tugiman: Ik weet niet, waarom men nerveus was. Ik persoonlijk was ook nerveus. Ik was nerveus, omdat ik bang was, dat de aanval der APRA nadelig zou zijn voor mijn toekomst. Ik had namelijk reeds het besluit genomen om over te gaan naar de APRIS. Ik was bang, dat ik ais gevolg van de aanval der APRA dit nimmer zou kunnen uitvoeren. Rechter: Sprak u buiten de diensturen ook vaaik met beklaagde? Tugiman: Niet vaak, maar weleens. Rechter: Werd in de persoonlijke gesprekken o-ok weleens gerept over politiek? Tugiman: De persoonlijke gesprekken zijn eigenlijk niet de moeite waard om te worden vermeld. De gesprekken waren alleen te beschouwen als uiting van zuivere ' 'langstelling van een kommandant ten opzichte van zijn mindere. Vragen O.M.: Kent u Muchtar? (een getuige, die op de vorige zitting werd gehoord en die onder meer beweerde, dat hij beklaagde ooit een auto zelf zag besturen, red. Java Bode). Tugiman: Er zijn zoveel Muchtars. Welke bedoelt U? O.M.: Hij was vroeger werkzaam in uw afdeling in het CDKB, is later overgegaan naar de APRIS en is op het ogenblik politie-agent. Tugiman: Ik heb nooit een zekere Muchtar gekend in mijn afdeling. Ik lende mijn minderen trouwens niet allemaal- Het is echter mogelijk, dat w wel een zekere Muchtar werkzaam was bij mijn afdeling. O.M.: Weet u misschien, of er Manschappen van het KNIL weggelopen waren en zich daarna aansloten bij de benden rustverstoorders? Tugiman: Neen. Schmidt: Aan welke kant stond het wachthuis bij de ingang naar het kamp Makassar" ” -hts of links? Tugiman: Rechts. Schmidt: Getuige Muchtar heeft op de vorige zitting beweerd, dat het aan de linker kant was- Kunt u zich misschien herinneren, dat ik eens tot mijn manschappen zei, dat het onzin was om de hoop te koesteren, dat het Nederlandse gezag zich za] herstellen in Indonesië? Tugiman: Inderdaad. Ik heb beklaagde weleens iets van die aard horen zeggen. Rechter: Wat’zei beklaagde toen precies? Tugiman: Ik kan mij de formulering van zijn woorden niet meer herinneren. Maar hij sprak toen inderdaad in die trant. Rechter: Toen Wariki (de chauffeur van beklaagde) overgegaan was naar de APRIS, had beklaagde toen dirékt een andere chauffeur? Tugiman: Nadat Wariki overgegaan was naar de APRIS, kreeg hij van mij opdracht om nog enige tijd bij beklaagde als chauffeur te werken. Hij bleef werken bij beklaagde, totdat deze een nieuwe chauffeur kreeg. Mevrouw Bouman: Hoe was de toestand der gebouwen in kamp Makassar? Waren de gebouwen van steen of van bilik?* (Op een der vorige zittingen had een der getuigen verklaard, dat de gebouwen van steen waren. Deze getuige zou namelijk in dat gebouw hebben gelogeerd, red. Java Bode). Tugiman: Voor 90% waren het gebouwen van gedek en atap. Er was slechts één stenen gebouw, dat diénst deed als kantoor van beklaagde en van andere afdelingen. Het was een landhuis met hoge trappen naar boven. Sergeant Warigi De volgende getuige, sergeant Warigi, destijds als soldaat bij het KNIL vanaf medio 1949 tot medio 1950 werkzaam als chauffeur van beklaagde, is thans werkzaam bij het stafkwartier van regiment Vil'op Kebajoran. Rechter: Hebt u beklaagüe ooit een auto zien besturen? Wariki: Nooit. Rechter: Bleef u, nadat u overgegaan was naar de APRIS, nog bij 'beklaagde werken en waar woonde u toen? Wariki: Ja, ik bleef nog gedurende twee weken bij hem werken. Ik bleef j toen wonen bij beklaagde thuis. : Rechter: U was dus bijna een jaar ] chauffeur van beklaagde. Kunt u mij