BIJNA VIERDUIZEND NUMMERS uit een fraaie catalogus... Deftige „Oude Doelen” nu verkooplokaal (Van een onzer verslaggevers) DE HOUTEN HAMER van veilingmeester-taxateur Chr. J. Bolle uit Amsterdam zal tussen Dinsdag 23 en Zaterdag 27 Augustus de laatste illusies van hotel „De Oude Doelen” in gruizels slaan. Eerste maal, andermaal, derde maal, verkocht. Bijna vierduizend maal zal deze formule door de zalen van het huis aan het Haagse Tournooiveld 6 klinken. Te beginnen met één eikenhouten bureau-ministre met twee zijkasten en eindigend met twee dozen closetpapier. Daartussen ligt de geschiedenis van een oud hotel, door de heer Bolle en de zijnen in de achter ons liggende dagen vlijtig gecatalogiseerd. De opbrengst hoger dan tweehonderdduizend gulden? De heer Bolle glimlacht en geeft toe het vurig te hopen. „Maar de driehonderdduizend halen we niet,” zegt hij er spijtig achter. Juichend werpen de kristallen luchters fonkelende spookbeelden op de spiegels en wanden. Vandaag was het kijkdag, morgen en Maandag ook nog. Dan konten de mensen in het tapijt knijpen om te zien of de mot er nog niet in zit. De bijna vierduizend nummers uit de fraaie catalogus van de heer Bolle wachten zo grimmig af. Op de schoorsteen staat een bronzen vrouwenfiguur met twee ernstige handen voor het lichaam samengebracht. Daartussen bengelt een geel kaartje met het cijfer 3439. Nog enkele dagen en de vrouw zal, wellicht nog somberder gestemd, door een wild vreemde het hotel worden uitgedragen. Eerlijk gekocht heet dat dan. Op de veiling. In de hoek van de salon staan twee oorfauteuils met losse kussens. „Daar zat ik altijd met mijn vrouw, als we hier logeerden”, fluisterde een oude heer in ’t oor van de heer Bolle. De veilingmeester heeft beloofd de stoelen in opdracht van de oude heer te kopen. Dat is redden, wat er nog te redden valt. „Ik begrijp niet, waarom ze dat hotel gesloten hebben”, roept de heer Bolle uit, „Ik heb al aardig wat hotels geveild, maar zoiets als dit nooit. Wist U, dat we in een paar uur een luxe maaltijd voor honderd personen kunnen aanrichten? Alles staat er nog. Het is onbegrijpelijk”. De veilingmeester zwijgt. In feite begrijpt hij het wel. Ook hij heeft immers gehoord van „De Oudé Doelen”, die als een topzware erfenis op de aandeelhouders drukte. Het merendeel van de eigenaren vond het een spijtige belegging. Er was in „De Oude Doelen” nu eenmaal meer standing dan rendement. En zelfs in Den Haag kan men op den duur van standing alleen niet leven. Keur van wijnen Eigenlijk zou de heer Bolle verheugd moeten zijn over het verdwijnen van het oude hotel. Het opheffen van kostbare zaken maakt immers zijn broodje. Als niemand ontevreden was en niemand failliet ging, moest de heer Bolle naar iets anders uitzien. Het feit dat hij reeds dertig jaar huizen en hotels veilt is voor hem echter reeds voldoende garantie, dat de wereld weinig solide is. Van de kleine verschuivingen in menselijke welvaart, pikt de heer Bolle een graantje mee. Derde maal, verkocht. Maar hij doet dit niet met leedvermaak. Er gaat geen grimmigheid in zijn ogen schuil. Integendeel. Wanneer hij zich eenmaal op een object geworpen heeft, stroomt hij vol deernis en liefde voor het onderwerp. Van „De Oude Doelen” is de heer Bolle echt gaan houden. Hij leidde ons voor de laatste maal rond door de zalen van het hotel met de opgetogenheid van een kind, dat zijn mooiste speelgoed laat zien. Hij liet ons het zilverwerk betasten en stond er op, dat wij in het linnengoed zouden knijpen om er de kwaliteit van te ontdekken. Stil leidde hij ons binnen in een zijkamer, waar monsters van de wijnen lagen. Er hing wat gelig licht achter de geblinddoekte ramen. „Fantastisch”, riep de heer Bolle uit. Hij had zich even niet meer