Het Indonesisch memorandum aan de V. N. Rondoht de kwestie West-Irian Indonesië van India’s steun volkomen verzekerd In het Indonesische memorandum aan de Verenigde Naties betreffende Irian wordt herinnerd aan de souvereiniteitsoverdracht met de clausule, dat de status quo inzake Nieuw-Guinea zal worden gehandhaafd en de bepaling, dat binnen een jaar na de datum van de overdracht der souvereiniteit de kwestie van de politieke status van Nieuw-Guinea zou worden beslist door IndonesischNederlandse onderhandeiingen. Het memorandum zegt, dat dit compromis voor Indonesië moeilijk te aanvaarden was en bittere critiek van het Indonesische volk uitlokte. Siechts met de grootste moeite werden de overeenkomsten der Ronde Tafel Conferentie, die een deel van Indonesië tijdelijk onder Nederlands koloniaal bestuur lieten, door het Indonesische parlement aanvaard. De aanvaarding van dit tijdelijke compromis was de uitdrukking van de vastbeslotenheid van Indonesië om met vreedzame middelen en in overeenstemming met de grondbeginselen van de Verenigde Naties een einde te maken aan een situatie die de internationale vrede en veiligheid in gevaar dreigde te brengen. Het memorandum zegt verder, dat de overeenkomsten van de Ronde Tafel Conferentie, hoewel zij algemeen geacht werden een einde te maken aan het conflict, het zaad in zich droegen van een nieuw verschil van mening, een van Indonesische aard, namelijk over West-Irian. Dit grondgebied is en is altijd historisch zowel als constutioneel een integrerend deel geweest van het grondgebied van Indonesië, dat is te zeggen: ook van het voormalige Nederlands-Oost-Indië. Het is zeer betreurenswaardig dat de Nederlandse regering op de Ronde Tafel Conferentie het voornemen koesterde om dit deel van het Indonesische grondgebied in haar koloniale greep te houden, aangezien dit in strijd zou zijn met haar eigen vroegere beloften en met de overeenstemming tussen alle partijen om onafhankelijkheid te verlenen aan „geheel Indonesië”, aldus het memorandum. Het memorandum zet verder uiteen dat een jaar na de overdracht der souvereiniteit geen overeenkomst door onderhandeiingen was bereikt- Het memorandum geeft dan verder bijzonderheden over de bevolking van West-Irian en de grootte van het gebied dat 22 percent van het gehele Indonesische grondgebied uitmaakt, hoewel het nog niet tot ontwikkeling is gekomen en sterk verwaarloosd is onder het Nederlandse koloniale bestuur. Het stuk zegt verder, dat WestIrian — historisch bezien — een integrerend deel van de Indonesische arohipel is. De primaire betekenis van West-Irian voor Indonesië ligt in de politieke en nationale sfeer. Het memorandum herinnert eraan, dat West-Irian een deel is geweest van het voormalige Nederlands-Oost-Indië waar de Indonesische nationale vrijheidsbeweging is ontstaan. Verder wordt eraan herinnerd, dat het Nederlandse koloniale bewind op WestIrian het concentratie-kamp Boven Digoe! stichtte, waarheen Indonesische politieke leiders verbannen werden. Voorts vestigt het memorandum er de aandacht op, dat het volk van West-Irian actief heeft deelgenomen in de revolutie tegen het wederom opleggen varr het Nederlandse koloniale bestuur. Er werd een nieuwe partij opgericht, aldus vermeldt het memorandum, de Irian-partij voor de onafhankelijkheid van Indonesië. De eerste activiteiten van deze partij werden echter belemmerd omdat West-Irian spoedig door Nederlandse troepen werd bezet. In het memorandum wordt dan gezegd, dat de Nederlandse bezetting de vrijheid van spreken en van bewege’n drastisch heeft beknot. Velen werden gearresteerd, in de gevangenis geworpen of gedwongen tot vluchten. West-Irian is het schouwtoneel geworden van voortdurende onrust en de minste strijd voor vrijheid wordt er onderdrukt. De Nederlandse regering heeft zich voortdurend ongeneigd getoond — zo niet onwillig — om