j iets vertellen over uw belangrijkste er- i varingen gedurende die tijd? Wariki: Ik herinner mij, dat hij mij j eens vertelde in 1941 eens getracht te I hebben een auto te besturen. Hij j kreeg toen echter een ongeluk en wil- j de nooit weer achter het stuur van een wagen zitten. Schmidt: Ik zei toch 1931 en niet 1941? Wariki: Ik weet niet meer precies, welk jaar het was. Rechter: Wat weet u verder nog te vertellen? Wariki: Beklaagde heeft mij eens verteld, dat de P.M.C. twee trucks vol wapens stuurde naar een plaats ergens buiten Djakarta. Rechter: Wanneer was het? Was het vóór of na de souvereiniteitsoverdracht? Wariki: Ik weet het niet meer. Rechter: Maar het was de P.M.C., die de wapens stuurde? Wariki: Ja. Rechter: Nóu, dan moet het wel vóór de souvereiniteitsoverdracht zijn geweest. Want na de overdracht 'bestond de P-M.C. niet meer. En verder? Wariki: Beklaagde heeft mij ook eens verteld, dat hij bezoek kreeg van een Indonesiër, een zekere Hamzah, die hem om wapens vroeg. Rechter: Wanneer gebeurde het? Wariki: In 1950. Schmidt: Ja, het is waar. Ik heb hem verteld, dat Hamzah bij mij kwam om wapens te vragen. Ik heb Hamzah die wapens echter nooit gegeven. O.M.: Kent u Muchtar? Wariki: Ik heb een zekere Muchtar gekend. Hij was bij het KNIL en is later ofergegaan naar de politie. Djaksa-tinggi: Weet U, dat er manschappen van het KNIL waren, die overliepen naar de benden? Wariki: Nee. Schmidt: Weet Wariki misschien te vertellen, wat voor soort eerbewijzen wij ontvingen, als ik met hem als mijn chauffeur het kamp binnenreed? Wariki: Iedereen moes' toen het geweer presenteren. Schmidt: Juist. Dit is anders dan wat Muchtar op de vorige zitting heeft beweerd. Hoffmann en Reynst De officier van justitie legt vervolgens twee brieven over, een van Hoffmann en de andere van Reynst. (Zoals bekend waren het Baden, Hoffmann en Reynst, die uit de gevangenis een brief stuurden naar de Nederlandse H. C„ waarin melding werd gemaakt van het feit, dat de gearresteerde Nederlanders zouden zijn geslagen etc., red. Java Bode). In zijn brief verklaarde Hoffmann, dat al zijn vorige verklaringen gelogen waren en dat hij inderdaad samen met Baden, Swartjes en Barkey naar de Tangkuban Prahu ging. In dit verband zegt Hoffmann in zijn brief, dat hij toen „een blanke” zag voor een tent. Reynst verklaarde in zijn brief, dat het schrijven, dat hij samen met Baden en Hoffman stuurde aan de H.C. bedoeld was „om ons te vrijwaren van eventuelg, vervolging in Nederland’. Rechter (tot beklaagde): Hebt u iets te zeggen naar aanleiding van deze brieven? Schmidt: Ik had het eerder verwacht van de twee heren, gezien het feit, dat Manoch en Baden reeds hun beloning hebben ontvangen en thans bij hun vrouw en kinderen mogen wonen. Overigens is de verklaring van Hoffman tegenstrijdig aan die van Baden. Volgens Baden was Hoffmann namelijk niet. maar volgens Hoffmann zelf was hij wel aanwezig op de Tangkuban Prahu. Wat ik nu doen kan is een verzoek te doen tot de officier van justitie, om Baden te vervolgen wegens meineed. Schmidt of Van Kleef? De verdedigster, mevr. Bouman. legt vervolgens een pamflet over aan de reohter. Het pamflet is verspreid door de voorlichtingsdienst van de kabupaten Sumedang en is mede-ondertekend door majoor Rivai. In het pamflet wordt een beroep gedaan op alle volgelingen van de benden rustverstoorders, om zich vrijwillig over te geven, omdat drie van hun voornaamste leiders niets meer kunnen uitvoeren. Deze drie