kunnen houden. Nu was hij weer stil en wees ons de wijnen aan. Die logge fles bevatte Chateau Mouton Rothschild van 1928. In de prijslijst stond hij gewaardeerd voor 125 gulden. „De ober zal zo’n flesje open maken en de klant zal zeggen: „Neen, toch maar niet”, zei iemand uit het gezelschap. „Een net persoon doet dat niet”, zei de heer Bolle langzaam, „En daarom heb ik gewoon uit voorzorg in de catalogus gezet, dat ze minimum zoveel flessen moeten kopen. Vanwege dat net persoon. Want ik heb toch eens een partijtje papier geveild en toen riep er één „Ja” en ik zei „verkocht” en toen zij hij „Geef maar een kilo”. 12.000 flessen Eigenlijk past dit verhaal niet in de kamer vol wijnen. Deze ontdekking deed de heer Bolle ook na enige tijd en derhalve leidde hij de aandacht af door te wijzen op een stoffige fles, die op zijn rug in een rieten mandje rustte. Het etiket was door de tijd half weggevreten. „Vin de Sauterne”, las men nog en dan het jaartal „1893”. De handen van het meisje, die de druiven voor deze wijn plukte, zullen inmiddels wel rimpelig geworden zijn. Maar de wijn ligt er. Kostelijke erfenis van een geslacht yol spirit. Dan gaat de heer Bolle ons voor naar de wijnkelder in de gewelven van het gebouw. Achter een zware deur ligt de kleine hal, die naar het duizendenbezit van de heer Bienen leidde. Heer Bienen was tot de sluiting directeur van „De Oude Doelen” en zijn flirt met de wijn was alom bekend. Hij was een kenner zonder zijn gelijke te hebben. Een man, die smakkend met de tong ’n Costel Maure Gordon Noir op de juiste waarde kan proeven. De wijnen, die nu in de gewelven liggen opgebaard zijn door hem zelf ingekocht. Hele lichtingen tegelijk van uitstekende jaren. Recruten van 1950, rood van opwinding, routiniers van voor de oorlog met wat zaksel en een bejaarde schijn achter hun glazen wand. Twaalfduizend flessen, die met hun volledige signalement in het boekje van de heer Bolle voorkomen. Zij waren bestemd om tot glorie van „De Oude Doelen” in kristallen glazen te klokken. Zij zullen nu op vreemde tafels aan de gasten worden geserveerd. „Een goed wijntje Dirk, dat smaakt bij het eten”. Thee in 23 De heer Bolle heeft niets vergeten. Hij is buiten begonnen met de vlaggestok te rubriceren en heeft zich toen tot aan de vliering opgehesen, om een kist met vetpotjes te ontdekken. Er waren 58 mokkalepeltjes in het hotel en één zwart gelakte bonheur du jour. Men leest het in de veilingcatalogus. Niets ontging het speurend oog van heer Bolle en zijn minderen. Zij zochten en vonden de bronzen bustes bij tientallen en voorts de rood koperen braadsleden en de zes busjes slakken met, gratis bijgeleverd, 1 partijtje huisjes. Als wormen hebben de mensien van de veiling zich door de hotelerfenis gekronkeld. Veilingmeester Bolle reisde tenslotte niet meer terug naar Amsterdam maar bleef in „De Oude Doelen” slapen. Bescheiden in een kamer van dertien gulden met ontbijt. De wandeling was ten einde. In kamer 23 (ƒ 40.— met eigen bad) bood de heer Bolle thee aan. „Dat is het enige, dat ik niet heb laten tellen”, zuchtte hij, „Zakjes thee”. Hij stond op en zei, dat er beneden vaste klanten op hem wachtten die graag vooraf wilden rondneuzen. In hemdsmouwen verdween hij neuriënd in het trappenhuis. Wij volgden hem over de Deventer traploper. Nummer 944 in de catalogus: 0.90 bij 5 meter met 12 roeden. Tafels vol hotelzilver met een totale waarde, van vijf en twintigduizend gulden wachten op nieuwe heren met nieuwe wetten. --- Verbouwen hoeve halve ton duurder De Haagse raad nam begin Mei een voorstel aan tot verbouwing van de boerderij op Overvoorde. Een crediet van 231.000 gulden, waarbij 161.920 gulden voor het bouwkundige gedeelte, werd beschikbaar gesteld. Bij inschrijving voor