besprekingen te voeren over de uiteindelijke politieke status van het gebied. De bewering, dat de Nederlandse regering thans de souvereiniteit over dit gebied heeft, kan niet worden aanvaard. Deze is in strijd met het handvest van de souvereiniteitsoverdracht, waarin de volledige souvereiniteit aan de nieuwe republiek werd overgedragen, en wel „orrvoorwaardelijk”. Het memorandum maakt melding van de recente Nederlandse weigering om onderhandeiingen te voeren over de genoemde kwestie. Daarom acht de Indonesische regering het noodzakelijk de aandacht van de Algemene Assemblée voor dit probleem te vragen, omdat het een latente bedreiging zal blijven voor de vrede en veiligheid in dit deel van de wereld. India’s steun verzekerd Dr. Abu Hanifah, adviseur van het Indonesische ministerie van Buitenlandse Zaken, die thans op weg is naar New-York ter versterking van de Indonesische delegatie bij de Verenigde Naties, verklaarde, dat de steun van India voor de eis van Indonesië om een einde te maken aan het Nederlandse bewin over NieuwGuinea „verzekerd’’ was. Hij zei voorts, dat andere Colombo-landen waren verzocht Indonesië te steunen. Dr. Hanifah zei tenslotte, dat zowel India als Indonesië weten wat koloniaal bewind betekent, en dat dit hun o.m. tot steun was geweest bij het ontwikkelen van een gemeenschappelijk gezichtspunt ten aanzien van het koloniale vraagstuk. Oud-strqders „Indien de Indonesische regering nog geen positieve maatregelen durft te nemen (met gebruikmaking van geweld) inzake de kwestie Irian Barat, dan is het beter haar voorlopig ter zijde te leggen in afwachting van een geschikter tijd voor het nemen van positieve maatregelen”, aldus een bekendmaking van het hoofdbestuur van de Gerakan Pembangunan Persatuan Bekas Tenaga Pedjuang (Vereniging van Oud-strijders) te Bandung. In de bekendmaking, wordt o.m. verklaard, dat de oud-strijders bereid zijn hun leven te geven voor het vaderland en voor het veroveren van West Irian. „Het is gewenst, dat de regering een positief antwoord geeft op de vraag: „Zal de kwestie Irian Barat opgelost worden door onderhandeiingen, of door gebruikmaking van geweld? Wij zijn van mening, dat indien de quaestie voorgebracht wordt bij de Verenigde Naties, wij ook gebonden zullen zijn aan het door de UNO ter zake te nemen besluit. Wat zal de regering echter doen, indien de UNO eventueel meer sympathie zal tonen voor het Nederlandse standpunt?” In de bekendmaking wordt verder verklaard, dat indien de Indonesische regering toch geweld wil gebruiken, zij hiermee niet moet aarzelen en nooit meer moet overgaan tot het nemen van «diplomatieke maatregelen voor het tot stand brengen van een compromis. „Wij zijn ons er van bewust, dat het nemen van geweld zeker mensenlevens kost. De binnenlandse veiligheid dient eerst te worden verwezenlijkt, zodat wij later geen moeilijkheden van binnen uit zullen ondervinden bij het optreden naar buiten. Laten wij dus uitvoerig en zorgvuldig over de quaestie Irian Barat beraadslagen en daarna positieve maatregelen nemen. Wij zijn bereid onze taak te verwezenlijken”, aldus de bekendmaking van de vereniging van oudstrijders. Indonesische persstemmen „Sumber’ In verband met het Indonesische voornemen om de West-Irian quaestie voor de V.N. te brengen, schrijft „Sumber” niet optimistisch estemd te zijn over het resultaat hiervan. Het blad is er niet van overtuigd, dat Indonesië, zelfs met de steun van het Russische blok, West-Irian zal terugkrijgen. Desondanks moet West-Irian terug bij het Indonesische gebied. Het is echter niet voldoende om maar te schreeuwen: „Wij vragen West-Irian terug”, of allerlei plannen maken. Wij moeten onze krachten vereniger en ons onder eerlijke en oprechte lei- j ders stellen. West-Irian mag geet propaganda-materiaal voor een oi andere partij of leider uitmaken. Het moet ook worden voorkoii en