leiders zijn Jungsohlager, Schmidt en mr. Bouman. Op het pamflet, dat gedateerd is 15 juni 1956, staan de foto’s van deze drie „leiders”. Het merkwaardige is dat alle gegevens over Schmidt volkomen in overeenstemming zijn met de omstandigheden van beklaagde. De foto van „Schmidt” klopt echter niet met die van beklaagde. Wel staat er een foto op van Van Kleef, die volgens het pamflet identiek is aan beklaagde Schmidt. Mevrouw Bouman: Dit pamflet, waar duidelijk de foto van Van Kleef op voorkomt, en waarin wordt gezegd, dat Van Kleef niemand andeés is dan beklaagde, is volkomen in overeenstemming met vroeger gepupubliceerde pamfletten door legerautoriteiten in West-Java. Naar mijn mening is dit huidige pamflet een bevestiging van de verklaring, de beklaagde herhaaldelijk heeft afgelegd in deze rechtszitting, dat niet hij, doch Van Kleef de schuldige is aan de tenlaste gelegde feiten i.i dit proces. Mevrouw Bouman legt vervolgens een verklaring over, afkomstig van Van Raay, een oude kennis van beklaagde in Bandung. In deze verklaring brengt Van Raay enige feiten naar voren om duidelijk te maken, dat beklaagde onmogelijk schuldig kan zijn aan de tenlaste gelegde feiten. De rechter deelt mede, dat op de volgende zitting, 9 juli, als getuigen zulfen worden gehoord dr. Beek, Kain en Kerseboom. Op 10 juli zullen als getuigen worden gehoord Nicolaas, Wildeman, De Jong en Ruy. --- Overmaking kapitaal naar buitenland In het wetsontwerp inzake de buitenlandse kapitaalsinvesteringen wordt over „de overmaking voor repatriëring van buitenlands kapitaal” bepaald, dat het toegestaan is buitenlands kapitaal over te maken in de oorspronkelijke valuta, nadat het betrokken bedrijf enige tijd, door de Raad (voor buitenlandse kapitaalsinvestering) vastgesteld, gewerkt heeft. Volgens door PIA verkregen inlichtingen, is als tijdsperiode hiervoor vastgesteld: na minimaal vijf jaren gewerkt te hebben. --- Kans afwikkeling kopra-kwestie thans groter geworden Naar van de voorzitter van de Jajasan Kelapa Minahasa, de heer E. R- S. Warouw, werd vernomen, zijn de kansen voor een afwikkeling van de koprakwestie in de Minahasa op het ogenblik groter geworden. De heer E. R. S. Warouw, die op het ogenblik in Djakarta verblijft, verklaarde aan PIA, dat de Jajasan Kelapa Minahasa (JKM-Klapperfonds in de Minahasa) in principe akkoord gaat met de afwikkeling van de koprakwestie door de oprichting van een massa-koöperatie. De kopra-inbreng van de koöperaties in de Minahasa is van 5 pCt. in september 1955 thans tot bijna 20 pCt. gestegen. Met de steun van de JKM is de kopra-inbreng zelfs 51 pCt. geworden, waardoor de JKM als een centraal koöperatief lichaam moest optreden. De moeilijkheid is thans de wij* van uitvoering in de overgangstijd Hierover is bereids door de voorzitter van de JKM van gedachten gewisseld met de vice-minister van ekonomische zaken, de heer Umbas. Indien de plaatselijke koöperaties in de gelegenheid worden gesteld op gezonde en harmonische basis tót betere ontwikkeling te komen, dan zal, volgens de heer Warouw, het koneept van Tugu inzake de oprichting van een massa-koöperatie in de Minahasa volledig .gesteund worden. De bevoegdheden en de samenstelling van de voorbereidingskommissie moeten nader omsohreven worden, en de duur van de overgangstijd, benevens de status van de JKM in de overgangstijd moeten woeden aangegeven, aldus de heer Warouw. Naar hij verder mededeelde, gaat de JKM akkoord met het standpunt van