het bouwkundige werk, half Mei, was de laagste inschrijver de N V. Dura’s Aannemingsmaatschappij met 211.450 gulden, dus 49.530 gulden meer dan de raming. In verband met de grote belangen die met spoedige verbouwing van de boerenhoeve gemoeid zijn, stellen B. ien. W. voor, om het werk toch te gunnen. --- Opsporing verzocht van Hendrika Zuiderwijk Na een kleine onenigheid heeft Hendrika Christina Zuiderwijk op 8 Augustus haar huis in Den Haag verlaten. Sindsdien is zij niet meer gezien. De commissaris van politie, chef van de afdeling zeden- en kinderpolitie te Den Haag verzoekt nu namens de ouders bekend te worden gemaakt met de verblijfplaats van het meisje. Hendrika Zuiderwijk is zeventien jaar oud. Zij is ongeveer 1.60 meter lang, heeft een gezet portuur, domker-blauwe ogen, een gezonde gelaatskleur en donker haar. Zij droeg op 8 Aug. en gele japon, grijze jumper, een kort lichtgrijs bontjasje en zwarte schoenen. Zij droeg geen kousen. Zij is in het bezit van een blauw gelakt rijwiel. --- „Glück Auf” gaat roer van 70 ton bergen Het Duitse bergingsvaartuig „Glück Auf” is vanmorgen, gesleept door de sleepboot „Waterweg” en vergezeld van de Sch 71 de Nieuwe Waterweg uitgevaren. Het doel van de tocht was weer de plek voor de Scheveningse kust waa.r zich de gezonken Engelse oorlogsvaartuigen bevinden. Bij het voortzetten van de bergingswerkzaamheden zal men nu eerst gaan trachten het koperen roer met een gewicht van zeventig ton boven water te brengen. ' --- Vier agenten voor beschonken man Vier agenten zijn gisteravond nodig geweest om een beschonken man, die in de Laan moeilijkheden maakte, naar het bureau Buitenhof te brengen. De loswerkman W. J. J. verweerde zich zó heftig. dat twee jeepagenten assistentie van collega’s moesten inroepen. Niemand liep echter verwondingen op, zo deelt de politie mee. Burgers meldden aan het bureau Buitenhof dat de los-werkman aan de Laan een vrouw had geslagen. Toen een jeep daar arriveerde, en de agenten de man, die op straat een vrouw bedreigde, wilden arresteren, ontstond een vechtpartij. De werkman, die onder invloed van sterke drank bleek te zijn, bezorgde de agenten zoveel last, dat de hulp van burgers en later van twee andere agenten nodig was om hem te overmeesteren. Aan het Buitenhof kreeg hij een proces-verbaal èn tijd om tot rust te komen. --- Glas-in-lood-raam voor gouden firma Teepe In het kantoor van de directie van de firma Gebroeders Teepe aan de Boekhorststraat is gistermiddag een glas-inloodraam onthuld. Het raam is een geschenk van de directie van de inkoopcombinatie „Nederland” voor de firma bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de zaak. Het raam werd onthuld door de president-commissaris van de inkoopcombinatie, de heer C. de Jong, tijdens een receptie, die bij gelegenheid van dit gouden feest werd gehouden. Het raam stelt een tekst voor betrekking hebbend op de handel. Tal van zakenrelaties kwamen gistermiddag de directeuren, de heren G. J. en L. A. Teepe, die beiden op deze dag hun gouden zakenjubileum vierden, alsmede de derde directeur, de heèr L. Teepe, hun gelukwensen aanbieden. Velen lieten hun gelukwensen vergezeld gaan van geschenken. --- Minister Algera opent luchtvaartconferentie De internationale luchtvaartconferentie, die in September in Den Haag zal worden gehouden, zal Dinsdagmorgen 6 September in de Ridderzaal geopend worden door de minister van Verkeer en Waterstaat mr J. Algera. Men zal zich tijdens de conferentie bezig houden met het aanbrengen van wijzigingen in de conventie, welke op 12 October 1929 te Varsovië werd ondertekend. --- ONTMOETING in Den Haag LOUISE MOTTO, Marie Grande, Grace Nylen en Carmel Pandozzi zijn alle vier onderwijzeres. Samen zijn ze nog geen eeuw oud en