dat de V.N. een trustee-ship vooi West-Irian benoemen. Indien dit gebeurt, is West-Irian voor ons voor altijd verloren, aldus „Sumber”. Betreffende West-Irian schrijft „Pemandangan”: „Het is gewenst, dat de regering bij de strijd om dit gebied voor de V.N. zal tonen over diplomatieke vaardigheid te beschikken en rekening zal houden met de internationale politiek, wat in het geheel niet eenvoudig is. Het blad herinnert aan de recente mislukking in Den fïaag als gevolg van een verkeerde diplomatieke berekening. De stoerheid, die in het begin werd getoond, was in het geheel niet in overeenstemming met de bereikte resultaten. Wij zouden het zeer betreuren indien deze geschiedenis zich zou herhalen. Indien dit in de Irian-quaestie weer gebeurt, is onze verondersteling niet ongegrond, dat de regering meer prijs stelt op vertoon van stoerheid, om het onwetende volk in de algemene verkiezingen met zich mee te krijgen, dan op de noodzaak van de afwikkeling van de Irian-quaestie in het belang van land en volk, aldus „Pemandangan”. --- Indonesië neemt afwachtende houding aan Non-agressiepact voor Z.-O.-Azië Naar aanleiding van berichten over een eventueel te vormen non-agressiepact tussen Engeland, de Chinese Volksrepubliek en de Colombolanden, verklaarde men Maandag van bevoegde zijde, dat tot dusverre Indonesië nog geen officieel en concreet voorstel hiertoe heeft ontvangen. Gevraagd naar het Indonesische standpunt ten aanzien van dit pact, zei men, dat Indonesië blijft vasthouden aan een actieve politiek van onafhankelijkheid en niet tot dit pact zal toetreden indien het gericht is tegen een bepaald land of blok. Afro-Aziatische conferentie Men verklaarde verder, dat in de afgelopen weken reeds contact is opgenomen met ongeveer 18 landen m verband met de in Indonesië te houden Afro-Aziatische conferentie. Thans worden voorbereidingen getroffen voor de organisatie van deze conferentie, doch een datum is nog niet definitief vastgesteld. Men achtte het vrijwel uitgesloten — in verband met het druk bezette Septemberprogramma — dat de conferentie reeds volgende maand zal worden gehouden. Het feit, dat bijvoorbeeld de Pbilippijnen reeds geweigerd hebben aan de conferentie deel te nemen, zoals onlangs werd verklaard, bewijst wel hoe moeilijk het is een dergelijke bijeenkomst te kunnen houden en te proberen de standpunten van de Afro-Aziatische landen tot elkaar te brengen, zei men. Het doel van de conferentie is het tot stand brengen van een betere samenwerking tussen de AfroAziatische landen als onderdeel van het streven naar een wereldvrede. Men verklaarde dan ook erop fe vertrouwen, dat de moeilijkheden overwonnen zullen kunnen worden en het streven naar een betere samenwerking wordt verwezenlijkt. Gevraagd naar het resultaat van het contact met de betrokken landen, antwoordde men, dat de Indonesische regering een dergelijke conferentie niet zou verwezenlijken indien niet voor tenminste 80% gebleken is, dat de betrokkenen niet afwijzend tegenover een dergelijke conferentie staan. Besprekingern met Nederland Op de vraag wanneer de besprekingen met Nederland zullen worden geopend voor een nadere regeling van de financieel-economische bepalingen zoals die volgens het protocol der Haagse besprekingen gehandhaafd bleven, wera van bevoegde zijde verklaard, dat de voorbereidingen enige tijd behoeven, zodat niet verwacht kan worden, dat de besprekingen binnenkort gehouden kunnen worden, aangezien hierin vele factoren een rol spelen. Irian-Barat Op de vraag naar de uitslag van het verzoek om steun van de Colombolanden inzake het voorbrengen van de kwestie Iriah-Barat bij de Algemene Vergaderingen van de V.N. wenste men geen antwoord te geven. Slechts werd verklaard, dat wel verwacht kan worden, dat ieder land, dat onder koloniaal bewind heeft gestaan, de Indonesische zijde zal kiezen. --- De politieke partijen over het Haagse Protocol Over het algemeen weinig geestdrift Met betrekking tot de resultaten van de Uniebesprekingen in Den Haag heeft de Partai Murbs in een statement verklaard', dat zij het protocol verwerpt en dat zij nog steeds blijft bij haar standpunt om de R.T. C.