de regering, dat het principe van singleselling gehandhaafd dient te blijven, doch daarnaast wenst de JKM de handhaving van haar autonome positie, ook in de overgangstijd, aldus de verklaring van de heer Warouw. --- Concept herstel veiligheid in Noord-Sumatra Ontevredenheid in Atjeh oorzaak vcin ordeverstoringen De waarnemend gouverneur van Noord-Sumatra, de heer Koniala Pontas, verklaarde in een interview met PIA’s correspondent, dat hij terzake van het herstel van de veiligheid in dat gebied in overleg met de chefstaf van de landmacht, generaal-majoor Nasution, en het hoofd van de dienst voor toezicht op de staatsveiligheid, hoofdcommissaris van politie Suprapto, een concept heeft opgesteld, dat in de nationale raad voor de veiligheid ter sprake zal worden gebracht Deze raad zal een beslissing nemen inzake de uitvoering er van. Desgevraagd verklaarde de gouverneur, dat niet verwacht kan worden, dat men binnen korte tijd een bespreking zal hebben met de leider van de opstand in Atjeh, Daud Beureuh. Doch de gouverneur is bereid bemiddeling te aanvaarden, om eventuele voorwaarden van Daud Beureuh voor het beëindigen van de opstand te v'ernemen, op basis waarvan een bespreking zou kunnen worden gevoerd. Hij zei echter overtuigd te zijn, dat het herstel van de veiligheid niet lang meer op zich zal laten wachten. ,,Laten wij nog enkele maanden wachten”, zei hij. Naar zijn oordeel is het gevoel van ontevredenheid de bron van de ordeverstoringen in Atjeh. „Het is nodig, dat aan Atjeh een autonoom bestuur wordt verleend en dat de opbouw in dat gebied krachtig ter hand v/ordt genomen, waardoor de bevolking de resultaten ervan zal kunnen zien. Een begroting hiervoor wordt momenteel nog door het provinciaal bestuur opgesteld”, aldus de gouverneur. Rubbersmokkel De gouverneur wenste niet in te gaan op de vraag inzake de waarheid van berichten, dat uit Teluk Ni'bung rubber wordt gesmokkeld, waarbij de smokkelaars door personen in militaire uniform worden beschermd. Hij zei zelf hierover nog geen rapporten te hebben ontvangen. Ook de militaire autoriteiten in Medan kor.den daarover niets mededelen weger® het feit, dat zij eveneens nog geen rapporten hebben ontvangen. Wilde okkupaties Ten aanzien van de kwestie der wilde okkupaties verklaarde de heer Kumala Pontas, dat het provinciaal bestuur bezig is met de opstelling van een plan, volgens hetwelk de moeilijkheden zullen kunnen worden opgelost door middel van lokale transmigratie. De regering zal de transmigranten de nodige steun yerlenen. Arrestaties alleen ten aanzien van degenen, die zich aan wilde okkupatie schuldig maken, acht de gouverneur niet voldoende om een bevredigende oplossing te waarborgen. De afkondiging van de agrarische wet acht hij noodzakelijk ter afwikkeling van deze kwestie. Geen provincie OosfSumatra De wnd. gouverneur van Noord-Sumatra verklaarde tenslotte, dat hij het eeus is met de mening van vice-president Hatta, dat het nu niet de tijd is om aan de vorming van een provincie Oost-Sumatra te denken, die los moet komen van het gebied van de huidige provincie Noord-Sumatra. Een dergelijke stap zou tot gevolg hebben, dat het ahntal moeilijkheden slechts zou toenemen, en dat zou de raak van de regering slechts verzwaren, aldus mededelingen van de waarnemend gouverneur van NoordSumatra, de heer Kumala Pontas, in een gesprek met P.I.A. --- Installatie Konstituante in midden augustus onmogelijk Verklaring S. Hadikusiuno De voorzitter van het