het hele klaverblad komt uit Connecticut. Vijf weken blijven ze in Europa en daarvoor hebben ze drie jaar lang gespaard. Voor hen geen bioscopen en icecreams, elke dollarcent, die over bleef, ging op de bank voor de Europese reis. En nu zijn ze er dan. Met veel kleurige plakkaten op hun koffers van hotels uit Zwitserland, Italië en Frankrijk, met koekjes uit München en chocolade uit België bij zich. „Holland is heel anders iri werkelijkheid dan wij dachten”, zegt Louise. „Gek eigenlijk, dat je altijd zo’n idee van te voren maakt, door wat foto’s van molens en boerinnetjes. Maar zo zal het ook wel gaan met de toeristen, die Amerika bezoeken, en alleen maar foto’s van New York hebben gezien. Want a. — ■ ■ m m m m ar < er zijn nog heel wat andere dingen in de States dan wolkenkrabbers”. En nu de vier onderwijzeresjes de teleurstelling wat te boven zijn, valt Holland hun toch alles mee. Vooral de Amsterdamse grachten hebben veel vergoed en Madurodam. Daar zijn meters film aan besteed. Want met die films willen de vier onderwijzeresjes de kinderen van hun klas een wat juister beeld van Nederland geven dan zij zelf hadden. Die kinderen zijn tussen de vijf en tien jaar. Ieder van de onderwijzeresjes werkt op een andere school. „Schrijf vooral in uw krant, dat ze niet moeten denken, dat alle Amerikanen rijk zijn. We werken heel hard voor ons brood. En omdat we er alles voor over hadden, hebben we geld voor de reis bij elkaar gekregen. Want zoiets kun je maar een keer in je leven doen. En nu is het zo vervelend, dat merkten we verschillende keren, dat we automatisch ingeschakeld worden bij de categorie rijkelui’s-dochters, hier in Europa. Er worden wat extra dollars op hotelrekeningen bijgeschreven. In souvenirwinkeltjes worden we afgezet. Dat vinden we jammer”, zeggen ze ons. Carmel wil liever niet op de foto. Ze heeft hoofdpijn, is moe en voelt zich niet fotogeniek. De drie anderen poseren dus alleen. En de auto staat al te wachten om hen van het Vredespaleis, dat ze net bezichtigd hebben, naar het Mauritshuis te brengen. Want drie dagen Holland is niet veel. En ze willen toch al wat mogelijk is bekijken. Daarom dragen ze gemakkelijke schoentjes, die zijn berekend op lange afstandsmarsen zowel als slenterpartijen langs schilderijen. En in Connecticut zullen de kleine Amerikaantjes bijzonder prettige aardrijkskundelessen krijgen. Drie van de vier --- Haagse ballonvaarders in Ethiopië de lucht in Gas in cylinders mee in de auto De Haagse ballonvaarders Jan en Nini Boesman en de Rotterdammer C. de Vos Klootwijk zullen op het einde van October naar Ethiopië reizen om met een Nederlandse ballon in de hoofdstad Addis Abeba op te stijgen. Deze opstijging vormt een onderdeel van de indrukwekkende feesten, die het vijfentwintigjarig regeringsjubileum van keizer Haile Selassie luister zullen bijzetten. Op de ballon, waarschijnlijk de kleinste Nederlandse, „Libelle” genaamd, wordt, op verzoek van de Ethiopische feestcommissie een band gebonden met het opschrift „Lang leve zijne majesteit de keizer in de Engelse en Ethiopische taal. De heer Boesman heeft reeds jaren geleden contact opgenomen met de Ethiopische regering met het verzoek om met een Nederlandse ballon daar op te stijgen. Deze pogingen liepen steeds op niets uit. Geheel onverwacht kreeg hij één dezer dagen een brief in het Engels van de voorzitter van het feestcomité, de minister van Financiën van Ethiopië. De voorzitter nodigde de Haagse ballonvaarders uit voor de feestelijkheden, er bij belovend, dat de ontvangst de verwachtingen verre zou overtreffen. De heer Boesman onderzoekt nu de verschillende reismogelijkheden. Het is waarschijnlijk, dat het gas, waarmee de ballon gevuld wordt, uit Nederland zal moeten worden meegenomen, omdat