-overeenkomsten unilateraal te verbreken. Vervolgens dringt zij bij de regering er op aan om eer antiimperialistisch nationaal vredesfront te vormen in het streven om WestIrian binnen Indonesisch grondgebied terug te brengen. Partai Katolik Zondag heeft het hoofdbestuur van de Partai Katolik het Drotocol betreffende de opheffing van de Unie met bijbehorende briefwisseling besproken. In een na deze bijeenkomst uitgegeven verklaring wordt medegedeeld, dat het hoofdbestuur van de Partai Katolik ten aanzien van de resultaten van de Haagse besprekingen de volgende standpunten inneemt: 1. De opheffing van de Unie wordt met vreugde begroet. 2. De bepalingen betreffende financieel-economische kwesties worden als zeer bezwarend beschouwd. Voorts kan de Partai Katolik zich ten volle verenigen met het besluit de quaestie Irian-Barat aan de Algemene Vergadering van de V.N. voor te leggen als bewijs dat het Indonesische volk een oplossing van deze kwestie wenst langs vreedzame weg. P.S.I. De voorzitter van de P.S.I-fractie in het parlement, Subadio, verklaarde Maandag aan de pers betreffende het protocol en de bijbehorende briefwisseling: „Ik moge herinneren aan de verklaring van de P.S.I. bij het vertrek van de delegatie, waarin gezegd werd, dat de P.S.I. de regering steunt, indien slechts de belangen van het volk behartigd worden”. Subadio verklaarde voorts, dat de P S.I. van mening is, dat het resultaat van de Haagse besprekingen in het geheel niet in het voordeel van het volk is uitgevallen. P.I.R. De P.I.R.-fractie heeft Vrijdag het protocol en bijbehorende briefwisseling van de Haagse besprekingen besproken. Het resultaat van deze bespreking werd niet bekend gemaakt. Slechts verklaarde men niet tevreden te zijn over het feit dat het kabinet in zijn zitting van Zondagavond vorige week het ondertekende protocol en bijbehorende briefwisseling goedkeurde zonder voorafgaand overleg met de regeringspartijen. Besprekingen in parlement uitgesteld De besprekingen in de afdelingen van het parlement van het wetsontwerp op het protocol van de Uniebesprekingen die Dinsdag gehouden zouden worden, zijn op verzoek van minister Sunarjo uitgesteld, tot na het reces dat 1 September ingaat en duurt tot 1 October. De reden van dit uitstel is volgens een verklaring van minister Sunarjo, dat de regering nog niet over de volledige gegevens beschikt voor de toelichting op het wetsontwerp, dat de regering samen met de leden van de Indonesische delegatie naar de Haagse besprekingen zou samenstellen. Wanneer het wetsontwerp in het parlement zal kunnen worden behandeld is niet bekend. --- Benden bezetten 48 uur de stad Lam Noee Toestand in Atjeh In een verlaat bericht uit Kutaradja wordt gemeld, dat opstandelingen van Tengku Daud Beureuh op 19 Augustus om circa 20.30 uur plaatselijke tijd de plaats Lam Noee hebben bezet. Lam Noee is circa 85 km van Kutaradja gelegen in de richting van Meulaboh. Van de vertegenwoordiger van bet hoofd tevens coördinator van de politie in Atjeh, adjunct-commissaris van politie Amir Husin, vernam P.I.