centrale verkiezingskomitee (P.P.D, S. Harilikusunio, verklaarde op een perskonferentie, dat de installering van de konstituante onmogelijk in midden augustus a.s. kan plaats hebben. Dit komt omdat de verdeling van de zetels in de diverse gebieden enige vertraging heeft ondervonden ais gevolg van de slechte verbindingen. De openbare vergadering voor de verdeling van de resterende zetels zal, volgens de heer Hadikusumo, pas 16 juli a-s. kunnen worden gehouden. Van 20 juli tot 5 augustus zullen de PPI-leden naar de diverse gebieden vertrekken, om de kennisgevingen aan de gekozen kandidaten af te geven en om de verklaringen van het al dan niet bereid zijn van de gekozen kandidaten, om lid te worden van de konstituante, in ontvangst te nemen. Hiermede zal dan de taak van de P.P.I. afgelopen zijn, en zullen de werkzaamheden worden voortgezet door de kommissie van onderzoek van de geloofsbrieven. Deze kommissie wordt voorgezeten door Prawoto Mangkusasmito. De eerste zetelverdeling in alle kiesgebieden is thans reeds afgelopen, en de PPI onderzoekt op het ogenblik de resultaten van deze eerste zetelverdeling- In dit stadium van het onderzoek kunnen nog geen gegevens worden verstrekt inzake de verdeling van de zetels onder de diverse partijen. Ofschoon de PPI alle moeite doet, om zjjn taak zo effectief mogelijk uit te voeren, teneinde zoveel mogelijk te kunnen bewerstelligen dat de konstituante in midden augustus wordt geïnstalleerd, is het hem niet gelukt dit plan te realiseren. Kosten Naar de heer S. Hadikusumo mededeelde, heeft de PPI voor de uitvoering van de algemene verkiezingen tot nu toe van de regering een bedrag ontvangen van Rp. 470-000.000.—. Een groot deel van dit bedrag werd besteed aan de aankop van de nodige goederen. Van dit bedrag zal een paar miljoen rup-iah, dank zij een zuinige aanwending van de gelden, aan de regering teruggestort kunnen worden. Als voorbeeld werd door Hadikusumo genoemd het uitzenden van de leden vande PPI naar de diverse gebieden, om de kennisgevingen aan de gekozen kandidaten af te geven en om van dezen de verklaringen van bereidheid te ontvangen, wat een veei goedkopere procedn~ Milkt te zijn, dan het in de hoofasiad laten komen van alle gekozen kandidaten. Voor het uitzenden van deze PPIleden wordt een bedrag van Rp. 50.000.— uitgegeven, terwijl de oorspronkelijke post hiervoor Rp. 650.000.— bedroeg. --- Resultaten onderzoek radio-activiteit Toestand normaal Het Meteorologisch en Geophysisob Instituut in Djakarta maakt bekend, dat het instituut met gebruikmaking van „Geiger Mülier counter type PY 4031 Philips” in verschillende plaatsen een onderzoek heeft ingesteld naar de aanwezigheid van radio-activiteit, met het doel op de hoogte te komen van de radio-actieve toestand na de H-bom proeven in Eniwetok. De resultaten van dit onderzoek zijn als volgt: Op 4 juni 1956 op het Mandai vliegveld nabij Makassar: 4 trillingen per minuut. Van 5 — 7 juni 1956: in Menado en omstreken met inbegrip van de haven en het Mapanget vliegveld: 4 — 8 trillingen per minuut. Van 8 — 9 juni 1956: Surabaja 5 trillingen per minuut. Van 8—9 juni 1956: Surabaja 5 trillingen per minuut. Voordat de proeven met de H-bom in Eniwetok plaatsvonden werden in Djakarta gedurende 5 maanden achtereen, zonder gebruikmaking van genoemde Geiger toestellen, elke dag 4—8 trilllingen per minuut aan radioactiviteit geconstateerd. De slotsom van dit onderzoek is, dat op genoemde plaatsen de radioactieve