Ethiopië niet beschikt over de goede gassoorten. Men denkt er dan ook aan te reizen per auto en de cylinders met gas, benevens de ballon onder eigen hoede te vervoeren. De heer Boesman zal eerst nog op Zaterdag 3 September in Delft opstijgen bij gelegenheid van de streekdag „Steun Wettig Gezag” van het gejvest Zuid-Holland Noordoost. Dit zal dan tevens zijn driehonderdste opstijging zijn. --- Watermeter van formaat Er zijn watermeters die het in het klein doen, in de huizen, maar de Duinwaterleiding heeft ook meters, die bij het registreren de hand niet omdraaien voor duizend kubieke meter. Dat zijn registrerende watermeters zoals op de foto. Dit apparaat staat op het ogenblik voor proef op een put aan de Laan van Nieuw Oost Einde, vlakbij het viaduot. Het kan nagaan hoeveel water Voorburg over langere periodes van Den Haag afneemt en ook hoeveel water vim moment tot moment doorstroomt naar deze randgemeenten. Het apparaat verdwijnt straks in een grotere put dan de huidige voor liefst vier jaar onder de grond. Wel zullen elke dag de papiertjes om de cylinder (diagrammen ) vernieuwd worden, wdarop een pennetje in grafiek de waterconsumptie van de Voorburgse afnemer aangeeft. --- Oud-politieke gevangenen van Oranjehotel bijeen De jaarlijkse reunie van oud-politieke gevangenen uit het Oranjehotel, en van nabestaanden van degenen die tijdens de bezettingsjaren in deze gevangenis verbleven, wordt op Zaterdag 1 October gehouden. In de ochtenduren wordt het gebruikelijke défilé langs de dodencel gehouden; ’s middags volgt de jaarvergadering van de stichting „Oranjehotel”. --- Daniël Verbaan, kaper uit Scheveningen WAAR was de glorieuze tijd, toen de Zeeuwse en Hollandse kapers gevreesd waren op de zeven zeeën? Toen de vierde Engelse oorlog in ie laatste Decemberdagen van het jaar 1780 uitbrak, was hij al lang en breed voorbij. Het waren toen de Sngelse kapers, die nog geen twee weken na het begin ier vijandelijkheden langs onze kust voeren op jacht raar visserschepen en geen Hollander was nog ter kaapvaart uitgevaren. Eerst een maand later werd de eerste kaperbrief te Rotterdam uitgereikt aan de schipper van „de Vigilantie” en weldra volgden de Vlissingers, die het oude gezegde: „drie Vlissingers, twee stroopluy (kapers)” nog niet vergeten waren. Het is echter wel kenmerkend, dat de kapiteins van deze Zeeuwse kaperschepen Franse namen droegen: Jean Caffy, Nicolas Jarry, Pierre le Turcq, er was geen woord Zeeuws bij. Inmiddels was er omstreeks diezelfde tijd in onze stad „de Haagsche Vaderlandsche Kaap-Reederij’’ opgericht door de bankier Jacques Bergeron, wiens prospectus zo verlokkend was, dat de aandelen van tien gulden, die op naam of aan toonder werden uitgegeven, weldra iets boven pari noteerden. De slimme bankier speculeerde zowel op de vaderlandse gezindheid, die men nu „openlijken aan den dag leggen” kon, als op de zucht naar een behoorlijke winst, waarvoor de Hollanders steeds zo gevoelig zijn gebleken, „de importanten voordeelen welke daarbij in ’s Hemels zegen te behaalen zijn”. Ieder kloek en welbezeild kaperschip van deze rederij zou bemand worden met zeelui, die dit spel gewend waren en aan de kapiteins zouden de allerhoogste eisen worden gesteld. Zo’n kaperkapitein moest zijn een „Wakkere, Beroemde, Bekwaame, Standvastige, Kloekmoedige en Onverschrokkene, gedetermineerde Zee- en Oorlogkundige, voorsigtige Opper Bevelhebber of Kapitein die de Zee met goede renommée en getuijgenisse minstens tien a twintig jaaren bebouwt en ondervonden had”. Men vond zo’n man in Daniël Verbaan, die te Ter Heyde in het Westland was geboren en nu in Scheveningen woonde met zijn vrouw, Grietje van Duivenboden. Ook onder de bemanning, die uit vier en vijftig koppen bestond, telde