-Aneta in dit verband voorts, dat de opstandelingen, die Lam Noee binnentrokken, circa 30 man omvatten. Zij waren voorzien van automatische wapens. De adjunct-commisaris van politie verklaarde voorts, dat de opstandelingen de stad konden bezetten, aangezien de daar gestationneerde mobiele brigade naar Tjalang was vertrokken. Toen er versterkingen naar Lam Noee werden gezonden, trokken de opstandelingen zich uit de stad terug zonder tegenstand te bieden. Lam Noee was gedurende circa 4 uren in handen van de opstandelingen. Gedurende deze bezetting verrichtte de bende geen sabotagedaden, noch werden personen ontvoerd, aldus de adjunct-inspecteur. De bendeleden beperkten zich tot het bezoeken van de passers, waar ze inkopen deden. Voorts werd gemeld, dat op de avond van de 17de Augustus Seuümeun gedurende circa een uur uit drie richtingen door de opstandelingen wer^ aangevallen. Ook werd op dezelfde avond de plaats Sibreh, circa achttien km van Kutaradja, door de opstandelingen aangevallen. In de morgen van de 18de Augustus troffen leden van de machtsapparaten pamfletten aan, waarin stelling werd genomen tegen de op de Pantjasila gebaseerde Republiek Indonesië. Eveneens in de morgen van de 18de Augustus kwam men tot de ontdekking, dat de hoofdleiding voor de drinkwatertoevoer te Mata Ie (Kutaradja) door de opstandelingen was vernield. --- Officieren naar V.S. Kapitein Muslimin, officier bij de geneeskundige dienst van de landmacht in territorium TII (West-Java), zal per vliegtuig naar Amerika vertrekken teneinde gedurei.de negen maanden te studeren op het gebied van hospitaal-administratie. Voorts zal kapitein Pudjoprasetijo van het corps intendance van de landmacht op 25 Augustus 1954 per vliegtuig naar Amerika vertrekken voor het volgen van een „quartermaster officer advance”-cursus. --- Mr. Sunarjo leider delegatie naar Alg. Vergadering Beslissingen kabinet Het kabinet kwam Dinsdagochtend voor de wekelijkse zitting bijeen. Na de zitting die ruim 5 uur duurde verklaarde de minister van Voorlichting dr. F. L. Tobing, dat het kabinet nog niet gereed is met het samensteiien van de Indonesische delegatie naar de Algemene Vergadering van de V.N. Hij verklaarde, dat de keuze van de leden zou worden aangepast aan de verschillende onderwerpen die in de A.V. ter sprake zullen komen. In de zitting van volgende week zal de delegatie definitief worden vastgesteld. Minister Sunarjo zal de Indonesische delegatie leiden. In verband met het verzoek tot plaatsing op de agenda van de A.V. van de kwestie West-Irian zal in de Indonesische delegatie hoogstwaarschijnlijk een vertegenwoordiger van het Biro Irian zitting hebben. Minister Tobing zei nog niet met zekerheid te kunnen verklaren of Indonesië het embargo-probleem ter sprake zal brengen. Hij voegde hieraan toe, dat ind'ien door een ander land wordt voorgesteld het embargo op te heffen, Indonesië dit voorstel zeker zal steunen. Routinekwesties Het kabinet hechtte voorts goedkeuring aan het wetsontwerp betreffende de verkiezing van leden van daerahvertegenwoordigingen, aan een ontwerpregeringsverordening betreffende enkele gevallen van het stellen op aon-actief of van ontslagname van leden van de weermacht in verband met de candidaatstelling voor of het lid zijn van de volksvertegenwoordiging/ constituante en betreffende de wijze van candilaatstelling hiervoor. Het kabinet heeft voorts besloten de „Paberik Pertjetakan Uang Logam” die in Kebajoran Baru wordt opgeridht, de status van „staatsbedrijf” te geven. De ministerraad heeft besloten, de minister van Financiën van het feit, dat artikel 38 g van de Zegelverordening 1921 die reeds is gewijzigd in staatsblad 1941/491 waarbij bepaald werd, dat ieder bewijs van lidmaatschap van een partij voorzien moet zijn van een zegel van Rp. 0.30, bevroren is. De regering zal een wetsontwerp bij het parlement indienen om het betrokken artikel te laten vervallen. Minister van Financiën In verband met het vertrek van de minister van Financiën naar de jaarlijkse vergadering van de „World Bank” en het „International Monetary Fund” besloot het kabinet de minister van Economische Zaken als minister van Financiën a.i. te benoemen. Tenslotte keurde het kabinet de benoeming goed van mr. Kertonegoro tot hoogleraar voor het onderricht in de Indonesische economie aan de fakultet Hulkum ekonomi-sosial dan politik