toestand normaal is. l --- Terug naar China 103 Chinezen zijn van, Pangkalpina-ng per m.s. „TjiwSagi via Singapore naar de Chinese Volksrepubliek vertrokken. De groep bestaat uit scholieren, onderwijzers. en gewezen arbeiders van de Bangkase tinmijnen. Volgens door PI'A verkregen inlichtingen betreft het hier personen wier kontrakt . met de Bangkase tinmijnen is verstreken en die op kosten van de Bangkase tinmijnen naar hun land van herkomst terugkeren. --- Bendeleden geven zich over Zeventien leden van de gewapende benden „Radjawali” en „Tjempaka Putrh” hebben zich met hun wapens in Paleihari in het regentschap Bandjar aan de staatsapparaten overgegevenDeze personen zijn naar Bandjarmasin overgebraCht, waar zij ondergebracht zullen worden in de opvangingskacnpementen, aldus een bekendmaking van de woordvoerder van het militaire gezag in Bandjarmasin, kapitein Olly Harahap. --- Verklaring Sumitro over Goldsteins klacht De woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken de heer Suwito Kusumowidagdo verklaarde desgevraagd aan de pers, dat „ieder souverein land het recht heeft een visum te verstrekken of te weigeren aan een bezoeker overeenkomstig het belang van bet betrokken land”. Zelfs is niet voorgesc-hreven, dat moet worden toegelicht, waarom een visum is verstrekt of geweigerd, aldus Suwito. Hij legde deze verklaring af als commentaar op een bericht uit New York, dat dr. Isa Goldstein, de voorzitter van. het Amerikaanse Joodse congres, de houding van de Indonesische regering, die geen visa wilde verstrekken aan de Israëlische delegatie voor het congres van de World University Service, dat in Indonesië zal worden gehouden, „bescihamftid en niet op zijn plaats” noemde- --- Mr. Sastromoeljono overleden Mr. R. M. Sastromoeljono, een vooraanstaande figuur in de Djakartase samenleving, is 28 Juni om vijf uur plotseling aan «en hartaanval overleden. In de vroege middaguren was hij nog gezond en speelde hij nog tennis met vrienden. Hij bereikte de leeftijd van 54 jaar. In de Indonesische vrijheidsstrijd kreeg zijn naam vooral grote bekendheid door het feit, dat hij, toen een bekend advocaat in Semarang, samen met mr. Sartono (de huidige parlementsvoorzitter) de verdediging op zioli nam in het proces tegen ir. Soekarno, de huidige president der Republiek, in 1929. Zoals bekend, werden ir. Soekarno en nog drie andere leiders van het hoofdbestuur der toenmalige Partai Nasional Indonesia veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Mr. Sastromoeljono studeerde zowel in Leiden als aan de Sorbonne. Vóór de oorlog was hij advocaat te Semarang, wethouder en daarna locoburgemeester van die stad en tevens een der vooraanstaande figuren van de toenmalige P.N.I. Na de oorlog was hij enige tijd burgemeester van Djakarta Raya, om na de souvereiniteitsoverdracht benoemd te worden tot hoofdambtenaar bij het ministerie van verbindingen. Eerst kort geleden nam hij ontslag uit deze functie en trad als juridisch adviseur op bij enige particuliere bedrijven. Mr. Sastromoeljono was behalve een scherp jurist, ook een zeer geziene figuur in het sociale leven. Hij was bestuurslid van de Jachtclub.de Dja- kartase Sportclub en nog andere verenigingen. Ook was hij een groot muziekliefhebber cn een goetf tennisspeler. Hij was verschillende keren adviseur van Indonesische delegaties naar internationale conferenties. Mr. Sastromoeljono laat een groot gezin achter. Bij het huwelijk van een van zijn dochters vorig jaar