men niet minder dan twintig Scheveningers, zowel volwassenen als jongens. Het schip, dat de naam „de Dappere Patriot” kreeg, was toegerust met veertien korte vierponders en tien draaibassen, terwijl ook alle schepelingen behoorlijk gewapend waren. Op de twintigste Juli 1781 verliet deze kaper de rede van Texel en voer naar het Zuiden. Reeds de volgende morgen werd op de hoogte van Kamperduin een Engels fregat gesignaleerd, dat dertig stukken voerde. Verbaan vermeed wijselijk de strijd, te meer omdat hij bemerkte, dat de Dappere Patriot van boven te zwaar was getuigd en moeilijk te wenden was. Zo voer men dicht langs de kust en viel drie dagen later de Maasmond binnen om te Vlaardingen de tuigage te laten herzien. Eerst in de middag van de dertiende Augustus koos „de Dappere Patriot” weer zee en van de Brielse havenhoofden kon men zien, dat de dogger Noordwaarts koerste. Diezelfde avond werd een galjas achtervolgd, ingehaald, geënterd en gevisiteerd, waarna dit schip zijn koers vervolgen kon, en tegen middernacht ontmoette men, on de hoogte van Texel, enige Hollandse vissers. D'arna koerste dc kaper Westwaarts, om zijn slag te slaan langs de Engelse en de Schotse kust. Zover is de Dappere Patriot niet gekomen. De volgende morgen om zes uur bevond het schip zich op zes mijl ten Zuidoosten van Texel, blijkbaar, omdat Verbaan beschutting zocht in de ondiepe wateren bij dit eiland. Mogelijk was hij reeds achtervolgd door een Engels fregat, want het overwicht ter zee van de Engelsen was zo groot, dat zij onze kust practisch blokkeerden. Op deze hoogte wera nij gesignaieeiu door een tweemaster, the Cameleon, onder commando van kapitein Drury, die uit Duins was gezeild, om te kruisen tussen de Galloper en de Bree Veertien en jacht te maken op onze kapers. De Engelsman was een betere zeiler en om kwart voor tien waren de schepen elkaar zo dicht genaderd, dat men een scheepsbeschuit van het ene naar het andere kon werpen. Op dat ogenblik gaf kapitein Drury de onzen bevel om de vlag te strijken, waarop een zeeman, met een rood vest aan, hem toeriep: „strijk zelf, Engelse hondsvot!”, en tegelijkertijd kreeg the Cameleon dé volle laag. Het salvo werd dadelijk beantwoord, en er ontstond een verwoed en hardnekkig vuurgevecht, waarbij de schepen elkaar zo dicht naderden, dat de ra’s elkaar meer dan eens raakten. Na drie kwartier kwam het einde, want toen vloog met vreselijk geweld de Dappere Patriot in de lucht. Of dit een gevolg was van een ongelukkig schot, of dat Verbaan zijn schip liever in de lucht liet vliegen, zal nooit kunnen worden uitgemaakt, want de kaper verging met man en muis. Ook het Engelse schip kwam deerlijk gehavend uit de strijd. Zijn hele tuigage was verbrand of versplinterd, terwijl de grote mast van de Dappere Patriot over zijn dek was geslingerd. Meer dan vijftig doden en gekwetsten lagen er verspreid, terwijl de overlevenden moesten pompen tot ze er bij neervielen, daar the Cameleon een paar gevaarlijke schoten onder de waterlijn had geïncasseerd. Zo bereikte het schip de haven van Shields. Groot v/as de ontsteltenis in Scheveningen, toen men weken later hoorde, wit er was geschied. Negentien vrouwen waren weduwe geworden en vier en vijftig kinderen moesten hun vader missen. Op 7 April 1782 — bijna acht maanden na Verbaans dood — werd zijn stamhouder, Daniël, in Scheveningen geboren. Deze Daniël Verbaan jr trouwde al op zijn zeventiende jaar met Dirkje Spaans en zij hadden talrijke nakomelingen. Waarschijnlijk stammen dan ook alle Scheveningse Verbaans af van de kaperkapitein. OUD HAAGS PRENTENBOEK DAPPERE PATRIOT DE LUCHT IN grav. D. de Jong 1781 --- Advertentie (AdvertentieI 9L MRjm Jf _ n iTlirT __ —NEEM PER MAN met f¥$©ff€ meer mnns driekwart kan 27 ---