van de Universiteit Gadjah Mada te Jogjakqrta en van dr. Moh. Zaman tot hoogleraar in de wetenschap voor neus-, oor en keelziekten aan de fakultet kedokteran van de Universiteit van Indonesië te Surabaja. --- Minister Ong naar Europa en V.S. De minister van Financiën, mr. Ong Eng Die, vertrekt 2 September via Europa naar Washington, waar de minister de jaarlijkse vergadering zal bijwonen van de „World Bank” en het „International Monetary Fund”. Voor de aanvang van de besprekingen in de Amerikaanse hoofdstad zal minister Ong Eng Die bezoeken brengen aan West-Duitsland, Italië en Frankrijk. Indonesië zal in de besprekingen worden vertegenwoordigd door een delegatie, die behalve uit de minister van Financiën bestaat uit mr. Rd. Soetikno Slamet en de gouverneur en president-d'irecteur van de Bank Indonesia. De overige leden van de delegatie zullen minister Ong Eng Die op 19 September nareizen. In de vergadering van „World Bank” en „I.M.F.” zal onder meer de benoeming van mr. Rd. Soetikno Slamet tot lid van de directie van de „Bank of Reconstruction and Developmemt” officieel haar beslag krijgen. --- Dezer dagen werd in Magelang een standbeeld van wijlen generaal Sudirman onthuld. Het standbeeld is door de jonge schilder Soengkono uit kleiaarde vervaardigd. — Bij een razzia op de onderneming „Marijke” bij Bindjei heeft de politie 21 rubberdieven op heterdaad betrapt en gearresteerd. Een hoeveelheid gestolen rubber werd in beslag genomen. --- Mr. Wongsonegoro „Nri uitgesloten, dat enkele nrii sters worden vervangen” In eer onderhoud met P.I.-Aneta verklaarde mr. Wongsonegoro, eerste vicepremie -n algemeen voorzitter van de P.I.R., dat de P.I.R, het huidige kabinet in ,tand wenst te houden. Zjj ziet de fouten die er gemaakt worden niet over het hoofd en indien nodig worden de nodige zelf-correcties aangebracht. Het is niet uitgesloten, dat in de lijn van deze zelfcorrecties enkele ministers vervangen zullen worden, niet slechts van de P.I.R. maar ook van andere regeringspartijen. Dit is echter uitsluitend in het belang van het regeringsbeleid en heeft volstrekt niet de bedoeling een kabinetscrisis te veroorzaken. ,,Ik kan officieel verklaren dat het hoofdbestuur van de P.I.R. niet van plan is binnenkort haar ministers terug te trekken doch integendeel alle steun aan het kabinet blijft verlenen”, aldus mr. Wongsonegoro. De vice-premier ontkende ten stelligste, dat de P.I.R. het voornemen heeft zijn ministers uit het kabinet terug te trekken en een kabinetscrisis wenst te veroorzaken. Hij verklaarde, dat de berichten die de laatste tijd hierover weer in omloop zijn gebracht, niet juist zijn en in elk geval niet het standpunt van de P.I.R. als partij weergeven. „Het is wel bekend dat er verschillende leden ontevreden zijn over de gang van zaken, in het bijzonder op financieel-economisch gebied. Verklaringen over een mogelijke kabinetscrisis door het terugtrekken van de P.I.R.-ministers zijn geheel zelfstandig, buiten verantwoording van de P.I.R. en zonder medeweten van de partijraad van de P.I.R. afgelegd. Deze individuele verklaringen, afgelegd door ontevreden personen, dienen dan ook niet als juist te worden opgevat. --- Indonesische kunst te Peking Het persbureau Nieuw Ohina maakte bekend dat de Indonesische kunsttentoonstelling te Peking offic.eel door de Indonesische ambassadeur Mononutu werd geopend. De tentoonstelling wordt gehouden onder de auspiciën van het ministerie voor Culturele Zaken der Volksrepubliek. Er zijn 96 olieverfschilderijen en verschillende voortbrengselen van handenarbeid tentoongesteld. De openingsplechtigheid werd bijgewoond door premier Chou En Lai en verschillende ministers. --- Mevrouw Pandit sprak voor studenten van Gadjah Mada Tijdens een openbaar college op de Universiteit Gadjah Mada m Diogja verklaarde mevrouw Pandit Zaterdagavond tegenover de