was ook president Soekarno aanwezig. Het plotselinge heengaan van mr. Sastromoeljono betekent ongetwijfeld een groot verlies voor zijn talrijke vrienden van velerlei nationaliteit in de Djakartase samenleving. Mr. R. M. Sastromoeljono. --- Diepgaand onderzoek door P.G. naar rubbersmokkel Dj aks a agung Soeprapto verklaarde desgevraagd aan PIA dat de rnbbersmokkel uit Indonesië het land voor een waarde van honderden miljoenen rupiahs benadeelt. H(j bevestigde het bericht, dat de smokkel de export van rubber overtreft, doch zei niet over exacte cijfers te beschikken. De kedjaksaan agung is thans nog bezig met een diepgaand onderzoek, verklaarde hfj. Donderdag had djaksa agung Soeprapto een bespreking met het hoofd van de criminele recherche, mr. Senoadji, djaksa tinggi Scenario, en een functionaris van de afdeling smokkelbesrijding, Patty. De djaksa agung verklaarde desgevraagd aan P.I.A., dat het hier een kwestie betreft van een zaak van deviezenontduiking op grote schaal, deze keer geen rubber of copra. Hij was hangende het onderzoek niet bereid nadere mededelingen te verstrekken. In welingelichte kringen vernam PIA inmiddels, dat de kedjaksaan agung een groot aantal gevallen op het spoor is van deviezenontduikingen, op vrijwel identieke wijze als die van Khouw Khim Eng, waarbij- het ging om het niet realiseren van exportwissels bij de betrokken bank in Indonesië. Na het verkrijgen van oe coimussementen van de betrokken scheepvaartmaatschappij waarmee de lading wordt vervoerd, cancelen de exporteurs het valuta-contract met de Bank, en innen de wissels in het buitenland na een afspraak met de koper, dat het geld naar een bepaalde bank in het buitenland gestuurd moet worden, en niet naar Indonesië. Hierbij zijn grote bedragen gemoeid en deze zogenaamde „legale” smokkel overtreft zelfs de illegale smokkel, aldus PIA. Het is bekend bij de kedjaksaan agung, dat als stroman in vele gevallen chauffeurs van exporteurs fungeerden, die na de transactie van het toneel verdwenen. Men acht het in dit verband een nalatigheid, dat exporteurs niet geregistreerd en gescreend worden, zoals bij de importeurs het geval is. De legale smokkel werd tot begin 1955 op boven omschreven wijze uitgevoerd. In 1956 trachtte men dit te beperken door de bepaling van de LAAPLN, dat de connossementen in samenwerking tussen de betrokken Bank en de scheepvaartmaatschappij moeten worden uitgegeven, doch nog steeds wordt aangevoeld dat het contróle-systeem nog niet bevredigend is, aldus de verklaring in bovengenoemde kringen. --- Oliereservoir in brand gestoken Uit Pangkalan Brandan wordt vernomen, dat olietank No. 18 van de de TMSU (Oliebronnen NoordSumatra) gelegen in Teluk Pangkalan Susu in de kampung Arubasi door gewapende benden in brand is gestoken. De bevolking ter plaatse heeft een ontploffing gehoord, die vermoedelijk veroorzaakt werd door de werking van een projectiel da* door de benden naar de olietank werd geworpen. De kapaciteit van deze tank was 3000 ton. De hoogte van de tank was 7-34 meter en de middellijn 24.40 meter. Naar verder werd vernomen, hebben de benden voor de brandstichting ook nog spoorrails in Lubuk Kasih opgebroken, waardoor de TMSU naar schatting een schade heeft van Rpa 3.000.000—, De politie stelt een onderzoek in. --- Tijdens een gevecht tussen een eenheid van de Mobiele Brigade en gewapende benden, dat heeft plaats gehad in Tjukang Lipai Batang Alai in het regentschap Hulu Sungai Selatan, werd een