studenten, dat tijdens haar verblijf rn Indonesië, haar twee dingen zjjn opgevallen, namelijk de „warmte en genegenheid van Uw welkom”, en de „hartstocht in het streven voor de tenigkeer van zekere gebieden, waarvan U zegt, dat zij U rechtmatig toekomen”. Spreekster zeide, dat men zich bij het laatste moet bedenken, dat men niet alleen de vuist kan ballen en merdeka roepen, doch moet bes "■ Ten, welke verplichtingen achter die eis liggen. De studenten moeten zich ernstig voorbereiden, want „de plichten en de verantwoordelijkheid. die wjj op ons nemen, zijn groot en de uitvoering daarvan kunnen wjj niet licht opvatten.” Mevrouw Pandit zeide voorts, dat allen die landen opbouwen moeten beseffen, dat onze wortels liggen in eigen traditie. „Versterk de eigen tradities, maak meer gebruik van eigen muziek, taal en kleding. Neem zoveel mogelijk het goede van het Westen over, doch maak verschil tussen schijn en werkelijkheid. Neem geen goedkope imitaties over, doch grijp het essentiële van de Westerse levenswijze.” Spreekster drong voorts aan op eenheid. „Wij moeten een groot voorbeeld geven. Alleen zo kunnen wij een betere wereld vormen”. Mevrouw Pandit besloot haar rede met te zeggen, dat Azië mensen moet voortbrengen, die algemeen belang stellen boven eigen belang. Het Westen heeft veel van die mensen gehad. Azië heeft op dit punt gefaald. Wij moeten ook op dit punt eerlijk zijn tegenover onszelf. Mensen, die algemeen belang boven eigen belang stellen, zullen Azië kunnen helpen en daarmede de wereld, aldus mevrouw Pandit. Zaterdagmorgen had het gezelschap van de president, dat uit Djakarta vertrok zich gesplitst. Het staatshoofd vertrok al vroeg met zijn gezin naar Bali en mevrouw Pandit reisde om 12.00 na een bezoek aan de Tangkuban Prahu naar logjakarta. De ministers Sunarjo en Djody namen op Andir afscheid om Zondag naar Djakarta terug te keren. Minister Sunarjo zou aanvankelijk de gehele reis van mevrouw Pandit meemaken doch zijn werkzaamheden riepen hem terug naar Djakarta. (Zie verder pg. 2) | --- Naar Peking en Moskou uanono van de «artsan i ant indonesia (B.T.I.) en Salam van het Front Persatuan Tani zijn per vliegtuig naar Peking vertrokken om de „council-meeting” van de „World Federation of Democratie Youth” in Peking bij te wonen, aldus een bekendmaking van de B.T.I. Zij zullen trachten van Peking naar Moskou door te reizen voor het bezoeken van de landbouwtentoonstelling die daar wordt gehouden. Darsono van de Persatuan Pamong Desa Indonesia (bond van desabestuurders) en Miharso van de padvindersvereniging Kepanduan Putra Indonesia maken deze reis mee. --- Boekhouding in het Chinees verboden K. T. A. in Semarang, grossier in rijwielen, is door het landgerecht in Semarang veroordeeld tot een boete van Rp. 750,—, subsidiair een maand gevangenisstraf wegens het gebruik van Chinese karakters in de boekhouding. De eigenaar van een rijwielhandel aan de djalan Mataram, en L. Y. M., rijwielhandelaar in Semarang zijn respectievelijk veroordeeld tot een boete van Rp. 500,— en Rp. 2.500,— subsidiair twee maanden gevangenisstraf wegens een zelfde overtreding. De drie verdachten erkenden hun handeiing en verklaarden niets af te weten van de regeling dat er bij het boekhouden geen Chinees schrift mocht worden gebruikt. --- Zaak „Schmidt komt 9 September voor De 52-jarige makelaar is niet de beruchte „kapitein” De heer H. C. J. G. Schmidt, die zich op 9 September te Djakarta zal hebben te verantwoorden op beschuldiging van diverse misdrijven en lidmaatschap van verscheidene verboden verenigingen en organisaties, is niet de beruchte „Kapitein Smith” waartegen het leger zo vele malen heeft gewaarschuwd. Deze kapitein Smith is ook bekend onder de namen: Salman-Parsy, Van Kleef en Sobar. Op een aanplakbiljet, dat de Siliwangi-divisie uit heeft gegeven en waarin tegen de kapitein Smith wordt gewaarschuwd, staat, behalve de mededeling, dat hij een vreemdeling is, ook een duidelijke foto van de gezochte en het is niet de foto van de thans in Djakarta in voorarrest vertoevende makelaar H. C. J. G. Schmidt. De dagvaarding tegen deze 51-jarige makelaar van DENIS te Bandung maakt dan ook met geen enkel woord melding van een beschuldiging, dat hij de „kapitein” is, zoals veelal wordt verondersteld. De heer H. C. J. G. Schmidt wordt ervan beschuldigd de leiding te hebben van de N.I.G.O. (Nederlands Indische Gerilja Organisatie). Voorts zou Schmidt lid zijn van de D.I./T.I.I. van Kartosuwirjo in West-Java. Dagvaarding nummer 3962/1954 van 20 Augustus zegt, dat Schmidt getracht heeft zich met wapengeweld te verzetten tegen de regering van de republiek Indonesië in de periode tussen 1950 en 1954. „Droppings” Zonder een datum te noemen vermeldt de dagvaarding, dat Schmidt die leiding had bij de organisatie van „droppings” op de hellingen van de Tangkuban Prahu. Een vliegtuig van een buitenlandse mogendheid zou wapens, ammunitie, blik-voedsel en medicijnen neergelaten hebben ten behoeve van de D.I. of de T.I.I. In 1952 (een nauwkeurig datum kon niet gegeven worden in de dagvaarding), had Schmidt de leiding over een T.I.I.-bende die een aanval deed op een eenheid van de Mobiele Brigade te Legognjenang bij Bogor. Voorts deed hij in dat jaar al of niet met een bende een aanval op de politie van Sukanegara bij Tjiandjur. In 1953 had hij eveneens de leiding van een T.I.I.-bende die een aanval deed op het T.N.I.-bataljon 313 in de buurt van Tjiandjur. Schmidt zou zich voorts schuldig gemaakt hebben aan moord, brandstichting en geweldpleging. De dagvaarding zegt, dat dit geschiedde met het doel zowel onder de Indonesiërs als in het buitenland het vertrouwen, dat men stelt in de regering van de republiek Indonesië, te schaden. In de loop van het proces zullen 32 getuigen a charge gehoord worden. --- Nationale raad S.O.B.S.I. In het gebouw van de vakvereniging van personeel bij de spoorwegen, de Serikat Buruh Kereta Api (SBKA), te Djatinegara is de derde bijeenkomst van de nationale raad van de Sobsi geopend. De bijeenkomst hoorde het algemene verslag aan, dat door de secretaris-generaal van het centrale bureau van de Sobsi, Njono, werd voorgelezen. Njono deed in zijn beschouwing een heftige aanval op dë R.T.C.overeenkomst en het buitenlandse kapitaal. Ook vice-president Hatta, Sjahrir en de algemene voorzitter van de Masjumi, Mohammad Natsir, die naar de opvatting van Njono de verdedigers zijn van de R.T.C.-overeenkomst, werden heftig aangevallen. Njono zei, dat de achteruitgang van de Indonesische economie en de moeilijkheden van de Indonesischs staat op financieel gebied een gevolg zijn van de R.T.C.-overeenkomst. Voorts verklaarde 4jono, dat Indonesië op het ogenblik met ondergang wordt bedreigd in verband met de economische crisis, die Amerika tfaans bedreigt, aangezien Indonesië uitsluitend van zijn importen uit en exporten naar het buitenland afhankelijk is. De bijeenkomst werd bijgewoond door 55 afgevaardigden. Op de bijeenkomst werden twee leden van de nationale raad van de Sobsi, n.I. Coerdian en Kurni Jusri, geroyeerd. Negen andere leden van de raad waren verhinder-; om de bijeenkomst bij te wonen. --- Nieuw gebouw P.K.I. Het hoofdbestuur van de Indonesische communistische partij, de Partai Komunis Indonesia (P.K.I.), heeft zijn nieuwe gebouw aan djalan Kramat in Djakarta ingewijd. De openingsplechtigheid werd bijgewoond door vertegenwoordigers van partijen en organisaties en burgemeester Sudiro. Njoto van het hoofdbestuur van de P.K.I. las een gelukwens van de C.P.N. voor. De C.P.N. heeft verder een houten reliëf waarin de staking van de Nederlandse arbeiders tegen de uitzending van Nederlandse troepen naar Indonesië in 1946 wordt uitgebeeld, ten geschenke aangeboden. ---