lid van deze politieeenheid gedood. Een brengun van de politie werd door de gewapende benden buitgemaakt. Een zekere Kusase, die „kapitein” was bij de bende, kon i worden neergelegd. --- Mr. Utojo Ramelan overleden Mr. Utojo Rameian, hoofdambtenaar b(j het ministerie van buitenlandse zaken, is 30 Juni plotseling aan hartverlamming overleden. Na de beoefening van het golfspel op het golfterrein te Rawangmangu, voelde hij zich bijzonder vermoeid en enige ogenblikken later gaf hij de geest. Hij bereikte die leeftijd van vjjftig jaar. Mr. Utojo Ramelan bereidde eind vorig jaar de Indonesisch-Nederlandse besprekingen voor betreffende de opheffing van de Unie- Gedurende deze besprekingen fungeerde hij als secretaris-generaal van de Indonesische delegatie. Hij stond op de nominatie van plaatsing als ambassadeur in Rio de Janeiro en hij zou op 16 dezer naar zijn nieuwe standplaats vertrekken. Mr. Utojo Ramelan heeft in 1938 in Leiden zijn graad behaald. Hij is na de norlog achtereenvolgens hoofd geweest van de Indonesische vertegenwoordiging in Singapore en ambassadeur in Canberra. Bij terugkeer in Djakarta werd hij benoemd tot hoofd van het directoraat economie bij het ministerie van buitenlandse zaken tot de recente Nederlands-Indonesische besprekingen in Genève betreffende de opheffing van de Unie. Verdiensten „Pedoman” schrijft, dat wijlen mr. Utojo Ramelan ten voorbeeld kan worden gesteld aan alle funktionarissen der Republiek, omdat hij als ambtenaar nimmer misbruik heeft gemaakt van zijn positie om zich te verrijken. Toen hij namelijk nog hoofd der Indonesische vertegenwoordiging in Singapore was tijdens de eerste jaren van de vrijheidsstrijd (vóór de souvereiniteitsoverdracht), was er zeer grote gelegenheid vpqr hem om zich te verrijken. De Republiek Indonesië (oude stijl) verzond immers geregeld grote hoeveelheden rubber, goud, etc. naar Singapore, om kapitaal en deviezen te vormen ten behoeve van de Indonesische vrijheidsstrijd. Wijlen Utojo Ramelan bleef steeds eerlijk en dacht er nooit aan om zich te verrijken. Hij stierf dan ook zonder vermogen achter te laten voor zijn vrouw en kinderen. De grote verdienste van mr. Utojo Ramelan lag, volgens „Pedoman”, in het feit, dat hij, als hoofd der Indonesische vertegenwoordiging in Singapore, er in geslaagd is, de blokkade, die Nederland toen voerde t.o.z. van de Republiek, te doorbreken, zodat de republiek niet geïsoleerd werd van het .buitenland. Met het overlijden van mr. Utojo Ramelan verliest de Republiek een van haar voornaamste „aandeelhouders”. Het is te hopen, dat de Republiek Indonesië zijn grote verdiensten niet zal vergeten, en ook aandacht zal schenken aan het lot van zijn nabestaanden, aldus „Pedoman”. --- Diplomatieke posten De woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken, Suwito Kusumowidagdo, verklaarde desgevraagd aan de pers, dat binnenkort een gezamenlijke bekendmaking kan worden verwacht van het ministerie, van buitenlandse zaken en de betrokken buitenlandse ambassades betreffende de benoeming van nieuwe hoofden van Indonesische diplomatieke posten. Naar PIA verneemt is thans ook reeds agrément ontvangen voor de accrediiterin,g van dr. Helmi als . ambassadeur in Canberra (Australië). . --- Ambassadeur van Italië terug De Italiaanse ambassadeur in Indonesië, P. La Terza, is in Djakarta teruggekeerd na een verblijf van ongeveer vier weken in Italië ter gelegenheid van het bezoek van president Soekarno aan dat land. ---